Bijlage 4b VRMBW Jaarstukken 2023 Veiligheidsregio Midden - en west Brabant.pdf
Tekst van het document
Binnen de VRMWB wordt gebruik gemaakt van Simpled Cards als vervanging van de contante kassen. Sommige medewerkers hebben beschikking over een pas met beperkte mogelijkheden tot betaling, voor de aanschaf van kleine benodigdheden voor een kazerne of afdeling. Het ontbrak aan een afdoende verantwoording van de tegoeden van deze kaarten. Dit is geanalyseerd en waar nodig gecorrigeerd in de financiële administratie. Er heeft geen correctie plaatsgevonden in 2023 waardoor de liquide middelen in de jaarrekening € 9.600 hoger vermeld staan dan in werkelijkheid. Er zijn verbeteringen in het proces aangebracht om de controles en verantwoording van deze middelen beter te laten verlopen in de toekomst.
-
De kasgeldlimiet stelt grenzen aan de omvang van de financiering door middel van kort vermogen (looptijd korter dan 1 jaar). Voor gemeenschappelijke regelingen is de kasgeldlimiet vastgesteld op 8,2% van de lasten van de jaarbegroting. Dit betekent dat de kasgeldlimiet voor 2023 is gesteld op € 8,4 miljoen (8,2% van € 102,9 miljoen). Er heeft in 2023 een overschrijding van de kasgeldlimiet in 1 kwartaal plaatsgevonden doordat de liquiditeitsprognose niet actueel was. Als de gemiddelde liquiditeitspositie van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet overschrijdt, dan dient de betrokken decentrale overheid de drie kwartaalrapportages toe te zenden aan de toezichthouder, met daarbij een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet. Hier is nog geen sprake van, omdat het 1 kwartaal betreft en de liquiditeitsprognose weer wordt uitgevoerd.
Misbruik en oneigenlijk gebruik Het voorkomen van onrechtmatig handelen en fraude heeft binnen de organisatie de aandacht. In de processen zijn beheersmaatregelen genomen om frauderisico’s te beperken. Om Misbruik en oneigenlijk gebruik vast te kunnen stellen is in 2023 de frauderisicoanalyse uitgevoerd. Deze analyse vormt een inventarisatie van mogelijke fraudes die binnen een organisatie kunnen voorkomen. Deze risico’s zijn niet gebaseerd op verdenkingen of waargenomen fraudes, maar gebaseerd op een analyse van de processen die binnen een organisatie plaatsvinden. Voor de risico’s wordt een inschatting gemaakt van de kans en impact. Hierbij wordt rekening gehouden met de continuïteit en het imago van de organisatie, bestuurlijke afbreuk, juridische aansprakelijkheid en personele en financiële consequenties. In 2023 zijn daar 32 risico’s in opgenomen. Dit betreffen zowel interne als externe risico’s. Ook is in 2023 het M&O beleid opgesteld en vastgesteld door het AB. Het bestaan van maatregelen inzake M&O is divers, variërend van (niet limitatief) het vastleggen van procedures op betalingen bij aanbestedingen, antecedentenonderzoeken bij aannames van personeel tot bewustwordingstrainingen op het gebied van informatieveiligheid. Ook plausabiliteitscontroles op het brandstofgebruik of regelmatige audits op systemen zijn voorbeelden van genomen maatregelen.
In 2023 zijn controles gedaan op feitelijke naleving van de genomen maatregelen. Bij de uitgevoerde controles door middel van de ICP-en en de plausabiliteitscontrole is geconstateerd dan deze werken. In 2024 voeren wij een uitgebreidere frauderisico analyse uit en delen wij de uitkomsten met het bestuur.
VRMWB | Jaarstukken 2023
49
SiSa-verantwoording - In 2023 zijn 2 regelingen opgenomen in de SiSa-verantwoording in de jaarrekening. Deze regelingen zijn nader geanalyseerd door middel van een intern controleplan (ICP) door afdeling concerncontrol. - De BDUR ontvangsten zijn aangesloten met de verantwoorde opbrengsten. Hierbij is gecontroleerd of er een aansluiting is met de beschikkingen die zijn ontvangen vanuit het Rijk. Hierbij is geconstateerd dat de ontvangsten en opbrengsten juist en volledig zijn verwerkt. Voor de regeling bekostiging ontheemden Oekraïne is een uitgebreid ICP opgesteld. Hierbij is een beoordeling gemaakt van zowel de eigen kosten (VRMWB) als de kosten die vanuit de gemeenten zijn gedeclareerd. Naast de administratieve verantwoording van de regeling heeft ook een inhoudelijke beoordeling van de lasten plaatsgevonden. Diverse categorieën van de lasten zijn inhoudelijke beoordeeld, of de lasten passen binnen de kaders van de regeling. Er zijn geen lasten aangetroffen die niet voor declaratie in aanmerking komen. Tevens is de vordering die door deze regeling is ontstaan op het Ministerie van J&V beoordeeld en akkoord bevonden. Evaluatie van de kwaliteit van de interne beheersing In 2023 hebben we extra aandacht voor de interne beheersing in het kader van de komst van de rechtmatigheidsverantwoording en heeft de afdeling Concerncontrol de interne controle programma’s herzien.
Daarnaast ziet zij toe op de uitvoering van het interne controle plan en bewaakt zij de voortgang van het opvolgen van de aanbevelingen vanuit de interne controle en de managementletter van de accountant. Hieronder wordt een nadere toelichting gegeven op de kwaliteit van de interne beheersing en de leer- en verbeterpunten voor de toekomst. 1e lijncontroles De 1e lijncontroles zijn de in de systemen ingebouwde maatregelen en hier kan Concerncontrol op steunen. Om dit te bevestigen worden door de afdeling IT of door derden IT audits uitgevoerd. 2e lijncontroles De Interne controles worden uitgevoerd door de 2e lijn binnen de organisatie, dit betreft de afdelingen die primair verantwoordelijk zijn voor het betreffende proces. In 2023 zijn enkele nieuwe interne controles geïntroduceerd, om een integraal beeld te krijgen van alle financiële processen voor de rechtmatigheidsverantwoording. De frequentie van de interne controles is aangepast van kwartalen naar tertialen (in 2023 van 4 maal naar 3 maal per jaar) en de deadlines voor de oplevering zijn aangepast, zodat deze niet langer samenvallen met de planning- en control producten. De resultaten van de 2e lijncontroles zijn bruikbaar voor de toetsing van de rechtmatigheidsbeoordeling, maar geven nog wel ruimte tot verbetering.
Met name de inhoudelijke beoordeling van sommige onderdelen van de interne controles en de opvolging van geconstateerde fouten of onduidelijkheden dient te verbeteren. De verbetering is noodzakelijk, zodat beheersing van de processen wordt verbeterd en Concerncontrol kan steunen op de uitkomsten van de interne controles en de constateringen kan gebruiken voor het bewaken van de voortgang en het opstellen van de rechtmatigheidsverklaring. 3e lijncontroles Dit zijn de analyses van de uitkomsten uit de 1e en 2e lijnscontroles en de overige controles en Verbijzonderde Controles (VIC) die Concerncontrol zelf uitvoert. Op dit moment kost het de afdeling Concerncontrol veel tijd om controles te analyseren en een oordeel te vormen. Voor 2024 zullen we kijken hoe we hierin verbetering kunnen aanbrengen.
VRMWB | Jaarstukken 2023
50
Verantwoording Functionaris Gegevensbescherming (FG) In 2023 heeft een personele wijziging voor de functie van FG plaatsgevonden. Hierdoor is er niet volledig voldaan aan de jaarplanning voor 2023 op het gebied van privacy. In 2023 zijn de basiswerkzaamheden, zoals het verwerkingsregister, verwerkersovereenkomsten en datalekken wel opgepakt, maar ontwikkelingen hebben stil gestaan. Sinds 1 januari 2024 is er een nieuwe FG in dienst, die nieuwe ontwikkelingen ook weer opgepakt. In 2023 is een onderzoek gedaan naar het gebruik, opslag en verwerken van beelden. Het gaat hier om beelden van o.a. bodycams, socialmedia posts van de brandweervloggers. In deze opdracht is er overzicht verkregen over waar welke beelden verwerkt worden. Uit deze opdracht vloeit een aantal werkzaamheden voort zoals het uitvoeren van risicoanalyses (DPIA’s: Data Protection Impact Assesment), het opstellen van een privacyverklaring en het inregelen van het bewaren van verschillend beeldmateriaal. In 2023 is doorgepakt met bewustwording door het aanbieden van e-learnings aan alle medewerkers. In 2024 wordt het privacybeleid in samenhang met het informatiebeveiligingsbeleid geactualiseerd. Daarnaast wordt het privacybeleid voor medewerkers opgesteld. Focus wordt gelegd op het integreren van privacy in de werkprocessen van de organisatie.
De aandachtspunten waarop de FG toezicht houdt zijn het gebruik van beelden, het verwerkingsregister en de verantwoordingsplicht van de veiligheidsregio. Verder adviseert de FG actief rondom nieuwe ontwikkelingen, zoals de inzet van Artificial Intelligence (AI). Ook wordt gekeken naar de uitvoerende privacy taken en of deze duidelijk belegd zijn, om continuïteit te waarborgen. Rechten van betrokkenen
Aantal 1
Soort verzoek Recht op inzage
Opmerkingen
Overzicht Datalekken
Aantal 2
3.2
Gemeld AP 2
Gemeld betrokkenen 0
Wet open overheid (Woo)
De Wet open overheid, in werking getreden per 1 mei 2022, heeft als doel om overheden transpanter te maken. Om te voldoen aan deze wet willen we de vereiste acties en maatregelen treffen en is in 2023 gestart met de uitvoering van het implementatieplan. De manier waarop dit gebeurt is in 2022 bestuurlijk vastgesteld. De inrichting van het digitaal loket voor het indienen van Woo-verzoeken is gerealiseerd. Dit digitale loket is vanaf 1 mei 2022 beschikbaar via onze website. Vanaf dat moment worden elektronische Woo-verzoeken via dit loket afgehandeld. In 2023 zijn de werkprocessen voor het afhandelen van Woo-verzoeken verder geoptimaliseerd. Denk hierbij aan anonimiseren en het verbeteren van de doorzoekbaarheid van informatiesystemen. Er lag een bestuurlijk vastgesteld plan van aanpak voor actieve openbaarmaking. De insteek was om alle overheidspublicaties via een landelijk gestandaardiseerd platform voor het publiceren (Platform Open
VRMWB | Jaarstukken 2023
51
Overheid Informatie PLOOI) te standaardiseren. Eind 2022 is de huidige vorm van PLOOI definitief stopgezet door de minister van BZK. We gaan daarom onze eigen publicatieomgeving inregelen. We doen dit via onze website. De actieve publicatieplicht dient te worden vormgegeven in elf informatiecategorieën waarbinnen diverse document(typ)en in de periode 2022-2027 fasegewijs gepubliceerd moeten worden. We publiceren wet- en regelgeving via de Decentrale Regelgeving Officiële Publicaties (DROP). We publiceren ook de verplichte documenten op onze website (organisatie-en bereikbaarheidsgegevens, AB-stukken, jaarverslagen). In 2024 optimaliseren we de vindbaarheid en digitale toegankelijkheid van deze stukken en voegen we nieuwe informatiecategorieën toe.
3.3
Financiering
Artikel 212 van de Gemeentewet schrijft voor dat de uitgangspunten voor het financiële beleid, het financiële beheer en inrichting van de financiële organisatie moeten worden vastgesteld. Daarom is de financiële verordening vastgesteld. Hierin is bepaald dat het Dagelijks Bestuur in ieder geval verslag doet van de volgende onderdelen: a. De kasgeldlimiet b. De renterisiconorm c. De huidige liquiditeitspositie d. De liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte e. De rentevisie f. De rentekosten en -opbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie g. Renteschema 2023 h. EMU Saldo De overheid stelt in de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) specifieke regels ten aanzien van de structuur van de leningen van de decentrale overheid, om zo de gevoeligheid voor rentefluctuaties te beperken. Daarom wordt een kasgeldlimiet en een renterisiconorm gehanteerd. a. De kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt grenzen aan de omvang van de financiering door middel van kort vermogen (looptijd korter dan 1 jaar). Voor gemeenschappelijke regelingen is de kasgeldlimiet vastgesteld op 8,2% van de lasten van de jaarbegroting. Dit betekent dat de kasgeldlimiet voor 2023 is gesteld op € 8,4 miljoen (8,2% van € 102,9 miljoen). Conform de wet FIDO moet aan Gedeputeerde Staten gerapporteerd worden als de kasgeldlimiet op twee opeenvolgende kwartalen wordt overschreden.
Er heeft in 2023 een overschrijding van de kasgeldlimiet in 1 kwartaal plaatsgevonden. b. De renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel om de renterisico’s op de langlopende schulden (langer dan 1 jaar) te beheersen, door grenzen te stellen aan de spreiding van looptijden van de leningenportefeuille. Dit is een indicator van het gedeelte van de langlopende schulden dat maximaal aan renteherziening en/of herfinanciering onderhevig mag zijn. Voor de gemeenschappelijke regeling is de renterisiconorm wettelijk gesteld op 20% van de lasten van de jaarbegroting, met een minimumbedrag van € 2,5 miljoen. Voor ons betekent dit dat de renterisiconorm voor 2023 € 20,6 miljoen bedraagt (20% van € 102,9 miljoen).
VRMWB | Jaarstukken 2023
52
Bedragen x € 1.000)
Realisatie 2022
Realisatie 2023
Renteherzieningen (1) Betaalde aflossingen (2) Renterisico (1 + 2)
€ € €
9.766 9.766
€ € €
3.880 3.880
Renterisiconorm (20%)
€
17.245
€
20.579
Ruimte renterisiconorm
€
7.479
€
16.699
In 2023 heeft geen herziening plaatsgevonden van de rentepercentages van onze leningen. De leningenportefeuille bestaat uit een 9-tal leningen met een vast rentepercentage. De totale omvang van de leningenportefeuille bedraagt € 29,6 miljoen per ultimo 2023. Op basis van de leningenportefeuille is bovenstaand overzicht samengesteld voor de renterisiconorm. c. De huidige liquiditeitspositie De omvang van de vrij ter beschikking staande liquide middelen, inclusief middelen schatkist bankieren, is in 2023 afgenomen van € 5,4 miljoen per 1/1/2023 naar € 1,5 miljoen per 31/12/2023. Eind 2023 zijn er meerdere kasgeldleningen aangetrokken. Begin 2024 wordt tijdelijk gebruik gemaakt van aangetrokken langlopend geld om het kortlopend geld te financieren. In de loop van 2024 wordt dit rechtgetrokken, zodat het langlopend geld ook gebruikt wordt voor de investeringen. d. De liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte We hanteren een liquiditeitsplanning op basis van de investeringsplanning, aflossingsschema’s van de leningen en de meerjarenbegroting. Hierdoor kan de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de middellange termijn worden bepaald. e. De rentevisie We hebben geen eigen beleid ontwikkeld op het gebied van renteontwikkelingen en volgen de huisbankier op het gebied van rentevisie. f.
De rentekosten en opbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie Lagere overheden zijn sinds eind 2013 verplicht om hun liquide middelen en beleggingen aan te houden in de schatkist van het Ministerie van Financiën. We houden de rekening-courant tegoeden en deposito’s aan bij het Ministerie van Financiën. Over het saldo wordt op dit moment 3,9% rente vergoed. De rentekosten van de langlopende leningen die onder onze leningenportefeuille vallen, bedragen over 2023 € 572.272. De rentekosten van de kasgeldleningen bedragen € 71.201. De rentebaten van € 370.842 betreffen de ontvangen rente op r/c schatkistbankieren. g. Renteschema
VRMWB | Jaarstukken 2023
53
Renteschema 2023 A B
De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten
€ 643.473 € 370.842
-/€ 272.631
C1 De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend C2 De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend C3 De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
€
-
-/-
€
-
-/-
€
- +/+
€
-
D1 Rente over eigen vermogen D2 Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
€ €
- +/+ - +/+
E
€
-
€
-
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
€ 272.631 -/-
Renteresultaat op het taakveld Treasury
€
-
h. EMU-saldo 2023 Het EMU-saldo is het verschil tussen de inkomsten en uitgaven van de overheid. Door overheidsorganisaties wordt jaarlijks gerapporteerd over dit saldo. Omschrijving (bedragen x 1.000) 2022
2023
1.
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
€
287
€
252
2.
Mutatie (im)materiële vaste activa
€
1.353
€
2.404
3.
Mutatie voorzieningen
€
887
€
726
4.
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
€
-
€
-
5.
Boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa
€
472
€
46
€
-650
€
-1.472
Berekend EMU-saldo
De toename van de materiële vaste activa in 2023 zorgt ervoor dat het EMU-saldo over 2023 negatief is, dit ondanks het positieve exploitatiesaldo.
3.4
Onderhoud kapitaalgoederen en investeringen
In artikel 12 van het BBV wordt aangegeven wat de beleidskaders zijn voor het onderhoud van de kapitaalgoederen, de hieruit voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van deze consequenties in de begroting. We beschikken over een aanzienlijke omvang kapitaalgoederen. Met het onderhoud van de kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze kapitaalgoederen bestaan voor een groot deel uit voertuigen en materieel.
Gebouwen In 2013 is een besluit genomen over de eigendomsoverdracht van 9 kazernes van 7 gemeenten, per 31 december 2013. Eind 2023 hebben we nog 2 kazernes in eigendom die in 2024 worden terug verkocht. De overige kazernes zijn inmiddels terug overgedragen aan een gemeente. Daarmee berust het eigendom van
VRMWB | Jaarstukken 2023
54
68 kazernes bij de gemeenten. Naast de brandweerkazernes werd tot 1 april 2023 ook gebruik gemaakt van een kantoorpand van de GGD West-Brabant, waarvan een gedeelte werd gehuurd. Voor de kazernes zijn met de gemeenten afspraken gemaakt over het onderhoud van het gebruikersdeel. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van demarcatielijsten en meerjarige onderhoudsplannen (MJOP). Voor het groot onderhoud is een voorziening ingesteld voor het egaliseren van de in de tijd gespreide onderhoudskosten. Voor alle kazernes zijn de MJOP's eind 2022 geactualiseerd, waarna de dotatie en de stand van de voorziening is aangepast. In de toelichting op de balans bij de voorziening is de financiële mutatie toegelicht. Materiaal, materieel en voertuigen We beschikken over een grote vloot aan voertuigen. Bij aanbesteding van deze voertuigen zijn onderhoudscontracten afgesloten. Het onderhoud van de voertuigen vindt plaats in eigen beheer. Ook worden de bepakkingswerkzaamheden grotendeels in eigen beheer uitgevoerd. Er is geen voorziening groot onderhoud ingesteld voor materieel, aangezien daar geen noodzaak toe is. De afgesloten contracten gelden als normering. Er is momenteel geen sprake van achterstallig onderhoud binnen onze vloot. Naast normeringen op materieel zijn er ook normeringen op materiaal. Voertuigen en bepakking (bedragen x 1.000)
Begroting primitief 2023
Begroting na wijziging 2023
Realisatie 2023 Saldo begroting -/realisatie
Voertuigen Planmatig onderhoud Correctief onderhoud Brandstof Verzekeringen Schades Overig Totaal voertuigen
€ € € € € € €
486 324 604 281 110 99 1.904
€ € € € € € €
486 324 604 281 110 99 1.904
€ € € € € € €
583 685 654 219 138 3 2.282
€ € € € € € €
-98 -361 -50 62 -28 96 -379
Bepakking Planmatig onderhoud Correctief onderhoud Overig Totaal bepakking
€ € € €
132 147 279
€ € € €
132 147 279
€ € € €
102 208 13 323
€ € € €
30 -61 -13 -44
Totaal
€
2.183
€
2.183
€
2.605
€
-423
De voertuigen zijn WA-verzekerd. Schades aan voertuigen zijn voor eigen rekening. Het saldo begroting -/realisatie is in paragraaf 4.6 Overzicht lasten en baten: verschillenanalyse onder brandstof en energie en materiële kosten nader toegelicht. Financiële consequenties investeringen De egalisatiereserve kapitaallasten is bij de resultaatbestemming 2022 opgeheven conform bestuursbesluit AB 2022.0 2.09/3.5. Door het opheffen van de egalisatiereserve vertalen toekomstige afwijkingen op het investeringsplan zich direct in een wijziging van de gemeentelijke bijdragen. De investeringen zijn opgenomen in een meerjarig investeringsplan. Dit plan geeft de voorgenomen investeringen weer voor de lange termijn. Jaarlijks wordt het meerjarig investeringsplan geactualiseerd waarbij de nadruk ligt op de eerstvolgende jaren. Zo kan gewerkt worden met een planning die up-to-date is en voldoende informatie biedt voor de begroting en de uitvoering door de dienstonderdelen. Het meerjarig investeringsplan geeft ook input voor onze financieringsbehoefte. Alle investeringen in
VRMWB | Jaarstukken 2023
55
onderstaande overzichten betreffen investeringen met een economisch nut. We hebben geen investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut uitgevoerd. Categorie (bedragen x 1.000)
Begroting primitief 2023
Realisatie 2023 Saldo begroting -/realisatie
Bedrijfsgebouwen Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa
€ €
€
1.550
€
4.265
€
3.769
€
495
Totaal
€
9.391
€
10.782
€
9.713
€
1.069
€
7.136
Begroting na wijziging 2023 € €
461 € 5.199 €
460 € 5.120 €
0 80
705 €
857 €
364 €
494
Gebouwen Gebouwen De investering in logo’s VRMWB voor op het gebouw aan de Tramsingel in Breda is aanzienlijk lager uitgevallen (€ 37.000). Voor laadpalen, een investeringsbedrag van € 65.000, was in 2023 geen begroting opgenomen, wel voor verduurzamen dat onder Verbouwingen valt. Omdat laadpalen een ander soort investering betreft, is dat gecorrigeerd. Deze investeringen passen binnen de totale begroting Bedrijfsgebouwen. Verbouwingen Op verbouwingen is per saldo € 2.000 minder uitgegeven dan begroot. De verbouwing van de kazerne Ossendrecht, een investering van € 26.000 schuift door naar 2024. Vervoermiddelen Voertuigen In 2023 zijn zes tankautospuiten (TS-en) aangeschaft, in totaal € 214.000 lager dan begroot. Dit komt doordat gekozen is om geen nieuwe blusschuimsysteem (One-Seven) meer op de voertuigen te plaatsen. De aanbesteding van twintig elektrische dienstbussen is € 124.000 lager uitgevallen dan was begroot. Echter de aanbesteding voor de aanschaf van 15 elektrische dienstvoertuigen inclusief 2 piketvoertuigen is € 125.000 duurder uitgevallen. Vervanging van een personenauto directie was gekoppeld aan een verkeerde investeringssoort met een langere afschrijvingstermijn (personenauto middel) waardoor vervanging niet in 2023 stond opgenomen. Dit leidt tot een overschrijding van € 47.000.
In de aanschaf van telemetrie voor de voertuigen, een investering van € 92.000 was niet in voorzien in de begroting 2023. Op investeringen in de aanschaf van een elektrische dienstbus t.b.v. de drone, een vrachtauto groot en een elektrische personenauto directie is per saldo € 6.000 minder uitgegeven. Machines, apparaten en installaties Installaties In 2023 is een niet begrote investering in audiovisuele (AV) apparatuur voor het ROT/ RBT geactiveerd. Dit zorgt voor een tekort van € 26.000.
Inventaris voertuigen Het vanuit 2022 doorgeschoven investeringsbedrag van € 88K voor de standaardinventaris van een TS is niet uitgegeven in 2023 en vervalt daarmee. Van het investeringsbedrag 2023 voor de standaardinventarisatie van TS-en schuift € 150.000 door naar 2024 voor de aanschaf van O-bundels. Omdat bij de vervangingsinvesteringen van de inventarissen van TS-en wordt gekeken of vervangingen wel echt
VRMWB | Jaarstukken 2023
56
noodzakelijk zijn, is een besparing behaald van € 58.000. De investering in de inventaris van het dienstvoertuig Team brandonderzoek (TBO), € 41.000, schuift door naar 2024. De investering op de inventaris voor het drone voertuig is overschreden (-/- € 7.000). De investering in een auto-ambulance oefenmiddelen (€ 9.000) is niet noodzakelijk en vervalt. Ook de begrote investering innovatie op inventaris voertuigen is niet uitgegeven en vervalt (€ 21.000). Verkenningseenheden De in 2023 geplande aanschaf van een drone is reeds in 2022 aangeschaft. De investering van € 48.000 vervalt daarmee. Door een schenking van een ministerie heeft in 2023 geen investering plaatsgevonden op Terrorisme gevolgbestrijding (TGB). Hierdoor schuift de investering van € 21.000 door naar 2028. De aanschaf van Photo Ionisatie Detector (PID) meters Moerdijk-Haven valt hoger uit dan begroot (-/- € 3.000). Werkplaatsen Investeringen in adembescherming (€ 36.000), Textiel - wasmachine en droogkast Bergen op Zoom (€ 29.000) schuiven door naar 2025 en 2026. Op Textiel - wasmachine en droogkast Waalwijk is € 13.000 minder uitgegeven. Van de investering inrichting werkplaatsen, een begrotingsbedrag van € 47.000, schuift € 6.000 door naar 2026 en is er € 20.000 minder uitgegeven. De voor twee nieuwbouwkazernes geïnvesteerde rookgasafzuigingen waren niet opgenomen in het investeringsplan.
Hierdoor ontstaat een overschrijding van € 10.000. Deze overschrijding past binnen het totale budget van deze categorie. Overige materiële vaste activa Informatietechnologie De investering in Interregionale Brandweer Aanbesteding Radio Communicatiemiddelen (IBARC), alarmontvangers en beeldschermen is € 23.000 voordeliger uitgevallen. Investeringen in connectiviteit (WIFI en netwerk) voor de nieuwe werkplekken op de Tramsingel en de vervanging van het Local Area Network (LAN) zijn € 37.000 lager dan begroot. Op vervanging van de laptops en werkplekhardware is een voordeel ontstaan van € 27.000, de reguliere vervanging in de eerste helft van het jaar is echter € 45.000 hoger uitgevallen doordat meer oude laptops vervangen moesten worden door mankementen dan verwacht. Inventaris gebouwen De voor nieuwbouwkazernes opgenomen investeringen voor aankleding, zijn slechts gedeeltelijk aangeschaft. Op het totale investeringsbedrag aankleding is € 105.000 niet uitgegeven. Het volledige en vanuit 2022 doorgeschoven investeringsbedrag voor bureaus en -stoelen voor de werkplekinrichting was niet nodig om deze investering af te ronden. Dit leidt tot een lagere investeringen van € 61.000. Op de inrichting van werkplekken en slaapkamers Breda is uiteindelijk € 67.000 minder uitgegeven.
Op meubilair - bureaus en stoelen, kazernes, kledingrekken en lockers en meubilair kantine- en koffiecorners nieuwe werkplekken is in totaal € 183.000 minder geïnvesteerd. De investering meubilair slaapkamers voor Moerdijk-Haven en Roosendaal is niet noodzakelijk en vanwege een mogelijke andere locatie van de kazerne Roosendaal uitgesteld. Dit resulteert in een lagere investering van € 28.000.
Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) Voor de afronding van de aanschaf van het operationele tenue van de beroeps en vrijwilligers is € 39.000 doorgeschoven van 2023. Op helmen ontstaat een overschrijding van het begrote investeringsbedrag van
VRMWB | Jaarstukken 2023
57
€ 17.000 door de aanschaf van helmen voor de jeugdbrandweer. Vanwege flexibilisering en opstapbemanning zijn meer uitrukpakken in 2023 aangeschaft. Dit leidt tot een overschrijding van € 44.000. Op de begrote investering voor uitruklaarzen is juist minder aangeschaft. Hierdoor valt deze investering € 27.000 lager uit. In onderstaand overzicht is een specificatie opgenomen van de gerealiseerde investeringen 2023 per soort. Eenheid (bedragen x 1.000) Bedrijfsgebouwen Gebouwen Verbouwingen Vervoermiddelen Voertuigen Machines, apparaten en installaties Installaties Inventaris materieel Inventaris voertuigen Verkenningseenheden Werkplaatsen Overige materiële vaste activa Informatietechnologie Inventaris gebouwen PBM Totaal
3.5
Realisatie
€ € €
73 387 460
€ €
5.120 5.120
€ € € € € €
26 15 254 14 55 364
€ € € €
1.811 584 1.375 3.769
€
9.713
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft aan in hoeverre we in staat zijn om financiële risico’s op te vangen, zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. Volgens artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bevat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing:
• • • •
Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; Een inventarisatie van de risico’s; Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s Een aantal verplichte financiële kengetallen
In de begroting zijn in de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ de risico’s vermeld in relatie tot de weerstandscapaciteit. Het betreft de risico’s die tot het moment van het aanbieden van de begroting bekend waren. Om een beeld te kunnen geven van de risico’s die de organisatie loopt, vindt periodiek een risico-inventarisatie plaats. Na afloop van het begrotingsjaar wordt in de jaarrekening, eveneens in de paragraaf weerstandsvermogens risicobeheersing, gerapporteerd over de risico’s in relatie tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Benodigde weerstandscapaciteit
VRMWB | Jaarstukken 2023
58
Hieronder staan de belangrijkste risico’s (per 1 januari 2024) met hun aandeel in het totaal benodigde weerstandscapaciteit:
Op basis van de actuele risico’s is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 5.805.000,-. Door het
vervallen van twee risico’s is de benodigde weerstandscapaciteit met € 50.000 gedaald ten opzichte van de begroting 2024 (€ 6.102.500). Daarnaast is het financieel impact van twee bestaande risico’s gewijzigd, namelijk informatieveiligheid en de stijgende elektra en gasprijzen. Verderop in deze paragraaf leest u de nadere toelichting hierop. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit betreft de middelen die de organisatie heeft of ter beschikking kan krijgen om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Deze middelen bestaan uit de algemene reserve, de bestemmingsreserve en de nog niet ingevulde begrotingsruimte en een post onvoorzien. Veiligheidsregio MWB rekent alleen de bestemmingsreserve Crisis en Calamiteiten tot de weerstandscapaciteit. Deze reserve is vrij aanwendbaar voor optredende risico’s zonder dat dit leidt tot een ernstige verstoring van het geformuleerde beleid. Deze bestemmingsreserve bedraagt € 1.611.576 en vormt een buffer voordat teruggevallen moet worden op de deelnemende gemeenten. De overige reserves worden niet meegerekend tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit zijn de bestemmingsreserves en hieraan zijn al een bestemming toegekend. Veiligheidsregio MWB kent geen algemene reserve. Het Algemeen Bestuur heeft in maart 2012 besloten om de algemene reserve op te heffen.
Het weerstandsvermogen wordt via de volgende berekening in beeld gebracht:
Ratio weerstandsvermogen: 0,28
Beschikbare weerstandscapaciteit : € 1.611.576 ------------------------------------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit: € 5.805.000
De beschikbare weerstandscapaciteit is ten opzichte van de begroting 2024 ongewijzigd en bedraagt € 1.611.576. De benodigde weerstandscapaciteit is ten opzichte van de begroting 2024 licht gedaald en bedraagt € 5.805.000. Het weerstandsvermogen (€ 1.611.576/ € 5.805.000) is hierdoor ten opzichte van de
begroting 2024 licht gestegen en bedraagt hiermee 0,28 (was 0,27).
VRMWB | Jaarstukken 2023
59
Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre we in staat is om financiële tegenvallers op te vangen zonder de noodzaak om direct te bezuinigen of het beleid aan te passen. We zijn, met een ratio weerstandsvermogen van 0,28, slechts zeer beperkt in staat om financiële tegenvallers zelf op te vangen. Dit is een logisch gevolg van het besluit van het Algemeen Bestuur (besluit maart 2012) om geen algemene reserve aan te houden. In 2024 werken we ons beleid en kaders op risicomanagement verder uit in een nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen en leggen deze ter vaststelling voor aan het Algemeen Bestuur. In dit beleid leggen we ook kaders en afspraken vast voor de vorming van een algemene reserve en de voeding ervan. Vooralsnog dienen de deelnemende gemeenten een algemene reserve aan te houden om de risico’s van de Veiligheidsregio op te vangen die onder andere is bestemd voor de risico’s die voortvloeien uit de gemeenschappelijke regeling waarin wordt deelgenomen. Hiermee zijn in feite de gemeenten een deel van de benodigde weerstandscapaciteit en doen we indien nodig een beroep op de weerstandscapaciteit van de deelnemende gemeenten.
Inventarisatie risico’s Omgaan met risico’s vormt een dagelijks onderdeel voor organisaties. Van onvoorspelbare crisissen zoals de oorlog in Oekraïne en de hierdoor stijgende gasprijzen tot veranderende wet- en regelgeving die invloed hebben op de bedrijfsvoering en de uitvoering van het werk. Zoals alle organisatie hebben wij ook te maken met risico’s bij de uitvoering van onze taak. Een groot aantal risico’s wordt opgevangen of beperkt door (interne) beheersmaatregelen die we inzetten om het effect van bepaalde risico’s te verkleinen. Voor een deel zijn er risico’s die we niet of beperkt kunnen beheersen. Om deze op te vangen zijn diverse verzekeringen afgesloten. In deze paragraaf zijn de belangrijkste 9 risico’s benoemd die zich voor kunnen doen maar die nog onvoldoende concreet en kwantificeerbaar zijn en waarvoor geen verzekeringen zijn afgesloten of voorzieningen zijn gevormd. Bij ieder geïdentificeerd risico hebben we (voor zover mogelijk) maatregelen opgenomen die we nemen om de kans dan wel de impact van de geïdentificeerde risico’s te beperken. Om de impact goed en vanuit een breder perspectief in te schatten, worden de risico’s beoordeeld op meerdere aspecten, zoals continuïteit van de organisatie, bestuurlijke afbreuk, imago organisatie en personele, juridische en financiële implicaties.
Het identificeren en vaststellen van de belangrijkste risico’s is een momentopname. In de loop van de tijd kunnen er nieuwe risico’s ontstaan en kunnen risico’s in de toekomst anders ingeschat worden. Hieronder lichten we de bestaande risico’s, de nieuw risico’s, de gewijzigde en vervallen risico’s nader toe. Vrijwilligheid Het kost steeds meer moeite om voldoende vrijwilligers te vinden en te blijven binden aan de organisatie. De beschikbaarheid van vrijwilligers en daardoor paraatheid staan onder druk. We hebben structureel 3050 vacatures bij onze vrijwillige brandweerposten en het werven van nieuwe vrijwilligers wordt steeds problematischer. We hebben een verouderd vrijwilligersbestand (relatief hoge leeftijdsopbouw). Komende jaren moeten we rekening houden met nog meer uitstroom, met meer druk om te werven en op te leiden. De werving en selectie van vrijwilligers heeft continu aandacht. We ontwikkelen programma's voor het vinden, binden en boeien van nieuwe vrijwilligers en betrekken hen via participatieraden bij de ontwikkelingen binnen de Veiligheidsregio. We denken na over kortere opleidingstrajecten en geven landelijk input op de hervorming van het onderwijsstelsel.
VRMWB | Jaarstukken 2023
60
Daarnaast ontwikkelen we een visie op toekomstbestendige brandweerzorg, waarin we ook rekening houden met scenario’s dat een aantal posten in de toekomst niet voldoende vrijwilligers meer heeft om de benodigde paraatheid te leveren en dreigen daardoor niet levensvatbaar te zijn. Verplichtend karakter Naast dat het moeilijk is om vrijwilligers te binden en boeien aan onze organisatie hebben wij ook de maken met een Europese richtlijn. Deze richtlijn stelt dat gelijke arbeid gelijk beloond moet worden. In de toekomst is kazerneren en consigneren van vrijwilligers daarom niet meer mogelijk waardoor we ook op onze beroepsposten geconfronteerd worden met een tekort aan medewerkers. Indien veiligheidsregio’s brandweervrijwilligers een parttime aanstelling moeten geven, nemen de kosten van de brandweerzorg enorm toe. Daarnaast is het de vraag of vrijwilligers en hun werkgevers instemmen met een ander dienstverband. In 2022 is, vooruitlopend op de landelijke ontwikkelingen, geconstateerd dat de operationele sterkte van de beroepskazernes niet voldoende is om volgens ons 24-uursrooster uitvoering te geven aan het door gemeenten vastgestelde dekkingsplan van de regio. Als tijdelijke maatregel is in de vergadering van het Algemeen Bestuur van oktober 2022 het besluit genomen om de operationele sterkte van de beroepsbezetting uit te breiden, maar nog wel in te vullen met vrijwilligers.
Hiervoor is in 2023, 2024 en 2025 de gemeentelijke bijdrage verhoogd met € 465.000. Aan deze optie kleven een paar nadelen. Op de eerste plaats is de belangrijkste oorzaak van de noodzakelijke ophoging van de formatie een gevolg van de effecten van de Europese regelgeving en het in de toekomst niet meer kunnen kazerneren van vrijwilligers. Dit brengt in de ogen van het Veiligheidsberaad (VB) een stelselverandering met zich mee, waarvoor de minister van Justitie & Veiligheid (J&V) verantwoordelijk is en die ook voor rekening van het ministerie zou moeten komen. Vanuit VRMWB is ook al aangegeven richting de “Denktank Taakdifferentiatie” dat deze kostenstijging voor VRMWB als gevolg van de regelgeving eraan zit te komen. Er is nog geen duidelijkheid of en in hoeverre de minister van J&V budget ter beschikking stelt voor de uitvoering. Indien structureel beroepsformatie moet worden aangetrokken worden de kosten geschat op ca 1,5 miljoen per jaar vanaf 2026. Informatieveiligheid De minister heeft besloten dat alle veiligheidsregio’s binnen afzienbare tijd tot de vitale infrastructuur gaan behoren. Dit betekent dat we aan een hoger volwassenheidsniveau op het gebied van informatieveiligheid moeten voldoen. Informatieveiligheid wordt beoordeeld aan de hand van de zogeheten volwassenheidsniveaus, 0 is het laagste, 5 is het hoogste.
We zijn goed aangehaakt op het landelijke versnellingsprogramma Informatieveiligheid. In 2021 is een audit op de BIO (baseline informatiebeveiliging overheid) uitgevoerd (onderdeel landelijke afspraken). We voldoen inmiddels voor ca. 85% aan de norm. In 2024 vindt een herijking van de BIO-norm plaats en geven we een vervolg door middel van een roadmap om compliance met de BIO en groei in volwassenheid verder te realiseren. In 2022 en 2023 zijn de medewerkers getraind in het herkennen en omgaan met informatiebeveiligingsrisico's. In 2024 gaan de E-learningmodules voor het vergroten van bewustzijn op het gebied van informatiebeveiliging door en starten we extra initiatieven ter verhoging van het bewustzijn rond privacy en informatiebeveiliging. Daarnaast is ook het incident response plan afgerond, met daarin procedures voor het geval dat het toch misgaat.
Continuïteit Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) Tijdens een crisis is het mogelijk dat onze vitale (ICT) infrastructuur niet naar behoren werkt. Dit kan tot gevolg hebben dat de inzet vertraagd wordt en dat bepaalde onderdelen uitvallen. Er is een aantal
VRMWB | Jaarstukken 2023
61
beheersmaatregelen genomen om dit risico te mitigeren, zoals een analyse van kwetsbaarheden, het kunnen overdragen van kritische processen naar andere veiligheidsregio’s en het oefenen met scenario’s zoals stroomuitval, cybercrime en ICT-uitval.
Business Continuïteit blijft een aandachtspunt en is in het beleidsplan 2019-2023 opgenomen als belangrijk thema in relatie tot informatieveiligheid en vitale infrastructuur. Naar aanleiding van wereldwijd incident LOG4J is prioriteit gegeven aan het updaten van de continuïteitsplannen. Het continuïteitsplan voor het openen van gebouwen is in 2023 ingevuld, deze dient als blauwdruk voor andere kritische processen in 2024. Tweede loopbaanbeleid Het tweede loopbaanbeleid houdt in dat medewerkers na 20 werkzame jaren in een bezwarende 24- uurs functie doorstromen naar een andere functie binnen of buiten de organisatie. VRMWB heeft hierin de verplichting om medewerkers te ondersteunen en te faciliteren bij het starten van een tweede loopbaan. De ontwikkelingen hebben gevolgen voor medewerkers in de vorm van (financiële) onzekerheden over de toekomst. Voor de organisatie heeft het financiële gevolgen in de vorm van het verstrekken van noodzakelijke studiefaciliteiten, mogelijk overbruggingsregelingen, vervangingskosten personeel, extra opleidingskosten door uitstroom. Wij merken wel dat deze ontwikkeling vanwege onduidelijkheid, onrust veroorzaakt bij de beroepsbrandweer mensen. Zij willen niet in onzekerheid blijven en dus vertrekken goed opgeleide brandweermensen vroegtijdig. Kwantiteit en kwaliteit van brandweermensen is een probleem, zeker in de toekomst.
Dit komt onder andere door: in-/door-/uitstroom versus opleidingsduur, ervaringsverdunning, problemen met roosters, nieuwe risico's en taken en het op peil houden van de professionele 24 uurs organisatie. Dit leidt vanwege bijvoorbeeld externe inhuur tot onnodige kostenverhoging. Al langere tijd wordt door de meeste betrokken partijen onderkend dat het 20-jaren beleid niet ideaal is. De Universiteit van Maastricht is daarom in opdracht van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) in 2021 een vierjarig onderzoek gestart naar duurzame inzetbaarheid van brandweermedewerkers. Naar verwachting zijn in 2027 de onderzoeksresultaten van de Universiteit van Maastricht bekend en eventuele onderhandelingen over herziening van hoofdstuk 9a CAR (-UWO) hebben dan in het LOAV (Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio's) plaatsgevonden. Er worden nu geen onomkeerbare besluiten genomen in afwachting van deze resultaten. De rechten en plichten (onder andere faciliteiten) van het huidige 2e loopbaanbeleid blijven vooralsnog onveranderd van kracht. In de tussentijd mogen medewerkers in een bezwarende functie en 15 dienstjaren wel uitstel aanvragen van de maximale termijn van 20 jaar mits zij voldoen aan de gestelde voorwaarden (LOAV Circulaire 22/7). Om dit risico te beperken wordt conform het uitvoeringskader uitvoering gegeven aan het tweede loopbaanbeleid.
Medewerkers zijn bewust gemaakt dat zij zelf aan zet zijn voor het maken en realiseren van hun loopbaanplan. Een deel van deze brandweermensen is al bezig met de uitvoering van zijn/haar loopbaanplan of gaat hiermee starten, een deel gaat in deze periode voldoen aan de startkwalificaties conform voorwaarden. Omgevingswet De Omgevingswet is de basis voor het nieuwe stelsel van regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Het stelsel van de Omgevingswet bundelt de regels over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De Omgevingswet brengt voor de veiligheidsregio’s een intensieve taakverandering mee op het gebied van risicobeheersing. Er zijn nieuwe kwaliteiten en producten nodig en een andere wijze van advisering van risicobeheersing aan gemeenten. Hiervoor is meer capaciteit nodig, vooralsnog is dit berekend op drie fte
VRMWB | Jaarstukken 2023
62
extra. Dit leidt tot een kostenstijging van € 240.000. We verwachten dat gemeenten voor de extra structurele kosten worden gecompenseerd door het Rijk. Echter laat de meicirculaire én de septembercirculaire 2023 zien dat er nog geen duidelijkheid is over deze financiële compensatie. Wat de precieze inhoudelijke/ personele en financiële effecten zijn, wordt begin 2024 in kaart gebracht middels een onderzoek naar de Risicobeheersing-taken. Het Algemeen Bestuur heeft in haar vergadering van 5 oktober 2023 opdracht gegeven voor dit onderzoek. Ook de effecten van de implementatie van de Omgevingswet zijn dan nog beter zichtbaar.
Wet normalisering rechtspersoon ambtenaren (Wnra) Op 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking getreden. Deze wet regelt dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde rechten en plichten krijgen als werknemers in de civiele sector. Ambtenaren krijgen een arbeidsovereenkomst in plaats van een aanstelling en de door het bestuur vastgestelde arbeidsvoorwaardenregeling wordt vervangen door een CAO. Voor personeel van veiligheidsregio’s geldt uitstel in verband met de complexe situatie van het werkgeverschap (beroeps-, vrijwillig en ander personeel en 24/7 beschikbaarheid en inzetbaarheid). De inwerkingtreding voor personeel van veiligheidsregio’s vindt op een later, nog niet bekend, tijdstip plaats. Met ingang van april 2021 is de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) opgericht. De WVSV is op 1 januari 2022 gestart en treedt namens alle veiligheidsregio’s op als vakorganisatie; ook voor wat betreft arbeidsvoorwaarden. De invoering van de Wnra is nog onderwerp van gesprek. Onderzocht wordt of de wet volledig, gedeeltelijk of niet meer wordt ingevoerd. Medio 2024 wordt de keuze voor één van deze scenario’s voorbereid en ter besluitvorming aan het Veiligheidsberaad voorgelegd. Dit besluit wordt vervolgens gedeeld met de minister die een keuze maakt. Dan wordt duidelijk wat de impact voor de veiligheidsregio’s is.
De invoering van de Wnra betekent een aanpassing van het arbeidsvoorwaardenpakket en heeft impact op de manier van werkgeverschap en op de arbeidsvoorwaarden. Indien er medio 2024 een besluit wordt genomen, vindt de uitwerking hiervan plaats in 2025 en verder. Er is op dit moment geen goede inschatting te maken van de exacte financiële risico's. De financiële impact is naar verwachting tussen de € 1,0 en € 1,5 miljoen.
Stijgende loon- en prijsontwikkeling (inkopen en bouwmaterialen) Wereldwijd is een duidelijke trend zichtbaar in de prijsontwikkeling van inkopen en (bouw)materialen. Onderhoudscontracten voor materieel worden aanzienlijk verhoogd. Het risico ontstaat dat kosten voor onderhoud en de investeringsprojecten hoger uitkomen. Veel van onze contracten voor onderhoud, diensten en leveringen worden per 1 januari 2024 tussen de 5-10% verhoogd. Hier is niet geheel rekening mee gehouden in de exploitatiebegroting. Vooraf is al duidelijk dat onze reguliere indexatiemethode niet passend is voor de extreme prijs- en loonstijgingen en er vanaf 2023 en verder financiële tekorten ontstaan.
Gewijzigde risico’s Hieronder worden de gewijzigde risico’s ten opzichte van de begroting 2024 toegelicht. Het gaat in dit geval om één risico waarvan de financiële impact is gewijzigd en twee risico’s die vervallen zijn.
Informatieveiligheid Op basis van voorbeelden van cyberaanvallen bij overheidsorganisaties blijkt dat de directe kosten om de gevolgen van gijzelsoftware op te lossen gemiddeld €600.000 tot gemiddeld €1.200.000 zijn. Wij hebben de financiële impact op basis van deze gegevens verhoogd naar € 675.000,- (was € 562.500,-).
VRMWB | Jaarstukken 2023
63
Stijgende brandstof, elektra en gasprijzen Door het aflopen van het contract eind 2022 zijn de kosten voor gas en elektra fors toegenomen. Voor 2023 zijn de gasprijzen ruim twee keer zo hoog als medio 2022. Om de energiekosten te beperken moet meer gestuurd worden op het zuinig omgaan met energie. Op intranet worden artikelen gepubliceerd over gezamenlijke verantwoordelijkheid om gas/elektra verbruik terug te dringen. Er wordt gekeken naar het uitbreiden van zonnepanelen in overleg met gemeenten. We sturen en monitoren via Hero-balancer. Bij nieuwbouw en renovaties kazernes hebben we oog voor verduurzamen. In 2023 zijn we gestart met de overgang naar de eerste voertuigen van diesel op elektrisch rijden. De extra kosten zijn in beeld gebracht voor de exploitatiebegroting 2023 en 2024. Een deel van de extra kosten zijn gedekt in onze begroting 2023, het resterende deel wordt voorgelegd aan het bestuur bij de Bestuursrapportage 2024/begrotingswijziging 2024-2. Wij hebben om deze redenen de financiële impact verlaagd van € 900k naar € 540k. Chemie-Pack
Gemeente Moerdijk, Veiligheidsregio MWB en onderdelen van de Staat der Nederlanden worden door de verzekeringsmaatschappijen van omliggende bedrijven van Chemie-Pack in Moerdijk verantwoordelijk gehouden voor de schade die zij zeggen te hebben geleden als gevolg van de brand op 5 januari 2011. Dit risico komt te vervallen omdat de kans dat het risico zich voordoet zeer klein, zo niet nihil is. Data lek GGD Het risico dat de Veiligheidsregio MWB (evenals het ministerie van VWS, alle GGD-en, alle Veiligheidsregio’s en een aantal gemeentes) verantwoordelijk gehouden zou worden door de Stichting Initiatieven Collectieve Acties Massaschade (ICAM) namens een aantal natuurlijke personen voor de schade die zij zeggen te hebben geleden als gevolg van het datalek in januari 2022 binnen het systeem van de GGD komt te vervallen. We worden niet gedagvaard voor het datalek tijdens corona.
Financiële kengetallen Onderstaande tabel geeft de financiële kengetallen weer die op grond van het BBV verplicht moeten worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.
De netto schuldquote geeft het niveau van de schuldenlast aan ten opzichte van de eigen middelen en geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hoe lager het kengetal, hoe sterker de positie. Vanuit de begroting werd verwacht dat de schuldquote zou toenemen als gevolg van de aantrekking van nieuwe leningen voor de investeringen. Nieuwe leningen zijn in 2023 aangetrokken in de vorm van kortlopende leningen. De vorderingen (Rijks Schatkist) zijn afgenomen en het gerealiseerde saldo van baten is lager dan de oorspronkelijke begroting. Daarnaast kennen we geen
VRMWB | Jaarstukken 2023
64
algemene reserve, waardoor de eigen middelen relatief laag zijn. Hierdoor valt het kengetal relatief hoog uit, maar uiteindelijk iets lager dan begroot. Er is geen verschil zichtbaar tussen de netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Dit wordt veroorzaakt doordat er geen kapitaalvestrekkingen zijn gedaan aan bijvoorbeeld deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen of overige verbonden partijen. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Dit geeft aan in welke mate we in staat zijn om aan onze financiële verplichtingen te voldoen. De VNG geeft als richtlijn mee dat dit percentage bij voorkeur hoger is dan 25%. De solvabiliteitsratio van 10% is veroorzaakt door een lagere positie van het eigen vermogen door de vrijval van de egalisatiereserve kapitaallasten, ten opzichte van de begroting, en een lager balanstotaal. De verwachting is dat de solvabiliteitsratio de komende jaren op een zelfde niveau blijft. De structurele exploitatieruimte geeft aan of de structurele lasten gedekt worden door structurele baten en de exploitatie hiermee in evenwicht is. Dit wordt beoordeeld door de structurele lasten, inclusief de structurele toevoegingen aan reserves, af te zetten tegen de structurele baten. Een gezond kengetal zit net boven 0%.
Dit geeft aan dat er geen structureel dekkingstekort zit in de begroting, zonder anderzijds een overvloed aan structurele dekkingsmiddelen te hebben. Onze structurele exploitatieruimte is in 2023 zowel in de begroting als de realisatie positief uitgekomen en laat een gezonde financiële structuur zien.
3.6
Verbonden partijen
Er is sprake van een verbonden partij volgens het BBV als er een bestuurlijk en financieel belang is in een privaat- of publiekrechtelijke organisatie. Het bestuurlijk belang komt tot uitdrukking in de zeggenschap. Het financieel belang komt tot uitdrukking in het aan de verbonden partij ter beschikking gestelde bedrag. Dat is niet verhaalbaar als de verbonden partij failliet gaat, of waarvoor aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Wij zijn een samenwerkingsverband op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan 24 gemeenten deelnemen. Vastgelegd is dat de deelnemende gemeenten zorgdragen dat we beschikken over voldoende middelen om aan onze verplichtingen te kunnen voldoen, waarmee de exploitatie en het afdekken van financiële risico’s gewaarborgd is. Hierdoor zijn we een formeel verbonden partij voor de 24 gemeenten. We kennen zelf geen verbonden partijen conform de definitie van het BBV. Er zijn wel partijen waar sprake is van een structureel samenwerkingsverband. Deze worden hieronder toegelicht. Gemene rekening GHOR Met ingang van 1 januari 2014 is voor de bedrijfsvoering van de GHOR een dienstverleningsovereenkomst afgesloten met de GGD West-Brabant. De dienstverleningsovereenkomst is geformaliseerd in een overeenkomst kosten voor gemene rekening, waarin de activiteiten van de GHOR zijn ondergebracht.
De gemeenschappelijke regelingen GGD West-Brabant, GGD Hart voor Brabant en Veiligheidsregio MWB maken deel uit van deze gemene rekening. In de gemene rekening zijn de kosten opgenomen ten aanzien van het personeel (inclusief de kosten van ziekte, arbeidsongeschiktheid en ontslag), de toerekenbare overhead en de overige kosten van de GHOR. Ter verdeling van het werkelijke niveau van de kosten is een verdeelsleutel tussen de partijen afgesproken. Wij participeren voor een aandeel van 93,65% in de gemene rekening.
VRMWB | Jaarstukken 2023
65
Het instellen en in stand houden van een GHOR is onze taak. De GHOR is een onderdeel van de GGD en opgenomen in de begroting en jaarrekening van de GGD. Met ingang van 1 januari 2017 vindt er geen consolidatie meer plaats met de cijfers van de GHOR. Onze bijdrage aan het in stand houden van de GHOR is opgenomen in onze begroting en jaarrekening. De doelstellingen en resultaten van de GHOR worden verantwoord onder de pijler bijdragen aan een veilige leefomgeving. Publiek-Private Samenwerking Moerdijk Vanaf 1 februari 2013 is er op het Zeehaven- en Industrieterrein van Moerdijk een beroepspost ingesteld die 24 uur per dag zowel (overheids)basisbrandweerzorg als bedrijfsbrandweerzorg biedt. Dit is vastgesteld in een overeenkomst tussen de Stichting Bedrijfsbrandweerzorg Moerdijk (SBM) en Veiligheidsregio MWB. In de overeenkomst zijn nadere afspraken vastgelegd over de financiering, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van beide partijen. De post is continu bezet door 6 personen. Voor de bedrijfsbrandweertaak beschikt de post over een tankautospuit industrieel en een schuimblusvoertuig. Deze kunnen ook worden ingezet voor de basisbrandweerzorg op het terrein. Ten behoeve van de bedrijfsbrandweerzorg is personeel specifiek en aanvullend opgeleid en geoefend. Door de post Moerdijk Haven wordt gewerkt met het Bedrijfsbrandweer Veiligheidsbeheersysteem (VBS).
Alle wijzigingen worden dagelijks verwerkt, zodat het systeem actueel is en blijft. Publiek-Private Samenwerking voor blusboot We hebben een waakvlamovereenkomst met de firma BST te Dinteloord voor de incidentbestrijding op de vaarwegen rondom Volkerak en Schelde-Rijnverbinding. Firma BST exploiteert en beheert de blusboot (Furie 4) en de nautische bemanning. We leveren een opstapbemanning die is opgeleid en geoefend naar de huidige eisen. Samen met Veiligheidsregio Zeeland werken we al lange tijd samen bij het bestrijden van incidenten op het Schelde-Rijnkanaal. Om deze interregionale samenwerking te formaliseren is een samenwerkingsovereenkomst opgesteld. Hierin is een aantal algemene uitgangspunten en operationele afspraken vastgelegd. Met deze overeenkomst wordt bijgedragen aan een betere brandweerzorg en voldoet de samenwerking tussen partijen nog meer aan de eisen die de wet en maatschappij hieraan stellen. Operationeel Centrum Veiligheidsregio/Brandweer (OCB VR/Brw) Met ingang van 1 januari 2020 hebben we een convenant met de Veiligheidsregio Zeeland, inzake de samenwerking meldkamer Bergen op Zoom voor de uitvoering van de meldkamerfunctie voor de brandweertaak, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening. Personeel is door de organisatorische samenvoeging per 1-1-2020 in onze dienst en we voeren de administratie van de meldkamerfunctie.
De verdeling van de kosten van de brandweermeldkamer (inclusief CaCo functie) vindt plaats op basis van inwoneraantallen met een vaste verdeelsleutel 74% VRMWB – 26% VR Zeeland.
VRMWB | Jaarstukken 2023
66
4. Jaarrekening 4.1
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
Algemeen De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. De jaarrekening geeft volgens normen die voor gemeenten en provincies als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en lasten. Daarnaast geeft de jaarrekening een getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie aan het einde van het begrotingsjaar. De waardering van de activa en passiva, en de bepaling van het resultaat, vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Het BBV bepaalt dat de jaarrekening uit onderstaande onderdelen bestaat: a. Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de toelichting. b. De balans en de toelichting. c. De bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen. d. Een bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld. Grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: -
-
-
De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: • Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 14 december 2023 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld; • Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het Algemeen Bestuur zijn gemeld; • Ten aanzien van het M&O criterium is de nota M&O beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.
De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2023 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: • Een verantwoordingsgrens van 3 % (zijnde € 3.086.850,-) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; • Een rapporteringstolerantie van € 50.000,- is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
VRMWB | Jaarstukken 2023
67
Overzicht van baten en lasten en de toelichting Het overzicht van baten en lasten bevat het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten. Per programma zijn de gerealiseerde baten en lasten, en het saldo daarvan, opgenomen in de jaarrekening. Daarnaast is het overzicht van de gerealiseerde algemene dekkingsmiddelen, de gerealiseerde kosten van de overhead en het bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting opgenomen. Conform het BBV is de toelichting op het overzicht van baten en lasten opgenomen. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. De balans en de toelichting Vaste activa In de financiële verordening ex. 2012 Gemeentewet artikel 10 zijn de richtlijnen met betrekking tot waardering en afschrijving van vaste activa beschreven. Deze richtlijnen zijn uitgewerkt in de beleidsnota ‘investeren, waarderen en afschrijven vaste activa Veiligheidsregio MWB 2023’ (inwerkingtreding 1 juli 2023). Deze nota wordt iedere vier jaar geactualiseerd en vastgesteld door het Algemeen Bestuur.
De (materiële) vaste activa zijn opgenomen op basis van historische waarderingsgrondslagen, respectievelijk vervaardigings- of verkrijgingsprijs minus een lineaire afschrijving. Investeringen met een meerjarig economisch nut en een waarde van minimaal €10.000 worden in het jaar van ingebruikname volledig geactiveerd en afgeschreven per 1 juli van het betreffende boekjaar. Voor het activeren van activa gelden de regels volgens Hoofdstuk 5 van het BBV, en de richtlijnen die zijn opgenomen in de beleidsnota ‘Investeren, waarderen en afschrijven’. Voor het afschrijven van de activa worden onderstaande vastgestelde termijnen van de veiligheidsregio gehanteerd. De afschrijvingstermijnen zijn gebaseerd op de economische levensduur van de activa. De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Jaarlijks wordt het bestaansrecht van de activa gecontroleerd.