Bijlage 6d Werkplein Zienswijze Begroting 2026.pdf
Tekst van het document
Gemeenschappelijke regeling: Werkplein Hart van West-Brabant 1
Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja, de definitieve begroting 2026 en jaarstukken 2024 zijn tijdig ontvangen.
2
Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ja.
3
Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Bestandsontwikkeling 2024: In de originele begroting van 2024 ging Werkplein uit van een bestandstoename van 1,4%. De eerste maanden toonden echter een lagere stijging, waarna in de 2e bestuursrapportage een groei van 1% werd verwacht. Uiteindelijk sloot Werkplein 2024 af met een stijging van 1,3%, wat overeenkomt met de eerste raming en in lijn is met landelijke trends (Centraal Planbureau). Vergeleken met 31 december 2023 is het bestand voor de zes gemeenten samen gestegen met 55 dossiers. De uitkeringen voor Halderberge en Roosendaal bleven binnen het rijksbudget, terwijl de andere gemeenten een overschrijding hadden. Om de stijging tegen te gaan, zijn in 2023 vijf extra projecten gestart in 2024, gericht op het bevorderen van de arbeidsparticipatie en het bieden van maatwerkbegeleiding. Resultaten worden opgenomen in de jaarrekening, en er wordt in 2025 verder op ingezet. Organisatieontwikkeling: In 2024 werkten Werkplein en de gemeenten samen aan de programmaplaat, met strategische doelstellingen die als leidraad dienden. Werkplein heeft elk kwartaal de voortgang gerapporteerd. De visie in de programmaplaat luidt: "Wij vertrouwen in de talenten van onze inwoners en stimuleren hen om deze te ontwikkelen, met als doel werk, of anders meedoen in de samenleving.
Dit doet Werkplein samen met de inwoner, collega’s en partners op basis van maatwerk. Werkplein werkt inwonersgericht en biedt maatwerk waar nodig. Er wordt dicht bij de inwoners gewerkt in de lokale gemeentehuizen en samenwerking met partners in het sociaal domein wordt gezocht. Ketensamenwerking: De ketensamenwerking tussen WVS, ISD Brabantse Wal en Werkplein heeft als doel passende participatievormen voor inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, zoals dagbesteding, beschut werk, banen via de banenafspraak of ontwikkeltrajecten. Afgelopen jaar werd gekeken naar de uitvoering van de Participatiewet in West-Brabant West. Het onderzoek naar de toekomstige uitvoering wordt in 2025 afgerond. In de begroting 2026 wordt nog geen rekening gehouden met de uitkomsten. Keuzes rondom ketensamenwerking en organisatievorm kunnen invloed hebben op de begroting en meerjarenraming van Werkplein Hart van West-Brabant. Participatiewet in Balans: De Participatiewet (2015) moet beter aansluiten op de capaciteiten en behoeften van mensen. In een nieuw wetvoorstel staan ruim twintig maatregelen om de wet te verbeteren. De procedures rondom bijstandsuitkeringen worden vereenvoudigd, en gemeenten krijgen meer ruimte voor maatwerk. Hierdoor kunnen professionals beter inspelen op persoonlijke situaties en effectiever naar werk begeleiden.
Vertrouwen en de menselijke maat zijn kernwaarden in de uitvoering van de wet.
4
Financiële aandachtspunten Jaarrekening 2024 Het werkplein presenteert in haar jaarrekening 2024 een positief resultaat van € 4,3 miljoen. Dit resultaat is ontstaan door voordelen op zowel de programmakosten (€ 3.323.357) als op de bedrijfsvoeringskosten (€ 1.004.500). Aan het Algemeen bestuur van Werkplein wordt voorgesteld om € 3,2 miljoen toe te voegen aan de bestemmingsreserve voor inburgering, 0,1 miljoen te onttrekken uit de bestemmingsreserve SPUK onderwijsroute. De overige niet bestede programmakosten ad. € 199.717 worden verrekend met de gemeenten. Verder wordt voorgesteld van het resterende voordeling resultaat op bedrijfsvoering € 49.170 te bestemmen voor doorlopende kosten en het restant ad. € 955.330 te verrekenen met de deelnemende gemeenten.
Programmakosten Het positieve resultaat op het programma Werk en Participatie bedraagt € 216.785. Er zijn er minder ontwikkeltrajecten WVS ingezet dan afgesproken. Daarnaast zijn er minder begeleidingskosten gemaakt voor beschut werk en vallen de kosten voor Intensivering nazorg lager uit. De kosten voor project bestandsbeheersing, loonwaardenmetingen en ketensamenwerking zijn hoger dan begroot. Het nadeel op programma Inkomen bedraagt € 734.604. Het uitkeringsbestand is over 2024 met 1,3% gestegen, bij de gewijzigde begroting werd 1% verwacht. Voor gemeenten Moerdijk en Zundert is het verschil positief. Het positieve resultaat op programma Inkomensondersteuning bedraagt € 393.836. Ten opzichte van 2023 zijn de uitgaven voor bijzondere bijstand met ca 500k gestegen. In de begroting was met een sterkere toename van kosten gerekend. Enkel gemeente Rucphen sluit af met een negatief resultaat. Bij programma Inburgering is er, net als voorgaand jaar, sprake van een forse onder uitputting ad. € 3.216.337. Dit komt doordat de uitgaven voor een inburgeraar plaatsvinden gedurende maximaal drie jaar. Hieruit volgt ook de eerder benoemde toevoeging aan de bestemmingsreserve voor inburgering van 3,2 miljoen.
Bedrijfsvoeringskosten Het voordeel op bedrijfsvoering bedraagt € 1.004.500 en wordt o.a. veroorzaakt door lagere loonkosten/inhuur, lagere kosten voor onderzoek naar hoofdstructuur/formatie binnen de organisatie en lagere ICT kosten.
Begroting 2026 De ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029 zijn opgesteld met inachtneming van de uitgangspunten zoals meegegeven in de Kaderbrief 2026. Voor de ontwikkeling van het uitkeringsbestand is het Werkplein in haar begroting uitgegaan van de laatste prognose van het CPB (feb. 2025). In de laatste macro-economische verkenning is de tendens dat het bestand in 2026 gelijk zal blijven. Vanaf 2027 verwacht het CPB een daling van jaarlijks 1,4%. Het CPB neemt in hun berekening landelijk beleid mee zoals is opgenomen in het Hoofdlijnenakkoord. De daling is gebaseerd op beperking van de asielinstroom op basis van landelijk beleid. Werkplein geeft aan dat de mate van realisatie van deze beleidsoverweging uiterst onzeker is. GR
2025
2026
2027
2028
2029
Totaal GR
0,0%
0,0%
-1,4%
-1,4%
-1,4%
In de begroting 2026 zijn de programmakosten € 9,2 miljoen hoger ten opzichte van begroting 2025. De gemeentelijke bijdrage in de kosten bedrijfsvoering stijgen met 551k. Bij het programma Werk en Participatie bedraagt de stijging 705k. De kostenstijging heeft betrekking op beschut werk. Het aantal beschut werkplekken stijgt conform taakstelling van het
Rijk. Een bedrag van € 452.000 is opgenomen voor de plaatsing van 40 beschut werkplekken boven de taakstelling. Dit is een keuze van de gemeenten. De kosten voor het programma Inkomen zijn gestegen met € 8,4 miljoen door een toename van het bestand in 2024 met 1,3%. Daarnaast een indexering van het minimumloon en daarmee de bijstandskosten, 2,7% in 2025 en 2,6% in 2026. De kosten voor het programma Inkomensondersteuning zijn gestegen met € 637k gebaseerd op de werkelijke kosten van 2024 en de inflatiecorrectie, 2,7% in 2025 en 2,6% in 2026. Dit is conform begrotingsuitgangspunten. Daarnaast is rekening gehouden met een kostenstijging van 300k voor (het wettelijk recht op) individuele inkomenstoeslag. Bij het programma inburgering nemen de kosten af met 789k. De middelen worden onttrokken uit de inburgeringsvoorziening. Verder nemen de kosten met 203k toe voor de onderwijsroute. Deze kosten zijn gebaseerd op de taakstelling en de landelijke rijksvergoeding voor inburgeraars. De extra taken vluchtelingenwerk á 270k betreft een bewuste keuze van de gemeenten.
Ravijnjaar 2026 Werkplein geeft aan kritisch te hebben gekeken naar de uitgaven. Omdat ze een vangnet zijn voor kwetsbare inwoners die op het absolute minimuminkomen zitten, is de beïnvloedbaarheid van budgetten voor de meeste programma’s minimaal. In principe is de stijging van de kosten beperkt gebleven tot een inflatiecorrectie en loonstijging conform de begrotingsuitgangspunten. Toepassing van de indexering 2026 voor loonkosten (3,8%) en prijsstijgingen (2,6%) op de begroting van 2025, betekent een toename van de kosten van € 708.000. De stijging van de gemeentelijke bijdrage is beperkt gebleven tot € 551.000, dat is 2,8%. De begroting laat een verhoging van de uitkeringslasten zien. Wat de precieze gevolgen daarvan gaan zijn is voor de gemeentebegroting nog niet duidelijk. Rond 1 oktober (septembercirculaire) maakt het ministerie SZW de (voorlopige) BUIG-budgetten bekend. 5
Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000,Jaarrekening 2024: Resultaat en bestemming GR Realisatie Resultaat 2024 2024
Totaal GR
18.376
Bijdrage apparaatskosten gemeente Halderberge
2.171
Resultaat bestemming toevoeging een eigen reserve GR
Resultaat bestemming terug naar gemeenten
3.173
-955
-4.128
-113
Meerjarenontwikkeling GR
Begroting
Ontwerp
Meerjaren
Meerjaren
Meerjaren
2025
begroting 2026
begroting 2027
begroting 2028
begroting 2029
19.608
20.443
21.571
22.446
23.354
-
0
-
-
-
Bijdrage Halderberge in apparaatskosten
2.292
2.312
2.440
2.539
2.641
Opgenomen in meerjarenperspectief
2.292
2.390
2.493
2.603
2.603
0
78
53
64
39
Begroting 2025
Meerjaren begroting 2027 871
Meerjaren begroting 2028 890
Meerjaren begroting 2029 908
Totaal GR Verwacht resultaat 2026
verschil
Programmakosten Bijdrage Halderberge Werk en Participatie
772
Ontwerpbegroting 2026 850
Inkomen
8.841
9.834
9.737
9.828
9.947
Inkomensondersteuning
1.146
1.317
1.348
1.378
1.389
Inburgering
799
722
721
721
721
11.558
12.723
12.678
12.818
12.966
Totaal
Vermogen
6
1-1-2026
31-12-2026
Eigen vermogen
4.500
Vreemd vermogen
6.000
Overige aandachtspunten ===========
7
De zienswijze
Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. 2.
Kennis te nemen van de conceptjaarrekening 2024 Geen zienswijze over de eerste begrotingswijziging 2026 naar voren te brengen