bijlage 2.1 - 1e Bestuursrapportage 2025 BWB.pdf
Tekst van het document
1e bestuursrapportage
2025 Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant
Inhoudsopgave 1.
Algemeen ..................................................................................................................................3
2.
Ontwikkelingen/voortgang primaire proces ..........................................................................6 2.1
Programma Waarderen ...........................................................................................................6
2.2
Programma Heffen ................................................................................................................13
2.3
Programma Invordering .........................................................................................................16
3.
Bedrijfsvoering/ organisatie ..................................................................................................19 3.1
Personeel en organisatie .......................................................................................................19
3.2
ICT en Informatieveiligheid ....................................................................................................21
3.3
Control ...................................................................................................................................22
4.
Weerstandsvermogen & risicobeheersing ..........................................................................23
5.
Financiën .................................................................................................................................25 5.1
Overzicht exploitatie 2025 .....................................................................................................25
5.2
Toelichting budgetten begroting 2025 ...................................................................................26
5.3
Aandachtspunten waarmee (financieel) nog geen rekening is gehouden .............................28
5.4
Deelnemersbijdragen ............................................................................................................29
Bijlagen ................................................................................................................................................32 Bijlage 1: Risicoprofiel BWB over 2025 en volgende jaren ................................................................32
Eerste bestuursrapportage 2025
2
1.
Algemeen
Doel en functie bestuursrapportage Deze bestuursrapportage heeft als doel om het Algemeen Bestuur te informeren over de voortgang van (voorgenomen) beleidsontwikkelingen, ontwikkelingen op het gebied van bedrijfsvoering en eventuele (financiële) afwijkingen ten opzichte van de ramingen in de primaire begroting. Door deze rapportage wordt het Algemeen Bestuur tussentijds in staat gesteld om afwijkingen tijdig te signaleren, waarna zo nodig begrotingsbijstellingen kunnen plaatsvinden. Bedrijfsvoering en productie De productievolumes uit de primaire begroting 2025 zijn bij het opstellen van deze bestuursrapportage opnieuw beoordeeld. Binnen de programma’s Waarderen, Heffen en Invordering zijn de productievolumes grotendeels in lijn met de ramingen. Op basis van de actuele realisatiecijfers en een doorkijk naar de rest van het jaar, is vastgesteld dat er geen sprake is van noemenswaardige afwijkingen. De uitvoering van het primaire proces verloopt dan ook volgens planning. Bij Waarderen zijn er minder bezwaren ingediend dan geraamd, wat ruimte biedt voor extra kwaliteitsverbetering op het gebied van secundaire objectkenmerken. In het invorderingsproces zijn de structurele achterstanden uit eerdere jaren weggewerkt en verloopt de uitvoering sinds 2024 weer volledig volgens planning.
Binnen overhead wordt de vereiste ondersteuning geboden om de primaire processen uit te kunnen voeren en wordt gericht gewerkt aan het verder toekomstbestendig en efficiënt inrichten van de organisatie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan lean en innovatie. Financiële hoofdpunten en effecten Ten opzichte van de primaire begroting 2025 vindt er een bijstelling plaats als gevolg waarvan de totale deelnemersbijdrage met € 419.000 wordt verlaagd. De belangrijkste posten die hieraan bijdragen zijn: -
Personeelslasten (€ 622.000 voordeel)
-
Rentebaten (€ 130.000 nadeel)
-
Overige kleinere verschillen (per saldo € 73.000 nadeel).
Personeelslasten Per saldo dalen de personeelslasten met € 622.000. De belangrijkste posten die hieraan bijdragen zijn: •
Loonkosten dalen met € 850.000, als gevolg van: o
een gunstigere cao dan geraamd (€ 470.000 voordeel);
o
overige besparingen (€ 380.000 voordeel) door niet ingevulde vacatures, beperkte doorgroei en overige looneffecten.
Eerste bestuursrapportage 2025
3
•
Inhuurkosten dalen met € 200.000, mede dankzij lager ziekteverzuim en de afgenomen werkdruk binnen Waarderen.
•
Overige personeelskosten stijgen met € 428.000, vrijwel volledig toe te rekenen aan WWrechten.
Met name binnen het taakveld Waarderen wordt het effect van innovatie en procesautomatisering steeds meer zichtbaar, dankzij de inzet van digitalisering en robotisering is zowel de behoefte aan inhuur als de noodzaak tot het invullen van vacatures verminderd. De overige personeelslasten stijgen met € 453.000 de stijging wordt vrijwel volledig veroorzaakt door uitstroomlasten, hiervan is € 273.000 geraamd voor de vorming van een voorziening voor toekomstige WW-verplichtingen. De voorziening betreft zowel wettelijke als aanvullende WW-verplichtingen. Vanwege de schaal van de organisatie en de beperkte uitstroom heeft de BWB doorgaans geen voorziening voor voormalig personeel, maar dit is in dit geval wettelijk vereist. Bij de raming is ervan uitgegaan dat maximaal 50% van de uitkeringsduur wordt benut, mede door inzet op begeleiding naar werk van het voormalig personeel. De voorziening wordt periodiek beoordeeld op toereikendheid. Het resterende risico is opgenomen in de risicoparagraaf. Lagere rentebaten De verwachte renteopbrengsten over het saldo van de schatkist-bankierenrekening vallen € 130.000 lager uit dan geraamd, als gevolg van dalende rentetarieven op de kapitaalmarkt. De renteverwachtingen zijn onzeker als gevolg van de onzekere economische omstandigheden.
Overige kleinere verschillen Diverse kleinere verschillen op de baten en lasten bedragen per saldo € 73.000 nadelig. Binnen ‘Gegevensbeheer Basis’ (materiële lasten programma Heffen) is een verhoging van het budget noodzakelijk als gevolg van een eenmalige overschrijding van de staffel binnen het digitaal berichtenverkeer (GBA) in 2024. De verwachting is dat er hierover nog een naheffing van € 80.000 zal volgen. Effect en begrotingswijziging De voorliggende bestuursrapportage leidt tot een aanpassing van de begroting met per saldo € 549.000 (voordelig) en een verlaging van de totale benodigde deelnemersbijdrage met € 419.000. De begroting wordt hierbij gecorrigeerd voor zowel de lagere loonkosten en inhuur als voor de hogere uitstroomkosten. Hoewel zich dus aanzienlijke voordelen voordoen, wordt deze ruimte slechts gedeeltelijk benut voor verlaging van de deelnemersbijdrage, omdat de realistische verwachting is dat de genoemde eenmalige lasten zich daadwerkelijk voordoen. De begrotingsaanpassing borgt daarmee zowel financiële rechtmatigheid als risicobeheersing.
Eerste bestuursrapportage 2025
4
In dit kader wordt een begrotingswijziging voorgesteld. De begrotingswijziging per programma is opgenomen in paragraaf 5.1 Overzicht exploitatie 2025. Conform artikel 30, lid 9 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant wordt op deze wijziging de zienswijzeprocedure toegepast. Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de ontwikkelingen en de voortgang van het primaire proces beschreven. In hoofdstuk 3 van deze bestuursrapportage is nader ingegaan op de stand van zaken, de voortgang en de zich aandienende ontwikkelingen op het gebied van de bedrijfsvoering en de organisatie in zijn algemeenheid. In hoofdstuk 4 is het hoofdstuk weerstandsvermogen & risicobeheersing opgenomen. Tenslotte is in hoofdstuk 5 gedetailleerd ingegaan op de financiële stand van zaken van de exploitatie 2025 en is waar nodig een toelichting gegeven.
Eerste bestuursrapportage 2025
5
2.
Ontwikkelingen/voortgang primaire proces
2.1
Programma Waarderen
In deze paragraaf worden de ontwikkelingen binnen het primaire proces Waarderen toegelicht. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de productiekwantiteiten, de actualiteit van de werkzaamheden en overige relevante aspecten. De informatie is gebaseerd op de realisatiecijfers over 2024 en de beschikbare gegevens tot en met april 2025. Objecten
Aantal WOZ-objecten 350.000
300.000
250.000
200.000 337.678
340.100
340.400
Realisatie 2024
Begroot 2025
Prognose 2025
150.000
100.000
50.000
-
Het aantal WOZ-objecten is licht hoger dan de initiële prognose. De prognose is opgesteld op basis van de WOZ-objecten 2024, vermeerderd met de 0,75% autonome stijging van het aantal objecten.
Eerste bestuursrapportage 2025
6
Bezwaren
Waardebezwaren 15.000 13.500 12.000 10.500 9.000 7.500
14.200
6.000 4.500
11.000
9.998
3.000 1.500 -
Realisatie 2024
Begroot 2025
Prognose 2025
WOZ-bezwaren en WOZ-beroepen 2024 en voorgaande jaren Het verwachte aantal WOZ-bezwaren 2025 is bijgesteld van 14.200 naar 11.000 op basis van realisatiecijfers tot en met april van dit jaar. Deze bijstelling past binnen het patroon van de afgelopen jaren, waarin het aantal bezwaren van jaar tot jaar sterk fluctueert en moeilijk voorspelbaar is gebleken. Er resteren vrijwel geen bezwaarschriften meer tegen de waardebeschikkingen van het jaar 2024, daarmee zijn de circa 10.000 binnengekomen waardebezwaren uit 2024 afgehandeld en vormen deze geen beletsel meer voor de werkprocessen van 2025. De hoeveelheid beroepsprocedures is nog onverminderd hoog, maar wel minder dan in 2024. Van die dossiers is ongeveer 90% ingediend door no-cure-no-pay-bureaus (NCNP). De achterstanden bij de rechtbank zijn nog steeds aanwezig. Een indicator daarvoor is het grote aantal zaken waar de schriftelijke procedure is afgerond maar waarvan nog een zitting dient te worden gepland (circa 215 zaken).
Eerste bestuursrapportage 2025
7
Ontwikkelingen wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en BPM Na alle ontwikkelingen rond dit onderwerp de afgelopen twee jaren, lijkt de regelgeving inmiddels stabiel en zijn er ook geen bijzondere gerechtelijke procedures aanhangig momenteel die daar verandering in zouden kunnen brengen. Verwacht wordt, dat er in de nabije toekomst nog wel ontwikkelingen zullen volgen in de rechtspraak ten aanzien van uitzonderingen op de 75% reductie van de proceskosten voor NCNP's. Inmiddels lopen er enkele zaken waarbij NCNP's toch bepleiten dat de vergoeding op 100% gesteld moet worden vanwege de complexiteit van de zaak. Momenteel kan de BWB hier nog niets mee, en voeren we verweer indien dit argument wordt opgeworpen. Verder is het afwachten of zich in de loop van dit jaar een lijn in de jurisprudentie ontwikkelt waar we op zouden moeten inspelen. WOZ-bezwaren 2025 Het verwachtte aantal WOZ-bezwaren 2025 ligt lager dan begroot voor dit jaar (11.000 stuks ten opzichte van 14.200 stuks). Later dit jaar worden nog enkele vervolgkohieren opgelegd. Het huidige aantal bezwaren zal dus nog wel licht toenemen ten opzichte van de realisatie, maar naar verwachting niet uitstijgen boven de 11.000 stuks. Daarmee zet de in 2024 ingezette lijn zich voort. Het aantal bezwaren is en blijft moeilijk te voorspellen.
De jaren 2024 en 2025 vertonen voor het eerst sinds langere tijd een stabiel beeld. Inmiddels is een aanvang gemaakt met de afdoening van de bezwaren 2025. We zijn gestart met de bezwaren die door particulieren zelf zijn ingediend. Zoals bekend willen de NCNP's gebruik maken van het recht om gehoord te worden (in verband met het in rekening kunnen brengen van proceskostenvergoeding). Deze hoorzittingen zijn vanaf half mei ingepland waarna de afwikkeling van de NCNPbezwaren ook op gang kunnen komen. Voor de afhandeling van bezwaarschriften maken we naast ons eigen personeel, taxateurs en medewerkers bezwaar & beroep, ook gebruik van ingehuurde krachten. Ook streven we ernaar om processen zoveel mogelijk te automatiseren. Daarnaast maken we gebruik van een ‘robot’ voor het afwikkelen van allerhande handelingen in het systeem en het vervaardigen van correspondentie. Het effect hiervan is, dat we nu reeds geruime tijd zonder aanvullende inhuur dit proces af kunnen ronden. Het aantal afgewikkelde bezwaren wordt vanzelfsprekend dagelijks bijgehouden. Op het moment van opstellen (1 mei 2025) zijn circa 1.000 waardebezwaren afgedaan. Wettelijk gezien verloopt de termijn voor het afdoen van de bezwaren op 31 december 2025.
Voor wat betreft het beroepen proces, wordt dit jaar voor het eerst een deel van het administratieve proces gerobotiseerd; zo worden zaken die in de digitale portal van de rechtbank staan nu geautomatiseerd gekoppeld aan onze administratie. We bezien in de loop van dit jaar welke besparing dit in tijd gaat opleveren.
Eerste bestuursrapportage 2025
8
Verbetering kwaliteit objectkenmerken Het reduceren van het aantal gegronde bezwaren door het continu blijven verbeteren van de kwaliteit van de objectkenmerken in ons bestand, is een van de kerntaken van het team Waarderen. De vaststelling van de WOZ-waarde is immers gebaseerd op een gegevensbestand dat is opgebouwd uit objectieve en actuele data. In dit bestand liggen vanzelfsprekend hele basale kenmerken vast, zoals de oppervlakte en het bouwjaar van een WOZ-object (de zogenaamde primaire objectkenmerken), maar ook worden kenmerken vastgelegd die een relatie hebben met bijvoorbeeld de kwaliteit, de onderhoudstoestand, ligging enzomeer van WOZ-objecten (de zogenaamde secundaire kenmerken, die ook wel benoemd worden met de term ‘KOUDV factoren’). Het team zet ook dit jaar extra in op een controleslag van de secundaire kenmerken, nu er minder bezwaren zijn ingediend dan voorzien. Door hier aandacht aan te schenken en controles uit te voeren worden de onder de waardering liggende data verbeterd; hetgeen het modelmatig waardebepalen ten goede zal komen. Daarnaast wordt dit jaar vanzelfsprekend ook aandacht geschonken aan de objectcategoriën waarvan de toezichthouder (de Waarderingskamer) heeft aangekondigd extra op te controleren in 2025.
Prognose 2025
Realisatie 2024
Realisatie 2023
Realisatie 2022
WOZ-objecten
340.400
337.678
334.965
321.033
Objecten onder bezwaar
11.000
9.998
19.909
8.246
% aandeel bezwaren t.o.v. WOZ-objecten
3,2%
3,0%
5,9%
2,6%
% mutatie bezwaren t.o.v. voorgaand jaar
10%
-/- 50%
141%
-/- 25%
I - % gegrond verklaard
28%
25%
28%
II - % gegrond waarbij Vermindering WOZ-waarde met >10%
10%
8%
16%
II / I
35%
31%
59%
Specificatie waarderen
Objecten onder bezwaar ingediend door NCNP
7.150
6.287
10.728
4.646
% NCNP t.o.v. alle objecten onder bezwaar
65%
63%
54%
56%
€ 315.000
€ 677.000
€ 937.000
€ 1.011.200
250
150
660
173
Proceskostenvergoeding boekjaar Beroepszaken over hetzelfde heffingsjaar
Ten aanzien van ‘Beroepszaken over hetzelfde heffingsjaar’ worden de ontvangen beroepen over het belastingjaar gepresenteerd. Concreet zijn tot en met 1 mei 2025, 228 beroepen ontvangen over belastingjaar 2024.
Eerste bestuursrapportage 2025
9
Financiële gevolgen proceskostenvergoedingen 2025 In de primaire begroting 2025 is een budget opgenomen van € 315.000. Dit bedrag was gebaseerd op enkele algemene ontwikkelingen. Nu een groot deel van de bezwaren en beroepen zijn ingediend kan een beter inzicht worden verkregen in de te verwachten proceskosten voor het boekjaar 2025. Deze kosten bestaan uit in 2025 ingediende waardebezwaren en -beroepen. De totale inschatting, zoals hierna is beschreven, komt erop neer dat het budget volstaat en niet gewijzigd hoeft te worden. Financiële gevolgen waardebezwaren De bezwaren die zijn ingediend door no-cure-no-pay-bureaus (NCNP) en gemachtigden worden in het vierde kwartaal afgehandeld. Op basis van het totale aantal van circa 11.000 waardebezwaren wordt verwacht dat 852 WOZ-bezwaarschriften zullen worden toegekend. Voor elk toegekend bezwaar wordt een proceskostenvergoeding van € 266 gehanteerd. Dit bedrag is opgebouwd uit vier standaardcomponenten: het bezwaarschrift, een hoorzitting, een uitpandig taxatieverslag en de inzet van een derde deskundige tijdens de hoorzitting. Op basis hiervan wordt de verwachte financiële impact van deze waardebezwaren geraamd op circa € 226.000. Financiële gevolgen waardeberoepen De beroepen die zijn ingediend door no-cure-no-pay-bureaus (NCNP) en gemachtigden worden pas ontvangen na afhandeling van de waardebezwaren.
Op basis van het totale aantal afgewezen bezwaren wordt verwacht dat 287 WOZ-beroepen worden ingediend. De inschatting is dat hiervan 121 beroepen worden toegekend. Voor elk toegekend beroep wordt een proceskostenvergoeding van € 632 gehanteerd. Dit bedrag is opgebouwd uit vier standaardcomponenten: het beroepsschrift, een hoorzitting, een uitpandig taxatieverslag en een immateriële schadevergoeding. Op basis hiervan wordt de verwachte financiële impact van deze waardeberoepen geraamd op circa € 76.000. Financiële gevolgen totaal 2025 Op basis van alle bovenstaande informatie wordt het totale budget 2025 als volgt ingeschat: Waardebezwaren
€ 226 × 852 =
€
226.000
Waardeberoepen
€ 632 × 121 =
€
76.000
€
302.000
Totaal verwachte proceskostenvergoeding Afloop voorziening griffie en proceskosten waarderen oude jaren
In de jaarrekening 2024 zijn er drie voorzieningen gevormd ten behoeve van de griffie en proceskosten 2022, 2023 en 2024. De voorzieningen zijn opgebouwd met behulp van de aantallen openstaande bezwaar- en beroepschriften per balansdatum en vermenigvuldigd met de proceskostenvergoeding zoals opgenomen in de grondslagen van de jaarrekening 2024. De afloop hiervan is tussentijds beoordeeld en naar huidig inzicht iets te hoog gewaardeerd. Gezien de omvang van voorziening 2022 is ervoor gekozen deze te combineren met 2023. Het definitieve financiële effect hiervan wordt verwerkt bij de jaarrekening 2025.
Eerste bestuursrapportage 2025
10
Voorziening griffie en proceskosten waarderen 2022 & 2023 Op basis van de huidige data kan het onderstaande verloop in beeld worden gebracht. De bezwaren zijn hierbij volledig afgehandeld. Naar verwachting zal het aantal beroepen ook verder aflopen en is de voorziening iets te hoog ingeschat. Bezwaar
Beroep
Totaal
Voorziening per balansdatum (31-12-2024)
€
1.000
€
33.000
€
34.000
Realisatie proceskostenvergoeding
€
1.000
€
4.000
€
5.000
Nog te verwachten proceskostenvergoeding
€
-
€
18.000
€
18.000
Effect voorziening
€
-
€
11.000
€
11.000
Voorziening griffie en proceskosten waarderen 2024 Op basis van de huidige data kan het onderstaande verloop in beeld worden gebracht. De bezwaren zijn hierbij nagenoeg volledig afgehandeld. Ook zal er naar verwachting een deel van de voorziening ten behoeve van beroepen vrijvallen. Beide afwijkingen komen tot stand door een te hoog geraamde vergoeding. Bezwaar
Beroep
Totaal
Voorziening per balansdatum (31-12-2024)
€
26.000
€
129.000
€
155.000
Realisatie proceskostenvergoeding
€
10.000
€
31.000
€
41.000
Nog te verwachten proceskostenvergoeding
€
-
€
36.000
€
36.000
Effect voorziening
€
16.000
€
62.000
€
78.000
Eerste bestuursrapportage 2025
11
Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) In 2025 zijn de volgende KPI’s vastgesteld voor dit programma: Prestatie-indicator
Doelstelling
Resultaat
Oordeel waarderingskamer
Algemeen oordeel GOED van Waarderingskamer.
“Goed, meerdere jaren”
Tijdige waardebepaling woningen en niet woningen ten behoeve van de jaarlijkse herwaardering conform norm WAKA
WOZ-waardebepaling - per 1 december 90% gereed. - uiterlijk 1 februari 98% gecontroleerd en gereed. 1. Het aantal WOZ-objecten waarbij de waarde met >10% wordt aangepast t.o.v. de initiële vastgestelde WOZ-waarde. Wordt door Waka als fout aangemerkt. Woningen >10%
Juiste WOZ-waardebepaling
- 91% - 98%
*
Niet woningen >10%
2. De mate waarin (bedrag) de WOZ-waarde wordt aangepast t.o.v. de initiële vastgestelde WOZ-waarde. * Woningen ≥ 4%
Niet woningen ≥ 4%
3. Het aantal WOZ-objecten waarbij de waarde wordt verlaagd t.o.v. het totale aantal WOZ-objecten. * Woningen 1%
Afhandeling WOZ-bezwaren
Niet woningen 2%
Op 1 december van ieder jaar is 95% van de waarde bezwaren afgehandeld, voor zover deze bezwaren betrekking hebben op dat jaar en in dat jaar zijn ingediend.
*) Resultaat wordt bepaald bij de jaarrekening.
Eerste bestuursrapportage 2025
12
*
2.2
Programma Heffen
In deze paragraaf worden de ontwikkelingen binnen het primaire proces Heffen toegelicht. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de productiekwantiteiten, de actualiteit van de werkzaamheden en overige relevante aspecten. De informatie is gebaseerd op de realisatiecijfers over 2024 en de beschikbare gegevens tot en met april 2025. Aanslag(regels)
Aantal aanslagen 900.000 750.000 600.000 450.000
809.553
805.400
815.600
Realisatie 2024
Begroot 2025
Prognose 2025
300.000 150.000 -
Aantal aanslagregels Totaal: 3.032.100
3.200.000
Totaal: 2.898.570
2.800.000
352.212
455.000
355.000
2.546.358
2.577.100
2.554.000
Realisatie 2024
Begroot 2025
Prognose 2025
Totaal: 2.909.000
2.400.000 2.000.000 1.600.000 1.200.000 800.000 400.000 -
Aanslagregels (excl. beschikkingen)
Beschikkingen
Het aantal aanslagen lag het afgelopen jaar al hoger dan begroot voor 2025. De aanslagen zijn dan ook naar boven bijgesteld. Bij de aanslagregels zien we dat de aanslagregels het afgelopen jaar lager waren dan begroot. Daarom hebben we deze ten opzichte van de begroting iets naar beneden bijgesteld. Dit heeft onder andere te maken dat we vanaf 2024 geen huurdersbeschikkingen meer verzenden.
Eerste bestuursrapportage 2025
13
Exoten
30.900
35.000
30.300
30.888
Exoten Gemeenten 30.000
-
Regels precariobelasting
1.100
930
1.088
2.730
5.000
2.850
2.984
5.110
5.000
10.000
5.112
15.000
14.400
14.413
20.000
14.660
25.000
Regels reclamebelasting
Aanslagen (water)toeristen
Realisatie 2024
Begroot 2025
Regels hondenbelasting
Panden BAG
Prognose 2025
Exoten Waterschap (zuiveringsheffing) 27.000 24.000 21.000 18.000 15.000 12.000
24.854
22.000
25.000
9.000 6.000 3.000 -
Realisatie 2024
Begroot 2025
Prognose 2025
De realisatie van 2024 geeft ons, ten opzichte van primaire begroting 2025, een gewijzigd inzicht waardoor we op diverse onderdelen een ander verwachtingspatroon hebben welke we bij het maken van de begroting 2025 niet hebben kunnen voorzien. Zo is de prognose reclamebelasting lager doordat één deelnemer is gestopt met deze belastingsoort sinds 1 januari van dit jaar.
Eerste bestuursrapportage 2025
14
Bezwaren
Bezwaren heffen gecategoriseerd 9.000 8.000
8.140 7.500
7.341
7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 -
180
165 Heffingsbezwaren Realisatie 2024
180
Legesbezwaren Begroot 2025
Prognose 2025
We verwachten op basis van de ingediende bezwaren van de eerste maanden dat het aantal bezwaren overeen zal komen met het aantal dat we in 2024 hebben ontvangen. Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) In 2025 zijn de volgende KPI’s vastgesteld voor dit programma: Prestatie-indicator
Doelstelling
Resultaat
Tijdige aanslagoplegging
95% van de aanslagen (inclusief waardebeschikking) is uiterlijk in februari door middel van een gecombineerde aanslag, opgelegd voor het huidige belastingjaar.
98%
Tijdige afhandeling
97% van de gecombineerde opgelegde aanslagen is binnen 12 maanden na datum aanslag afgehandeld. Afgehandeld = saldo € 0,00. (Opgelegd -/- Betaald -/Verminderd -/- Vernietigd -/- Kwijtschelding -/- Oninbaar)
*
1. 95% bezwaren ingediend in belastingjaar voor half november zijn afgewerkt op 31 december.
*
2. 75% bezwaren ingediend in de periode 15 november – 31 december zijn binnen 6 weken afgewerkt.
*
Afhandeling heffingsbezwaren % tijdige afhandeling bezwaren
*) Resultaat wordt bepaald bij de jaarrekening.
Eerste bestuursrapportage 2025
15
2.3
Programma Invordering
In deze paragraaf worden de ontwikkelingen binnen het primaire proces Invordering toegelicht. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de productiekwantiteiten, de voortgang van de werkzaamheden en overige relevante aspecten. De informatie is gebaseerd op de realisatiecijfers over 2024 en de beschikbare gegevens tot en met april 2025.
Invorderingsproces
42.250
40.000
45.000
42.696
Invorderingsproces
40.000 35.000
-
Aanmaningen
Dwangbevelen Realisatie 2024
Hernieuwde bevelen
Begroot 2025
5.000
1.500
5.000
5.830
10.000
8.500
8.527
15.000
7.500
20.000
18.000
17.797
25.000
14.000
30.000
Beslag*
Prognose 2025
*In de begroting 2025 zijn de zogeheten vereenvoudigde derdenbeslagen niet meegenomen in de telling bij ‘beslag’. In dit overzicht zijn deze aantallen wél opgenomen, zowel bij de realisatie van 2024 als bij de prognose voor 2025. Hierdoor wijken de gepresenteerde cijfers af van de begrotingsaantallen.
In eerdere rapportages is benoemd dat het opstellen van een betrouwbare prognose voor de werkzaamheden binnen het invorderingsproces de afgelopen jaren niet eenvoudig was. Door de gevolgen van de coronapandemie en de implementatie van het nieuwe belastingpakket konden diverse procesonderdelen niet of beperkt worden uitgevoerd. De realisatiecijfers over de jaren 2020 tot en met 2022 zijn daardoor niet representatief geweest. Het jaar 2019 is in die periode gehanteerd als referentiejaar. In 2023 is een belangrijke stap gezet richting normalisering van de uitvoering. Een groot deel van de achterstanden, waaronder die bij hernieuwde bevelen, is toen ingelopen. Daarnaast zijn procesverbeteringen doorgevoerd, waardoor de uitvoering aan het eind van dat jaar grotendeels op schema lag.
Eerste bestuursrapportage 2025
16
Het jaar 2024 is het eerste jaar waarin het invorderingsproces volledig en zonder structurele beperkingen is uitgevoerd. De achterstanden zijn ingelopen en de reguliere werkprocessen binnen Innen verlopen volgens planning. De gerealiseerde aantallen over 2024 zijn als uitgangspunt genomen bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2026. De begroting 2025 is in het eerste kwartaal van 2024 opgesteld, op een moment dat de realisatiecijfers over 2024 nog niet volledig beschikbaar waren. De bijstelling voor 2025 sluit aan bij de gerealiseerde aantallen in 2024. Hoewel 2024 daarmee een bruikbaar ijkpunt vormt, wordt bij toekomstige ramingen ook nadrukkelijk gekeken naar de daadwerkelijke realisaties in 2025 en daaropvolgende jaren. Daarmee ontstaat een realistischer beeld van de structurele aantallen binnen het invorderingsproces. Het aantal ontvangen kwijtscheldingsverzoeken in de eerste maanden van 2025 ligt in lijn met voorgaande jaren. Er is geen sprake van een opvallende stijging of afwijking ten opzichte van het gebruikelijke verloop. Ontwikkelingen Invordering Landelijk blijft aandacht bestaan voor het toepassen van een mensgerichte benadering en het hanteren van de uitgangspunten van sociaal invorderen. Binnen de BWB wordt hier al langere tijd uitvoering aan gegeven. In alle gevallen wordt beoordeeld of sprake is van onvermogen of onwil tot betalen.
Voor mensen die niet in staat zijn om te betalen, wordt ondersteuning geboden via het aanvragen van kwijtschelding, schuldhulpverlening, het treffen van betalingsregelingen of deelname aan automatische incasso. Daarnaast blijven we kritisch kijken naar de inhoud en toon van onze uitgaande brieven, met als doel deze zo duidelijk en begrijpelijk mogelijk te maken. De mogelijkheden om aan te sluiten bij landelijke vroegsignalering zijn onderzocht. Op basis van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) mogen signalen over betalingsachterstanden uitsluitend worden ontvangen door gemeenten. De wet noemt voor het doorgeven van signalen expliciet vaste lastenpartners, waaronder woningcorporaties, energie- en drinkwaterbedrijven en zorgverzekeraars. Belastingsamenwerkingen vallen niet onder deze regeling en hebben op dit moment geen bevoegdheid om signalen in het kader van vroegsignalering af te geven bij gemeenten. De landelijke ontwikkelingen op dit punt worden wel gevolgd. Indien aansluiting in de toekomst mogelijk wordt, zullen hierover nadere afspraken worden gemaakt met de deelnemers. Op het gebied van kwijtschelding is BWB op dit moment bezig met de implementatie van Kwijtschelding 3.0.
Deze versie is ontwikkeld door het Inlichtingenbureau in samenwerking met de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) en vormt een doorontwikkeling van de bestaande geautomatiseerde toets voor verlengingen. In de vernieuwde toets zijn verschillende verbeteringen doorgevoerd, gericht op het verder beperken van de informatievraag richting de aanvrager. De functionaliteit wordt momenteel getest met ondersteuning van de softwareleverancier. De definitieve overgang naar Kwijtschelding 3.0 vindt uiterlijk 30 juni plaats.
Eerste bestuursrapportage 2025
17
Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) In 2025 zijn de volgende KPI’s vastgesteld voor dit programma: Prestatie-indicator
Doelstelling
Resultaat
Oninbaar
5 jaar na datum aanslag bedraagt het % oninbaar, t.o.v. het bedrag aan opgelegde aanslagen, maximaal 0,8%
0,3%1
% openstaand 2 jaar na datum aanslag ≤ 0,5% Tijdige betaling aanslag
Afhandeling kwijtscheldingsverzoeken
Berekening % = openstaand bedrag x-jaar t.o.v. bruto opgelegd x-jaar. O.b.v. datum aanslag en niet belastingjaar. 80% van de kwijtscheldingsverzoeken is < 16 weken afgehandeld.
0,5%2
3
1 Het percentage oninbaar bedraagt op dit moment 0,3%. Hierbij is gekeken naar aanslagen met dagtekening 2020
en betreft het percentage van het totaalbedrag dat oninbaar is geboekt ten opzichte van het totaalbedrag dat is opgelegd. 2 Het percentage tijdige betaling bedraagt op dit moment 0,5%. Voor deze berekening is gekeken naar aanslagen
met een dagtekening in 2023. 3 Het percentage afgehandelde kwijtscheldingsverzoeken binnen 16 weken wordt op dit moment niet gemeten.
Door de aanslagoplegging in februari vallen alle verzoeken nog binnen de termijn, waardoor een meting nu altijd op 100% zou uitkomen.
Eerste bestuursrapportage 2025
18
3.
Bedrijfsvoering/ organisatie
3.1
Personeel en organisatie
In deze bestuursrapportage gaan we in op de voortgang binnen het HR-domein. De thema’s strategische personeelsplanning, werving & selectie, verzuim, loonontwikkeling, opleidingsbehoefte, vitaliteit & arbo en de implementatie van het nieuwe personeels- en salarissysteem worden toegelicht, mede in het licht van de nieuwe cao-afspraken voor 2025–2027. Strategische personeelsplanning •
De personeelsscan is volledig ingebed in onze bedrijfsvoering en wordt structureel tweemaal per jaar uitgevoerd. Deze scan geeft inzicht in actuele en toekomstige personele risico’s en kansen. De gemiddelde leeftijd van het personeel bedraagt 49 jaar. In de komende jaren stromen er diverse medewerkers uit vanwege het bereiken van de AOW-leeftijd, met piekjaren in 2027 en 2030. We zijn nu al bezig met een gerichte opvolgingsplanning en kennismanagement om de continuïteit en kwaliteit van dienstverlening te waarborgen. Beperkte instroom van jong talent: De instroom van nieuwe jonge medewerkers is momenteel beperkt. We zetten daarom in op een leeftijdsbewust personeelsbeleid en stages.
•
Door technologische ontwikkelingen zoals AI en procesautomatisering veranderen taken en rollen. Er is daarom extra aandacht voor bijscholing en het documenteren van werkprocessen met betrekking tot deze thema's.
Werving & Selectie De arbeidsmarkt blijft krap, maar de BWB weet vacatures nog steeds in te vullen door tijdige werving en selectie op competenties en begeleiding van nieuwe medewerkers. De modernisering van onze arbeidsmarktcommunicatie wordt in 2025 doorontwikkeld. Opleidingsbehoefte De opleidingskosten stijgen in 2025. Dit is het gevolg van gerichte investeringen in leren en ontwikkelen, onder andere vanwege de vele ontwikkelingen die op ons afkomen. Daarnaast leiden we meer medewerkers intern op en zijn opleidingen die vorig jaar niet zijn gevolgd doorgeschoven naar dit jaar. Verzuim Het gemiddelde ziekteverzuim over januari tot en met april 2025 bedraagt 4,9%, wat een daling is ten opzichte van dezelfde periode in 2024 (5,3%). De verdeling naar duur laat zien dat vooral het middellang en langdurig verzuim is gedaald. In het jaar 2024 was het gemiddeld verzuimcijfer 4,5%.
Eerste bestuursrapportage 2025
19
Verzuimbegeleiding De begeleiding van zieke medewerkers vindt plaats door de teammanagers en het P&O-team. Er worden hierbij gerichte interventies ingezet om verzuim te verkorten en in sommige gevallen verzuim te voorkomen
Verzuimpercentage 6,4% 5,9% 5,4% 4,9%
5,8% 5,5%
5,5%
5,4% 4,9% 4,7%
4,6%
4,6% 4,4%
4,7%
4,6%
4,7%
4,5%
4,2%
3,9%
3,9%
3,8%
3,5%
3,4% 3,1% 2,9%
jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
Verzuimpercentage 2025
Gemideld verzuimpercentage 2025
Verzuimpercentage 2024
Gemideld verzuimpercentage 2024
Verzuimduur in percentage (Januari tot en met april) 4,0%
3,0%
2,0% 3,2% 2,6% 1,0% 1,1% 0,0%
1,0%
Kort (<11 dagen)
1,3%
0,9%
Middellang (11 t/m 42 dagen) Verzuimduur 2024
Eerste bestuursrapportage 2025
20
4,9%
Verzuimduur 2025
Lang (> 42 dagen)
dec
Vitaliteit en arbo De regeling voor thuiswerkfaciliteiten is per 1 juli 2024 van kracht. Deze regeling biedt medewerkers extra ondersteuning voor een gezonde en comfortabele thuiswerkplek. Daarnaast wordt in 2025 verder gewerkt aan de uitvoering van acties uit de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Belangrijkste speerpunt is de actualisering van het arbobeleid en ontwikkelen van het beleid duurzame inzetbaarheid. Hierbij wordt onder andere ingezet op fysieke en mentale belastbaarheid, preventie van uitval en het stimuleren van een gezonde werk-privébalans. Dit sluit aan op de bredere doelstellingen rond duurzame inzetbaarheid en vitaliteit. Tijdens de lopende verbouwing zijn diverse openstaande actiepunten uit de RI&E opgepakt en uitgevoerd. Dit betreft onder andere maatregelen op het gebied van geluidwering, het verbeteren van het binnenklimaat en de realisatie van stilteruimtes. Met deze aanpassingen zijn de betreffende knelpunten effectief verholpen. Implementatie nieuw personeels- en salarissysteem Per 1 januari 2026 introduceert BWB een nieuw personeels- en salarissysteem. Deze vervangt het huidige systeem en verbetert de administratieve en procesmatige ondersteuning van HR-zaken. De voorbereiding vergt in 2025 een aanzienlijke inzet van het team P&O. Loonontwikkeling en cao-afspraken Er is een akkoord bereikt over de nieuwe CAO SGO 2025–2027 per 1 april 2025.
Relevante afspraken zijn onder andere: -
Loonstijgingen: o
2% per 1 april 2025
o
1,85% per 1 oktober 2025
o
Extra € 35 nominaal per 1 januari 2026
o
1,25% per 1 juli 2026
o
1,6% per 1 januari 2027
-
Minimum uurloon van € 16 per uur vanaf 1 januari 2026
-
Thuiswerkvergoeding stijgt van € 2,15 naar € 2,40 netto per dag per 1 oktober 2025
-
Aanvulling IKB: o.a. studieschuldaflossing (max. € 1.250 per jaar)
-
Regelingen rond ouderschapsverlof, gendertransitieverlof en flexibiliteit bij feestdagen
3.2
ICT en Informatieveiligheid
Op het gebied van ICT en Informatieveiligheid zijn er in 2025 geen nieuwe projecten te benoemen voor de eerste bestuursrapportage. Wel is er op beide vlakken sprake van doorontwikkeling.
Eerste bestuursrapportage 2025
21
Binnen informatieveiligheid begint dit met de BIO2. De BIO2 vormt het nieuwe kader voor informatiebeveiliging binnen de overheid. Dit vernieuwde model is tot stand gekomen na een evaluatie van de huidige BIO en sluit aan op de ontwikkelingen rondom de (Europese) NIS2-richtlijn. Hiermee geeft de BIO2 invulling aan de zorgplicht uit de NIS2-richtlijn voor de overheid. Er treden hiermee andere uitgangspunten op voor de BWB en momenteel worden deze geïnterpreteerd, gepland en uitgevoerd. Daarnaast blijft het personeel van de BWB continu getraind worden op het herkennen van verdachte situaties. Deze ontwikkeling zal dan continu doorgezet worden. Op het gebied van ICT is de ontwikkeling te zien in de toepassing van de eerder ingevoerde robotisering (RPA). Deze wordt momenteel verder uitgerold op het gebied van het administratief verwerken van beroepen en bij het administratief verwerken van kwijtscheldingsverzoeken. Daarnaast ontwikkelt de BWB momenteel op het toepassen van Artificial Intelligence (AI). Er wordt op dit moment onderzoek gedaan welke onderdelen van de BWB hierbij gebaat zouden kunnen zijn. Er wordt specifiek gekeken naar mogelijkheden voor chatbots op de website van de BWB en naar mogelijkheden om robotiseringsprocessen te vervangen door AI.
Bij al deze ontwikkelingen conformeren wij ons aan het gezamenlijk standpunt voor de inzet van generatieve AI van de Nederlandse overheden zoals gepubliceerd door de VNG. Tevens anticiperen wij reeds op de Europese AI verordening, deze richtlijn moet nog door de Nederlandse overheid worden geïmplementeerd middels wetgeving.
3.3
Control
In 2025 wordt wederom invulling gegeven aan het verbeteren van de administratieve organisatie en interne beheersing (AO/IB) van de BWB. Op basis van het Controleplan 2025 worden de belangrijkste processen onderworpen aan verbijzonderde interne controles. Hierbij wordt in 2025 de focus gelegd op een meer risicogerichte aanpak om de controlecapaciteit zo effectief mogelijk in te zetten. Er wordt voortgebouwd op de ingezette lijn waarbij procesrisico’s jaarlijks worden geactualiseerd en de benodigde beheersmaatregelen systematisch worden beoordeeld en indien aangepast. Extra focus ligt op frauderisico’s en misbruik en oneigenlijk gebruik.
Eerste bestuursrapportage 2025
22
4.
Weerstandsvermogen & risicobeheersing
Algemeen In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt inzicht gegeven in de weerstandscapaciteit van de BWB. De weerstandscapaciteit is de mate waarin onvoorziene, financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen zonder dat verandering van beleid noodzakelijk is. Om dit te kunnen beoordelen, dient er inzicht te zijn in de omvang en achtergronden van de aanwezige weerstandscapaciteit en de risico’s die voor de BWB aanwezig zijn. Inventarisatie weerstandscapaciteit Onder weerstandscapaciteit wordt verstaan de middelen en mogelijkheden die de organisatie heeft om onverwachte, niet-begrote kosten te kunnen dekken. Het weerstandsvermogen bestaat uit de post onvoorzien welke in de primaire begroting is opgenomen voor € 80.000, daarnaast is bij de jaarrekening 2023 een reserve gevormd van € 200.000 ten behoeve van het opvangen van verschillen in de geraamde en werkelijke loon- en prijsontwikkeling. Risicobeheersing Om een juist beeld van de financiële positie van de BWB te krijgen, is het noodzakelijk dat helder is met welke risico’s de samenwerking kan worden geconfronteerd. Onder risico wordt in dit verband verstaan ‘een niet door de BWB te beïnvloeden gebeurtenis, onvoorspelbaar en onafwendbaar als deze zich voordoet, met veelal financiële of materiële gevolgen die niet specifiek af te dekken zijn’.
De BWB streeft ernaar om risico’s zoveel mogelijk te ondervangen door zorgvuldigheid in de uitvoering van procedures, het treffen van beheersmaatregelen en de benodigde verzekeringen af te sluiten. Op grond van artikel 31, lid 4 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant zijn de deelnemers verplicht er zorg voor te dragen dat de BWB te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al haar verplichtingen naar derden te kunnen voldoen. Concreet betekent dit dat de risico’s voor rekening van de deelnemers komen voor zover deze het eigen weerstandsvermogen te boven gaan. Risicoanalyse In bijlage 1 is de risicoanalyse opgenomen. Deze wordt bij elk planning en control product geactualiseerd. Ten opzichte van de laatste beoordeling (ontwerpbegroting 2026 en jaarrekening 2024) zijn er vier veranderingen doorgevoerd: -
Er is een nieuw risico toegevoegd. Zoals toegelicht in hoofdstuk 1 en hoofdstuk 5 wordt een voorziening gevormd voor voormalig personeel. De voorziening moet toereikend zijn voor de WWverplichtingen waarvoor de voorziening is gevormd. Beoordeling hiervan vindt plaats bij de jaarrekening. Er is een kans dat voorziening moet worden aangevuld.
Eerste bestuursrapportage 2025
23
-
Het risico inzake de Wet DBA (schijnzelfstandigheid) is neerwaarts bijgesteld als gevolg van de getroffen maatregelen (terugbrengen van het aantal zzp’ers en aanpassing in contracten).
-
Het risico op significant hogere kosten voor het berichtenverkeer is komen te vervallen als gevolg van de getroffen maatregelen. Een naheffing in verband met de overschrijding van de staffel in 2024 is verwerkt in deze bestuursrapportage aangezien de verwachting is dat deze niet valt af te wenden.
-
Het risico voor aanbestedingen 2025 is komen te vervallen. De aanbestedingen zijn afgerond. De financiële effecten zijn verwerkt.
Aanpassing risicoprofiel Het totale financiële risico is bijgesteld naar € 610.000. De aanwezige weerstandscapaciteit waarover de BWB beschikt is € 280.000. Als zich in de praktijk een risico aandient wat het weerstandsvermogen te boven gaat zal dit door de deelnemers zelf moeten worden afgedekt. In dat kader is het belangrijk dat het bestuur zich bewust is van de mogelijke risico’s die horen bij de uitvoering van het beheer en het beleid van de BWB.
Eerste bestuursrapportage 2025
24
5.
Financiën
5.1
Overzicht exploitatie 2025
In het onderstaande overzicht wordt weergeven hoe de baten en lasten zich in 2025 ontwikkelen ten opzichte van de primaire begroting 2025. In de eerste begrotingswijziging zijn de mutaties verwerkt op basis van reeds bekende informatie en is er rekening gehouden met de extrapolatie van de werkelijke lasten tot en met april 2025. In paragraaf 5.2 wordt een uitgebreide toelichting op de wijzigingen gegeven.
Begrotingswijziging programma's (× € 1.000) Lasten
Primaire begroting 2025
Begrotingswijziging
Begroting na wijziging
Waarderen
5.412
-180
5.232
Heffen
2.647
-80
2.567
Invordering
2.494
-125
2.369
Subtotaal programma's
10.553
-385
10.168
Kosten overhead
10.730
-164
10.566
Treasury
5
-
5
Vennootschapsbelasting
-
-
-
80
-
80
Subtotaal overhead
10.815
-164
10.651
Totaal lasten
21.368
-549
20.819
Post onvoorzien
Baten
Primaire begroting 2025
Begrotingswijziging
Begroting na wijziging
Waarderen
-
-
-
Heffen
-
-
-
Invordering
-
-
-
Subtotaal programma's
-
-
-
Opbrengst overhead
165
-
165
Treasury
430
-130
300
20.773
-419
20.354
Vennootschapsbelasting
-
-
-
Post onvoorzien
-
-
-
Subtotaal overhead
21.368
-549
20.819
Totaal baten
21.368
-549
20.819
Bijdragen deelnemers
Eerste bestuursrapportage 2025
25
5.2
Toelichting budgetten begroting 2025
Verschillen eerste bestuursrapportage ten opzichte van de primaire begroting 2025 In de toelichting wordt inzicht gegeven op de belangrijkste verschillen tussen de primaire begroting 2025 en de eerste bestuursrapportage 2025. Er wordt alleen ingegaan op wijzigingen van meer dan € 100.000. Kleinere wijzigingen worden samengevoegd onder ‘overige kleine verschillen’. De gevolgen voor de verdeling van de bijdragen van de diverse deelnemers zijn beschreven in 5.4 Deelnemersbijdrage. Wijzigingen (> € 100.000) Loonkosten (€ 850.000 V) Het geraamde budget voor salarislasten exclusief garantiesalarissen, gratificaties en dergelijke kan worden verlaagd met per saldo € 850.000. De verlaging per programma is als volgt verdeeld: Overhead € 350.000, Waarderen € 200.000, Heffen € 150.000 en Invordering € 150.000. Deze verlaging is het gevolg van twee componenten: -
Het geaccepteerde eindbod van de werkgeversbonden bedraagt een gewogen indexatie van 1,97% in 2025. Per 1 april stijgen de lonen met 2,00% en per 1 oktober met 1,85%. Dit resulteert in een besparing van € 470.000, omdat bij de primaire begroting rekening was gehouden met een indexatie van 5,8%.
-
Daarnaast is er een besparing van € 380.000 voor ruimte in treden, niet opgevulde vacature ruimte en andere looneffecten.
Inhuurkosten (€ 200.000 V) Ook de inhuurkosten kunnen met € 200.000 verlaagd worden doordat het ziekteverzuim laag is en de werkdruk op onder andere Waarderen is afgenomen omdat er minder bezwaren zijn ingediend. Ook gaat er een beperkt effect uit van de innovaties op de werkprocessen, waardoor er structureel minder invulling van personeel en inhuur benodigd is. Hierdoor daalt de inhuurbehoeften en resteert er meer budget. Overige personeelskosten (€ 428.000 N) De overige personeelskosten zijn verhoogd met € 428.000. Deze stijging wordt vrijwel volledig veroorzaakt door uitstroomlasten. De verwachte uitstroomlast bedraagt in totaal € 403.000, waarvan € 273.000 is geraamd voor de vorming van een verplichte voorziening voor toekomstige WWverplichtingen (vanaf 2026). BWB kent, gezien de schaal van de organisatie, geen structurele voorziening voor voormalig personeel. Als gevolg van de huidige personele uitstroom moet deze voorziening nu, conform de wettelijke bepalingen, worden gevormd. De voorziening betreft zowel wettelijke als aanvullende WWverplichtingen.
Eerste bestuursrapportage 2025
26
Bij het bepalen van de hoogte van de voorziening is de maximale WW-uitkeringsduur beperkt tot 50%, uitgaande van de inzet van BWB om voormalig personeel te begeleiden naar nieuw werk en de wettelijke verplichtingen van het personeel om actief te solliciteren. Op grond van het BBV moet een voorziening toereikend zijn voor de onderliggende verplichting. De voorziening wordt daarom periodiek beoordeeld op toereikendheid. Er bestaat een risico dat de voorziening moet worden aangevuld; dit risico (de resterende 50%) is opgenomen in de risicoparagraaf van deze bestuursrapportage. Renteopbrengsten (€ 130.000 N) De renteopbrengsten zijn de verwachte opbrengsten in 2025 over het saldo van de schatkistbankierenrekening. Er is een inschatting gemaakt op basis van een gemiddeld rentepercentage van 2,5%, wat resulteert in € 300.000 aan rentebaten in 2025. De verlaging bedraagt hierdoor € 130.000. Er is hierbij geen rekening gehouden met een eventuele verdere daling van het rentepercentage. Door te schuiven BTW (€ 100.000 V) De ‘Door te schuiven BTW’ wordt geraamd op basis van de verwachtte inkoop. Door de verwachte afname van externe inhuur is ook de compensabele BTW op inhuurlasten gedaald. Dit is in lijn met de inzichten vanuit de jaarrekening 2024.
Dit voordeel heeft echter geen effect voor de gemeentelijke deelnemers, aangezien deze kosten niet in aanmerking komen voor vergoeding via het BTWcompensatiefonds (BCF). Overige kleinere verschillen (< € 100.000) Diverse kleinere verschillen op de baten en lasten bedragen per saldo € 173.000 nadelig en bestaan uit diverse verhogingen en verlagingen van budgetten. De overige kleinere verschillen zijn als volgt uit te splitsen: Overige loonkosten
€
25.000 N
Bedrijfsvoering
€
27.000 N
Kantoorkosten
€
38.000 V
Informatisering/automatisering
€
39.000 N
Huisvesting
€
5.000 N
Materiële lasten binnen Waarderen
€
20.000 N
Materiële lasten binnen Heffen
€
70.000 N
Materiële lasten binnen Invordering
€
25.000 N
Het belangrijkste om hier nog te benoemen is dat de post ‘Gegevensbeheer Basis’ met € 100.000 wordt verhoogd binnen het programma Heffen. Dit komt voornamelijk door een overschrijding van de staffel binnen het digitaal berichtenverkeer (GBA) in 2024. De verwachting is dat er hierover nog een naheffing van € 80.000 zal volgen.
Eerste bestuursrapportage 2025
27
5.3
Aandachtspunten waarmee (financieel) nog geen rekening is gehouden
Naast de reeds verwerkte cijfers uit zijn er echter nog enkele aandachtspunten, ook wel ontwikkelingen, waarvan nog geen financiële mutatie heeft plaats gevonden in deze bestuursrapportage naast de in het risicoprofiel geschetste ontwikkelingen. KinderOpvangToeslagAffaire (KOTA) De afspraken over de compensatie van de kosten die gemeenten in het kader van de hersteloperatie maken, zijn opgenomen in zogenaamde specifieke uitkeringen. Deze zijn vormgegeven in ministeriële regelingen, welke zijn gepubliceerd. In deze bestuursrapportage is nog geen rekening gehouden met de kwijtgescholden (waterschaps)belastingen en compensatie van uitvoeringskosten aangezien de omvang pas bij de jaarrekening bepaald kan worden. Afloop voorzieningen Voorziening griffie en proceskosten waarderen oude jaren Er is een voorziening getroffen voor de verplichtingen die voortvloeien uit afhandeling van de openstaande bezwaren en beroepen oude jaren per balansdatum 31-12-2024. De afloop hiervan is tussentijds beoordeeld. De voorziening is toereikend en naar huidig inzicht iets te hoog gewaardeerd. Het financiële effect hiervan wordt verwerkt bij de jaarrekening 2025. Voorziening verlof en RVU Er is een voorziening getroffen voor de verplichtingen die voortvloeien uit personele zaken zoals verlof (bovenwettelijk- en spaarverlof) en de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU).
De afloop van de voorziening verlof kan tussentijds niet worden bepaald. Er kan dus ook geen inzicht worden gegeven in een eventueel voor- of nadeel. Het financiële effect hiervan wordt verwerkt bij de jaarrekening 2025. Post onvoorzien De begroting bevat een post onvoorzien van € 80.000. Er zijn dit jaar echter nog geen onvoorziene kosten gemaakt die niet opgevangen kunnen worden met interne verschuivingen. De post onvoorzien blijft dus nog beschikbaar.
Eerste bestuursrapportage 2025
28
5.4
Deelnemersbijdragen
Zoals in paragraaf 5.1 is aangegeven daalt de deelnemersbijdrage met een bedrag van € 419.000 als gevolg van de in deze bestuursrapportage voorgestelde budgettaire wijzigingen. De effecten hiervan voor de individuele deelnemers worden echter bepaald op basis van de vastgestelde kostenverdeelsystematiek. Hierbij worden de kosten verdeeld over de deelnemers op basis van de geleverde productie in zowel uren als productieaantallen. Deze worden ook bijgesteld bij het opstellen van de bestuursrapportage, wat betekent dat de kostenverdeling per deelnemer wijzigt. De effecten per individuele deelnemer zijn in onderstaande tabel weergegeven. Herziene deelnemersbijdrage 2025 De deelnemersbijdrage wijziging is hieronder weergegeven. De eerste kolom bevat de oorspronkelijke bijdrage uit de primaire begroting. De tweede kolom bevat de herziene bijdrage inclusief de begrotingswijziging. In kolom drie wordt de wijziging per deelnemer in bedrag en percentage getoond.
Herziening bijdrage inclusief BTW (× € 1.000) Bijstelling
Oorspronkelijke bijdrage incl. BTW
Herziene bijdrage incl. BTW
Bergen op Zoom
1.805
1.730
75 V
-4,2%
Breda
3.989
4.190
201 N
5,0%
Dongen
615
632
17 N
2,8%
Etten-Leur
1.041
1.053
12 N
1,2%
Halderberge
736
731
5V
-0,7%
Loon op Zand
676
727
51 N
7,5%
Moerdijk
1.217
1.084
133 V
-10,9%
Oosterhout
1.505
1.470
35 V
-2,3%
Roosendaal
2.038
2.003
35 V
-1,7%
Rucphen
528
539
11 N
2,1%
Woensdrecht
592
584
8V
-1,4%
Zundert
696
629
67 V
-9,6%
Brabantse Delta
5.335
4.982
353 V
-6,6%
Totaal deelnemers
20.773
20.354
419 V
-2,0%
Deelnemers
Bedrag
%
NB: De verschillen in de deelnemersbijdragen ten opzichte van 2025 zijn weergegeven met een N (nadeel) of een V (voordeel). Dit nadeel c.q. voordeel moet gelezen worden vanuit het perspectief van de deelnemer.
Eerste bestuursrapportage 2025
29
Analyse verschillen per deelnemer Ondanks dat de deelnemersbijdrage wordt verlaagd, resulteert dit niet voor alle deelnemers in een verlaging van de deelnemersbijdrage. Vijf deelnemers moeten een hogere deelnemersbijdrage betalen ten opzichte van de oorspronkelijke bijdrage uit de primaire begroting. De totale procentuele daling van de bijdrage bedraagt 2,0%. Op de vorige pagina is een specificatie per deelnemer zichtbaar. Met name de hogere bijdragen van de Gemeenten Breda, Dongen en Loon op Zand valt procentueel hoog uit, evenals de lagere bijdragen van de Gemeenten Moerdijk, Zundert en het Waterschap Brabantse Delta. De toelichting richt zich daarom vooral op deze uitschieters. Voor de Gemeenten Breda, Dongen en Loon op Zand wordt de stijging van de bijdragen voornamelijk veroorzaakt door de stijging van het tarief voor het proces taxeren en herwaarderen, dat van € 12,26 per object in 2025 stijgt naar € 13,64 na wijziging. Deze tariefstijging wordt vooral veroorzaakt door een gestegen urenraming. Deze ureninzet wordt benut om meer aandacht en kwaliteit te leveren bij het vastleggen van secundaire objectkenmerken, het verbeteren van de datakwaliteit en het verwerken van objectcategorieën waarop de Waarderingskamer extra toezicht houdt.
Deze kwaliteitsimpuls is essentieel om het aantal onterechte bezwaren — dus bezwaren tegen juist vastgestelde waarden — zoveel mogelijk te beperken. Bij de meeste deelnemers wordt deze stijging gecompenseerd door een daling van de kosten voor het proces Waardebezwaren. Echter, voor deze drie gemeenten weegt de tariefstijging voor taxeren en herwaarderen zwaarder dan de daling in de waardebezwaren. In het geval van de Gemeente Loon op Zand stijgen de verwachte kosten voor het proces waardebezwaren zelfs harder dan bij Taxeren en herwaarderen. Het voordeel voor de Gemeente Moerdijk is grotendeels het gevolg van een daling van het producttarief voor de BAG. Door een efficiëntere ureninzet en lagere materiële lasten daalt dit tarief van € 6,04 per BAG-pand in 2025 naar € 3,51 na wijziging. Voor de Gemeente Zundert is het voordeel vooral het gevolg van een daling in het aantal waardebezwaren. Voor het Waterschap Brabantse Delta vinden er aanzienlijke verschuivingen plaats in de bijdrage per proces. Zo stijgen de kosten van gegevensbeheer basis en zuiveringsheffing voornamelijk als gevolg van tariefstijgingen. Dit is grotendeels het gevolg van een hogere urenraming voor deze processen om beter aan te sluiten op de urenrealisatie van de afgelopen jaren. Daartegenover staat een daling van de kosten voor financiële- en dwanginvordering, als gevolg van een tariefdaling.
Deze daling wordt veroorzaakt door een algehele productiestijging, waardoor de kosten per eenheid afnemen, maar waarbij de productie van het Waterschap relatief gelijk blijft. Deze voordelen hebben een groter effect op de bijdrage dan de nadelen, waardoor de algemene bijdrage afneemt.
Eerste bestuursrapportage 2025
30
Compensabele BTW In de oorspronkelijke begroting was het budget voor compensabele BTW € 1.350.000. In deze bestuursrapportage wordt dit bedrag verlaagd met € 100.000 naar € 1.250.000. Dit totaalbedrag wordt proportioneel verdeeld onder de deelnemers. Omdat het Waterschap geen aanspraak maakt op de compensabele BTW, via het compensatiefonds, vervalt dit specifieke deelbedrag. Het totaal compensabele BTW in de tabel komt daardoor niet overeen met het budget.
Compensabele BTW (× € 1.000) Omschrijving
Oorspronkelijke bijdrage Bijdrage
Herziene bijdrage
Comp. BTW
Bijdrage
Comp. BTW
Bergen op Zoom
1.805
117
1.730
106
Breda
3.989
259
4.190
257
Dongen
615
40
632
39
Etten-Leur
1.041
68
1.053
65
Halderberge
736
48
731
45
Loon op Zand
676
44
727
45
Moerdijk
1.217
79
1.084
67
Oosterhout
1.505
98
1.470
90
Roosendaal
2.038
132
2.003
123
Rucphen
528
34
539
33
Woensdrecht
592
38
584
36
Zundert
696
45
629
39
Brabantse Delta
5.335
-
4.982
-
Totaal deelnemers
20.773
1.002
20.354
945
Eerste bestuursrapportage 2025
31
Bijlagen Bijlage 1: Risicoprofiel BWB over 2025 en volgende jaren De risico’s worden steeds opnieuw beoordeeld, de laatste beoordeling heeft plaatsgevonden bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2026. Ten opzichte van deze beoordeling zijn twee risico’s aangepast en is er één nieuwe toegevoegd. Het berekende risicobedragen is afgerond op € 5.000.
Actuele risico’s I(ncidenteel) S(tructureel)
Financiële omvang
Kans
Berekend risico
S
€ 160.000
25%
€ 40.000
Schijnzelfstandigheid/ handhaving wet DBA (aangepast)
Een zzp’er kan achteraf door de Belastingdienst worden aangemerkt als werknemer. Handhaving speelt vanaf 2026. Dit kan leiden tot nabetaling van loonheffingen, boetes en rente en arbeidsrechtelijke gevolgen. De BWB werkt in 2025 aan maatregelen om de risico’s zoveel als mogelijk te beheersen. De functie van taxateur vormt hierin een knelpunt (deze zijn nodig voor de uitvoering van primaire processen maar vacatures worden niet geheel ingevuld). In 2025 wordt is de inhuur van ZZP’ers d verder afgebouwd. Eind 2025 is de verwachting dat er nog maar beperkt gebruik gemaakt gaat worden van ZZP’ers. Daarnaast worden er nieuwe overeenkomsten gesloten waarbij een duidelijk resultaat wordt afgesproken. Bij nieuwe inhuuropdrachten wordt expliciet gekeken of deze wel of niet kan worden opgesteld voor ZZP’ers.
I
€ 600.000
15%
€ 90.000
Aansprakelijkheid in verband met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)
De uitvoering van de AVG is voor een data gestuurde organisatie als de BWB extra risicogevoelig. Ondanks getroffen maatregelen blijft het risico van bijvoorbeeld een datalek aanwezig.
S
€ 750.000
7,5%
€ 55.000
Risico
Toelichting De economie in combinatie met de demografische ontwikkeling zorgt voor een krapte op de arbeidsmarkt. Hierdoor is het moeilijker en vergt het meer tijd om cruciale functies ingevuld te krijgen.
Invullen vacatures Door aanpassingen in de werving en selectie slaagt de BWB erin de meeste vacatures toch ingevuld te krijgen. Dit uit zich in een hogere bezettingsgraad. De functie van taxateur vormt hierop een uitzondering.
Eerste bestuursrapportage 2025
32
In de begroting zijn rentebaten opgenomen. De rente kan fluctueren als gevolg waarvan de opbrengsten afwijken de begroting. Een verlaging van de rente met 0,1% resulteert in circa € 12.000 lagere baten. In aanvulling hierop onderzoekt de minister van Financiën of hij de Daling renteopbrengsten rentevergoeding voor het verplicht (aangepast) schatkistbankieren met 0,2%-punt kan verlagen ten opzichte van de rente waartegen de staat zelf leent. Ook wil hij het bodemtarief van 0% afschaffen, zodat negatieve rentes in de toekomst mogelijk worden. De minister heeft aangekondigd in de eerste helft van 2025 hierover de kamer te informeren. Dit heeft nog niet plaatsgevonden.
S
€ 300.000
50%
€ 150.000
Er is een voorziening getroffen voor voormalig personeel. De maximale verplichting bedraagt € 545.000; 50% hiervan is als voorziening opgenomen. De voorziening wordt periodiek (voor het eerst bij de jaarrekening 2025) beoordeeld op toereikendheid, indien deze als ontoereikend wordt beoordeeld moet deze worden aangevuld. Zie toelichting in paragraaf 5.2 van deze bestuursrapportage.
I
€ 545.000
50%
€ 275.000
Voorziening voormalig personeel (nieuw)
Totaal benodigde weerstandscapaciteit
Eerste bestuursrapportage 2025
€ 610.000
33
Vervallen risico’s Risico
Toelichting
I(ncidenteel) S(tructureel)
Financiële omvang
Kans
Berekend risico
S
€ 150.000
50%
€ 75.000
S
€ 150.000
50%
€ 75.000
De kosten van het digitaal berichtenverkeer (GBA) worden gefactureerd op basis van een staffelstelsel. Doordat de BWB tegen de staffelgrens aanzit leidt een geringe volumetoename direct tot een onevenredig hogere kostenpost. Kosten digitaal berichtenverkeer worden substantieel hoger door overschrijding staffel (vervallen)
Aanbestedingsrisico (vervallen)
Het risico dat de BWB in een hogere staffel gaat vallen is afgewend. Het volume van berichten wordt gemonitord om overschrijding van de staffel te voorkomen, ook zijn maatregelen getroffen om onnodig berichtenverkeer te vermijden. Een naheffing in verband met de overschrijding van de staffel in 2024 is verwerkt in deze bestuursrapportage aangezien de verwachting is dat deze niet valt af te wenden. In de loop van 2025 worden een aantal contracten aanbesteed. Het financiële effect hiervan is niet betrouwbaar in te schatten. De aanbestedingen zijn afgerond. De financiële effecten zijn verwerkt.
Totaal vervallen weerstandscapaciteit
Eerste bestuursrapportage 2025
€ 150.000
34