bijlage 2 Reactie aan Rekenkamer door Werkgroep Raad april 2021.pdf
Tekst van het document
Rekenkamer West-Brabant Postbus 5000 4700 KA Roosendaal
T.a.v. Mevrouw L. Maas
Zaaknummer
218604
Behandeld door Chantal van den Heuvel
Onderwerp
Reactie college conceptrapportage
Telefoonnummer 140165
Uw kenmerk
-
Bijlage(n)
-
Oudenbosch, 9 april 2021
Geachte mevrouw Maas, geachte leden van de Rekenkamer, Op 23 december ontving onze griffie de rapportage “invoering van de Omgevingswet in de gemeente Halderberge”. Het seniorenconvent heeft besloten deze rapportage niet rechtstreeks te agenderen bij de raad, maar eerst in de raadswerkgroep Omgevingswet te bespreken. Wij bespraken dit op 3 maart jl. en hebben de rekenkamer verzocht om een extra processtap. Onze werkgroep wil graag reageren op de conclusies en aanbevelingen van de rapportage. Op 12 maart heeft u geantwoord dat de Rekenkamer in dit specifieke geval, de werkgroep zeker de gelegenheid wil geven om (schriftelijk) te reageren op de rapportage van het rekenkameronderzoek. De Rekenkamer zal hierop vervolgens een reactie geven. Zoals tijdens de intake met de Rekenkamer is aangegeven is voor de werkgroep nooit helder geworden wat de aanleiding was om de Rekenkamer deze opdracht te geven. Toen is ook aangegeven wat de opzet was van de werkgroep. Bij weten van de werkgroep is helder afgesproken dat de bedoeling is complementair aan elkaar te willen zijn om zo lering te trekken. Het was ons inziens dan ook logisch geweest als de rapportage ook meteen aan de werkgroep was voorgelegd of in ieder geval met de werkgroep besproken was door de Rekenkamer. Wij zullen eerst ingaan op de gemaakte conclusies. 1.
Er is sprake van rolvervaging van de raad als gevolg van het instellen van de werkgroep invoering Omgevingswet, waarin raadsleden zitting hebben. De werkgroep geconsulteerd Parklaan 15 – Postbus 5 – 4730 AA Oudenbosch – Tel: 140165 E-mail: gemeente@halderberge.nl – www.halderberge.nl Bankrekeningnummer: NL42 BNGH 028.50.74.547 – Kvk-nr: 20164480 1/3
op inhoud en voortgang. Daardoor komt de gemeenteraad op afstand te staan van het uitvoeringsproces en kan de raad zijn rol niet goed invullen. De werkgroep kan zich niet vinden in deze conclusie en herkent zich ook niet. De werkgroep heeft het veelomvattende onderwerp opgepakt, wordt beter geïnformeerd en betrokken bij het onderwerp. Dat betekent dat niet de gehele raad belast wordt naast vele andere onderwerpen. De raadsfracties worden geïnformeerd over het proces van de werkgroep via de fractieleden en via de terugkoppeling in de commissies. Het is logisch dat niet elk raadslid van elk onderwerp even goed op de hoogte is. Dat geldt ook bij andere onderwerpen. Maar elk raadslid is zeker wel in de gelegenheid geweest om zijn rol te pakken. Daarbij is het de bedoeling dat de werkgroep zich met name richt op het proces. Na elke vergadering wordt zowel de commissie Beheer&Ontwikkeling alsmede de commissies Samenleving, Middelen en veiligheid bijgepraat is de aansluitende commissievergaderingen. Dus bewust wording van zowel het fysieke als het sociale domein dat raakvlakken heeft met deze omgevingswet. 2. De aanpak van de invoering van de Omgevingswet in Halderberge is -van binnen naar buiten- in plaats van – van buiten naar binnen-. De omgevingswet heeft inderdaad als doel de inwoner aan de voorkant te zetten. Het is daarbij logisch dat dit proces intern is gestart.
De implementatie van werkprocessen, aanschaf software en doorgroeien in de nieuwe rol van de overheid zijn interne processen, waar de inwoners niet direct bij betrokken behoeven te worden. Door gebruik te maken van concrete initiatieven van inwoners en ondernemers, waarbij al sinds het vaststellen van de bestuurlijke koers in 2017 aandacht aan wordt geschonken wordt dit van buiten naar binnen gebracht. Daarbij is bij diverse raadsleden bekend dat de huidige werkwijze nog niet altijd strookt met de intentie van de omgevingswet. Door een raadsbrede werkgroep met daarin de organisatie en het college vertegenwoordigd komt dit probleem helder op tafel en kan vroegtijdig ook de inwoner betrokken. Indien dergelijke zaken in een raadscommissie besproken moet worden, wordt het eerder meer bestuurlijk en politiek en gaat de kracht van het aantal tellen in plaats van deskundigheid en belang van de inwoners en bedrijven. 3. De originele planning is niet gehaald en de huidige planning is voor de gemeenteraad onduidelijk. De gemeenteraad heeft geen initiatief genomen om dit te veranderen. De werkgroep is van mening dat de planning meerdere malen is gedeeld met de gemeenteraad. De werkgroep heeft zelf het initiatief genomen de raadsinformatiebrief vanuit de werkgroep te versturen in plaats van via het college. Ook over de vertraging van de invoering van de Omgevingswet is informatie gedeeld.
Het college heeft de raad voorgesteld een dynamische planning te maken, vanuit voortschrijdend inzicht. Gezien de procedure en telkens nieuwe aspecten en onderdelen van de omgevingswet is dit een logische keuze gebleken. De planning wordt regelmatig besproken in de werkgroep en gecommuniceerd, direct na een werkgroepvergadering met alle raadsleden waarbij men meteen vragen kan stellen aan de leden van de werkgroep danwel later aan hun eigen vertegenwoordiger uit de fractie die zitting heeft in de werkgroep. Wij gaan vervolgens in op de aanbevelingen. 1. Zorg dat de raad in stelling komt en laat de werkgroep in de functie van meedenker en adviseur in het uitvoeringsproces. Zoals bij de conclusies aangegeven vind de werkgroep niet dat de raad niet in staat is om in stelling te komen. De raad is juist beter in stelling gekomen doordat iedere fractie, vertegenwoordigd in de raadsbrede werkgroep, toeziet op een goed proces en kan de raad dus vroegtijdig informeren. Anders is het maar de vraag wie van de raadsleden zich hiertoe geroepen voelt en dus van een enkeling kan worden waardoor minder draagvlak gecreëerd
wordt. Of dat het een politiek/bestuurlijke discussie wordt. Nu is het een gezamenlijk proces geworden. 2. Werk vanaf nu van buiten naar binnen: ga zo snel mogelijk aan de slag met het participatietraject, zodat bewoners meedenken en initiatief tonen. Experimenteer met echte initiatieven van bewoners en bedrijven om zo ook ervaring op te doen met de nieuwe manier van werken. De werkgroep ziet dat het proces eerst intern is gestart en bij het opstellen van bijvoorbeeld een omgevingsvisie wordt gestart met een participatietraject. De raad moet nog een besluit nemen op welke wijze en op welk niveau bij welk onderdeel van de omgevingswet participatie wordt toegepast. Er is regelmatig aandacht voor het werken in de geest van de Omgevingswet bij initiatieven. Zowel de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie hebben hier continu aandacht voor. Maar het blijft nog wel lastig. Juist in de werkgroep is het daardoor makkelijker elkaar daarop te bevragen. Het wordt dan minder politiek. 3. Stel samen met de gemeenteraad een nieuwe planning vast De werkgroep ziet geen aanleiding om een nieuwe planning vast te stellen. De raadsplanning 2021 geeft voldoende inzicht in de geplande werkzaamheden en beslismomenten voor de raad. Regelmatig wordt de voortgang besproken en zo nodig bijgesteld. Dat wordt gedeeld met de raad.
Bovendien komen er ook beslismomenten over diverse zaken waarover de raad als geheel haar mening dient te geven. De werkgroep bewaakt het proces in deze. Wij vertrouwen er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, De voorzitter van de werkgroep invoering Omgevingswet
Drs. ing. G.H. Logt