CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Analyse 2023 'Zoektocht naar een evenwichtige uitvoering van de P-wet'.pdf

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 11: 2e Bestuursrapportage en 1e begrotingswijziging 2023 Werkplein6.882 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inhoud 1. Aanleiding ............................................................................................................................................ 3 2. Doelgroep Werkplein ........................................................................................................................... 4 3. Bijstandsontwikkeling .......................................................................................................................... 7 4. Instroom versus uitstroom ................................................................................................................... 8 5. Ontwikkelingen BUIG-budget versus uitgaven .................................................................................... 8 6. Wat doen we al? ................................................................................................................................ 10 7. Beheersmaatregelen ......................................................................................................................... 14 Bijlagen .................................................................................................................................................. 18

2

1. Aanleiding Het Werkplein is de sociale dienst voor zes gemeenten in het Hart van West-Brabant. Het Werkplein zorgt voor de ontwikkeling van inwoners die onder de dienstverlening van het Werkplein vallen. Het gaat hierbij grofweg om inwoners die aangewezen zijn op een bijstandsuitkering, inwoners met een arbeidsbeperking en statushouders. De titel van deze notitie is 'Zoektocht naar een evenwichtige bijstandsuitvoering’. En dat is het zeker. De afgelopen jaren hebben we in een dynamische weerbarstige tijd geleefd en gewerkt. Denk aan de coronajaren, alle extra regelingen rondom inkomen en energietoeslagen en daarnaast de organisatieontwikkelingen bij het Werkplein. Hierdoor is de ontwikkeling van onze inwoners onder druk komen staan. Dit is van invloed op de bestandsontwikkeling van het Werkplein. We zien tegelijkertijd de landelijke ontwikkelingen. In steeds meer publicaties (o.a. ‘Participatiewet in balans’, uitkomsten beleidsanalyse, ministerie SZW, 2022 en ‘Een brede blik op participatie’, CPB, juni 2023) komt naar voren dat de overheid er wil zijn voor haar inwoners waarbij herstel van vertrouwen en de menselijk maat centraal staan. De rode draad daarin is: ➢

Ken de ondersteuningsbehoefte van je inwoners. Om passende dienstverlening te kunnen bieden is het noodzakelijk om de ondersteuningsbehoefte in beeld te hebben.

➢

Stem het instrumentarium af op de brede ondersteuningsbehoefte. Het is de vraag of de gangbare instrumenten in de Participatiewet, voornamelijk gericht op toeleiding naar betaald werk (zoals een sollicitatietraining of een jobcoach), wel passend en effectief zijn. Mogelijk zijn mensen meer geholpen bij andere vormen van ondersteuning vanuit een levensbrede benadering (bv. een lifecoach of administratieve ondersteuning). Ook is het zinvol om meer aandacht te besteden aan andere vormen van participatie voor bijstandsgerechtigden, bijvoorbeeld om het netwerk te vergroten en eenzaamheid te voorkomen. Dit is op korte termijn niet effectief voor de uitstroom naar betaald werk, maar draagt wel bij aan de kwaliteit van leven.

➢

Stem beleidskaders op elkaar af. Door de stapeling van problemen waar sommige bijstandsgerechtigden tegenaan lopen, lijkt een benadering gericht op verschillende levensdomeinen noodzakelijk. Dit vraagt niet alleen om een herinrichting van de uitvoering, maar ook om aanpassing van de wettelijke kaders.

➢

Focus niet alleen op betaald werk. Gemeenten en bijstandsgerechtigden zelf ervaren dat het voor veel mensen in de bijstand weinig realistisch is dat ze op korte termijn een betaalde baan vinden. Het is dan ook de vraag of de focus van de Participatiewet op het toeleiden naar werk houdbaar is.1

Hierbij zien we dat de Werkpleinkoers hier naadloos op aansluit en feitelijk op vooruit loopt! We werken vanuit de filosofie waarbij de menselijke maat de basis vormt, we werken vanuit vertrouwen en de inwoner staat centraal. De kwaliteit van de dienstverlening staat hierbij voorop. We werken lokaal, 1

Zie voor verdere informatie, SCP, ‘Een brede blik op participatie, juni 2023.

3

dichtbij de inwoners en zoeken daarbij actief de samenwerking met onze partners binnen het sociaal domein. Deze visie vanuit het Werkplein wordt breed gedragen door gemeenten, Werkplein en inwoners. Maar ook deze ontwikkeling zal consequenties hebben voor de bestandsontwikkeling. Vandaar dat we met recht spreken van een zoektocht.

Een zoektocht die de komende jaren zeker nog verder zal gaan. Gezien de landelijke ontwikkeling en de koers van het Werkplein zullen we als Werkplein en gemeenten nog meer de samenwerking moeten zoeken en verkennen hoe Werkplein en gemeenten onze inwoners het beste kunnen ondersteunen. Dit is niet meer vanzelfsprekend uitstroom naar werk. De huidige financieringssystematiek is daarbij niet helpend. Deze is gebaseerd op de (oude) doelstelling uit de Participatiewet om zoveel mogelijk mensen te laten uitstromen naar werk. Dit kan op gemeentelijk niveau financieel gaan knellen. Het Werkplein en gemeenten zullen dan ook goed moeten afwegen hoe zij met dit financiële risico willen omgaan.

In deze notitie geven we een analyse van de ontwikkelingen van het bestand van het Werkplein. En we doen voorstellen voor een aantal tijdelijke extra maatregelen om opgelopen ‘achterstanden in de coronaperiode’ in te lopen.

We zien vanaf oktober 2021 een afwijking van de bestandsontwikkeling ten opzichte van de landelijke trend. Deze afwijking heeft voor een aantal gemeenten ook steeds grotere financiële consequenties voor wat betreft de BUIG-inkomsten -en uitgaven. Dit heeft mede te maken met de verdeling van de Buig budgetten. In hoofdstuk 5 gaan we hier verder op in. We kijken terug naar de ontwikkelingen van de afgelopen jaren en kijken vooruit naar de te nemen maatregelen.

2. Doelgroep Werkplein Inwoners met een arbeidsbeperking Het Werkplein werkt voor een brede doelgroep. We hebben te maken met een relatief nieuwe en groeiende doelgroep van inwoners met een arbeidsbeperking. Zij gaan veelal aan de slag bij een reguliere werkgever waarbij de werkgever structurele loonkostensubsidie ontvangt en waarbij jobcoaching ingezet kan worden. Daarnaast zijn er inwoners die met een beschut werken indicatie in een veelal beschermde omgeving van de sociale werkvoorziening aan het werk gaan. Deze doelgroep blijft groeien aangezien deze inwoners ook onder de dienstverlening van het Werkplein blijven vallen. Het is goed om hierbij op te merken dat een deel van deze nieuwe en groeiende groep inwoners geen bijstandsuitkering ontvangt maar wel degelijk tot onze doelgroep behoort (we spreken dan over nietuitkeringsgerechtigden, zogenaamde nuggers). De tijdsinvestering is na een plaatsing niet terug te zien in een afname van het uitkeringsbestand of lagere kosten in het Buig budget. Dit laatste neemt zelfs toe. De structurele loonkostensubsidie die ook voor deze nuggers wordt ingezet, wordt vergoed vanuit het Buig budget.

4

Reguliere uitkeringsgerechtigden Naast deze arbeidsbeperkte inwoners hebben we de ‘reguliere’ bijstandsgerechtigden. Deze doelgroep zien we de laatste jaren veranderen. Deze inwoners hebben veelal een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Inwoners die kunnen werken zijn aan de slag. Met de invoering van de Participatiewet en veranderingen binnen aanpalende wetten (beschut werk, Awbz) is de doelgroep van het Werkplein groter geworden (zie ook onderstaand plaatje). Inwoners die eerst onder andere wetten vielen maken nu gebruik van de dienstverlening van het Werkplein. Deze nieuwe doelgroepen hebben per definitie een complexe ondersteuningsvraag. De mensen die bij het Werkplein terecht komen hebben bijna allemaal een belemmering om meteen aan de slag te gaan. Hiervoor is echt meer tijd nodig. En dan nog is betaald werk lang niet voor iedereen haalbaar. Een stabiele leefomgeving is dan veel belangrijker, zodat mensen minder afhankelijk zijn van andere zorg en ondersteuning.

In de levens van bijstandsgerechtigden stapelen de problemen zich vaak op. Het gaat dan niet alleen om vraagstukken op het gebied van werk en bestaanszekerheid. Maar ook om problemen op andere levensdomeinen zoals gezondheid, huisvesting, schulden en criminaliteit. Door de stapeling van problemen is voor deze groep ‘gewoon’ meedoen in de samenleving vaak al lastig genoeg. Laat staan meedoen in de vorm van een betaalde baan.2 Eind september 2022 bedroeg het aantal mensen dat in Nederland langer dan twee jaar aaneengesloten bijstand ontvangt 291 duizend (73% van alle bijstandsontvangers). 3

2 SCP (2023), Reflectie op Aanpak Arbeidsmarktkrapte: Krappe arbeidsmarkt vraagt om meer

mensgerichte oplossingen, p. 6 3 Ministerie van SZW (mei 2023), Factsheet Participatiewet, p. 2.

5

Opvallend is ook dat inwoners met de meest complexe problematiek vaak de minste aandacht krijgen. Gemeenten richten zich in de praktijk vooral op het ‘laaghangend fruit’, de inwoners die relatief makkelijk naar betaald werk kunnen.4 Deze focus op betaald werk kan logisch worden verklaard door de geest van de Participatiewet en de daaraan gekoppelde financieringssystematiek. Deze dwingen gemeenten min of meer de aandacht vooral te richten op de inwoners met de kortste weg naar werk. 5

De focus op betaald werk kent nadrukkelijk een keerzijde. Gemeenten steken door deze focus vaak (te) beperkt energie in de inwoners zonder perspectief op werk.6 Inwoners die langdurig afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering raken daardoor uit beeld.7 Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) pleit in het recent verschenen rapport ‘Een brede blik op bijstand’ daarom voor meer aandacht voor deze ‘vergeten groep’. Daarbij moet de focus volgens het SCP niet alleen liggen op betaald werk. Willen we dat deze groep gaat meedoen, is een brede en integrale aanpak nodig. 8 Gezien de problematiek van een deel van de bijstandsgerechtigden lijkt er vanuit de Participatiewet meer aandacht nodig voor ondersteuning die niet direct gericht is op de uitstroom naar betaald werk. Denk bijvoorbeeld aan een life-first-benadering, ondersteuning gericht op maatschappelijke participatie zoals vrijwilligerswerk, of alternatieve vormen van werk, zoals beschut werk. Gemeenten kunnen bijstandsgerechtigden ook op andere manieren ondersteuning bieden vanuit het sociaal domein.

Statushouders 4 SCP (2023), Een brede blik op bijstand, p.5. 5 TK (2022), Participatiewet in Balans: uitkomsten beleidsanalyse, p. 14. 6 TK (2022), Participatiewet in Balans: uitkomsten beleidsanalyse, p. 14. 7 De Beleidsonderzoekers (2018), Klant in beeld. Hoe zinvol is het voor gemeenten om

bijstandsgerechtigden beter te leren kennen?, p. 3. 8 SCP (2023), Een brede blik op bijstand, p.5.

6

Een andere toenemende groep uitkeringsgerechtigden bij het Werkplein zijn de statushouders. Vanaf 2022 is het Werkplein ook verantwoordelijk voor inburgering van deze inwoners. We zien de laatste maanden een grote instroom inburgeraars. Het eerste half jaar van 2023 zijn 73 inburgeraars ingestroomd. Dit heeft een direct effect op het totaal aantal uitkeringsgerechtigden. Deze inwoners zijn veelal jaren uitkeringsafhankelijk. Een aanzienlijk deel van deze groep inwoners is moeilijk bemiddelbaar. Dit geldt ook voor oud-inburgeraars. Dit komt door de taalachterstand, het lang niet hebben gewerkt en überhaupt geen werkervaring hebben in Nederland. Ook het verschil in cultuur speelt een grote rol.

Statushouders

20

Etten-Leur

15

Halderberge 10

Moerdijk Roosendaal

5

Rucphen 0 jan-23 feb-23 mrt-23 apr-23 mei-23 jun-23 jul-23 aug-23 sep-23 okt-23 nov-23 dec-23

Zundert

Aandachtspunt hierbij is dat van de 3.942 huishoudens die op 1 juni 2023 een Werkpleinuitkering ontvingen er 1.582 (=40%) niet geboren waren in: Europa, Suriname of de Nederlandse Antillen. Van deze 1.582 huishoudens zitten 1.066 huishoudens (=67,4%) al langer dan 2 jaar in het bestand. De kans dat deze groep op korte termijn bemiddelbaar is naar de arbeidsmarkt is daarom niet erg groot.

3. Bijstandsontwikkeling In de tabellen in bijlage 1 wordt de bijstandsontwikkeling landelijk en per gemeente weergegeven in de periode 2017 tot en met juni 2023. Hierbij geeft de oranje lijn het gemiddeld aantal uitkeringen over die periode aan. Daarnaast is een boven- en ondergrens berekend van + en – 5% ten opzichte van het gemiddelde. Het bijstandsvolume schommelde de afgelopen 6 jaar grofweg tussen deze boven- en ondergrens. Hierbij valt op dat landelijk vanaf half 2021 een echte dalende trend te zien is terwijl in het De6 werkgebied deze lijn veel grilliger is met ups en downs. Je ziet bij de gemeenten Etten-Leur,

7

Halderberge en Moerdijk in die periode een heel grillig verloop met periodes van stijging en daling. Bij de andere 3 gemeenten is een gelijkmatiger beeld te zien.

Dit is te verklaren doordat het Werkplein de extra regelingen vanaf eind 2020 bijna geheel met eigen personeel heeft uitgevoerd. De uitvoering van deze regelingen is door het rijk bij het Werkplein belegd (Tozo, Tonk, energietoeslag). Bij de uitvoering van de Tozo-regeling hebben we bewust gekozen om dit als Werkplein zelf uit te voeren zodat inwoners snel over de ondersteuningsmiddelen konden beschikken. Ten tijde van de uitvoering van deze regelingen zijn andere werkzaamheden binnen het Werkplein, zoals het ontwikkelen van inwoners, tijdelijk op een lager pitje komen te staan. Daarnaast is de ontwikkeling van inwoners tijdens de verschillende lockdowns grotendeels stil komen te liggen. De gevolgen hiervan zijn in de jaren daarna zichtbaar geworden door de afwijkende trend ten opzichte van de landelijke lijn. Anderzijds is het Werkplein in dezelfde periode intensief met de organisatieontwikkelingen aan de slag gegaan. Ook deze ontwikkelingen hebben extra tijd en aandacht gevraagd van de organisatie.

De complexe doelgroep in combinatie met inwoners die langer in de uitkering zitten heeft tot gevolg dat het aandeel inwoners dat klaar is om door te stromen naar betaald werk heel beperkt is. We zien dit ook terug in de conclusies van het SCP. De natuurlijke reflex is met name gericht op de inwoners die relatief gezien het ‘makkelijkst’ naar werk kunnen doorstromen. Alhoewel er eigenlijk geen sprake meer is van een ‘makkelijke’ groep. Inwoners die langer in de uitkering zitten en meer complexe problematieken hebben krijgen vaak niet de aandacht die zij nodig hebben.

Bij de ISD Brabantse Wal het is aantal uitkeringsgerechtigden in de periode januari tot en met mei 2023 overigens ook met 1,8% toegenomen.

4. Instroom versus uitstroom In de grafieken en tabellen in bijlage 2 maken we een vergelijking van de in- en uitstroom van 2018 tot en met juli 2023. We zien dat de uitstroom tot nu toe achterblijft bij de instroom. Daarnaast is de uitstroom dit jaar een stuk lager in vergelijking met afgelopen jaren. Als we de uitstroomcijfers tot en met juli doortrekken over de rest van het jaar komen we op een aantal van ruim 725 tegenover een instroom van ruim 975.

5. Ontwikkelingen BUIG-budget versus uitgaven Gemeenten krijgen een budget van het Rijk om de bijstandsuitkeringen te betalen. Dit bijstandsbudget, ook bekend als de BUIG, is bedoeld voor reguliere bijstandsuitkeringen, maar ook voor uitkeringen in het kader van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen (IOAZ) en het levensonderhoud voor startende ondernemers (Besluit bijstandverlening zelfstandigen, Bbz). Daarnaast is het budget bedoeld om de loonkostensubsidies in het kader van de Participatiewet te betalen.

8

Bepalen van de macrobudgetten De macrobudgetten voor de verschillende regelingen (Participatiewet, IOAW, IOAZW en Bbz) worden door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: SZW) jaarlijks afzonderlijk geraamd en vervolgens in één integraal macrobudget opgeteld. Jaarlijks worden eind september/begin oktober voorafgaand aan het uitkeringsjaar de voorlopige budgetten bekend gemaakt. Het voorlopige budget wordt in de loop van het jaar in de nadere voorlopige en definitieve beschikkingen bijgesteld op basis van actuele informatie over de effecten van beleid, conjunctuur en prijs.

De huidige financieringssystematiek heeft tot gevolg dat gemeenten de neiging hebben om vooral mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt te ondersteunen. Dit lijkt op het eerste gezicht een logische reflex. Minder uitkeringen zorgt tenslotte een-op-een voor minder uitgaven.

Deze aanpak past echter niet meer bij de praktijk, waarbij we zien dat inwoners steeds vaker op meerdere levensdomeinen problemen ondervinden en daardoor een steeds grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Anders gezegd: in het bestand zitten nog heel weinig inwoners met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. De inwoners hebben veelal bredere en meer integrale ondersteuning nodig om weer te kunnen meedoen in de samenleving. De weg naar (betaald) werk is voor deze groep vaak lang of soms is werk in het geheel niet haalbaar.

Politiek Den Haag onderkent inmiddels dat de huidige wetgeving en de daaraan gekoppelde financiering niet langer passend is. Met het wetsvoorstel ‘Participatiewet in Balans’ wil de Rijksoverheid hiervoor de benodigde wetswijzigingen doorvoeren. Daarbij wordt ook bezien of en hoe de Buig budgetten aangepast kunnen worden. Mede doordat het huidige Kabinet demissionair is, is het niet de verwachting dat de wetswijziging en de daaraan gekoppelde aanpassing van de financiering snel van kracht zal worden.

Aandeel macrobudget per gemeente Gemeenten tot 15.000 inwoners ontvangen de Buig-gelden op basis van historische uitkeringslasten. Hun aandeel in het macrobudget in het uitkeringsjaar is gelijk aan hun aandeel in de macrouitkeringslasten twee jaar daarvoor. Gemeenten boven 40.000 inwoners ontvangen de Buig-gelden volledig op basis van de objectieve verdeling. De Buig-budgetten van gemeenten met 15.000 tot 40.000 inwoners worden deels historisch en deels objectief bepaald. De verhouding is naar rato van het aantal inwoners. De gemeenten Etten-Leur en Roosendaal hebben respectievelijk 44.578 en 77.613 inwoners. Hun BUIG-budget wordt dus volledig op basis van de objectieve verdeling berekend. De overige vier gemeenten vallen in de middencategorie. Waarbij het budget voor Zundert (22.527 inwoners) en Rucphen (23.636 inwoners) voor het grootste deel historisch wordt bepaald. Voor Moerdijk (37.717 inwoners) en Halderberge (30.770 inwoners) weegt de objectieve verdeling het zwaarst.

9

De basis voor de berekening van de objectief vastgestelde gemeentelijke uitkeringslasten is een niet-lineair (logit) verdeelmodel met indicatoren op meerdere niveaus, namelijk huishouden (zoals leeftijd, samenstelling, gezondheid), gemeente (arbeidsmarktkansen) en buurtniveau (overlast en onveiligheid). Het verdeelmodel bestaat uit een volumecomponent en een prijscomponent. Met de volumecomponent wordt de kans op een bijstandsuitkering voor een huishouden ingeschat. Met de prijscomponent wordt de hoogte van de bijstandsuitkering ingeschat. De voorspelde kans op bijstand in combinatie met de voorspelde hoogte van de uitkering resulteert in een voorspeld bijstandsbudget per huishouden.

De gedachte hierachter is dat een gemeente door de inrichting en uitvoering van eigen beleid ervoor kan zorgen dat de werkelijke kansen op bijstandsafhankelijkheid positief of negatief afwijken van het landelijk gemiddelde.

In bijlage 3 staan de berekeningen per gemeente. Hierbij is voor 2023 uitgegaan van een doorrekening waarbij het uitkeringsbestand vanaf mei 2023 gelijk blijft. Bij grotere daling of stijging zullen de uitgaven toe- of afnemen.

In deze tabellen valt met name de gemeente Etten-Leur op. Deze gemeente zal naar verwachting in 2023 een groot tekort hebben. Ook in vergelijking met de andere gemeenten binnen het werkgebied. Het budget voor de gemeenten Etten-Leur en Roosendaal wordt volledig op basis van objectieve maatstaven berekend. De financieringssystematiek pakt voor de gemeente Etten-Leur heel nadelig uit. Het bestand is tot en met juli 2023 in de gemeente Etten-Leur ongeveer 1% meer gestegen dan in de gemeente Roosendaal. Het budget wijkt daarentegen zo’n 15% af ten opzichte van de gemeente Roosendaal. Dit heeft te maken met de sociale parameters die worden meegenomen in de budgetverdeling. Veranderingen in de samenstelling van een gemeente op het terrein van aantal inwoners, uitbreiding wijken, sociale samenhang werkt allemaal door in de financieringssystematiek van de BUIG-middelen.

Omdat inherent is aan de BUIG systematiek dat er voordeel- en nadeeljaren zijn en er geen directe correlatie is met de ontwikkeling in het bestand is het voor gemeenten aan te raden om overschotten te reserveren in een risicoreserve. Een dergelijke systematiek wordt toegepast in Roosendaal en Halderberge.

6. Wat doen we al? We zien de veranderende doelgroep. We zien het bestand stijgen. We zien de complexiteit van de doelgroep. We zien het belang van ontwikkeling. We zien dat inwoners niet meteen bemiddelbaar zijn naar werk. We zien een grote groep statushouders die de taal onvoldoende spreekt en daardoor langdurig zo niet structureel buiten de boot dreigt te vallen. Desondanks zijn we ervan overtuigd dat de nieuwe koers van het Werkplein de koers is die de huidige doelgroep nodig heeft. Hierbij worden

10

we inmiddels ondersteunt door landelijk onderzoek en ervaringen zoals in voorgaande hoofdstukken aan de orde kwam in deze notitie.

Team Werkpunt Vanaf 2023 is team Werkpunt en Inburgering ontstaan. In dit team werken bemiddelaars aan de plaatsingen van onze inwoners. Dit kunnen plaatsingen bij reguliere werkgevers zijn. Maar ook plaatsingen beschut werk, garantiebanen met structurele loonkostensubsidie en plaatsingen op vrijwilligerswerk. Daarnaast werken in dit team de regiehouders statushouders. Zij ondersteunen en ontwikkelen statushouders bij hun inburgering.

1. Vrijwilligerswerk Vrijwilligerswerk is een belangrijke voorziening. Door de inzet van vrijwilligerswerk komen inwoners in beweging en worden daarmee ook weer meer onderdeel van de maatschappij. In de huidige tijd zien we dat ook inwoners die nu het dichtst bij de arbeidsmarkt staan een veel langere periode nodig hebben om uit te stromen naar betaald werk. Ook voor deze groep biedt vrijwilligerswerk soms een opstap naar werk.

In de coronatijd is het vrijwilligerswerk vrijwel helemaal stil komen te liggen door de beperkende coronamaatregelen. De medewerkers zijn toen veelal ingezet op de uitvoering van de extra tijdelijke rijksregelingen (Tozo, energietoeslag e.d.). Door de hernieuwde positionering van vrijwilligerswerk bij team Werkpunt is een nieuwe focus aangebracht: ➢

Opschalen van de inzet op vrijwilligerswerk.

➢

Uitbreiden contacten met organisaties om vrijwilligersplekken te organiseren. Er wordt met name gezocht naar plekken waar mensen met een migratieachtergrond terecht kunnen. Heel belangrijk om de taal in de praktijk te leren.

➢

Na 6 maanden vrijwilligerswerk wordt samen met de inwoner gekeken in hoeverre hij/zij een volgende stap kan zetten in zijn/haar ontwikkeling richting werk.

➢

Als iemand geen ontwikkelmogelijkheden heeft en de huidige situatie het maximaal haalbare is, dan zetten we in op het behouden van het vrijwilligerswerk.

Opvallend is dat ook door vrijwilligerswerk doorstroom richting de praktijkroute (banenafspraak) plaatsvindt.

2. Banenafspraak en beschut werk Team banenafspraak heeft nauwe contacten met scholen (VSO en pro-onderwijs). Hierdoor vindt een soepele overgang van school naar werk plaats. Het grootste deel van inwoners die met een banenafspraak of in beschut werk geplaatst worden zijn niet-uitkeringsgerechtigden (nuggers). Door deze groep inwoners aan (aangepast) werk te helpen voorkomen we dat zij op een later moment alsnog aanspraak moeten maken op een bijstandsuitkering.

11

Op dit moment wordt er gekeken naar urenuitbreiding voor inwoners die in deeltijd werken en nog een aanvullende uitkering hebben. Door meer inzet op ontwikkeltrajecten en extra focus op de banenafspraak komt een enkele keer naar voren dat bijvoorbeeld WIA of een andere inkomensvoorziening een voorliggende voorziening blijkt te zijn.

3. Regulier werk Team Werkpunt zet alles op alles om inwoners aan het werk te helpen. Op allerlei manieren wordt de drempel zo laag mogelijk gemaakt. Enerzijds door inwoners actief te ondersteunen met voorzieningen en instrumenten en anderzijds laten we werkgevers actief kennismaken met inwoners. Er wordt steeds meer ingezet op proefplaatsingen. Zodat werkzoekende en werkgever elkaar en het werk in de praktijk leren kennen. De bemiddelaars hebben extra oog voor scholing. Met name gericht op kort cyclische opleidingen, denk hierbij aan zorg (opleiding ‘Zorgkracht’), logistiek paspoort (opleiding en stage), heftruckcertificaten. Daarnaast worden inwoners meegenomen naar oriënterende gesprekken bij werkgevers, er worden speedmeets en rondleidingen georganiseerd. Om inwoners een beeld van bepaalde bedrijfstakken te geven zijn er bijvoorbeeld VR-brillen beschikbaar. Hiermee worden inwoners nog beter voorbereid op een sollicitatiegesprek en wordt een virtueel inkijkje in de praktijk gegeven.

Daarnaast wordt bij mensen die eerder uitgevallen zijn bij regulier betaald werk de praktijkroute ingezet om te kijken of de regeling banenafspraak ondersteunend kan zijn, zodat inwoners eventueel met structurele loonkostensubsidie aan het werk kunnen blijven. In de praktijk blijkt dat dit een heel intensieve route is die veel inzet van medewerkers maar ook van de werkgever vraagt. Desondanks blijven we hierop inzetten omdat mensen hierdoor duurzaam kunnen uitstromen.

Om te zorgen dat inwoners ook duurzaam aan het werk blijven is er na plaatsing regelmatig contact met de inwoner. De inzet van nazorg na plaatsing blijft ook in de toekomst onderwerp van evaluatie en verbetering.

Team ontwikkeling In vervolg op het gebiedsgericht werken zijn de caseloads herverdeeld. De afspraak is dat (tijdelijk) prioriteit wordt gegeven aan de meest kansrijke inwoners. Er is veel aandacht voor de samenwerking tussen team Werkpunt en Ontwikkeling. Inwoners worden intensief gesproken en actief overgedragen naar team bemiddeling en gezamenlijk opgepakt. We zetten intensief in op ontwikkeling van onze inwoners. Dit doen we onder andere bij Aleco, Kringloper, Harde Leerschool, WVS etc.

Binnen de ketensamenwerking (met WVS en de ISD Brabantse Wal) zijn we in 2023 gestart met de ontwikkeltrajecten. Om zo veel mogelijk inwoners in ontwikkeling te krijgen via deze trajecten, wordt veel geïnvesteerd in de bekendheid met de ontwikkeltrajecten en samenwerking met WVS.

12

Vanuit iedere organisatie is hier formatie voor vrijgemaakt. De caseloads zijn extra bekeken met het oog op de inzet van ontwikkeltrajecten. Samen met de WVS worden caseloads doorgenomen. Bij een eerste diagnose wordt gekeken of een ontwikkeltraject bij kan dragen aan de ontwikkeling van de inwoner. Collega’s van team ontwikkeling worden gestimuleerd om ook op de locatie van WVS te werken om zo in de praktijk direct van elkaar te leren. Daarnaast worden er beleefdagen georganiseerd bij WVS voor zowel inwoners als ontwikkelaars. Dit zijn drukbezochte dagen waarbij kennis gemaakt kan worden met WVS, de werkzaamheden en de- mogelijkheden van een ontwikkeltraject.

Daarnaast worden er gebiedsgericht vanuit team ontwikkeling verschillende initiatieven ontplooid die aansluiten op de ontwikkelbehoefte van de inwoner(s): ➢

Trainingsgroep in Moerdijk voor doelgroep C (alleenstaande) vrouwen. Gericht op activering.

➢

In Etten-Leur is door een ontwikkelaar en bemiddelaar het initiatief genomen om in de moskee participatie voor 15 vrouwen op te zetten.

➢

Een ontwikkelaar kijkt met een inwoner uit de caseload die als coach is gestart of deze ingezet kan worden om andere inwoners te ondersteunen die (nog) niet in de reguliere zorg terecht kunnen.

➢

(Ontwikkel)trajecten gericht op ‘nieuwe’ sectoren (bijvoorbeeld zonnepanelen).

Team diagnose Om goede passende dienstverlening te kunnen bieden is het noodzakelijk om de ondersteuningsbehoefte op alle leefgebieden van een inwoner in beeld te krijgen. Om dit nog beter voor elkaar te krijgen wordt er bij team diagnose hard gewerkt aan het nieuwe poortproces. Met verwijzing naar hoofdstuk 4: “Doelgroep Werkplein” hebben bijstandsgerechtigden immers vaker te maken met een stapeling van problemen. Als daarvan sprake is, moet goede hulp -en dienstverlening door het Werkplein meer omvatten dan alleen het streven naar uitstroom via betaald werk. In het nieuwe Poortproces richten we ons dus niet alleen op de vraag of er wel/geen recht op periodieke uitkering bestaat. We gaan ook het gesprek aan of de inwoner aanspraak heeft op armoede-en minimaregelingen en of er mogelijk ook nog problemen op andere leefgebieden zijn. En zo ja, welke organisatie (=Werkplein en/of ander loket in het sociaal domein) de inwoner daarmee kan helpen. Idealiter gaan de verschillende sociaal domeinloketten zo ook meer en beter samenwerken om zo te komen tot meer/betere integrale dienstverlening met een afgestemd “Plan van Aanpak”. Een voorwaarde om dit te kunnen laten slagen is natuurlijk wel dat de gemeenten (andere loketten sociaal domein) zich hiertoe bereid verklaren en een gezamenlijk inspanning willen plegen.

Beknopte schematische weergave nieuwe Poortproces per november 2023.

13

7. Beheersmaatregelen We kunnen concluderen dat we in de ontwikkeling van onze inwoners achterstanden hebben opgelopen. Als gevolg hiervan is de uitstroom achter gebleven en zien (/zagen, landelijk lijkt de bestandsdaling ook af te vlakken) we een negatieve curve ten opzichte van de landelijke trend. Om te zorgen dat we in ieder geval de landelijke lijn weer gaan volgen en liefst daarop inlopen hebben we een aantal extra tijdelijke maatregelen ontwikkeld. Dit zijn nadrukkelijk tijdelijke en extra maatregelen aangezien we ook geconstateerd hebben dat de reflex gericht op (kortdurende) uitstroom naar werk niet de weg is die we willen volgen en waarbij inwoners veelal ook niet gebaat zijn. Voor alle duidelijkheid: inwoners die direct naar werk kunnen zullen altijd meteen naar werk bemiddeld worden. Dit staat absoluut niet ter discussie!

We zien in 2023 dat met name de uitstroom in verhouding tot de instroom fors lager is. De beïnvloedbare uitstroom daarvan is de uitstroom naar werk. Dit is zo’n 30% van de totale uitstroom. We zien dat het verschil tussen in -en uitstroom dit jaar naar verwacht zo’n 250 zal zijn. Hiermee missen we zo’n 80 a 85 inwoners die anders naar werk zouden doorstromen.

Tijdelijke extra inzet tot en met 31 december 2024 Project Inhaalslag gecombineerde aanpak Werkpunt en Ontwikkeling Een projectaanjager en de inzet van 2 extra bemiddelaars zal de ontwikkelaars en bemiddelaars helpen om de doelstellingen te realiseren en de opvolging blijven aanwakkeren. De doelstelling voor eind 2024 is extra uitstroom van zo’n 75 inwoners. Om dit te bereiken gaan we 750 inwoners extra ontwikkelen. Inwoners stromen gefaseerd het project in gedurende 14 maanden. Het is een apart project wat ook gedeeltelijk door de reguliere werkzaamheden loopt aangezien inwoners wel hun vaste contactpersonen behouden. Door extra inzet blijft de nieuwe aanwas stromen en blijven inwoners zich ontwikkelen. Het vraagt intensieve samenwerking tussen team ontwikkeling en team Werkpunt. Om de ontwikkeling van inwoners blijvend te stimuleren zorgen we dat onze inwoners

14

een passend traject krijgen. Bij beëindiging van een ontwikkeltraject wordt er gezorgd voor opvolging. Kansen: Door de inzet van een aanjager willen

Risico: Het is een enorme opgave om

we continue aandacht voor een

uiteindelijk extra uitstroom te genereren. Dit

vanzelfsprekende samenwerking binnen de

vraagt veel van medewerkers.

teams. Met verschillende blikken stromen inwoners die kunnen werken of participeren door naar team Werkpunt. Resultaat: Er stromen gefaseerd 750 inwoners in de projectaanpak in. Doelstelling is om uiteindelijk 10% uit te laten stromen naar betaald werk. Dit zijn 75 inwoners. Van deze 750 inwoners gaat 20% naar vrijwilligerswerk. De verwachting is dat een deel daarvan na 1 of 2 jaar een volgende stap kan zetten naar betaald werk. Van deze 750 inwoners gaat 20% naar arbeidsmatige opleidingen. Ook hiervan zal een deel zich uiteindelijk door ontwikkelen naar werk. De rest naar participatie. Van deze 750 inwoners gaat 20% naar werkfit trajecten (Aleco, Harde Leerschool, WVS, Kringloper). Een deel ontwikkelt zich uiteindelijk door naar werk/participatie. Van deze 750 inwoners is 30% niet toe aan een vervolgstap. Zij hebben tijd nodig voor zorg/hulpverlening. Kosten projectaanjager: oktober 2023 t/m december 2024 € 120.000. Kosten 2 fte bemiddelaars: oktober 2023 t/m december 2024 € 240.000 Deze extra inzet is nodig om de extra doorstroom vanuit team ontwikkeling op te kunnen pakken.

FIA aanpak oud-inburgeraars Er is een aanzienlijke groep oud-inburgeraars die afhankelijk is van een bijstandsuitkering. Deze groep is moeilijk ontwikkelbaar. Door een zeer intensieve aanpak met externe inzet op deze groep in te zetten willen we een deel door ontwikkelen. Deze doorontwikkeling zal betrekking hebben op het versterken van het taalniveau, participatie en (deels) toeleiding naar betaald werk. Tijd en aandacht zijn nodig voor deze doelgroep. Zeker om de intrinsieke motivatie te triggeren om te ontwikkelen. De afstand tot de arbeidsmarkt van deze groep is groot en daarom is een inzet van minimaal 2 jaar nodig om resultaat te boeken. Hierbij zetten we in op inwoners die de inburgering korter dan 1 jaar geleden hebben afgerond. Zo is er voldoende ruimte voor participatie en de Nederlandse taal is voldoende voor een traject naar werk en/of participatie. 40 inwoners per fte inzet. We zetten 2 fte’s in voor de duur van 2 jaar (€ 240.000). Dit biedt voldoende ruimte om minimaal eens per 2 weken een contactmoment te hebben met de inwoner. Bij uitstroom stromen er weer nieuwe inwoners in de aanpak in. Kansen: Er is een grote groep inburgeraars die

Risico: Indien deze groep afhankelijk blijft van

niet aan het werk kan of kan participeren maar

een bijstandsuitkering zijn zij op termijn niet

die het Werkplein onvoldoende in beeld heeft of

15

te weinig aandacht kan geven. Hierin zit nog

meer ontwikkelbaar en blijvend

ontwikkelpotentieel.

uitkeringsafhankelijk.

Resultaat: Inwoners zijn aan het werk en indien dit niet haalbaar is gebleken, nemen ze deel aan participatie en indien nodig een hulpverleningstraject. 40 inwoners nemen deel aan de MAP-training en maken vanuit daar een vervolgstap. 40 inwoners volgen een ontwikkeltraject. 10% stroomt uit naar werk, 50% gaat participeren, 40% volgt een leer/werktraject/ontwikkeltraject. We gaan actief het lokale netwerk van ondernemers opzoeken.

Het naar werk project Een extern bedrijf gaat gedurende 6 maanden intensief aan de slag met 15 inwoners uit 1 gemeente zodat het lokale netwerk ingezet kan worden. Met name voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het traject is gericht op maatwerk en alle activiteiten die nodig zijn om de kandidaat te begeleiden naar een passende betaalde baan. De kandidaat optimaal inzetbaar maken, competentiegericht coachen, zelfinzicht, zelfreflectie en verbinding krijgen met de eigen kwaliteiten en talenten. Deze trajectvorm wordt ingezet voor werkzoekenden met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het zijn vaak werkzoekenden die zich zelf als kansloos zien en diverse trajecten hebben doorlopen zonder resultaat. Kansen: Door intensief contact meer kans op

Risico: Zorgen voor opvolging na deelname aan

uitstroom.

het project.

Resultaat: 10 inwoners stromen uit naar betaald werk. We pakken dit project nu op als pilot. Indien het een succes blijkt dan zullen meer aanmeldingen volgen.

Meedoen Festival Eind 2023 wordt er een ontwikkelmarkt gericht op activering en participatie georganiseerd. Organisaties die mensen zoeken kunnen zich presenteren. Inwoners kunnen naar aanleiding hiervan kiezen wat ze willen gaan doen. Inwoner mag zelf de regie pakken maar moet wel een keuze maken. Grote groep inwoners kan hier aan deelnemen. Kansen: Inwoners kunnen een ontwikkelslag

Risico: De follow-up bepalen voor inwoners die

maken door bij een organisatie aan de slag die

niet willen deelnemen.

bij hen past. De inwoner is aan zet. Resultaat: Inwoners gaan participeren en aan hun ontwikkeling werken. Hiermee wordt geen uitstroom beoogd op de korte termijn maar het draagt wel bij aan de bestaanszekerheid van inwoner. Een breder sociaal netwerk leidt tot een stabiel leven. De inwoners van de gemeenten Etten-Leur en Roosendaal worden uitgenodigd. Mensen worden gefaseerd gedurende de dag uitgenodigd. Alle ontwikkelaars zijn hierbij aanwezig. Alle productaanbieders, ondersteunende partners, en organisaties waar het Werkplein mee werkt zijn eveneens aanwezig. Het doel is om aan onze inwoners te laten zien dat meedoen de norm is. We spreken de intrinsieke motivatie van

16

inwoners aan om inzicht te geven in de mogelijkheden en kennis te maken. We willen inwoners verleiden om te activeren.

Ontwikkeltraject voor statushouders onder begeleiding van een ervaringsdeskundige Het ontwikkeltraject in de ketensamenwerking is er voor alle inwoners. Specifiek voor de groep statushouders is er een extra plus aan dit traject toegevoegd. Naast de begeleiding van de trajectbegeleider en de klantmanager begeleid een oud-inburgeraar deze inwoners bij hun weg naar participatie en werk. Deze ervaringsdeskundige slaat een brug tussen de inwoner en trajectbegeleider. Deze laat met zijn/haar eigen succesverhaal zien wat er nodig is om zelfstandig te worden in de Nederlandse maatschappij en wat de normen en waarden in Nederland zijn ten aanzien werken en meedoen in de maatschappij. Deze pilot start op 1 september met 12 inwoners voor minimaal 6 maanden. Gedurende de tijd kunnen er nieuwe inwoners instromen. In dit tijdsbestek wordt bekeken hoe de meerwaarde van de ervaringsdeskundige uitpakt. Hierna is de mogelijkheid tot verlenging van de pilot en/of onderzoeken we de mogelijkheid tot een meer structureel karakter. Kansen: De ervaringsdeskundige sluit aan op de

Risico: Ervaringsdeskundig blijkt niet van

beleefwereld van statushouders en stimuleert

meerwaarde te zijn.

statushouders in de beweging naar participatie en de arbeidsmarkt. Resultaat: Wegnemen van belemmeringen (motivatie, cultuurverschil, noodzaak tot zelfstandigheid etc.) richting participatie en een snellere doorstroom naar participatie of zelfs betaald werk.

Inzet vanaf 2024 en verder Hierboven hebben we bewust ingezoomd op de extra maatregelen tot en met 2024. Daarnaast zijn er maatregelen die ook als meer regulier zijn maar die zeker bijdragen aan de verdere bestandsbeheersing. Deze werken we hier nu niet verder uit. Indien nodig zullen deze onderdeel worden van het Werkprogramma Werkplein en gemeenten 2024. We denken hierbij aan de doorontwikkeling van het dashboard Werkpleinbreed, sociaal domein brede ondersteuning bij meervoudige problematiek, actieve verbinding lokale activiteiten vanuit de gemeentelijke domeinen die een bijdrage kunnen leveren aan de leefsituatie en ontwikkeling van onze inwoners.

17

Bijlagen Bijlage 1 (hoofdstuk 3)

18

19

20

21

Bijlage 2 (hoofdstuk 4)

Totale instroom 1437 1254

1271

1265

1171

570

TOTAAL INSTROOM (INCL. PARTNERS) 2018

2019

2020

2021

2022

22

2023 (tm juli)

Totale uitstroom 1526 1332

1290

1191

1249

423 TOTAAL UITSTROOM (INCL. PARTNERS) 2018

2019

2020

2021

2022

2023 (tm juli)

Totale instroom versus uitstroom 1526 1254

1271 1332

1437 1191

1265 1290

1171

1249

570 423 2018

2019

2020

Totaal instroom (incl. Partners)

2021

2022

2023 (TM JULI)

Totaal uitstroom (incl. Partners)

23

De realiteit is dat van de hiervoor vermelde instroomredenen slechts ‘ander inkomen’ en ‘werk/studie/zelfstandige’ tot op zekere hoogte beïnvloedbaar zijn door het Werkplein.

24

Bijlage 3 (hoofdstuk 5)

Etten-Leur 2018 2019 2020 2021 2022 2023

BUIG uitgaven Rijksbudget BUIG* Verschil Procentueel Rijksbudget BUIG** Verschil Procentueel € 9.569.114 € 10.611.406 € 1.042.292 110,89% € 10.611.406 € 1.042.292 110,89% € 9.921.524 € 10.254.993 € 333.469 103,36% € 10.254.993 € 333.469 103,36% € 10.086.252 € 10.983.803 € 897.551 108,90% € 10.983.803 € 897.551 108,90% € 10.676.482 € 11.102.991 € 426.509 103,99% € 11.102.991 € 426.509 103,99% € 10.789.236 € 10.313.446 € -475.790 95,59% € 10.313.446 € -475.790 95,59% € 12.829.120 € 10.124.135 € -2.704.985 78,92% € 11.075.000 € -1.754.120 86,33%

*Rijksbudget 2023 gebaseerd op het voorlopig vastgestelde budget in september 2022 **Een eerste prognose van BUIG budget 2023 van het ministerie waarbij de inflatie en verhoging WML is meegenomen. Dit is een eerste grove schatting. Eind september wordt het rijksbudget 2023 definitief vastgesteld.

Halderberge BUIG uitgaven Rijksbudget BUIG* Verschil Procentueel Rijksbudget BUIG** Verschil Procentueel 2018 € 6.250.176 € 7.032.230 € 782.054 112,51% € 7.032.230 € 782.054 112,51% 2019 € 6.250.021 € 6.728.107 € 478.086 107,65% € 6.728.107 € 478.086 107,65% 2020 € 6.465.945 € 7.135.214 € 669.269 110,35% € 7.135.214 € 669.269 110,35% 2021 € 6.874.517 € 6.950.303 € 75.786 101,10% € 6.950.303 € 75.786 101,10% 2022 € 7.104.858 € 6.760.046 € -344.812 95,15% € 6.760.046 € -344.812 95,15% 2023 € 8.202.212 € 7.027.530 € -1.174.682 85,68% € 7.685.000 € -517.212 93,69% *Rijksbudget gebaseerd op het voorlopig vastgestelde budget in september 2022 **Een eerste prognose van het ministerie waarbij de inflatie en verhoging WML is meegenomen. Dit is een eerste grove schatting. Eind september wordt het rijksbudget 2023 definitief vastgesteld.

Moerdijk BUIG uitgaven Rijksbudget BUIG* Verschil Procentueel Rijksbudget BUIG** Verschil Procentueel 2018 € 7.008.549 € 7.331.582 € 323.033 104,61% € 7.331.582 € 323.033 104,61% 2019 € 6.720.504 € 7.013.275 € 292.771 104,36% € 7.013.275 € 292.771 104,36% 2020 € 7.139.962 € 7.840.712 € 700.750 109,81% € 7.840.712 € 700.750 109,81% 2021 € 7.418.170 € 7.863.928 € 445.758 106,01% € 7.863.928 € 445.758 106,01% 2022 € 7.646.803 € 7.459.143 € -187.660 97,55% € 7.459.143 € -187.660 97,55% 2023 € 8.653.143 € 7.704.517 € -948.626 89,04% € 8.453.000 € -200.143 97,69% *Rijksbudget gebaseerd op het voorlopig vastgestelde budget in september 2022 **Een eerste prognose van het ministerie waarbij de inflatie en verhoging WML is meegenomen. Dit is een eerste grove schatting. Eind september wordt het rijksbudget 2023 definitief vastgesteld.

Roosendaal BUIG uitgaven Rijksbudget BUIG* Verschil Procentueel Rijksbudget BUIG** Verschil Procentueel 2018 € 26.365.070 € 29.884.296 € 3.519.226 113,35% € 29.884.296 € 3.519.226 113,35% 2019 € 26.502.743 € 30.645.957 € 4.143.214 115,63% € 30.645.957 € 4.143.214 115,63% 2020 € 27.616.660 € 32.320.986 € 4.704.326 117,03% € 32.320.986 € 4.704.326 117,03% 2021 € 28.295.440 € 32.214.951 € 3.919.511 113,85% € 32.214.951 € 3.919.511 113,85% 2022 € 28.147.682 € 30.550.059 € 2.402.377 108,53% € 30.550.059 € 2.402.377 108,53% 2023 € 32.513.695 € 30.436.771 € -2.076.924 93,61% € 33.332.000 € 818.305 102,52% *Rijksbudget gebaseerd op het voorlopig vastgestelde budget in september 2022 **Een eerste prognose van het ministerie waarbij de inflatie en verhoging WML is meegenomen. Dit is een eerste grove schatting. Eind september wordt het rijksbudget 2023 definitief vastgesteld.

Rucphen BUIG uitgaven Rijksbudget BUIG* Verschil Procentueel Rijksbudget BUIG** Verschil Procentueel 2018 € 4.412.530 € 4.724.377 € 311.847 107,07% € 4.724.377 € 311.847 107,07% 2019 € 4.475.430 € 4.460.806 € -14.624 99,67% € 4.460.806 € -14.624 99,67% 2020 € 4.695.303 € 4.852.429 € 157.126 103,35% € 4.852.429 € 157.126 103,35% 2021 € 5.056.405 € 4.899.944 € -156.461 96,91% € 4.899.944 € -156.461 96,91% 2022 € 5.013.786 € 4.772.060 € -241.726 95,18% € 4.772.060 € -241.726 95,18% 2023 € 5.755.927 € 5.025.406 € -730.521 87,31% € 5.484.000 € -271.927 95,28% *Rijksbudget gebaseerd op het voorlopig vastgestelde budget in september 2022 **Een eerste prognose van het ministerie waarbij de inflatie en verhoging WML is meegenomen. Dit is een eerste grove schatting. Eind september wordt het rijksbudget 2023 definitief vastgesteld.

25

Zundert BUIG uitgaven Rijksbudget BUIG* Verschil Procentueel Rijksbudget BUIG** Verschil Procentueel 2018 € 2.971.553 € 3.270.295 € 298.742 110,05% € 3.270.295 € 298.742 110,05% 2019 € 2.917.626 € 3.166.478 € 248.852 108,53% € 3.166.478 € 248.852 108,53% 2020 € 3.008.324 € 3.089.464 € 81.140 102,70% € 3.089.464 € 81.140 102,70% 2021 € 3.269.763 € 3.170.095 € -99.668 96,95% € 3.170.095 € -99.668 96,95% 2022 € 3.293.884 € 3.111.746 € -182.138 94,47% € 3.111.746 € -182.138 94,47% 2023 € 3.712.771 € 3.315.709 € -397.062 89,31% € 3.592.000 € -120.771 96,75% *Rijksbudget gebaseerd op het voorlopig vastgestelde budget in september 2022 **Een eerste prognose van het ministerie waarbij de inflatie en verhoging WML is meegenomen. Dit is een eerste grove schatting. Eind september wordt het rijksbudget 2023 definitief vastgesteld.

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/569/documents/16574