Bijlage 4 Waterbodemslib onderzoek havenkanaal Oudenbosch.pdf
Tekst van het document
project#
Titel van het rapport invullen Ondertitel van het rapport invullen
Havenkanaal Oudenbosch
P240053
Havenkanaal Oudenbosch P240053
opdrachtgever
Beens Dredging BV
document
P240053
versie
Definitief
datum
21 maart 2024
auteur
Ing. D. Kramer
controle
Ing. D.O. Ruiter
P240053
Verkennend waterbodemonderzoek Havenkanaal Oudenbosch
Projectinformatie Onderdeel
Omschrijving
Projectnaam
Havenkanaal Oudenbosch
Soort onderzoek
Verkennend waterbodemonderzoek conform NEN5720
Projectnummer Prommenz Opdrachtgever Contactpersoon opdrachtgever
P240053 Beens Dredging BV Mevrouw L. Mossinkoff – van Egmond
Adres onderzoekslocatie
Gehele havenkanaal, van de watergang Mark/ Dintel tot het centrum van Oudenbosch
Kenmerk rapportage
P240053.rapport.01
Status
Definitief
Rapportagedatum
21 maart 2024
Uitvoeringsdatum veldwerkzaamheden
6 februari 2024
Auteur
Ing. D. Kramer
Projectleider Prommenz
Ing. D. Kramer
Figuur 1: Topografische ligging havenkanaal Oudenbosch (rode lijn)
P240053
Verkennend waterbodemonderzoek Havenkanaal Oudenbosch
1 Inleiding
1
2 Vooronderzoek
3
3 Uitgevoerd onderzoek
7
4 Resultaten
9
5 Conclusies
15
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 3.1 3.2
4.1 4.2 4.3 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4 4.4.5 5.1 5.2
Aanleiding ...................................................................................................................................................................................1 Doel..................................................................................................................................................................................................1 Kwaliteitsborging ...................................................................................................................................................................1 Aansprakelijkheid ..................................................................................................................................................................1 Leeswijzer ...................................................................................................................................................................................2
Onderzoekslocatie................................................................................................................................................................3 Historische informatie ...................................................................................................................................................... 4 Watertype en sedimentatiepatroon ....................................................................................................................... 4 Baggerwerkzaamheden .................................................................................................................................................. 5 Belasting .....................................................................................................................................................................................5 Beschikbare gegevens (water)bodemkwaliteit .............................................................................................. 6 Conclusie vooronderzoek ...............................................................................................................................................
6 Onderzoeksstrategie ..........................................................................................................................................................7 Veldwerkzaamheden .........................................................................................................................................................7 Toetsingskaders .................................................................................................................................................................... 9 Waarnemingen veldwerk............................................................................................................................................... 11 Resultaten waterbodem ................................................................................................................................................. 11 Interpretatie onderzoeksresultaten ....................................................................................................................... 13 Toepassen op landbodem............................................................................................................................................ 13 Toepassen in oppervlaktewater ...............................................................................................................................
13 Verspreiden op aangrenzend perceel ................................................................................................................. 13 Verspreiden in zoet oppervlaktewater ............................................................................................................... 14 Hergebruik in GBT in een oppervlaktewaterlichaam .............................................................................. 14 Algemeen ................................................................................................................................................................................. 15 Samenvatting en conclusies ....................................................................................................................................... 15
Bijlagen
Bijlage I – Overzichtstekening en situatietekening met boorlocaties Bijlage II – Boorprofielen Bijlage III – Analysecertificaten Bijlage IV – Toetsingsresultaten toets T1 (toepassen op of in de bodem) Bijlage V – Toetsingsresultaten toets T3 (toepassen in een oppervlaktewaterlichaam) Bijlage VI – Toetsingsresultaten toets T5 (verspreiden op aangrenzend perceel) Bijlage VII – Toetsingsresultaten toets T6 (verspreiden in een zoet oppervlaktewaterlichaam) Bijlage VIII – Toetsingsresultaten toets T11 (toepassen in een GBT in oppervlaktewaterlichaam – emissietoetswaarde)
P240053
Verkennend waterbodemonderzoek Havenkanaal Oudenbosch
Prommenz Milieu B.V. heeft in opdracht van Beens Dredging BV een verkennend waterbodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het havenkanaal Oudenbosch.
1.1
Aanleiding
1.2
Doel
1.3
Kwaliteitsborging
De aanleiding van het waterbodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen baggerwerkzaamheden ten behoeve van periodiek onderhoud.
Het doel van het verkennend waterbodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bij de baggerwerkzaamheden te verwijderen waterbodem (baggerspecie).
Er bestaat geen andere relatie met de opdrachtgever of eigenaar van de locatie dan de relatie als opdrachtgever en opdrachtnemer. Onder opdrachtnemer worden naast Prommenz Milieu B.V. ook de zusterbedrijven en het moederbedrijf bedoeld. Het waterbodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlands norm NEN 5720 (“Bodem – Waterbodem – strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie, oktober 2023). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de systematiek uit de BRL SIKB 2000 ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ protocol 2003 (versie 6.0 d.d. 01-022018) door de heer ing. M.M. Dobber van Prommenz Milieu B.V. Prommenz Milieu B.V. is erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en staat als erkend veldwerkbureau geregistreerd onder het certificaatnummer: NC-SIK-20324 (http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/erkenningen). De uitvoering van de analyses is verricht door het door de Raad van Accreditatie (RvA) geaccrediteerde laboratorium van Eurofins Omegam B.V. te Amsterdam.
1.4
Aansprakelijkheid
Het waterbodemonderzoek wordt uitgevoerd door de aanwezige waterbodem te bemonsteren. Hiermee wordt getracht een waarheidsgetrouw beeld van de aanwezige waterbodemkwaliteit te geven. Het is echter niet uit te sluiten dat er plaatselijk (ernstige) verontreinigingen in de waterbodem voorkomen. De op grond van de NEN voorgeschreven werkwijze betreft een steekproef, waardoor het mogelijk is dat plaatselijke verontreinigingen niet worden waargenomen. Prommenz Milieu B.V. staat in voor een uitvoering conform protocol en normen, maar aanvaardt hiervoor geen aansprakelijkheid. Bovendien wordt opgemerkt dat een waterbodemonderzoek een momentopname is en als gevolg van het dynamische karakter over het algemeen een geldigheid heeft van (maximaal) drie tot vijf jaar. De exacte geldigheidstermijn van het onderzoek is afhankelijk van het soort oppervlaktewater en de beoordeling van het bevoegd gezag.
Pagina 1 van 15
P240053
Verkennend waterbodemonderzoek Havenkanaal Oudenbosch
1.5
Leeswijzer
Na de inleiding wordt in hoofdstuk 2 het uitgevoerde vooronderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 is het uitgevoerde onderzoek beschreven en in hoofdstuk 4 de resultaten. De conclusie van het onderzoek wordt omschreven in hoofdstuk 5.
Pagina 2 van 15
P240053
Verkennend waterbodemonderzoek Havenkanaal Oudenbosch
Ter bepaling van de onderzoeksstrategie van een waterbodemonderzoek wordt doorgaans een vooronderzoek conform de NEN 5717 (“Bodem - Waterbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek”, oktober 2023) uitgevoerd. In dit vooronderzoek is de onderzoekslocatie en de directe omgeving ervan onderzocht. Het actuele gebruik van de onderzoekslocatie wordt geverifieerd middels een terreininspectie. De gegevens van het vooronderzoek zijn verkregen door middel van: een inspectie van de locatie tijdens de veldwerkzaamheden op 6 februari 2024 door de heer ing. M.M. Dobber van Prommenz Milieu B.V.; informatie afkomstig van de opdrachtgever (Beens Dredging), gemeente Halderberge, Omgevingsdienst Midden- en West Brabant (OMWB) en waterschap Brabantse Delta; historische gegevens Kadaster (www.topotijdreis.nl); gegevens Kadaster (www.kadaster.nl en https://bagviewer.kadaster.nl).
2.1
Onderzoekslocatie
De onderzoekslocatie, zoals weergegeven in figuur 2, wordt gevormd door het zogenaamde havenkanaal te Oudenbosch, grofweg gelegen tussen het centrum van Oudenbosch en de watergang Mark/ Dintel.
Figuur 2: Ligging van havenkanaal Pagina 3 van 15
P240053
Verkennend waterbodemonderzoek Havenkanaal Oudenbosch
Het havenkanaal betreft in principe een zijarm van de watergang Mark en Dintel en heeft een totale lengte van circa 1.800 meter en een breedte van 10 tot 20 meter. De (huidige) diepgang van het betreffende kanaal wordt ingeschat op 2 tot 2,5 meter. Langs het kanaal zijn diverse woonhuizen en bedrijven gesitueerd en in het centrum van Oudenbosch is een (kleine) jachthaven aanwezig (Jachthaven Oudenbosch). Kadastraal is het onderzoekstracé gelegen binnen onderstaande kadastrale percelen (van noord naar zuid): Oud en Nieuw Gastel, sectie H, nummer 1735; Oudenbosch, sectie E, nummer 444; Oudenbosch, sectie E, nummer 440; Oudenbosch, sectie A, nummer 1837; Oudenbosch, sectie C, nummer 2572; Oudenbosch, sectie C, nummer 2426; Oudenbosch, sectie C, nummer 2579. Alle kadastrale percelen zijn overigens eigendom van de gemeente Haldeberge en er zijn geen publiekrechtelijke beperkingen bekend in het kader van de Wet bodembescherming.
2.2
Historische informatie
Voor zover bekend heeft het havenkanaal Oudenbosch een zeer lange historie welke terug gaat tot de tijd van de turf- en zoutwinning (rondom 1300). Waar in de eerste jaren nog sprake was van een smalle vaart met getijdebeweging is sinds de realisatie van de Dintelsas (sluis in de Dintel) sprake van een gestabiliseerd waterpeil en is deze verdiept en verbreed tot het huidig kanaal. Vanaf 1860 vestigen zich een drietal suikerraffinaderijen langs de ‘Oudenbosse Haven’ met een aanzienlijke slibproductie als gevolg van het spoelen van de suikerbieten. Het havenkanaal werd hierdoor steeds minder bruikbaar en tussen 1900 en de Eerste Wereldoorlog waren de betreffende suikerraffinaderijen alweer vertrokken. De ‘Oudenbosse Haven’ (havenkanaal) ging een sluimerende periode tegemoet. Pas na de Tweede Wereldoorlog vestigden er zich wat bedrijven langs het havenkanaal met een behoefte aan transport over water. Met name de laatste decenia zijn de watergebonden bedrijfsactiviteiten echter weer sterk afgenomen en heeft het plaatsgemaakt voor het moderne watertoerisme waarbij vooral aan de kant van Oudenbosch de haven tot jachthaven is omgebouwd.
2.3
Watertype en sedimentatiepatroon
Het havenkanaal Oudenbosch betreft van oorsprong een gegraven vaart met geen of ten hoogste sprake van licht stormend water. Sedimentatie/slibvorming wordt naar verwachting voor een deel bepaald door natuurlijke invloeden in het kanaal (erosie, bladval en stuifzand) maar voor een deel ook door aanvoer vanuit de watergang Mark/ Dintel en scheepvaartbewegingen. Het peil van het havenkanaal is gelegen tussen NAP -0,10 en NAP +0,15 m. Het gemiddelde peil ligt rond NAP + 0,04 m. De theoretische diepte van de watergang volgens de legger van het waterschap bedraagt -3,29 tot -3,35 m NAP. Overigens wordt in beschikbare bronnen/ documentatie ook een diepte genoemd van -1,75 tot -2,25 m NAP hetgeen vermoedelijk de te garanderen en/of huidige waterdiepte betreft. De watergang betreft een zogenoemde ‘categorie A’ waterloop en heeft tegenwoordig met name een recreatieve functie en een functie voor het afvoeren van regenwater. In het kader van de NEN5717 wordt de watergang getypeerd als ‘lintvormig’ water.
Pagina 4 van 15
P240053
Verkennend waterbodemonderzoek Havenkanaal Oudenbosch
2.4
Baggerwerkzaamheden
Vanwege de relatief geringe aanwas van sediment wordt het havenkanaal hooguit periodiek gebaggerd indien daar aanleiding voor is (verminderde diepgang). Voor zover bekend dateren de laatste grootschalige baggerwerkzaamheden van 2002. Bij deze werkzaamheden is het op het originele bodemprofiel (siltig zand) aanwezige sediment (slib) verwijderd tot tenminste het niveau van een klasse-2 waterbodem. Een verdere toelichting op de verrichte werkzaamheden is opgenomen in paragraaf 2.6. Sindsdien hebben er, voor zover bekend, geen noemenswaardige baggerwerkzaamheden meer plaatsgevonden.
2.5
Belasting
Als gevolg van de diverse bedrijfsmatige activiteiten op verschillende locaties langs het kanaal in de loop der jaren (ook na de laatst uitgevoerde baggerwerkzaamheden) is naar verwachting sprake een diffuse belasting. Dit ondanks dat de bedrijfsmatige activiteiten de laatste jaren sterk zijn afgenomen en het kanaal voornamelijk een recreatieve functie heeft gekregen. Bedrijfsactiviteiten (puntbronnen) kunnen potentieel bodembedreigend zijn. Echter de bedrijfsmatige activiteiten en eventuele lozingen zijn van dien aard dat deze, naar verwachting, geen effect hebben op de kwaliteit van de huidige waterbodem. PFAS In algemene zin kan worden opgemerkt dat PFAS-verbindingen via onder andere depositie in het water en daarmee in het sediment terecht komen. Verontreinigingen met PFAS worden gezien als een diffuse verontreiniging. Een eventuele belasting kan eveneens plaatsvinden vanaf bedrijfsmatige activiteiten direct langs het kanaal. Het is echter niet bekend dat langs het havenkanaal sprake is geweest van bekende puntbronnen van PFAS zoals bij de fabricage of het gebruik van blusschuim (zoals AFFF), verf, vetvrij karton en papier en waterafstotende materialen zoals kleding, tapijten e.d.
Tributyltin (TBT) Als gevolg van aanvaringen tussen een vaartuig en kade kan het aanleggen van vaartuigen tot gevolg hebben dat verfschilvers van de buitenlaag van het vaartuig in het water terecht komen. Naast diverse metalen (o.a. koper, lood, zink) was in verflagen op met name zeewaardige vaartuigen TBT verwerkt om aangroei van algen te verminderen. Inmiddels is TBT weliswaar verboden, maar zijn nog niet alle oude verflagen van vaartuigen verdwenen. Bij botsingen van vaartuigen met deze oude verflagen kan daarom TBT in het water en daarmee in het sediment terecht komen. TBT wordt eveneens gezien als een diffuse verontreinigingsbron en dan met name op locaties met veel afmeervoorzieningen (zoals een haven/ jachthaven). Asbest Er zijn geen aanwijzingen dat de kwaliteit van het sediment is beïnvloed door de aanwezigheid van asbestverdachte materialen op en/of nabij de onderzoekslocatie. De oeverbescherming bestaat uit stalen/betonnen damwanden of een houten beschoeiing en in het centrum van Oudenbosch is de watergang voorzien van een gemetselde kademuur. Bovendien is de watergang in 2002, circa 10 jaar na het algehele verbod op het gebruik van asbest, reeds volledig gesaneerd. Door bovenstaande wordt niet verwacht dat in de waterbodem asbest aanwezig is.
Calamiteiten Bij ongelukken en calamiteiten op en nabij het oppervlaktewater kunnen milieuvreemde stoffen in het aquatisch milieu terecht komen. Bij een ongeluk of een calamiteit wordt direct ingegrepen om het effect van de verontreiniging te beperken. Calamiteiten en ongelukken hebben daardoor doorgaans geen grote invloed op de kwaliteit van het Pagina 5 van 15
P240053
Verkennend waterbodemonderzoek Havenkanaal Oudenbosch
sediment. Er zijn overigens bij de opdrachtgever, gemeente en het waterschap geen calamiteiten bekend die het sediment verontreinigd kunnen hebben.
2.6
Beschikbare gegevens (water)bodemkwaliteit
Ter plaatse van het havenkanaal hebben met name in het verdere verleden (periode tussen 1991 en 1999) diverse waterbodemonderzoeken plaatsgevonden. Uit deze onderzoeken bleek dat de waterbodem (sliblaag) destijds grotendeels verontreinigd was met hoofdzakelijk zink en PAK en deze werd gekwalificeerd als klasse 4 (sterk verontreinigd). Van de vaste waterbodem (kleiig zand) is destijds vastgesteld dat deze niet tot licht verontreinigd was (klasse 0 tot 2). De betreffende verontreiniging heeft in 2002 geresulteerd tot een sanering van het havenkanaal hetgeen is verwoord in onderstaande document: Evaluatie sanering Haven Oudenbosch, besteknummer HO-7815, Niebeek Milieumanagement B.V. kenmerk 1382/E d.d. november 2002. Uit het betreffende document wordt ondermeer opgemaakt dat: de waterbodem (sliblaag) is gesaneerd in de periode tussen juli en oktober/november 2002; in totaal 31.378 m3 verontreinigd slib is ontgraven en deels is afgevoerd naar de Slufter en deels naar de ‘Derde Merwedehaven’; de waterbodem na afronding van de saneringswerkzaamheden ter plaatse van alle gedefinieerde ‘ruimtelijke eenheden’ en de jachthaven (volledige havenkanaal) wordt gekwalificeerd als klasse 0 tot 1. Enkel binnen één ‘ruimtelijke eenheid’ was sprake van klasse 2.
Met name de parameter zink wordt nog verhoogd aangetroffen; de sanering is uitgevoerd conform de vooraf gestelde doelstelling (het verwijderen van het op het originele bodemprofiel aanwezige sediment, zodanig dat tenminste een 4e NW- klasse 2 waterbodem wordt gerealiseerd). Na bovengenoemde saneringswerkzaamheden zijn er voor zover bekend geen waterbodemonderzoeken meer uitgevoerd en hebben er geen baggerwerkzaamheden meer plaatsgevonden.
2.7
Conclusie vooronderzoek
Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek bestaat er vooralsnog geen aanleiding om een specifieke sterke verontreiniging in de waterbodem te verwachten in een bepaald deel van het onderzoekstracé en deze op te delen in meerdere deellocaties. Op basis van de beschikbare informatie wordt verwacht dat de waterbodem licht tot ten hoogste matig verontreinigd is (met name zink). Met betrekking tot PFAS bestaat er vooralsnog geen directe aanleiding om noemenswaardig verhoogde gehalten te verwachten. Er bestaat overigens geen aanleiding om andere kritische stoffen te verwachten dan zijn opgenomen in het standaardpakket C2, aangevuld met PFAS. Enkel ter plaatse van de jachthaven wordt ter verificatie voorgesteld om aanvullend tributyltin mee te nemen in het onderzoekspakket.
Pagina 6 van 15
P240053
Verkennend waterbodemonderzoek Havenkanaal Oudenbosch
3.1
Onderzoeksstrategie
De opzet van het verkennend waterbodemonderzoek is gebaseerd op de Nederlandse Norm 5720 “Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek” (oktober 2023). Vanwege het watertype is de onderzoekstrategie onderzoeksinspanning (LN)’ uit bovengenoemde monstervakken is bepaald aan de hand van de formule:
‘Lintvormig water, normale aangehouden. Het aantal
𝑎𝑎𝑛𝑡𝑎𝑙 𝑚𝑜𝑛𝑠𝑡𝑒𝑟𝑣𝑎𝑘𝑘𝑒𝑛 = 𝐿/500 waarbij L de lengte is van de onderzoekslocatie in strekkende meters In onderstaande tabel is de onderzoeksinspanning weergegeven. Tabel 1: Onderzoeksinspanning
Totale lengte (m)
Laagdikte (cm)
Aantal onderzoeksvakken
Aantal boringen
Aantal analyses
1.800 m.
< 100
4
40
4 1,2
1
2
3.2
Analyse op standaardpakket C2 en PFAS. Voor zover mogelijk worden alle analyses in het laboratorium geanalyseerd onder AS3000. Totale analysepakket bestaat uit: sedimentkarakteristieken: organisch stof en lutum; metalen: arseen, barium, cadmium, chroom, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; organische parameters: som-PAK, pentachloorbenzeen, pentachloorfenol, som-PCB, chloordaan, DDT, DDE, DDD, som-DDT/DDD/DDE, aldrin, dieldrin, endrin, isodrin, som-dinrs, a-endosulfan, endosulfansulfaat, α-HCH, β-HCH, γ-HCH, δ-HCH, som-HCH, heptachloor, som-heptachloorepoxide, hexachloorbutadieen, som-OCB en minerale olie; tributyltin; PFAS (28 stuks uit het Handelingskader PFAS). Ter plaatse van de huidige jachthaven (1 vak) wordt de waterbodem ter verificatie tevens aanvullend onderzocht op de tributyltin
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 6 februari 2024 door de heer M.M. Dobber (met assistentie van dhr. D.O. Ruiter) van Prommenz Milieu B.V. (Certificaatnummer: NC-SIK20324). Het veldwerk is uitgevoerd conform protocol 2003 - veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek. De veldwerkzaamheden zijn verricht vanaf een werkboot en met behulp van RTK-GPS is gevaren naar de vooraf vastgestelde boorlocaties. De nauwkeurigheid van deze metingen is per locatie maximaal 5 centimeter. Na positionering en vaststelling van de waterspiegel ten opzichte van NAP (zijnde 0 NAP) heeft de bemonstering van de waterbodem (sliblaag), per maximaal 1,0 meter waterbodem (slib), plaatsgevonden met behulp van een zuigerboor tot in de vaste waterbodem. Tijdens de veldwerkzaamheden is het opgeboorde materiaal visueel beoordeeld op potentiële verontreinigingen (o.a. olie-water reactie). Eventuele onrechtmatigheden ter plaatse van de boringen zijn vastgelegd. Pagina 7 van 15
P240053
Verkennend waterbodemonderzoek Havenkanaal Oudenbosch
De vastgestelde boorpunten zijn weergeven op de situatietekening welke is opgenomen in bijlage 1. Het onderzoekstracé is opgedeeld in een viertal vakken, zijnde van noord naar zuid: Vak 01: vanaf Mark/ Dintel tot aan perceel Standaardbuitensedijk 3a (boring 01 t/m 10); Vak 02: vanaf perceel Standaardbuitensedijk 3a t/m Standaardbuitensedijk 5 (boring 11 t/m 20); Vak 03: vanaf Standaardbuitensedijk 5 t/m de Touwbaan (boring 21 t/m 30); Vak 04: vanaf de Touwbaan tot einde (jachthaven in het centrum van Oudenbosch) (boring 31 t/m 40) Voor meer informatie over de laagdiktes van de bemonsterde waterbodem wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 2. Hierbij is de linker schaalverdeling van de boorprofielen uitgedrukt in cm ten opzichte van bovenzijde waterbodem en de rechter schaalverdeling in cm ten opzichte van NAP (in onderhavige situatie is deze overigens vergelijkbaar).
Pagina 8 van 15
P240053
Verkennend waterbodemonderzoek Havenkanaal Oudenbosch
4.1
Toetsingskaders
De analyseresultaten van de waterbodem zijn getoetst aan zowel het voormalige (tot 1 januari 2024) als huidige beleid (vanaf 1 januari 2024). Voormalige beleid De analyseresultaten zijn getoetst aan diverse toetsingswaarden zoals vermeld in de Regeling Bodemkwaliteit. Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van het toetsingsinstrument Bodem, Toets- en Validatieservice (BoToVa), een programma gefaciliteerd door de Rijksoverheid. De analyseresultaten zijn getoetst aan de volgende kaders: T1: Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem; T3: Beoordeling kwaliteit van bagger en ontvangende bodem bij toepassing in een oppervlaktewaterlichaam; T5: Beoordeling kwaliteit van bagger bij verspreiden op een aangrenzend perceel (landbodem); T6: Beoordeling kwaliteit van bagger bij verspreiden in een zoet oppervlaktewaterlichaam; T11: Beoordeling kwaliteit van baggerspecie bij GBT in oppervlaktewaterlichamen (emissietoetswaarde). Bovengenoemde toetsingen zijn opgenomen in respectievelijk bijlage 4 t/m 8. Huidig beleid Sinds 1 januari 2024 is bovenstaande regelgeving vervangen door de regelgeving zoals opgenomen in de Omgevingswet en dan voor wat betreft waterbodem met name in het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL) en de Regeling bodemkwaliteit 2022 (Rbk 2022).
Bovengenoemde toetsingskaders ‘T1’, ‘T3’, ‘T5’, ‘T6’ en ‘T11’ uit het voormalige beleid staan nu bekend als: T101: Beoordeling kwaliteitsklassen van grond en baggerspecie bij toepassen op of in de landbodem; T103a: Beoordeling kwaliteitsklassen van baggersspecie bij toepassen in een oppervlaktewaterlichaam; T105: Beoordeling geschiktheid van baggerspecie bij verspreiden op de landbodem; T106: Beoordeling geschiktheid van baggerspecie bij verspreiden in een zoet oppervlaktewaterlichaam; T129: Beoordeling emissiearme grond en baggerspecie (GBT emissietoetswaarde). Met de invoering van het nieuwe beleid veranderd bij de meeste toetsen met name de terminologie voor de klasseindeling en hebben er geen veranderingen plaatsgevonden in de diverse grenswaarden. Voor de duidelijkheid is voor de toets ‘baggerspecie toepassen in een oppervlaktewaterlichaam’ de terminologie uit het voormalige (T3) en huidige beleid (T103a) in onderstaand overzicht naast elkaar gezet. Voormalig beleid Achtergrondwaarde Klasse A Klasse B Niet toepasbaar
Terminologie kwaliteitsklassen Huidig beleid Algemeen toepasbaar Licht verontreinigd Matig verontreinigd Sterk verontreinigd Pagina 9 van 15
P240053
Verkennend waterbodemonderzoek Havenkanaal Oudenbosch
Enkel bij de toets ‘Verspreiden op aangrenzend perceel’ (voorheen T5, nu T105) zijn de maximale waarden strenger geworden. Gesteld kan dus worden dat indien onder het voormalige beleid niet voldaan werd aan de gestelde eisen eveneens niet wordt voldaan aan de huidige normeringen. Aangezien binnen BoToVa nog geen nieuwe ‘Omgevingswet-toetsen’ beschikbaar zijn is door de Rijksoverheid (lees: Bodemplus) aangegeven dat de toetsingen van het voormalige beleid nog gebruikt kunnen worden en deze dan handmatig in de rapportage aangepast mogen worden naar de terminologie uit de Omgevingswet. In bijlage 4 t/m 8 is dan ook geen toetsing opgenomen aan de Omgevingswet. Toetsingskader PFAS Voor wat betreft de stofgroep PFAS zijn er nog geen normen opgenomen in het BAL/ Rbk 2022. Voor de stofgroep PFAS is getoetst aan de normen zoals opgenomen in het Handelingskader PFAS van december 2023. De huidige normeringen zijn opgenomen in de tabellen 2 en 3. Tabel 2: Toetsingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie (in µg/kg ds)
Categorie
Toepassingssituatie
Norm
OP DE LANDBODEM 4.1
4.2
4.3 4.4 4.5
4.6
1
Grond en baggerspecie toepassen Baggerspecie verspreiden als bedoeld in artikel 4.1269, derde lid onder a van het Bal (verspreiden inclusief verspreiden in weilanddepots van baggerspecie afkomstig uit regionale wateren op aangrenzende percelen of op landbouwgronden gelegen tot 10 km afstand van de plaats van vrijkomen) Grond en baggerspecie grootschalig toepassen Grond en baggerspecie toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden Grond en baggerspecie toepassen onder grondwaterniveau, met inbegrip van grootschalige toepassing IN OPPERVLAKTEWATER Grond toepassen
Afhankelijk van de bodemfunctie en bodemkwaliteit, zie tabel 6
(overige) PFAS: 3 PFOA: 7
Gebiedskwaliteit, indien niet bekend 0,1 Vervalt, zie categorie 4.1, 4.2 en 4.3 Vervallen, zie categorie 4.8.2, 4.9.1 en 4.9.2
Baggerspecie verspreiden in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam of aansluitende 4.7 (sedimentdelende) stroomafwaarts gelegen oppervlaktewaterlichamen (als bedoeld in artikel 4.1269, Toepasbaar, wel meten en toetsen derde lid onder b en c van het Bal) op uitschieters 1 Baggerspecie toepassen in hetzelfde 4.8.1 oppervlaktewaterlichaam in toepassingen, als bedoeld in artikel 4.1269, tweede lid onder f, g en h van het Bal Het in een ander oppervlaktewaterlichaam: Verspreiden van baggerspecie (bij nietsedimentdelende oppervlaktewaterlichamen) als Rijkswater: Anders: bedoeld in artikel 4.1269, derde lid onder b van het (overige) PFAS: 4.8.2 (overige) PFAS: 0,8 Bal en 0,8 PFOS: 1,1 PFOS: 3,7 Het toepassen van baggerspecie en grond in toepassingen als bedoeld in artikel 4.1269, tweede lid onder f, g en h van het Bal. Baggerspecie en grond toepassen in niet-vrijliggende (overige) PFAS: 0,8 4.9.1 plassen die in open verbinding staan met een rijkswater PFOS: 3,7 Baggerspecie en grond toepassen in andere diepe (overige) PFAS: 0,8 4.9.2 plassen dan bedoeld onder 4.9.1 PFOS: 1,1 Metingen om uitschieters te identificeren zijn bedoeld om te bepalen of er in partijen mogelijk sprake kan zijn van puntbronvervuilingen. Als vuistregel kan hiervoor de P95-waarde van een bepaalde PFAS worden gehanteerd.
Voor bagger uit ‘Regionale Wateren’ zijn de volgende zogenaamde P95-percentiel waarde afgeleid: : 2,2 µg/kg ds PFOS : 0,9 µg/kg ds PFOA : 1,8 µg/kg ds EtFOSAA : 0,8 µg/kg ds overige PFAS Hogere dan voornoemde waarden in bagger regionale wateren kunnen een aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van een puntbronvervuiling in de partij. Wat vervolgens de mogelijkheden zijn voor de betreffende partij, hangt onder meer af van de aantallen gemeten uitschieters, de hoogte van de gemeten waarden en de lokale situatie. Dit is aan het bevoegd gezag om te beoordelen.
Pagina 10 van 15
P240053
Verkennend waterbodemonderzoek Havenkanaal Oudenbosch
Tabel 3: Toetsingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op landbodem (in µg/kg ds)
Bodemkwaliteitsklasse
Bodemfunctieklasse
Wonen of Industrie Landbouw/ natuur Landbouw/natuur, wonen of industrie
Wonen of industrie Landbouw/natuur
(overige) PFAS
PFOA
3,0
7,0
1,4
1,9
Benadrukt wordt dat in het ‘Handelingskader PFAS’ onder bovenstaande tabellen nog diverse andere toelichtingen en verduidelijkingen zijn weergeven. Voor deze aanvullende toelichtingen en verduidelijkingen wordt verwezen naar het ‘Handelingskader PFAS’. Bovendien wordt opgemerkt dat de toetsing van PFAS niet is opgenomen in het toetsingsinstrument BoToVa en dat deze parameters handmatig getoetst dienen te worden aan de normen zoals opgenomen in genoemd handelingskader. De handmatige toetsing van de resultaten is weergegeven in tabel 6. Hierbij dient te worden opgemerkt dat rekening is gehouden met de (eventuele) bodemtypecorrectie zoals voor PFAS van toepassing is.
4.2
Waarnemingen veldwerk
In tabel 4 zijn de belangrijkste resultaten van de waarnemingen tijdens het veldwerk weergegeven. Tabel 4: Veldwerkwaarnemingen
Monster vak
Mengmonstercodering
01
Vak 01 en Vak01 - PF
02
Vak 02 en Vak02 - PF
03
Vak 03 en Vak03 - PF
04
Vak 04 en Vak04 - PF
1
Deelmonsters 1 (monsterdiepte in cm-NAP) 01 (230-270) 02 (220-290) 03 (250-320) 04 (250-320) 05 (260-320) 06 (260-330) 07 (270-310) 08 (260-320) 09 (250-310) 10 (260-310) 11 (250-310) 12 (250-300) 13 (250-310) 14 (260-340) 15 (260-340) 16 (270-350) 17 (240-320) 18 (240-320) 19 (230-320) 20 (230-320) 21 (220-300) 22 (260-300) 23 (260-310) 24 (270-320) 25 (250-310) 26 (260-310) 27 (270-330) 28 (290-320) 29 (250-330) 30 (270-310) 31 (160-180) 32 (300-400) 33 (180-200) 34 (290-320) 35 (290-340) 36 (280-300) 37 (280-330) 38 (280-330) 39 (280-360) 40 (310-330)
Zintuiglijke waarneming en overige relevante veldwaarnemingen Circa 40-70 cm slib (donkergrijs) Vaste waterbodem: matig siltig zand
Circa 50-90 cm slib (donkergrijs) Vaste waterbodem: matig siltig zand
Circa 30-80 cm slib (donkergrijs) Vaste waterbodem: matig siltig zand
Circa 20-100 cm slib (donkergrijs) Vaste waterbodem: matig siltig zand
Doorgaans wordt bij waterbodemonderzoek maximaal een laagdikte bemonsterd van 0,5 meter gezien vanaf bovenzijde sedimentlaag of sliblaag. Echter ingeval van slib mag een laagdikte van maximaal 1 meter worden gehanteerd gezien vanaf bovenzijde van de waterbodem. Bij dit soort niet-geconsolideerde slappe sliblagen is opmenging tijdens baggerwerkzaamheden niet te voorkomen en is een laag van maximaal 1 meter toegestaan. Voor sliblagen dieper dan 1 meter en andere grondsoorten geldt wel een maximale laagdikte van 0,5 meter. Aangezien in onderhavig onderzoek enkel sprake is van slib is een maximale laagdikte van 1,0 meter aangehouden voor de bovenste sedimentlaag.
In aanvulling op tabel 7 wordt opgemerkt dat bij de uitgevoerde veldwerkzaamheden in de opgeboorde waterbodem geen bijzonderheden (geen bodemvreemd materiaal of overige zintuiglijke waarnemingen) zijn geconstateerd welke een directe indicatie kunnen zijn voor een verontreiniging van de betreffende waterbodem.
4.3
Resultaten waterbodem
In tabel 5, zoals weergegeven op de volgende pagina, worden de toetsingsresultaten weergegeven zoals getoetst aan eerder genoemde toetsingskaders. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. De toetsingsresultaten van de uitgevoerde BoToVa-toetsingen zijn opgenomen in respectievelijk bijlage 4 (toets T1), 5 (toets T3), 6 (toets T5), 7 (toets T6) en 8 (toets T11). Pagina 11 van 15
P240053
Verkennend waterbodemonderzoek Havenkanaal Oudenbosch
Tabel 5: Toetsingsresultaten waterbodem
T1/ T101 Niet toepasbaar 1/ Matig verontreinigd 1
Vak 01 02
Niet toepasbaar/ Sterk verontreinigd 2
03
T3/ T103a
klasse B/ matig verontreinigd
T5/ T105 Niet verspreidbaar3 Nooit verspreidbaar2
T6/ T106
>emissietoetswaarde4 Niet verspreidbaar
04 T1/ T101 T3/ T103a T5/ T105 T6/ T106 T11/ T129 1 2
3
T11/ T129
>emissietoetswaarde5 >emissietoetswaarde6
Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem/ Beoordeling kwaliteitsklassen van grond en baggerspecie bij toepassen op of in de bodem Beoordeling kwaliteit van bagger en ontvangende bodem bij toepassing in een oppervlaktewaterlichaam/ Beoordeling kwaliteitsklassen van baggerspecie bij toepassing in een oppervlaktewaterlichaam Beoordeling kwaliteit van bagger bij verspreiden op een aangrenzend perceel (landbodem)/ Beoordeling geschiktheid van baggerspecie bij verspreiden op de landbodem Beoordeling kwaliteit van bagger bij verspreiden in een zoet oppervlaktewaterlichaam/ Beoordeling geschiktheid van baggerspecie bij verspreiden in een zoet oppervlaktewaterlichaam Beoordeling kwaliteit van baggerspecie bij GBT in oppervlaktewaterlichamen (emissietoetswaarde)/ Beoordeling emissiearme grond en baggerspecie (GBT emissietoetswaarde) Als gevolg van een licht verhoogd gehalte aan minerale olie (gestandaardiseerd 820 mg/kg ds) Als gevolg van met name een verhoogd gehalte zink (gestandaardiseerd: 890-1.300 mg/kg ds), binnen vak 03 tevens nikkel (gestandaardiseerd: 150 mg/kg ds) Als gevolg van in ieder geval een verhoogd gehalte aan msPFaf metalen
4
Als gevolg van een verhoogd gehalte aan zink
5
Als gevolg van een verhoogd gehalte aan koper, nikkel en zink
6
Als gevolg van een verhoogd gehalte aan koper en zink
In tabel 6 zijn de toetsingsresultaten weergegeven met betrekking tot de stofgroep PFAS. Vooralsnog zijn enkel de toetsingen uitgevoerd voor toepassen/ verspreiden in oppervlaktewater. Dikgedrukt zijn de gestandaardiseerde concentraties weergegeven welke doorslaggevend zijn voor de getrokken conclusie(s). Tabel 6: Toetsingsresultaten waterbodem m.b.t. PFAS
Vak
01
02
03
Gestandaardiseerd gehalte (µg/kg ds) PFOS: 0,4 PFOA: 0,1 EtFOSAA: 0,7 MeFOSAA: 0,3 overige PFAS: 0,2 PFOS: 0,3 PFOA: 0,2 EtFOSAA: 0,6 MeFOSAA: 0,5 overige PFAS: 0,2 PFOS: 0,4 PFOA: 0,1 EtFOSAA: 1,1 MeFOSAA: <0,3 overige PFAS: <0,2
Categorie 4.7/ 4.8.1
Categorie 4.8.2
Categorie 4.9.1/ 4.9.2
Verspreidbaar/ Toepasbaar (geen uitschieters)
Verspreidbaar/ Toepasbaar
Toepasbaar
Verspreidbaar/ Toepasbaar (geen uitschieters)
Verspreidbaar/ Toepasbaar
Toepasbaar
Verspreidbaar/ Toepasbaar (geen uitschieters)
Niet verspreidbaar1/ Niet toepasbaar1
Niet toepasbaar 1
Pagina 12 van 15
P240053
Verkennend waterbodemonderzoek Havenkanaal Oudenbosch
Vervolg tabel 6: Toetsingsresultaten waterbodem m.b.t. PFAS
Vak
04
Gestandaardiseerd gehalte (µg/kg ds) PFOS: 0,5 PFOA: 0,1 EtFOSAA: 1,7 MeFOSAA: 0,5 overige PFAS: 0,2
categorie 4.7 categorie 4.8.1 categorie 4.8.2 categorie 4.9.1 categorie 4.9.2 1
Categorie 4.7/ 4.8.1
Categorie 4.8.2
Categorie 4.9.1/ 4.9.2
Verspreidbaar/ Toepasbaar (geen uitschieters)
Niet verspreidbaar1/ Niet toepasbaar1
Niet toepasbaar 1
Baggerspecie verspreiden in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam of aansluitende (sedimentdelende) stroomafwaarts gelegen oppervlaktewaterlichamen als bedoeld in artikel 4.1269, derde lid onder b en c van het BAL Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam in toepassingen als bedoeld in artikel 4.1269, tweede lid onder f, g en h van het Bal Het in een ander oppervlaktewaterlichaam: Verspreiden van baggerspecie (bij niet-sedimentdelende oppervlaktewater lichamen) als bedoeld in artikel 4.1269, derde lid onder b van het Bal en Het toepassen van baggerspecie en grond in toepassingen als bedoeld in artikel 4.1269, tweede lid onder f, g en h van het Bal Baggerspecie en grond toepassen in niet-vrijliggende diepe plassen die in open verbinding staan met een rijkswater Baggerspecie en grond toepassen in andere diepe plassen dan bedoeld onder 4.9.1 als gevolg van een licht verhoogd gehalte aan een EtFOSAA (>0,8 µg/kg ds)
4.4 Interpretatie onderzoeksresultaten
Uit het onderzoek volgt dat de waterbodem tot de vaste waterbodem bestaat uit een sliblaag variërend van circa 20 tot plaatselijk 100 cm. Onder de sliblaag wordt de vaste waterbodem aangetroffen bestaande uit matig siltig zand. 4.4.1 Toepassen op landbodem De onderzochte waterbodem komt op basis van de parameters behorende bij het C2pakket niet in aanmerking voor ‘toepassing op landbodem’. In het kader van het voormalige beleid (T1) wordt de waterbodem integraal gekwalificeerd als ‘niet toepasbaar’ en in het kader van het huidige beleid (T101) als matig (vak 01) tot sterk (vak 02 t/m 04) verontreinigd. Binnen vak 01 is met name een verhoogd gehalte aan minerale olie bepalend terwijl ter plaatse van de vakken 02 t/m 04 naast minerale olie ook zink en in mindere mate nikkel en tributyltin bepalend zijn. De stofgroep PFAS vormt bij toepassing op landbodem geen beperking. 4.4.2 Toepassen in oppervlaktewater Bij toepassing in oppervlaktewater wordt de waterbodem, op basis van het C2-pakket, in het kader van het voormalige beleid (T3) integraal gekwalificeerd als ‘klasse B’ en in het kader van het huidige beleid (T103) als matig verontreinigd. Maatgevend zijn met name de metalen kobalt, nikkel, zink en in mindere mate arseen, chroom, koper, minerale olie en som organotinverbindingen.
Met betrekking tot de stofgroep PFAS is binnen de vakken 01 en 02 geen sprake van een noemenswaardig gehalte hetgeen een beperking vormen. Echter binnen de vakken 03 en 04 is sprake van een verhoogd gehalte aan EtFOSAA (>0,8 µg/kg ds) hetgeen wel een belemmering vormt voor het ‘toepassen in ander oppervlaktewater’ maar niet bij het toepassen in hetzelfde (sedimentdelende) oppervlaktewaterlichaam. 4.4.3 Verspreiden op aangrenzend perceel De waterbodem komt op basis van het voormalige beleid (T5) integraal niet in aanmerking voor ‘verspreiden op aangrenzend perceel’ (op basis van het geanalyseerde C2-pakket). Dit als gevolg van met name de verhoogde concentraties aan metalen (met name zink) waardoor in ieder geval de norm voor ‘meer stoffen Potentieel Aangetaste Fractie’ (msPAF) wordt overschreden. Pagina 13 van 15
P240053
Verkennend waterbodemonderzoek Havenkanaal Oudenbosch
Aangezien de normen in het kader van het nieuwe beleid (T105) strenger zijn geworden komt de waterbodem in het kader van het nieuwe beleid eveneens niet in aanmerking voor ‘verspreiden op aangrenzend perceel’. De stofgroep PFAS vormt overigens geen belemmering voor het ‘verspreiden op aangrenzend perceel’. 4.4.4 Verspreiden in zoet oppervlaktewater Zowel onder het voormalige (T6) als huidige (T106) beleid komt de waterbodem op basis van het geanalyseerde C2-pakket integraal niet in aanmerking voor ‘verspreiding in een zoet oppervlaktewaterlichaam’. Met name de verhoogde gehalten aan kobalt, nikkel, zink en in mindere mate arseen, chroom, koper, minerale olie en som organotinverbindingen vormen hiervoor een belemmering. De stofgroep PFAS binnen de vakken 01 en 02 vormt overigens geen belemmering voor ‘verspreiding in zoet oppervlaktewater’ Echter binnen de vakken 03 en 04 is sprake van een verhoogd gehalte aan EtFOSAA (>0,8 µg/kg ds) hetgeen wel een belemmering vormt voor het ‘verspreiden in ander oppervlaktewater’ maar niet bij het verspreiden in hetzelfde (sedimentdelende) oppervlaktewaterlichaam. 4.4.5 Hergebruik in GBT in een oppervlaktewaterlichaam Op basis van het geanalyseerde C2-pakket komt de volledige waterbodem in principe in aanmerking voor hergebruik binnen een GBT in oppervlaktewater.
Echter aangezien in alle vier de vakken de zogenaamde emissietoetswaarde (ETW) wordt overschreden dient voor een definitief oordeel de emissie bepaald te worden. De emissie dient te worden vastgelegd voor zink (alle vakken), koper (vak 03 en 04) en nikkel (vak 03). Met betrekking tot de stofgroep PFAS is binnen de vakken 01 en 02 geen sprake van een noemenswaardig gehalte hetgeen een beperking vormt voor hergebruik binnen een GBT. Echter binnen de vakken 03 en 04 is sprake van een verhoogd gehalte aan EtFOSAA (>0,8 µg/kg ds) hetgeen naar verwachting wel een belemmering vormt bij hergebruik binnen een GBT in een oppervlaktewaterlichaam.
Pagina 14 van 15
P240053
Verkennend waterbodemonderzoek Havenkanaal Oudenbosch
5.1
Algemeen
Prommenz Milieu B.V. heeft in opdracht van Beens Dredging BV een verkennend waterbodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het havenkanaal Oudenbosch. Aanleiding De aanleiding van het waterbodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen baggerwerkzaamheden ten behoeve van periodiek onderhoud. Doel Het doel van het verkennend waterbodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bij de baggerwerkzaamheden te verwijderen waterbodem (baggerspecie).
5.2
Samenvatting en conclusies
Uit het onderzoek volgt dat de te baggeren waterbodem binnen de diverse vakken bestaat uit een sliblaag variërend van circa 10-100 cm. Onder de sliblaag wordt de vaste waterbodem aangetroffen bestaande uit matig siltig zand. De te baggeren waterbodem (sliblaag) wordt op basis van de parameters van het C2pakket bij toepassing in oppervlaktewater integraal gekwalificeerd als ‘klasse B’ (matig verontreinigd) maar komt niet in aanmerking voor ‘toepassing op landbodem’, ‘verspreiden op aangrenzend perceel’ of ‘verspreiden in zoet oppervlaktewater’. Wel komt de waterbodem op basis van het geanalyseerde C2-pakket in potentie in aanmerking voor hergebruik binnen een GBT in een oppervlaktewaterlichaam. Echter aangezien de emissietoetswaarde wordt overschreden dient hiervoor nog wel de emissie vastgelegd te worden voor de één of meerdere metalen. Echter ter plaatse van vakken 03 en 04 zijn wel verhoogde gehalten aan PFAS (EtFOSAA) aangetroffen welke wel een belemmering kunnen vormen voor het ‘toepassen in zoet oppervlaktewater’ (waaronder binnen een GBT in oppervlaktewater). Samenvattend kan worden geconcludeerd dat de hergebruiksmogelijkheden voor de waterbodem in de vakken 01 en 02 beperkt zijn.
Voor de waterbodem binnen de vakken 03 en 04 bestaan er als gevolg van een combinatie aan verhoogde parameters naar verwachting geen hergebruiksmogelijkheden (tenzij binnen een GBT verhoogde gehalten aan PFAS worden geaccepteerd) en resteert enkel afvoer naar een erkende verwerker (bv baggerdepot Hollandsch Diep of De Slufter). Op basis van de resultaten wordt de onderzoekshypothese bevestigd. Er is sprake van een diffuse verontreiniging met metalen al is wel sprake van een iets hogere verontreinigingsgraad dan vooraf verwacht. Een éénduidige verklaring is hiervoor echter niet te geven. Desondanks geeft het onderzoek geeft een goed beeld van de waterbodemkwaliteit ter plaatse waardoor er, ons inziens, geen aanvullend onderzoek benodigd is (enkel bij afvoer naar een GBT ter vaststelling van de emissie). Tot slot wordt opgemerkt dat voor het verspreiden of toepassen van baggerspecie in oppervlaktewater een meldingsplicht bestaat in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving. Deze moet ingediend worden via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en minimaal één week voor aanvang van werkzaamheden. Pagina 15 van 15
Bijlage I – Overzichtstekening en situatietekening met boorlocaties
N
Harmenkaag 11 | www.prommenz.nl 1741 LA Schagen | info@prommenz.nl
tekeningnummer
versie
blad
P240053
_MO_501
0.1
van
status Definitief
datum 05-02-2024
schaal 1:25.000
formaat A4
project
Havenkanaal te Oudenbosch onderwerp
Verkennend waterbodemonderzoek ontwerper opdrachtgever
Beens Dredging
01 02
projectnummer
M.M. Dobber
datum 05-02-2024
projectleider D. Kramer
datum 05-02-2024
N
N
N
N
Harmenkaag 11 | www.prommenz.nl 1741 LA Schagen | info@prommenz.nl
tekeningnummer
versie
blad
P240053
_MO_502
0.1
van
status Definitief
datum 08-02-2024
schaal 1:3.000
formaat A3
project
Havenkanaal te Oudenbosch onderwerp
Verkennend waterbodemonderzoek ontwerper opdrachtgever
Beens Dredging
02 02
projectnummer
M.M. Dobber
datum 02-02-2024
projectleider D. Kramer
datum 02-02-2024
Bijlage II – Boorprofielen
Boring:
01
Boring:
02
Datum:
6-2-2024
Datum:
6-2-2024
0
0
waterspiegel
0
0
50
50
100
100
150
150
200
200
waterspiegel
-220
Slib, donkergrijs, Zuigerboor
-230
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 250
2 1
250
2 1
-270
-290
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
-290
-310
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
0
waterspiegel
300
Boring:
03
Boring:
04
Datum:
6-2-2024
Datum:
6-2-2024
0
0
waterspiegel
0
50
50
100
100
150
150
200
200
-250
250
-250
250 Slib, donkergrijs, Zuigerboor
Slib, donkergrijs, Zuigerboor
2 1
2 1
300
300 -320
-340
-320
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
Projectcode: P240053
-340
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
Boring:
05
Boring:
06
Datum:
6-2-2024
Datum:
6-2-2024
0
0
waterspiegel
50
50
100
100
150
150
200
200
250
0
0
waterspiegel
250 -260
-260
Slib, donkergrijs, Zuigerboor
Slib, donkergrijs, Zuigerboor
2 1 300
300
2 1
-320
-340
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
-330
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
350
-360
Boring:
07
Boring:
08
Datum:
6-2-2024
Datum:
6-2-2024
0
0
waterspiegel
50
50
100
100
150
150
200
200
250
0
0
waterspiegel
250 -260
Slib, donkergrijs, Zuigerboor
-270
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 2 1
2 1
300
300 -310
-330
-320
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor 350
Projectcode: P240053
-350
Boring:
09
Boring:
10
Datum:
6-2-2024
Datum:
6-2-2024
0
0
waterspiegel
50
50
100
100
150
150
200
200
-250
250
0
0
waterspiegel
250 Slib, donkergrijs, Zuigerboor
-260
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 2 1
2 1
300
300 -310
-330
Boring:
11
Datum:
6-2-2024 0
0
-310
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
waterspiegel
Boring:
12
Datum:
6-2-2024
0
50
50
100
100
150
150
200
200
-250
250
-330
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
0
waterspiegel
-250
250 Slib, donkergrijs, Zuigerboor
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 2 1
2 1 300
300
-300
-310
-330
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
Projectcode: P240053
-320
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
Boring:
13
Boring:
14
Datum:
6-2-2024
Datum:
6-2-2024
0
0
waterspiegel
50
50
100
100
150
150
200
200
-250
250
0
0
waterspiegel
250 Slib, donkergrijs, Zuigerboor
-260
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 2 1 300
300
2 1
-310
-330
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor -340
350
Boring:
15
Boring:
16
Datum:
6-2-2024
Datum:
6-2-2024
0
0
waterspiegel
0
50
50
100
100
150
150
200
200
250
-360
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
0
waterspiegel
250 -260
Slib, donkergrijs, Zuigerboor
-270
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 300
2 1
300 2 1
-340
350
-360
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
350
-350
-370
Projectcode: P240053
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
Boring:
17
Boring:
18
Datum:
6-2-2024
Datum:
6-2-2024
0
0
waterspiegel
0
0
50
50
100
100
150
150
200
200
-240
-240
Slib, donkergrijs, Zuigerboor
250
waterspiegel
Slib, donkergrijs, Zuigerboor
250
2 1
2 1
300
300 -320
-340
-320
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
Boring:
19
Boring:
20
Datum:
6-2-2024
Datum:
6-2-2024
0
0
waterspiegel
0
50
50
100
100
150
150
200
200
-230
-340
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
0
waterspiegel
-230
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 250
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 250
2 1
2 1
300
300 -320
-340
-320
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
Projectcode: P240053
-340
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
Boring:
21
Boring:
22
Datum:
6-2-2024
Datum:
6-2-2024
0
0
waterspiegel
50
50
100
100
150
150
200
0
0
waterspiegel
200 -220
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 250
250 -260
2 1
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 2 1 -300
300
-320
-300
300 Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
Boring:
23
Boring:
24
Datum:
6-2-2024
Datum:
6-2-2024
0
0
waterspiegel
0
50
50
100
100
150
150
200
200
250
-320
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
0
waterspiegel
250 -260
Slib, donkergrijs, Zuigerboor
-270
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 2 1 300
300
2 1
-310
-330
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
-320
-340
Projectcode: P240053
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
Boring:
25
Boring:
26
Datum:
6-2-2024
Datum:
6-2-2024
0
0
waterspiegel
50
50
100
100
150
150
200
200
-250
250
0
0
waterspiegel
250 Slib, donkergrijs, Zuigerboor
-260
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 2 1
2 1
300
300 -310
-330
Boring:
27
Datum:
6-2-2024 0
0
-310
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
waterspiegel
Boring:
28
Datum:
6-2-2024
0
50
50
100
100
150
150
200
200
250
-330
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
0
waterspiegel
250 -270
Slib, donkergrijs, Zuigerboor -290
300
2 1
300
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 2 1 -320
-330
350
-350
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
Projectcode: P240053
-340
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
Boring:
29
Boring:
30
Datum:
6-2-2024
Datum:
6-2-2024
0
0
waterspiegel
50
50
100
100
150
150
200
200
-250
250
0
0
waterspiegel
250 Slib, donkergrijs, Zuigerboor -270
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 2 1
2 1
300
300 -310
-330
-350
350
31
Boring:
32
Datum:
6-2-2024
Datum:
6-2-2024
0
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
0
waterspiegel
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
Boring:
0
-330
waterspiegel
0
50
50
100
100
150
150 -160
Slib, donkergrijs, Zuigerboor
2 1 -180
200
-200
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
200
250
-300
300
Slib, donkergrijs, Zuigerboor
350
400
2 1
-400
-420
Projectcode: P240053
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
Boring:
33
Boring:
34
Datum:
6-2-2024
Datum:
6-2-2024
0
0
waterspiegel
0
0
50
50
100
100
150
150
waterspiegel
-180
Slib, donkergrijs, Zuigerboor
2 1 -200
200
-220
200 Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
250
-290
300
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 2 1 -320
Boring:
35
Boring:
36
Datum:
6-2-2024
Datum:
6-2-2024
0
0
waterspiegel
0
50
50
100
100
150
150
200
200
250
250
-340
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
0
waterspiegel
-280 -290
Slib, donkergrijs, Zuigerboor
300 2 1
-320
-340
Slib, donkergrijs, Zuigerboor
2 1 300
-300
-320
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
Projectcode: P240053
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
Boring:
37
Boring:
38
Datum:
6-2-2024
Datum:
6-2-2024
0
0
waterspiegel
0
0
50
50
100
100
150
150
200
200
250
250
-280
-280
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 300
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 300
2 1
2 1
-330
-350
350
-330
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
350
Boring:
39
Boring:
40
Datum:
6-2-2024
Datum:
6-2-2024
0
0
waterspiegel
waterspiegel
0
50
50
100
100
150
150
200
200
250
250
-350
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
0
waterspiegel
-280
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 300
300 -310
2 1
Slib, donkergrijs, Zuigerboor
2 1 -330
350
350
-360
-380
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
Projectcode: P240053
-350
Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Zuigerboor
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis
blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
Bijlage III – Analysecertificaten
Prommenz Milieu B.V. T.a.v. de heer D. Kramer Harmenkaag 11 1741LA SCHAGEN
Uw kenmerk : P240053-Havenkanaal Oudenbosch Ons kenmerk : Project 1684220 Validatieref. : 1684220_certificaat_v1 Opdrachtverificatiecode : BADL-WJXX-DZTF-SDJJ Bijlage(n) : 5 tabel(len) + 4 oliechromatogram(men) + 2 bijlage(n)
Amsterdam, 27 februari 2024 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam. Informatie omtrent de gebruikte analysemethode(n) kunt u vinden in ons klantenportaal Mijn Lab onder "Info en Docs". Ik wijs u erop dat het analysecertificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,
Ing. J. Tukker Manager productie
Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analysecertificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.
Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckebachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland
T +31-(0)20-597 66 80 CSOmegam@eurofins.com www.eurofins.nl
IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654
Tabel 1 van 5 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1684220 : P240053-Havenkanaal Oudenbosch : Prommenz Milieu B.V.
Uw Monsterreferenties 8098730 = Vak 01 01 (230-270) 02 (220-290) 03 (250-320) 04 (250-320) 05 (260-320) 06 (260-330) 07 (270-310) 08 (260-320) 09 (250-310) 10 (260-310) 8098731 = Vak 02 11 (250-310) 12 (250-300) 13 (250-310) 14 (260-340) 15 (260-340) 16 (270-350) 17 (240-320) 18 (240-320) 19 (230-320) 20 (230-320) 8098732 = Vak 03 21 (220-300) 22 (260-300) 23 (260-310) 24 (270-320) 25 (250-310) 26 (260-310) 27 (270-330) 28 (290-320) 29 (250-330) 30 (270-310) Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Uw Matrix
: : : : :
06/02/2024 07/02/2024 07/02/2024 8098730 Waterbodem
06/02/2024 07/02/2024 07/02/2024 8098731 Waterbodem
06/02/2024 07/02/2024 07/02/2024 8098732 Waterbodem
Monstervoorbewerking S gewicht artefact S soort artefact
g
n.v.t. n.v.t.
n.v.t. n.v.t.
n.v.t. n.v.t.
Algemeen onderzoek - fysisch S droge stof % (m/m) Q gloeiverlies van slib % (m/m ds) Q gloeirest van slib % (m/m ds) S organische stof (gec. voor lutum) % (m/m ds) S lutumgehalte (pipetmethode) % (m/m ds)
44 7,1 92,9 6,6 7,2
31,9 11,2 88,8 10,4 11,3
50,7 7,3 92,7 7,2 1,6
Anorganische parameters - metalen S arseen (As) mg/kg ds S barium (Ba) mg/kg ds S cadmium (Cd) mg/kg ds S chroom (Cr) mg/kg ds S kobalt (Co) mg/kg ds S koper (Cu) mg/kg ds S kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds S lood (Pb) mg/kg ds S molybdeen (Mo) mg/kg ds S nikkel (Ni) mg/kg ds S zink (Zn) mg/kg ds
15 91 1,1 52 18 41 0,21 55 < 1,5 35 400
27 130 1,7 64 24 67 0,31 84 2,2 51 630
12 110 1,3 60 12 80 0,34 87 1,5 51 640
Organische parameters - niet aromatisch S minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds
540
780
990
Organische parameters - aromatisch Polycyclische koolwaterstoffen: S naftaleen mg/kg ds S fenantreen mg/kg ds S anthraceen mg/kg ds S fluoranteen mg/kg ds S benzo(a)antraceen mg/kg ds S chryseen mg/kg ds S benzo(k)fluoranteen mg/kg ds S benzo(a)pyreen mg/kg ds S benzo(ghi)peryleen mg/kg ds S indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds S som PAK (10) mg/kg ds
< 0,05 0,51 0,23 0,90 0,50 0,59 0,41 0,59 0,50 0,53 4,8
< 0,05 0,36 0,15 0,80 0,38 0,48 0,33 0,41 0,32 0,32 3,6
0,08 0,65 0,41 1,4 0,90 1,1 0,59 0,80 0,63 0,76 7,3
Organische parameters - gehalogeneerd Polychloorbifenylen: S PCB -28 mg/kg ds S PCB -52 mg/kg ds S PCB -101 mg/kg ds S PCB -118 mg/kg ds S PCB -138 mg/kg ds S PCB -153 mg/kg ds S PCB -180 mg/kg ds S som PCBs (7) mg/kg ds
< 0,001 < 0,001 0,002 0,001 0,003 0,003 0,002 0,012
0,001 0,001 0,003 0,002 0,003 0,004 0,002 0,016
0,003 0,002 0,005 0,003 0,006 0,007 0,004 0,030
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: BADL-WJXX-DZTF-SDJJ
Ref.: 1684220_certificaat_v1
Tabel 2 van 5 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1684220 : P240053-Havenkanaal Oudenbosch : Prommenz Milieu B.V.
Uw Monsterreferenties 8098730 = Vak 01 01 (230-270) 02 (220-290) 03 (250-320) 04 (250-320) 05 (260-320) 06 (260-330) 07 (270-310) 08 (260-320) 09 (250-310) 10 (260-310) 8098731 = Vak 02 11 (250-310) 12 (250-300) 13 (250-310) 14 (260-340) 15 (260-340) 16 (270-350) 17 (240-320) 18 (240-320) 19 (230-320) 20 (230-320) 8098732 = Vak 03 21 (220-300) 22 (260-300) 23 (260-310) 24 (270-320) 25 (250-310) 26 (260-310) 27 (270-330) 28 (290-320) 29 (250-330) 30 (270-310) Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Uw Matrix
: : : : :
Chloorfenolen: S pentachloorfenol
mg/kg ds
Organische parameters - bestrijdingsmiddelen Organochloorbestrijdingsmiddelen: S 2,4-DDD (o,p-DDD) mg/kg ds S 4,4-DDD (p,p-DDD) mg/kg ds S 2,4-DDE (o,p-DDE) mg/kg ds S 4,4-DDE (p,p-DDE) mg/kg ds S 2,4-DDT (o,p-DDT) mg/kg ds S 4,4-DDT (p,p-DDT) mg/kg ds S aldrin mg/kg ds S dieldrin mg/kg ds S endrin mg/kg ds S telodrin mg/kg ds S isodrin mg/kg ds S heptachloor mg/kg ds S heptachloorepoxide (cis) mg/kg ds S heptachloorepoxide (trans) mg/kg ds S alfa-endosulfan mg/kg ds S endosulfansulfaat mg/kg ds S alfa -HCH mg/kg ds S beta -HCH mg/kg ds S gamma -HCH (lindaan) mg/kg ds S delta -HCH mg/kg ds S chloordaan (cis) mg/kg ds S chloordaan (trans) mg/kg ds S pentachloorbenzeen mg/kg ds S hexachloorbenzeen mg/kg ds S hexachloorbutadieen mg/kg ds S som DDD mg/kg ds S som DDE mg/kg ds S som DDT mg/kg ds S som DDD /DDE /DDTs mg/kg ds S som drins (3) mg/kg ds S som c/t heptachloorepoxide mg/kg ds S som HCHs (4) mg/kg ds S som chloordaan mg/kg ds som OCBs (landbodem) mg/kg ds som OCBs (waterbodem) mg/kg ds som penta/hexa chloorbenzenen mg/kg ds
06/02/2024 07/02/2024 07/02/2024 8098730 Waterbodem
06/02/2024 07/02/2024 07/02/2024 8098731 Waterbodem
06/02/2024 07/02/2024 07/02/2024 8098732 Waterbodem
< 0,003
< 0,003
< 0,003
< 0,001 0,002 < 0,001 0,004 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,002 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 0,003 0,005 0,001 0,009 0,002 0,001 0,003 0,001 0,019 0,021 0,001
< 0,001 0,005 < 0,001 0,008 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,002 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 0,006 0,009 0,001 0,016 0,002 0,001 0,003 0,001 0,026 0,028 0,001
< 0,001 0,007 < 0,001 0,010 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,002 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 0,002 < 0,001 0,008 0,011 0,001 0,020 0,002 0,001 0,003 0,001 0,032 0,032 0,003