CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Goede ruimtelijke onderbouwing GRO Borchwerf II onbemand tankstation versie december 2017.doc.pdf

Gemeenteraad 11 februari 2021, gemeente HalderbergeBij agendapunt: AANVULLING: MEMO (met bijlagen) benzineverkooppunt Borchwerf II nav commissie 27-01-2021 (toegevoegd 04-02-2021). Vragen Lokaal Halderberge met bijlagen toegevoegd (09-02-21)3.584 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

B a

Ruimtelijke Onderbouwing Het oprichten van een onbemand tankstation op Borchwerf 2, Rietschotten te Oud-Gastel Gemeente Halderberge

November 2017

info@pasmaat.com www.pasmaat.com

Ruimtelijke Onderbouwing tankstation Borchwerf II

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

Initiatiefnemer wenst op bedrijventerrein Borchwerf II een onbemand tankstation, zonder winkel, op te richten, op de locatie A7A aan de Rietschotten te Oud Gastel. Hierbij zullen benzine en diesel worden verkocht, elektrische oplaadpalen en een technische ruimte evenals de luifel, de reclamemast worden geplaatst en een in/uitrit worden gerealiseerd. De reclamemast van 15 meter betreft slechts reclame voor het bedrijf zelf en zal niet worden gebruikt voor het aanduiden van overige reclame. Het initiatief is op enkele onderdelen in strijd met het vigerende bestemmingsplan, zie hiervoor paragraaf 1.3. Op grond van artikel 2.12, lid 1a onder 3 van de Wabo kan medewerking worden verleend aan dit initiatief, mits het project is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. Middels onderhavige ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. 1.2 Ligging plangebied Het plangebied is gelegen op kavel A7A op bedrijventerrein Borchwerf II. Voor de exacte ligging wordt verwezen naar de tekeningen die bij de omgevingsvergunningsaanvraag zijn ingediend.

1.3

Geldend bestemmingsplan versus afwijkingen onderhavig plan

Het perceel is gelegen binnen het geldende bestemmingsplan “Borchwerf II”, vastgesteld op 20 juni 2013. In dit bestemmingsplan is de locatie aangeduid voor Bedrijf in ten minste de milieu categorie 3.1. Gebouwen en andere bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegestaan tot een maximale hoogte van 8 meter. Het initiatief is getoetst aan de diverse planregels:

Pasmaat advies

2

Ruimtelijke Onderbouwing tankstation Borchwerf II

A. Strijdigheid milieucategorie 3.1. en gebruik: Milieucategorie: Een tankstation (zonder LPG en/of LNG) valt onder categorie 2 van de genoemde Staat van Bedrijven en Inrichtingen en is derhalve niet toegestaan, omdat het bestemmingsplan activiteiten toestaat in tenminste de categorie 3.1 van de Staat van Bedrijven in Inrichtingen. De verkoop van motorbrandstoffen is in het vigerende plan nadrukkelijk uitgesloten. Enerzijds vanwege het karakter van ‘detailhandel’, anderzijds vanwege de hiermee veelal gepaardgaande veiligheidszone en de afstandsnormen ten opzichte van andere gebouwen en functies die hiervan ‘hinder’ ondervinden. Deze functie is dan ook veelal aan de rand van het bedrijventerrein voorzien. Binnen het bedrijvenpark Borchwerf II CV zijn en worden diverse Distributie Centra gevestigd. In aanvang was niet in dien mate voorzien in deze aantallen en hun grootschaligheid. Door de gewijzigde vraag en de mogelijkheden die Borchwerf II biedt is het accent, met name de laatste jaren, juist naar grootschalige DC’s verschoven. Het bestemmingsplan (zie voorbeelden Primark en Lidl/ gemeente Roosendaal) is hiervoor op onderdelen gewijzigd teneinde de vestiging van deze bedrijven mogelijk te maken. De DC’s brengen met name vrachtverkeer met zich mee en in mindere mate de bestelauto’s en kleinere vrachtauto’s. .

Ook het personenvervoer met betrekking tot de value added logistics neemt toe. De wegen van het bedrijvenpark zijn hierop berekend, een functie van brandstofpunt was echter niet (centraal gelegen) voorzien. Met de komst van de DC’s en Value Added Logistics ontstaat er rondom de velden A en B een vraag naar brandstof. Deze vraag kan met de invulling van het onderhavige perceel als brandstofverkooppunt op zeer korte afstand worden ingevuld, hetgeen vanuit een oogpunt van duurzaamheid (beperkte afstand tussen vraag en aanbod) een pré is. Dit brandstofverkooppunt zal geen LPG en/of LNG omvatten zodat er geen rekening gehouden moet worden met een risico-contour en daarmee de omliggende bedrijven en functies niet belemmert.

B. Strijdigheid uitweg: Op de tot ‘Bedrijf’ bestemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden opgericht die qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen, met dien verstande dat bedrijven niet rechtstreeks mogen worden ontsloten op de wegen met de aanduiding ‘weg’, maar moeten worden ontsloten via reguliere ontsluitingswegen.

De strijdigheid in casu betreft de uitweg via de Rietschotten (oostelijke richting) en via de zuidelijke richting. Deze is wenselijk (evenals Logus, Saver, en overige bedrijven aan de Rietschotten) van wege een goede doorstroming op het kavel. Dit voorkomt namelijk draaien rondom de brandstofvulpunten wat mogelijk tot stagnatie kan leiden. Ook bij drukte is de verwachting dat hier geen stagnatie ontstaat. De kruising heeft voldoende omvang. Bovendien is er nog ruimte op het kavel om het bedrijf uit te breiden.

Pasmaat advies

3

Ruimtelijke Onderbouwing tankstation Borchwerf II

C. Toelichting parkeernorm Voorzien moet worden in parkeermogelijkheden op het eigen terrein en moeten inpandige fietsvoorzieningen worden gerealiseerd. Gelet op de aard van de bedrijvigheid en het feit dat hier sprake is van een onbemand tankstation is de berekening aan de hand van bruto bedrijfsoppervlakte niet toepasbaar. Uiteraard is er rekening gehouden met ‘wachttijden’ en zijn er mogelijkheden voor uitbreiding op het eigen terrein zodat in principe wordt voldaan aan ‘het parkeren op eigen terrein’. D. Bouwregels ‘gebouwen en/of bouwwerken’ Het verzoek omvat de realisatie van een overkapping c.q. luifel, een technische ruimte, een prijzenbord, reclamemast en ondergrondse tanks. Het ‘hoofdgebouw’ betreft aldus een bouwwerk geen gebouwen zijnde vanwege het ontbreken van wanden. De luifel zal 5,5 m hoog worden en voldoet hiermee ruimschoots aan de maximale maat. Ook de technische ruimte en prijzenbord voldoet aan de bouwvoorschriften. De reclamemast is echter niet ter plaatse voorzien en betreft aldus een afwijking van het bestemmingsplan. Er wordt een reclamemast opgericht. De reclamemast betreft slechts reclame ten behoeve van het tankstation zelf en er zal geen reclame worden gemaakt voor derden. De hoogte van de reclamemast mag maximaal 8 meter bedragen, aangezien de reclamemast een bouwwerk, geen gebouw zijnde is. De mast heeft een hoogte van 15 meter.

Evenals de gebouwen in de omgeving. Een lagere mast zou in het niet vallen en daarmee zijn doel voorbij schieten. Gelet op de omgeving is de hoogtemaat van 15 meter niet bijzonder hoog, zodat op grond van artikel 3.4.8 van het bestemmingsplan kan worden afgeweken om hieraan medewerking te verlenen. E. Bebouwingspercentage 40% Het minimale bebouwingspercentage ter plaatse moet 40% bedragen. Hieraan wordt niet voldaan: Kavelgrootte 7.280 m2 Bebouwing (bovengronds, exclusief tanks) Luifel omvat 200 m2, 200 m2 Technische ruimte bedraagt 8 m2, 8 m2 Reclamemast is 10 m2 10 m2 Totaal: 218 m2 Bebouwingspercentage dat wordt gehaald: 2,99%. Dit is echter inherent aan een onbemand tankstation zonder overige voorzieningen. Het bestemmingsplan zelf kent een afwijkingsmogelijkheid om hieraan toch medewerking te verlenen in artikel 3.4.5..

Conclusie Gelet op het vorenstaande voldoet het plan aan een goede ruimtelijke ordening.

Pasmaat advies

4

Ruimtelijke Onderbouwing tankstation Borchwerf II

2

Planbeschrijving

2.1

Bestaande situatie

Het perceel is nu nog onbebouwd en bestaat uit gras en ruigtesoorten. Naast het perceel staan al bedrijfspanden of zijn percelen aanwezig die ook worden ontwikkeld tot bedrijfslocaties.

2.2 Gewenste situatie plattegrond tekening, ontsluiting en routing, particulieren/bedrijven Op het perceel zal een onbemand tankstation met reclamemast van 15 meter worden gebouwd. Voorts zal een ontsluiting worden gemaakt en worden parkeerplaatsen gerealiseerd. Voor de tekeningen verwijzen wij naar de tekeningen zoals die zijn ingediend bij de aanvraag om omgevingsvergunning.

Pasmaat advies

5

Ruimtelijke Onderbouwing tankstation Borchwerf II

Pasmaat advies

6

Ruimtelijke Onderbouwing tankstation Borchwerf II

3.

Ruimtelijk Beleidskader

Door zowel de rijksoverheid, als de provincie en de gemeente zelf is beleid opgesteld ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Onderhavig hoofdstuk geeft slechts een beperkte toetsing aan het beleid omtrent bedrijventerrein Borchwerf, omdat het rijksbeleid en Provinciale beleid van mindere betekenis is voor deze aanvraag. Er is immers reeds een bedrijventerrein bestemd. 3.1 Rijksbeleid Het rijksbeleid is slechts zeer beperkt van toepassing op onderhavig plan. Er is reeds een bedrijventerrein bestemd, waar bedrijven in de categorie 3 en 4 zijn toegestaan. Een onbemand tankstation valt onder de categorie 2. Bezien vanuit het rijksbeleid is deze functie niet in strijd met het Barro of de Structuurvisie van het Rijk. De ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling behoeft verder niet te worden doorlopen nu geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 3.2 Provinciaal beleid Provincie Noord-Brabant Verordening Ruimte In de Verordening Ruimte is het gebied bestemd tot bestaand stedelijk gebied, stedelijk concentratiegebied. Hierbinnen zijn stedelijke functies toegestaan die, mits ruimtelijk verantwoord en onderbouwd, tegen elkaar kunnen worden afgewisseld. Voor onderhavige locatie geldt dat hier reeds bedrijvigheid is toegestaan. Het toestaan van een onbemand tankstation is geen functie die door de Provincie als ongewenst of niet passend is beschouwd.

In overleg met de Provincie Noord-Brabant in 2016 is gebleken, middels mailcontacten, dat de Provincie van mening is dat de gemeente Halderberge zelfstandig kan kiezen om hieraan al dan niet medewerking te verlenen, omdat er geen provinciaal belang aanwezig is bij deze keuze.

Pasmaat advies

7

Ruimtelijke Onderbouwing tankstation Borchwerf II

3.3 Gemeentelijk beleid en duurzaamheid Om af te kunnen wijken van de regels van het bestemmingsplan “Borchwerf II” dient te worden voldaan aan de beeldkwaliteitseisen van het bedrijventerrein en mag geen hinder worden veroorzaakt ten opzichte van eigendommen van derden en dient te worden voldaan aan de milieueisen. Deze milieu- en omgevingsaspecten komen aan de orde onder hoofdstuk 4. Voor het onderdeel beleidskader is het stedenbouwkundig plan van belang als toetsingskader. Hiertoe heeft Borchwerf een toetsingskader ontwikkeld met een toetsingscommissie, waarbinnen initiatieven worden besproken. Onderhavige ontwikkeling is zowel met de gemeente Halderberge als met de projectgroep besproken en akkoord bevonden, onder voorbehoud van de vergunningsaanvraag. Die moest immers nog worden ingediend. In beginsel is echter het plan akkoord bevonden. Omdat slechts sprake is van detailhandel in de vorm van een onbemand tankstation, waar geen winkel bij wordt gevestigd wil de gemeente Halderberge meewerken aan onderhavig initiatief. Duurzaamheid “Next generation” tankstation Sakko heeft de intentie om op deze locatie een “next generation” tankstation te bouwen. Insteek daarbij is kortom het realiseren van een tankstation wat uitgerust is met thans nog zeer beperkt beschikbare brandstoffen van de toekomst naast de huidige brandstoffen Diesel EN590 en Euro95 benzine.

Concreet wordt bij de realisatie van het station de verkoop van HVO diesel (Hydrotreated Vegetable Oil) en de beschikbaarheid van elektrische oplaadpunten gerealiseerd. Het station zal verder voorzien worden van zonnepanelen bovenop de luifel van het tankstation om zodoende zelfvoorzienend te zijn in haar energie voorziening. De verlichting van het station zal uitgerust worden met energiezuinige LED lampen om het stroomverbruik tot een minimum te beperken. Sakko heeft verder de intentie om H2 (waterstof), LNG (Liquified Natural Gas) en CNG (Compressed Natural Gas) in de toekomst te gaan realiseren indien daar (commerciële) mogelijkheden toe bestaan. Sakko houdt bij de bouw van het tankstation reeds rekening met LNG en CNG middels het aanbrengen van bouwkundige voorbereidingen (oa. voorbereidingen leidingwerk onder de vloeistofdichte vloer) om zodoende op een later moment deze eenvoudiger te kunnen realiseren.

Pasmaat advies

8

Ruimtelijke Onderbouwing tankstation Borchwerf II

4

Milieu- en omgevingsaspecten

Om aan te tonen dat het plan voldoet aan de eisen voor een goede ruimtelijke ordening dient te worden onderzocht en onderbouwd dat de verschillende omgevings- en milieuaspecten die worden besproken, voldoen aan de daarvoor gestelde eisen. Gezien de kleinschaligheid van de ontwikkeling, is ook de Mer-beoordeling niet relevant. Deze Mer-beoordeling is alleen van toepassing op grote projecten zoals 2000 of meer woningen of het toevoegen van bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000m2 of meer.

4.1

Bedrijven en milieuzonering

Wettelijk en toetsingskader Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen.

Beoordeling Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt getoetst conform: • VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’(editie 2009); • Wet milieubeheer. VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ De Vereniging van Nederlandse Gemeente doet in de publicatie ’Bedrijven en milieuzonering’ (editie 2009), een handreiking ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. Wanneer sprake is van het omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies, voor met name het aspect geluid, met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Het aspect geluid is veelal het maatgevende aspect. Een gemengd gebied is een gebied met een variatie aan functies. Omdat geen woningen in de directe omgeving zijn gelegen, bestaat geen strijd met bedrijfszonering.

4.2

Luchtkwaliteit

Wettelijk en toetsingsdader Voor luchtkwaliteit is de Wet milieubeheer, Hoofdstuk 5, titel 5.2 van toepassing. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer geeft grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hieronder zijn in een tabel de relevante stoffen met grenswaarden aangegeven:

Pasmaat advies

9

Ruimtelijke Onderbouwing tankstation Borchwerf II

De Wet milieubeheer geeft in artikel 5.16 bevoegdheden aan bestuursorganen om voor ontwikkelingen die niet in betekenende mate bijdragen aan de concentraties in de buitenlucht medewerking te verlenen. Deze bevoegdheden zijn nader uitgewerkt in het Besluit niet in betekenende mate, afgekort tot NIBM en de Regeling niet in betekenende mate. In het Besluit niet in betekenende mate is vastgelegd dat wanneer een ontwikkeling niet meer bijdraagt dan 3% aan de grenswaarde, deze niet getoetst hoeft te worden aan de wettelijke grenswaarden. Hierin staat dat meer dan 1,2 microgram stikstofdioxide en/of fijnstof per m3 wordt aangemerkt als in betekenende mate.

Beoordeling In de Regeling niet in betekenende mate is dit doorvertaald naar 7.500 verkeersbewegingen per etmaal bij 1 toegangsweg. De ontwikkeling van onderhavig plan resulteert conform de Regeling niet in betekenende mate niet in een significante verslechtering van de luchtkwaliteit en hoeft daarom niet te worden getoetst aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. De toevoeging van de beoogde functie leidt niet tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Er is immers in het kader van het bestemmingsplan Borchwerf II reeds rekening gehouden met het vestigen van bedrijvigheid op deze locatie. Bovendien worden niet meer dan 6500 verkeersbewegingen verwacht, aan extra verkeersbewegingen. Dit zijn dus voertuigen die niet reeds het bedrijventerrein bezoeken.

Conclusie De ontwikkeling voldoet aan het wetgevende kader voor luchtkwaliteit, zoals vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer.

4.3

Externe Veiligheid

Wettelijk en toetsingskader Het aspect externe veiligheid kan relevant zijn vanwege bedrijven (inrichtingen) die met gevaarlijke stoffen werken en vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en door buisleidingen. Voor bedrijvigheid en vervoer van gevaarlijke stoffen zijn zowel de PR-contour (Plaatsgebonden risico) als de GR-contour (Groepsrisico) van belang. De PR-contour wordt middels contouren rondom een dergelijke inrichting of infrastructuur aangegeven. Deze PR geeft de kans, per jaar, dat een persoon dodelijk kan worden getroffen door een ongeval indien hij zich 24 uur per dag gedurende het jaar onbeschermd op de bepaalde plaats aanwezig is. De GR geeft de kans, ook per jaar, dat een groep van een bepaalde omvang komt te overlijden als direct gevolg van een ongeval door gevaarlijke stoffen, zoals bijvoorbeeld een LPG-station. Omdat echter geen sprake is van een inrichting waarin mensen zullen verblijven is de externe veiligheid verder niet van belang. Ook wordt geen LPG mogelijk gemaakt.

Voor het overige wordt voldaan aan de geldende regelgeving met betrekking tot tankstations; in bijlage I van het Besluit Omgevingsrecht is vastgelegd dat een vergunningplicht geldt als sprake is van een inrichting voor het afleveren van vloeibare brandstoffen door een afleverzuil waar aflevering zonder direct toezicht mogelijk is en er minder dan 20 meter afstand is tussen de afleverzuil en een gebouw, voorziening of installatie van derden. Beoordeling De afstand tussen de perceelsgrens en het vulpunt bedraagt 28 meter tot de perceelsgrens van derden zodat de veiligheidscontour geheel op eigen terrein is gelegen. Conclusie Daarmee vormt het aspect externe veiligheid, geen belemmering voor beoogde ontwikkeling.

Pasmaat advies

10

Ruimtelijke Onderbouwing tankstation Borchwerf II

4.4

Archeologie

Door ondertekening van het verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met de archeologische waarden. In de Monumentenwet 1988 is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, moet worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd indien sprake is van een hoge of middelhoge trefkans, of indien het plangebied niet is gekarteerd.

Beoordeling De bodem is reeds geschikt geacht om te worden bebouwd, zonder dat archeologisch onderzoek nodig is.

Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.5

Flora en fauna

Bij het vaststellen van het bestemmingsplan dient ook rekening te worden gehouden met de aanwezige flora- en fauna en de vraag of er nesten aanwezig zijn voor dieren. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet Natuurbescherming.

Beoordeling Gebiedsbescherming In het kader van de Wet Natuurbescherming 2017 dient er te worden beoordeeld of de beoogde ontwikkeling van een nieuw gebouw een negatieve invloed heeft of kan hebben op de beschermde gebieden. Het plangebied is niet gelegen in een beschermd gebied in het kader van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of binnen een aangewezen gebied uit de Wet Natuurbescherming.

Soortenbescherming Ook dient te worden beoordeeld of ter plaatse van de ruimtelijke ontwikkeling sprake is of kan zijn van negatieve effecten op beschermde planten en/of dieren. Er is geen ecologisch onderzoek nodig omdat reeds in het kader van het vaststellen van het geldende bestemmingsplan is beoordeeld dat geen beschermde natuurwaarden in het gebied aanwezig zijn. Het plangebied herbergt ook geen bijzondere soorten. Wel geldt de algemene zorgplicht uit de Wet Natuurbescherming; broedende vogels mogen niet worden verstoord en nesten van huismussen, roeken of gierzwaluwen mogen niet worden verwijderd.

Conclusie Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan.

Pasmaat advies

11

Ruimtelijke Onderbouwing tankstation Borchwerf II

4.6

Water

Europees beleid Europese Kaderrichtlijn In 2000 is de Kaderrichtlijn water vastgelegd waarin communautaire maatregelen zijn opgenomen betreffende water. Het doel van deze KRW-richtlijn is een integrale benadering van het waterbeheer. Dit betekent dat de interne samenhang tussen oppervlaktewater en grondwater, zowel wat de kwaliteits- als kwantiteitsaspecten betreft, als uitgangspunt worden genomen. Daarnaast betekent de integrale benadering dat diverse beleidsterreinen, waaronder de ruimtelijke ordening, door de richtlijn worden bestreken. Met de bestaande Nederlandse regelgeving kan het merendeel van de richtlijnverplichtingen worden uitgevoerd. Uitvoering geven aan de verplichtingen van de Kaderrichtlijn is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden en geldt als een resultaatsverplichting. De wateren binnen de EU moeten in 2015 aan de in de KRW gestelde eisen voldoen.

Rijksbeleid Bestuursakkoord Water Het Nationaal Bestuursakkoord Water 2003 is in april 2011 vervangen/geactualiseerd met het Bestuursakkoord Water. Het bestuursakkoord water richt zich primair op het vermogen van de doelmatigheid van het beheer van het watersysteem en de waterketen. Gezien de uitdagingen op het gebied van waterveiligheid, waterbeschikbaarheid, klimaatveranderingen en duurzaamheid blijven de doelen die eerder zijn verwoord in het Nationaal Bestuursakkoord Water (2003 en 2006) en in het Bestuursakkoord Waterketen (2007) onverkort van kracht.

Nationaal waterplan (2009) In december 2009 is het Nationaal Waterplan vastgesteld. Het Nationaal Waterplan is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande nota's waterhuishouding. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2009 - 2015 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiervoor worden genomen.

Beoordeling Binnen het plangebied zijn geen aangewezen watergangen aanwezig. Het plangebied wordt niet extra verhard ten opzichte van hetgeen het geldende bestemmingsplan reeds toestaat, zodat geen compensatieplicht nodig is. Overigens is niet te veronderstellen dat een waterbergingsprobleem ontstaat in T=10. Om deze reden is geen verdere waterberging nodig.

Conclusie Volgens de richtlijnen van de waterbeheerder is voor het plan geen extra waterberging nodig.

Pasmaat advies

12

Ruimtelijke Onderbouwing tankstation Borchwerf II

4.7

Bodem

In het kader van het vaststellen van het vigerende bestemmingsplan is bodemonderzoek uitgevoerd, waaruit bleek dat de bodem geschikt was voor het beoogde gebruik als bedrijventerrein. In 2014 heeft een nieuwe schouw plaatsgevonden op het gebied van bodem, als bijlage toegevoegd, waaruit bleek dat geen nieuw bodemonderzoek nodig is, omdat de bodemsituatie niet is gewijzigd dan wel gewijzigd is geweest.

Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor beoogde ontwikkeling.

5.

Uitvoerbaarheid

5.1

Maatschappelijke Uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.12 lid 1 onder a, onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) is de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing. Tegen een omgevingsvergunning kan door belanghebbenden in twee instanties beroep worden ingesteld, eerst bij de Rechtbank en in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Concluderend kan echter worden gesteld dat het wenselijk is om een tankstation op het bedrijventerrein gerealiseerd te krijgen, zodat voldaan kan worden aan de behoefte om op het bedrijventerrein zelf te kunnen tanken.

5.2

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van de Grondexploitatiewet dient een exploitatieplan te worden vastgesteld bij het vaststellen van het bestemmingsplan of ander ruimtelijk plan, tenzij de economische uitvoerbaarheid anderszins is gegarandeerd. Omdat onderhavig plan valt onder het invullen van een locatie op een bedrijventerrein, waar slechts sprake is van een afwijking van het gebruik, kan worden volstaan met een legesnota om de gemeentelijke kosten te dekken. Op deze wijze is de economische uitvoerbaarheid anderszins gegarandeerd.

Pasmaat advies

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/478/documents/14613