Bijlage 2 Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2019.pdf
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Zaaknummer
25828
Contactpersoon
H. Giljam
Raadsvergadering d.d. 24 oktober 2019
Commissie
SM&V (samenleving, middelen en veiligheid) 5 september 2019
Portefeuillehouder
Telefoonnummer
0165-390 743
Jobke Vonk
-
Vedder, burgemeester
Onderwerp Rechtspositie raads- en commissieleden.
Samenvatting Op 1januari 2019 is het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers in werking getreden. Met dit besluit wordt de rechtspositie van de decentrale politieke ambtsdragers in de verschillende bestuurslagen, waaronder raadsleden, geharmoniseerd. Lokale invulling kan plaatsvinden via een gemeentelijke verordening. Het college van burgemeester en wethouders stelt voor een nieuwe Verordening rechtspositie raads- en commissieleden vast te stellen. Deze is gebaseerd op het model van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, maar aangepast aan de Halderberge situatie.
Inleiding & beeldvorming Op 1januari 2019 is het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (hierna: het Rechtspositiebesluit) in werking getreden. Wij informeerden uw raad hierover in onze brief van 1€ januari 2019. (bijlage 1) Met de inwerkingtreding van het nieuwe Rechtspositiebesluit zijn de afzonderlijke rechtspositiebesluiten voor provincies, gemeenten en waterschappen komen te vervallen. Het Rechtspositiebesluit is nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers (hierna: de Regeling) en enkele circulaires van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De Gemeentewet maakt het mogelijk dat de raad een verordening vaststelt, waarin de verstrekking van secundaire voorzieningen aan raadsleden wordt geregeld. Ter uitvoering van die mogelijkheid heeft uw raad op 21 juni 2018 de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Halderberge vastgesteld. (bijlage 2) De inwerkingtreding van het nieuwe Rechtspositiebesluit maakt een aanpassing van deze verordening nodig. Ons college deed voor de raadsvergadering van 27 juni 2019 een voorstel om een nieuwe Verordening rechtspositie raads- en commissieleden vast te stellen (bijlage 3). Voor dat voorstel bleek onvoldoende draagvlak te bestaan bij uw raad.
Wij vertrouwen er op met dit aangepaste voorstel meer recht te doen aan de positie van de leden van uw raad. In dat verband benadrukken wij dat de raad, binnen de marges van het Rechtspositiebesluit, de Regeling en de Circulaires zijn eigen rechtspositie vast stelt.
1 15
Het zelfde geldt voor ons college. In de collegevergadering van 2 juli 2019 stelden wij de nieuwe Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders vast. (bijlage 4)
Doelstelling Met de vaststelling van de nieuwe verordening voldoet de rechtspositie van de raads- en commissieleden van Halderberge aan het Rechtspositiebesluit, de Regeling en de circulaires. Overwegingen In dit voorstel gaan wij eerst in op de gevolgen voor de leden van uw raad van het Rechtspositiebesluit, de Regeling en de circulaires. Daarna gaan wij nader in op de model-Verordening rechtspositie raads- en commissieleden van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Tot slot doen wij uw raad een voorstel om een nieuwe verordening vast te stellen. A. Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Ministeriële Regeling rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Circulaires. Op 1 januari 2019 zijn het Rechtspositiebesluit en de Regeling in werking getreden. Op 17 juli 2019, en dus na de raadsvergadering van juni 2019, is het Rechtspositiebesluit op enkele onderdelen gewijzigd. Wij gaan in dit raadsvoorstel uit van de tekst van het Rechtspositiebesluit, zoals dat geldt vanaf 18 juli 2019. Rechtspositiebesluit en Regeling (bijlagen 5 en 6) bevatten regels over de rechtspositie van, onder andere, burgemeesters, wethouders, raads- en commissieleden. Het Rechtspositie-besluit is dwingendrechtelijk vastgesteld. Dit betekent dat buiten de limitatieve opsomming in het Rechtspositiebesluit geen voorzieningen zijn toegestaan.
Op lokaal niveau kunnen daarom nog maar een beperkt aantal zaken rechtspositioneel worden geregeld en/of nader ingevuld. Voor raadsleden gaat het om de volgende zaken: 1. De regeling waarin bij verordening kan worden bepaald dat ten hoogste 20% van de raadsvergoeding kan worden berekend naar het aantal bijgewoonde vergaderingen. 2. De vergoeding voor reis- en verblijfskosten buiten het grondgebied van de gemeente. 3. Toekenning van een aanvullende toelage voor raadsleden die lid zijn van een onderzoekscommissie en of bijzondere commissie. 4. Vergoeding van kosten voor raadsleden uit de inwonersklasse 7, 8 en 9 in het kader van loopbaanoriëntatie. Halderberge valt in inwonersklasse 4, zodat deze bepaling niet van toepassing is. 5. Een vergoeding voor voorzieningen in het kader van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. 6. De mogelijkheid om nadere regels te stellen voor scholing. Hieronder treft u een korte toelichting aan op de belangrijkste bepalingen uit het Rechtspositiebesluit en de Regeling. Artikel 3.1.1. Vergoeding voor de werkzaamheden Een raadslid ontvangt voor haar of zijn werkzaamheden een vergoeding per maand. De hoogte van deze vergoeding is afhankelijk van de inwonersklasse van de gemeente, waarin zij of hij raadslid is. Halderberge valt in inwonersklasse 4 (24.001 40.000 inwoners).
De Halderberge raadsleden ontvangen daarom een vaste vergoeding van € 990.55 per maand. De raad kan bij verordening bepalen dat ten hoogste 20% van de vergoeding wordt uitgekeerd op basis van het aantal bijgewoonde vergaderingen. Wij stellen voor deze bepaling niet over te nemen in de verordening. Zie hieronder bij artikel 2 van de model VNG-verordening -
2i15
Artikel 3.1.2. Toelage lid vertrouwenscommissie Voor de benoeming van een burgemeester stelt de raad een tijdelijke vertrouwenscommissie in. De vertrouwenscommissie heeft als taak de aanbeveling voor de benoeming van een burgemeester voor te bereiden. Een raadslid dat lid is van de vertrouwenscommissie ontvangt voor de duur van de activiteiten van die commissie een toelage van € 120 per maand. Artikel 3.1.3 Toelage lid onderzoekscommissie en Artikel 3.1.4 Toelage lid bijzondere commissie De raad kan een commissie instellen die een onderzoek doet naar het door het college gevoerde bestuur. Ook kan de raad bijzondere commissies stellen. Het tijdsbeslag voor deelname aan deze 'zware' commissies kan uitstijgen boven van wat normaal van een raadslid mag worden verwacht. In dat geval kan de raad besluiten voor de duur van de activiteiten van de commissie, een toelage toe te kennen aan de leden. Halderberge kent momenteel geen 'zware' commissies. Wij merken op dat de raadsleden geen toelage ontvangen voor het bijwonen van vergaderingen van de raadscommissies Beheer & Ontwikkeling (B&O) en Samenleving, Middelen & Veiligheid. (SM&V) Die werkzaamheden worden geacht onderdeel uit te maken van uw raadswerk. Artikel 3.1.5.
Toelage fractievoorzitter De fractievoorzitters ontvangen boven op hun vaste vergoeding als raadslid een toelage van € 71,40 per maand, vermeerderd met € 10,20 voor elk raadslid dat de fractie telt (de fractievoorzitter zelf niet meegerekend). De toelage bedraagt ten hoogste € 150 per maand. In de Halderbergse situatie betekent dit het volgende leden fractie 1 2 3 4 5 6
toelage fractievoorzitter € 71,40 € 81,60 € 91,80 €102,00 €112,20 €122,40
Artikel 3.1.6 Onkostenvergoeding Een raadslid ontvangt naast de vergoeding voor haar of zijn werkzaamheden een onkostenvergoeding van € 173,40 per maand. Deze vaste onkostenvergoeding is bedoeld om de kosten die zijn verbonden aan de uitoefening van het lidmaatschap van de raad te dekken. Denk aan: bureaukosten, representatie, vakliteratuur, excursies, contributies, lidmaatschappen, ontvangsten thuis, zakelijke giften en contributies van verenigingen en regionale beroepsverbanden. Artikel 3.17 Reiskostenvergoeding Tot voor kort kwamen de reis- en verblijfkosten voor reizen binnen de gemeente niet in aanmerking om te worden vergoed. Met de inwerkingtreding van het nieuwe Rechtspositiebesluit heeft een raadslid ook aanspraak op vergoeding van reis- en verblijfkosten voor reizen binnen de gemeente. Denk aan de reiskosten voor het bijwonen van de raads- en commissievergaderingen. Deze worden beschouwd als kosten voor woon-werk verkeer in de vervulling van het raadlidmaatschap. Ook de reis-en verblijfkosten voor reizen die een raadslid binnen de gemeente maakt voor het bijwonen van andere bijeenkomsten die verband houden met het raadswerk komen in aanmerking te worden vergoed. De reis- en verblijfkostenvergoedingen zijn nader uitgewerkt in hoofdstuk 3 van de Regeling.
Artikel 3.1 van die Regeling bepaalt dat als een raadslid gebruik maakt van het openbaar vervoer de kosten volledig worden vergoed. Bij gebruik van de eigen auto wordt het maximale bedrag vergoed dat een werkgever per kilometer onbelast mag vergoeden aan een werknemer. Dat is op dit moment € 0,19 per kilometer. 3i15
Reis- en verblijfkosten in verband met reizen buiten de gemeente kunnen worden vergoed op basis van de verordening. Zie hieronder de toelichting bij artikel 4 van de model VNG-verordening. Artikel 3.1.9 Verzekering arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden De raad kan bij verordening regelen dat aan een raadslid eenmaal per jaar een bedrag wordt toegekend ter hoogte van het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden voor één maand. Het raadslid kan hiermee voorzieningen treffen voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. Zie hieronder de toelichting bij artikel 5 van de model VNG-verordening. Artikel 3.1.10 Ziektekostenverzekering Een raadslid ontvangt van de gemeente een tegemoetkoming in de ziektekostenverzekering van € 109,24 per jaar. Dit bedrag wordt met ingang van 1 januari 2020 verhoogd naar € 111,42 per jaar. Achterliggende gedachte bij deze bepaling is dat raadsleden niet in dienst zijn van de gemeente, maar toch een aanzienlijk deel van hun tijd in het raadswerk steken. Artikel 3.3.2. Informatie- en communicatievoorzieningen Het college van burgemeester en wethouders stelt ten laste van de gemeente aan een raadslid, voor de duur van de uitoefening van haar of zijn functie, informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking. Onder informatie- en communicatievoorzieningen worden ook verstaan de daarbij behorende abonnementen.
Het Rechtspositiebesluit, zoals dat gold tot 1januari 2019, maakte nog een onderscheid tussen mobiele telefoons enerzijds en personal computers (pc's), laptops en tablets anderzijds. Deze verschillen zijn komen te vervallen. De fiscus beschouwt deze apparatuur inmiddels als 'digitaal gereedschap' dat belastingvrij kan worden verstrekt. Onder het oude Rechtspositiebesluit kon de gemeente nog kiezen uit twee mogelijkheden: computerapparatuur ter beschikking te stellen OF een tegemoetkoming verstrekken voor de aanschaf en het gebruik van een eigen computer. Op 13 maart 2014 besloot uw raad, na een geslaagde pilot, met ingang van de raadsperiode 2014— 2018 digitaal te gaan werken. Om dat mogelijk te maken werd computerapparatuur in de vorm van zogenoemde 'tablets' ter beschikking gesteld. Dit betekent dat wij al onder de geldende verordening geen aanvullende tegemoetkoming in de kosten beschikbaar mogen stellen. Het is immers: of / of. Met de inwerkingtreding van het nieuwe Rechtspositiebesluit is de keuzemogelijkheid komen te vervallen. De gemeente mag uitsluitend nog informatie- en communicatievoorzieningen (apparatuur en zo nodig een abonnement) ter beschikking stellen.
Dit betekent dat geen financiële tegemoetkoming mag worden verstrekt voor de aanschaf of het gebruik van 'digitaal gereedschap' Voor gemeenten die op 1 januari 2019 een tegemoetkoming verstrekten in de aanschaf en het gebruik van informatie- en communicatieapparatuur geldt een overgangsregeling voor de duur van de raadsperiode 2018-2022. Halderberge verstrekte op die datum geen tegemoetkoming, zodat dit overgangsrecht niet van toepassing is. Gemeenten kunnen een bruikleenovereenkomst opstellen, waarin praktische zaken worden geregeld. Zie hieronder de toelichting bij artikel 7 van de modelverordening VNG. Artikel 3.3.3. Vergoeding kosten scholing De kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van de functie van raadslid komt ten laste van de gemeente. In de praktijk wordt niet of nauwelijks gebruik gemaakt van deze regeling. Scholing in Halderberge vindt in de regel plaats via gezamenlijke trainingen of informatiebijeenkomsten. De griffie beschikt daartoe over een opleidingsbudget.
4i15
Artikel 3.3.4. Beroepsvereniging De contributie voor de Nederlandse Vereniging van Raadsleden (NVvR) wordt ten laste van de gemeente vergoed. Sinds 1januari 2019 is uw raad collectief lid van de NVvR. Artikel 3.3.5. Bedrijfsgeneeskundige zorg Het college van burgemeester en wethouders treft ten laste van de gemeente een voorziening voor bedrijfsgeneeskundige zorg voor de raadsleden. Ter uitvoering van deze bepaling kunnen Halderbergse raadsleden de bedrijfsarts raadplegen voor klachten die verband houden met hun raadlidmaatschap. Artikel 3.3.8 Eindheffingsbestanddelen Door de vergoedingen, toelagen, tegemoetkomingen en verstrekkingen die worden vermeld in deze bepaling aan te wijzen als eindheffingsbestanddeel neemt de gemeente de verschuldigde loonbelasting voor haar rekening. Raadsleden zijn hierover dus geen belasting verschuldigd. Over de vergoedingen, toelagen, tegemoetkomingen en verstrekkingen die hier niet worden opgesomd is dus wel belasting verschuldigd. De reguliere maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Rechtspositiebesluit is niet aangewezen als eindheffingsbestanddeel, zodat het raadslid daarover belasting is verschuldigd. De vergoedingen, toelagen en tegemoetkomingen voor raadsleden zijn geïndexeerd en stijgen mee met de landelijke ontwikkelingen.
Voor een nadere toelichting verwijzen wij naar de tekst van hoofdstuk 3 van het Rechtspositiebesluit en van hoofdstuk 3 van de Regeling. B. Modelverordening VNG. Als belangenvereniging van de Nederlandse gemeenten stelt de VNG voor talloze onderwerpen model-raadsverordeningen en model-collegeregelingen op. Gemeenten kunnen deze modellen gebruiken als basis voor haar eigen verordeningen en regelingen. Het voordeel is dat deze modellen zijn opgesteld door ervaren wetgevingsspecialisten. Ze zijn in overeenstemming met de meest recente wet- en regelgeving en juridisch getoetst aan de meest recente rechtspraak. De gemeente lift zo mee met de kennis van de VNG. Ons college maakt bij het opstellen van verordeningen zo veel mogelijk gebruik van de VNG modellen. Toch toetsen wij altijd of het model voldoende aansluit bij de Halderbergse praktijk. In onze voorstellen duiden wij dat ook aan als: 'de ontwerp-verordening is gebaseerd op een model van de VNG, maar aangepast aan de Halderbergse situatie'. Wij benadrukken dat het uw raad vrij staat af te wijken van de VNG-modellen, mits die afwijkingen niet in strijd zijn met hogere wet- en regelgeving. De Verordening rechtspositie politieke ambtsdragers van Halderberge mag dus niet afwijken van de Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit, de Regeling of de circulaires.
Met de ledenbrief van 18 januari 2019 biedt de VNG een model-Verordening rechtspositie raadsen commissieleden met artikelsgewijze toelichting aan. (bijlagen 7 en 8) Hieronder geven wij per artikel een toelichting op de modelverordening. Tevens doen wij voor elk artikel een voorstel om dat over te nemen, niet over te nemen of eventueel gewijzigd over te nemen. Artikel 1 Definitiebepalingen Deze bepaling bevat de definities van raadslid, commissielid en griffier. Onder commissieleden worden in dit verband niet raadsleden verstaan. Raadsleden ontvangen daarom geen aparte vergoedingen voor het lidmaatschap van de raadsadviescommissies B&O en SM&V. Wij stellen voor deze bepaling over te nemen.
5,15
Artikel 2 Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden Deze model-bepaling bevat een regeling om ten hoogste 20% van de vergoeding voor de werkzaamheden van een raadslid te koppelen aan het aantal bijgewoonde raads-vergaderingen. Deze mogelijkheid is opgenomen om zogenoemde 'spookraadsleden' aan te kunnen pakken. Dat zijn personen die weliswaar zijn gekozen tot raadslid, maar zelden of nooit raads- of commissievergaderingen bijwonen. Het wordt als onrechtvaardig beschouwd dat deze personen een volledige vergoeding ontvangen, terwijl zij hun werk als raadslid niet uitoefenen. Halderberge kent geen spookraadsleden. Overname van deze bepaling zou daarom een verkeerd signaal zijn over de inzet van de leden van uw raad voor de Halderbergse gemeenschap. Door deze bepaling niet over te nemen benadrukt uw raad tevens dat de vergoeding die u als raadslid ontvangt geen presentiegeld is voor het bijwonen van vergaderingen, maar een vergoeding voor het vele raadswerk dat u verricht. Wij stellen daarom voor deze bepaling niet over te nemen. Artikel 3 Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie. Zoals hiervoor aangehaald ontvangen raadsleden geen vergoeding voor het bijwonen van de raadsadviescommissies. Dit artikel is van toepassing op de toelagen voor raadsleden die lid zijn van zogenoemde 'zware' commissies.
Hiermee wordt gedoeld op de vertrouwenscommissie, de rekenkamercommissie of een onderzoekscommissie. Halderberge kent momenteel geen vertrouwenscommissie of onderzoekscommissie. De rekenkamerfunctie is ondergebracht bij een regionale Rekenkamer. Als een vertrouwenscommissie of onderzoekscommissie wordt ingesteld ontvangen de leden tijdelijk een aanvullende vergoeding van € 120 per maand. Wij stellen voor deze bepaling over te nemen. Artikel 4 Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente. Op grond van artikel 97 van de Gemeentewet kan de raad bij verordening regelen dat de reis- en verblijfkosten voor (dienst-)reizen buiten het grondgebied van de gemeente in aanmerking komen voor vergoeding. Deze kosten worden onder de huidige verordening ook al vergoed. Voor dienstreizen buiten de gemeentegrens mocht voorheen € 0,28 per kilometer worden gedeclareerd. De parkeer-, tol- en veerkosten werden niet vergoed. Vanaf 1januari 2019 is op grond van het Rechtspositiebesluit de vergoeding € 0,19 per kilometer geworden voor dienstreizen buiten de gemeente. Hierbij geldt dat de parkeer-, tol- en veergelden wel mogen worden vergoed. Wij stellen voor deze bepaling over te nemen. De vergoeding voor reis- en verblijfkosten binnen de gemeente is wettelijk geregeld. Zie hierboven onder artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit.
Voor de wijze van declareren kan aansluiting worden gezocht bij het systeem dat de werknemers gebruiken. De praktijk leert overigens dat de Halderbergse raadsleden zelden of nooit reiskosten declareren. Artikel 5 Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden Volgens de Nederlandse Vereniging van Raadsleden besteedt een raadslid gemiddeld tussen de 16 en 20 uur per week aan het raadswerk. Het spreekt vanzelf dat het feitelijke tijdsbeslag sterk afhankelijk is van de persoonlijke invulling die elk raadslid geeft aan haar of zijn raadlidmaatschap. In de grote gemeenten vinden raadsvergaderingen vaak overdag plaats. Raadsleden in die gemeenten hebben daarom soms geen hoofdfunctie in loondienst. Of ze hebben een parttime functie. Omdat raadsleden niet in dienst zijn van de gemeente hebben zij vanuit hun werkzaamheden als raadslid geen aanspraak op een arbeidsongeschiktheidsverzekering, ouderdoms (pensioen-) voorziening of overlijdensverzekering.
6i15
Als zij door de hoeveelheid raadswerk niet, of slechts gedeeltelijk, in staat zijn naast hun raadswerk een hoofdfunctie te vervullen kan hun rechtszekerheid in het geding komen. Dat wordt als onwenselijk beschouwd. Bovendien zou dit geschikte kandidaten ervan kunnen weerhouden raadslid te worden. Vandaar dat artikel 3.1.9 van het Rechtspositiebesluit het mogelijk maakt dat de raad bij verordening regelt dat aan een raadslid eenmaal per jaar een bedrag wordt toegekend ter hoogte van het bedrag van de maandelijkse vergoeding. Het raadslid kan hiermee voorzieningen treffen voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. De bepaling verplicht er niet toe dat het raadslid ook daadwerkelijk een aanvullende verzekering of een aanvullend pensioen afsluit. De wijze waarop zij of hij invulling geeft aan deze mogelijkheid staat vrij. Het hogere doel van artikel 5 is raadsleden compensatie te bieden als door het tijdsbeslag dat is gemoeid met het raadswerk hun rechtszekerheid in het geding komt. Dat is het geval als het raadswerk zo veel tijd vergt dat een voltijdse hoofdfunctie niet of minder goed mogelijk is. Het raadlidmaatschap wordt dan hoofdfunctie. Als een raadslid zich om die reden niet kan verzekeren voor arbeidsongeschiktheid of overlijden of geen (ouderdoms-) pensioenvoorziening kan opbouwen komt haar of zijn rechtszekerheid in het geding. Dat kan niet de bedoeling zijn.
Wij hebben gemeend u een aantal zaken ter overweging meegeven, waarmee u een weloverwogen keuze kunt maken Het is aan uw raad om de afweging maken of deze bepaling van toepassing is op uw concrete situatie. Gelet op het bovenstaande is ons college van mening dat de regeling zich niet leent voor toepassing in de Halderbergse situatie. Vandaar dat wij de bepaling niet hebben opgenomen in de aangeboden ontwerpverordening. Het staat uw raad uiteraard vrij er voor te kiezen de bepaling over te nemen. U gaat immers over uw eigen rechtspositie. Als uw raad besluit de bepaling over te nemen en de leden een aanvullende vergoeding toe te kennen bedragen de kosten van deze maatregel structureel 21 x € 990,55 = € 20.801,55 per jaar. Door de koppeling aan het maandbedrag wordt de vergoeding automatisch geïndexeerd. De begroting 2019 biedt geen dekking voor deze kosten. Als uw raad niettemin besluit deze bepaling over te nemen kunnen de extra lasten worden meegenomen in de Najaarsnota 2019 en Begroting 2020. Artikel 6 Loopbaanoriëntatie raadsleden. Artikel 3.1.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdrager maakt het voor gemeenten met een inwonertal van meer dan 100.000 mogelijk de kosten van loopbaan bevorderende of mobiliteit bevorderende activiteiten van raadsleden te vergoeden.
Dit houdt verband met het gegeven dat het raadlidmaatschap in de grote gemeenten vaak een hoofdfunctie vormt. Het is dan reëel om raadsleden van wie het lidmaatschap eindigt financieel te ondersteunen bij het vinden van een nieuwe functie. Aangezien Halderberge in inwonersklasse 4 valt is dit artikel uit het Rechtspositiebesluit niet van toepassing. Wij stellen voor deze bepaling niet over te nemen. Artikel 7 Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads-en commissieleden De modelverordening stelt voor een bedrag per raadslid per jaar op te nemen voor niet partijpolitiek georiënteerde scholing. Wij merken op dat uw raad beschikt over een opleidingsbudget. Dit blijkt in de praktijk voldoende om in uw opleidingsbehoefte te voorzien. Wij stellen voor deze bepaling niet over te nemen.
7i15
Artikel 8 Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen in verband met bijzondere deskundigheid of zwaarte taak Deze bepaling maakt het mogelijk in bijzondere omstandigheden een hogere vergoeding toe te kennen aan commissieleden die geen raadslid zijn. De raadscommissies in Halderberge bestaan uitsluitend uit raadsleden. Wij stellen voor deze bepaling niet over te nemen. Artikel 9 Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden Deze bepaling vormt de uitwerking van artikel 3.3.2 van het Rechtspositiebesluit over het beschikbaar stellen van informatie- en communicatievoorzieningen, zoals tablets. Gemeenten kunnen een bruikleenovereenkomst opstellen, waarin praktische zaken worden geregeld. Die overeenkomst mag niet in strijd zijn met het Rechtspositiebesluit, de Regeling of de circulaires. Artikel 99 Gemeentewet bepaalt namelijk dat de leden van de raad, buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend, geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van de gemeente mogen ontvangen. De gemeente en de raadsleden hebben een bruikleenovereenkomst gesloten voor het gebruik van de verstrekte tablets. (bijlage 9) Artikel 6, tweede lid, van die bruikleenovereenkomst biedt de mogelijkheid om de verstrekte tablet over te nemen tegen een vergoeding die afneemt met de levensduur.
Na afloop van de raadsperiode kan de tablet worden overgenomen voor € 50,00. In de Circulaire Introductie bij gemeenten van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de bijlage van 28 november 2018 (bijlagen 10 en 11) informeert de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna BiZaK) de betrokken overheidsorganen over de invoering van het Rechtspositiebesluit en de Regeling. De minister overweegt het volgende. 'De vraag is gesteld of het mogelijk is gebruikersovereenkomsten af te sluiten met betrekking tot het gebruik van ICT-middelen en afspraken te maken over eventuele overname van deze middelen aan het einde van de bestuursperiode. In verband met de gewijzigde fiscale regelgeving kan digitaal gereedschap tegenwoordig belastingvrij worden verstrekt. Dit is een verbetering met de situatie hiervc56r: er is een sterk verband met het vervullen van de functie en er zijn voordelen op het gebied van inkoop, onderhoud, beveiliging en gebruik. Zowel de apparatuur als de abonnementen worden centraal ingekocht en toegedeeld. Mede gezien deze voordelen is ervoor gekozen om niet meer de mogelijkheid te bieden van een vergoeding voor de aanschaf of het gebruik van de eigen ICT-middelen. Die vergoeding zou dan bovendien belast zijn, terwijl de verstrekking op grond van het besluit belastingvrij is.
Een uitdrukkelijke wettelijke grondslag voor een gebruikers- of bruikleenovereenkomst is niet nodig. Het is aan de gemeente in hoeverre zij bij de terbeschikkingstelling van de middelen nadere regels over het gebruik ervan wil stellen. Deze vrijheid gaat uiteraard niet zover dat er (geldelijke) vergoedingen kunnen worden verstrekt; het gaat om de praktische voorwaarden. Eventuele overname van ICT-middelen aan het einde van de bestuursperiode, al dan niet tegen restwaarde, is niet toegestaan. Dit is in lijn met het beleid voor rijksambtenaren. De overweging hierbij is, dat het risico van datalekken zo veel mogelijk moet worden voorkomen. Politieke ambtsdragers hebben veel informatie op hun telefoons en andere apparatuur. Bij overname zou de gemeente hierover de regie kwijt zijn, ook als de apparaten geschoond zijn. Aldus de minister. '
Bij de uitleg van deze bepaling is het van belang een onderscheid te maken tussen bruikleenovereenkomsten die zijn afgesloten voor de inwerkingtreding van het nieuwe Rechtspositiebesluit op 1januari 2019 (inclusief de wijziging van 17 juli 2019) en bruikleenovereenkomsten van na die datum.
8i15
1. Bruikleenovereenkomsten voor 1 januari 2019. In haar brief van 18 februari 2019 (bijlage 12) geeft de minister een nadere uitleg op de status van bestaande bruikleenovereenkomsten. Ze schrijft: .dat zolang een raadslid niet is afgetreden, ontslagen of herbenoemd, het desbetreffende artikel uit het vervallen Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden van toepassing blijft als aan dat raadslid in 2018 een tegemoetkoming of een vergoeding op grond van dat artikel is verleend. Met dat artikel' verwijst zij naar artikel 7a, eerste lid, van het vervallen Rechtspositiebesluit. Op grond van die bepaling werd aan de Halderbergse raadsleden al sinds 2014 een tablet ter beschikking gesteld. Artikel 7a, vierde lid, van dat besluit regelde de optie tot overname van die tablet. Volgens het overgangsrecht uit de brief van de minister kunnen deze afspraken dus worden gecontinueerd. '..
In de Halderbergse situatie betekent het dat voor de raadsleden die zijn benoemd voor 1januari 2019 de bestaande afspraken over de mogelijkheid om de tablet over te nemen worden gerespecteerd tot hun aftreden, ontslag of herbenoeming. Deze overgangsregeling eindigt dus uiterlijk met ingang van de raadsperiode 2022. Dit overgangsrecht is inmiddels verwerkt in de aanpassing van het Rechtspositiebesluit van 17 juli 2019 dat een dag later in werking is getreden. 2. Bruikleenovereenkomsten na 1 januari 2019 Voor raadsleden die na 1januari 2019 zijn benoemd gelden uitsluitend de bepalingen uit het nieuwe Rechtspositiebesluit. Dit betekent dat niet langer de mogelijkheid bestaat om de verstrekte tablet na beëindiging van het raadlidmaatschap over te nemen. In artikel 3.3.2 van het Rechtspositiebesluit staat expliciet dat de informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld'. Deze tekst sluit een aanvullende geldelijke vergoeding en overname na beëindiging van het raadlidmaatschap uit. Dezelfde handelswijze gaat ook gelden voor de tablets die zijn uitgereikt aan de leden van ons college. Voor laptops en tablets die de medewerkers gebruiken is deze werkwijze altijd al van toepassing geweest.
In de huidige verordening is opgenomen dat op aanvraag voor de duur van het raads- of commissielidmaatschap € 10 per maand mag worden verstrekt voor de aanleg- en abonnementskosten van de internetverbinding voor de tablet. Aangezien de tablets gebruik maken van Wifi zijn er feitelijk geen aanleg- of abonnementskosten. Van deze bepaling werd daarom in de praktijk geen gebruik van gemaakt. Met de inwerkingtreding van het Rechtspositiebesluit per 1 januari 2019 wordt deze mogelijkheid niet meer benoemd en komt deze te vervallen. Zie ook de toelichting bij artikel 3.3.2. van het Rechtspositiebesluit. Artikel 10 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel De belasting over de aangewezen vergoedingen, toelagen, tegemoetkomingen en verstrekkingen komt ten laste van de werkgever. Hierop zijn nog wel de vrijstellingen en dergelijke uit de Wet op de loonbelasting van toepassing. Aangezien de gemeente de belasting betaalt, hebben deze vrijstellingen geen gevolgen voor raadsleden. Artikel 11 Betaling vaste vergoedingen Deze bepaling gaat over de wijze waarop commissieleden hun vergoedingen ontvangen en is niet van toepassing op de Halderbergse situatie. Wij stellen voor deze bepaling niet over te nemen
9/15
Artikel 12 Betaling en declaratie van onkosten Deze bepaling regelt de wijze waarop de raadsleden kosten kunnen declareren. Wij stellen voor deze bepaling over te nemen met uitzondering van het bepaalde in lid 1, onder c De gemeente Halderberge kent geen gemeentelijke creditcards en heeft ook geen plannen om deze te gaan gebruiken. Dit onderdeel van de bepaling is overbodig en kan vervallen. Artikel 13 Intrekking oude verordening De huidige verordening wordt ingetrokken. Wij stellen voor deze bepaling over te nemen. Artikel 14 Inwerkingtreding Wij stellen voor de verordening terugwerkende kracht te geven tot 1januari 2019. Dat is de datum van inwerkingtreding van het Rechtspositiebesluit. Op deze wijze kunnen de leden van uw raad met terugwerkende kracht gebruik maken van de mogelijkheden die de verordening biedt. Artikel 15 Citeertitel Wij stellen voor deze bepaling over te nemen. Wij hebben de bepalingen uit de VNG modelverordening, met inachtneming van onze opmerkingen, verwerkt in een ontwerpverordening die wij ter vaststelling aanbieden aan uw raad. In de bijlagen treft u een overzicht aan van de verschillen tussen de oude en nieuwe verordening (bijlage 13).
Risico's Als uw raad de Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden gemeente Halderberge 2019 vaststelt zullen wij deze op de gebruikelijke wijze bekend maken via Overheid.nl. Voor de raadsleden wordt de nieuwe verordening opgenomen in de Informatiemap raadsleden. Deze is zowel op papier als digitaal beschikbaar. Financiële gevolgen Als uw raad besluit artikel 5 Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden uit de VNG-model verordening bedragen de kosten structureel 21 x € 990,55 = € 20.801,55 per jaar. De begroting 2019 biedt geen dekking voor deze kosten. Als uw raad niettemin besluit deze bepaling over te nemen kunnen de extra lasten worden meegenomen in de Najaarsnota 2019 en Begroting 2020. Duurzaamheid Niet van toepassing Burger-& overheidsparticipatie voorstel Dit leent zich niet voor burger- of overheidsparticipatie. Communicatie Als uw raad de Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden gemeente Halderberge 2019 vaststelt zullen wij deze op de gebruikelijke wijze bekend maken via Overheid.nl. Voor de raadsleden wordt de nieuwe verordening opgenomen in de Informatiemap raadsleden. Deze is zowel op papier als digitaal beschikbaar.
Vervolg Na vaststelling van de Verordening brengen wij de rechtspositie van u als raadsleden met terugwerkende kracht tot 1 januari 2019 in overeenstemming met het Rechtspositiebesluit, de Regeling en de circulaires.
10 1 15
Voorstel Wij stellen u voor: 1. de voorgestelde Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Halderberge vast te stellen; 2. de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Halderberge 2018, zoals vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 18 juni 2018, in te trekken.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge.
11/15
RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Halderberge; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 augustus 2019; gezien het amendement van mevrouw C.A. van Domburgh Leerves; -
gelet op: de artikelen 95 tot en met 99 van de Gemeentewet; hoofdstuk 3, afdelingen 3.2 en 3.3 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers; hoofdstuk 3 van de Regeling decentrale politieke ambtsdragers; Circulaire Introductie bij gemeenten van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers van 28 november 2018 met bijlagen; aanvulling op de Circulaire invoering rechtspositiebesluit 18-02-2019 -
-
-
-
-
BESLUIT: 1. de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Halderberge vast te stellen; 2. de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Halderberge 2018, zoals vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 18 juni 2018, in te trekken. Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Halderberge Artikel 1. Definitiebepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd; griffier: b. de griffier als bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet; c. raadslid: lid van de gemeenteraad. Artikel 2. (niet gebruikt) Artikel 3. Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie 1. Aan een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend van € 120,00 per maand. 2. Aan een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend van ten hoogste € 120,00 per maand.
13 115
Artikel 4. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente 1. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raads- of commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt. 2. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid of commissielid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed. 3. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 4. Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. 5. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed. Artikel 5. Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden 1.
Een raadslid wordt eenmaal per jaar een bedrag toegekend ter hoogte van het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden voor één maand, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, waarmee het raadslid voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, op grond van artikel X12 van de Kieswet. Artikel 6. (niet gebruikt) Artikel 7. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden. 1. Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie, als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3. De raad beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken. Artikel 8. (niet gebruikt) Artikel 9. Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden. 1.
Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld, als bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 2. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.
Artikel 10. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel. 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op
de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964. Artikel 11. (niet gebruikt) Artikel 12. Betaling en declaratie van onkosten. 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur of, b. betaling vooruit uit eigen middelen. 3. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. 4. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 2 maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier. 5.
Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen 2 maanden na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt. Artikel 13. Intrekking oude verordening De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Halderberge 2018, zoals vastgesteld in de raad in zijn vergadering van 18 juni 2018, wordt ingetrokken. Artikel 14. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking ervan en werkt terug tot en met 1januari 2019. Artikel 15. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Halderberge.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Halderberge op 24 oktober 2019,
de griffier,