Bijlage 4; Toelichting wijzigingen statuten OBO West Brabant in het kader van de WBTR.pdf
Tekst van het document
Toelichting wijzigingen statuten OBO West Brabant in het kader van de WBTR. Per 1 juli 2021 is de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) in werking getreden. Deze wet brengt een aantal wijzigingen met zich mee met betrekking tot rechtspersonen die zijn opgenomen in boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaronder verenigingen en stichtingen. Deze wetgeving werkt ook door naar verenigingen en stichtingen in het onderwijs. De belangrijkste 6 belangrijkste wijzigingen die deze wetgeving met zich meebrengt zijn als volgt: 1.Invoering wettelijke grondslag raad van toezicht / monistisch bestuursmodel. 2. Leden bestuur en raad van toezicht mogen niet deelnemen aan besluitvorming bij tegenstrijdig belang. 3. Verplichte ontstentenis en/ of beletregeling bij ontbreken volledig bestuur of raad van toezicht. 4. Eén lid bestuur of raad van toezicht mag niet meer stemmen hebben dan de rest van de leden tezamen. 5. Hoofdelijke aansprakelijk bestuurders en leden raad van toezicht bij faillissement door onbehoorlijk bestuur of toezicht. 6. Rechter krijgt meer beoordelingsvrijheid bij verzoek ontslag van bestuurder van een stichting door OM of belanghebbende(n). De statuten van OBO West-Brabant zijn getoetst aan deze nieuwe wetgeving en op grond daarvan wordt geadviseerd om de volgende onderdelen aan te passen in de statuten.
Artikel 3 Doel van de stichting In de wet (artikel 2:291 lid 3 BW) is sinds 1 juli 2021, door inwerkingtreding van de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, opgenomen dat bestuurders zich bij de vervulling van hun taak dienen te richten naar het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie. Een vraag die in dit kader rijst is of dat deze wettelijke bepaling voldoende ruimte biedt voor stichtingen in het funderend onderwijs om ook het publieke belang te dienen. Dat hangt immers samen met het geven van (openbaar) onderwijs. Een vraag die daarbij rijst is of de taakvervulling uit de wet niet wat krap geformuleerd voor de doelstelling van stichtingen in het onderwijs? Van belang is dat het doel van stichting zo verwoord is dat de stichting binnen dat doel de ruimte heeft om alle (publieke) belangen mee te nemen in zijn taakvervulling en de ruimte heeft om de juiste afwegingen daarin te maken. De doelstelling van de stichting is in artikel 3 van de statuten opgenomen en ziet op het instandhouden en geven van openbaar onderwijs aan de onder de stichting vallende scholen en met inachtneming van het wettelijke karakter van het openbaar onderwijs. Kijkende naar het advies van de PO-Raad wordt geadviseerd om die doelstelling uit te breiden.
Dit advies is verwerkt in de nieuwe formulering van het doel van de stichting, waarbij onder meer de term ‘bevorderen’ is toegevoegd en een verwijzing is opgenomen naar de onderwijswetgeving en de regio waarbinnen de stichting acteert. Artikel 46 van de WPO (karakter van het openbaar onderwijs) wordt ook nog steeds benoemd in lid 1 en verder uitgewerkt in lid 4. Artikel 7 lid 10 sub j en artikel 8 lid 2(aanpassing) De verwijzing naar het wetsartikel is verwijderd. Tegenstrijdig belang is nu geregeld in artikel 8 lid 2. Artikel 9 lid 2 b Toezicht op het college van bestuur De verwijzing in dit lid is gewijzigd naar artikel 165 lid 1 WPO
1
Artikel 11 lid 1 en 2 (nieuw) Lid 1 Wijziging voor wat betreft staking van stemmen ------------------------------------------------------------------------------------------------------------Lid 2: In de wet is opgenomen dat (een lid van) het college van bestuur/ de raad van toezicht niet mag deelnemen aan de beraadslaging of besluitvorming als er sprake is van een tegenstrijdig belang met de stichting (artikel 2:291 lid 6 en artikel 2:292a lid 7 BW). Indien het voltallige college van bestuur een tegenstrijdig belang heeft wordt het besluit genomen door de raad van toezicht. Indien de voltallige raad van toezicht een tegenstrijdig belang heeft wordt het besluit door de raad van toezicht genomen onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. Voor de raad van toezicht was dit nog niet opgenomen in de statuten. Artikel 13 lid 2 en 3 (tegenstrijdig belang) Voor het college van bestuur is een bepaling inzake tegenstrijdig belang opgenomen in artikel 13 lid 2. Deze komt niet geheel overeen met de nieuwe wettelijke bepaling. De wet prevaleert, wat betekent dat het huidige artikel in de statuten in strijd is met de wet. Artikel 13 lid 2 en de verwijzing naar lid 2 in artikel 13 lid 3 uit de oude statuten komen hiermee te vervallen. Artikel 19 Overgangsbepalingen Dit artikel komt uiteraard te vervallen.
Artikel 20 Slotbepalingen Dit artikel is vernummerd van 20 naar 19.
2