Bijlage 2 Voorgestelde wijziging GR RWB.pdf
Tekst van het document
Bijlage 2 bij brief RWB/2024-29 Rode tekst: al voorgesteld in de concept 4e wijziging GR RWB september 2023 Blauwe tekst: nieuwe wijzigingen o.b.v. zienswijzen en def. Nota Verbonden Partijen
Gemeenschappelijke Regeling Regio West-Brabant De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Alphen-Chaam, Altena, BaarleNassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Tholen, Woensdrecht en Zundert Overwegende dat: 1. De gemeente Tholen per 1 januari 2021 uit de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant is getreden. 2. Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022, gericht op versterking van de positie van de raden, voor 1 juli 2024 een aanpassing van de gemeenschappelijke regeling vereist.
Gelet op artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; Besluiten vast te stellen de: HOOFDSTUK 1
ALGEMENE BEPALINGEN
Begripsbepalingen Artikel 1 In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a De regeling deze gemeenschappelijke regeling b De deelnemende gemeenten de aan de regeling deelnemende gemeenten c Het openbaar lichaam het openbaar lichaam Regio West-Brabant d Het strategisch beraad het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam e Wgr de Wet gemeenschappelijke regelingen van 20 december 1984, Staatsblad 667, zoals nadien gewijzigd. Openbaar lichaam Artikel 2 Er is een openbaar lichaam, genaamd "Regio West-Brabant", ingesteld bij de regeling. Het is gevestigd te Etten-Leur. Het gebied van de regeling omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten. HOOFDSTUK 2
DOEL, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN
Doel en belangen Artikel 3 1. De regeling heeft tot doel de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten te behartigen, primair ten behoeve van de economisch ruimtelijke structuurversterking van WestBrabant. 2. Onder deze belangen vallen in elk geval: • Economie; • Arbeidsmarkt; • Mobiliteit; • Ruimte. 3. Daarnaast heeft de regeling tot doel om andere belangen van deelnemende gemeenten te behartigen met inachtneming van het bepaalde in artikel 4. Definitieve versie 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 29 februari 2024
Bijlage 2 bij brief RWB/2024-29 Rode tekst: al voorgesteld in de concept 4e wijziging GR RWB september 2023 Blauwe tekst: nieuwe wijzigingen o.b.v. zienswijzen en def. Nota Verbonden Partijen
Taken en bevoegdheden Artikel 4 1. De behartiging van de in artikel 3 bedoelde belangen omvat meer algemeen: a. de mogelijkheid tot coördinatie, planning, uitvoering, advies en overleg met betrekking tot genoemde beleidsterreinen evenals vertegenwoordiging en lobbyactiviteiten; b. het bevorderen van verdere bestuurlijke samenwerking. 2. De behartiging van de belangen genoemd in artikel 3, tweede lid, omvat daarnaast nog de volgende taken: a. het bepalen van de inzet vanuit de gemeenschappelijke regeling bij de totstandkoming van de ambities en agenda van het triple helix overleg in het West-Brabantse economische ontwikkelsysteem; b. het bepalen van de opgaven voor de gezamenlijke gemeenten zoals die voortvloeien uit de triple helix geformuleerde doelen; c. het bepalen van eventuele overige strategische doelen van de West-Brabantse samenwerking op het gebied van de economische structuurversterking; d. het opstellen van een uitvoeringsprogramma met (meerjarige) doorvertaling van de bekostiging van geformuleerde actieprogramma’s in de begroting; e. het borgen van een integrale benadering van vraagstukken, waar aangewezen door afstemming tussen de vier pijlers Economie, Arbeidsmarkt, Mobiliteit en Ruimte; f. het beslissen over aanvragen voor bijdragen uit door het algemeen bestuur ingestelde fondsen. 3.
De belangen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, kunnen als facultatieve taak uitgevoerd worden. 4. De belangen als bedoeld in artikel 3, derde lid, kunnen als collectieve of facultatieve taak uitgevoerd worden. 5. Van een collectieve taak is sprake als 2/3 van de deelnemende gemeenten, vertegenwoordigende 2/3 van het aantal inwoners, die taak aan de gemeenschappelijke regeling hebben opgedragen. De kosten van die collectieve taak komen ten laste van alle deelnemende gemeenten. 6. Besluiten als bedoeld in het vorige lid worden door het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk bij aanvang van de nieuwe bestuursperiode genomen. De besluiten gelden voor de lopende bestuursperiode. 7. Van een facultatieve taak is sprake als deelnemende gemeenten een taak aan RWB opdragen en het algemeen bestuur die taak aanvaardt. De kosten daarvan komen voor rekening van de gemeenten die de taak aan de regeling hebben opgedragen. 8. Naast het bepaalde in de vorige leden kan het openbaar lichaam van een of meer deelnemende gemeenten en in samenhang daarmee van andere gemeenten en/of organisaties , opdrachten aannemen om diensten uit te voeren of uitvoeringstaken te verrichten. 9. Deelnemende gemeenten kunnen bevoegdheden overdragen aan het algemeen bestuur van het openbaar lichaam. Dit kan alleen nadat met het openbaar lichaam overeenstemming is bereikt over deze overdracht. 10.
Het algemeen bestuur kan besluiten om voor ondersteunende processen, als bedoeld in artikel 8, derde lid, WGR, deel te nemen in andere rechtspersonen, maar wel onder de voorwaarde dat de raden van de deelnemende gemeenten vooraf in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze over het voorgenomen besluit daartoe aan het algemeen bestuur kenbaar te maken. 11. Het algemeen bestuur is bevoegd tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dit in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Definitieve versie 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 29 februari 2024
Bijlage 2 bij brief RWB/2024-29 Rode tekst: al voorgesteld in de concept 4e wijziging GR RWB september 2023 Blauwe tekst: nieuwe wijzigingen o.b.v. zienswijzen en def. Nota Verbonden Partijen
HOOFDSTUK 3
HET BESTUUR
Paragraaf 3.1 Het algemeen bestuur Artikel 5 1. Het algemeen bestuur bestaat uit de leden of hun plaatsvervangers die overeenkomstig het tweede lid door de colleges van de deelnemende gemeenten uit hun midden worden aangewezen. 2. Het college van iedere deelnemende gemeente wijst één lid en één plaatsvervangend lid aan. Het college van Breda wijst twee leden, waaronder de burgemeester, en voor het collegelid niet zijnde de burgemeester, een plaatsvervangend lid aan. 3. De voorzitters van de vaste commissies van advies aan het strategisch beraad voor Economie, Arbeidsmarkt, Mobiliteit, Ruimte, als bedoeld in artikel 16, eerste lid, worden uit dien hoofde uitgenodigd om aan de vergadering deel te nemen. Zij hebben geen stemrecht. 4. Het algemeen bestuur kan besluiten dat personen worden toegelaten om als waarnemer of adviseur zonder stemrecht aan de vergadering deel te nemen. 5. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, aangesteld door of vanwege het samenwerkingsverband. Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij, die op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn. Zittingsduur Artikel 6 1.
De colleges van de deelnemende gemeenten beslissen zo mogelijk in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van de leden van de leden van het algemeen bestuur en hun plaatsvervangers. 2. De zittingsperiode van de leden van het algemeen bestuur en hun plaatsvervangers eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de gemeenteraden afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien. 3. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege zodra men de kwaliteit verliest zoals vermeld in artikel 5, tweede lid. 4. Een lid van het algemeen bestuur en zijn plaatsvervanger kunnen te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het algemeen bestuur en aan het college dat hem heeft aangewezen. Hij blijft niettemin in functie totdat in zijn opvolging is voorzien. 5. De voorziening in een tussentijdse vacature geschiedt zo spoedig mogelijk. Van elke aanwijzing tot lid van het algemeen bestuur of tot plaatsvervangend lid geeft het betrokken college binnen acht dagen kennis aan het algemeen bestuur. Werkwijze Artikel 7 1. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste twee maal en voorts zo dikwijls de voorzitter of het strategisch beraad dit nodig oordeelt, of als tenminste één vijfde van het aantal leden van het algemeen bestuur, onder opgaaf van redenen, hier schriftelijk om verzoekt. 2.
De leden van het algemeen bestuur hebben elk twee stemmen van gelijk gewicht, uitgezonderd de leden van de gemeente Breda, die elk één stem hebben. Besluiten met betrekking tot de begroting en de jaarrekening worden genomen met tenminste de helft plus 1 van het aantal stemmen voor, welke stemmen tenminste de helft van het aantal inwoners van het gebied plus 1 vertegenwoordigen.
Definitieve versie 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 29 februari 2024
Bijlage 2 bij brief RWB/2024-29 Rode tekst: al voorgesteld in de concept 4e wijziging GR RWB september 2023 Blauwe tekst: nieuwe wijzigingen o.b.v. zienswijzen en def. Nota Verbonden Partijen
3. Onder het aantal inwoners van het gebied wordt verstaan het aantal inwoners verstaan dat gold per 1 januari van het jaar waarin de meest recente reguliere verkiezing van de leden van de gemeenteraad plaatsvond. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers. Artikel 8 Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Dit reglement wordt medegedeeld aan de deelnemende gemeenten. Taken en bevoegdheden Artikel 9 1. Alle taken en bevoegdheden van de regeling berusten bij het algemeen bestuur, tenzij deze bij het strategisch beraad of een bestuurscommissie zijn neergelegd. 2. De bevoegdheid tot het vaststellen van de begroting en de jaarrekening kunnen niet worden overgedragen aan het strategisch beraad of een bestuurscommissie. 3. De input van de gemeenschappelijke regeling voor de economische ambities wordt minimaal elke vier jaar vastgesteld door het algemeen bestuur. Het voorstel aan het algemeen bestuur wordt minimaal twaalf weken voordat over het voorstel wordt besloten in het algemeen bestuur, aan de leden van het algemeen bestuur toegezonden. 4. Het algemeen bestuur stelt het uitvoeringsprogramma over de opgaven van de gemeenschappelijke regeling uit de economische ambities jaarlijks vast bij de begroting. 5.
In de tweede Bestuursrapportage van ieder jaar rapporteert het algemeen bestuur over de voortgang van de realisering van het uitvoeringsprogramma. Paragraaf 3.2
Strategisch beraad
Samenstelling Artikel 10 Het strategisch beraad bestaat uit; a. de voorzitter van het algemeen bestuur; b. maximaal zes door het algemeen bestuur uit haar midden aan te wijzen leden, die in ieder geval de economische topsectoren vertegenwoordigen en waarbij er sprake is van voldoende geografische spreiding; c. de voorzitters van de vaste commissie van advies Economie, Arbeidsmarkt, Mobiliteit en Ruimte als bedoeld in artikel 16 van deze regeling. Zittingsduur Artikel 11 1. Het algemeen bestuur wijst in de eerste vergadering van elke zittingsperiode de leden van het strategisch beraad aan. 2. De artikelen 40, 46 en 47 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 3. De leden van het strategisch beraad treden als lid van dat bestuur af op de dag, waarop de zittingsperiode van de leden van algemeen bestuur afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien. 4. Het lidmaatschap van het strategisch beraad eindigt van rechtswege zodra men de kwaliteit verliest zoals vermeld in artikel 5, eerste lid.
Definitieve versie 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 29 februari 2024
Bijlage 2 bij brief RWB/2024-29 Rode tekst: al voorgesteld in de concept 4e wijziging GR RWB september 2023 Blauwe tekst: nieuwe wijzigingen o.b.v. zienswijzen en def. Nota Verbonden Partijen
Werkwijze Artikel 12 1. Het strategisch beraad vergadert zo dikwijls als de voorzitter of tenminste twee leden van het strategisch beraad dit nodig oordelen. 2. De artikelen 28, 56, 58 en 59 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 3. Het strategisch beraad kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen vaststellen, dat aan het algemeen bestuur wordt medegedeeld. 4. In de eerste vergadering van elke zittingsperiode regelen de leden van het strategisch beraad onderling de werkzaamheden. Bevoegdheden Artikel 13 Het strategisch beraad is belast met het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam. Hiertoe behoort in ieder geval het dagelijks bestuur van de belangen die zijn genoemd in artikel 4, eerste en tweede lid. Paragraaf 3.3 De Voorzitter Aanwijzing Artikel 14 1. De burgemeester van de gemeente Breda wordt door het algemeen bestuur aangewezen als voorzitter van het algemeen bestuur. 2. Uit de andere leden als bedoeld in artikel 10 onder b, wordt een plaatsvervangend voorzitter aangewezen door het algemeen bestuur. 3. Het bepaalde in artikel 11, tweede tot en met vijfde lid, is op de voorzitter van overeenkomstige toepassing. Bevoegdheden Artikel 15 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het strategisch beraad. 2. Hij draagt zorg voor een spoedige afdoening van zaken.
Alle stukken, die van het algemeen bestuur en van het strategisch beraad uitgaan, worden door de voorzitter ondertekend. 3. In geschillen tussen het openbaar lichaam en de gemeente, waarvan de voorzitter lid van het bestuur is, wordt hij vervangen door een lid van het strategisch beraad dat geen lid van het bestuur van de betreffende gemeente is. Paragraaf 3.4 Adviescommissies, en bestuurscommissies en participatie Adviescommissies Artikel 16 1. Het algemeen bestuur, kan in overeenstemming met het bepaalde in artikel 24 en 24a van de Wgr, commissies van advies instellen. 2. Vaste commissies van advies aan het strategisch beraad en de voorzitter worden door het algemeen bestuur op voorstel van het strategisch beraad dan wel de voorzitter ingesteld. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze. 3. De vaste commissies van advies als bedoeld in het tweede lid, hebben ondermeer tot taak het strategisch beraad van advies te dienen.
Definitieve versie 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 29 februari 2024
Bijlage 2 bij brief RWB/2024-29 Rode tekst: al voorgesteld in de concept 4e wijziging GR RWB september 2023 Blauwe tekst: nieuwe wijzigingen o.b.v. zienswijzen en def. Nota Verbonden Partijen
4. De vergaderingen van de vaste commissies zijn openbaar, behoudens de mogelijkheid tot het vergaderen achter gesloten deuren, een en ander volgens nader door het algemeen bestuur vast te stellen regels. 5. Een vaste commissie van advies wordt in elk geval ingesteld voor de navolgende beleidsterrein: a. Economie; b. Arbeidsmarkt; c. Mobiliteit; d. Ruimte. Bestuurscommissies Artikel 17 1. Het algemeen bestuur is bevoegd bestuurscommissies in te stellen als bedoeld in artikel 25 Wgr. 2. Er wordt een bestuurscommissie ingesteld voor de behartiging van aangelegenheden inzake het regelen van het Kleinschalig Collectief Vervoer (KCV) 3. Leden van de bestuurscommissies als bedoeld in eerste lid zijn in ieder geval de leden van de colleges van burgemeester en wethouders, tot wiens portefeuille de belangen behoren. Participatie Artikel 17a Deze regeling voorziet niet in het betrekken van inwoners van gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid van het openbaar lichaam. 1. Inwoners van de deelnemers en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. 2.
In afwijking van het eerste lid kan het strategisch beraad besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. HOOFDSTUK 4
INLICHTINGEN EN VERANTWOORDING
Strategisch beraad / algemeen bestuur Artikel 18 1. Als één of meer leden, in een vergadering van het algemeen bestuur of schriftelijk, vragen om inlichtingen, worden deze door het strategisch beraad, of door één of meer leden daarvan verstrekt. 2. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk maar in ieder geval binnen 30 dagen nadat het verzoek om inlichtingen bij het strategisch beraad is ingediend, in een vergadering van het algemeen bestuur of schriftelijk verstrekt. 3. Nadat de inlichtingen zijn verstrekt of dienden te zijn verstrekt, kan het algemeen bestuur het strategisch beraad of één of meer leden daarvan ter verantwoording roepen. 4. Het algemeen bestuur kan een lid van het strategisch beraad, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit, ontslag verlenen. Artikel 50 van de Gemeentewet is daarop van overeenkomstige toepassing. Openbaar Lichaam /gemeenteraden Artikel 19 1. Het algemeen bestuur verstrekt aan de leden van de deelnemende gemeenten de door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. 2. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 30 dagen nadat het verzoek om inlichtingen bij het openbaar lichaam is ingediend, schriftelijk verstrekt en wel door Definitieve versie 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024.
Vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 29 februari 2024
Bijlage 2 bij brief RWB/2024-29 Rode tekst: al voorgesteld in de concept 4e wijziging GR RWB september 2023 Blauwe tekst: nieuwe wijzigingen o.b.v. zienswijzen en def. Nota Verbonden Partijen
3. 3.
4.
5.
6.
het strategisch beraad, tenzij de inlichtingen uitdrukkelijk van het algemeen bestuur of de voorzitter worden verlangd. Onverminderd het bepaalde in lid 1, informeert het algemeen bestuur de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk over onderwerpen van strategisch belang. Het strategisch beraad informeert de raden actief over de agenda voor de vergaderingen van het algemeen bestuur en over de genomen besluiten en voorziet hen van andere relevante informatie. Het strategisch beraad informeert de raden in ieder geval twee maal per jaar schriftelijk over de voortgang van de realisatie van het meerjarenbeleidsplan. Daarnaast informeert het strategisch beraad de raden over onderwerpen van strategisch belang. Minimaal twee maal per jaar organiseert het strategisch beraad, waar wenselijk en mogelijk samen met andere partijen, bestuur een informatiebijeenkomst voor de raadsleden van alle deelnemende gemeenten, waarin de voortgang van de realisatie van het meerjarenbeleidsplan en onderwerpen van strategisch belang besproken worden. Minimaal twee maal per jaar organiseert het strategisch beraad, waar wenselijk en mogelijk samen met andere partijen, een verdiepende informatiebijeenkomst voor de raadsleden van alle gemeenten.
Lid Algemeen bestuur / c ollege Artikel 20 1. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan het college dat hem heeft aangewezen de door één of meer leden van dat college in een vergadering van dat college of schriftelijke gevraagde inlichtingen. 2. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 30 dagen nadat het verzoek om inlichtingen bij het lid van het algemeen bestuur is ingediend, in een vergadering van dat college of schriftelijk verstrekt. 3. Nadat de inlichtingen zijn verstrekt of dienden te zijn verstrekt, kan het college het lid ter verantwoording roepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. 4. Het college kan een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur, indien dit lid het vertrouwen van het college niet meer bezit, als zodanig ontslag verlenen. Artikel 50 van de Gemeentewet is daarop van overeenkomstige toepassing. Lid Algemeen bestuur / Gemeenteraden Artikel 21 1. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan de raad van de deelnemende gemeente waarin hij lid is van het college dat hem heeft aangewezen de door één of meer leden van de raad in een vergadering van de raad of schriftelijke gevraagde inlichtingen. 2.
De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk maar in ieder geval binnen 30 dagen nadat het verzoek om inlichtingen bij het lid van het algemeen bestuur is ingediend, in een vergadering van die raad of schriftelijk verstrekt. 3. Nadat de inlichtingen zijn verstrekt of dienden te zijn verstrekt, kan de raad het lid van het algemeen bestuur ter verantwoording roepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.
Definitieve versie 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 29 februari 2024
Bijlage 2 bij brief RWB/2024-29 Rode tekst: al voorgesteld in de concept 4e wijziging GR RWB september 2023 Blauwe tekst: nieuwe wijzigingen o.b.v. zienswijzen en def. Nota Verbonden Partijen
HOOFDSTUK S
PERSONEEL EN ORGANISATIE
Gezamenlijke gemeentesecretarissen Artikel 22 1. De gezamenlijke gemeentesecretarissen dragen er zorg voor dat het algemeen bestuur, het strategisch beraad, de adviescommissies en de bestuurscommissies bij de uitvoering van haar taken over voldoende ambtelijke kennis en kwaliteit en capaciteit beschikt, voor zover daarvoor een beroep wordt gedaan op bijdragen vanuit de gemeenten. Directeur-secretaris Artikel 23 1. De directeur-secretaris wordt door het strategisch beraad benoemd op voordracht van het algemeen bestuur. 2. De directeur-secretaris staat het algemeen bestuur, het strategisch beraad, de voorzitter en de commissies bij de uitoefening van hun taak terzijde. De directeur-secretaris is in de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het strategisch beraad aanwezig; in de vergaderingen van het strategisch beraad en het algemeen bestuur heeft hij een adviserende stem. 3. Alle stukken die van het algemeen bestuur en van het strategisch beraad uitgaan, worden door de directeur-secretaris mede ondertekend. 4. De directeur-secretaris is verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken in het kader van deze regeling door de ambtelijke ondersteuning die wordt geleverd door personeel in dienst van het openbaar lichaam Regio West-Brabant dan wel door personeel in dienst bij de deelnemende gemeenten. 5.
Het strategisch beraad stelt, op voorstel van de directeur secretaris, voor de directeur-secretaris een instructie vast. Schorsing en ontslag directeur-secretaris Artikel 24 1. Het strategisch beraad kan in spoedeisende gevallen tot schorsing van de directeur-secretaris overgaan. 2. Het strategisch beraad doet van een besluit als bedoeld in het vorige lid onmiddellijk mededeling aan het algemeen bestuur. 3. Het besluit tot schorsing vervalt wanneer het algemeen bestuur het niet in zijn eerstvolgende vergadering bekrachtigt. 4. Het strategisch beraad beslist over het ontslag van de directeur-secretaris gehoord het algemeen bestuur. Ambtelijke organisatie Artikel 25 1. Het openbaar lichaam heeft voor de uitvoering van de hem opgedragen taken een ambtelijk apparaat, aan het hoofd waarvan de directeur-secretaris staat. 2. Het strategisch beraad regelt de organisatie, de omvang en de werkwijze van het ambtelijk apparaat. 3. Het strategisch beraad stelt de arbeidsvoorwaardenregeling voor de directeur-secretaris en het overige personeel vast. 4. Het strategisch beraad is verantwoordelijk voor het benoemen, schorsen en ontslaan van het personeel dat tot het ambtelijk apparaat behoort
Definitieve versie 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 29 februari 2024
Bijlage 2 bij brief RWB/2024-29 Rode tekst: al voorgesteld in de concept 4e wijziging GR RWB september 2023 Blauwe tekst: nieuwe wijzigingen o.b.v. zienswijzen en def. Nota Verbonden Partijen
Algemeen-Directeur Artikel 26 Dit artikel is komt te komt te vervallen.
HOOFDSTUK 6 FINANCIELE BEPALINGEN Financiële verordening Artikel 27 Het algemeen bestuur stelt een financiële verordening vast waarin de planning en controlecyclus is opgenomen en financiële verhouding tussen het algemeen bestuur en de bestuurscommissies is vastgelegd. Meerjarenbeleidsplan, kaderbrief en begroting Artikel 28 1. Het algemeen bestuur stelt vierjaarlijks, bij de aanvang van een nieuwe raadsperiode, een meerjarenbeleidsplan vast waarin de financiële en inhoudelijke vooruitzichten worden uiteengezet. De jaarlijkse begroting dient te passen binnen deze kaders. 2. Het algemeen bestuur neemt pas een besluit zoals bedoeld in lid 1, nadat de gemeenteraden in de gelegenheid zijn gesteld binnen 12 weken hun zienswijzen over een ontwerpmeerjarenbeleidsplan kenbaar te maken. 3. De elementen die in het meerjarenbeleidsplan naar voren dienen te komen zijn: a. de doelen die de gemeenschappelijke regeling zal nastreven en/of prestaties die de gemeenschappelijke regeling de deelnemende gemeenten zal leveren; b. de kosten die daaraan voor de gemeenten gezamenlijk en voor elke gemeente afzonderlijk verbonden zullen zijn; c. een overzicht van de risico’s van de gemeenschappelijke regeling en een uiteenzetting over de wijze waarop deze risico’s worden beheerst. 4.
Jaarlijks vóór de wettelijke datum, dan wel de datum die met de deelnemers overeengekomen is, 1 februari, zendt het strategisch beraad aan de raden van de deelnemende gemeenten een brief met daarin de algemene financiële en beleidsmatige kaders. In deze brief zijn de door de deelnemende gemeenten gegeven richtlijnen verwerkt. Daarnaast bevat de kaderbrief kort de belangrijkste opgaven voor het komende jaar. Voorstellen voor nieuw beleid, die niet door de deelnemende gemeenten zijn opgenomen in de richtlijnen, worden in deze kaderbrief gedaan en expliciet vermeld als nieuw beleid. 5. Jaarlijks voor 1 april uiterlijk 15 april, zendt het strategisch beraad de ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar, vergezeld van een toelichting, aan de leden van het algemeen bestuur en de raden van de deelnemende gemeenten met het verzoek aan de raden om hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren te brengen. Het strategisch beraad hanteert hierbij de aanleverdatum zoals deze, rekening houdend met de wettelijke duur van de zienswijzeperiode geldt, dan wel de datum die met de deelnemers overeengekomen is. 6. De begroting bestaat uit een algemeen deel, waarin de kosten die samenhangen met het algemeen bestuur, het strategisch beraad en de economische ambitie en daarop gebaseerde uitvoeringsprogramma’s zijn opgenomen en deelbegrotingen per bestuurscommissie.
Daarnaast wordt ook de bijdrage voor vande BV REWIN West-BrabantNV Rewin in de begroting verwerkt. 7. In de begroting wordt in het algemene deel aangegeven de door elke deelnemer voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in: a. Economische Zaken b. Mobiliteit Definitieve versie 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 29 februari 2024
Bijlage 2 bij brief RWB/2024-29 Rode tekst: al voorgesteld in de concept 4e wijziging GR RWB september 2023 Blauwe tekst: nieuwe wijzigingen o.b.v. zienswijzen en def. Nota Verbonden Partijen
c. Ruimtelijke Ontwikkeling d. Arbeidsmarktbeleid; e. Collectieve taken; f. Facultatieve taken; g. Uitvoeringstaken; 8. Voor de berekening van de in het vorige lid bedoelde bijdrage, wordt voor het algemeen deel uitgegaan van het inwoneraantal op 1 januari van het jaar, voorafgaand aan dat, waarvoor de bijdrage verschuldigd is. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers. Naast het algemene deel, is de verschuldigde bijdrage van de deelnemende gemeenten afhankelijk van de activiteiten waaraan wordt deelgenomen. 8. Gelet op de bijzondere positie van de gemeente Tholen, wordt de bijdrage voor het algemene deel van deze gemeente gebaseerd op een door het algemeen bestuur en de gemeente Tholen vast te stellen grondslag. 9. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende tot de wettelijke duur van de zienswijzeperiode, dan wel de duur die met de deelnemers overeengekomen is, 12 weken na ontvangst van de ontwerpbegroting 1 juli van ieder jaar bij het strategisch beraad hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. 10.Het strategisch beraad stuurt de raden voor vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur, een overzicht van ontvangen zienswijzen en een reactie daarop, toe. Begrotingswijziging Artikel 29 1.
Met betrekking tot wijzigingen van de begroting is het bepaalde in artikel 28 voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 2. Voor noodzakelijke wijzigingen van de begroting als gevolg van onverwachte autonome ontwikkelingen, zijnde loon- en prijsontwikkelingen, die geen afwijking inhouden van het door het algemeen bestuur vastgestelde beleid, is artikel 28 niet van toepassing. 2. Voor overige wijzigingen van de begroting, die door hun karakter niet leiden tot een wijziging van de bijdrage van de deelnemende gemeenten, alsmede geen afwijking inhouden van het door het algemeen bestuur vastgestelde beleid is artikel 28 niet van toepassing. Betaling Artikel 30 De deelnemers betalen jaarlijks voor 1 februari van het betreffende jaar de verschuldigde bijdrage. Bij niet tijdige betaling is de wettelijke interest verschuldigd. Jaarrekening Artikel 31 1. Het strategisch beraad zendt jaarlijks voor 1 april vóór 15 april de voorlopige jaarrekening en bij deze jaarrekening behorende accountantsverklaring aan het algemeen bestuur en aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten. Het strategisch beraad hanteert hierbij de aanleverdatum zoals deze wettelijk is bepaald, dan wel de datum die met de deelnemers overeengekomen is. 2. Het resultaat van de jaarrekening vloeit terug naar de deelnemende gemeenten. Het algemeen bestuur kan van dit standpunt afwijken.
Dit dient dan expliciet via een voorstel tot resultaatbestemming aan het algemeen bestuur te worden voorgelegd. 3. Het algemeen bestuur stelt de rekening vast. Van de vaststelling van de jaarrekening doet het strategisch beraad mededeling aan de raden van de gemeenten.
Definitieve versie 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 29 februari 2024
Bijlage 2 bij brief RWB/2024-29 Rode tekst: al voorgesteld in de concept 4e wijziging GR RWB september 2023 Blauwe tekst: nieuwe wijzigingen o.b.v. zienswijzen en def. Nota Verbonden Partijen
Artikel 32 1. De deelnemers zullen er steeds zorg voor dragen dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 2. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet. 3. De deelnemers verbinden zich in geval van opheffing van het openbaar lichaam een Liquidatieplan op te stellen dat voorziet in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze. HOOFDSTUK 7
INFORMATIEPLICHT
Inlichtingen en gegevens Artikel 33 1. De bestuursorganen van de deelnemende gemeenten en van het openbaar lichaam verstrekken elkaar desgevraagd inlichtingen en gegevens welke zij nodig achten voor de uitoefening van hun taak, voor zoveel zij daarover beschikken. 2. Het openbaar lichaam geeft aan de rekenkamercommissie(s) van de deelnemende gemeenten afzonderlijk en in samenwerking alle informatie die voor de wettelijke taakuitoefening nodig is. Inlichtingen door deelnemende gemeenten Artikel 34 1. De bestuursorganen van de deelnemende gemeenten doen het strategisch beraad mededeling van bij hen in voorbereiding zijnde maatregelen en plannen die voor de behartiging van de belangen als bedoeld in artikel 3 voor het openbaar lichaam van belang zijn. 2. De bestuursorganen van de deelnemers kunnen bij de in het eerste lid bedoelde mededeling het gevoelen vragen van het strategisch beraad. Ook ongevraagd kan het strategisch beraad zijn zienswijze daaromtrent aan een gemeentebestuur kenbaar maken. HOOFDSTUK 8
ARCHIEFBEPALINGEN
Archiefzorg Artikel 35 Het strategisch beraad draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam. Beheer Artikel 36 De directeur-secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. Bewaring Artikel 37 Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam wijst het strategisch beraad een archiefplaats aan.
Definitieve versie 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 29 februari 2024
Bijlage 2 bij brief RWB/2024-29 Rode tekst: al voorgesteld in de concept 4e wijziging GR RWB september 2023 Blauwe tekst: nieuwe wijzigingen o.b.v. zienswijzen en def. Nota Verbonden Partijen
Toezicht Artikel 38 Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is een door het strategisch beraad aangewezen archivaris belast. Verslag Archiefzorg Artikel 39 Het strategisch beraad brengt tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam. Verslag toezicht Artikel 40 De door het strategisch beraad aangewezen archivaris brengt tweejaarlijks aan het strategisch beraad verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam die niet of nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
HOOFDSTUK 9
TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING
Toetreding Artikel 41 1. Toetreding kan plaatsvinden op verzoek daartoe bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente. 2. Alle deelnemende colleges moeten hier mee instemmen en voor dit deze instemming hebben zij de toestemming van hun raad nodig. De toetreding gaat in op de eerste dag na publicatie in het blad Gemeenschappelijke regeling op Overheid.nl in het gemeenteblad van Etten-Leur. bekendmaking in de Staatscourant. 3. Het algemeen bestuur kan aan de toetreding nadere voorwaarden verbinden. 4. Het college van de toegetreden gemeente gaat zo spoedig mogelijk over tot het aanwijzen van (plaatsvervangende) vertegenwoordigers in het algemeen bestuur. Uittreding Artikel 42 1. Een deelnemende gemeente kan uittreden uit de regeling door toezending aan het algemeen bestuur van daartoe strekkende besluiten van haar college van Burgemeester en Wethouders. De uittreding vindt, behoudens een door het algemeen bestuur geaccepteerde afwijking, plaats op 1 januari van het tweede jaar, volgend op dat waarin het besluit tot uittreding in het gemeenteblad van Etten-Leur de Staatscourantis bekend gemaakt. 2. Een uittredende gemeente betaalt in de jaren na het moment van uittreding een afnemend percentage van de algemene bijdrage per inwoner die in de meerjarenbegroting van het openbaar lichaam is voorzien.
De afbouw gebeurt als volgt: • In jaar 1 na uittreding: 100% • In jaar 2 na uittreding: 8066% • In jaar 3 na uittreding: 6033% • In jaar 4 na uittreding: 40% • In jaar 5 na uittreding: 20% Definitieve versie 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 29 februari 2024
Bijlage 2 bij brief RWB/2024-29 Rode tekst: al voorgesteld in de concept 4e wijziging GR RWB september 2023 Blauwe tekst: nieuwe wijzigingen o.b.v. zienswijzen en def. Nota Verbonden Partijen
3. Een uittredende gemeente is volledig gehouden aan de verplichtingen die het openbaar lichaam op basis van een expliciet besluit van (onder andere) deze gemeente is aangegaan. De uittredende gemeente betaalt de organisatiekosten die met deze verplichting gemoeid zijn tot het moment van afloop van de verplichting. 4. Daar waar de uittredende gemeente producten afneemt van RWB waarvoor een dienstverleningsovereenkomst is afgesloten, zijn de daarin opgenomen bepalingen over beëindiging van de dienstverlening van toepassing. 5. De uittredende gemeente kan geen aanspraak maken op gevormde bestemmingsreserves. 6. De uittredende gemeente kan geen aanspraak maken en ook niet aangesproken worden op een positief respectievelijk negatief rekeningresultaat, vanaf het boekjaar dat vooraf gaat aan het moment van uittreding. 7. Het algemeen bestuur regelt na overleg met de betrokken gemeente, onder mededeling aan Gedeputeerde Staten, de financiële verplichtingen, alsmede de overige gevolgen van de uittreding. Daarbij brengt het algemeen bestuur in elk geval de financiële consequenties van de voorgaande bepalingen uittreding in beeld. Het algemeen bestuur kan in overeenstemming met de uittredende gemeente in voorkomende gevallen afwijken van bovenstaande leden 2 tot en met 6.
en draagt zij er zorg voor dat het openbaar lichaam een redelijke periode krijgt om haar begroting en formatie in overeenstemming te brengen met het nieuwe aantal deelnemers. Verplichtingen die specifiek voor de uittredende gemeente zijn aangegaan zullen daarbij in principe ook door die gemeente nagekomen dienen te worden. Wijziging Artikel 43 De regeling kan worden gewijzigd bij eensluidende besluiten van de colleges van de deelnemende gemeenten. Opheffing Artikel 44 1. De regeling kan worden opgeheven bij eensluidende besluiten van de colleges van de deelnemende gemeenten. 2. In geval van opheffing van de regeling stelt het algemeen bestuur, de colleges van de deelnemende gemeenten gehoord, een liquidatieplan vast. Het liquidatieplan voorziet in ieder geval in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing, alsmede in een regeling ten aanzien van het personeel. 3. De liquidatie heeft plaats door het als dan fungerende strategisch beraad, dat, zo nodig, na het tijdstip van de opheffing van de regeling in functie blijft, totdat de liquidatie is voltooid. 4. Na opheffing gaan de archiefbescheiden naar de deelnemende gemeente die het betreft.
HOOFDSTUK 10
GESCHILLENBESLECHTING
Artikel 45 Geschillen omtrent de toepassing van de regeling, in de ruimste zin, tussen besturen van de deelnemende gemeenten of tussen besturen van een of meer gemeenten en het bestuur van het openbaar lichaam worden, overeenkomstig artikel 28 van de Wgr, beslist door Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant.
Definitieve versie 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 29 februari 2024
Bijlage 2 bij brief RWB/2024-29 Rode tekst: al voorgesteld in de concept 4e wijziging GR RWB september 2023 Blauwe tekst: nieuwe wijzigingen o.b.v. zienswijzen en def. Nota Verbonden Partijen
HOOFDSTUK 11
OVERGANGS-EN SLOTBEPALINGEN
Inwerkingtreding Artikel 46 De regeling treedt in werking op 1 januari 2018 en wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
Evaluatie Artikel 47 De regeling wordt om de 4 jaren geëvalueerd. De evaluatie heeft met name betrekking op de vraag of de samenwerking de doelen die zij zich heeft gesteld ook heeft bereikt tegen de kosten die daarvoor waren uitgetrokken. Ook de manier waarop de samenwerking heeft gefunctioneerd is onderdeel van de evaluatie. 1. Per 4 jaar wordt ten behoeve van de opstelling van een nieuw meerjarenbeleidsplan, de actualiteit van de doelen van de samenwerking geëvalueerd. Daarbij wordt gekeken of de doelen die in de voorgaande bestuursperiode zijn gesteld, gerealiseerd zijn tegen de daarvoor uitgetrokken middelen. 2. Als het algemeen bestuur hiertoe besluit zal er een evaluatie plaatsvinden ten aanzien van de werkwijzen en het functioneren van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant ten opzichte van de gemeenten. Het algemeen bestuur besluit hier in ieder geval toe als een meerderheid van gemeenten, die gezamenlijk tenminste de helft van het aantal inwoners vertegenwoordigen, daar gezamenlijk en schriftelijk om verzoekt. 3. Per 4 jaar besluit het algemeen bestuur over de wenselijkheid en, indien van toepassing, vormgeving van een evaluatie ten aanzien van de werkwijzen en het functioneren van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant.
Voordat het algemeen bestuur hierover een besluit neemt, peilt het bij de gemeenteraden de behoefte aan een dergelijke evaluatie. 4. Daarnaast zal het algemeen bestuur een evaluatie uitvoeren als een meerderheid van gemeenten, meer dan de helft van de inwoners vertegenwoordigend, daarom vraagt. Citeertitel Artikel 48 Deze regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke Regeling Regio West‐Brabant”.
Definitieve versie 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 29 februari 2024
Bijlage 2 bij brief RWB/2024-29 Rode tekst: al voorgesteld in de concept 4e wijziging GR RWB september 2023 Blauwe tekst: nieuwe wijzigingen o.b.v. zienswijzen en def. Nota Verbonden Partijen
Toelichting op de voorgestelde 4e wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant (RWB) Opsomming deelnemende gemeenten De gemeente Tholen is om financiële redenen en haar verplichting om deel te nemen aan de Zeeuwse samenwerkingsverbanden, per 1 januari 2021 uit de gemeenschappelijke regeling Regio West‐Brabant getreden. Overwegingen voor wijzigingen Overweging 1 betreft die uittreding van Tholen. Het is geen noodzaak op de gemeenschappelijke regeling daarop aan te passen. Daarom is hiermee gewacht tot de eerstvolgende (dus deze 4e) wijziging van de regeling. Aanleiding voor deze 4e aanpassing is de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Deze is op 21 juli 2022 deels in werking getreden en vereist een wijziging van alle gemeenschappelijke regelingen. Deze wijziging moet voor 1 juli 2024 rond komen. De gewijzigde Wgr beoogt een versterking van de positie van de raden. HOOFDSTUK 3 HET BESTUUR Artikel 9 lid 5 De informatie over de voortgang van het inhoudelijk programma wordt losgekoppeld van de (financiële) bestuursrapportages. De afspraken over de omgang met de bestuursrapportages komen in een nieuwe Nota Verbonden Partijen dan wel in een specifiek financieel afsprakenkader. De bepalingen over de informatieverstrekking over de inhoudelijke voortgang zijn bij deze 4e wijziging ondergebracht in Hoofdstuk 4: Inlichtingen en verantwoording.
Paragraaf 3.4 Adviescommissies, bestuurscommissies en participatie. Artikel 16 Dit artikel gaat over de instelling van adviescommissies. Zij brengen advies uit aan het strategisch beraad of aan de voorzitter. In de regeling is bepaald dat er in ieder geval commissies van advies worden ingesteld voor de beleidsterreinen Economie, Arbeidsmarkt, Mobiliteit en Ruimte. Gemeenschappelijke radenadviescommissie? De gewijzigde Wgr biedt ruimte voor de instelling van een gemeenschappelijke, door raadsleden gevormde, adviescommissie. Dit nieuwe instrument heeft als doel de raden eerder te betrekken bij besluitvorming, hen met elkaar te laten overleggen en hen de mogelijkheid te geven gemeenschappelijk adviezen uit te brengen aan de gemeenschappelijke regeling of aan de raden. Het is aan gemeenteraden zelf om te bepalen of instelling van een adviescommissie gewenst is. Tot nu toe is die wens niet geuit. In dit wijzigingsvoorstel voorziet het algemeen bestuur wel in de mogelijkheid van instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie op grond van artikel 24a van de Wgr. Participatie In de septemberversie namen we de tekst op dat we niet voorzien in het betrekken van inwoners en andere belanghebbenden. Daarna is duidelijk geworden dat vanwege een aangenomen amendement, dit niet volstaat.
In navolging van andere samenwerkingsverbanden verwijzen we nu naar de reguliere procedures bij gemeenten en bouwen we de mogelijkheid in dat het bestuur van RWB ook kan besluiten tot een apart, eigen participatietraject. Definitieve versie 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 29 februari 2024
Bijlage 2 bij brief RWB/2024-29 Rode tekst: al voorgesteld in de concept 4e wijziging GR RWB september 2023 Blauwe tekst: nieuwe wijzigingen o.b.v. zienswijzen en def. Nota Verbonden Partijen
HOOFDSTUK 4 INLICHTINGEN EN VERANTWOORDING Artikel 19 Dit artikel regelt het verstrekken van inlichtingen en het afleggen van verantwoording van het openbaar lichaam RWB naar gemeenteraden. Het voorstel is en blijft dit artikel uit te breiden, waarbij met name een rol wordt weggelegd bij het strategisch beraad om de raden van de nodige informatie te voorzien en met hen het gesprek aan te gaan over de voortgang van de uitvoering van het meerjarenbeleidsprogramma en nieuwe strategisch relevante ontwikkelingen. Voorzien wordt in: 1. Het strategisch beraad informeert de raden actief over de agenda voor de vergaderingen van het algemeen bestuur en over de genomen besluiten. 2. Het strategisch beraad informeert de raden in ieder geval twee maal per jaar schriftelijk over de voortgang van de realisatie van het meerjarenbeleidsplan. Daarnaast informeert het strategisch beraad de raden over onderwerpen van strategisch belang. 3. Minimaal twee maal per jaar organiseert het strategisch beraad, waar wenselijk en mogelijk samen met andere partijen, een bijeenkomst voor raadsleden van alle deelnemende gemeenten, waarin de voortgang van de realisatie van het meerjarenbeleidsplan en onderwerpen van strategisch belang besproken worden. 4.
Minimaal twee maal per jaar organiseert het strategisch beraad, waar wenselijk en mogelijk samen met andere partijen, een verdiepende informatiebijeenkomst voor de raadsleden van alle gemeenten. In de Nota Verbonden Partijen 2024‐2028 staat het voornemen om als griffiers/raden periodiek raadsledenbijeenkomsten te organiseren. Uit de reactie op de zienswijze van RWB op de concept NVP blijkt de verwachting dat ook daar regelmatig aandacht besteed gaat worden aan de activiteiten van RWB. Om een overdaad aan bijeenkomsten te voorkomen als RWB daarnaast ook nog minimaal 4 bijeenkomsten zelf organiseert, is nu de formulering opgenomen “waar wenselijk en mogelijk met andere partijen”. Deze aanvulling laat de verantwoordingslijnen tussen het lid van het algemeen bestuur richting overige collegeleden en raden intact (artikel 20 en 21). HOOFDSTUK 5 PERSONEEL EN ORGANISATIE We dachten in september de passage over het vervallen van artikel 26 te kunnen herschrijven, maar dat bleek een misvatting: een vervallen artikel kan niet meer gewijzigd worden. HOOFDSTUK 6 FINANCIELE BEPALINGEN Artikel 28 Aan dit artikel voegen we een lid 2 toe waarmee de al gebezigde zienswijzeprocedure ten aanzien van het meerjarenbeleidsplan (= de strategische agenda en/of actieprogramma) formeel wordt vastgelegd. Het proces van meerjarenbeleidsplan, kaderbrief, en begroting blijft in essentie ongewijzigd.
Wel is wettelijk gezien sprake van een nieuwe aanleverdatum en van een nieuwe termijn voor de zienswijzeprocedure op de begroting. We kiezen ervoor de wettelijke data en termijnen niet concreet te benoemen om te voorkomen dat voor eventuele wettelijke veranderingen opnieuw een wijzigingsprocedure van de GR nodig is. Ook bouwen we ruimte in om tot afspraken te komen met gemeenten over afwijkende data en termijnen. Onder deze afspraken verstaan we de inhoud van de
Definitieve versie 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 29 februari 2024
Bijlage 2 bij brief RWB/2024-29 Rode tekst: al voorgesteld in de concept 4e wijziging GR RWB september 2023 Blauwe tekst: nieuwe wijzigingen o.b.v. zienswijzen en def. Nota Verbonden Partijen
vigerende Nota Verbonden Partijen, voor zover deze voor vaststelling door ons als uitvoeringstechnisch haalbaar zijn aangemerkt. De gewijzigde Wgr verplicht de dagelijkse besturen van de regelingen om de ontvangen zienswijzen, voorzien van een reactie voor vaststelling van de begroting toe te sturen aan de raden. Dit is in deze 4e wijziging in lid 10 verwerkt. Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om ook de veranderde juridische status van REWIN, eerst NV nu BV, op te nemen‐ in lid 5. Vanzelfsprekend vervalt de bepaling over de bijzondere financiële positie van Tholen (het oude lid 8). Artikel 29 We stelden in september voor om een tweede lid toe te voegen. Daarin stond de bepaling dat voor noodzakelijke wijzigingen van de begroting als gevolg van onverwachte prijs‐ en loonontwikkelingen, geen zienswijzeprocedure nodig is. Deze bepaling verwijderen we nu weer omdat in de Nota Verbonden Partijen is gesteld dat gemeenschappelijke regelingen voor deze situatie een algemene reserve mogen aanhouden.
Artikel 31 Ook ten aanzien van de jaarrekening is de concrete aanleverdatum verwijderd. HOOFDSTUK 9 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING Artikel 41 lid 2 en artikel 42 lid 1. We namen in de septemberversie een verkeerde tekst op over de wijze van publicatie van besluiten over toetreding, uittreding, wijziging en opheffing. Dat zetten we nu recht. Artikel 42 De Wgr schrijft voor dat er in de gemeenschappelijke regeling bepalingen worden opgenomen over de rechten en plichten die bij uittreding van de regeling van toepassing zijn. In dit artikel zijn de afspraken over een afbouwschema van de algemene bijdrage per inwoner, de positie van de betreffende gemeente ten aanzien van aangegane verplichtingen, facultatieve taken en ten aanzien van opgebouwde (bestemmings)reserves en rekeningresultaat opgenomen. Het eerder voorgestelde afbouwschema van 5 jaar brachten we terug naar 3 jaar. Daarmee sluiten we aan op andere gemeenschappelijke regelingen. Denk bij aangegane verplichtingen aan bijvoorbeeld het vervoerscontract dat het openbaar lichaam RWB op grond van besluiten per gemeente is aangegaan voor het vervoer van Wmo‐gerechtigden. Het ligt in de rede dat de uittredende gemeente hieraan (en aan de bijbehorende beheerskosten) volledig mee blijft betalen tot het moment van beëindiging van de verplichtingen.
Mocht de uittredende gemeente prijs stellen op een eerdere beëindiging, dan gaat de gemeenschappelijke regeling hierover in overleg met de contractpartner. Het kan zijn dat de betreffende gemeente diensten wil blijven afnemen op het gebied van de uitvoeringsgerichte taken: werving en selectie personeel (mobiliteitscentrum) en/of regioarcheologie. Daarvoor kunnen afspraken gemaakt worden, waarbij het gebruikelijk is dat niet‐deelnemers aan de regeling een risico‐opslag betalen. Mocht voortzetting van de dienstverlening niet gewenst zijn, dan gelden de bepalingen uit de dienstverleningsovereenkomst.
Definitieve versie 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 29 februari 2024
Bijlage 2 bij brief RWB/2024-29 Rode tekst: al voorgesteld in de concept 4e wijziging GR RWB september 2023 Blauwe tekst: nieuwe wijzigingen o.b.v. zienswijzen en def. Nota Verbonden Partijen
De gemeenschappelijke regeling RWB kent een aantal bestemmingsreserves. Het ligt in de aard van deze reserves dat er doelen aan gekoppeld zijn. Daarom is het van belang dat deze in stand gehouden worden. Een uittredende gemeente kan er daarom geen aanspraak op maken. De uittreding vindt effectief minimaal 1 jaar na het door de betreffende gemeente genomen uittredingsbesluit plaats. Besluiten over een rekeningresultaat over het laatste boekjaar waarin participatie aan de orde is, vindt plaats na uittreding. De betreffende gemeente heeft hier dan geen zeggenschap over en zal zich naar verwachting in dit laatste boekjaar terughoudend opstellen ten aanzien van te nemen besluiten. Het ligt in de rede dat de uitredende gemeente dan geen aanspraak kan maken op, maar ook niet aangesproken kan worden op, een positief dan wel negatief rekeningresultaat. Het algemeen bestuur kan afwijken van de voorgestelde bepalingen, voor zover daar overeenstemming met de uittredende gemeente over bestaat.
HOOFDSTUK 11
OVERGANGS-EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 47 De Wgr schrijft voor dat er in gemeenschappelijke regelingen evaluatiebepalingen opgenomen worden. Wij stellen voor onderscheid te maken tussen een evaluatie op inhoud en een evaluatie op de werkwijze en het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. In lid 1 wordt aangesloten op de huidige praktijk: iedere 4 jaar vindt er een evaluatie plaats op inhoud. Deze evaluatie dient ter voorbereiding van de opstelling van het meerjarige beleidsprogramma, dat ook steeds een periode van 4 jaar bestrijkt. Voor een evaluatie van het functioneren van de gemeenschappelijke regeling stelden we in de vorige versie voor om dat aan het algemeen bestuur over te laten en in ieder geval een evaluatie uit te voeren als een meerderheid van gemeenten daarom zou vragen. Dat laatste laten we staan, maar we nemen nu een bepaling op die het algemeen bestuur dwingt om in ieder geval elke vier jaar een besluit te nemen over de wenselijkheid en vorm van evaluatie en daarover eerst de raden te peilen.
Definitieve versie 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 29 februari 2024