CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 archeologisch onderzoek incl proefsleuven.pdf

Gemeenteraad 23 juni 2022, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 17: Bestemmingsplan Oudendijk 66 te Oud Gastel6.040 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORT Archeologisch inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, Oudendijk 66 te Oud-Gastel, gemeente Halderberge.

Opdrachtgever Fam. Verhelst Oudendijk 66 Oud Gastel

Projectnummer Aeres Milieu projectnummer AM18335 Status rapport Concept

Autorisatie Opsteller rapport:

paraaf

Drs. M.A.K. Vroomans

Redactie:

8 juli 2019

paraaf

Drs. Ing. N.J.W. van der Feest Vrijgave: Drs. Ing. N.J.W. van der Feest Contactgegevens Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

datum

datum 8 juli 2019

paraaf

datum 8 juli 2019

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ............................................................................................................................................ 2 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ................................................................................................................... 3 1. INLEIDING.................................................................................................................................................. 4 2. VOORONDERZOEK .................................................................................................................................. 6 3. WERKWIJZE .............................................................................................................................................. 8 4. VELDWERKZAAMHEDEN ........................................................................................................................ 9 4.1 Algemeen ......................................................................................................................................... 9 4.2 Beschrijving van de bodemopbouw (proefsleuvenonderzoek) ...................................................... 10 4.3 Vlakken ..........................................................................................................................................

11 4.4 Sporen ........................................................................................................................................... 12 4.5 Vondsten ........................................................................................................................................ 14 4.6 Monsters ........................................................................................................................................ 14 5. CONCLUSIE............................................................................................................................................. 16 5.1 Algemeen ....................................................................................................................................... 16 5.2 Beantwoording van de onderzoeksvragen ..................................................................................... 16 6. AANBEVELINGEN ................................................................................................................................... 18 LITERATUURLIJST ...................................................................................................................................... 19

Bijlagen: 1 2 3 4

Topografische overzichtskaart Allesporenkaart Sporenlijst Vondstenlijst

Archeologisch onderzoek Oudendijk 66 te Oud Gastel / AM18335

SAMENVATTING In opdracht van familie Verhelst heeft Aeres Milieu op 22 februari 2019 een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven uitgevoerd op de locatie Oudendijk 66 te Oud-Gastel, gemeente Halderberge. De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen opdeling van het perceel in twee bouwkavels waar per perceel een woning gebouwd zal worden. De diepte van de toekomstige verstoring is niet bekend, maar zal naar verwachting tot ten minste 1,0 meter beneden maaiveld reiken i.v.m. aanleg van funderingen en mogelijke leidingen en kabels. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Halderberge staat het gebied aangeduid als een terrein met hoge archeologische verwachting, vanwege de aanwezigheid van een dekzandrug. Daarom is in het bestemmingsplan een dubbelbestemming voor waarde archeologie 2 en waarde archeologie historische bebouwing opgenomen (zie figuur 1). Het plangebied ligt in West-Brabant, nabij de overgang van het pleistoceen zuidelijk zandgebied met de holocene getijdevlakte. Het zogenaamde zuidelijk zandgebied is een relatief vlak gebied dat nooit door landijs bedekt is geweest. Het reliëf wordt voornamelijk bepaald door grote en kleine beekdalen en dekzandlaagten en -ruggen met plaatselijk jonge stuifzanden. In dit gebied ligt een laag dekzand op Pleistoceen rivierzand en -grind.

Op de geomorfologische kaart van Nederland is ook duidelijk te zien dat het plangebied zich op de grens van het dekzandgebied met de mariene vlakten bevindt. Het plangebied is beschreven als terrasafzettingswelvingen (3L12) met ten noorden de aanwezigheid van een dekzandrug waar oude bouwlanddekken op voor kunnen komen (3K14). Volgends de bodemkaart komen er laarpodzolgronden voor in het plangebied.

Tijdens het onderzoek werd een antropogeen opgebracht akkerdek aangetroffen waarvan de onderzijde bewerkingssporen vertoonden. De in het vooronderzoek aangetroffen BC-horizont werd niet aangetroffen. Het grootste deel van de sporen bestond uit ontginningsgreppels/moestuinbedden. Er werd één greppeltje aangetroffen maar aangezien vondsten ontbraken, kon er geen datering voor worden gegeven. Daar deze al redelijk diep in de C-horizont zijn gegraven is de kans op het aantreffen van sporen hieronder klein. Enkel dieper ingegraven sporen zouden nog kunnen worden aangetroffen. Omdat we hier niet van een vindplaats kunnen spreken, kan er geen waardering volgens de KNA (protocol 4004) worden opgesteld. Ook zijn naast de vele moestuinbedden/ontginningsgreppels, enkele paalkuilen aangetroffen die door de vermoedelijk jonge datering echter niet behoudenswaardig worden geacht. Op basis van deze gegevens wordt geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te voeren en het terrein vrij te geven voor verdere ontwikkeling. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging van het bodemarchief als gevolg van de voorgenomen verstoring tot een minimum worden beperkt.

Hoewel de kans klein is, kan de aanwezigheid van archeologische sporen of resten nooit volledig worden uitgesloten. Indien in het plangebied toch archeologische sporen of resten worden aangetroffen dient hiervan melding te worden gemaakt bij de Minister van OCW (in de praktijk de RCE) of zoals gangbaarder is bij de gemeente Halderberge conform Artikel 5.10. (Archeologische toevalsvondst) van de Erfgoedwet 2016.

Pagina 2 van 19

Archeologisch onderzoek Oudendijk 66 te Oud Gastel / AM18335

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Projectnummer OM-nummer Soort onderzoek Adres onderzoekslocatie Toponiem Gemeente Provincie Kadastrale registratie Coördinaten

Oppervlakte Huidig locatie gebruik Aanleiding onderzoek Opdrachtgever Bevoegde overheid Opslag documentatie en materiaal Opstellen PvA Datum uitvoering

: AM18335 : 4671176100 : Proefsleuvenonderzoek IVO-P : Oudendijk 66 te Oud Gastel : Oudendijk : Halderberge : Noord-Brabant : sectie G, nummer 2025 : centrum 90.475; 401.319 NW: 90.445; 401.323 NO: 90.498; 401.327 ZW: 90.468; 401.291 ZO: 90.502; 401.301 : circa 2.500 m2 : weiland : Aanvraag omgevingsvergunning : Adviesbureau de Meierij : Gemeente Halderberge : Noordhoven 4 te Roermond tot deponering bij provinciaal depot te ‘s Hertogenbosch : 12 februari 2019 : 22 februari 2019

Pagina 3 van 19

Archeologisch onderzoek Oudendijk 66 te Oud Gastel / AM18335

1. INLEIDING In opdracht van familie Verhelst heeft Aeres Milieu een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie Gemeente Oppervlakte Huidig perceelgebruik Toekomstig perceelsgebruik

: Oudendijk 66 te Oud Gastel : Halderberge : circa 2.500 m2 : weiland : twee bouwkavels waar per perceel een woonhuis wordt gebouwd

Dit archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de BRL SIKB 4000, KNA 4.0. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn er twee sleuven aangelegd , haaks op elkaar met een lengte van circa 4 bij 30 meter. De werkzaamheden in het veld zijn uitgevoerd onder leiding van een senior KNA archeoloog. Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen opdeling van het perceel in twee bouwkavels waar per perceel een woning gebouwd zal worden. De diepte van de toekomstige verstoring is niet bekend, maar zal naar verwachting tot ten minste 1,0 meter beneden maaiveld reiken i.v.m. aanleg van funderingen en mogelijke leidingen en kabels. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Halderberge staat het gebied aangeduid als een terrein met hoge archeologische verwachting, vanwege de aanwezigheid van een dekzandrug. Daarom is in het bestemmingsplan een dubbelbestemming voor waarde archeologie 2 en waarde archeologie historische bebouwing opgenomen (zie figuur 1).

Figuur 1: Bestemmingsplan Oudendijk 66 (Bron: opdrachtgever).

Op de locatie is reeds onderzoek uitgevoerd in 2018, waarbij door Transect een bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen is uitgevoerd, hieruit bleek dat vervolgonderzoek noodzakelijk is. Pagina 4 van 19

Archeologisch onderzoek Oudendijk 66 te Oud Gastel / AM18335

“Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is in het plangebied sprake van een hoge archeologische verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten. Dit is hoofdzakelijk gebaseerd op de hoge mate van intactheid van de ondergrond in dit deel van het plangebied en het aantreffen van archeologische indicatoren uit de Late Middeleeuwen. Met name gezien de ligging van het plangebied langs de Oudendijk waarlangs historische bebouwing gelegen is, is het getuige de vondsten niet uitgesloten dat in het plangebied sporen van nederzettingsactiviteit aanwezig zijn. De vondsten betroffen hier rood geglazuurd aardewerk, een fragment zachtgebakken keramiek en een scherf steengoed uit de 14-15e eeuw. Opvallend is dat een deel van het vondstmateriaal dateert in periode van de Sint-Elisabethsvloed (1421 na Chr.), waarmee de vraag rijst of er een relatie bestaat tussen beide. Hoewel de vondsten hoofdzakelijk uit de Late Middeleeuwen lijken te dateren, zijn op voorhand oudere resten niet uit te sluiten (getuige het mogelijk prehistorisch fragment aardewerk). Archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Late Middeleeuwen worden verwacht in de top van het pleistocene dekzand, waarbij zij bewaard kunnen zijn gebleven onder een oud bouwlanddek. Resten uit de Nieuwe Tijd kunnen al direct onder de bouwvoor aanwezig zijn.

Deze resten zullen verband houden met vroeger landgebruik in het plangebied (greppels, akkerlagen).” De adviseur van de bevoegd overheid mevr. F. Timmermans van het RWB (Regio West-Brabant) heeft aangegeven dat proefsleuven hier noodzakelijk zijn. Doel Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden. Indien archeologische waarden aanwezig zijn, is het doel tevens het vaststellen van de inhoudelijke en fysieke kwaliteit van de archeologische waarde van de locatie (aard, ouderdom, omvang, gaafheid, conservering). Plangebied Het plangebied ligt aan de Oudendijk 66 te Oud Gastel (figuur 2). Het ligt tussen huisnummer 66 dat ten zuidwesten en huisnummer 66a dat ten noordoosten van het plangebied ligt. In het westen grenst het aan de Oudendijk, in het zuiden aan en nieuw aangelegde zijstraat van de Maximalaan. Op dit moment is het plangebied in gebruik als paardenweide.

Figuur 2: Luchtfoto van het onderzoeksgebied. Het plangebied is met het rode kader weergegeven (Bron: PDOK). Pagina 5 van 19

Archeologisch onderzoek Oudendijk 66 te Oud Gastel / AM18335

2. VOORONDERZOEK Het plangebied ligt in West-Brabant, nabij de overgang van het pleistoceen zuidelijk zandgebied met de holocene getijdevlakte. Het zogenaamde zuidelijk zandgebied is een relatief vlak gebied dat nooit door landijs bedekt is geweest. Het reliëf wordt voornamelijk bepaald door grote en kleine beekdalen en dekzandlaagten en -ruggen met plaatselijk jonge stuifzanden. In dit gebied ligt een laag dekzand op Pleistoceen rivierzand en grind. Tijdens een groot deel van de laatste ijstijd (het Weichseliën), heerste in Nederland een poolklimaat. Door het ontbreken van begroeiing had de wind vrij spel en kon vanuit het Noordzeebekken en de brede riviervlaktes van de Maas en de Rijn het dekzand worden afgezet. Het dekzandreliëf dat hierbij in het landschap is ontstaan, wordt gekenmerkt door vlaktes, depressies en kopjes, afgewisseld met langgerekte ruggen. Dit dekzand behoort tot het laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel) en is kalkloos, fijnkorrelig (150 – 210 μm) en arm aan grind (Berendsen 2008). Met het dekzand werden de oudere rivierafzettingen van de Maas en de Rijn afgedekt. Deze onderliggende rivierafzettingen bestaan hoofdzakelijk uit matig grof tot uiterst grof grindhoudend zand en grind en worden tot de Formatie van Waalre gerekend.

Een groot deel van deze formatie is door een verwilderd riviersysteem afgezet in het laatste deel van het Vroeg-Pleistoceen (circa 1,1 miljoen jaar BP) tot en met het Midden- Pleistoceen (circa 475.000 jaar BP) (Berendsen 2004). Het klimaat wordt warmer met het begin van het holoceen en de zeespiegel stijgt waardoor de kustlijn in Nederland verder oostwaarts komt te liggen. Ook het grondwaterpeil komt hoger te liggen, waardoor gebieden die niet onder directe invloed van de zee staan natter worden. Er treedt grootschalige veenvorming op (Bazelmans et al, 2011). Op basis van gegevens van Leenders zou de veenvorming ter hoogte van Oud Gastel aan het begin van de bronstijd aangevangen zijn. Dit is ongeveer 5000 jaar geleden. Door natuurlijke erosie en ontginningen is veel veen verdwenen. Volgens Leenders is dit nabij Gastel al het geval rond 1350 (website Leenders). In westelijk Noord-Brabant kan men voornamelijk spreken van secundaire zandgebieden: het zand is na het afgraven van het veen weer tevoorschijn gekomen (Molenaar 2005). Op de uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland () is te zien dat Oud Gastel precies op een “uitloper” van het hoger gelegen dekzandgebied ligt. Het plangebied ligt tussen 2 en 3 meter +NAP.

Figuur 3: Uitsnede uit de AHN. Het plangebied is groen omlijnd. (Bron: AHN2) Pagina 6 van 19

Archeologisch onderzoek Oudendijk 66 te Oud Gastel / AM18335

Verder ten westen, noorden en oosten, in de oude getijdenvlakten, ligt dit peil een heel stuk lager, ongeveer rond 0 meter NAP. Op de geomorfologische kaart van Nederland is ook duidelijk te zien dat het plangebied zich op de grens van het dekzandgebied met de mariene vlakten bevindt. Het plangebied is beschreven als terrasafzettingswelvingen (3L12) met ten noorden de aanwezigheid van een dekzandrug waar oude bouwlanddekken op voor kunnen komen (3K14). In de nabije omgeving bevinden zich vele, van deze kleine, geïsoleerde dekzandruggen. Op iets meer dan een halve kilometer ten noorden van het plangebied bevindt zich een getij-inversierug (3K33), mogelijk ontstaan door een voorloper van de Dintel. Ten westen van het plangebied begint vrijwel direct de vlakte die geomorfologisch sterk bepaald is onder invloed van de zee. Zo is er eerst een vlakte met deels verspoelde dekzanden. Dit is mogelijk door veen vervlakt of door overstromingsmateriaal (2M14). Enkele tientallen meters verderop begint de vlakte van getij-afzettingen (2M35). De bodems zijn afhankelijk van het soort afzettingen in de wijdere omgeving van het plangebied. Waar het oosten bestaat uit eolische en fluviatiele afzettingen, wordt het westen bepaald door de vroegere invloed van de zee. Het plangebied zelf ligt in het dekzandgebied en is gelegen op laarpodzolgronden in lemig fijn zand (cHn23).

Laarpodzolgronden worden gekenmerkt door een mestdek van 30-50 cm dik, gevormd door plaggenbemesting. De voor podzolgronden zo kenmerkende uitgesproken B-horizont is bij laarpodzolgronden gevormd door de neerslag van amorfe humus. Dit is humus die zich als huidjes rondom zandkorrels vormt, in tegenstelling tot moderhumus die zich als bolletjes organische stof tussen de zandkorrels bevindt (Berendsen 2008). Ten noordwesten van het plangebied zijn tuineerdgronden in lichte zavel gekarteerd (EK19). Dit soort gronden zijn vergelijkbaar met enkeerdgronden met het verschil dat tuineerdgronden zich in kleibodems vormen. Het donkere, humeuze bovendek is dikker dan 50 cm en is ontstaan door een handeling die samenhangt met de tuinbouw, het zogenaamde ‘opvaren van grond’ (De Bakker 1966). Uit het vooronderzoek blijkt dat de laagopbouw in het plangebied lithologisch eenduidig is. In het westen van het plangebied is een BC-horizont aangetroffen die zich gevormd heeft door de inspoeling van ijzer – en sesquioxiden. Er zijn geen andere sporen van bodemvorming waargenomen in de top van het dekzand. Op het dekzand ligt een 40-60 cm dik opgebracht pakket humeus, sterk siltig zand. Vermoedelijk is dit pakket in het verleden aangebracht ten behoeve van de ophoging van het terrein. Of deze ophoging samenhangt met bewoning of landbouwactiviteiten is niet duidelijk geworden uit het vooronderzoek.

Met name in het zuidoostelijk deel van het plangebied is er roestvorming aanwezig tot hoog in het ophoogpakket wat wijst erop dat het plangebied relatief vochtig was en dus ophoging noodzakelijk voor bewoning. De bouwvoor (tot 40 cm-mv) is door sub recente graafwerkzaamheden aangetast. Deze verstoring is echter niet zo diep dat de oorspronkelijke bodemopbouw als verloren kan worden beschouwd. In 2018 is een bureauonderzoek met verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied.1 Op basis van de onderzoeksresultaten werd geadviseerd een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven uit te voeren. Hiertoe is een Programma van Eisen opgesteld in 2018.2

1 Curvers en Van der Feest, 2018. 2 Vroomans, 2018. Pagina 7 van 19

Archeologisch onderzoek Oudendijk 66 te Oud Gastel / AM18335

3. WERKWIJZE De werkzaamheden zijn voor zover mogelijk uitgevoerd conform het Programma van Eisen.3 Bij het bepalen van de locatie van de werkputten is rekening gehouden met de resultaten van het vooronderzoek. De werkputten zijn aangelegd door een machinist van de firma Hereijgers Grondwerken uit Nispen, met een kraan voorzien van een gladde bak. Bij het aanleggen van en het verdiepen tot het vlak is gebruik gemaakt van een metaaldetector. Na het aanleggen van het juiste niveau zijn er vlakfoto’s genomen (overzichten en secties) en is het vlak digitaal ingetekend met behulp van een DGPS.4 Voorafgaande aan de documentatie van het vlak is het vlak aanvullend met de schep opgeschaafd. De profielopbouw is middels kolomopnames onderzocht. Deze zijn gedocumenteerd (1:20) en bodemkundig beschreven. Per werkput zijn twee kolomopnames gedocumenteerd. Er zijn in vakken van 5x4 meter hoogtematen genomen, zowel op de putbodem als op het maaiveld aangrenzend aan de werkput. Sporen en het vlak zijn gefotografeerd, beschreven en getekend. Vondsten, voor zover aanwezig, zijn in vakken van 5x4 meter verzameld. Na volledige documentatie van de werkputten zijn deze ten slotte weer gedicht.

Figuur 4: Puttenplan uit het Programma van Eisen (Vroomans, 2018).

.

3 Vroomans, 2018. 4 Stonex S9III Plus. Pagina 8 van 19

Archeologisch onderzoek Oudendijk 66 te Oud Gastel / AM18335

4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1

Algemeen

Op 22 februari 2019 is het veldwerk uitgevoerd. Dit archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de KNA 4.0. De werkzaamheden in het veld zijn uitgevoerd o.l.v. senior KNA-archeoloog drs. M.A.K. Vroomans en veldarcheoloog drs. J. Curvers. Tijdens het onderzoek zijn twee werkputten aangelegd. De bovengrond is met een graafmachine met een gladde bak aangelegd op een duidelijk leesbaar niveau. Na aanleg zijn deze gefotografeerd en vervolgens ingetekend met een dGPS (StonexII). Werkput 1 had een afmeting van circa 31 x 4 meter en werkput 2 had een afmeting van circa 27 bij 4 meter. De laatste put is een paar meter korter dan in het PvE voorgesteld maar dat is het gevolg van aanwezige puin in de ondergrond aan het einde van de sleuf die daar ooit was aangebracht als verharding/pad naar de schuur. In totaal is circa 240 m2 van het oppervlak van het plangebied onderzocht. Dit komt neer op 9,6% van het plangebied. Ter documentatie van de bodemopbouw zijn totaal 4 profielkolommen gedocumenteerd. In werkput 1 zijn aan de aan de noordoostelijke zijde twee profielkolommen aangelegd. In werkput 2 zijn aan de noordwestelijke zijde eveneens twee profielkolommen aangelegd. Na afloop van het veldwerk is (wegens het ontbreken van een vindplaats) in overleg met de bevoegde overheid (mail mevr. F. Timmermans, regioarcheoloog, d.d. 28-03-2019) geen evaluatierapport opgesteld.

Figuur 5: Zicht op het terrein voor aanvang van de werkzaamheden. Gezien in noordelijke richting (Foto: 22 februari 2019).

Pagina 9 van 19

Archeologisch onderzoek Oudendijk 66 te Oud Gastel / AM18335

4.2

Beschrijving van de bodemopbouw (proefsleuvenonderzoek)

Op de Allesporenkaart (bijlage 2) is weergegeven waar profielopnames zijn gedocumenteerd. Ter illustratie van de bodembeschrijving zijn de foto’s van profielopname 1.1 en 2.1 afgebeeld (zie figuur 5 en 6). De bovengrond bestaat uit een circa 20 cm dik pakket zwak siltig, donkergrijsbruin, zwak humeus zand. Daaronder bevindt zich een pakket geel ophoogzand dat een dikte heeft van circa 30 cm. Volgens de eigenaar is dit opgebracht na de sloop van de kippenschuur. Daaronder bevindt zich een antropogeen opgebracht pakket van matig fijn, zwak siltig, donker bruingrijs zand. Dan volgt een pakket grijsbruin matig fijn zand waarin zeer veel sporen van bioturbatie aanwezig zijn. Tevens is het omgezet geweest wat de brokken geel zand in het onderste pakket aantonen. Hoogstwaarschijnlijk is dit een gevolg van de aanleg van de moestuinbedden.

Figuur 6: Zicht op profiel 1 in werkput 1.

In profiel 2 van werkput 2 (figuur 6) is te zien dat er onder de toplaag een pakket van circa 25 cm dik beigegrijs ophoogzand aanwezig is, dit komt overeen met het pakket in werkput 1 en zou aangebracht zijn na de sloop van de kippenstal. Daaronder is een pakket aanwezig van donkergrijs, matig fijn zand.

Pagina 10 van 19

Archeologisch onderzoek Oudendijk 66 te Oud Gastel / AM18335

Figuur 7: Zicht op profiel 1 uit werkput 2.

4.3

Vlakken

Binnen het plangebied is het vlak laagsgewijs aangelegd op het eerste leesbare (archeologisch) niveau: op de overgang naar de C-horizont. Zowel in werkput 1 als 2 is aan het begin een kijkgat aangelegd om op die manier het eerste vlak op de juiste hoogte te positioneren. WP 1 In werkput 1 is het vlak aangelegd op een diepte tussen circa 1.11 en 1.46 m +NAP. WP 2 Werkput 2 is aangelegd op een diepte tussen 1.13 en 1.30 m +NAP.

Pagina 11 van 19

Archeologisch onderzoek Oudendijk 66 te Oud Gastel / AM18335

Figuur 8: Zicht op werkput 1. Gefotografeerd in westelijke richting.

4.4

Sporen

Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden vier spoornummers uitgedeeld. Het betrof hier drie paalkuiltjes (wp 2) en een greppel (wp1). Tevens werden in beide werkputten rijen met moestuinbedden aangetroffen, deze kregen allen hetzelfde spoornummer (S900). De sporen zijn allen ingetekend op de allesporenkaart (bijlage 2). werkput

spoornummer

Beschrijving/interpretatie

1

S1

greppel

2

S2

paalkuil

2

S3

paalkuil

2

S4

paalkuil

1 en 2

S900

moestuinbedden

Tabel 1: Overzicht van in het veld toegekende spoornummers.

Pagina 12 van 19

Archeologisch onderzoek Oudendijk 66 te Oud Gastel / AM18335

Greppel (S1) Het betreft een greppel die dwars door werkput 1 loopt, door de moestuinbedden heen. Het heeft een diepte van circa 16 cm en een breedte van 48 cm. De vulling bestaat uit sterk gevlekt, donkergrijsbruin matig fijn zand met hierin enkele baksteenspikkels en roestvlekken. Mogelijk gaat het hier om een perceleringsgreppel. Er werden geen vondsten in aangetroffen. Paalkuilen (S2 t/m/4) De drie paalkuilen zijn aangetroffen in werkput twee, aan de meest zuidwestelijke zijde. De sporen zijn gecoupeerd, getekend en afgewerkt. Het betreft hier twee vierkante en een ronde paalkuil. De vierkante paalkuil had een duidelijk donkerder uiterlijk dan de twee ronde paalkuilen, het vermoeden is dat deze dan ook jonger is (kleur minder uitgeloogd). De twee andere paalkuilen bevatten nog resten van een houten paaltje (houtpulp). Helaas zijn er geen vondsten gedaan in de paalkuilen waardoor een duidelijke datering gegeven kan worden. Hoogstwaarschijnlijk hebben ze o.b.v. de aanwezige houtresten een recente datering. Het vierkante spoor is in ieder geval jonger dan de moestuinbedden aangezien het paalspoor deze oversneed.

Figuur 9: Paalkuil (S3) waarin nog houtpulpresten in aanwezig waren.

Moestuinbedden/ontginningsgreppels (S900) Zowel in werkput 1 als 2 werden donkere, langwerpige sporen aangetroffen die op regelmatige afstand van elkaar lagen. In werkput 1 hadden ze een richting van zuid naar noord en in werkput 2 lagen ze haaks op de richting van de werkput (noordwest naar zuidoost) en dus ook haaks op de weg. Ze hadden een breedte die uiteenloopt van 40 tot 85 cm en de lengte bedraagt meer dan 3 meter. Bij deze sporen gaat het vermoedelijk om moestuinbedden (hiervoor werd arme grond verwijderd om vruchtbare grond aan te brengen) of ontginningsgreppels. Er zijn geen vondsten aangetroffen in de bedden waardoor geen datering gegeven kan worden.

Pagina 13 van 19

Archeologisch onderzoek Oudendijk 66 te Oud Gastel / AM18335

Figuur 10: Zicht op werkput 2 richting noordoosten.

Verstoringen Zowel in werkput 1 als 2 was de bovengrond verstoord door sloop van de kippenstal. In het pakket eronder bevonden zich vondsten uit de periode nieuwe tijd, waaronder ook een vondst uit uit de laatste 50 jaar van de Nieuwe tijd (o.a. een rond Bona-boterkuipje, die vanaf 1966 op de markt kwamen). Het meest westelijk deel van werkput 2 is niet verder aangelegd omdat er een grote verstoring aanwezig was omdat daar een pad weg had gelegen ten tijde van de kippenstal. 4.5

Vondsten

Zowel de bovengrond als het archeologisch vlak zijn stelselmatig onderzocht op de aanwezigheid van vondstmateriaal. Tijdens de aanleg is een klein aantal vondsten aangetroffen, deze werden in de ploeglaag of in het opgebrachte cultuurdek aangetroffen. Daar het cultuurdek mogelijk van elders is aangevoerd kunnen de vondsten betreft het hier hoogstwaarschijnlijk niet om in-situ vondsten. In totaal werden 34 fragmenten aardewerk aangetroffen tijdens het onderzoek, deze zijn allen tijdens de aanleg van het vlak aangetroffen, in de gecoupeerde sporen of in de moestuinbedden zijn geen vondsten aangetroffen. Er is een beperkte determinatie uitgevoerd om een datering aan de vondsten te kunnen geven. Het gaat voornamelijk om stukken steengoed (waaronder een groot deel van een waterkruik uit vermoedelijk de 19e-20e eeuw), roodbakkend geglazuurd aardewerk uit de 16e-18e eeuw, industrieel wit uit de 20e eeuw en diverse spijkers en stukken baksteen die door de fragmentatiegraad niet nader gedetermineerd konden worden. 4.6

Monsters Pagina 14 van 19

Archeologisch onderzoek Oudendijk 66 te Oud Gastel / AM18335

Er zijn tijdens het onderzoek geen antropogene of natuurlijke fenomenen aangetroffen die relevant waren voor bemonstering. Er zijn derhalve geen monsters genomen.

Pagina 15 van 19

Archeologisch onderzoek Oudendijk 66 te Oud Gastel / AM18335

5. CONCLUSIE 5.1

Algemeen

In februari 2019 is door Aeres Milieu een inventariserend onderzoek door middel van proefsleuven uitgevoerd aan de Oudendijk 66 te Oud-Gastel. Tijdens het onderzoek werd een antropogeen opgebracht akkerdek aangetroffen waarvan de onderzijde bewerkingssporen vertoonden. De in het vooronderzoek aangetroffen BChorizont werd niet aangetroffen. Het grootste deel van de sporen bestond uit ontginningsgreppels/moestuinbedden. Er werd één greppeltje aangetroffen maar aangezien vondsten ontbraken, kon er geen datering voor worden gegeven. Daar deze al redelijk diep in de C-horizont zijn gegraven is de kans op het aantreffen van sporen hieronder klein. Enkel dieper ingegraven sporen zouden nog kunnen worden aangetroffen. Omdat we hier niet van een vindplaats kunnen spreken, kan er geen waardering volgens de KNA (protocol 4004) worden opgesteld. 5.2

Beantwoording van de onderzoeksvragen

Voor zover mogelijk dient antwoord te worden gegeven op de volgende vragen: • •

•

• •

•

•

Wat is de datering van de archeologische vondsten en tot welke vondsttypen of vondst categorieën behoren zij? De vondsten betreffen keramiek, glas, bouwkeramiek en plastic. Is er sprake van een duidelijke stratigrafie, wellicht met ophogingslagen en loopniveaus en/of wegdekken? Er is sprake van een duidelijke stratigrafie waarbij direct boven het dekzand een antropogeen opgebrachte laag aanwezig is. Indien hier restanten van aanwezig zijn, hoe kunnen deze dan geïnterpreteerd worden m.b.t. functie en datering? Het gaat hierbij om een akkerdek dat is ontstaan door het jarenlange bemesten met potstalmest. Door de bewerking van de grond is het oorspronkelijke bodemprofiel (B-horizont) opgenomen in het bovenliggende pakket. Wat is de gaafheid en conservering van grondsporen, structuren en vondstconcentraties? De gaafheid en conservering van de sporen en vondsten is goed te noemen. Wat is de landschappelijke ligging van de site(s). Meer in het bijzonder, wat is de geologische, geomorfologische en bodemkundige context? Het plangebied ligt geomorfologisch gezien in een landschap met dekzandwelvingen, door deze hogere ligging is het gespaard gebleven tijdens de St-Elisabethsvloed en is er ook geen klei afgezet in het plangebied zoals aangeduid op de geologische kaart, vermoedelijk gaat het hier enkel op de dekandafzettingen van de formatie van Boxtel.

Bodemkundig gezien ligt het plangebied in een omgeving waar laarpodzolen voorkomen. Deze ‘armere’ gronden worden als sinds de late middeleeuwen door potstalmest verbeterd. Is er sprake van (sub)recente verstoring en postdepositionele processen? Ja, in het recente verleden heeft er een kippenstal op het terrein gestaan die gesloopt is. Tevens heeft er ten westen van proefsleuf 2 een verhard pad gelegen waarbij grind en puin is aangebracht in de ondergrond. Wat is de relatie tussen het gebruik en de geschiedenis van de onderzoekslocatie en de historische, historisch-landschappelijke en overige cultuurhistorische aspecten van zijn omgeving? Het plangebied is op een dekzandrug gelegen die van oudsher interessant was voor bewoning. De Oudendijk is aangelegd om het achterland te beschermen tegen het water. Op historische kaarten is dan ook al bewoning aanwezig op de Oudendijk. Tijdens het onderzoek zijn sporen van agrarische activiteiten aangetroffen die mogelijk bij naastgelegen bebouwing behoorden. Hoogstwaarschijnlijk is het plangebied nooit bebouwd geweest maar maakte het deel uit van de agrarische gronden. Pagina 16 van 19

Archeologisch onderzoek Oudendijk 66 te Oud Gastel / AM18335

• •

•

Waar en in welke mate is deze locatie geschikt voor paleo-ecologisch en natuurwetenschappelijk onderzoek? Welke methoden zijn het meest kansrijk? Niet van toepassing. Indien er geen archeologische resten of beperkte archeologische fenomenen (bijv. alleen losse vondsten zonder enige context) oplevert, welke verklaring kan hieraan worden gegeven? Is er bijvoorbeeld sprake van aantoonbare afwezigheid van bewoning en/of actief landgebruik, verstoringen van antropogene aard, beperking van de archeologische waarnemingsmogelijkheden als gevolg van bodemprocessen of beperking van de archeologische waarnemingsmogelijkheden als gevolg van werken/of weersomstandigheden? Niet van toepassing. Hoe kan de vindplaats gewaardeerd worden op basis van de fysieke en archeologisch inhoudelijke kwaliteit? Welke waarde is er samenvattend te geven aan het onderzoeksgebied en de daarin te onderscheiden delen (binnen verticale en/of horizontale grenzen; complextypen, periode, sites)? Beschrijf en beredeneer de verschillen in waarde conform de waarderingstabel uit de KNA 4.0. Omdat er geen vindplaats is aangetroffen is het niet mogelijk om een waardering op te stellen.

Pagina 17 van 19

Archeologisch onderzoek Oudendijk 66 te Oud Gastel / AM18335

6.

AANBEVELINGEN

Zoals op de AHN duidelijk te zien is ligt het plangebied op een verhoging in het landschap (terrasafzettingswelving) een mogelijk geschikte plek om zich te vestigen. De op de bodemkaart aangeduide laarpodzol is aangetroffen maar er zijn geen sporen meer aanwezig van het oorspronkelijke bodemprofiel (Bhorizont). De archeologische verwachting was bij aanvang van dit onderzoek hoog op basis van het vooronderzoek waarbij een intacte bodem en indicatoren uit de late middeleeuwen werden aangetroffen. Tijdens dit proefsleuvenonderzoek bleken voornamen sporen van landouwactiviteiten aanwezig (moestuinbedden/ontginningsgreppels), helaas kwam geen van de vondsten uit de bedden waardoor geen eenduidige datering voor de sporen gegeven kan worden. De vondsten die zijn aangetroffen kwamen uit de toplaag (recent) of uit het opgebrachte akkerdek waardoor het ook van elders aangevoerd kan zijn. Ook zijn naast de vele moestuinbedden/ontginningsgreppels, enkele paalkuilen aangetroffen die door de vermoedelijk jonge datering echter niet behoudenswaardig worden geacht. Op basis van deze gegevens wordt geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te voeren en het terrein vrij te geven voor verdere ontwikkeling. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief.

Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging van het bodemarchief als gevolg van de voorgenomen verstoring tot een minimum worden beperkt. Hoewel de kans klein is, kan de aanwezigheid van archeologische sporen of resten nooit volledig worden uitgesloten. Indien in het plangebied toch archeologische sporen of resten worden aangetroffen dient hiervan melding te worden gemaakt bij de Minister van OCW (in de praktijk de RCE) of zoals gangbaarder is bij de gemeente Halderberge conform Artikel 5.10. (Archeologische toevalsvondst) van de Erfgoedwet 2016.

Pagina 18 van 19

Archeologisch onderzoek Oudendijk 66 te Oud Gastel / AM18335

LITERATUURLIJST Bakker, de, H., 1966: De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland, in Boor en spade: verspreide bijdragen tot de kennis van de bodem van Nederland, Wageningen. Bakker de, H en J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2008: Landschappelijk Nederland. Fysische geografie van Nederland, Assen. Berkel, G. van, en K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie, Utrecht (Prisma). Blankenstein, van, E., 2006: Defensie- en oorlogsschade in kaart gebracht (1939 – 1945), Zeist. Cate, ten, J. A. M./ A. F. van Holst/ H. Kleijer/ J. Stolp, 1995: Handleiding bodemgeografisch onderzoek, richtlijnen en voorschriften. Deel A: Bodem, Wageningen, DLO-Staring Centrum. Technisch Document 19A. Mulder, de, E.J.F./ M.C. Geluk/ I. Ritsema/ W.E. Westerhoff/ T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Utrecht. SIKB, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek, Deel: karterend booronderzoek, Gouda. Verhoeven, T., 2018: Oud-Gastel, Oudendijk 66. Gemeente Halderberge (NB). Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Transect – rapport 1608. Vroomans, M.A.K. en L. van Diepen. Programma van Eisen Oudendijk 66 te Oud Gastel AM18335. Aeres Milieu, Roermond.

Zonneveld, J.I.S., 1981: Vormen in het landschap, hoofdlijnen van de geomorfologie, Utrecht. Digitale bronnen: www.arcgis.com www.archis.cultureelerfgoed.nl www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl www.topotijdreis.nl www.ruimtelijkeplannen.nl https://www.provincieantwerpen.be/aanbod/dict/gis/digitale-kaarten.html http://users.bart.nl/~leenders/txt/stoof.html

Archeologische kaarten en databestanden: Alterra 2009: Bodemkaart van Nederland schaal 1:50.000, blad 58 Oost, Wageningen. Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. Archeologisch Informatie Systeem II (Archis2), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden, 2e generatie, IKAW, Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB), Amersfoort, 2000. Pagina 19 van 19

Archeologisch onderzoek Oudendijk 66 te Oud-Gastel / AM18335

BIJLAGE 1 Topografische overzichtskaart

Archeologisch onderzoek Oudendijk 66 te Oud-Gastel / AM18335

BIJLAGE 2 Allesporenkaart

Archeologisch onderzoek Oudendijk 66 te Oud-Gastel / AM18335

BIJLAGE 3 Sporenlijst

AM18335 Oud-Gastel Oudendijk 66

Sporenlijst Projectnummer:

AM18335

Projectnaam:

Oudendijk 66

OM-nummer:

4671176100

Spoor Datum

Werkput

Vlak

Vak

Vorm

Textuur beschrijving

Insluitsels

Kleur

Relatie Coupe Interpretatie

Tekening

NAP Opmerking

1

22-2-2019

1

1

rechthoek

z3s1

Ro2 Za2 ba1

dbrgr

nee

ja

greppel

ja

1,28

2

22-2-2019

2

1

rond

z3s1

houtpulp

dgr

nee

ja

paalkuil

ja

1,28

3

22-2-2019

2

1

vierkant

z3s1

brokken geel zand, houtpulp

dgr

nee

ja

paalkuil

ja

1,28

4

22-2-2019

2

1

rechthoek

z3s1

brokken geel zand

dbrgr

nee

ja

paalkuil

ja

z2s1

ro3

ge/or bei

nee

nee

c-horizont

nee

div

grbr

ja

ja

moestuinbed

ja

div

1000

22-2-2019 1 en 2

1

900

22-2-2019 1 en 2

1

rechthoek

z3s1

1,30

gaat door moestuinbed

Archeologisch onderzoek Oudendijk 66 te Oud-Gastel / AM18335

BIJLAGE 4 Vondstenlijst

AM18335 Oud-Gastel Oudendijk 66

Vondstenlijst-SPLITS Projectnummer:

AM18335

Toponiem:

Oudendijk 66 te Oud Gastel

OM-nummer:

4671176100

Vondstnr.

Splitsnr.

Datum

Werkput Vlak / boring

Vak

Spoornr. Vulling

Verzamelwijze

Materiaalcategorie

bewaringstoestand (Groen/Blauw/Rood)

Locatie

Aantal

datering

Opmerking

1 1 1 1 1 1 1 2 3 3

1 2 3 4 5 6 7 1 1 2

22-2-2019 22-2-2019 22-2-2019 22-2-2019 22-2-2019 22-2-2019 22-2-2019 22-2-2019 22-2-2019 22-2-2019

1 0 naar 1 1 0 naar 1 1 0 naar 1 1 0 naar 1 1 0 naar 1 1 0 naar 1 1 0 naar 1 1 0 naar 1 2 0 naar 1 2 0 naar 1

2 2 2 2 2 2 2 4 3 3

Ap Ap Ap Ap Ap Ap Ap Aap Aap Aap

Aanvl Aanvl Aanvl Aanvl Aanvl AAnVL Aanvl Aanvl Aanvl Aanvl

ker ker ker ker ker bouwker mxx ker ker ker

groen groen groen groen groen groen groen groen groen groen

wasruimte Aeres wasruimte Aeres wasruimte Aeres wasruimte Aeres wasruimte Aeres wasruimte Aeres wasruimte Aeres wasruimte Aeres wasruimte Aeres wasruimte Aeres

3 16e-18e eeuw 1 19e-20e eeuw 1 17-18e eeuw 3 20e eeuw 1 14e - 18 e 3 indet 1 onbekend 2 18e-19e eeuw 3 vanaf 1880 1 14e -18 eeuw

roodbakkend geglazuurd waterkruik steengoed witbakkend slibversiering industrieel wit steengoed baksteen sterk verweerd spijker Waterkruik steengoed boerenbont steengoed

3

3

22-2-2019

2 0 naar 1

3

Aap

Aanvl

ker

groen

wasruimte Aeres

1 indet

3 3 4 4 4 4 4 4 5 5

4 5 1 2 3 4 5 6 1 2

22-2-2019 22-2-2019 22-2-2019 22-2-2019 22-2-2019 22-2-2019 22-2-2019 22-2-2019 22-2-2019 22-2-2019

2 0 naar 1 2 0 naar 1 2 0 naar 1 2 0 naar 1 2 0 naar 1 2 0 naar 1 2 0 naar 1 2 0 naar 1 2 0 naar 1 2 0 naar 1

3 3 1 1 1 1 1 1 2 2

Aap Aap Aap Aap Aap Aap Aap Aap Aap Aap

Aanvl Aanvl Aanvl Aanvl Aanvl Aanvl Aanvl Aanvl Aanvl Aanvl

bouwker mxx ker ker bouwker ker gls mxx mxx ker

groen groen groen groen groen groen groen groen groen groen

wasruimte Aeres wasruimte Aeres wasruimte Aeres wasruimte Aeres wasruimte Aeres wasruimte Aeres wasruimte Aeres wasruimte Aeres wasruimte Aeres wasruimte Aeres

3 >19e 1 indet 3 18-20e eeuw 3 20e eeuw 3 indet 1 17-18e eeuw 1 nieuwe tijd 1 onbekend 1 onbekend 2 18-20e eeuw

roodbakkend geglazuurd oudhollandse dakpan, baksteen spijker steengoed industrieel wit industrieel wit witbakkend glas (deel fles) spijker spijker steengoed

5 5 6 6 6 6 6 7 7

3 4 1 2 3 4 5 1 2

22-2-2019 22-2-2019 22-2-2019 22-2-2019 22-2-2019 22-2-2019 22-2-2019 22-2-2019 22-2-2019

2 0 naar 1 2 0 naar 1 2 0 naar 1 2 0 naar 1 2 0 naar 1 2 0 naar 1 2 0 naar 1 2 0 naar 1 2 0 naar 1

2 2 5 5 5 5 5 6 6

Aap Aap Aap Aap Aap Aap Aap Aap Aap

Aanvl Aanvl Aanvl Aanvl Aanvl Aanvl Aanvl Aanvl Aanvl

ker ker ker mxx bouwker bouwker plastic ker bouwker

groen groen groen groen groen groen groen groen groen

wasruimte Aeres wasruimte Aeres wasruimte Aeres wasruimte Aeres wasruimte Aeres wasruimte Aeres wasruimte Aeres wasruimte Aeres wasruimte Aeres

1 12 e-14e eeuw 3 20e eeuw 1 20e eeuw 1 onbekend 2 indet 1 indet 1 na 1966 1 >18e eeuw 2 indet

grijsbakkend, sterk verweerd industrieel wit industrieel wit spijker dakpan sxx Bona rond boterkuipje. steengoed bouwker

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/529/documents/15594