CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Jaarstukken BWB 2022 inclusief controleverklaring 2022.pdf

Gemeenteraad 22 juni 2023, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 16: Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB)18.284 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Jaarstukken 2022

44

€ 93.700 N

Programma Heffen Het programma Heffen is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2021

Begroting 2022 primair

Begroting 2022 na wijziging

Jaarrekening 2022

1.646.200

1.964.300

1.869.300

1.667.100

202.200

Inhuur personeel

285.400

-

-

319.400

-319.400

Kosten BAG

25.500

45.000

45.000

32.400

12.600

116.800

120.000

120.000

110.000

10.000

36.500

5.000

15.000

14.100

900

2.110.400

2.134.300

2.049.300

2.143.000

-93.700

Bijdrage heffen

-

-

-

-

-

Subtotaal baten

-

-

-

-

-

Resultaat Heffen

2.110.400

2.134.300

2.049.300

2.143.000

-93.700

Omschrijving Loonkosten huidig personeel

(Controle)kosten gegevensbeheer Griffie- en proceskosten Heffen Subtotaal lasten

Verschil

Toelichting Het onderdeel loonkosten en inhuur personeel laat binnen programma Heffen een nadeel zien van € 117.200. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld, omdat de begrotingscijfers per programma niet tussentijds zijn aangepast. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de verschillen worden bij de jaarstukken totaal toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten. De kosten BAG vallen € 12.600 voordeliger uit ten opzichte van de begroting. Dit komt doordat er in de begroting rekening is gehouden met kostenstijgingen in relatie tot een voorgenomen aanbesteding. Deze aanbesteding is uitgesteld naar 2023. De controlekosten gegevensbeheer vallen € 10.000 lager uit dan de verwachting bij de begroting. Dit komt met name door de lagere controlekosten van de toeristenbelasting en lagere kosten volgend uit het BRP-berichtenverkeer. De realisatie griffie- en proceskosten sluit netjes aan ten opzichte van de begroting. De forse daling ten opzichte van vorig jaar is te verklaren door het vervallen van de parkeerbezwaren.

Jaarstukken 2022

45

€ 103.600 N

Programma Invordering Het programma Invordering is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2021

Begroting 2022 primair

Begroting 2022 na wijziging

Jaarrekening 2022

1.721.300

1.844.600

1.844.600

1.768.900

75.700

Inhuur personeel

74.600

-

-

204.500

-204.500

Financiële invordering

131.800

130.000

135.000

163.600

-28.600

Dwanginvordering

18.500

64.000

59.000

27.200

31.800

Subtotaal lasten

1.946.200

2.038.600

2.038.600

2.164.200

-125.600

Bijdrage invordering

-

5.000

5.000

-

-5.000

Subtotaal baten

-

5.000

5.000

-

-5.000

1.946.200

2.033.600

2.033.600

2.164.200

-130.600

Omschrijving Loonkosten huidig personeel

Resultaat Invordering

Verschil

Toelichting Het onderdeel loonkosten en inhuur personeel laat binnen programma Invordering een nadeel zien van € 128.800. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld, omdat de begrotingscijfers per programma niet tussentijds zijn aangepast. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de verschillen worden bij de jaarstukken totaal toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten. De realisatie financiële invordering valt € 28.600 hoger uit dan de begroting. Dit komt deels door hogere bankkosten, maar met name door het wegwerken van een achterstand aan kwijtscheldingsverzoeken. Het voordeel op de post dwanginvordering van € 31.800 wordt hoofdzakelijk veroorzaakt, doordat de externe deurwaarderswerkzaamheden lager zijn uitgevallen dan waarvan werd uitgegaan bij het opstellen van de bestuursrapportage. Bovendien is de scanauto minimaal ingezet. De post bijdrage invordering valt € 5.000 nadelig uit doordat er geen niet te restitueren bedragen zijn ontvangen vanuit de belastingenadministratie.

Jaarstukken 2022

46

€ 1.163.400 V

Overhead

Het programma Overhead en financiering is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2021

Begroting 2022 primair

Begroting 2022 na wijziging

Jaarrekening 2022

2.921.300

3.061.700

3.001.700

2.541.800

459.900

Inhuur derden

365.300

550.000

1.300.000

564.700

735.300

Overige personele kosten

342.800

363.000

378.000

335.900

42.100

Bedrijfsvoering

147.500

218.000

213.000

188.100

24.900

Kantoorkosten

657.900

639.000

694.000

715.500

-21.500

1.638.200

1.916.000

1.758.000

1.788.500

-30.500

916.600

947.000

945.000

949.800

-4.800

Door te schuiven BTW

1.004.800

1.063.000

1.138.000

1.238.000

-100.000

Subtotaal lasten

7.994.400

8.757.700

9.427.700

8.322.300

1.105.400

Bijdrage loonkosten

81.100

60.000

60.000

93.100

33.100

Bijdrage garantiesalarissen

149.000

150.000

150.000

143.300

-6.700

Bijdrage print en portokosten

131.300

100.000

100.000

79.800

-20.200

Bijdrage overige goederen en diensten

107.000

10.000

10.000

61.800

51.800

Subtotaal baten

468.400

320.000

320.000

378.000

58.000

7.526.000

8.437.700

9.107.700

7.944.300

1.163.400

Omschrijving Personeel

Informatisering/automatisering Huisvesting

Resultaat Overhead

Verschil

Toelichting Personeelslasten De salariskosten en de inhuurkosten personeel zijn in de jaarrekening rechtstreeks verantwoord binnen de diverse programma’s waar ze betrekking op hebben. Voor een totaaloverzicht van de gerealiseerde personeelslasten (loonkosten inclusief inhuur) wordt hieronder een overall beeld gegeven, waarbij onderscheid is gemaakt tussen personeelslasten binnen de programma’s en als gevolg van overhead. Salariskosten van het personeel en inhuurkosten worden als geheel beoordeeld. In onderstaande tabel en in de toelichting worden ze daarom ook in samenhang gezien. Loonkosten

Woonwerkverkeer

Garantiesalarissen

Gratificaties en uitkeringen

Waarderen

2.860.900

39.700

97.300

Heffen

1.667.100

21.500

Invordering

1.768.900

Overhead

Personeelslasten

Inhuur

Totaal

12.700

1.097.700

4.108.300

3.500

8.600

319.400

2.020.100

20.800

15.700

-

204.500

2.009.900

2.247.100

25.000

26.800

23.100

564.700

2.886.700

Totale lasten

8.544.000

107.000

143.300

44.400

2.186.300

11.025.000

Geraamde lasten

9.866.900

110.000

150.000

50.000

1.300.000

11.476.900

Verschil

1.322.900

3.000

6.700

5.600

-886.300

451.900

Jaarstukken 2022

47

In de reguliere exploitatie resteert een voordeel van € 451.900 op de totale personeelslasten. Dit bestaat voor een deel uit een onderschrijding van € 15.300 op de posten woon-werkverkeer, thuiswerk-vergoeding, garantiesalarissen en gratificaties. Het voordeel ten behoeve van de salarissen en inhuur komt neer op € 436.600. Deze onderschrijding heeft meerdere oorzaken, welke hieronder worden toegelicht.

1. Niet ingevulde formatieruimte (231.300 V) Begrotingstechnisch wordt ervan uitgegaan dat de volledige formatie wordt opgevuld met personeel in dienst of ingehuurd personeel. Door de vele (plotselinge) wisselingen in personeel zijn er diverse formatieplekken (lange tijd) niet opgevuld, waardoor de kosten niet zijn gerealiseerd. Deze niet opgevulde formatieplekken bevinden zich vooral bij het programma overhead onder de teams ondersteuning en directie. Het niet invullen van deze formatieplekken is het gevolg van een krappe arbeidsmarkt. Het is zeer moeilijk personeel of inhuur te werven.

2. Inhuurbudget (205.300 V) In de 1e bestuursrapportage is het inhuurbudget verhoogd van € 550.000 naar € 1.300.000. De onderliggende oorzaak van deze verhoging was het gevolg van een krappe arbeidsmarkt, tariefverschillen tussen personele lasten en inhuur en het hoge ziekteverzuim. De realisatie valt uiteindelijk € 205.300 lager uit door het niet opvullen van inhuur. Inhuuropdrachten staan langer open binnen het Dynamisch Aankoop Systeem of het is zelfs niet mogelijk om een inhuurkracht te plaatsen op de gewenste uitvraag. Hierdoor vallen de uiteindelijke kosten lager uit dan begroot. Tevens zie we dat beroepszaken later (vanaf 2023) worden afgehandeld dan waarmee rekening is gehouden in de begroting.

Overige personele kosten (42.100 V) Deze post bestaat uit de volgende afwijkingen: Uitstroomkosten personeel

€

31.700 V

Vorming en opleiding

€

11.200 V

Overige personeelskosten

€

800 N

De uitstroomkosten zijn in 2022 lager uitgevallen door het minder uitbetalen van transitie-, beëindigingsvergoeding en WW-uitkeringen ten opzichte van de afgelopen jaren. De kosten vorming en opleiding valt lager uit doordat er in 2022 weinig gebruik gemaakt is van dit budget. Dit gaat samen met de moeizame werving van personeel, dat opgeleid moet worden.

Bedrijfsvoering (24.900 V) De lagere kosten bedrijfsvoering worden met name veroorzaakt door een verminderde inzet ten behoeve van de salarisadministratie. De salarisadministratie is deels uitbesteed, door een lagere ureninzet zijn de kosten lager uitgevallen.

Jaarstukken 2022

48

Kantoorkosten (21.500 N) De hogere kantoorkosten zijn met name het gevolg van de inkoop van briefpapier en enveloppen. Daarnaast zijn de print- en portokosten ook hoger uitgevallen. Dit komt met name door tarieven van de spoedverzendingen.

Informatisering/automatisering (30.500 N) Deze post bestaat uit de volgende afwijkingen: Afschrijving (desinvesteringen)

€

44.900 N

Consultancykosten

€

64.400 N

Onderhoud, beheer en beveiliging apparatuur/progr.

€

43.900 V

Licenties apparatuur en programmatuur

€

25.700 V

Overige automatiseringskosten

€

9.200 V

Er is dit jaar flink geïnvesteerd in verbeteringen in de diverse systemen. Zo zijn er consultants ingezet voor het opleveren van extra rapportages binnen het managementinformatiesysteem. Daarnaast is er geld ingezet om de belastingapplicatie op verschillende onderdelen verder te ontwikkelen. De onderhouds- en licentiekosten zijn lager uitgevallen als gevolg van een langer doorlopende malusregeling en het lagere verbruik van werkplekaccounts.

Huisvesting (4.800 N) De huisvestingskosten zijn iets hoger uitgevallen dan begroot. Dit komt met name door het gebouwenbeheer. Aan de andere kant zijn de kosten van energie- en waterverbruik gedaald.

Door te schuiven BTW (100.000 N) De door de BWB te betalen, c.q. te ontvangen BTW, welke niet kan worden verhaald bij de Belastingdienst, wordt afzonderlijk in de administratie in beeld gebracht. Deze niet te verhalen BTW wordt doorgeschoven naar de deelnemers, met uitzondering van het Waterschap. De gemeentelijke deelnemers dienen deze component in bij het BTW Compensatiefonds. Dit betekent dat de meerkosten van € 100.000 ook teruggevraagd kunnen worden bij het BTW Compensatiefonds. Deze hoger uitgevallen kosten worden hoofdzakelijk veroorzaakt door inhuur.

Baten overhead (58.000 V) De baten uit loonkosten vallen € 33.100 voordelig uit, doordat er meer geld van het UWV is ontvangen dan verwacht. Ook de overige bijdragen voor goederen en diensten valt € 51.800 hoger uit dan ingeschat door de uitvoeringsbijdrage voor de kinderopvangtoeslagaffaire, de fee vanuit het Dynamisch Aankoop Systeem voor inhuur en door het verhuur van enkele parkeerplaatsen. Op de onderdelen garantiesalarissen (€ 6.700) en print- en portobijdragen (€ 20.200) zijn de baten lager uitgevallen. Deze laatste is het gevolg van de dalende kosten MijnOverheid en DigiD, welke worden doorbelast aan het Ministerie en het Waterschap.

Jaarstukken 2022

49

€ 22.100 V

Treasury

De post treasury is te specificeren in de volgende onderdelen: Jaarrekening 2021

Begroting 2022 primair

Begroting 2022 na wijziging

Jaarrekening 2022

Rentelasten

10.900

9.000

9.000

8.100

900

Subtotaal lasten

10.900

9.000

9.000

8.100

900

Renteopbrengsten

-

-

-

21.200

21.200

Subtotaal baten

-

-

-

21.200

21.200

10.900

9.000

9.000

-13.100

22.100

Omschrijving

Resultaat Treasury

Verschil

De rentelasten bestaat voornamelijk uit de rente die betaald wordt volgend uit de afgesloten langlopende geldlening.

De renteopbrengsten zijn ontstaan door het stijgen van de rente op de banksaldo’s. Hierdoor zijn onverwacht inkomsten geworven op het bankrekeningsaldo van de rekening-courantrekening van het Rijk.

€ 75.000 V

Onvoorzien Jaarrekening 2021

Begroting 2022 primair

Begroting 2022 na wijziging

Jaarrekening 2022

Onvoorzien

-

75.000

75.000

-

75.000

Resultaat Onvoorzien

-

75.000

75.000

-

75.000

Omschrijving

Verschil

Toelichting Er is dit jaar geen sprake van een onvoorziene kostenpost. Enkele kosten die vooraf niet waren ingeschat worden opgevangen binnen de betreffende budgetten.

Jaarstukken 2022

50

€0

Bijdrage deelnemers Jaarrekening 2021

Begroting 2022 primair

Begroting 2022 na wijziging

Jaarrekening 2022

Bijdrage deelnemers

17.006.300

16.975.900

18.125.900

18.125.900

-

Resultaat Deelnemers bijdrage

17.006.300

16.975.900

18.125.900

18.125.900

-

Omschrijving

Verschil

Toelichting Het rekeningresultaat over 2022 valt € 436.400 lager uit dan geraamd na de 2e begrotingswijziging. Op pagina 5 is op hoofdlijnen een toelichting gegeven van dit positieve resultaat. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. Conform de Gemeenschappelijke Regeling BWB wordt het rekeningresultaat verrekend met de deelnemers op grond van de vastgestelde berekeningswijze. Deze berekeningswijze is per 2021 in overeenstemming met de deelnemers herzien. Na vaststelling van de jaarstukken 2022 door het algemeen bestuur zal conform artikel 33, lid 1 van de GR verrekening van de definitieve deelnemersbijdrage plaatsvinden op basis van nacalculatie.

In de volgende tabel is de berekening van de bijdrage op basis van nacalculatie weergegeven. In kolom 1 staat de werkelijke bijdrage van de jaarrekening 2021. In kolom 2 is de begrote bijdrage volgens de 2e bestuursrapportage van 2022 weergegeven. De bijdrage van 2022 op nacalculatorische basis is weergegeven in kolom 3 van de tabel. In deze bedragen is er nog geen rekening gehouden met de overgangsregeling.

Omschrijving

Jaarrekening 2021 nacalc.

Bijdrage begroot 2022 na wijziging

Bijdrage nacalc. 2022

Bergen op Zoom

1.544.800

1.722.600

1.612.900

Breda

3.996.400

4.077.700

3.965.700

Dongen

479.900

521.800

507.400

Etten-Leur

855.100

1.004.200

968.700

Halderberge

612.300

668.200

636.900

Moerdijk

912.500

999.400

940.200

Oosterhout

1.208.600

1.266.800

1.216.900

Roosendaal

1.646.900

1.806.700

1.731.200

Rucphen

409.900

435.400

436.300

Woensdrecht

511.600

498.600

492.800

Zundert

506.300

638.100

641.200

Brabantse Delta

4.253.600

4.486.400

4.539.300

Totaal

16.937.900

18.125.900

17.689.500

In de volgende tabel wordt weergegeven wat de ontvangen bijdrage is inclusief overgangsregeling en wat de nacalculatorische bijdrage is inclusief overgangsregeling. Hieruit volgt een te verrekenen bedrag wat overeenkomt met het resultaat. Deze wordt terugbetaald en/of geïnd bij de betreffende deelnemer.

Jaarstukken 2022

51

Ontvangen bijdrage 2022*

Bijdrage nacalc. 2022

Overgangsregeling

Bijdrage met overgangsreg.

Te verrekenen

Bergen op Zoom

1.711.500

1.612.900

-27.200

1.585.700

-125.800

Breda

3.900.500

3.965.700

-130.900

3.834.800

-65.700

Dongen

522.000

507.400

8.500

515.900

-6.100

Etten-Leur

992.100

968.700

17.300

986.000

-6.100

Halderberge

673.900

636.900

7.500

644.400

-29.500

Moerdijk

1.013.200

940.200

4.400

944.600

-68.600

Oosterhout

1.285.100

1.216.900

13.300

1.230.200

-54.900

Roosendaal

1.844.300

1.731.200

10.200

1.741.400

-102.900

Rucphen

466.300

436.300

22.400

458.700

-7.600

Woensdrecht

510.100

492.800

-1.400

491.400

-18.700

Zundert

638.100

641.200

-2.000

639.200

1.100

Brabantse Delta

4.568.800

4.539.300

77.900

4.617.200

48.400

Totaal

18.125.900

17.689.500

-

17.689.500

-436.400

Omschrijving

*Dit bedrag komt overeen met de bijdrage zoals gesteld in de 1 e bestuursrapportage 2022.

De deelnemersbijdrage op nacalculatorische basis komt € 436.400 lager uit als gevolg van het rekeningresultaat over 2022. In onderstaande tabel wordt naast de bruto deelnemersbijdrage ook de btw-component afzonderlijk in beeld gebracht. Ook in deze tabel is rekening gehouden met de overgangsregeling.

Bijdrage begroot na wijziging 2022 Omschrijving

Bijdrage incl. BTW

Bijdrage nacalculatie 2022 Bijdrage incl.

Comp. BTW

BTW

Comp. BTW

Bergen op Zoom

1.695.400

108.200

1.585.700

112.900

Breda

3.946.800

256.000

3.834.800

277.500

Dongen

530.300

32.800

515.900

35.500

Etten-Leur

1.021.500

63.000

986.000

67.800

Halderberge

675.700

42.000

644.400

44.600

Moerdijk

1.003.800

62.700

944.600

65.800

Oosterhout

1.280.100

79.500

1.230.200

85.200

Roosendaal

1.816.900

113.400

1.741.400

121.200

Rucphen

457.800

27.300

458.700

30.500

Woensdrecht

497.200

31.300

491.400

34.500

Zundert

636.100

40.100

639.200

44.900

Brabantse Delta

4.564.300

-

4.617.200

-

Totaal

18.125.900

856.300

17.689.500

920.400

Jaarstukken 2022

52

Het positieve jaarrekeningresultaat resulteert veelal in een teruggave voor de deelnemers, met uitzondering van het Waterschap welke moet bijbetalen. Onderstaand een toelichting op de bijdragen. Hieronder is weergegeven wat de wijziging is ten opzichte van de 2e bestuursrapportage 2022. Zoals gesteld ontvangen alle gemeenten een teruggave van de bijdrage. Het Waterschap moet bijbetalen.

Bergen op Zoom

6,4%

Oosterhout

3,9%

Breda

2,7%

Roosendaal

4,2%

Dongen

2,8%

Rucphen

-0,2%

Etten-Leur

3,5%

Woensdrecht

1,2%

Halderberge

4,7%

Zundert

-0,5%

Moerdijk

5,9%

Brabantse Delta

-1,2%

De extra bijdrage van de Brabantse Delta van € 52.900 is het gevolg van de werkzaamheden in de zuiveringsheffing. Zoals ook in de belastingverantwoording is getoond is er hard gewerkt om de achterstand in de zuiveringsheffing in te lopen. Hierdoor is de productie toegenomen van 20.033 aanslagregels primair begroot naar 29.606 aanslagregels. Om deze productie te realiseren heeft er ook een hoger inzet van personeel plaats gevonden. Deze kosten worden doorbelast aan het Waterschap, met als gevolg een stijging van de bijdrage.

De onderlinge afwijkingen tussen gemeente van -0,5% tot en met 6,4% zijn met name het gevolg van een verschuiving in de werkzaamheden binnen het programma Invordering. Zo is er veel meer werk gestoken in de financiële invordering en minder in de dwanginvordering. Aangezien beide producten belast worden via twee verschillende verdeelsleutels is de doorbelasting verschoven tussen de deelnemers onderling. Daarnaast is de productie dwangbevelen flink hoger uitgevallen. Zo waren er 16.500 dwangbevelen begroot in de 2e bestuursrapportage en vond er een werkelijke productie plaats van 21.763 dwangbevelen. De afwijkingen tussen deelnemers onderling was echter verschillend. Op de volgende pagina is een overzicht getoond van de productie dwangbevelen per deelnemer.

Jaarstukken 2022

53

Begroting na

Realisatie

Gemeente

wijziging 2022*

productie 2022*

Verschil

Verschil %

Bergen op Zoom

930

1.012

82

9%

Breda

2.500

3.029

529

21%

Dongen

190

231

41

22%

Etten-Leur

380

456

76

20%

Halderberge

340

351

11

3%

Moerdijk

340

450

110

32%

Oosterhout

550

694

144

26%

Roosendaal

1.280

1.510

230

18%

Rucphen

90

202

112

124%

Woensdrecht

190

269

79

42%

Zundert

160

198

38

24%

Brabantse Delta

9.550

13.361

3.811

40%

Totaal

16.500

21.763

5.263

32%

*Dit zijn de begrote aantallen dwangbevelen per deelnemer.

Jaarstukken 2022

54

Incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten

Begroot

Realisatie

Verschil

Kinderopvangtoeslagaffaire (KOTA)

-

31.600

31.600

Bijdrage afwikkeling

-

31.600

31.600

Kosten afwikkeling

-

-

-

Totalen incidentele baten en lasten

-

31.600

31.600

Zie voor de verdere specificatie: Verantwoording gederfde inkomsten en uitvoeringskosten kinderopvang-toeslagaffaire.

Mutaties reserves Er hebben geen mutaties in reserves plaatsgevonden.

Jaarstukken 2022

55

3. WET NORMERING TOPINKOMENS (WNT) Beloningen van bestuurders en overige topfunctionarissen in de (semi) publieke sector dienen wettelijk genormeerd, respectievelijk gemaximeerd te worden. Dit heeft geresulteerd in de wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). De WNT voorziet in een democratisch gelegitimeerd instrument waarmee normen en verplichtingen kunnen worden opgelegd voor de bezoldiging van bestuurders en andere topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. Het bezoldigingsmaximum voor 2022 is bepaald op een bedrag van € 216.000 op jaarbasis. In 2022 hebben geen bezoldigingen boven deze norm plaatsgevonden. In onderstaand overzicht zijn de topfunctionarissen op naam van persoon opgenomen.

Jaarstukken 2022

56

1a.

Leidinggevende

topfunctionarissen

met

dienstbetrekking

en

leidinggevende

e

topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13 maand van de functievervulling Gegevens 2022 Bedragen x € 1

Dhr. P. Stoffelen

Functiegegevens

Directeur 01/01 – 31/12

Aanvang en einde functievervulling in 2022 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,0

Dienstbetrekking?

Ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

108.537

Beloningen betaalbaar op termijn

27.774

Subtotaal

136.311

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

216.000

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

N.v.t.

Bezoldiging

136.311

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

Gegevens 2021 Bedragen x € 1

Dhr. P. Stoffelen

Functiegegevens

Directeur 01/01 – 31/12

Aanvang en einde functievervulling in 2020 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,0

Dienstbetrekking?

Ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

103.995

Beloningen betaalbaar op termijn

27.941

Bezoldiging

131.896

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

209.000

Bezoldiging

131.896

Jaarstukken 2022

57

1b.

Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder Gegevens 2022 Naam topfunctionaris

Dhr. Th.J.J.M. Schots

Functie

Mutatie

Voorzitter DB - AB

Mevr. G.C. Bos

DB – AB

Geëindigd per 12-01-2022

Mevr. C.E.A.H. Kranenborg- van Eerd

DB – AB

Nieuw per 12-01-2022

Dhr. J. de Beer

DB – AB

Geëindigd per 08-04-2022

Dhr. R.C.A.L. Bogers

DB – AB

Nieuw per 08-04-2022

Dhr. C.J.A. van Dorst

DB – AB

Mevr. P.T.C. Koenders

AB

Geëindigd per 08-04-2022

Dhr. J.A.A. Pals

AB

Nieuw per 08-04-2022

Dhr. I.C.H. Jansen

AB

Dhr. G.J.A.M. de Weert

AB

Dhr. J.H.A. Mollen

AB

Geëindigd per 08-04-2022

Dhr. J.G.A. Kouters

AB

Nieuw per 08-04-2022

Dhr. M.P.C. Willemsen

AB

Geëindigd per 08-04-2022

Dhr. D.F.J. Melsen

AB

Nieuw per 08-04-2022

Dhr. T. Theunis

AB

Geëindigd per 08-04-2022

Mevr. E.G.A. van der Star-Deijkers

AB

Nieuw per 08-04-2022

Dhr. M.J.A.J. Lazeroms

AB

Dhr. H.S. Kielman

AB

Geëindigd per 08-04-2022

Dhr. J.M.A. van Agtmaal

AB

Nieuw per 08-04-2022

2.

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hiervoor vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2022 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen. Er zijn in 2022 geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere jaren op grond van de WNT vermeld zijn of hadden moeten worden.

Sinds 2018 is de zogenaamde anticumulatiebepaling in werking getreden. Dit houdt in dat, indien een leidinggevende topfunctionaris bij meerdere WNT-instellingen een leidinggevende topfunctie vervult, de instelling in de WNT-verantwoording vermeldt welke topfunctionaris en welke WNT-instellingen het betreft. Voor de BWB is geen sprake van een leidinggevende topfunctionaris die bij meerdere WNTinstellingen een leidinggevende topfunctie vervult.

Jaarstukken 2022

58

4. BALANS PER 31 DECEMBER 2022 ACTIVA

Balans per 31-12-2022

Balans per 31-12-2021

VASTE ACTIVA 6.1 Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut

1.178.200 1.178.200

Totaal vaste activa

1.494.400 1.494.400

1.178.200

1.494.400

5.265.800

4.499.300

VLOTTENDE ACTIVA 6.2 Uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Rekening-courantverhouding met het Rijk

106.800

100.600

5.159.000

4.398.700

6.3 Liquide middelen

3.100

3.400

Kassaldi

1.100

1.200

Banksaldi

2.000

2.200

6.4 Overlopende activa

314.300

Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

314.300

227.300

227.300

Totaal vlottende activa

5.583.200

4.730.000

TOTAAL ACTIVA

6.761.400

6.224.400

-

-

Recht op verliescompensatie krachtens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Jaarstukken 2022

59

PASSIVA

Balans per 31-12-2022

Balans per 31-12-2021

VASTE PASSIVA 6.5 Eigen vermogen

436.400

Gerealiseerde resultaat

436.400

6.6 Voorzieningen

155.400 155.400

424.000

Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's

424.000

6.7 Vaste schulden looptijd langer dan één jaar

900.500 900.500

900.000

Onderhandse leningen van binnenlandse banken

900.000

Totaal vaste passiva

1.050.000 1.050.000

1.760.400

2.105.900

3.289.400

3.498.100

VLOTTENDE PASSIVA 6.8 Netto-vlottende schulden korter dan één jaar Overige schulden Banksaldi

790.100

686.100

2.499.300

2.812.000

6.9 Overlopende passiva Overige nog te betalen en de vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen

1.711.600

1.711.600

620.400

620.400

Totaal vlottende passiva

5.001.000

4.118.500

TOTAAL PASSIVA

6.761.400

6.224.400

Jaarstukken 2022

60

5. WAARDERING GRONDSLAGEN JAARREKENING De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld.

De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De materiele vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend volgens de lineaire afschrijvingsmethode. Er wordt afgeschreven vanaf het boekjaar, na het boekjaar van ingebruikneming, met uitzondering van materiele vaste activa die deel uitmaken van een groter geheel. Voor deze activa wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming. Afschrijvingen vinden plaats conform het gestelde in de ‘Nota Waarderen en Afschrijven’ zoals deze door het Algemeen Bestuur is vastgesteld in de vergadering van 21 oktober 2022.

De waardering van de overige activa en passiva geschiedt in het algemeen tegen nominale waarden. Wanneer hiervan wordt afgeweken, is dit in de toelichting bij de desbetreffende post vermeld.

De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.

Voorziening Waardebezwaren Bij de jaarrekening 2021 is een voorziening getroffen voor de achterstanden op waardebezwaren. Deze voorziening heeft een incidenteel karakter met kosten die zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar. De voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren, (artikel 44 lid 1c.) dan wel dat de omvang van de verplichtingen en verliezen per balansdatum onzeker zijn doch redelijk zijn in te schatten (Artikel 44 lid 1a.). Het restant van de voorziening is vrijgevallen ten gunste van de post dwangsommen waarderen. Dit is toegelicht in paragraaf 6.8.

Voorziening materiële kosten (griffie en proceskosten waarderen) Bij de jaarrekening 2022 is een voorziening getroffen voor de proceskosten die voortvloeien uit de afhandeling van de openstaande bezwaren en beroepen ultimo 2022. Op grond van het BBV moet een voorziening worden getroffen voor verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten. Dit is een structurele voorziening die jaarlijks wordt geactualiseerd. De opbouw 2022 is toegelicht in paragraaf 6.6.Voorziening vakantiedagen

Jaarstukken 2022

61

In de jaarrekening 2020 is een voorziening vakantiedagen opgenomen voor de incidenteel extra gewerkte uren in verband met corona en de invoering van Gouw door de eigen medewerkers. Deze voorziening heeft een incidenteel en derhalve geen gelijkmatig karakter, waardoor het verbod dat voorzieningen niet worden gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume (artikel 44 lid 3 BBV) niet van toepassing is op deze voorziening. Voor de reguliere opgebouwde vakantiedagen met een vergelijkbaar volume is geen voorziening opgenomen.

Corona De gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling van de jaarrekening 2022 zijn gebaseerd op de continuïteitsveronderstelling van de gemeenschappelijke regeling. Het virus was in 2022 nog steeds aanwezig. Er zijn vier scenario’s voor de ontwikkeling van Corona ontwikkeld (variërend van een verkoudheidsscenario tot een ‘worst-case scenario’ waarbij het virus zich muteert tot een besmettelijkere en ernstige variant).

In 2022 is de BWB in de bedrijfsvoering niet wezenlijk gehinderd door Corona. De jaarrekening is dan ook opgemaakt uitgaande van de veronderstelling van continuïteit van de gemeenschappelijke regeling.

De invloed van het aflopen van corona-gerelateerde steunmaatregelen op het betalingsgedrag is nog niet direct waarneembaar. Dit heeft geen invloed op de jaarrekening van de BWB maar wordt gemonitord ten behoeve van de deelnemers.

Jaarstukken 2022

62

6. TOELICHTING OP DE BALANS PER 31 DECEMBER 2022 ACTIVA

€ 1.178.200

6.1 Materiële vaste activa

In onderstaande tabel wordt het verloop van de materiële vaste activa over 2022 weergegeven. Boekwaarde 01-01-2022

Omschrijving Bedrijfsgebouwen

Desinvestering

Investering

Afschrijvingen

Boekwaarde 31-12-2022

179.900

-

-

26.600

153.300

Overige materiële vaste activa

1.314.500

25.000

48.500

266.100

1.024.900

Totaal materiële vaste activa

1.494.400

25.000

48.500

292.700

1.178.200

De post bedrifjsgebouwen heeft betrekking op aanpassingen in het bedrijfsgebouw. De post overige materiële vaste activa bestaat uit inventaris en automatisering. De investering in de overige materiële vaste

activa

bestaat

hoofdzakelijk

uit

de

kosten

voor

de

implementatie

van

de

softwarebelastingapplicatie en de RPA-tool. De afschrijving bestaat uit een lineaire afschrijving tussen de 5 en 10 jaar.

€ 5.265.800

6.2 Uitzettingen korter dan één jaar

De in de balans opgenomen post uitzettingen korter dan een jaar per eind 2022 heeft betrekking op: •

Vorderingen op openbare lichamen

•

Rekening-courantverhouding met het Rijk

106.800 5.159.000

De afwikkeling van de vorderingen op openbare lichamen naar de toestand per 1 maart 2023 geeft het volgende beeld: Vorderingen 01-01-2022

Vorderingen 31-12-2022

Ontvangsten in 2023

Vorderingen 01-03-2023

Vorderingen op openbare lichamen

100.600

106.800

71.900

34.900

Totaal uitzettingen korter dan één jaar

100.600

106.800

71.900

34.900

Omschrijving

De in de balans opgenomen vorderingen op openbare lichamen zijn uit te splitsen in: •

Bijdrage van DigiD, MijnOverheid en bijsluiters

87.400

•

Renteopbrengsten Ministerie van Financiën

19.400

Binnen de administratie is een specificatie aanwezig van het bedrag van € 106.800 aan openstaande vorderingen per 31 december 2022.

Jaarstukken 2022

63

Schatkistbankieren •

5.159.000

Saldo rekening-courantverhouding met het Rijk

Vanuit de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden zijn regels vastgesteld voor de uitvoering van het verplicht schatkistbankieren voor de decentrale overheden. Het bedrag boven de drempel van 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal of alles boven € 1.000.000 dient gestort te worden bij het Rijk als zijnde een rekeningcourant verhouding.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren Met betrekking tot alle liquide middelen dient alles boven het drempelbedrag gestort te worden in de schatkist. In 2022 hebben geen overschrijdingen van het drempelbedrag plaats gevonden.

Berekening benutting drempelbedrag schatkist bankieren, verslagjaar 2022 (x € 1.000) Berekening drempelbedrag a. Begrotingstotaal verslagjaar

17.301

b. Deel van begrotingstotaal onder € 500 miljoen

17.301

c. Drempel is 0,75% van begrotingstotaal onder sub b

-

1. Drempelbedrag (Minimaal: € 1.000.000)

1.000

Berekening kwartaalcijfers buiten ‘s Rijksschatkist

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

5.561

1.366

711

1.380

e. Dagen in het kwartaal

90

91

92

92

2. Kwartaalcijfers op dag basis buiten schatkist)

62

15

8

15

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

1.000

1.000

1.000

1.000

2. Kwartaalcijfers op dag basis buiten ‘s Rijk schatkist

62

15

8

15

3. Ruimte onder het drempelbedrag

938

985

992

985

-

-

-

-

d. Som van de per dag buiten ’s Rijksschatkist aangehouden middelen (negatief tellen nihil)

Berekening benutting drempelbedrag schatkist bankieren 1. Drempelbedrag voor BWB

4. Overschrijding van het drempelbedrag

€ 3.100

6.3 Liquide middelen

De in de balans opgenomen post liquide middelen per eind 2022 is als volgt te specificeren. •

Kassaldo bedrijfsvoering

1.100

•

Saldo bankrekening ING

2.000

Jaarstukken 2022

64

€ 314.300

6.4 Overlopende activa

De in de balans opgenomen post overlopende activa per eind 2022 is als volgt te specificeren: •

Nog te ontvangen bedragen

59.600

•

Vooruitbetaalde bedragen

254.700

Nog te ontvangen bedragen De post nog te ontvangen bedragen per eind 2022 is als volgt te specificeren: •

Uitvoeringsbijdrage KOTA 2022

31.600

•

Naverrekening transactiekosten BNG 2022

25.000

•

Overige bijdrage

3.000

Vooruitbetaalde bedragen De post vooruitbetaalde bedragen per eind 2022 is als volgt te specificeren: •

Huur kantoorgebouw 1e kwartaal 2023

186.300

•

Programma Heffen

25.800

•

Programma Waarderen

21.200

•

Bedrijfsvoering

10.600

•

Kantoorkosten

7.500

•

Programma Invordering

1.800

•

Automatisering

1.300

•

Borgsom scanbus

200

Jaarstukken 2022

65

PASSIVA

€ 436.400

6.5 Eigen vermogen

De in de balans opgenomen post eigen vermogen per eind 2022 is als volgt te specificeren: •

436.400

Gerealiseerd rekeningresultaat

Rekeningresultaat 2022 Artikel 42 van het Besluit Begroting en Verantwoording bepaalt dat het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Het Algemeen Bestuur beslist over de afhandeling van dit resultaat. De jaarrekening 2022 sluit met een positief resultaat van € 744.200. In de toelichting baten en lasten 2022 wordt weergegeven hoe dit positieve resultaat tot stand is gekomen.

€ 424.000

6.6 Voorzieningen

De in de balans opgenomen post voorzieningen per eind 2022 zijn als volgt te specificeren: •

Voorziening personele kosten (verlofuren)

•

Voorziening materiële kosten (waardebezwaren 2021)

•

Voorziening materiële kosten (griffie en proceskosten

116.200 307.800

waarderen) Voorziening personeel Het verloop van deze voorzieningen in 2022 geeft het volgende beeld:

Voorziening

Voorziening verlofuren

Voorziening waardebezwaren 2021

Voorziening griffie en proceskosten waarderen

Totaal voorziening

137.500

763.000

-

900.500

-

-

307.800

307.800

21.300

751.300

-

772.600

-

11.700

-

11.700

116.200

-

307.800

424.000

Boekwaarde 01-01-2022 Toevoegingen Aanwending Ten gunste baten en lasten vrijgevallen Boekwaarde 31-12-2022

Voorziening verlof Als gevolg van de hoge werkdruk gedurende de invoering van Gouw en de Coronapandemie zijn door de eigen medewerkers extra uren gemaakt. In 2022 betreft het een saldo van 2.700 extra uren ten opzichte van het gemiddelde over de afgelopen vijf jaar. In dat kader is voor deze verlofuren een – wettelijke verplichtte - voorziening gevormd.

Jaarstukken 2022

66

Voorziening waardebezwaren Door de grote toename van het aantal waardebezwaren 2021 en het moeilijk vinden van personeel met specifieke kennis, ontstond er een grote achterstand ten behoeve van de waardebezwaren. Om deze achterstand weg te werken is er een voorziening gevormd van € 763.00. De voorziening is als volgt opgebouwd: -

Inzet inhuur personeel wegwerken waardebezwaren € 440.000,

-

Nog komende proceskosten € 94.000

-

Risico op ingebrekestellingen € 229.000.

Uiteindelijk is er met behulp van de hogere inzet van personeel en inhuur het risico op ingebrekestellingen afgewend. De nog te verwachten proceskosten vielen

hoger uit dan verwacht,

waardoor de totale kostenpost neerkomt op € 751.300. Het restant van de voorziening is vrijgevallen ten gunste van de post dwangsommen waarderen.

Voorziening griffie en proceskosten waarderen Voor de proceskosten die voortvloeien uit de afhandeling van de openstaande bezwaren en beroepen ultimo 2022 is een voorziening gevormd van € 308.000.

Deze is als volgt opgebouwd: -

Verplichting 816 openstaande bezwaren per 31/12/22 € 51.961,-

-

Verplichting 331 openstaande beroepen per 31/12/22 € 255.841

Deze voorziening wordt jaarlijks aangepast.

€ 900.000

6.7 Vaste schulden langer dan één jaar Omschrijving

Boekwaarde 01-01-2022

Toevoegingen Onttrekkingen

Boekwaarde 31-12-2022

Geldlening 2018

1.050.000

-

150.000

900.000

Totaal onderhandse leningen

1.050.000

-

150.000

900.000

Met betrekking tot de geldleningen is in 2022 een bedrag van € 8.100 aan rente betaald, welke ten laste van de exploitatie 2022 is gebracht.

Jaarstukken 2022

67

€ 3.289.400

6.8 Netto vlottende schulden korter dan één jaar

De in de balans opgenomen post uitzettingen korter dan een jaar per eind 2022 heeft betrekking op: •

Overige schulden

•

Banksaldi

790.100 2.499.300

De afwikkeling van de overige schulden naar de toestand per 1 maart 2023 geeft het volgende beeld: Omschrijving

Schulden 01-01-2022

Schulden 31-12-2022

Betaald in 2023

Schulden 01-03-2023

Overige schulden

686.100

790.100

790.100

-

Totaal netto vlottende schulden

686.100

790.100

790.100

-

De in de balans opgenomen netto vlottende schulden korter dan een jaar zijn uit te splitsen in: •

Schulden op openbare lichamen

389.600

•

Proceskostenvergoeding

104.200

•

Overige crediteuren

296.300

Binnen de administratie is een specificatie aanwezig van het bedrag van € 790.100 aan openstaande schulden per 31 december 2022.

Daarnaast is er nog een openstaand banksaldo aanwezig op de BNG-bank. Dit saldo moet gezien worden in combinatie met de rekening courant van het Rijk en liquide middelen aan de activakant van de balans. •

2.499.300

Banksaldo BNG

Jaarstukken 2022

68

€ 1.711.600

6.9 Overlopende passiva

De in de balans opgenomen post overlopende passiva per eind 2022 is als volgt te specificeren: •

Nog te betalen bedragen

341.900

•

Vooruitontvangen bedragen

1.369.700

Nog te betalen bedragen De post nog ter betalen bedragen per eind 2022 is als volgt te specificeren: •

Inhuur derden

277.700

•

Programma Invordering

17.700

•

Automatisering

13.800

•

Overige personeelskosten

13.000

•

Salarissen

9.000

•

Bedrijfsvoering

7.800

•

Overige overheadkosten

2.500

•

Omzetbelasting aangifte

400

Vooruitontvangen bedragen De post vooruitontvangen bedragen per eind 2022 is als volgt te specificeren: •

Deelnemersbijdrage 1e kwartaal 2023

1.369.700

6.10 Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum.

Jaarstukken 2022

69

7. NIET IN DE BALANS OPGENOMEN VERPLICHTINGEN Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording wordt in de toelichting op de balans inzicht gegeven in de financiële verplichtingen waaraan de BWB is verbonden, voor zover die verplichtingen financiële consequenties hebben voor de toekomstige jaren en deze niet zijn opgenomen in een balanspost. Deze verplichtingen zijn hieronder weergegeven waarbij een ondergrens van € 50.000,- per jaar is gehanteerd.

Huisvesting Het huurcontract van het kantoorpand is in 2021 verlengd tot en met december 2030. Het nieuwe contract loopt van 01-09-2023 tot en met 31-08-2030. De jaarlijkse huur bedraagt vanaf het nieuwe contract € 415.000.

Automatisering De implementatie naar aanleiding van de aanbestedingsprocedure heeft in 2020 plaatsgevonden voor de softwarepakketten waarderen en de belastingapplicatie.

De ingangsdata, bijbehorende bedragen en einddata van deze contracten zijn als volgt: Betreft Waarderen Belastingapplicatie

Met ingang van 01-01-2021 01-01-2021

Bedrag per jaar € 60.000 € 679.300

Einddatum 01-01-2027 01-01-2027

De dienstverleningsovereenkomst automatisering loopt tot en met 2023. De jaarlijkse verplichting bedraagt € 642.000.

Facilitair In 2022 is een aanbestedingsprocedure doorlopen voor print- en verzenddiensten. De overeenkomst gaat in per 01-01-2023 en eindigt op 01-01-2027. Het bedrag per jaar is circa € 540.000,-.

Accountantscontrole In 2022 is aanbestedingsprocedure doorlopen voor de accountantscontrole van de jaarrekening en eindverantwoordingen van de belastingopbrengsten. De overeenkomst is ingegaan per 01-12-2022 en eindigt op 30-11-2026. Het bedrag per jaar is circa € 65.000,-.

Objectbeheer Ten behoeve van beeldmateriaal lopen diverse contracten: - looptijd tot en met 31-12-2023, jaarlijkse verplichting € 54.000 - looptijd tot en met 31-12-2023, jaarlijkse verplichting € 98.000 - looptijd tot en met 31-12-2024, jaarlijkse verplichting € 174.000

Jaarstukken 2022

70

8. GEREALISEERDE BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD Nr.

Naam taakveld

Lasten 2022

0.10

Mutaties reserves

-

-

-

0.11

Resultaat van de rekening van baten en lasten

-

-436.400

-436.400

0.4

Ondersteuning organisatie (Overhead)

8.322.300

378.000

-7.944.300

0.5

Treasury

8.100

21.200

13.100

0.64

Belastingen overig

9.758.300

18.125.900

8.367.600

0.8

Overige baten en lasten

-

-

-

18.088.700

18.088.700

-

Totaal

Jaarstukken 2022

71

Baten 2022

Saldo

9. VERANTWOORDING GEDERFDE INKOMSTEN EN UITVOERINGSKOSTEN KINDEROPVANGTOESLAG 1. Algemeen Het Rijk heeft toegezegd dat de gemeenten en waterschappen de verschuldigde belastingen van gedupeerde ouders en hun toeslagpartner die zij kwijtschelden volledig vergoed krijgen. Daarnaast wordt er ook compensatie verleend voor de uitvoeringskosten die in het kader van de operatie door gemeenten en waterschap worden gemaakt. In 2022 zal de BWB namens de deelnemers hiervan maken. De uitvoering van de regeling is voor gemeenten vastgelegd in het VNG-rapport¹ en voor het Waterschap is een aparte regeling opgesteld door de Unie van Waterschappen². Het ministerie van BZK voorziet in de bekostiging met twee componenten: •

De kwijtgescholden bedragen van gemeentelijke en waterschapsbelastingen (gederfde inkomsten);

•

Een eenmalige vergoeding voor de kosten die samenhangen met het proces van kwijtschelding (uitvoeringskosten).

Onderstaande worden de componenten toegelicht en een specificatie van de kosten weergegeven.

2. Kwijtgescholden bedragen (gederfde inkomsten) De hoogte van de kwijtgescholden bedragen van gemeentelijke en waterschapsbelastingen betreft de hoogte van het kwijtgescholden bedrag, inclusief de ophogingskosten en de bedragen van restitutie. Deze bedragen zijn onderdeel van de eindverantwoording belastingopbrengsten 2022.

In onderstaand overzicht worden de kwijtgescholden bedragen en de ophogingskosten voor 2022 per deelnemer weergegeven. Omschrijving Bergen op Zoom Breda Dongen Etten-Leur Halderberge Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Woensdrecht Zundert Brabantse Delta Totaal

Gemeentelijke belastingen / waterschapslasten 7.300 9.400 1.300 5.800 4.900 300 9.400 12.000 300 3.400 12.200 66.300

Ophogingskosten

Totaal

100 1.200 200 1.000 300 1.200 4.000

¹SPUK en financiële verantwoording kwijtscheldingen gemeentelijke belastingen voor gedupeerden, ² Afspraken RijkHersteloperatie kinderopvangstoeslag voor Waterschappen,

Jaarstukken 2022

72

7.400 10.600 1.300 5.900 4.900 300 9.700 12.900 300 3.600 13.500 70.400

3. Uitvoeringskosten De uitvoeringskosten is een eenmalige vergoeding voor de kosten die samenhangen met het proces van kwijtschelding. Voor gedupeerde per gemeente en voor de gedupeerde waarvoor een Belastingsamenwerking gecombineerde aanslagen oplegt kan een bedrag van € 150,00 in rekening worden gebracht. Voor een gedupeerde per waterschap kan € 100,00 per gedupeerde in rekening worden gebracht, indien aan gedupeerde zelfstandige aanslagen waterschapsbelasting worden opgelegd. Om de uitvoeringskosten te kunnen bepalen voorziet de Belastingdienst elke gemeente van een lijst met het aantal gedupeerden op jaarbasis.

In onderstaand overzicht worden het aantal dossiers en de uitvoeringskosten van 2022 per deelnemer als volgt weergegeven: Omschrijving

Aantal dossiers

Bedrag

Bergen op Zoom

11

1.650

Breda

51

7.650

Dongen

7

1.050

Etten-Leur

21

3.150

Halderberge

5

750

Moerdijk

2

300

Oosterhout

14

2.100

Roosendaal

45

6.750

Rucphen

4

600

Woensdrecht

8

1.200

Zundert

4

600

Brabantse Delta

58

5.800

Totaal

230

31.600

Deze uitvoeringskosten zijn in de jaarrekening verwerkt onder de incidentele baten en lasten op pagina 55.

Jaarstukken 2022

73

BIJLAGEN Bijlage 1: Risicoprofiel BWB over 2022 en volgende jaren Risico

Toelichting

I(ncidenteel) S(tructureel)

Financiële omvang

Kans

Berekend risico

Risico’s primaire proces Stijging waardebezwaren door No-Cure-No-Pay bureaus.

Het aantal waardebezwaren van NCNP-bureaus stijgt (begin 2023) als gevolg van toenemende (media)inspanningen. Tegelijkertijd heeft de BWB beheersmaatregelen getroffen en heeft de staatssecretaris maatregelen aangekondigd om het verdienmodel voor NCNP-bureau minder lucratief te maken. Het (budgettaire) effect op de waardebezwaren 2024 is niet betrouwbaar vast te stellen.

S

€ 450.000

50%

€ 225.000

Niet tijdige en/of onjuiste informatie

Voor het juist en volledig opleggen is het beschikken over tijdige en juiste informatie een basisvoorwaarde. Onjuiste data-aanlevering en koppelingen zorgen voor een risico voor het juist op kunnen leggen van aanslagen. 2021 is het eerste jaar waarin met de nieuwe belastingapplicatie gewerkt wordt, dit kan voor een verhoogd risico zorgen.

I/S

€ 100.000

30%

€ 30.000

Risico’s m.b.t. bedrijfsvoering Invullen vacatures

De economie zorgt voor een krapte op de arbeidsmarkt. Hierdoor is het moeilijker en vergt het meer tijd om cruciale functies ingevuld te krijgen.

S

€ 200.000

75%

€ 150.000

Flexibiliteit personeelsbestand

Veranderende werkzaamheden binnen de BWB -door zowel interne als externe ontwikkelingen- zorgen voor andersoortige functies dan wel voor een flexibele invulling hiervan in de toekomst.

S

€ 50.000

30%

€ 15.000

Risico’s m.b.t. automatisering Implementatie belastingapplicatie

De belangrijkste applicatie van de relatief complexe informatie-architectuur van de BWB is inmiddels geïmplementeerd. Deze implementatie gaat gepaard met kinderziektes, dit zorgt voor onzekerheden in de uitvoering. De applicatie is inmiddels grotendeels opgeleverd en werkt steeds beter.

I

€ 750.000

5%

€ 37.500

Aansprakelijkheid i.v.m. AVG

De uitvoering van de AVG is voor een data gestuurde organisatie als de BWB extra risicogevoelig. In 2022 zijn de beheersmaatregelen aangescherpt. De kans dat het risico zich voordoet is als gevolg hiervan iets lager ingeschat.

S

€ 750.000

7,5%

€ 56.250

€ 413.750

Totaal benodigde weerstandscapaciteit

Jaarstukken 2022

74

Jaarstukken 2022

75

Papendorpseweg 75-79 3528 BJ Utrecht T +31 88 236 9500 E audit@flynth.nl www.flynth.nl

CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking West-Brabant A.

Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2022

Ons oordeel Wij hebben de jaarstukken 2022 van gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking West-Brabant gecontroleerd. Naar ons oordeel: •

geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2022 als van de activa en passiva van de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking West-Brabant op 31 december 2022 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV);

•

zijn de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2022 in alle van materieel belang zijn de aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting en met de relevante wet- en regelgeving, waaronder verordeningen van de gemeenschappelijke regeling en opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in het normenkader dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 9 november 2022.

De jaarrekening bestaat uit: •

de balans per 31 december 2022;

•

de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen;

•

het overzicht van baten en lasten over 2022;

•

de SiSa-bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen; en

•

de bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld.

De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 6 oktober 2022 en het Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2022 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie 'Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening'. Wij zijn onafhankelijk van de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking WestBrabant zoals vereist in de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Flynth Audit B.V. is lid van BKR International. Bankrekeningnummer IBAN NL67 RABO 0106 6642 20 - BIC: RABONL2U. Handelsregister 09063021. www.flynth.nl. Dienstverlening vindt plaats onder algemene voorwaarden, op aanvraag verkrijgbaar en gedeponeerd bij de KvK in Arnhem.

Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het controleprotocol WNT 2022 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o ‘Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 178.000. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van de totale lasten inclusief, indien van toepassing, de toevoeging aan reserves, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 Bado. Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in de Regeling controleprotocol WNT 2022. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado.

Wij zijn met het algemeen bestuur overeengekomen dat wij aan het algemeen bestuur tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de € 50.000 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve- of WNT-redenen relevant zijn. B. Verklaring over de in het jaarstukken opgenomen andere informatie Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvatten de jaarstukken andere informatie die bestaat uit: •

Jaarverslag, waaronder de programmaverantwoording en de paragrafen.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het BBV. C.

Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening

Verantwoordelijkheden van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur voor de jaarrekening Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het BBV. Het dagelijks bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder verordeningen van de gemeenschappelijke regeling en opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in het normenkader. In dit kader is het dagelijks bestuur verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.

661079447/RB/1015

2

Bij het opmaken van de jaarrekening moet het dagelijks bestuur afwegen of de financiële positie voldoende is om de gemeenschappelijke regeling in staat te stellen de risico’s vanuit de reguliere bedrijfsvoering financieel op te vangen. Het dagelijks bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden, waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de risico’s kunnen worden opgevangen, toelichten in de jaarrekening. Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de gemeenschappelijke regeling. Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen.

De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Bado, het door het algemeen bestuur vastgestelde controleprotocol, het Controleprotocol WNT 2022, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit: •

het identificeren en inschatten van de risico's:

-

dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude,

-

dat baten en lasten alsmede de balansmutaties als gevolg van fouten of fraude niet alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen,

het in reactie op deze risico's bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing; •

het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de gemeenschappelijke regeling;

•

het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het dagelijks bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;

•

het vaststellen dat de door het dagelijks bestuur gehanteerde afweging dat de gemeenschappelijke regeling in staat is de risico’s vanuit de reguliere bedrijfsvoering financieel op te vangen aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de gemeenschappelijke regeling haar financiële risico’s kan opvangen. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening.

661079447/RB/1015

3

Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de gemeenschappelijke regeling de financiële risico’s niet kan opvangen; •

het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en

•

het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.

Gegeven onze eindverantwoordelijkheid voor het oordeel zijn wij verantwoordelijk voor de controle van de jaarrekening van de gemeenschappelijke regeling, rekening houdend met de invloed daarop van de aard en de significantie van de activiteiten van uitvoeringsorganisaties ten behoeve van de gemeenschappelijke regeling. Op basis hiervan hebben wij de aard en omvang bepaald van de uit te voeren werkzaamheden ten aanzien van deze uitvoeringsorganisaties. Wij communiceren met het algemeen bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.

Utrecht, 11 april 2023 Astrium Overheidsaccountants Onderdeel van Flynth Audit B.V.

Paraaf voor waarmerkingsdoeleinden: R.B.

Digitaal ondertekend door Roelant Buiteman

drs. R. Buiteman RA

661079447/RB/1015

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/555/documents/16170