CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Definitieve versie RPE-WBEB.pdf

Gemeenteraad 5 juni 2025, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 10: Regionaal plan Energiesysteem (RPE) - West-Brabant Energie in Balans (WBEB)25.760 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Moerdijk – Antwerpen: Tussen Moerdijk en Antwerpen ligt een buisleidingenstraat voor (onder meer) aardgas, waarin één van de buizen kan worden omgebouwd van aardgasleiding naar waterstofleiding. Voor WestBrabant kan deze leiding tussen Moerdijk en de grens met België dienen als waterstoftransportleiding. De planning is dat in 2028 gebruik gemaakt kan worden van deze waterstoftransportleiding.

-

Delta Rhine Corridor (DRC) Rotterdam – Venlo/ Geleen: Tussen Rotterdam en Venlo/ Geleen (industriecluster Chemelot en verder richting Ruhrgebied) wordt een buisleidingenstraat aangelegd, de Delta Rhine Corridor, met daarin een waterstoftransportleiding. De planning is dat de Delta Rhine Corridor (op zijn vroegst) in 2032 is gerealiseerd.

Regionaal waterstofcluster Om ook regionaal gebruik te kunnen maken het waterstofnetwerk is het van groot belang dat er op een locatie voldoende vraag is vanuit meerdere afnemers. Samen kunnen zij een directe aansluiting op het waterstofnetwerk krijgen. We spreken ook wel over een regionaal waterstofcluster. De provincie Noord-Brabant heeft laten onderzoeken welke gebieden kunnen aansluiten op de Delta Rhine Corridor. Ze heeft gekeken naar vier industriegebieden: Industriecluster Moerdijk, Midpoint Brabant (Oosterhout, Dongen, Tilburg), Meierijstad en Eindhoven/Brainport (incl. Helmond). Ook RES West-Brabant heeft onderzoek laten uitvoeren naar de kansen voor inzet van waterstof. Een industriegebied is kansrijk voor waterstof als17: - Er nu veel aardgas wordt gebruikt; - Er transportbedrijven (waaronder scheepvaart) aanwezig zijn; - Het bedrijventerrein dicht bij de transportleiding ligt. De gemeente Oosterhout doet onderzoek naar de inpasbaarheid van een lokaal distributienetwerk op een industrieterrein. Om de aanleg van waterstofinfrastructuur betaalbaar te maken, zijn er

17

Bron; Stantec (2024)

55

genoeg afnemers nodig. We moeten snel duidelijk krijgen wie deze afnemers kunnen zijn. Dan weten we ook beter hoe we het regionale energiesysteem hierop kunnen aanpassen. Voor West-Brabant is het dus belangrijk om te bepalen welke locaties geschikt zijn voor waterstof. Dat doen we samen met de provincie Noord-Brabant en het ministerie van Klimaat en Groene Groei. Een waterstofcluster is een gebied met meerdere afnemers die samen een directe aansluiting op het waterstofnetwerk Nederland gaan krijgen. 5.4.4

Bestuurlijke keuze

5.5

Potentiekaarten

In het RPE-WBEB geven we met kaarten aan waar er mogelijkheden zijn voor verschillende soorten duurzame energie, zoals elektriciteit, warmte, groen gas en waterstof. Deze kaarten zien er nu nog technisch uit, maar zullen later beter leesbaar worden gemaakt. De kaarten geven een indicatie van de mogelijkheden en worden op basis van de uitkomsten van nadere onderzoeken verder uitgewerkt en verfijnd. In de vorige RES 1.0 is er al een lijst gemaakt met projecten voor windmolenparken en zonneparken op land. We hebben gerapporteerd hoe het gaat met de voortgang van deze projecten. In het RPE-WBEB kijken we ook naar andere manieren om energie op te wekken, zoals restwarmte, aardwarmte, groen gas en waterstof. Daarnaast besteden we aandacht aan hoe we het energiesysteem in balans kunnen houden, bijvoorbeeld met batterijen, elektrische boilers, warmtebuffers en elektrolysers voor waterstof. Omdat er veel informatie op 1 kaart zou komen, hebben we er twee gemaakt:

56

• •

Potentiekaart A: Batterijparken en waterstof, met daarop windmolens, zonneparken, waterstof en batterijen Potentiekaart B: Warmte en groen gas, met daarop aardwarmte, restwarmte, warmtepompen en groen gas

Hieronder lichten we toe wat op de kaart is verwerkt: 1. Wind op Land Voor wind op land zijn alle locaties uit de projectenlijst RES 1.0 nauwkeurig ingetekend. Ook is de status vermeld: gereed, repowering met zoekgebieden en wind na 2030. Voor wind na 2030 zijn de gemeenten waar dit speelt geduid op de kaart. 2. Zon op veld Voor zon op veld zijn alle locaties uit de projectenlijst RES 1.0 globaal ingetekend. 3. Waterstof Voor waterstof is een onderzoek gedaan naar de potentie voor de inzet van waterstof. Bedrijven met een heel groot gasverbruik (>10 m3/jaar) of clusters van bedrijven met een groot gasbedrijf (> 1.0 m3/jaar) zijn geïdentificeerd.18 Als een bedrijf of groep bedrijven dichtbij een belangrijke waterstofleiding ligt, kan dit een geschikte plek zijn voor een waterstofhub. Dan kan een aansluiting op de waterstofleiding kansrijk zijn. Gemeenten waar dit speelt zijn op kaart aangeduid met H2. 4. Batterijen Voor batterijen is een onderzoek gedaan naar typen batterijen en de nuttige inzet van batterijen in het energiesysteem.19 Voor stabilisering en balancering van het elektriciteitsnet zijn batterijparken die direct aangesloten worden op het systeem van Tennet (>70 MW) of Enexis Netbeheer (tussen 20 en 70 MW) nuttig. In het gebied RES West-Brabant zijn 12 HS/MS stations van Tennet/Enexis Netbeheer aanwezig. Nabij deze stations kunnen batterijparken geplaatst worden.

De locaties van de 12 HS/MS stations zijn op de kaart gezet met de aanduiding B. Nader onderzoek en overleg met Tennet en Enexis Netbeheer bepaalt het definitief aantal batterijparken voor het RES West-Brabant gebied. 5. Elektrolysers Elektrolysers worden ingezet om vanuit elektriciteit waterstof te produceren. Dit kunnen kleine (<100 MW) of grote (>200 MW) projecten zijn. Kleine projecten zijn particulier initiatief (Bergen op Zoom, Oosterhout en Woensdrecht). Grote projecten komen voort uit aanlandingen van wind op zee (Nederwiek 3 en VAWOZ, Geertruidenberg en mogelijk Moerdijk Moerdijk en Geertruidenberg).

18 19

Stantec (2024) nFlux (2024)

57

Potentiekaart A: Batterijparken en waterstof (kaart is indicatief, heeft geen formele status)

6. Restwarmte In de regio West-Brabant is een aantal grote industriële warmtebronnen aanwezig. Dit geldt onder meer voor Moerdijk. Enkele daarvan leveren warmte op hoge temperatuur (boven 70 °C tot meer dan 100 °C), andere leveren warmte op lage tot midden-temperatuur (ca. 30-70 °C). De restwarmtebronnen zijn overgenomen uit het rapport Bronnenstrategie RES-regio West-Brabant (maart 2024). 7. Aquathermie Aquathermie is beschikbaar in de vorm van thermische energie uit afvalwater (TEA) van afval- en rioolwaterzuiveringsinstallaties, thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) en thermische energie uit drinkwater (TED). De bovenlokale aquathermie bronnen op de kaart betreffen voornamelijk TEA naar verwachting te ontsluiten vanaf 2030 en zijn overgenomen uit het rapport Bronnenstrategie RES-regio West-Brabant (maart 2024). Uit de lokale warmtestudies zal moeten blijken wat de lokale potentie is van TEO en eventueel TED. De waterschappen spelen een belangrijke rol bij het beschikbaar maken van aquathermie. 8. Groen gas Er zijn goede mogelijkheden om groen gas te maken van verschillende materialen. Dit kan bijvoorbeeld van etensresten, schillen, gras, bloemen en snoeiafval. Ook afval uit de voedingsindustrie kunnen we hiervoor gebruiken. De potentie is gebaseerd op groen gasproductie bij Cosun en planontwikkelingen van Attero, BMC Moerdijk en Rodenburg in Oosterhout.

Daarnaast heeft groen gas uit mestvergisting veel potentie. Op de kaart is de theoretische potentie van groen gas uit mestvergisting weergegeven voor de regio West-Brabant. De praktische potentie van groen

58

gas moet nog worden onderzocht door het ophalen en controleren van gegevens bij de agrariërs in de gebieden. De kaart laat de potentie zien van groen gas dat ontstaat door het opwaarderen van biogas. Biogas wordt vaak ook direct gebruikt voor opwekking van energie (elektra en warmte), zoals op de RWZI’s/AWZI’s in de regio West-Brabant. Het gebruik van biogas voor energieopwekking is niet meegenomen op de kaart. 9. Geothermie In het noordoostelijk deel van de regio West-Brabant in een gebiedsstrook Drimmelen, Geertruidenberg, Oosterhout, Breda Noord en Altena is potentie voor midden temperatuur aardwarmte van ca. 50 tot 60 graden Celsius. In Heijningen is met een proefboring een oude zandsteenlaag onderzocht. Deze laag heet het Zand van Brussel Laagpakket en heeft in onze regio een diepte van 400 tot 700 meter. De nu beschikbare resultaten wijzen erop dat de laag in potentie geschikt is voor de winning van lage temperatuur aardwarmte van ca. 22 tot 34 graden Celsius die met warmtepompen kan worden opgewaardeerd naar een midden temperatuur van ca. 55 graden Celsius. De potentie voor geothermie is vooral aanwezig in gebieden met een relatief hoge warmtevraagdichtheid. Daarom is de potentie voor geothermie geprojecteerd op de kaart met de warmtevraagdichtheid in de regio.

Verder onderzoek moet in 2025 uitwijzen wat de technische en economische haalbaarheid is in de regio West-Brabant van de lage en midden temperatuur aardwarmte als warmtebron. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het provinciaal actieplan versnelling geothermie.

Potentiekaart B: Warmte en groen gas (kaart is indicatief, heeft geen formele status)

59

6

Participatie en communicatie

Er wonen veel verschillende mensen in de regio. En iedereen vindt wat anders. Het is belangrijk dat we al die meningen horen. Daarom zijn en blijven we graag met inwoners uit de regio in gesprek over de veranderingen die komen kijken bij een nieuw energiesysteem. We willen graag samen met de samenleving stappen zetten in de uitvoering van het RPE-WBEB.

6.1

FRES

De Stichting Fonds versnelling Regionale Energie Strategie (FRES) is opgericht om te helpen investeren in de ontwikkelfase van projecten en het verder professionaliseren van energiecoöperaties. FRES Ontwikkelfonds heeft steeds meer energiecoöperaties: groepen (buurt)bewoners die actief aan de slag gaan met duurzame, lokale energie. Energiecoöperaties zijn een belangrijke schakel in het verduurzamen van Nederland. In de nieuwe Energiewet, die in december 2024 is aangenomen, worden energiegemeenschappen officieel erkend als belangrijke spelers in het Nederlandse energiesysteem. Zo kunnen burgers als lid meebeslissen en meeprofiteren van de opwek van duurzame energie bij hen in de buurt. Lokaal eigenaarschap noemen we dat. Dat vergroot het draagvlak en versnelt het halen van de klimaatdoelstellingen. In de regio West-Brabant zijn veel energiecoöperaties, waar ondertussen honderden mensen lid van zijn. In de praktijk blijkt het voor energiecoöperaties, andere burgerinitiatieven en bedrijven lastig om hun idee voor een duurzaam energieproject om te zetten in iets concreets, of om aan te sluiten bij grootschalige projectontwikkelingen. De belangrijkste redenen zijn gebrek aan expertise, tijd en/of geld. FRES biedt de mogelijkheid om in de lastige fase van ‘idee’ naar ‘realisatie’ deze projecten professioneel te ondersteunen. Ondersteuning in de vorm van een lening uit het fonds.

FRES werkt met een revolverend fonds. Daarmee wordt het aantal projecten vergroot en neemt de 60

deskundigheid van de lokale initiatieven ook toe. En dat is nodig, want de overheid ziet graag dat de lokale gemeenschap voor ten minste 50% eigenaar wordt van lokale duurzame energieprojecten.

6.2

Burgerforum

In de zomer en herfst van 2022 hebben we een burgerforum georganiseerd. Voor dit forum hebben we via loting 35 mensen uit West-Brabant gekozen. Deze groep is tussen juni en september 2022 vijf keer samengekomen. Ze hebben met elkaar gesproken over het opwekken van energie op grote schaal en hoe we energiebronnen eerlijk kunnen verdelen. Dit was een uniek project: het was het eerste burgerforum in Nederland dat nadacht over hoe we de komende jaren duurzame energie op grote schaal kunnen opwekken. Op 9 november 2022 hebben drie deelnemers van het forum hun adviezen gepresenteerd aan de stuurgroep van de RES WestBrabant. We vonden deze adviezen waardevol en hebben ze verwerkt in dit RPE-WBEB. Hieronder leggen we per advies uit wat we ermee hebben gedaan. Energiebronnen 1. “We adviseren dat het welbevinden van mens en dier rondom energiebronnen wordt meegenomen in de afweging voor de keuze van de energiebron en de locatie.” Opvolging: We kijken naar de maatschappelijke impact van ingrepen en geven ‘water en bodem sturend’ een rol in het uitvoeringsprogramma. 2. “We adviseren om andere energiebronnen (dan zon en wind) mee te nemen in de doelstellingen voor opwek.” Opvolging: We stimuleren onderzoek naar nieuwe energiebronnen. Zo zijn we aan het kijken naar de mogelijkheden rond geothermie en hierover in gesprek met de gemeentes.

We hebben bovendien onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden rond blauwe energie en dit ook gedeeld met de gemeenten. 3. “We adviseren de afvalstroom en recyclebaarheid mee te nemen in de afweging voor de keuze van de energiebron.” Opvolging: Bij de keuze van de energiebronnen zal de afweging worden gemaakt op basis van de publieke belangen en leidende principes van het RPE-WBEB, waarbij onder duurzaamheid ook wordt verstaan beperking van het gebruik van grondstoffen en het minimaliseren van de impact van het energiesysteem op natuur en biodiversiteit. 4. “Productie van groen gas is een duurzame en betaalbare aanvulling op de productie van groene stroom, en kan een wezenlijke bijdrage leveren aan de energietransitie. Daarom is het een waardevol onderdeel van het RPE-WBEB” 61

Opvolging: De mogelijkheden voor het benutten van groen gas worden meegenomen in het RPEWBEB. Het is één van de vier energiedragers.

Energienet en opslag 5. “De piekbelasting op het elektriciteitsnet verlagen door elektriciteit tijdens piekmomenten om te zetten in andere energiedragers. Dit kan door op plekken van grootschalige energieopwekking, energie voor korte en lange termijn op te slaan of om te zetten.” Opvolging: We hebben een onderzoek naar opslag van elektriciteit in batterijen uitgevoerd, om inzicht te geven in de mogelijke rol, functie en locaties van batterijen in het energiesysteem van de regio. Ook de kansen voor elektrolyse bij zon- en windparken zijn beschouwd. 6. “De piekbelasting drukken door energiehubs op bedrijventerreinen en nabij grootverbruikers te stimuleren waarbij opwek, gebruik en opslag dicht bij elkaar liggen.” Opvolging: We hebben onderzoek gedaan naar geschikte locaties voor energiehubs. Hier is een aantal locaties uit gekomen die worden meegenomen in de gebiedsgerichte aanpak. 7. “Stimuleren dat particulieren zelf aan de slag gaan met kleinschalige opslag. Bijvoorbeeld door middel van subsidies of het stimuleren van een variabel energietarief.” Opvolging: RES West-Brabant is terughoudend met het stimuleren van thuisbatterijen, maar zet wel in op het ontwikkelen van buurtbatterijen. Via stichting FRES (Fonds versnelling Regionale Energie Strategie) kan financiële ondersteuning voor de fase van idee naar realisatie worden ingezet. 8.

“Op plekken waar windparken komen, ook bijvoorbeeld zonnepaneelparken (waar het landschappelijk kan) verplichten” Opvolging: Het plaatsen van zonneveldprojecten naast bestaande windmolens is een marktinitiatief. Door Enexis Netbeheer worden contracten ontwikkeld om deze combinatie te stimuleren.

Landschappelijke Inpassing 9. “We willen objectieve locatiekeuze op basis van grondsoort, landschap, cultuurhistorie, afname / verbruik, natuur / biodiversiteit, aanwezige infrastructuur” en “We willen dat opwek beter aansluit op het bestaand netwerk. Grote opwek bij grote afname” Opvolging: We hebben een bronnenstrategie en een systeemverkenning uitgevoerd met als resultaat dat verschillende bronnen en de verwachte toekomstige energievraag en -aanbod in kaart zijn gebracht. Hiervoor hebben we drie werkateliers gehouden met stakeholders en gemeenten binnen West-Brabant.

Logische verdeling

62

10. “Opwekken beter aansluiten op het bestaand netwerk. Grote opwek bij grote afname.” Opvolging: We hebben met de gebiedsgerichte aanpak en energiehubs een werkwijze ontwikkeld die vraag en aanbod bij elkaar brengt.

Logische nationale verdeling 11. “Een praktische verdeling van energie opwek, waarbij vooral wordt gekeken naar het type landschap dat we in Nederland hebben.” Opvolging: In de RES 1.0 zijn alle wind op land en zon op veld projecten al benoemd en toebedeeld aan locaties. Voor de Zuidelijke zandgronden zijn zoekgebieden voor nieuwe windmolens ingetekend. Concrete projectlocaties moeten worden gevonden door landschappelijke kenmerken mee te laten wegen. Betrekken van Inwoners 12. “We zien dat inwoners onvoldoende zijn geïnformeerd, er moet zo breed mogelijk worden gecommuniceerd.” Opvolging: We hebben verschillende manieren gebruikt om met mensen in contact te komen over onze plannen. We hebben de website over FRES West-Brabant verbeterd en een webinar en podcasts gemaakt. Ook zijn we actief op LinkedIn om organisaties en inwoners beter te kunnen bereiken met ons nieuws. Daarnaast zijn we de regio in gegaan met een speciale tosticaravan. Hiermee hebben we op verschillende plekken in West-Brabant gesprekken gevoerd met mensen op straat. Lusten en lasten 13. “We willen lusten en lasten eerlijk goed verdelen.

We willen het verduurzamen van onze leefomgeving voor iedereen bereikbaar maken.” Opvolging: Wij hanteren in het RPE-WBEB als uitgangspunt het publieke belang van een rechtvaardig energiesysteem, waarbij de baten en lasten van het energiesysteem voor het verduurzamen van onze leefomgeving eerlijk worden verdeeld. Een rechtvaardig energiesysteem is voor ons ook een systeem waaraan iedereen mee kan doen en inspraak heeft. 14. “Zorg dat de bewoners die vooral te maken hebben met de lasten van duurzame opwek (bijv. horizonvervuiling, slagschaduw en geluidsoverlast”) ook voordeel hebben van deze energiebronnen in hun nabijheid”. Opvolging: Wij stimuleren dat bewoners kunnen participeren in lokale opwekprojecten. We streven naar 50% lokaal eigendom. Via de Stichting Fonds versnelling Regionale Energie Strategie (FRES) ondersteunen wij energiecoöperaties voor bewoners bij het opzetten van projecten.

63

15. “Een krachtig Openbaar Vervoer systeem in de regio West-Brabant. Betaalbaar voor de consument, o.b.v. duurzame energie, met fijnmazige dekking binnen de hele regio. Consumenten stimuleren om, waar mogelijk, het OV te pakken, i.p.v. de eigen auto. Netwerk weer dichter bij de mensen: opstaphaltes. OV moet meer aansluiten op gemak voor de gebruikers”. Opvolging: Openbaar vervoer is breder dan alleen in de RES West-Brabant. Met de RES focussen wij op het breed toegankelijk maken van duurzaam opgewekte energie, ook voor het OV. 16. “Grootgebruikers die bewuster omgaan met hun energie en ook publiekelijk verantwoordelijk gehouden kunnen worden als ze dat niet doen.” Opvolging: Met het RPE-WBEB gaan we in de gebiedsaanpak gerichter kijken naar het goed op elkaar afstemmen van vraag en aanbod. We zullen daarbij samen met de netbeheerders ook de grootverbruikers aanspreken op hun verantwoordelijkheid voor het verduurzamen van energievraag en wat dit betekent voor onder meer de belasting van het elektriciteitsnet. 17. “Een energieklimaat waar als eerste gekeken wordt naar het lokale belang. Dit kan ook betekenen dat een internationaal initiatief, waar wel werkgelegenheid uitkomt, een groot lokaal belang heeft. Maar een datacenter waar geen werkgelegenheid uit komt, scoort dan qua lokaal belang laag”.

Opvolging: Voor het RPE-WBEB kiezen we voor het leidende principe van regionale ontwikkeling. Dit betekent dat wij bij de inrichting van het energiesysteem van West-Brabant sturen op de bijdrage aan de maatschappelijke en economische ontwikkeling van de regio. Een voorbeeld hiervan is dat wij sturen op de regionale meerwaarde van de Delta Rhine Corridor door een gerichte inzet op aftakkingen voor waterstof ten behoeve van het bedrijfsleven in onze regio.

Straatgesprekken: de tosticaravan20

6.3

We zijn met een speciale tosticaravan door heel West-Brabant getrokken om met zoveel mogelijk verschillende mensen te praten. We hebben bewust gekozen voor plekken waar veel verschillende soorten mensen komen, zodat we een goed beeld kregen van wat er leeft in onze hele regio. Onder het genot van een verse tosti hebben we met inwoners gesproken over belangrijke onderwerpen rondom de overstap naar duurzame energie. We hebben het vooral gehad over drie belangrijke thema's: • • •

Rechtvaardigheid: Hoe houden we de overstap naar duurzame energie eerlijk? Betaalbaarheid: Hoe zorgen we dat het betaalbaar blijft? Solidariteit: Hoe kunnen we dit samen doen, zodat iedereen mee kan doen?

20

Er is een uitgebreid verslag gemaakt van de uitkomsten van de tosti-caravan. Deze wordt uiteindelijk als aparte bijlage opgenomen bij verzending.

64

Rechtvaardigheid De belangrijkste thema's zijn omgevingsimpact, nabijheid, lokaal maatwerk en de regierol van de overheid. Omgevingsimpact Veel deelnemers vinden dat duurzame energieopwekking rekening moet houden met de visuele en ecologische impact. Er is weerstand tegen energie-installaties in woongebieden, vanwege geluidsoverlast en belemmering van het uitzicht. Voorkeurslocaties zijn industriële gebieden of op zee. Behoud van natuur en biodiversiteit speelt een grote rol, evenals de vraag naar efficiënte oplossingen zoals kernenergie. In de meer landelijke gebieden, wordt daaraan toegevoegd dat het behoud van het landschap heel belangrijk is. Een rechtvaardig energiesysteem houdt rekening met natuur, landschap en leefomgeving. Veel deelnemers benadrukken dat energie-installaties de natuur en het uitzicht zo min mogelijk mogen schaden. Behoud van dorpskarakter en historische panden wordt als belangrijk gezien. Nabijheid en toegankelijkheid Inwoners vinden nabijheid een belangrijke voorwaarde voor een rechtvaardig energiesysteem. Er wordt gepleit voor maatregelen die duurzame energie toegankelijk maken voor iedereen, zoals lagere energietarieven voor omwonenden van energieprojecten. Lokaal maatwerk Deelnemers benadrukken de noodzaak van lokaal maatwerk, zoals specifieke energieoplossingen die passen bij de omgeving.

Ook samenwerking tussen gemeenten en met het bedrijfsleven wordt als essentieel gezien. Sommigen zien liever dat professionals en experts een grotere rol spelen bij beslissingen. Rol van de overheid De overheid (gemeente) wordt gezien als de centrale partij in de energietransitie. Veel deelnemers vinden inspraak wel belangrijk, vooral bij beslissingen die direct effect hebben op hun leefomgeving. Sommigen willen dat de gemeente autonoom besluiten neemt om snelheid te garanderen, terwijl anderen een balans willen tussen gemeentelijke regie en betrokkenheid van inwoners. Maar hoewel veel inwoners openstaan voor gemeentelijk leiderschap, benadrukken ze ook de noodzaak van samenwerking met experts en het betrekken van lokale gemeenschappen. En is er kritiek op wispelturige regelgeving en inefficiënt en inconsistent beleid, wat het vertrouwen schaadt. Transparantie over keuzes, dilemma’s en kostenverdeling is essentieel om vertrouwen terug te winnen. Betaalbaarheid Als we kijken naar de betaalbaarheid en kostenverdeling van een nieuw energiesysteem zijn inwoners relatief eensgezind. Belangrijke thema’s zijn gezamenlijkheid en kostenverdeling naar verbruik en vermogen en lokaal profijt.

Iedereen moet mee kunnen doen De meeste deelnemers benadrukken dat mensen met lage inkomens extra steun nodig hebben, zoals subsidies, prijsplafonds, of andere maatregelen om hen niet buitenspel te zetten in de energietransitie. Subsidies zouden gericht moeten zijn op structurele verduurzamingsmaatregelen, en het aanvragen ervan moet laagdrempelig zijn. Er moeten geen wisselende signalen worden gegeven

65

vanuit de landelijke politiek. Ook is er brede steun voor financiële compensatie voor omwonenden van energieprojecten. Kostenverdeling naar verbruik en vermogen Het principe “meer verbruik is meer betalen” wordt als eerlijk ervaren. Sommigen vinden dat bedrijven meer moeten betalen, terwijl anderen waarschuwen dat dit bedrijven naar het buitenland kan verdrijven. De meeste deelnemers noemen "betalen naar verbruik" als eerlijke verdeling, met progressieve tarieven voor grootverbruikers en hogere inkomens. Een minderheid vindt dat iedereen naar eigen verbruik moet betalen, ongeacht inkomen. Tegelijkertijd benadrukken sommige deelnemers dat gelijkheid belangrijk is, met een eenvoudige verdeling gebaseerd op verbruik, ongeacht inkomen. En dat de tarieven voor bedrijven niet als neveneffect moeten hebben, dat zij naar het buitenland vertrekken. Lokaal profijt Er is brede steun voor lokaal profijt van duurzame energie, zoals financiële voordelen voor bewoners in de nabijheid van energie-installaties. Ook de financiële voordelen voor zelf opwekkers, zoals kortingen voor zonnepanelenbezitters, worden vaak genoemd. Het kan niet zo zijn dat bewoners met goede wil gestraft worden voor hun inzet. Solidariteit De belangrijkste rode draden die we terug zien komen: men is zeker bereid om gedrag aan te passen, zeker wanneer dat financieel voordeel oplevert.

De meerderheid van de gesproken inwoners in stedelijk gebied vindt dat het platteland de stad en industrie zal moeten ondersteunen. Over clusteren of spreiden zijn de meningen verdeeld: een kleine meerderheid spreekt de wens uit om te clusteren. Bereidheid om gedrag aan te passen Veruit de meeste deelnemers zijn bereid hun energieverbruik aan te passen, en zijn hier al mee bezig. Vaak via kleine maatregelen zoals korter douchen, verlichting uitzetten, en energiezuinige technologieën gebruiken. Ook investeren velen in zonnepanelen, isolatie, of warmtepompen. Financiële beperkingen of technische belemmeringen, worden door bewoners van huurwoningen echter vaak genoemd als obstakels. Een kleine groep toont weinig interesse in verduurzaming, vaak om financiële of praktische redenen. Solidariteit tussen stad, industrie en platteland Een meerderheid vindt dat het platteland de steden en industrie kan ondersteunen vanwege de beschikbare ruimte. Wel benoemt vrijwel iedereen dat dit moet samengaan met inspanningen van stedelijke en industriële gebieden, zoals meer zonnepanelen op (bedrijfs-)daken. Sommigen benadrukken dat het platteland niet onevenredig mag worden belast en dat compensatie en voordelen voor het platteland een randvoorwaarde zijn. Zoals inkomsten of andere vormen van compensatie.

Een minderheid is van mening dat elke regio zelfvoorzienend moet zijn en benadrukt de bescherming van natuur en open landschap. Clusteren versus spreiden van elementen van het energiesysteem Clustering van elementen van het energiesysteem in het landschap wordt vaak genoemd om de visuele impact te beperken. Men benoemt vaak plaatsing op industrieterreinen, langs snelwegen of op zee. De meningen zijn wel verdeeld: óók een grote groep van de respondenten pleit voor spreiding

66

om een eerlijkere verdeling van lasten te garanderen en de koppeling tussen opwekking en verbruik te versterken. Zonnepanelen op daken hebben brede steun als voorkeursoptie. Landschappelijke Inpassing Inwoners hechten veel waarde aan behoud van natuur en landschap. Installaties mogen geen grote visuele of auditieve overlast veroorzaken, en locaties zoals weilanden, snelwegen, en industrieterreinen worden als geschikter gezien dan nabij woonwijken. Er is bezorgdheid over schade aan biodiversiteit en landbouwgrond.

6.4

Bijeenkomsten met stakeholders en inwoners

Op donderdag 21 november hebben we, in twee opeenvolgende bijeenkomsten, de hoofdlijnen van het RPE-WBEB gedeeld met stakeholders en inwoners. Om bij hen reacties op te halen over de voorgenomen ambities. Met de stakeholders is gesproken over: -

De gebiedsaanpak Netcongestie Warmte & groen gas Batterij-opslag & waterstof

Bij de stakeholderbijeenkomst waren 60 mensen aanwezig. Van projectontwikkelaars tot bestuurders van energie coöperaties en van agrarische ondernemers en natuur- en milieudeskundigen tot mensen uit het onderwijsveld. Stakeholders hechten waarde aan: Landelijke inpassing De ruimte in West-Brabant is schaars. Van stakeholders horen we aan de ene kant de oproep om vooral vaart te blijven maken, maar om daarbij oog te houden voor het West-Brabantse landschap en regie te voeren op wat waar komt en hoe je dat inpast. We moeten zorgvuldig omgaan met de beschikbare ruimte, want we kunnen deze maar één keer gebruiken. Daarbij willen we voorkomen dat het landschap rommelig wordt. Isoleren & besparen Vanuit de stakeholders is er ook de oproep om volop in te blijven zetten op isoleren en besparen. En dat er niet te veel nadruk ligt op het vergroten van het aanbod van energie. Maar juist ook op het verminderen van de vraag. Balans Dit hangt samen met het zoeken naar balans in het systeem. Zij vragen aandacht voor het beter afstemmen van vraag en aanbod, meer aandacht voor opslag en het zoeken naar manieren om de capaciteit van kabels die er al liggen beter te gebruiken. Warmte en Groen gas

67

Warmtenetten kunnen voor een deel van de regio interessant zijn. Zorgen zijn er of mensen wel willen aansluiten op een warmtenet en of er in de toekomst voldoende aanbod is van duurzame warmte of restwarmte. Ook wordt geopperd dat het goed zou zijn om de vraag naar groen gas te stimuleren door particulieren de gelegenheid te geven om zelf groen gas te kopen, vergelijkbaar met het kopen van groene elektriciteit. Betrekken omgeving Stakeholders vragen nadrukkelijk aandacht voor het betrekken van de omgeving bij de plannen en het permanent blijven informeren van inwoners en bedrijven/ professionals over wat zij kunnen doen om bij te dragen aan een stabiele energievoorziening voor iedereen.

Op 21 november hebben we ‘s avonds met enkele inwoners gesproken over de resultaten van de gesprekken bij de tosticaravan. Deze bijeenkomst was er om de resultaten wat meer te kunnen duiden. We waren met een klein groepje. Mooi was dat in deze groep eigenlijk alle invalshoeken die we op straat hadden gehoord, hier aanwezig waren. In een mooi gesprek van ruim 2 uur hebben de deelnemers met respect voor elkaar verschillende invalshoeken besproken. Belangrijke noties uit dit gesprek: -

6.5

De overheid moet betrouwbaar en consistent zijn Hierbij verwachten inwoners dat de overheid vooruitkijkt en plannen maakt Maar deze in nauw overleg met de omgeving (direct omwonenden) concretiseert Belangrijk is om inwoners goed mee te nemen En te benadrukken dat we het echt samen moeten doen, maar ook wat dat dan in de praktijk betekent en wat andere gemeenten doen Verder valt het de aanwezigen op dat er veel wordt gesproken over de ‘kosten’ van duurzaamheid en zo weinig over de ‘opbrengsten’, met de kanttekening of dit wel de juiste woorden zijn om te gebruiken.

Klankbordgroep RES West-Brabant21

De klankbordgroep bestaat uit bestuurders van belangrijke organisaties die helpen bij het maken en uitvoeren van het RPE-WBEB. Deze bestuurders komen van verschillende organisaties zoals bedrijven, brancheorganisaties, woningcorporaties, onderwijsinstellingen en de milieufederatie. We vragen deze bestuurders regelmatig om met ons mee te denken. Ze geven hun mening over onze plannen en denken mee over specifieke onderwerpen. We zien de leden van de klankbordgroep als echte partners: samen zijn we verantwoordelijk voor de energieopgave in onze regio.

21

Er zienswijzen bij de Klankbordgroep opgehaald op de 90%-versie. Deze worden nagestuurd voor de stuurgroep.

68

De leden van de klankbordgroep hebben ook een belangrijke rol in het verbinden van mensen en organisaties. Ze werken samen met andere betrokkenen en hun eigen organisaties om de plannen uit het RPE-WBEB uit te voeren. De groep komt vier tot zes keer per jaar samen.

6.6

Overige activiteiten 2022-2024

Hieronder een overzicht van alle andere momenten waarop we contact hebben gehad met organisaties en inwoners uit onze regio. We beginnen met de meest recente bijeenkomsten.

6.6.1

Bijeenkomsten met gemeenteraden en algemene besturen waterschappen

In de eerste helft van december 2024 hebben de onderstaande 5 bijeenkomsten plaats gevonden met in totaal een kleine 100 raadsleden, burgerleden, leden van het algemeen bestuur en bestuurders. Het RPE is constructief ontvangen. -

Stedelijk gebied: Oosterhout, Breda, Etten-Leur, 2 december, locatie gemeentehuis Etten-Leur. Moerdijk-Geertruidenberg: Drimmelen, Moerdijk en Geertruidenberg, 10 december, locatie gemeentehuis Drimmelen. Altena: gemeente Altena, 3 december, locatie gemeentehuis Altena. Zuidelijke Zandgronden: Zundert, Rucphen, Baarle-Nassau en Alphen-Chaam, 9 december, locatie gemeentehuis Rucphen. West Brabant West: BOZ, Steenbergen, Woensdrecht, Halderberge en Roosendaal, 3 december, locatie gemeentehuis Steenbergen.

In mei 2024 zijn er bijeenkomsten gehouden voor gemeenteraadsleden. Tijdens deze bijeenkomsten hebben we drie belangrijke onderwerpen besproken: de problemen met het overvolle elektriciteitsnet, hoe we op een duurzame manier onze huizen kunnen verwarmen en hoe we kabels, leidingen en andere energie-installaties kunnen inpassen in ons landschap.

6.6.2 EnergieDag Beter in Balans Op 24 januari 2024 hielden we een EnergieDag met als thema 'Beter in balans'. Verschillende organisaties kwamen bij elkaar om succesvolle voorbeelden te delen en samen na te denken over moeilijke vraagstukken voor het RPE-WBEB. Bezoekers konden nieuwe mensen leren kennen en meedenken over de overstap naar duurzame energie in West-Brabant. De dag ging ook over samenwerking: weten wat er bij anderen speelt, vertrouwen hebben in elkaars kennis en samen oplossingen bedenken. We hadden de dag verdeeld in verschillende onderwerpen: gebouwen, industrie, vervoer en land- en tuinbouw. Bij elk onderwerp keken we naar één vorm van energie: elektriciteit, warmte, waterstof of groen gas. Zo onderzochten we hoe deze verschillende onderwerpen en energievormen samenkomen en een plek kunnen krijgen in West-Brabant.

69

6.6.3 Bijeenkomsten over het FRES Op 13 maart 2023 hebben de energieregio West-Brabant, FRES en Rabobank samen een bijeenkomst georganiseerd. Hier kwamen energiecoöperaties, gemeenten, projectontwikkelaars en financiers bij elkaar om te praten over het FRES-fonds. Later dat jaar, op 30 juni 2023, volgde een FRES-café over de problemen met het overvolle elektriciteitsnet. Ook vertegenwoordigers van landschap en financiers waren hierbij aanwezig. Samen hebben we gesproken over hoe we kunnen omgaan met deze problemen en welke rol batterijen hierbij kunnen spelen. Deze bijeenkomst heeft bedrijven en energiecoöperaties aangemoedigd om samen naar oplossingen te zoeken.

6.6.4

Inwonersdialoog

In het voorjaar van 2022 hebben we een grote inwonersdialoog georganiseerd over betaalbare energie. Meer dan honderd inwoners van Brabant hebben hieraan meegedaan en hun advies gegeven. Ze konden op twee manieren meedoen: via onlinebijeenkomsten of door naar fysieke bijeenkomsten te komen. Tijdens deze bijeenkomsten hebben we met elkaar nagedacht over een belangrijke vraag: hoe zorgen we ervoor dat duurzame energie in de toekomst betaalbaar blijft voor iedereen? De inwoners hebben hierover meegedacht en hun ideeën en zorgen gedeeld. Met deze adviezen kunnen we beter rekening houden met wat mensen belangrijk vinden bij het maken van plannen voor duurzame energie.

6.7

Communicatie-en participatie activiteiten in 2025 en daarna

West-Brabant heeft de afgelopen jaren intensief het gesprek gevoerd met inwoners en stakeholders over de ontwikkeling van het energiesysteem in onze regio. Dit heeft veel waardevolle inzichten opgeleverd. En elke keer zien we dat de wensen van inwoners en de plannen van bestuurders mooi in elkaars verlengde liggen. Maar de grote opgave die we de komende jaren hebben, is om deze plannen ook om te zetten in concrete projecten. De verandering van het energiesysteem gaat steeds sneller en wordt steeds zichtbaarder. Dat vraagt veel aandacht van de gemeenten in de regio. Daarom willen we ook nadat dit RPE-WBEB is vastgesteld, in gesprek blijven met allerlei groepen uit onze samenleving. We willen samen met inwoners, organisaties en andere betrokkenen de plannen uitwerken voor een energiesysteem dat klaar is voor de toekomst. In het uitvoeringsprogramma werken we daarvoor een strategie uit samen met de gemeenten. In de werkgroep Communicatie en Participatie stellen we uitgangspunten op voor de communicatie en participatie. We vinden het namelijk belangrijk dat iedereen kan meedenken over de plannen voor duurzame energie in onze regio. Maar ook dat de gemeenten in de regio dat op een vergelijkbare manier aanpakken. Zodat je als inwoner en professional overal op eenzelfde manier kan meepraten en -denken over de concrete uitwerking van plannen en hoe die een plek krijgen in West-Brabant.

70

Een voorbeeld van een uitgangspunt voor communicatie en participatie is het koppelen van energiemaatregelen aan andere thema’s, zoals het vergroenen van de straat. Door hierin samen met onze gemeenschappen op te trekken, zorgen we dat het bouwen aan het energiesysteem van de toekomst ook op andere vlakken zoveel mogelijk bijdraagt aan een gezonde leefomgeving.

71

7

Monitoring en verantwoording

De RES-regio’s in Nederland hebben in het kader van het Klimaatakkoord een opgave gekregen. In de RES 1.0 West-Brabant is beschreven hoe het doel van 2030 bereikt gaat worden. Op hoofdlijnen is dit: -

het realiseren van 2,2 TWh duurzame elektriciteit in 2030, als bijdrage aan de landelijke opgave van 35 TWh duurzame opwek in 2030; het inzetten op 15% besparen op warmte in de gebouwde omgeving; het verkennen van de haalbaarheid van een regionaal warmtesysteem voor die gebieden waar een warmtenet kosteneffectief kan worden ingezet.

Voor zowel duurzame opwek als voor het warmteprogramma wordt regelmatig gerapporteerd over de voortgang. Daarvoor zijn (min of meer gestandaardiseerde) databases ontwikkeld.

7.1

NP RES-foto

Het Nationaal Programma RES wil precies weten hoeveel duurzame energie elke regio opwekt. Daarom hebben we duidelijke doelen gesteld en lijsten gemaakt van alle projecten: windparken, zonneparken en zonnepanelen op daken. Om alle informatie uit heel Nederland op dezelfde manier te kunnen optellen, zijn er duidelijke afspraken gemaakt over hoe we alles meten en rapporteren. Elk jaar, op 31 december, verzamelt het Nationaal Programma RES alle voortgangsrapportages van de regio's. Dit wordt dan vertaald naar één landelijk overzicht: de NP RES-foto.

7.2

Transitie Visies Warmte

Elke gemeente moet een plan maken voor de overstap naar duurzame warmte: de Transitievisie Warmte. In deze visie beschrijft de gemeente haar plannen voor verschillende warmtebronnen en hoe ze gebouwen wil verduurzamen. We maken lijsten van alle projecten en verzamelen alle informatie in databases. Zo kunnen we bijhouden hoe het gaat met: • • • •

Het isoleren van gebouwen zodat ze zonder aardgas verwarmd kunnen worden Het kiezen van de juiste warmtebronnen De aanleg van warmteleidingen in de regio De aanpak per wijk of buurt

Voor het verwarmen kunnen we verschillende warmtebronnen gebruiken: warmte uit de bodem, warmte uit water, warmte uit diepe aardlagen en restwarmte van fabrieken.

72

7.3

Monitoringsysteem

Het is niet alleen belangrijk hoeveel elektriciteit en warmte we opwekken, maar ook hoe we zorgen dat vraag en aanbod van energie goed op elkaar aansluiten. Dit noemen we balancering. We kunnen energie op verschillende manieren opslaan en verdelen: • • • •

In grote batterijparken Door elektriciteit om te zetten in waterstof Door warmte op te slaan In energiehubs, waar verschillende energievormen samenkomen

Het monitoringsysteem van de RES 1.0 ontwikkelen we door naar een systeem dat inzicht geeft in de balans tussen vraag en aanbod. We doen dit in nauwe samenwerking met de netbeheerders, gemeenten en provincie. Ook stemmen we dit af met het begrippenkader van het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (NP RES).

7.4

Gebruik NP RES geo-data format

NP RES vraagt aan alle regio’s om in 2025 weer een voortgangsdocument op te stellen. Het voortgangsdocument 2025 beschrijft kwalitatief en kwantitatief de stappen die tussen juli 2023 en juli 2025 zijn gezet in het realiseren van de ambities zoals die zijn opgenomen in de RES 1.0 en/of de (herijkte) RES 2.0. Uitgangspunt is de voortgang van de zelf vastgestelde doelen voor 2030 voor de grootschalige duurzame opwek op land en de beschikbaarheid en het gebruik van bovengemeentelijke warmtebronnen. NP RES heeft een indicatieve inhoudsopgave voor het voortgangsdocument opgesteld. NP RES heeft een geo-data portaal opgezet met een geo-data format. Daarbij is een begrippenkader RES opgenomen, zodat de data door iedere RES regio eenduidig kan worden ingevuld. Daarmee zijn de data van de regio’s optelbaar naar een nationaal overzicht. Uit de geo-data kan iedere regio een compacte doeltabel produceren, die gebruikt wordt in de communicatie richting de 16 deelnemende gemeenten in de RES West-Brabant.

73

8.

Organisatie en governance

8.1

Situatie RES 1.0

De RES West-Brabant is een samenwerkingsverband tussen verschillende partijen: • • • •

16 gemeenten 2 waterschappen De provincie Noord-Brabant Enexis Netbeheer

Deze samenwerking is vastgelegd in een officiële overeenkomst. Sinds de start in 2019 hebben we de organisatie simpel en praktisch opgezet. In de figuur hieronder kunt u zien hoe we dit hebben georganiseerd. Deze manier van samenwerken paste goed bij wat we wilden bereiken in de RES 1.0.

Figuur 9: Organisatie en governance RES West-Brabant

8.2

Veel veranderingen

Er is veel veranderd in de afgelopen jaren in onze regio. Hieronder beschrijven we de belangrijkste veranderingen:

74

De organisatie is anders geworden: • • •

Sinds 1 januari 2023 hebben we het programma voor lokale warmte samengevoegd met de RES West-Brabant. Er is een speciale organisatie opgericht voor het gebied tussen Moerdijk en Geertruidenberg (Powerport) De provincie heeft een nieuwe manier van samenwerken opgezet met twee belangrijke overleggen: het Brabant Bestuurlijk Overleg Energie en het Coördinerend Overleg Energie

De uitdagingen zijn groter geworden: • De overstap naar duurzame energie is niet alleen een technisch vraagstuk, maar gaat ook over ruimte en mensen • Warmte wordt steeds belangrijker in ons energiesysteem. Gemeenten moeten in 2026 hun warmteplannen uit 2021 vernieuwen • Het elektriciteitsnet zit overvol. Dit probleem kan wel 20 jaar duren • Grote landelijke projecten, zoals de Delta Rhine Corridor en Nederwiek 3, hebben veel invloed op onze energievoorziening We werken steeds meer samen: • We kijken over onze grenzen heen en werken samen met Zeeland, Antwerpen en de RESregio Hart van Brabant • We hebben FRES opgericht, een stichting die burgerinitiatieven helpt met geld voor nieuwe projecten • Een actieve Klankbordgroep geeft advies aan onze Stuurgroep • We werken samen met het Mobiliteitsbureau West-Brabant om het personeelstekort aan te pakken • We werken ook samen met onderwijsinstellingen Avans en Curio Door al deze ontwikkelingen kunnen we onze energieopgaven goed in beeld krijgen. Soms leidt dit direct tot resultaten, zoals bij de landelijke en provinciale programma's. In andere gevallen zijn we nog in gesprek om tot goede afspraken te komen, bijvoorbeeld met de stedelijke regio's SRBT en SRWBW. Voor de RES West-Brabant organisatie ontstaat er een natuurlijk moment om de samenwerking te evalueren bij het beschikbaar komen van de nieuwe interbestuurlijke afspraken.

Deze afspraken worden verwacht in 2025. Daar waar mogelijk anticiperen wij op de concept interbestuurlijke afspraken. Eén ding is duidelijk: de overstap naar duurzame energie heeft invloed op de ruimte waarin we allemaal leven. Verschillende werkgroepen Een van de werkgroepen is de werkgroep Communicatie & Participatie. De komende jaren verandert er veel in West-Brabant. De veranderingen in het energiesysteem worden steeds zichtbaarder en vragen ook ruimte. Ruimte die schaars is. Binnen de regio willen we dat omwonenden (inwoners en 75

professionals) daar op een vergelijkbare manier bij worden betrokken. Daar gebruiken we in de eerste helft van 2025 graag de denkkracht voor van de werkgroep Communicatie & Participatie. Om de verbinding te leggen met de inhoudelijke opgaven, voegen we graag een aantal inhoudelijke experts toe aan deze werkgroep.

8.3

Arbeids-kennispool

In juni 2024 hebben de RES West-Brabant en het Mobiliteitscentrum Regio West-Brabant (MBC) afgesproken om samen een arbeids-kennispool op te zetten. Dit betekent dat medewerkers tijdelijk bij andere gemeenten kunnen werken, speciale RES-adviseurs gemeenten helpen om projecten te versnellen, en gemeenten kennis en ervaring met elkaar delen. Vanaf het begin werken we hierin samen met onderwijsinstellingen. Zij denken mee over hoe we deze pool het beste kunnen opzetten. We hebben een convenant afgesloten over de volgende rollen van de onderwijsinstellingen: • • •

Zorgen dat de studenten in de verschillende opleidingen bezig zijn met relevante vragen vanuit de gemeenten/overheden; Binnen een Leven Lang Ontwikkelen (LLO) om-her-en bijscholingen verzorgen die op energiegebied nodig zijn; De kennis vanuit de Lectoraten en Practoraten wordt beschikbaar gesteld aan de RES WestBrabant.

Om al deze taken goed uit te kunnen voeren, werken we als een netwerkorganisatie. De RES WestBrabant is één van de belangrijke schakels in dit netwerk. Onze belangrijkste taak is om contact tussen verschillende organisaties en mensen mogelijk te maken, gezamenlijke activiteiten te ondersteunen en samenwerking te bevorderen. Wel blijft de officiële beslissingsbevoegdheid bij de gemeenten, waterschappen, provincie en het Rijk.

76

Bijlagen

77

1 – Energiemix22

Huidig

2030

2035

2040

2045

2050

Collectieve warmte Waterstof Groen gas Elektriciteit Aardgas Brandstof motorvoertuigen

2% 0% 0% 18% 29% 51%

1% 0% 1% 30% 27% 41%

2% 0% 3% 43% 22% 30%

5% 0% 3% 59% 14% 18%

6% 0% 3% 78% 6% 7%

6% 0% 3% 91% 0% 0%

Energiedrager

Huidig

2030

2035

2040

2045

2050

Collectieve warmte Waterstof Groen gas Elektriciteit Aardgas Brandstof motorvoertuigen

1% 0% 0% 17% 60% 22%

8% 1% 3% 32% 41% 16%

9% 2% 6% 45% 28% 10%

10% 4% 8% 50% 21% 6%

11% 6% 9% 70% 2% 2%

12% 6% 8% 74% 0% 0%

Energiedrager

Huidig

2030

2035

2040

2045

2050

Collectieve warmte Waterstof Groen gas Elektriciteit Aardgas Brandstof motorvoertuigen

1% 0% 0% 22% 49% 28%

0% 0% 1% 39% 40% 20%

1% 12% 1% 43% 29% 13%

3% 25% 1% 48% 16% 7%

4% 35% 1% 56% 1% 3%

4% 35% 1% 60% 0% 0%

Energiedrager

Huidig

2030

2035

2040

2045

2050

Stedelijk gebied

Collectieve warmte Waterstof Groen gas Elektriciteit Aardgas Brandstof motorvoertuigen

2% 0% 0% 23% 40% 35%

2% 1% 2% 35% 34% 26%

7% 2% 3% 46% 26% 17%

12% 4% 4% 56% 15% 9%

17% 4% 4% 68% 4% 3%

16% 4% 3% 76% 0% 0%

Energiedrager

Huidig

2030

2035

2040

2045

2050

Collectieve warmte Waterstof Groen gas Elektriciteit Aardgas Brandstof motorvoertuigen

3% 0% 0% 20% 40% 38%

1% 0% 2% 33% 36% 29%

2% 0% 3% 46% 28% 21%

4% 0% 3% 61% 19% 12%

4% 0% 3% 80% 7% 5%

4% 0% 2% 93% 0% 0%

Energiedrager

Huidig

2030

2035

2040

2045

2050

Collectieve warmte Waterstof Groen gas Elektriciteit Aardgas Brandstof motorvoertuigen

2% 0% 0% 21% 47% 31%

3% 1% 2% 35% 38% 22%

5% 4% 3% 45% 27% 15%

8% 9% 4% 53% 17% 8%

11% 12% 5% 66% 3% 3%

11% 13% 4% 73% 0% 0%

Totaal

PowerPort

Brabantse Wal

Altena

Energiedrager

Zuidelijke zandgronden

In de onderstaande tabel is de energiemix tot 2050 verder inzichtelijk gemaakt. In het RPE-WBEB zijn we verder niet ingegaan op de energiedragers aardgas en brandstof, omdat deze niet meer gebruikt worden in het klimaatneutrale energiesysteem van 2050.

Tabel 5: Ontwikkeling energiemix tot 2050 (bron: Zicht op energie. Energiesysteemverkenning West-Brabant (2024))

22

Deze getallen kunnen nog aangepast worden vanwege een wijziging in de gebiedsindeling voor het Stedelijk gebied (Roosendaal en Halderberge zijn toegevoegd aan West-Brabant-West) en de Brabantse Wal (is vervangen door West-Brabant-West).

78

2 – Ontwikkelpaden voor de energiedragers In het rapport ‘Zicht op energie, Energiesysteemverkenning West-Brabant’ zijn meerdere ontwikkelpaden opgenomen voor isolatie en de energiedragers.23 De paden geven het perspectief voor 2050 en redeneren terug naar de perioden 2040, 2035, 2030 en nu. De ontwikkelpaden zijn benut als inspiratiebron en voor de dialoog over te maken bestuurlijke keuzes met de RES-partners en de Klankbordgroep. Hieronder geven wij de paden weer met een korte toelichting uit de verkenning. Ontwikkelpad isolatie Energiebesparing vermindert het energiegebruik en verlaagt daarmee elke energierekening. Hiernaast leidt bijvoorbeeld isoleren tot een reductie van de warmte en koude vraag in de gebouwde omgeving, en verhoogt het isolatie het (woon)comfort. Verkleinen van de energievraag maakt de kans op inzet van lokale en regionale warmtebronnen groter en vermindert vooral ook de ruimtelijke impact van het energiesysteem op de regio en op Nederland in zijn geheel. In de energiesysteemverkenning lag de focus voor besparing op isolatie.

Figuur 10: Ontwikkelpad isolatie

Ontwikkelpad versterken van het regionale elektriciteitssysteem De vraag naar elektriciteit uit duurzame bronnen groeit fors. Aanvullende regionale productie kan hierin voorzien. Daarbij is flexibilisering nodig om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen, in combinatie met opslag. Om de toenemende elektriciteitsvraag te accommoderen is versterking van het elektriciteitsnet op alle netvlakken nodig: Hoog-, midden- en laagspanning. Hiervoor is ruimte nodig.

23

Bron: APPM, Generation Energy en Groen Licht (2024)

79

Figuur 11: Ontwikkelpad versterken van het regionale elektriciteitssysteem.

Ontwikkelpad collectieve voorzieningen voor warmte en koude waar het kan Dit ontwikkelpad laat de afhankelijkheid van de beschikbare warmtebronnen en te ontwikkelen infrastructuren zien. Daarnaast dienen nog een aantal randvoorwaarden, zoals voldoende isolatie en wet- en regelgeving, op orde te zijn. In het ontwikkelpad wordt ingezet op het zoveel mogelijk gebruiken van de (relatief beperkte) beschikbare warmtebronnen in de regio. Waar mogelijk in een gecombineerde ontwikkeling met koude voorzieningen.

Figuur 12: Ontwikkelpad collectieve voorzieningen voor warmte en koude waar het kan

Ontwikkelpad voor industrie en piekvraag warmte Naar verwachting voorziet de waterstofproductie voor 80% van de industriële energievraag in de PowerPort en 15% in de Brabantse Wal (Bergen op Zoom) tot 30% in de Stedenrij (Oosterhout, Roosendaal). Hier wordt energievraag die niet in de klimaatmonitor zit, vanuit de CES, niet in meegerekend. Via lokale productie gaan we ervan uit dat in 5% van de waterstofvraag wordt voorzien. Dit betekent dat het overige deel van de industriële vraag en piekvragen voor warmtenetten dient ingevuld te worden met groen gas, elektriciteit of nieuwe oplossingen.

80

Figuur 13: Ontwikkelpad waterstof voor industrie en piekvraag warmte

Ontwikkelpad groen gas tijdens de transitie en voor specifieke toepassingen Onderstaand is het ontwikkelpad voor groen gas weergegeven. Het laat de afhankelijkheid zien van de beschikbaarheid van groen gas, in combinatie met het gebruik van de infrastructuur en toekomstige afnemers (specifieke doelgroepen en tijdens de transitie) zien.

Figuur 14: Ontwikkelpad groen gas tijdens de transitie en voor specifieke toepassingen

81

3 – Projectenboek: Inspirerende voorbeelden uit West-Brabant Projectenboek is separaat bijgevoegd

82

4 – Bronnen en rapporten De Man, A, Hoeksema, L, & Plotnikova, A. (2022). Einde van strategie !? Tussen wendbaarheid en koers houden (1ste ed., Vol. 2022). Mediawerf.

GreenEvents (2021). Hernieuwbare Trias Energetica: De Weg naar Emissievrije, Hernieuwbare Energie op jouw Event. Van https://www.greenevents.nl/energie/hernieuwbare-trias-energetica/

Provincie Noord-Brabant (2024). Actieplan Versnelling Geothermie. Van https://www.reswestbrabant.nl/over/volksvertegenwoordiging/raadsleden/documenten+raadslede n/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=2927392

Provincie Noord-Brabant (2024). Energie voor Brabant. Uitvoeringsagenda Energie 2024 – 2027. Van Https://www.brabant.nl/publish/pages/13015/uitvoeringsagenda-energie-2024-2027.pdf

Provincie Noord-Brabant (2024). Notitie Warmtedialogen Noord-Brabant. Van https://www.reswestbrabant.nl/over/volksvertegenwoordiging/raadsleden/documenten+raadslede n/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=2927382

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (2024). Handreiking helpt provincies bij energiehubs. Van https://www.rvo.nl/nieuws/handreiking-helpt-provincies-bij-energiehubs

Rijksoverheid, Cluster 6-bedrijven. Van: https://www.bedrijvenbeleidinbeeld.nl/beleidsinstrument/o/ondersteuning-cluster6#:~:text=Om%20de%20verduurzaming%20bij%20Cluster,een%20concreet%20pad%20naar%20verd uurzaming.

Rijksoverheid (2024). Kamerbrief over Stimuleringsprogramma energiehubs. Van https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2024/06/05/stimuleringsprogrammaenergiehubs

Rijksoverheid (2024). Nationaal Plan Energiesysteem. Van https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/12/01/nationaal-plan-energiesysteem

83

Royal HaskoningDHV (2024). De Families van Energy Hubs in Nederland (in opdracht van Topsector Energie en RVO). Van https://topsectorenergie.nl/documents/1237/20240708_Eindrapport_Families_Energy_Hubs_PDF.p df

Schouw, G. (2024). Slim met Stroom voor Groene Groei. Het kan wél: Flexibilisering als oplossing voor de elektriciteitscrisis. Advies op hoofdlijnen. Van https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/11/26/ministerie-van-klimaat-en-groenegroei-rapportage-slim-met-stroom

Topsector Energie (2020). Systeemintegratie. Naar een holarchisch energiesysteem!? Van https://topsectorenergie.nl/documents/310/TSE_SI_holarchie_202111.pdf

Rapporten, Onderzoeken en Notities APPM, GE, GroenLicht (2024). Zicht op Energie: Energiesysteemverkenning West-Brabant. Van https://www.reswestbrabant.nl/over/volksvertegenwoordiging/raadsleden/documenten+raadslede n/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=2926979

EMMA (2024). RES West-Brabant Straatgesprekken – Uitkomsten Algemeen. Van https://www.reswestbrabant.nl/documenten-alles/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=2935812

EMMA (2024). RES West-Brabant Straatgesprekken – Uitkomsten Industriële Gebieden. Van https://www.reswestbrabant.nl/documenten-alles/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=2935813

EMMA (2024). RES West-Brabant Straatgesprekken – Uitkomsten Landelijke Gebieden. Van https://www.reswestbrabant.nl/documenten-alles/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=2935811

EMMA (2024). RES West-Brabant Straatgesprekken – Uitkomsten Stedelijke Gebieden. Van https://www.reswestbrabant.nl/documenten-alles/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=2935810

EMMA (2024). RES West-Brabant Straatgesprekken – Volledig eindverslag. Van https://www.reswestbrabant.nl/documenten-alles/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=2935818

84

&flux (2024). Quickscan batterijopslag RES West-Brabant. Van https://www.reswestbrabant.nl/over/volksvertegenwoordiging/raadsleden/documenten+raadsl eden/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=2927539

Greenvis (2024). Bronnenstrategie RES-Regio. Van https://www.reswestbrabant.nl/over/volksvertegenwoordiging/raadsleden/documenten+raadsl eden/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=2926992

RES West-Brabant (2024). Uitwerking Gebiedsgerichte aanpak Energiesysteem RES WestBrabant 2.0 t.b.v. Stuurgroep 10 oktober 2024. Van https://www.reswestbrabant.nl/over/volksvertegenwoordiging/raadsleden/documenten+raadsl eden/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=2927275

RES West-Brabant (2024). Verkenning (on)mogelijkheden groen gas. Van https://www.reswestbrabant.nl/over/volksvertegenwoordiging/raadsleden/documenten+raadsl eden/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=2927368

Stantec (2024). Waterstof in West-Brabant. Van https://www.reswestbrabant.nl/over/volksvertegenwoordiging/raadsleden/documenten+raadsl eden/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=2927546

ZLTO (2023). CIRCUS: Deelprojecten RES West-Brabant. Van https://www.reswestbrabant.nl/over/volksvertegenwoordiging/raadsleden/documenten+raadsl eden/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=2926376

85

5 – Voorzet inhoud uitvoeringsprogramma In 2025 werken we aan het Uitvoeringsprogramma van dit RPE-WBEB. Hieronder is een eerste voorzet opgenomen van de inhoudsopgave daarvan. In het Uitvoeringsprogramma geven we de specifieke acties de tijdslijnen aan. Het Uitvoeringsprogramma is een programma onder de Omgevingswet. Hiervoor moeten de effecten op het milieu in beeld worden gebracht. Daarom stellen we bij het uitvoeringsprogramma een milieueffectrapport op. 1. Projecten en activiteiten: Inventarisatie van kansrijke projecten en activiteiten. Uitvoering en slagkracht voor elektriciteit, warmte, waterstof en groen gas. 2. Governance: Hier gaan we in op onze regionale samenwerking en op de samenwerking met gemeenten, waterschappen, provincie en Rijk. Ook kijken we naar mogelijkheden voor publiek-private samenwerking. 3. Participatie en communicatie. 4. Blijven leren en ontwikkelen: Voortzetting van het ontwikkel- en leertraject, waarmee we zijn gestart in 2023. 5. Bijdrage van het Rijk: We werken samen met het Rijk, maar het Rijk kan ook bijdragen, in expertise en financieel, aan de energietransitie in West-Brabant. 6. Uitvoeringsorganisatie en uitvoeringskosten van de RES West-Brabant. 7. Monitoring.

86

6 – Overzicht voortgang RES West-Brabant

Tabel 6: Overzicht voortgang per gemeente

Toelichting -

Stand van zaken: 31 december 2023 Per gemeente is de status getoond van projecten die gerealiseerd zijn en in de harde pijplijn (vergunning en/of SDE-subsidie) zijn opgenomen, totaal 1.861 GWh; Projecten die in het voorstadium zitten (uitwerking plan, start vergunningprocedure) zijn gemeld bij ambitie, totaal 462 GWh; In de RES 1.0 heeft iedere gemeente een bod gedaan voor zon op gebouw. Het verschil tussen dit bod en gerealiseerd/pijplijn is als restant ambitie getoond, totaal 229 GWh; Een aantal gemeenten heeft aangegeven de windopgave pas na 2030 te gaan realiseren, totaal 183 GWh; Het totaal aan projecten RES 1.0 telde op tot 2.561 GWh, de status eind 2023 telt op tot 2.553 GWh, er zijn nog weinig projecten teruggetrokken.

87

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/615/documents/72614