CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6c Werkplein Begroting 2026.pdf

Gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 7.6: Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant24.091 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

1

1. Inleiding ............................................................................................................................................... 4 2. Het werkplein in 2026 .......................................................................................................................... 7 2.1 Visie en strategische doelstellingen .................................................................................................. 7 2.2 Het Werkplein in 2026 ....................................................................................................................... 7 2.3 Ketensamenwerking .......................................................................................................................... 8 2.4 Bestandsontwikkeling ........................................................................................................................ 9 3.1 Inleiding ........................................................................................................................................... 10 3. Werk en participatie ........................................................................................................................... 10 3.2 Wat gaan we doen in 2026? ............................................................................................................

10 3.2.1 Meer inwoners zijn zelfredzaam .......................................................................................... 10 3.2.2 Meer inwoners krijgen passende ondersteuning ................................................................. 11 3.2.3 We werken meer samen in het sociaal domein ................................................................... 13 3.2.4 Werkgevers benutten beter de talenten en kwaliteiten van inwoners ................................. 13 3.2.6 Meer inburgeraars doen mee naar vermogen ..................................................................... 14 3.3 Samenwerking ISD, WVS en Werkplein ......................................................................................... 14 3.4 Focuspunten 2025 ........................................................................................................................... 14 3.5 Wat mag het kosten? ....................................................................................................................... 16 3.6 Analyse begroting 2026 t.o.v. begroting 2025 ................................................................................. 17 4.1 Inleiding ........................................................................................................................................... 19 4.

Programma inkomen ......................................................................................................................... 19 4.2 Wat gaan we doen in 2026? ............................................................................................................ 19 4.2.1 Meer inwoners zijn zelfredzaam .......................................................................................... 19 4.3 Wat mag het kosten? ....................................................................................................................... 19 4.4 Analyse begroting 2026 t.o.v. jaarrekening 2024 ............................................................................ 20 5. Programma inkomensondersteuning ................................................................................................ 22 5.1 Inleiding ........................................................................................................................................... 22 5.2 Wat gaan we doen in 2026? ............................................................................................................ 25 5.2.1 Minder inwoners leven in armoede ......................................................................................

25 5.3 Wat mag het kosten? ....................................................................................................................... 26 6. Programma inburgering ................................................................................................................... 28 6.1 Inleiding ........................................................................................................................................... 28 6.1.1 Doorontwikkeling.................................................................................................................. 28 6.1.2. Instroom .............................................................................................................................. 29 6.3 Wat mag het kosten? ....................................................................................................................... 30 7. Begroting ........................................................................................................................................... 34 7.1 Paragraaf financiering ..................................................................................................................... 35

2

7.2 Paragraaf bedrijfsvoering ................................................................................................................ 36 7.3 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheer ........................................................................... 39 8. Financiële begroting .......................................................................................................................... 42 8.1 Staat van baten en lasten per programma ...................................................................................... 42 8.2 Meerjarenprognose per programma ................................................................................................ 45 8.3 Incidentele baten en lasten.............................................................................................................. 46 8.4 Verantwoording taakvelden begroting 2026 .................................................................................... 46 8.5 Financiële richtlijnen begroting 2026 ............................................................................................... 47 8.6 Beleidsmatige richtlijnen begroting 2026 ......................................................................................... 50 8.7 Gemeentelijke bijdrage programma- en bedrijfsvoeringskosten 2026-2029...................................

54 8.8 Beleidsindicatoren ........................................................................................................................... 57 8.9 (Meerjaren) balans 2026-2029 ........................................................................................................ 59

3

1. Inleiding

Wij leggen u de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2027-2029 van de Gemeenschappelijke Regeling ISD Werkplein Hart van West-Brabant voor; kortweg de Programmabegroting Werkplein Hart van West-Brabant 2026-2029. Veranderende sociale zekerheid Er gebeurt veel in de sociale zekerheid. Een fragiel samenspel waarbij economie, sociale samenhang, arbeidsmarkt, bestaanszekerheid maar ook de onrust in de wereld een rol spelen. Alles grijpt in elkaar en heeft in meerdere of mindere mate invloed op het leven van ons allemaal. Dit heeft grote invloed op de bestaanszekerheid van vele inwoners. Maar we zien bijvoorbeeld ook door de vergrijzing een krappe arbeidsmarkt waardoor er veel kansen zijn voor veel mensen. Maar waarbij ook pijnlijk duidelijk wordt dat er nog een wereld te winnen is om te zorgen dat iedereen mee kan doen, met of zonder beperking. Iedereen is nodig op de arbeidsmarkt dus moeten we ook met z’n allen zorgen dat iedereen mee kàn doen!

Brede blik op bijstand We willen dat iedereen mee kàn doen. Tegelijkertijd zien we al jaren een steeds complexer wordende doelgroep bij het Werkplein. Inwoners hebben complexe problemen op vaak meerdere terreinen. Hierdoor zijn mensen niet in staat om te participeren of uit te stromen naar werk. Een stabiele leefsituatie is nodig om uiteindelijk actief mee te doen in de samenleving. Dit vraagt veel inzet en een lange weg van ontwikkeling. Deze constateringen en ervaringen bij het Werkplein worden ondersteund door het rapport van het SCP ‘Een brede blik op bijstand. We zien dat mensen in de bijstand vaak problemen op meerdere levensdomeinen hebben. Denk hierbij aan arbeidsbeperkingen, schulden en gezondheidsproblematiek. Voor deze inwoners is uitstroom naar betaald werk (nog) niet haalbaar. Hiermee wordt ook meteen de mismatch tussen de huidige Participatiewet en doelgroep binnen deze wet duidelijk. Door de huidige Participatiewet blijven bepaalde structuren in stand. Denk hierbij aan de financiële prikkel voor gemeenten bij uitstroom van inwoners naar werk. Hierdoor komt juist de grootste doelgroep, die veel ondersteuning en ontwikkeling nodig heeft, op nog grotere afstand van participatie te staan. Het gevolg hiervan is dat problemen alleen maar groter. De rijksoverheid anticipeert op deze conclusies met de voorbereiding van de Participatiewet in Balans.

Eenvoudiger, menselijker en toekomstbestendig Een brede blik op bijstand is essentieel: -

-

Complexe probleemstelling; Bijstandsgerechtigden hebben vaak te maken met een stapeling van problemen. Dit kan variëren van gezondheidsproblemen, schulden, en arbeidsbeperkingen tot verslaving en sociale isolatie. Door een brede blik te hanteren, kunnen deze problemen in samenhang worden aangepakt, wat de effectiviteit van de ondersteuning vergroot. Kwaliteit van Leven; Het focussen op meer dan alleen de uitstroom naar betaald werk doet meer recht aan de kwaliteit van leven van bijstandsgerechtigden. Vrijwilligerswerk en andere

4

-

vormen van participatie kunnen bijdragen aan een zinvol leven en sociale inclusie, wat uiteindelijk ook de kans op betaald werk kan vergroten. Effectieve Re-integratie; Re-integratie-instrumenten moeten niet alleen gericht zijn op werk, maar ook op andere levensgebieden zoals gezondheid, persoonlijke verzorging, en sociale netwerken. Dit brede perspectief zorgt ervoor dat bijstandsgerechtigden beter ondersteund worden in hun gehele levenssituatie, wat de kans op succesvolle re-integratie verhoogt

Om deze brede blik te realiseren is de Participatiewet in Balans in voorbereiding. Deze nieuwe wet staat voor eenvoud, vertrouwen en de menselijke maat. Het is de bedoeling dat dit via 3 sporen wordt uitgewerkt en geïmplementeerd: • • •

Spoor 1; Wijzigingen huidige wet -en regelgeving (inwerkingtreding 2026): mensen krijgen meer rechtszekerheid en inkomenszekerheid. Spoor 2; Naast deze wetswijzigingen komt het Rijk met een meer fundamentele herziening van de Participatiewet waarbij de menselijke maat, vertrouwen en eenvoud centraal staan. Spoor 3; In dit spoor staat de cultuuromslag centraal. Het verschil wordt uiteindelijk gemaakt in het contact met mensen.

De ontwikkeling die het Werkplein de afgelopen jaren ingezet heeft sluiten hier naadloos bij aan. Of anders gezegd de beoogde landelijke wijzigingen sluiten perfect bij de nieuwe manier van werken van het Werkplein aan. Het Werkplein is wat dat betreft een voorloper. Het lezen van het programmaplan Participatiewet in balans is een feest der herkenning! Wij juichen deze ontwikkeling uiteraard alleen maar toe.

Programma’s Werkplein De afgelopen jaren hebben het Werkplein en de gemeenten gezamenlijk geïnvesteerd in het programmatisch werken. Hieraan gekoppeld hebben we gezamenlijk een programmaplaat opgesteld met daarin de visie, strategische doelen en indicatoren. De gemeenten en het Werkplein bepalen jaarlijks de inspanningen die een bijdrage leveren aan deze doelstellingen. In deze begroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029 geven wij aan wat het Werkplein in de komende jaren wil realiseren. De begroting is opgesteld langs de vier programma’s van dienstverlening aan onze inwoners: •

•

• •

In het programma Werk en Participatie staat de ontwikkeling en participatie van onze inwoners centraal. Waar kunnen we onze inwoners ondersteunen in hun ontwikkeling. Zowel in hun ontwikkeling naar werk en/of participatie als in ondersteuning en/of doorverwijzing in hun zorgvraag op welk terrein dan ook. Het programma Inkomen focust zich op het verstrekken van uitkeringen, terugvordering en verhaal, handhaving e.d. Een inkomen is van essentieel belang voor onze inwoners om uiteindelijk te kunnen groeien richting werk en/of participatie. Het programma Inkomensondersteuning kan met de inkomensondersteunende regelingen bijdragen aan de ontwikkeling van onze inwoners. Het programma Inburgering richt zich op de nieuwkomers in de D6 gemeenten. Vanaf 1 januari 2022 voert het Werkplein de nieuwe Wet Inburgering uit voor de zes gemeenten.

Naast deze inhoudelijke programma’s geven we een doorkijk van de bedrijfsvoeringskosten. Onze insteek is om deze kosten zo beperkt mogelijk te houden door efficiënt om te gaan met de beschikbare middelen.

Opbouw begroting 2026

5

De opbouw is als volgt: Na de inleiding in hoofdstuk 1 lichten we in hoofdstuk 2 toe hoe we het Werkplein in 2026 zien. In de daaropvolgende hoofdstukken gaan we zowel inhoudelijk als financieel in op de vier programma’s (Werk en Participatie, Inkomen, Inkomensondersteuning en Inburgering). De afsluitende hoofstukken 7 tot en met 10 zijn voor het grootste deel financieel ingestoken met verplichte onderdelen voor een begroting.

Begrotingsrichtlijnen De gemeenteraden hebben voor het jaar 2026 een aantal begrotingsrichtlijnen meegegeven. Hoe wij daar vorm aan hebben gegeven, is terug te lezen in de tabellen hoofdstuk 8.5 (financiële richtlijnen) en 8.6 (beleidsmatige richtlijnen).

Ravijnjaar 2026 Als Werkplein hebben we kritisch naar onze uitgaven gekeken. Omdat we een vangnet zijn voor kwetsbare inwoners in ons gebied die op het absolute minimuminkomen zitten is de beïnvloedbaarheid van budgetten voor de meeste programma’s minimaal. Waar sprake is van beïnvloedbare budgetten is dat in onderstaande tekst aangegeven. Bedrijfsvoering In principe is de stijging van de kosten beperkt tot inflatiecorrectie en loonstijging conform de begrotingsuitgangspunten. Dit geldt metname voor de kosten van bedrijfsvoering. Er is kritisch naar de uitgaven en baten van bedrijfsvoering gekeken. Toepassing van de indexering 2026 voor loonkosten i(3,8%) en prijsstijgingen (2,6%) op de begroting van 2025 betekent een toename van de kosten van € 708.000. We hebben de stijging van de gemeentelijke bijdrage weten te beperken tot € 551.000, dat is 2,8%. Het hanteren van de nullijn betekent verlaging van de loonkosten omdat ruim 80% van de bedrijfsvoeringskosten bestaat uit loonkosten. Wij denken dat minder inzet op de dienstverlening. Niet in het belang is van de inwoner. Bij het programma Werk en Participatie heeft de kostenstijging alleen betrekking op beschut werk. Dit betreft de indexatie van het tarief voor beschut werk en de stijging van het aantal beschut werkplekken conform taakstelling van het Rijk.

Deze kosten worden via het gemeentefonds (specifieke uitkering) gecompenseerd. Een bedrag van € 452.000 is opgenomen voor de plaatsing van 40 beschut werkplekken boven de taakstelling. Dit is een keuze van de gemeenten. Bij het programma Inkomen zijn de kosten gestegen als gevolg van een toename van het bestand in 2024 (1,3%) en het toepassen van indexatie van het minimumloon (2,7% in 2025 en 2,6% in 2026) en daarmee de bijstandskosten. Ook de loonkostensubsidie zien we jaarlijks flink toenemen. Dat is een gevolg van de participatiewet waarin de jaarlijkse instroom van inwoners met een indicatie garantiebaan en beschut werk zal toenemen. De extra bestandsmaatregelen zijn er op gericht om de stijging van het bestand te beperken. Voor het programma Inkomensondersteuning hebben we de ramingen gebaseerd op de werkelijke kosten van 2024 alsmede inflatiecorrectie van 2,7% in 2025 en 2,6% in 2026. Dat is conform begrotingsuitgangspunten. Daarnaast is rekening gehouden met € 300.000 toename kosten voor de individuele inkomenstoeslag. Daar kunnen inwoners die drie jaar of langer in de bijstand zitten gebruik van maken (wettelijk recht). Bij het programma Inburgering is de taakstelling voor het aantal inburgeraars nog gebaseerd op de taakstelling voor 2025. De kosten worden volledig gedekt door de rijksvergoeding die gemeenten ontvangen.

De extra taken vluchtelingenwerk (2,7 ton) betreft een bewuste keuze van gemeenten . Binnen het programma Inburgering betreft dit een beïnvloedbaar budget.

6

2. Het werkplein in 2024

2.1 Visie en strategische doelstellingen In 2025 is onze visie nog steeds actueel. Tegelijkertijd is een strategische doelstelling voor inburgering toegevoegd. De visie wordt in het werkprogramma 2025 als volgt omschreven:

“Wij vertrouwen in de talenten en kwaliteiten van onze inwoners. Daarom stimuleren wij iedereen om deze te ontwikkelen, met als doel werk, en als dat (nog) niet lukt, wel meedoen in de samenleving. Dat doen we samen met de inwoner, collega’s en partners op basis van maatwerk.”

Deze visie is vertaald naar zes strategische doelstellingen voor 2025: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Meer inwoners zijn zelfredzaam; Meer inwoners krijgen passende ondersteuning; Minder inwoners leven in armoede; We werken meer samen in het sociaal domein; Werkgevers benutten beter de talenten en kwaliteiten van inwoners; Meer inburgeraars doen mee naar vermogen.

In 2025 kijken gemeenten en Werkplein samen naar de huidige strategische doelstellingen en visie. We bepalen gezamenlijk of de doelstellingen en visie nog passend zijn bij de huidige koers van het Werkplein. De inhoudelijke afzonderlijke programma’s in de volgende hoofdstukken zijn opgebouwd aan de hand van bovenstaande doelstellingen. Jaarlijks spreken gemeenten en het Werkplein af welke inspanningen gemeenten en Werkplein leveren om de resultaten te behalen. In de bestuursrapportage rapporteert het Werkplein ieder kwartaal over de behaalde resultaten.

2.2 Het Werkplein in 2026 De visie van het Werkplein wordt in de organisatie breed omarmd. Ook in de komende jaren blijven we deze koers varen. We blijven ons als Werkplein ontwikkelen om de dienstverlening voor onze inwoners zo optimaal mogelijk te organiseren. We hebben ons netwerk in de werkgebieden en zoeken onze collega’s in het sociaal domein en de keten als vanzelfsprekend op. De inwoner staat centraal en ondersteunen we waar nodig in de route naar een glimlach. We zijn daar waar de hulpvraag van onze inwoners is. Op deze manier leveren we onder andere een bijdrage aan de bestaanszekerheid van onze inwoners. Als Werkplein hebben we oog voor wat écht telt. In 2026 ontwikkelen we ons verder door: 7

•

•

•

•

Data-ondersteunend werken; Het Werkplein heeft een dashboard waarin veel informatie staat over de inwoners die we bijstaan. De komende jaren wordt het dashboard uitgebreid met informatie die uit de brede intake komt. Ook worden medewerkers geholpen om het dashboard te gebruiken om (nog) betere keuzes te maken in ondersteuningstrajecten. Wij van het Werkplein; Maatwerk bieden vraagt veel samenwerking tussen collega's van het Werkplein. Om dit te helpen gebruikt het Werkplein leidende principes en een methode van communiceren. Alle medewerkers van het Werkplein worden in 2025 en 2026 in de training Wij van Werkplein geschoold in deze manier van werken. Samenorganisatie; Bij het Werkplein is veel vrijheid om naar eigen inzicht maatwerk te bieden. Maar vrijheid brengt ook verantwoordelijkheden met zich mee. De komende periode gaan de medewerkers van het Werkplein met elkaar uitdenken hoe het eigenaarschap dat bij het werk hoort goed gefaciliteerd kan worden. Lokaal werken; Inmiddels werkt het Werkplein in de zes gemeentehuizen. Daarbij zoeken we de samenwerking met collega's van schuldhulpverlening, wmo en jeugd. Iedere gemeente is wat anders georganiseerd. Daarnaast zijn er enkele gemeenten die meer gebiedsgericht of wijkgericht gaan werken. Daarop wil het Werkplein aanhaken. Dat vraagt echter creativiteit en flexibiliteit van het Werkplein.

2.3 Ketensamenwerking In de programmaplaat voor de samenwerking WVS, ISD Brabantse Wal en het Werkplein Hart van West-Brabant zijn de visie en doelstellingen voor de samenwerking in de participatieketen opgenomen. Visie “ Wij geloven in de talenten en kwaliteiten van onze inwoners. Daarom stimuleren wij iedereen om deze te ontwikkelen. Het uiteindelijke doel daarbij is werk en als dat (nog) niet lukt, meedoen in de samenleving”. Het doel is om als een gezamenlijk ontwikkelbedrijf, waar inwoners die binnen ons werkgebied wonen en vallen onder de Participatiewet, optimaal worden ondersteund bij hun ontwikkeling naar een betaalde baan of als dat niet haalbaar is betaalde detachering óf vrijwilligerswerk. Strategische doelstellingen 1) Er is 100% commitment voor de ketensamenwerking bij directie- & MT-leden en zij dragen dit actief uit naar de medewerkers. Het gevolg hiervan is dat alle medewerkers - in voor de ketensamenwerking relevante rollen/functies bekend zijn met de nut & noodzaak, het “waarom” van de ketensamenwerking. 2) We versterken de onderlinge relaties en we stimuleren een cultuur van vertrouwen en wederzijds begrip. 3) We kunnen uitleggen wat wordt bedoeld met “werken volgens de 7 uitgangspunten” en kunnen deze uitgangspunten toepassen in de samenwerking met anderen.

In 2025 leggen we de focus op 2 uitgangspunten, namelijk ‘we werken samen met partners’ en ‘ieder zijn eigen oplossing (maatwerk)’ 4) In 2025 wordt een keuze gemaakt over de toekomst van de ketensamenwerking, het dienstverleningsconcept en de best ondersteunende organisatievorm.

8

2.4 Bestandsontwikkeling Prognose bijstandsvolume In de begroting hanteren we voor de ontwikkeling van ons bestand de CPB prognose. Voor de begroting van 2025 was dat de prognose van februari 2024 (voor 2026 1,4% toename bestand). Inmiddels zijn de ramingen in februari 2025 bijgesteld door het CPB. In de laatste macro-economische verkenningen is de tendens dat het bestand in 2026 gelijk blijft. Vanaf 2027 gaat het CPB uit van een daling. Het CPB neemt in hun berekening landelijk beleid mee zoals is opgenomen in het Hoofdlijnenakkoord. De daling is gebaseerd op beperking van de asielinstroom op basis van landelijk beleid. De mate van realisatie van deze beleidsoverweging is uiterst onzeker. Actualisatie CPB MEV februari 2025 Bijstand (WWB/IOAW/IOAZ) Stijging/daling per jaar Stijging/daling cumulatief

2024 355.000

2025 355.000

2026 355.000

2027 350.000

2028 345.000

2029 340.000

0,0%

0,0% 0,0%

-1,4% -1,4%

-1,4% -1,4%

-1,4% -1,4%

Hoewel voor het jaar 2026 er zeker onzekerheden blijven bestaan (economie kan stagneren, geo politieke ontwikkelingen) geven wij de richting aan voor een blijvende inzet op de ontwikkeling van onze inwoners. Daar is tenslotte waar we dit alles voor doen!

Hoogachtend,

Hoogachtend,

Arjan Dekker

René van Ginderen

Wnd. Secretaris/Directeur

Voorzitter

9

3. Werk en participatie

3.1 Inleiding Met de invoering van de Participatiewet zijn er steeds meer inwoners met complexe problematieken die gebruik maken van de dienstverlening van het Werkplein. Ruim 70% van de inwoners die bij het Werkplein terecht komen hebben een grote afstand tot de arbeidsmarkt en een brede hulpvraag. We merken dat deze groep inwoners vraagt om een andere, bredere kijk op dienstverlening. Juist voor deze groep is het belangrijk dat de professionals binnen het sociaal domein en de lokale netwerken elkaar weten te vinden en samenwerken. Als Werkplein hebben we oog voor wat écht telt. Daarom stimuleren wij iedereen om zich te ontwikkelen, met als doel werk, en als dat niet kan, meedoen in de samenleving. Dat doen we samen met de inwoner, collega’s en partners op basis van maatwerk. Dit is de kern van het nieuwe Werkplein. Opgave voor het Werkplein is om cultuur en structuur van de organisatie hierop in te richten. Proces en inhoud van de ondersteuning zijn maatwerk. Onze medewerkers hebben veel regelruimte om met de inwoner de best passende keuzes te maken. Samenwerking met collega’s in het sociaal domein wordt de norm. Door beter het effect te meten van wat we doen en een continue dialoog hierover (intervisie) verwachten we dat de kwaliteit van onze dienstverlening zal toenemen, en meer inwoners naar vermogen mee kunnen doen in de samenleving.

3.2 Wat gaan we doen in 2026? In deze begroting gaan we uit van de resultaatafspraken die het Werkplein en gemeenten gemaakt hebben in het werkprogramma 2025. De resultaatafspraken voor 2026 zullen eind 2025 vastgesteld worden. Aan de hand van de strategische doelstellingen gaan we in op de indicatoren en inspanningen. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Meer inwoners zijn zelfredzaam; Meer inwoners krijgen passende ondersteuning; Minder inwoners leven in armoede; We werken meer samen in het sociaal domein; Werkgevers benutten beter de talenten en kwaliteiten van inwoners; Meer inburgeraars doen mee naar vermogen.

Voor de overzichtelijkheid gaan we per programma in op de strategische doelstellingen waarvoor het programma de grootste bijdrage levert. In de praktijk zien we dat we vanuit elk programma inspanningen leveren die aan elke doelstelling bijdragen. De hieronder genoemde instrumenten en aanpakken zijn niet uitputtend voor de werkwijze van het Werkplein.

3.2.1 Meer inwoners zijn zelfredzaam In 2025 gaan we aan de slag met de voorbereidingen op de Participatiewet in Balans. Daarbij kijken we op welke onderdelen we eventueel al vooruit kunnen lopen. Een van de onderdelen die aangepakt 10

wordt bij de wetswijzigingen zijn de vrijlatingsbepalingen. Dit kan positieve gevolgen hebben op de inkomenspositie en daarmee zelfredzaamheid van onze inwoners. Wij houden de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten.

3.2.2 Meer inwoners krijgen passende ondersteuning We zien dat de doelgroep die het Werkplein ondersteunt steeds grotere en complexere problemen heeft. Dit betekent dat er aandacht nodig is op meerdere leefgebieden en er regelmatig meerdere (zorg)partijen betrokken zijn rondom een inwoner. Dit heeft tot gevolg dat trajecten die voor deze inwoners ingezet worden ook intensiever zijn en een langere doorlooptijd hebben. Dit heeft ook gevolgen voor de kosten. Het prijskaartje dat aan deze trajecten hangt is nou eenmaal hoger. Daarnaast hebben we financiële verplichtingen binnen de ketensamenwerking. Het is belangrijk om scherp te zijn op de budgetten binnen het programma Werk en Participatie. Het is en blijft belangrijk om alle doelgroepen die dat nodig hebben te kunnen bedienen. De ondersteuning van inwoners is steeds meer gericht op maatwerk. Hierdoor is het belangrijk om meer kennis te krijgen van welke interventies bij welke doelgroep tot de beste resultaten leiden. Dit doen we onder andere door succesverhalen te delen. Hierdoor kunnen professionals van elkaar leren. Het Leerplein en intervisie dragen hier ook aan bij. Het ontwikkelen van onze inwoners staat bij het Werkplein voorop. Ook in 2025 en daaropvolgende jaren. Voor iedere inwoner is een stabiele basis belangrijk.

De ene inwoner zal de stap naar betaald werk maken voor een ander is vrijwilligerswerk het hoogst haalbare. Het is goed om te kijken welk type dienstverlening voor welke doelgroep het best passend is. Inwoners zonder ontwikkelpotentieel bij het Werkplein hebben andere dienstverlening nodig dan inwoners die nog wel stappen kunnen maken met ondersteuning vanuit het Werkplein. In 2025 willen we dit in kaart brengen.

Frequente Intensieve Aanpak (FIA) oud-inburgeraars In het kader van de bestandsmaatregelen in 2024 zijn we gestart met een FIA aanpak voor statushouders. Dit onderdeel loopt door in 2025 voor de gemeenten Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Rucphen en Zundert. Er is een grote groep inburgeraars die niet aan het werk kan of kan participeren maar die het Werkplein onvoldoende in beeld heeft of te weinig aandacht kan geven. Hierin zit nog ontwikkelpotentieel.

Ontwikkelplekken We willen de ontwikkelmogelijkheden van onze inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt versterken. De lokale netwerken zijn hierbij van groot belang en dus ook de lokale samenwerking. We willen dat er voldoende verscheidenheid aan ontwikkelplekken is voor onze inwoners. De lijnen tussen de ontwikkelaars en bemiddelaars worden steeds korter waardoor arbeidsgerichte oriëntatie eerder in beeld is. Voor 2025 hebben we een aantal aandachtspunten. Enerzijds de vervolgstap die inwoners vanuit vrijwilligerswerk kunnen maken. Anderzijds het aantal plekken voor vrijwilligersactiviteiten. We hebben steeds meer inwoners waarvoor vrijwilligerswerk een eerste stap is. Om deze opwaartse lijn vast te houden is het nodig dat er voldoende plekken zijn. Hierin kunnen gemeenten een mooie faciliterende rol hebben in hun contacten met lokale organisaties.

Werkgerichte trajecten Naast ontwikkelplekken bieden we onze inwoners ook werkgerichte trajecten. Het kan hierbij gaan om individuele maatwerktrajecten, ontwikkeltrajecten via WVS, taalaanbod, opleidingen of ondersteuning door onze ontwikkelaars. Een inwoner die een indicatie banenafspraak krijgt kan bij het Werkplein terecht voor ondersteuning richting werk bij een reguliere werkgever. Als dit (nog) niet mogelijk is dan wordt ingezet op het 11

jobready maken van een kandidaat. Daarnaast wordt ingezet op nazorg om uitval en verdere terugval te voorkomen, de werkgever te ontzorgen en uiteindelijk zoveel mogelijk duurzame plaatsingen te realiseren. Iedereen met een indicatie beschut werk die jobready is plaatsen we op een betaalde baan bij een werkgever of bij WVS. We gaan de totale taakstelling overschrijden. Dit betekent dat er meer inwoners een beschutte werkplek nodig hebben dan dat we daarvoor financiering vanuit het Rijk ontvangen in de vorm van begeleidingsvergoeding. De zes gemeenten hebben gezamenlijk besloten dat inwoners met een beschut werken indicatie geplaatst mogen worden los van de taakstelling. Ook als dit betekent dat de taakstelling wordt overschreden. De verwachting is dat we voor 2026 en verder zullen uitkomen op circa 40 beschutwerk plekken boven de taakstelling.

Jongeren Op 1 januari 2026 treedt de Wet ‘Van school naar duurzaam werk’ in werking. Het doel hierbij is dat jongeren in een kwetsbare positie beter ondersteund worden bij de overstap van school naar werk. Hiervoor is een dekkend aanbod in de regio nodig. Van belang is dat alle jongeren zichtbaar zijn en de juiste hulp krijgen bij hun zoektocht naar een passende plek op de arbeidsmarkt. We willen dat er een vanzelfsprekende samenwerking is tussen het Werkplein en het onderwijsveld zodat jongeren in beeld zijn. We zien in de regio dat de samenwerking tussen de Pro/Vso-scholen en het Werkplein heel goed loopt. Vanuit het Werkplein is er nauw contact en indien nodig worden bijvoorbeeld informatiebijeenkomsten georganiseerd. Dit willen we vasthouden. Dit is ook één van de speerpunten binnen de arbeidsmarktregio.

Ontwikkelingen Regionaal Werkcentrum In 2024 is de meerjarenagenda voor de arbeidsmarktregio West-Brabant voor de periode 2024-2028 vastgesteld (‘Van versnippering naar verbinding’). Als uitwerking hiervan is het uitvoeringsplan 20242026 ‘Van versnippering naar verbinding’ opgesteld. Hierin is geschetst hoe de arbeidsmarktregio de komende jaren invulling geeft aan de opgaven die het rijk van de regio verwacht. Het doel is om een gecoördineerde en doelgerichte samenwerking te realiseren tussen netwerkorganisaties onder één naam en met een uniforme aanpak, het Regionaal Werkcentrum. Vanuit het Werkplein als subregio zien we de dienstverlening vanuit het Regionaal Werkcentrum als aanvulling op onze subregionale samenwerking en dienstverlening. De huidige lokale / subregionale toegang vanuit het Werkplein en gemeenten blijft voor onze inwoners hierbij staan. Het plan richt zich op drie hoofdprogrammalijnen: 1. 2. 3. -

Bevorderen van sociale inclusie en kansengelijkheid: Ondersteuning van mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie. Creëren van een inclusieve arbeidsmarkt waar iedereen gelijke kansen heeft op een baan. Vergroten van duurzame inzetbaarheid en innovatie: Ondersteuning gericht op arbeidsmarkttoeleiding en duurzame banen. Stimuleren van een positieve leercultuur en het gebruik van innovatieve technologieën. Ontwikkelen van een wendbare, beschikbare en inclusieve arbeidsmarkt: Focus op jongeren in een kwetsbare positie en een leven lang ontwikkelen. Versterken van de verbinding tussen onderwijs en arbeidsmarkt.

Parallel aan de drie programmalijnen wordt het WerkCentrum West-Brabant opgericht. Dit centrum faciliteert de samenwerking en dienstverlening om de doelstellingen van de arbeidsmarktregio te bereiken. Het WerkCentrum is een netwerksamenwerking en geen fysieke locatie. Het uitvoeringsplan benadrukt het belang van samenwerking tussen onderwijs, overheid en bedrijfsleven. Het WerkCentrum West-Brabant zal een herkenbare en vindbare operationele versie hebben met uniforme werkwijzen en een klantgerichte en inclusieve dienstverlening.

12

3.2.3 We werken meer samen in het sociaal domein Integrale ondersteuning Werkplein en gemeenten hebben elkaar nodig en kunnen meer dan ooit kwetsbare inwoners een stapje vooruit helpen. Zoals in hoofdstuk 1 is te lezen is er geen grote groep inwoners binnen de Participatiewet die niet zal uitstromen naar betaald werk. Voor deze groep is het van groot belang dat zij wel de juiste ondersteuning krijgen om een stabiele leefsituatie te creëren. Hiervoor is de samenwerking binnen het sociaal domein van essentieel belang. In 2025 bestendigen we de manier van werken zoals we die eerder ingezet hebben. We werken vanuit de werkgebieden. Dit is belangrijk omdat veel inwoners die bij het Werkplein komen ook een ondersteuningsbehoefte op andere onderdelen van het sociaal domein kunnen hebben. Het is dus zowel voor gemeentelijke professionals als de Werkplein professionals belangrijk om de lokale netwerken te kennen en te gebruiken. Om onze inwoners optimaal te ondersteunen kijken we naar de vraag achter de vraag en werken we intensief samen met onze partners. De samenwerking binnen het sociaal domein blijft een belangrijke pijler. Werkplein en gemeenten hebben elkaar hierbij nodig. We willen dat het privacyvraagstuk wordt opgelost. Dit mag geen obstakel zijn voor professionals om inwoners te ondersteunen.

Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid gemeente Roosendaal Het Werkplein vervult in Roosendaal een actieve rol binnen het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Als alliantiepartner van dit programma, heeft het Werkplein zich gecommitteerd aan het versterken van de maatschappelijke structuur en het bevorderen van veiligheid en welzijn in de regio. Het Werkplein richt zich hierbij mede tot de volgende specifieke pijlers: -

-

Verstevigen gebiedsnetwerken Jeugd en veiligheid; Het Werkplein richt zich op preventieve maatregelen en interventies op jongeren, met als doel de veiligheid in de wijk te verbeteren. Dit wordt gedaan doormiddel van de intensieve aanpak met het programma Preventie Met Gezag en een hiervoor aangestelde medewerker IPTA. Perspectief op werk; Extra inzet op een specifieke doelgroep binnen Roosendaal. Wijkveiligheid en Ketenaanpak 2500 dagen; Nauwe samenwerking met partners met betrekking tot veiligheidscasuïstiek.

3.2.4 Werkgevers benutten beter de talenten en kwaliteiten van inwoners In 2025 blijven we onverminderd inzetten op werkgeversbenadering. Het kost steeds meer moeite om inwoners naar een betaalde baan te bemiddelen door de belemmeringen die er veelal zijn. Net als in voorgaande jaren laten we werkgevers kennis maken met onze doelgroep. Bijvoorbeeld in MAP training voor inburgeraars, werkgeversevents en bedrijfsbezoeken/rondleidingen. We zetten steeds meer de “stagecarroussel” in voor inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Hierbij zoeken we stageplaatsen bij werkgevers zodat inwoners kennis kunnen maken in het bedrijf en daadwerkelijk zien en ervaren wat een functie inhoud en ervaren hoe het er in het bedrijf aan toe gaat. Binnen de doelgroep van het Werkplein zien we een toenemende problematiek. Door de Prakrijkroute in te zetten, bieden we inwoners extra mogelijkheden om aan het werk te gaan. Wanneer het niet lukt om via de reguliere weg aan het werk te komen of werk behouden, is de Praktijkroute een snellere weg naar werk. Een loonwaardemeting op de werkplek wijst uit of iemand een verminderde 13

loonwaarde heeft. Zo ja, dan wordt iemand opgenomen in het doelgroepregister. De werkgever kan zo gebruik maken van instrumenten die deze groep met zich meebrengt. Bijvoorbeeld de structurele loonkostensubsidie, jobcoaching en de no-risk polis. Daarnaast kijken we zowel vanuit de arbeidsmarktregio als vanuit de subregio expliciet naar de mogelijkheden van de inzet van forfaitaire loonkostensubsidie. We onderzoeken of we hiermee een extra boost aan de ontwikkeling van onze inwoners kunnen geven.

3.2.6 Meer inburgeraars doen mee naar vermogen In de inburgering blijven we in 2026 inzetten op duale trajecten, waarin taalles gecombineerd wordt met activiteiten gericht op meedoen. Door (vrijwilligers)werk te doen leren inburgeraars sneller en beter de Nederlandse taal, en hoe beter inburgeraars de Nederlandse taal spreken, hoe makkelijker ze aan werk komen. Daarom blijft er aandacht voor het organiseren van werk- en vrijwilligerswerkplekken in gemeenten. Wanneer bedrijven en verenigingen inburgeraars de mogelijkheid geven om mee te doen, kunnen inburgeraars bijdragen aan de samenleving. Daarnaast organiseren we ontwikkel- en participatietrajecten voor inburgeraars die meer begeleiding nodig hebben bij het vinden van hun weg naar (vrijwililgers)werk. Zo zorgen we ervoor dat er voor iedere inburgeraar een passend inburgeringstraject is, dat leidt naar meedoen op het voor hen hoogst mogelijke niveau.

3.3 Samenwerking ISD, WVS en Werkplein De intensieve samenwerking binnen de keten van ISD Brabantse Wal (ISD), Werkplein HvWB en WVS gaat onverminderd door. De doelstelling voor 2025 en verdere jaren binnen de ketensamenwerking is dan ook 'Samen werken aan Participatie'. Meer dan 70% van de inwoners van onze doelgroep in West-Brabant is langer dan 2 jaar afhankelijk van een bijstandsuitkering. Het is onze opdracht om inwoners die ondersteuning te bieden die nodig is. We geloven dat door samenwerking met de bundeling van kennis en kunde, meer inwoners ontwikkeld kunnen worden naar werk of een andere vorm van participeren. Om dit te bereiken werken ISD Brabantse Wal, Werkplein en WVS als een gezamenlijk ontwikkelbedrijf, waar inwoners die binnen ons werkgebied wonen en vallen onder de Participatiewet optimaal worden ondersteund bij hun ontwikkeling naar een betaalde baan of als dat niet haalbaar is betaalde detachering óf vrijwilligerswerk.”

3.4 Focuspunten 2025 Voor 2025 hebben we de volgende strategische doelstellingen bepaald: 1) Er is 100% commitment voor de ketensamenwerking bij directie- & MT-leden en zij dragen dit actief uit naar de medewerkers. Het gevolg hiervan is dat alle medewerkers - in voor de ketensamenwerking relevante rollen/functies - bekend zijn met de nut & noodzaak, het “waarom” van de ketensamenwerking. 2) We versterken de onderlinge relaties en we stimuleren een cultuur van vertrouwen en wederzijds begrip. 3) We kunnen uitleggen wat wordt bedoeld met “werken volgens de 7 uitgangspunten” en kunnen deze uitgangspunten toepassen in de samenwerking met anderen. In 2025 leggen we de focus op 2 uitgangspunten, namelijk ‘we werken samen met partners’ en ‘ieder zijn eigen oplossing (maatwerk)’ 4) In 2025 wordt een keuze gemaakt over de toekomst van de ketensamenwerking, het dienstverleningsconcept en de best ondersteunende organisatievorm.

14

Deze ondersteuning kunnen we alleen bieden als we met elkaar (ISD, Werkplein en WVS) en in de volle breedte onze expertise inzetten en daarbij werken volgens de uitgangspunten: • • • • • • •

De mens centraal (niet geld, processen en procedures) Werken vanuit vertrouwen Ieder zijn eigen oplossing (maatwerk) Nabij (inwoners en bedrijven) Samen met partners (sociaal domein, werkgevers, opleiders etc.) Leren en ontwikkelen Werken met data

In 2025 willen we dit waarmaken door de volgende inspanningen: 1) Het management biedt ruimte aan en stimuleert medewerkers om samen te experimenteren zoals op gebied van samenwerking bij intake/diagnose, bemiddeling en ontwikkeling van inwoners. 2) We zoeken eerst naar oplossingen in de samenwerking tussen de 3 organisaties alvorens we extern gaan 3) Om kennisdeling en samenwerking te bevorderen werken medewerkers die inwoners spreken in het kader van diagnose, ontwikkeling en bemiddeling samen op locatie. We vragen medewerkers een plan uit te werken hoe we dit het beste kunnen aanpakken. Ook van directeuren, managers, beleidsadviseurs, communicatieadviseurs, financieel adviseurs en HR adviseurs verwachten we aanwezigheid op deze locaties. Deze samenwerking zien we als kans om van elkaar te leren, efficiëntie te bereiken door werkprocessen te harmoniseren en te versimpelen.

In principe zetten we bovenstaande lijn door in 2026. In het laatste kwartaal van 2025 zullen we als ketenpartners, samen met de gemeenten, de focuspunten evalueren en bezien of bijstelling voor 2026 nodig is.

Aantallen De ontwikkeling van onze inwoners staat voorop met als ontwikkeling naar werk als hoogste doel. In onze samenwerking streven we ernaar om met elkaar 380 inwoners (255 HvWB en 125 ISD) te ondersteunen. Dat kan met een ontwikkeltraject. Een leerroute zoals groen, logistiek, schoonmaak, productie, catering of post kan daar onderdeel van uitmaken. Maar ook wordt onderzocht of er nieuwe en effectievere leerroutes of instrumenten kunnen worden ontwikkeld..Net als in voorgaande jaren ligt ook nu het accent op de kwaliteit.

15

Begroting ketensamenwerking 2026 WVS, Werkplein HvWB en ISD BW Bestaande activiteiten ontwikkeling inwoners

Begroting 2026 x € 1.000 WVS HVWB ISD BW

- ontwikkeltrajecten - loonwaardemetingen WVS - jobcoaching - praktijk- en persoonlijkheidsonderzoek

Totaal

1.148

516

1.664

963 67 112 6

472 33 11

1.435 100 123 6

Ontwikkeling ketensamenwerking: - Ontwikkelbudget/projectkosten

20 20

20 20

10 10

50 50

Bedrijfsvoering: Aanjager/projectleider samenwerking

48 48

48 48

24 24

120 120

Totaal

68

1.216

550

1.834

Begroting 2026 x € 1.000 WVS HVWB ISD BW

Totaal

Ketenbegroting onderlinge afnames WVS, Werkplein HvWB en ISD BW A. Programmabaten Bijdragen: - Bijdrage ontwikkeling inwoners aan WVS - Bijdrage ontwikkeling ketensamenwerking - Bijdrage bedrijfsvoering

1.664 20 48

20 48

10 24

1.664 50 120

Totaal

1.732

68

34

1.834

3.5 Wat mag het kosten? De inzet binnen het programma Werk en Participatie wordt zowel gefinancierd vanuit de reguliere exploitatiebegroting (qua personele inzet) als vanuit de algemene uitkering cluster Participatie. De bijdrage van de gemeente is van oudsher gebaseerd op het Participatiebudget (re-integratiebudget) dat door het Rijk beschikbaar werd gesteld. Inmiddels is dat, evenals begeleiding nieuw beschut, onderdeel geworden van de algemene uitkering van gemeenten. Dat maakt dat de middelen voor reintegratie niet meer te herleiden zijn. Het Werkplein gaat in de begroting voortaan uit van wat nodig is voor de re-integratie en ontwikkeling van de inwoners.

16

Programma Werk & Participatie

Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

1.274.867

1.274.867

1.274.867

-

961.616

961.616

961.616

-

Mutaties

Bijdrage aan bedrijfsvoering: Werkpunt Ontwi kkel i ng Inzet instrumenten: Di a gnos tis che tool en ma tchca re Szeebra

132.492

136.120

135.000

-1.120

1.158.061

950.000

1.100.000

150.000

Ontwi kkel tra jecten WVS

629.128

897.881

960.000

62.119

Kos ten s a menwerki ng WVS en ISD

177.962

68.000

68.000

-

7.974

8.000

7.000

-1.000

1.872.524

1.839.447

2.056.600

217.153

452.000

452.000

Indi vi duel e tra jecten/Ma a twerk

Pra ktijkerva ri ngs pl ekpol i s Bes chut werken Bes chut werk pl a a ts en boven taa ks tel l i ng Bes chut werken rei s kos ten

66.927

72.350

72.350

-

Jobcoa chi ng

261.112

250.000

300.000

50.000

Loonwa a rdemetingen

116.076

150.000

140.000

-10.000

Intens i veri ng na zorg

16.408

94.830

94.830

458.085 7.133.231

264.000 6.967.110

50.000 7.672.263

Project bes tands beheers i ng Totaal lasten

-214.000 705.153

Ba ten Onttrekki ng bes temmi ngs res erve bes tands beheers i ng Totaal baten

113.147 113.147

-

-

-

-

-

-

7.020.084

6.967.110

7.672.263

705.153

Etten-Leur

1.081.954

1.079.205

1.188.434

109.229

Ha l derberge

776.260

771.956

850.087

78.131

Moerdi jk

643.803

647.245

712.753

65.508

3.583.239

3.539.989

3.898.277

358.288

727.860

717.612

790.243

72.631

206.968 7.020.084

211.103 6.967.110

232.470 7.672.263

21.367 705.153

Saldo van lasten en baten Bi jdra gen gemeenten

Roos enda a l Rucphen Zundert Totaal bijdragen gemeenten

3.6 Analyse begroting 2026 t.o.v. begroting 2025 De begroting is gebaseerd op staand beleid en met de huidige inzichten en kaders opgesteld. Omdat er sprake is van een begroting die gebaseerd is op het werkprogramma 2025 kunnen er nog de nodige zaken veranderen.

Werkpunt en Ontwikkeling Het betreft hier personeelslasten, zowel inhuur als in loondienst voor de inzet van het werkgeversservicepunt en klantmanagers. Dit bedrag wordt jaarlijks gelijk gehouden.

Individuele trajecten/maatwerk Deze kosten zijn de laatste jaren gestegen. We verwachten dat dit een blijvende ontwikkeling is. Door blijvende inzet zetten meer inwoners stappen in hun ontwikkeling. Hier zijn kosten voor trajecten aan gekoppeld. Door de complexere doelgroep en de actievere inzet op deze groep inwoners kopen we veelal duurdere trajecten in. Daarnaast nemen door de toename van het aantal inburgeraars de kosten voor de buspassen voor statushouders toe. Evenals de inzet voor participatietrajecten voor inburgeraars.

Ontwikkeltrajecten WVS 17

Binnen de ketensamenwerking is afgestemd dat er 380 ontwikkeltrajecten worden ingezet bij WVS. Daarvan zijn 255 trajecten voor rekening van het Werkplein. Deze aantallen zijn puur rekenkundig voor de begroting. We leggen de focus op kwaliteit in plaats van kwantiteit. De extra kosten ten opzichte van de begroting 2025 betreft indexatie.

Beschut werk In de kaderbrief 2026 gaan we uit van een taakstelling van 182 voor de zes gemeenten gezamenlijk in 2026. Dit is een aanname op basis van de rijkstaakstelling van 2025. De kosten die hier zijn opgenomen betreft de begeleidingsvergoeding a € 11.300 per plaatsing. Deze hogere kosten vanwege hogere aantallen en een hoger tarief worden door het rijk gecompenseerd.

Beschut werk plaatsen boven taakstelling We gaan in 2026 uit van 40 plaatsingen boven de taakstelling. De begeleidingsvergoeding van € 11.300 per plaatsing komen ten laste van de gemeenten zelf. Uiteraard is dit een bewuste keuze van gemeenten om meer inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt te laten particperen middels werk.

Beschut werk reiskosten Een verhoging van de reiskosten is een logisch gevolg van de stijging van het aantal beschut werkplekken.

Jobcoaching Ten opzichte van de jaarrekening 2024 zijn de kosten hoger begroot. Het aantal plaatsingen van inwoners met een indicatie Banenafspraak blijft toenemen. Mede door een actievere inzet op de garantiebanen verwachten we een hoger aantal plaatsingen en daarmee dat het instrument jobcoaching vaker wordt ingezet in 2026.

Loonwaardemetingen Onder deze post vallen de loonwaardemetingen die WVS en UWV uitvoert ten behoeve van de doelgroep indicatie Banenafspraak.

Intensivering nazorg Met het oog op intensivering van de plaatsingen Banenafspraak is structureel 1 fte nazorg in de begroting opgenomen. Met nazorg willen we bereiken dat de plaatsingen bij werkgevers duurzamer worden.

Project bestandsbeheersing In 2026 is het project bestandsbeheersing volledig afgesloten. Met de resterende middelen blijft er de mogelijkheid om extra bij te sturen op bestandsbeheersing.

18

4. Programma inkomen

4.1 Inleiding Het verstrekken van uitkeringen is het grootste onderdeel van de begroting van het Werkplein. Als mensen zich melden met een vraagstuk op het gebied van inkomen, dan zien we steeds meer de bredere problemen die iemand heeft. Hiervoor zoeken we de bredere samenwerking op in het sociale domein.

4.2 Wat gaan we doen in 2026? In deze begroting gaan we uit van de resultaatafspraken die het Werkplein en gemeenten gemaakt hebben in het werkprogramma 2025. De resultaatafspraken voor 2026 zullen eind 2025 vastgesteld worden. Aan de hand van de strategische doelstellingen gaan we in op de indicatoren en inspanningen. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Meer inwoners zijn zelfredzaam; Meer inwoners krijgen passende ondersteuning; Minder inwoners leven in armoede; We werken meer samen in het sociaal domein; Werkgevers benutten beter de talenten en kwaliteiten van inwoners. Meer inburgeraars doen mee naar vermogen.

Voor de overzichtelijkheid gaan we per programma in op de strategische doelstellingen waarvoor het programma de grootste bijdrage levert. In de praktijk zien we dat we vanuit elk programma inspanningen leveren die aan elke doelstelling bijdragen.

4.2.1 Meer inwoners zijn zelfredzaam Wij verstrekken uitkeringen Veruit het grootste deel van onze begroting wordt gebruikt voor het betalen van uitkeringen. Dit doen wij op tijd en rechtmatig waardoor kwetsbare inwoners in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Een groot deel van de medewerkers houdt zich bezig met het toekennen, wijzigen en betalen van deze uitkeringen. In 2026 treedt naar verwachting de Participatiewet in Balans in werking. Dit gaat gevolgen hebben voor de manier waarop wij uitkeringen verstrekken. Zo veranderen de vrijlatingen voor inwoners die werken, ontstaat er de mogelijkheid tot een bufferbudget en wijzigt de manier waarop wij inkomsten verrekenen met de uitkering.

4.3 Wat mag het kosten? Onze inzet binnen het programma Inkomen wordt zowel gefinancierd vanuit de reguliere exploitatiebegroting (qua personele inzet) als vanuit de BUIG-middelen. Deze laatste kosten worden 1-op-1 op klantniveau verrekend met de gemeenten waarvoor deze kosten gemaakt worden c.q. wiens inwoners het betreffen.

19

Programma inkomen

Jaarrekening 2024

Lasten Pwet BBZ BBZ (declarabel) IOAW IOAZ Onderzoekskosten Invorderings- en externe controlekst Externe controlekosten Loonkostensubsidie Studietoeslag Totaal lasten Baten Baten debiteuren Buig Baten deb Iaow/Iaoz Baten debiteuren BBZ Baten deb BBZ (declarabel) Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal bijdragen gemeenten

Begroting 2025

Begroting 2026

Mutaties

70.365.377 188.974 0 3.022.049 316.593 63.403 14.250 157.841 4.849.161 201.883 79.179.531

70.729.506 350.000 0 2.808.766 291.234 100.000 25.000 200.000 4.689.005 191.853 79.385.364

78.930.812 140.000 0 2.137.469 282.618 75.000 25.000 200.000 5.805.473 231.374 87.827.746

8.201.306 -210.000 0 -671.297 -8.616 -25.000 0 0 1.116.468 39.521 8.442.382

926.385 22.797 40.907 39.712 1.029.802 78.149.729

1.060.943 25.000 25.000 25.000 1.135.943 78.249.422

1.112.924 25.000 0 25.000 1.162.924 86.664.822

51.982 0 -25.000 0 26.982 8.415.400

13.874.810 8.916.189 10.097.375 34.675.774 6.404.941 4.180.640 78.149.729

14.046.219 8.840.947 9.989.455 35.043.166 6.405.962 3.923.672 78.249.422

15.044.787 9.564.129 10.701.396 39.973.252 6.894.864 4.486.393 86.664.822

998.568 723.183 711.941 4.930.086 488.901 562.721 8.415.400

Tabel: Geraamde kosten voor Inkomen 2026

4.4 Analyse begroting 2026 t.o.v. jaarrekening 2024 Voor de begroting voor 2026 wordt uitgegaan van de werkelijke Buig-uitgaven over 2024 gecorrigeerd met de verwachtingen van de prijsontwikkeling van het BBP en de raming van het CPB.

Participatiewet In het afgelopen jaar hebben we een stijging in het uitkeringsbestand gezien. Op basis van de prognose van het CPB verwachten we een gelijkblijvend bestand over 2025 en 2026. Vanaf 2027 wordt jaarlijks een daling verwacht van -1,4% tot en met 2029. De uitkeringslasten stijgen doordat het minimumloon en de daaraan gekoppelde uitkeringen worden geïndexeerd. Belangrijke kanttekening is, dat in deze raming rekening is gehouden met dalende uitgaven door een beperking van de asielinstroom. Zij geven in hun toelichting ook aan dat deze daling met grote onzekerheid is omgeven.

IOAW De IOAW laat de afgelopen jaren een dalende lijn zijn. De verwachting is dat dit ook in 2025 door zal zetten. De instroom in de IOAW neemt af door de specifieke doelgroep die voor deze regeling in aanmerking komt. Het gaat om inwoners die voor 1 januari 1965 geboren zijn, tussen hun 50e en 60e 20

werkloos zijn geworden de volledige WW hebben doorlopen. Een deel van deze doelgroep gaat inmiddels met pensioen en de instroom neemt af.

BBZ De BBZ laat sinds 2022 een daling zien. Na de coronapandemie en de daarbij behorende steunmaatregelen, was er een stijgende lijn verwacht. Toch zien we de laatste jaren juist dalende uitgaven. Op het moment dat de economische situatie verslechtert, zou deze post weer kunnen stijgen. Het blijft een relatief kleine post die moeilijk te begroten is.

Loonkostensubsidie Dit is een post die jaarlijks stijgt door de taakstelling beschut werk en de garantiebanen. Door die twee vormen van werk komen er jaarlijks mensen bij die loonkostensubsidie ontvangen. Het is de verwachting dat dit de komende jaren alleen maar toe zal nemen en dat de uitgaven dus ook zullen stijgen. Dat is op zichzelf een positieve ontwikkeling omdat hierdoor mensen aan het werk gaan. De kosten van loonkostensubsidie worden door het Rijk volledig vergoed.

Werkplein

2025

2026

2027

2028

2029

Doelstelling plaatsingen beschut werk

171

182

195

206

217

11

13

11

11

Beschut werk toename per jaar. Plaatsingen beschut boven taakstelling

40

40

40

40

40

Doelstelling plaatsing garantiebanen

80

80

80

80

80

Analyse begroting 2026 t.o.v. begroting 2025 De begroting 2026 is gebaseerd op de cijfers van 2024. De stijging van het aantal bijstandsgerechtigden in 2024 is dus verwerkt in de begroting. In de begroting van 2025 is geen rekening gehouden met de stijging van de bijstandsgerechtigden die in 2024 heeft plaatsgevonden. Daarnaast zien we een grotere stijging in de loonkostensubsidie dan waarmee we in de begroting 2025 rekening hebben gehouden. In de begrotingswijziging van 2025 zullen we deze bedragen wijzigen.

21

5. Programma inkomensondersteuning

5.1 Inleiding Om onze inwoners te kunnen laten groeien in hun ontwikkeling en mee te laten doen in de maatschappij is het bieden van bestaanszekerheid door inkomensondersteuning heel belangrijk. Zeker gezien de sterk gestegen inflatie en hoge kosten van levensonderhoud (energie, boodschappen, uitstapjes e.d.). Het Centraal Planbureau (CPB) schetst in recente publicaties het volgende beeld voor 2026: 1. Centraal Economisch Plan 2025 d.d. 26-2-2025: • de werkloosheid loopt in 2026 op naar 4,0% van de beroepsbevolking (in 2024: 3,7%), • het aantal WW-uitkeringen stijgt naar 170.000 (in 2024: 143.000), • het aantal WIA- Wajong en WAO-uitkeringen stijgt naar 845.000 (in 2024: 821.000), • in 2025 en 2026 daalt de armoede onder personen en kinderen licht, als gevolg van de positieve reële loonontwikkeling, lastenverlichting en stijging van het kindgebonden budget en de huurtoeslag. De armoede ten opzichte van eerdere ramingen ligt op een lager niveau. Deze niveausprong is een gevolg van de overstap op de nieuwe armoededefinitie van het CBS, SCP en Nibud. Het aantal personen onder de armoedegrens wordt in 2026 geraamd op 2,9% (2024: 3,5%). Verwacht wordt dat het aantal kinderen in armoede in 2026 eveneens daalt naar 2,9% (in 2024: 3,4%). 2. De armoede-intensiteit: een raming van de diepte van armoede: 2018 - 2026 d.d.

11-3-2025: • begrip armoede-intensiteit: verschil tussen het besteedbaar inkomen en de armoedegrens. De intensiteit geeft daarmee een beeld van de diepte van armoede. • beeld: aantal personen en kinderen in armoede in Nederland neemt sinds 2018 af maar het aantal mensen met een inkomen van minder dan 30% onder de armoedegrens is de afgelopen jaren hetzelfde gebleven. Daardoor loopt de doorsnee armoede-intensiteit op.

CPB: tussen 2021 en 2026 neemt armoede vooral af onder mensen met relatief lage armoede-intensiteit

22

Onderstaande figuur laat voor een aantal huishoudsamenstellingen zien wat deze (procentuele) tekorten in euro’s per maand zijn voor 2025.

Bron CPB: Bedragen per maand voor verschillende armoede-intensiteiten in 2025.

• beeld: verdeling armoede-intensiteit hangt samen met belangrijkste inkomensbron van het huishouden. Groep mensen die dieper in de armoede zit, bestaat vaak uit huishoudens met inkomen uit werk (loon of zelfstandig). Mensen in armoede met een uitkering hebben vaak een relatief lage intensiteit. Groot deel van de huishoudens met bijstand heeft armoede-intensiteit onder de 5%. Huishoudens met pensioeninkomen als belangrijkste inkomensbron zijn relatief gezien even sterk vertegenwoordigd in alle groepen van de armoede-intensiteit

CPB: armoede-intensiteit in 2026 uitgesplitst naar de belangrijkste inkomensbron van het huishouden.

• beeld: er leven dus minder mensen in armoede, maar de overblijvende groep komt gemiddeld meer tekort. 3. Onderzoek “Onbenut recht” d.d. 6-3-2025: Betreft onderzoek naar het niet-gebruik van de: huurtoeslag, zorgtoeslag en het kindgebonden budget in de jaren 2018 tot en met 2021. Het blijkt dat in 2021 ruim 1 miljard euro aan huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget niet is aangevraagd, terwijl er wel recht op was. Conclusies: • m.n. onder zelfstandigen en gepensioneerden is het niet gebruik van deze toeslagen relatief hoog is, 23

• bijstandsgerechtigden bij alle toeslagen een zeer laag niet-gebruik hebben. • voor alle toeslagen geldt dat het aantal huishoudens dat de toeslag niet alsnog aanvraagt snel afneemt naarmate zij langer niet-gebruiker zijn. Werkplein-ontwikkelingen die op termijn effect op dit programma zullen hebben zijn: • • •

het nieuwe Werkplein waarbij de inwoner/het gezin centraal staat, de doorontwikkeling van het sociaal domein incl. integrale klantbenadering, de ambities in het Werkprogramma 2025: “Minder inwoners leven in armoede”, inzet op maximaal gebruik van maatregelen inkomensondersteuning en inzet van het instrument Voorzieningenwijzer.

De historische ontwikkeling van het aantal verstrekte minimaregelingen en de gemaakte uitkeringskosten in de afgelopen jaren vormen de basis voor de begroting 2026 van het programma inkomensondersteuning.

Weergave bijzondere bijstand en overig minimabeleid is op gezinsniveau.

24

5.2 Wat gaan we doen in 2026? In deze begroting gaan we uit van de resultaatafspraken die het Werkplein en gemeenten gemaakt hebben in het werkprogramma 2025. De resultaatafspraken voor 2026 zullen eind 2025 vastgesteld worden. Aan de hand van de strategische doelstellingen gaan we in op de indicatoren en inspanningen. • • • • • •

Meer inwoners zijn zelfredzaam; Meer inwoners krijgen passende ondersteuning; Minder inwoners leven in armoede; We werken meer samen in het sociaal domein; Werkgevers benutten beter de talenten en kwaliteiten van inwoners; Meer inburgeraars doen mee naar vermogen.

Voor de overzichtelijkheid gaan we per programma in op de strategische doelstellingen waarvoor het programma de grootste bijdrage levert. In de praktijk zien we dat we vanuit elk programma inspanningen leveren die aan elke doelstelling bijdragen.

5.2.1 Minder inwoners leven in armoede In het programma inkomensondersteuning dragen we vooral bij aan de doelstelling dat minder inwoners in armoede leven. Dit doen we door de uitvoering van de: lokale minimaregelingen, bijzondere bijstand (incl. individuele inkomenstoeslag en collectieve zorgverzekering voor minima) en de inzet van het instrument Voorzieningenwijzer. Vergroten gebruik armoede -en minimaregelingen In § 5.1 Inleiding is aandacht besteed aan de CPB-onderzoeken: “Armoede-intensiteit” en “Onbenut recht”. Hieruit blijkt dat: • de afgelopen jaren het aantal mensen in armoede is afgenomen, maar dat de overblijvende groep gemiddeld meer tekort komt. • vooral huishoudens met inkomen: uit werk (loon of zelfstandig) en gepensioneerden behoren tot de groep met een hoge armoede-intensiteit en deze groepen ook het vaakst hun recht op landelijke toeslagen niet benutten. • een groot deel van de bijstandsgerechtigden een armoede-intensiteit onder de 5% heeft en ook het niet-gebruik van toeslagen bij deze groep zeer laag is. 25

Zoals bekend spannen gemeenten en Werkplein zich al jaren gezamenlijk in om het gebruik van landelijke -en lokale armoede -en minimaregelingen te vergroten. Streven is om de groep huishoudens die in armoede leeft te laten dalen. De focus lag tot nu toe vooral op de groep huishoudens die bij de gemeenten en het Werkplein in beeld waren. Nu uit de recente CPB-onderzoeken blijkt dat vooral huishoudens met inkomen uit loon of als zelfstandige en gepensioneerden behoren tot de groep met een hoge armoede-intensiteit, roept dat de vraag op of we de focus niet moeten verleggen. Gemeenten en Werkplein moeten hier gezamenlijk een standpunt over innemen. Op landelijk niveau is men er intussen ook van doordrongen dat er op dit vlak verbeteringen nodig zijn. Met het concept wetsvoorstel “Pro-actieve dienstverlening” wat op 14-2-2025 voor advies naar de Raad van State is gestuurd wil het kabinet een wettelijke basis creëren om gegevensdeling mogelijk te maken tussen UWV, SVB en gemeenten. Zo kunnen meer mensen actief benaderd worden om hen te wijzen op uitkeringen en andere (sociale) voorzieningen waar zij recht op hebben. Het zal uiteraard nog wel geruime tijd duren voordat dit wetsvoorstel in werking treedt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/616/documents/72839