Bijlage 2 Nota van zienswijzen en inspraakreacties .pdf
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en inspraakreacties Nr. Inspreker 1
Inhoud reactie 1. In Artikel 5 beschrijft u dat maatschappelijke binding bestaat uit het reeds wonen in de gemeente voor een onafgebroken periode van 6 jaar in de afgelopen 10 jaar. Ik vroeg me af. Zijn mensen die al 6 onafgebroken werken in de gemeente niet ook maatschappelijke gebonden? Er zijn wellicht ook mensen die al bijvoorbeeld 6 jaar onafgebroken werken in de gemeente en hier wel willen wonen. Ik stel daarom voor om maatschappelijke binding uit te breiden naar mensen die aantoonbaar werken in de gemeente.
Antwoord Naast voorrang voor woningzoekenden met maatschappelijke binding is het ook mogelijk voorrang te verlenen aan woningzoekenden met economische binding. In het voorafgaand schaarsteonderzoek, wat is uitgevoerd om woningschaarste aan te tonen, is alleen de maatschappelijke binding met de gemeente Halderberge onderzocht. Wanneer ook voor economische binding wordt gekozen is een aanvullende onderbouwing en motivering nodig.
2. Een veel gehoorde geluid in het hele woningnood debat is dat kleine huishoudens in grote woningen (blijven) wonen. Bijvoorbeeld ouderen die nog in een gezinswoning wonen. In een evaluatie van de regio Utrecht over hun huisvestingsverordening kwam dit punt naar voren. Ze hebben daarna een extra paragraaf aan de verordening toegevoegd.
Vanuit de huisvestingswet is het mogelijk om te sturen op de verdeling van woonruimten met betrekking tot de aard of de grootte van de woonruimte en daarmee passendheid van de woning ten op zichtte van de huishoudensgrootte. De inzet van dit instrument is niet meegenomen in het uitgevoerde schaarsteonderzoek wat de onderbouwing biedt voor de invoering van de voorrangsregeling voor huishoudens met maatschappelijke binding.
Wellicht is dat ook een optie voor Halderberge? Het gaat om een trapsgewijze voorrang en ook een doorschuifregeling.
In de evaluatie van de huisvestingsverordening eind 2025 wordt de mogelijkheid om voorrang te verlenen aan huishoudens met economische binding meegenomen.
De inzet van overige instrumenten uit de Huisvestingwet zoals de aard en grootte van de woonruimte, wordt meegenomen bij de evaluatie van de verordening eind 2025.
Zienswijze woningcorporatie Woonkwartier
1. Woonkwartier hecht grote waarde aan het recht op vrije vestiging uit de Huisvestingswet. Een lokale huisvestingsverordening vormt een beperking van deze vrijheid. Woonkwartier is geen voorstander van dergelijke stevig ingrijpen op de woningmarkt. Uitvoering aan de huisvestingsverordening wordt gegeven op een (voor alle partijen) werkbare wijze.
Het sturen op de verdeling van woonruimten op de woningmarkt door gemeenten is niet zondermeer mogelijk. Als een gemeente wil sturen met een huisvestingsverordening, moet de inzet van de sturingsinstrumenten onderbouwd worden aan de hand van de noodzaak, proportionaliteit en geschiktheid van het instrument om de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte te bestrijden. De gemeente heeft voor deze onderbouwing een schaarsteonderzoek laten uitvoeren. Het schaarsteonderzoek bevat de onderbouwing voor het instellen van de voorrangsregeling.
2. De voorrangsregeling betreft een generieke maatregel. Wij hebben voorkeur aan de inzet van een gerichte maatregel waarbij wordt gekeken naar wat nodig is per doelgroep, wijk en kern.
Het schaarsteonderzoek bevat de onderbouwing voor het instellen van de voorrangsregeling. Daarbij is onder andere gekeken naar huishoudenssamenstelling en inkomensgroepen van de inwoners en de woningvoorraad per kern. De voorrangsregeling is verschillend per kern en daardoor passend naar de kenmerken van de woningvoorraad per kern. Het betreft een gerichte voorrangsregeling voor dat gedeeld van de woningmarkt waar woningschaarste is.
3. Vanwege het tijdelijke karakter van de maatregel is beleid nodig om juist de schaarste tegen te gaan en het perspectief te bieden aan toekomstige huurders.
De voorrangsregeling heeft inderdaad een tijdelijk karakter. Bij de invoering van een huisvestingsverordening met voorrangsregeling moet de gemeente onderbouwen welke maatregelen er worden genomen om de schaarste aan betaalbare woningen in de gemeente op te lossen en welke bijdrage wordt geleverd op het gebied van de regionale woningbouwopgave. De gemeente stuurt op betaalbaarheid binnen nieuwbouwprojecten. In de regio WestBrabant West zijn woondeal-afspraken gemaakt die bepalen dat binnen nieuwbouwprojecten gestreefd wordt naar een aandeel van 30% aan sociale huurwoningen en totaal 2/3 deel betaalbare koopwoningen. Dit vraagt
ook de inzet van de woningcorporatie(s) om sociale huur toe te voegen aan de woningvoorraad, zodat er minder schaarste is aan dit type product. In de huidige woonvisie worden ook ambities uitgesproken over betaalbaarheid, de beschikbaarheid en bereikbaarheid van woningen voor starters en de opbouw van de woningvoorraad in de wijken en kernen. Bij een herijking van de woondeal, woonvisie of ander volkshuisvestingsbeleid worden de maatregelen die worden genomen om de sturen op de kwalitatieve woningbehoefte opgenomen. 4. De huidige maatwerkmaatregelen voor inwoners (zoals de huidige urgentieregeling die een vangnet biedt aan lokale, urgent woningzoekenden en de maatregelen om lokale doorstroming te bevorderen) geven gericht sturing op de lokale woningmarkt. We benutten graag de ruimte om woningaanbod met voorrang aan te bieden aan de woningzoekenden met een maatschappelijke binding. Daarmee zetten in elk geval een deel van de 50% ruimte in daar waar dat het meest effectief is.
De voorrangsregeling in de huisvestingsverordening biedt inderdaad ruimte om deze regeling te benutten voor de toewijzing van woonruimten aan urgentwoningzoekenden of de doelgroep die aanspraak kan doen op de doorstroom maatwerkmaatregel van de corporatie. De betreffende huurder dient dan te voldoende aan de voorwaarde op maatschappelijke binding met de gemeente. Voor een deel van deze doelgroepen zal dat het geval zijn. Voordat gedeelde kan de voorrangsregeling worden benut.
5. We vragen aandacht voor het toenemende aandeel van aandachts/voorrangsgroepen en de steeds beperkter beschikbare ruimte voor andere woningzoekenden op de woningmarkt. Wat ons betreft vallen toewijzingen aan woningzoekenden vanuit wettelijke of regionale taakstellingen (statushouders en uitstroom via regionale voorrangsregelingen) ook onder de 50%, gezien de (maatschappelijke) binding met en hun voorrangspositie op de woningmarkt in de gemeente Halderberge.
De doelgroepen die vallen onder de wettelijke of regionale taakstellingen voldoen niet allemaal aan de definitie van maatschappelijke binding. De voorrangsregeling uit de huisvestingsverordening geldt niet voor huisvesting van statushouders. Een statushouder heeft bij koppeling aan de gemeente nog niet 6 jaar in de gemeente Halderberge gewoond. Vanuit de regionale voorrangsregeling kan dit wel het geval zijn, als de huurder voldoet aan de vereiste op maatschappelijke binding.
Gedurende de looptijd van de huisvestingsverordening zullen wij gezamenlijk de effecten van de voorrangsregen monitoren en nemen daarbij de druk op de woningmarkt mee. Voor zowel de aandachtsgroepen als voor de regulier woningzoekenden met maatschappelijke binding aan de gemeente wensen wij tijdig passende woonruimte te kunnen vinden.