CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 wijzigingen omgevingsplan Bijlage A.pdf

Gemeenteraad 23 oktober 2025, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 8: Voorstel Wijziging omgevingsplan Woonark Oudenbosch7.063 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEMEENTEBLAD

Officiële uitgave van de gemeente Halderberge

Besluit tot vervanging van Wijziging woonark Wijzigartikel I

Concept

Het Omgevingsplan Halderberge te wijzigen door het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan Halderberge ‘Verplaatsing woonark Oudenbosch’, zoals opgenomen in Bijlage A, ongewijzigd vast te stellen;

Artikel II De Nota van zienswijzen Verplaatsing woonark Oudenbosch vast te stellen;

Artikel III Het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan Halderberge ‘Verplaatsing woonark Oudenbosch’ in werking te laten treden op 27-11-2025.

Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.

1

Concept

(van 1-9-2025 11:29)

Bijlage A Integrale tekstvervanging Wijziging woonark A

Concept

Artikel 1.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1.

Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.

2.

Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.

3.

Bijlage II bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van titel 21.2 van dit omgevingsplan.

B Hoofdstuk 21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 21 ONTWIKKELINGEN [Gereserveerd]

Titel 21.1 ALGEMEEN Afdeling 21.1.1 Algemene regels voor ontwikkelingen Paragraaf 21.1.1.1 Algemene regels Artikel 21.1 Toepassingsbereik De regels in dit hoofdstuk hebben betrekking op de volgende locaties (werkingsgebieden): a. Verplaatsing Woonark Oudenbosch b. etc.

Artikel 21.2 Voorrangsregels Voor zover de regels uit andere hoofdstukken van het omgevingsplan afwijken van de regels in dit hoofdstuk, gaan de regels uit dit hoofdstuk voor.

Artikel 21.3 Voor wie gelden deze regels? Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 21.4 Specifieke zorgplicht Degene die een activiteit als bedoeld in dit hoofdstuk verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende afdeling of paragraaf zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

2

Concept

(van 1-9-2025 11:29)

Concept

Artikel 21.5 Algemeen verbod 1.

Het is verboden locaties waar op grond van dit omgevingsplan bepaalde activiteiten zijn toegestaan, te gebruiken in strijd met de regels van dit hoofdstuk.

2.

Activiteiten die niet zijn benoemd in dit omgevingsplan en die een mogelijk effect kunnen hebben op de fysieke leefomgeving zijn niet toegestaan.

Paragraaf 21.1.1.2 Algemene regels over het verstrekken van gegevens en bescheiden Artikel 21.6 Algemene gegevens bij een melding Een melding wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en d. de dagtekening.

Artikel 21.7 Algemene gegevens bij een informatieplicht Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders, worden die ondertekend en voorzien van: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en d. de dagtekening.

Artikel 21.8 Gegevens bij het wijzigen van naam, adres of normadressaat 1.

Voordat de naam of het adres, bedoeld in artikel 21.6 of 21.7 wijzigen, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

2.

Ten minste vier weken voor de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 21.9 Gegevens en bescheiden op verzoek van het college van burgemeester en wethouders 1.

Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders worden de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn om te bezien of de algemene regels in dit hoofdstuk en maatwerkvoorschriften op grond van dit hoofdstuk voor de activiteit toereikend zijn gezien de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van de fysieke leefomgeving en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.

2.

Gegevens en bescheiden worden verstrekt voor zover degene die de activiteit verricht er redelijkerwijs de beschikking over kan krijgen.

Titel 21.2 VERPLAATSING WOONARK OUDENBOSCH Afdeling 21.2.1 Algemene regels Artikel 21.10 Waar gaat deze afdeling over? De regels in deze afdeling zijn een aanvulling op de regels in dit Omgevingsplan en vervangen de tijdelijke regels die in bestemmingsplannen zijn opgenomen voor de aangegeven locaties (werkingsgebieden).

Artikel 21.11 Verboden activiteiten Het is verboden de gronden en/of opstallen binnen het gebied ‘Wonen- woonark’ te gebruiken of laten gebruiken ten behoeve van: a. het opslaan, storten of bergen van materialen en producten, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de functie gerichte gebruik van de grond; b. het plaatsen van caravans; c. detailhandel;

3

Concept

(van 1-9-2025 11:29)

d.

zelfstandige bewoning van vrijstaande bijgebouwen.

Concept

Artikel 21.12 Meetbepalingen Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: a. De hoogte van een bouwwerk op het land: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. b. De oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. c. De lengte en breedte van een drijvend bouwwerk: tussen de langste lengte en de langste breedte (buitenkant bak) exclusief overstekken, loopranden, gangboorden, stootranden e.d. d. De hoogte van een drijvend bouwwerk: vanaf de waterlijn tot aan het hoogste punt van het bouwwerk, met uitzondering van onderschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

Artikel 21.13 Parkeren Bij het wisselen of toevoegen van functies van gebouwen en gronden mag dit gewijzigde gebruik alleen plaatsvinden als ten aanzien van het aantal parkeerplaatsen is voldaan aan de normering die is opgenomen in de 'Beleidsregels parkeernormen Halderberge' of diens rechtsopvolgers.

Afdeling 21.2.2 Gebiedsaanwijzingen Artikel 21.14 Toepassingsbereik Deze afdeling gaat over het aanwijzen van gebieden met aldaar te beschermen aanwezige waarden en elementen.

Artikel 21.15 Aanwijzing gebied Waterkering Binnen het gebied ‘Waterkering’ zijn activiteiten toegestaan die de onbelemmerde werking, instandhouding en onderhoud van de waterkering bevorderen.

Artikel 21.16 Aanwijzing gebied Luchtvaartverkeerszone -11 Binnen het gebied ‘Luchtvaartverkeerzone - 11’ moet het beschermingsgebied van de in- en uitvliegfunnel van vliegtuigen worden gewaarborgden zijn alleen bestaande kwetsbare of beperkt kwetsbare gebouwen toegestaan.

Afdeling 21.2.3 Gebruik van gronden Artikel 21.17 Wonen - woonark Binnen het gebied 'Wonen - woonark' is uitsluitend wonen op een woonschip toegestaan, één en ander met de bijbehorende voorzieningen, zoals, een tuin, erf, groenvoorziening, parkeervoorzieningen, paden, trappen en overige voorzieningen ten behoeve van een woonschip in de vorm van een aanlegsteiger en aanlegplaats, beschoeiingen, bruggen en kademuren.

Artikel 21.18 Wonen - bed & breakfast Binnen het gebied ‘Wonen - drijvend bijgebouw - B&B’ is kleinschalig logeren, zoals een bed & breakfast toegestaan, mits daarbij wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden in een drijvend bijbehorend bijgebouw bij de woonark; b. het aantal overnachtingsruimten mag niet meer bedragen dan 1; c. maximaal 1 parkeerplaats in het openbaar gebied mag worden benut voor het kleinschalig logeren; d. de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; e. het kleinschalig logeren mag geen onevenredige verkeersaantrekkende werking hebben.

Artikel 21.19 Water Binnen het gebied 'Water’ zijn de volgende activiteiten toegestaan: a. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen;

4

Concept

(van 1-9-2025 11:29)

b. c.

aanlegsteigers en aanlegplaatsen; groenvoorzieningen; één en ander met de bijbehorende voorzieningen zoals bermen, tuinen, paden, trappen, beschoeiingen, bruggen, kademuren e.d.

Concept

Artikel 21.20 Verkeer Binnen het gebied 'Verkeer' zijn de volgende activiteiten toegestaan: a. wegen, voet- en fietspaden; b. parkeervoorzieningen; c. groenvoorzieningen; d. speelvoorzieningen; e. verblijfsvoorzieningen; f. nutsvoorzieningen; g. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. aanlegsteigers en aanlegplaatsen; één en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals ondergrondse retentievoorzieningen, ondergrondse vuilcontainers.

Afdeling 21.2.4 Bouwen en slopen Artikel 21.21 Toegestaan zonder vergunning 1.

Binnen het gebied ‘Verkeer’ zijn uitsluitend toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van de functie Verkeer, alsmede gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen.

2.

Binnen het gebied ‘Waterkering’ zijn uitsluitend bouwwerken toegestaan ten dienste van de functie Waterkering tot een maximale bouwhoogte van 2,5 m ten behoeve van de aanleg en instandhouding van de waterkering.

3.

Binnen het gebied ‘Water’ zijn uitsluitend toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van de functie Water.

4.

Binnen het gebied ‘Wonen - woonark’ zijn uitsluitend toegestaan bouwwerken die ten dienste staan van de functie Wonen - woonark, zoals hoofdgebouwen in de vorm van en woonschip met bijbehorende bouwwerken.

5.

Binnen het gebied ‘Luchtvaartverkeerszone - 11’ mag ten behoeve van een het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten de bouwhoogte van een bouwwerk niet meer bedragen dan de bouwhoogte die wordt verkregen door lineaire interpolatie van 101,4 m en 110,54 m boven NAP.

Artikel 21.22 Toegestaan met vergunning Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 21.21 lid 2 voor het bouwen ten behoeve van de overige functies van deze gronden, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de bebouwing mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van het waterkerende vermogen van de waterkering; b. het bevoegd gezag dient schriftelijk advies in te winnen bij de beheerder van de waterkering.

Artikel 21.23 Hoofdgebouw - woonark

5

1.

Binnen het gebied ‘Wonen - woonark’ gelden voor hoofdgebouwen de volgende voorwaarden: a. hoofdgebouwen zijn toegestaan in de vorm van een drijvend bouwwerk: b. de bouwhoogte van een drijvend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 6 meter, c. de maximale lengte van een drijvend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 23 meter, d. de maximale breedte van een drijvend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 6 meter, e. de maximale diepte van een drijvend bouwwerk mag niet meer dan 2 meter bedragen.

2.

Het is toegestaan met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in het eerste lid teneinde een grotere goothoogte en/of bouwhoogte toe te staan, onder de voorwaarden dat: a. de toegestane bouwhoogte met niet meer dan 3 m wordt verhoogd;

Concept

(van 1-9-2025 11:29)

b.

c.

het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; de omgevingsvergunning het behoud van een stedenbouwkundige eenheid van de desbetreffende straat in acht neemt.

Concept

Artikel 21.24 Bijgebouwen - bij woonark Binnen het gebied ‘Wonen - woonark’ gelden voor bijgebouwen de volgende voorwaarden: a. de bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend worden opgericht binnen het gebied ‘Wonen- woonark’; b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m; d. de bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen dan 20 m2.

Artikel 21.25 Drijvend bijgebouw - bij woonark Binnen het gebied ‘Wonen - drijvend bijgebouw - B&B’ is een drijvend bouwwerk toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de hoogte van het drijvend bijgebouw is maximaal 3 meter; b. de breedte van het drijvend bijgebouw is maximaal 4 meter; c. de lengte van het drijvend bijgebouw is maximaal 17 meter.

Artikel 21.26 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde - bij woonark Binnen het gebied ‘Wonen - woonark’ gelden voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, op te richten de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1,0 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.

Artikel 21.31 Slopen bouwwerk en kappen bomen toegestaan met vergunning 1.

Binnen het gebied ‘Verkeer’ is het toegestaan met een omgevingsvergunning: a. een bouwwerk te slopen; en b. bomen te kappen.

2.

De omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als aan de voorwaarde wordt voldaan dat uit een recente natuurtoets door een ecologisch deskundige is gebleken dat bij het slopen van een bouwwerk of kappen van een boom er geen beschermde natuurwaarden worden geschaad .

Afdeling 21.2.5 Grondwerkzaamheden Artikel 21.27 Toegestaan zonder vergunning Binnen het gebied ‘Waterkering’ zijn de volgende werken en werkzaamheden toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. deze betreffen het normale onderhoud en/of gebruik, dan wel zijn van ondergeschikte betekenis; b. deze zijn reeds in uitvoering, dan wel mogen krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan worden uitgevoerd .

Artikel 21.28 Toegestaan met vergunning Binnen het gebied ‘Waterkering’ is het mogelijk om met een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; b. het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen, allen dieper dan 0,60 m onder maaiveld, alsmede de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage; c. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen en greppels alsmede het anderszins verlagen van de waterstand; d. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen in de bodem; e. het aanleggen van landschapselementen;

6

Concept

(van 1-9-2025 11:29)

f.

het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 100 m² al dan niet in de vorm van wegen.

Artikel 21.29 Beoordelingsregels

Concept

De in artikel Artikel 21.28 genoemde omgevingsvergunning wordt verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de functie van de waterkering en alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning advies is ingewonnen bij de beheerder van de waterkering.

7

Concept

(van 1-9-2025 11:29)

C Na bijlage I wordt een bijlage ingevoegd, luidende:

Concept

Bijlage II BIJ ARTIKEL 1.1 DERDE LID, VAN DIT OMGEVINGSPLAN, BEGRIPSBEPALINGEN

8

1 Begripsbepalingen In deze regels wordt verstaan onder: a. Aanlegplaats: plaats, waar een pleziervaartuig kan aanmeren, niet zijnde een woonark. b. Bijbehorend bouwwerk bij woonarken: uitbreiding van woonark, dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend gebouw, of een ander bouwwerk, met een dak, al of niet op de oever. c. Kleinschalig logeren: kleinschalige recreatieve activiteiten in de vorm van logies en ontbijt tot een in de regels aangegeven maximum aantal logeereenheden. d. Kunstwerken: bouwwerken geen gebouwen zijnde van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijke. e. Ligplaats: een gedeelte van het openbaar water door een woonark of woonboot ingenomen of bestemd om door een woonark of woonboot met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen. f. Loopplank: voorziening om op de wal te komen. g. Oever: aan het water grenzende strook land bestaande uit een oevertalud en een horizontaal gelegen oever. h. Oevergebruik: het gebruik van de oever ten behoeve van de buitenruimte bij een woonark en entree tot de woonark. i. Peil: voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst; de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang van het gebouw. In andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. j.

Voorzieningen voor woonarken: een voorziening voor een woonark is een object in of boven het water dat verband houdt met het wonen of verblijven op de woonark, zoals een loopplank of steiger, een vlot, een vlonder (al of niet boven water), een drijvende tuin of drijvend terras. k. Waterhuishoudkundige voorzieningen: waterhuishoudkundige voorzieningen zijn voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit. l. Waterlijn: het grensvlak tussen water en lucht. m. Woonark: drijvend object, in het algemeen niet bestemd of ingericht om te varen, doorgaans voorzien van een betonnen casco met vierkante of rechthoekige opbouw, waaronder begrepen een drijvende woning zowel ten behoeve van permanente als niet-permanente bewoning.

Concept

(van 1-9-2025 11:29)

D Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Concept

Bijlage II Geografische Informatieobjecten

9

Deze regeling bevat geen GIO informatie. [Vervallen]

Concept

(van 1-9-2025 11:29)

E Na bijlage II wordt een bijlage ingevoegd, luidende:

Concept

Bijlage III Geografische Informatieobjecten Luchtvaartverkeerzone - 11

/join/id/regdata/gm1655/2024/fda39640bead4a56b8a2d6d08ca63d02/nld@202508-13;55fc246acc214060adc3c8929f8f5c5a

Verkeer

/join/id/regdata/gm1655/2024/bddd30971da147ebb53629ad13bab253/nld@202508-13;ded5542e299a490993ef03aff79ea2b4

Verplaatsing Woonark

/join/id/regdata/gm1655/2024/e0a8817f9387407e98da4a2e96ee176a/nld@202508-13;d4b4720ba00c4fc1aa2ef5610e18fdc0

Water

/join/id/regdata/gm1655/2024/4be0325c4f724fa48daaa3191056add9/nld@202508-13;8f3d87e3d9a8441ca7b81ce2c1897353

Waterkering

/join/id/regdata/gm1655/2024/4b3601f4058c42f1add96acdca09cf4e/nld@2025-08-13;b3ab898752084e45aa809f12c2d8d78a

Wonen - drijvend bijgebouw - B&B /join/id/regdata/gm1655/2024/e8af80f9d0854b1694345cbc7ab7fd05/nld@202508-13;11d9997b6f91423e97a4d4191ab32374 Woonark

/join/id/regdata/gm1655/2024/46bd09bdea404461a6278b623579d1dc/nld@202508-13;59415e6e4e6a46ec84b73f0eb81e31d5

F Het opschrift van toelichting wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting G Voor artikelgewijzetoelichting wordt een algemenetoelichting ingevoegd, luidende:

Algemene toelichting 1 Inleiding Algemeen Voor de volledige toelichting op de verplaatsing van de woonark in de haven van Oudenbosch wordt verwezen naar het PDF bestand. H De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.6 [Vervallen]

10

Concept

(van 1-9-2025 11:29)

[Vervallen] I De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Concept

Artikel 22.42 Oogmerken Dit artikel somt op met welke oogmerken de algemene regels voor de milieubelastende activiteiten in dit (tijdelijke) omgevingsplan zijn gesteld. De wet kent een aantal maatschappelijke doelen. De algemene regels over milieubelastende activiteiten in dit omgevingsplan zijn gesteld vanwege een concretisering van deze doelen. Artikel 22.42 somt deze oogmerken limitatief op. Artikel 22.42 werkt ook door in de bevoegdheden van bestuursorganen tot het stellen van maatwerkvoorschriften. Meer uitleg hierover staat bij de toelichting op artikel 22.4522.45 Maatwerkvoorschriften. Het artikel sluit aan bij de oogmerken van artikel 4.22 van de Omgevingswet, voor het stellen van rijksregels. Het artikel bouwt voort op de te beschermen belangen die in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer zijn genoemd. Onderdeel c van dit artikel benoemt enkele milieuthema’s, maar ook andere milieuaspecten zoals geluid, trillingen en geur vallen onder de oogmerken van deze afdeling. Bij de activiteiten in deze afdeling zullen niet steeds alle oogmerken of milieuthema’s een rol spelen, en zullen zeker niet alle milieuaspecten bij een activiteit terugkomen in meer uitgewerkte regels. Als voor een bepaald oogmerk geen nader uitgewerkte regels in dit omgevingsplan zijn opgenomen, geldt wel de specifieke zorgplicht. J De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Derde lid Nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van en naar de activiteit betreffen hinder door bezoekersverkeer en indirecte geluidhinder. Bezoekersverkeer is het bezoek van klanten of bezoekers aan een activiteit. De Handreiking Vervoermanagement (november 2017) geeft inzicht in de wijze waarop invulling gegeven kan worden aan dit aspect van de specifieke zorgplicht. Daarnaast legt de handreiking de relatie met de EED, the European Energy Efficiency Directive en hoe daar mee om te gaan. De verschillende doelgroepen krijgen met deze handreiking meer inzicht in de mogelijkheden voor een «integrale» aanpak van duurzame mobiliteit. Onder indirecte geluidhinder wordt geluidhinder verstaan die niet wordt veroorzaakt door activiteiten of installaties binnen de begrenzing van de locatie waarop de activiteit plaatsvindt, maar die wel aan die activiteit zijn toe te rekenen. In de toelichting bij artikel 22.5622.56 Geluid: meerdere activiteiten beschouwen als één activiteit (geluid: meerdere activiteiten beschouwen als een activiteit) wordt nader ingegaan op het verschil tussen directe geluidhinder en indirecte geluidhinder. Het bevoegd gezag heeft op grond van artikel 22.45 de bevoegdheid maatwerkvoorschriften te stellen.

Maatwerkvoorschriften kunnen ook inhouden dat de activiteiten worden beschreven en dat metingen, berekeningen of tellingen moeten worden verricht om de mate waarin nadelige gevolgen voor het milieu worden veroorzaakt, te bepalen. De resultaten van een dergelijk onderzoek kunnen aanleiding zijn aanvullende maatwerkvoorschriften te stellen ter voorkoming of beperking van nadelige gevolgen voor het milieu, zoals het voorschrijven van maatregelen en gedragsvoorschriften. Bij het stellen van maatwerkvoorschriften ter voorkoming van indirecte geluidhinder vanwege wegverkeer kan de circulaire van 29 februari 1996 van de Minister van VROM, getiteld «Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de vergunningverlening op basis van de Wet milieubeheer» als hulpmiddel dienen. Dit is niet veranderd ten opzichte van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor een verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Bal, stonden in artikel 21 van het voormalige Besluit algemene regels milieu mijnbouw en artikel 4 van de voormalige Regeling algemene regels milieu mijnbouw, regels over geluid door verkeersbewegingen. Deze regels hielden in dat de etmaalwaarde van de verkeersbewegingen van en naar de mobiele installatie niet hoger was dan 50 dB(A), beoordeeld volgens de hierboven genoemde circulaire van

11

Concept

(van 1-9-2025 11:29)

Concept

29 februari 1996. Deze regels komen niet expliciet terug in deze afdeling, maar vallen wel onder de specifieke zorgplicht van dit omgevingsplan, bedoeld in dit derde lid. Anders dan bij de plichten uit het tweede lid van dit artikel, geldt de zorgplicht uit dit derde lid ook voor milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Bal. Niet voor alle nadelige gevolgen van milieubelastende activiteiten voor de fysieke leefomgeving zijn rijksregels gesteld in het Bal. Anders dan in het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 2.1, eerste lid, in samenhang met het tweede lid, onderdeel k en q) maken de nadelige gevolgen van het verkeer van personen of goederen van en naar een activiteit en de bescherming van het donkere landschap geen onderdeel uit van de belangen die met het Bal worden behartigd. Voor de belangen die buiten het Bal vallen, kunnen voor het waarborgen van deze belangen op decentraal niveau regels worden gesteld. In dit artikel is dit gedaan, door in het derde lid het voorkomen of beperken van hinder, veroorzaakt door verkeer van en naar de activiteit en het beschermen van de duisternis en het donkere landschap op te nemen. K De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.52a Energie: overgangsrecht maatregelen en informatieplicht Dit artikel bevat overgangsrecht voor milieubelastende activiteiten die onder het toepassingsbereik van paragraaf 22.3.2 van dit omgevingsplan vallen en waarvoor al op grond van het recht voor de Omgevingswet – in concreto artikel 2.15, tweede, tiende of elfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer – door het betrokken bedrijf of de betrokken instelling een rapportage informatieplicht aan het bevoegd gezag is verstrekt of had moeten worden verstrekt. Dit overgangsrecht heeft in de eerste plaats tot gevolg dat tot 1 december 2023 kan worden volstaan met het treffen van de energiebesparende maatregelen, bedoeld in artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit is inclusief de bijbehorende regels en bijlagen uit afdeling 2.5 van de Activiteitenregeling milieubeheer, zoals de lijst met erkende energiebesparende maatregelen, de rekenmethode voor de terugverdientijd en de rekenmethode voor de hoeveelheid aardgasequivalent. In artikel 22.52a, tweede lid, is in dat licht gedurende de periode, bedoeld in het eerste lid van het artikel, artikel 22.52 op de betreffende milieubelastende activiteiten niet van toepassing verklaard.

Daarnaast volgt uit dit overgangsrecht dat als voor een onder het toepassingsbereik vallende milieubelastende activiteit die is gestart voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet door het betrokken bedrijf of de betrokken instelling een rapportage informatieplicht had moeten worden verstrekt, maar dat nog niet is gebeurd, tot 1 december 2023 nog steeds in overeenstemming met de daaraan in artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer gestelde eisen aan de informatieplicht moet worden voldaan. Met het opnemen van de datum van 1 december 2023 als einddatum voor het overgangsrecht is aansluiting gezocht bij de datum van het van toepassing worden van de geactualiseerde regels over energiebesparing zoals deze is opgenomen in de hiervoor in de toelichting bij artikel 22.5122.51 Toepassingsbereik genoemde voorziene regelgeving. L De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Activiteiten Dit artikel geldt in beginsel voor alle milieubelastende activiteiten die onder het algemene toepassingsbereik van deze afdeling, bedoeld in artikel 22.41 vallen. Dat algemene toepassingsbereik probeert het oude Wet milieubeheer begrip inrichting te vangen. Zie daarover meer in de toelichting bij artikel 22.41, tweedeTweede lid. De geluidvoorschriften van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer waren alleen van toepassing op deze Wet milieubeheer-inrichtingen. Dat betekent dat het geluid door activiteiten die buiten het algemene toepassingsbereik van deze afdeling vallen, niet hoeft te voldoen aan de bepalingen van deze geluidparagraaf. Voor die activi-

12

Concept

(van 1-9-2025 11:29)

Concept

teiten blijven op grond van artikel 22.4 van de Omgevingswet onder meer de regels gelden over geluidhinder uit de Algemene Plaatselijke Verordening. Ook is er in artikel 22.1 van dit omgevingsplan een algemene voorrangsbepaling opgenomen. Het eerste lid van dat artikel bevat een voorrangsregel voor geluidregels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, op grond van artikel 22.1, onder a van de Omgevingswet, voor zover die regels afwijken van de geluidregels in deze paragraaf van dit omgevingsplan. Een voorbeeld hiervan zijn afwijkende geluidwaarden in een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte op grond van de voormalige Crisis- en herstelwet. Het tweede lid van artikel 22.1 van dit omgevingsplan bevat een voorrangbepaling voor vergunningvoorschriften in een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die op grond van het oude recht is verleend. De geluidvoorschriften uit die vergunningen krijgen voorrang op de geluidregels in dit omgevingsplan. M De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Directe hinder, laden en lossen versus indirecte hinder Ook activiteiten die niet hoofzakelijk op de locatie van het terrein van een bedrijf plaatsvinden, maar in de onmiddellijke nabijheid daarvan, kunnen onderdeel zijn van een activiteit in de zin van dit artikel. Dit wordt beschouwd als «directe hinder». Een voorbeeld hiervan zijn laad- en losactiviteiten die op de openbare weg worden uitgevoerd. Het geluid van dit laden en lossen moet dus ook voldoen aan de waarde voor geluid van een activiteit, zoals opgenomen in deze paragraaf. In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer golden de geluidnormen ook voor deze activiteiten in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting. De geluidvoorschriften in deze paragraaf gelden dus voor het geluid dat beschouwd wordt als «directe hinder». Geluid, veroorzaakt door het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit (totdat het is opgenomen in het heersende verkeersbeeld) wordt beschouwd als «indirecte hinder». Voor indirecte hinder geldt alleen de specifieke zorgplicht in artikel 22.44, derde lid van dit omgevingsplan. Zie ook de toelichting bij artikel 22.44, derdeDerde lid. Overigens was het onder het oude recht ook afhankelijk van de omstandigheden van het geval wanneer laden en lossen overgaat in het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit.

Deze omgevingsplanregels van rijkswege brengen hier geen verandering in. N De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.146 Gegevens en bescheiden Zie de toelichting bij artikel 22.13822.138 Gegevens en bescheiden voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen. O De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.164 Lozen van huishoudelijk afvalwater vanuit andere systemen Voor lozingen vanuit «overheids-IBA’s» geldt dezelfde regeling als voor de lozingen vanuit gemeentelijke rioolstelsels. Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 22.16322.163 Lozen vanuit openbaar hemelwaterstelsel en openbaar ontwateringsstelsel. P De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

13

Concept

(van 1-9-2025 11:29)

Artikel 22.189 Gegevens en bescheiden Zie de toelichting bij artikel 22.18622.186 Gegevens en bescheiden voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.

Concept

Q De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.197 Gegevens en bescheiden Zie de toelichting bij artikel 22.18622.186 Gegevens en bescheiden voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen. R De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.203 Gegevens en bescheiden Zie de toelichting bij artikel 22.18622.186 Gegevens en bescheiden voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen. S De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.225 Gegevens en bescheiden Zie de toelichting bij artikel 22.18622.186 Gegevens en bescheiden voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen. Deze paragraaf treedt in werking bij een parkeergarage met meer dan 20 parkeerplaatsen. De plicht gegevens en bescheiden te verstrekken treedt in werking bij een parkeergarage met meer dan 30 parkeerplaatsen. Dit verschil is afkomstig uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, waarbij een parkeergarage pas vanaf 30 parkeerplaatsen meldingsplichtig was. T De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.228 Gegevens en bescheiden Zie de toelichting bij artikel 22.18622.186 Gegevens en bescheiden voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen. Met de plaats waar bodembedreigende stoffen worden gebruikt, wordt bedoeld het hele gebied, van de plaats waar wordt geschoten tot de plaats waar de munitie terecht kan komen. U De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.238 Gegevens en bescheiden Zie de toelichting bij artikel 22.18622.186 Gegevens en bescheiden voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen. V

14

Concept

(van 1-9-2025 11:29)

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.241 Gegevens en bescheiden

Concept

Zie de toelichting bij artikel 22.18622.186 Gegevens en bescheiden voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen. W De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.247 Gegevens en bescheiden Zie de toelichting bij artikel 22.18622.186 Gegevens en bescheiden voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen. X De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.253 Gegevens en bescheiden Zie de toelichting bij artikel 22.18622.186 Gegevens en bescheiden voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen. Y De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.275 Beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg en artikel 22.276 Voorschriften binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg De Wet geluidhinder bepaalde dat het college van burgemeester en wethouders in zijn besluit bepaalde welke maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat de geluidbelasting binnen de zone de hoogst toelaatbare waarden te boven zou gaan. Dat is te lezen als een regel over voorschriften. Omdat een binnenplans vergunningstelsel altijd een beoordelingsregel vereist, is deze regel hier uitgesplitst in een beoordelingsregel, inhoudende dat het bevoegd gezag de omgevingsvergunning alleen verleent als binnenplanse omgevingsvergunning als de grenswaarde niet wordt overschreden, en in een regel over voorschriften, die inhoudt dat het bevoegd gezag de maatregelen voorschrijft die nodig zijn om te voorkomen dat niet aan de standaardwaarden wordt voldaan of dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen toeneemt ten opzichte van het geluid direct voorafgaand aan de wijziging. Als de omgevingsvergunning niet kan worden verleend als binnenplanse omgevingsplanactiviteit, kan de aanvraag worden beoordeeld als een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

Op die beoordeling zijn de regels van paragraaf 5.1.4.2a.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing. De gehanteerde grenswaarde is niet ontleend aan de normwaarden van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder, maar aan het Besluit kwaliteit leefomgeving zoals dat is gewijzigd door het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet. In de toelichting op artikel 22.27422.274 Aanvraagvereiste binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg is ingegaan op de achtergrond hiervan. Z De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

15

Concept

(van 1-9-2025 11:29)

Concept

Artikel 22.281 Omgevingsplanactiviteit: nadere invulling beoordelingsregels omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet algemeen Artikel 22.281 moet worden gelezen in samenhang met artikel 22.280 en heeft ook betrekking op de in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan opgenomen mogelijkheden om bij omgevingsvergunning van gestelde regels te kunnen afwijken. Zoals al toegelicht bij22.280 Omgevingsplanactiviteit: omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.28022.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet vielen dergelijke afwijkingsmogelijkheden onder de juridische werking van de vergunningplicht van artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1°, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, konden deze omgevingsvergunningen worden verleend.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft er in haar advies over het ontwerp Invoeringsbesluit Omgevingswet terecht op gewezen dat uit de werking van de beoordelingsregel in artikel 8.0a, eerste lid, van het Bkl een imperatieve werking voortvloeit, die ertoe leidt dat een omgevingsvergunning voor activiteiten als hier bedoeld moet worden verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning. Hierdoor zou de mogelijkheid uit artikel 2.12 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht om de vergunning, ook als werd voldaan aan de in de betrokken planologische regeling gestelde regels over afwijking, toch te kunnen weigeren, komen te vervallen. Voor zover de regels voor het kunnen verlenen van een omgevingsvergunning voor deze afwijkingsmogelijkheden geen zelfstandige beslissingsruimte bieden (maar een imperatieve redactie kennen die kan dwingen tot vergunningverlening), zou dit onder de werking van het nieuwe stelsel tot het probleem kunnen leiden dat het bevoegd gezag wordt gedwongen een vergunning te verlenen terwijl onder oud recht artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht nog de afwegingsruimte bood de vergunning in die omstandigheid toch te kunnen weigeren.

Om een neutrale overgang naar het nieuwe stelsel te borgen, wordt met artikel 22.281 beslissingsruimte toegevoegd aan de imperatief geformuleerde regels voor het verlenen van deze vergunningen. Daarmee blijft het net als onder de werking van het oude stelsel mogelijk een afweging te maken en de vergunning voor een geboden afwijkingsmogelijkheid in voorkomende omstandigheden toch te weigeren, in het geval de regels voor het verlenen van de afwijking zouden dwingen om de vergunning te verlenen. Het zal overigens in de praktijk geregeld voorkomen dat een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een dergelijke afwijking van een regel gezamenlijk wordt verleend met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk. AA De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.282 Omgevingsplanactiviteit: specifieke beoordelingsregel afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, bij regels over een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht Artikel 22.282 biedt voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 22.280 een aanvullende mogelijkheid de omgevingsvergunning te verlenen als de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft in strijd is met de in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan gestelde regels over afwijking, waardoor vergunningverlening op grond van die regels niet mogelijk is, maar niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht in dat tijdelijke deel. Hiermee wordt een vergelijkbare mogelijkheid geboden zoals artikel 22.32 van dit omgevingsplan biedt voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteiten bestaande uit bouwactiviteiten en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk. Omdat de werking identiek is wordt voor de toepassing van deze bepaling verder verwezen naar de toelichting22.32 Specifieke beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij artikel 22.32regels over een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht.

BB De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd: In dit artikel staan de specifieke aanvraagvereisten voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument die een archeologisch monument betreft. Een archeologisch monument is in de Erfgoedwet gedefinieerd als een terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed

16

Concept

(van 1-9-2025 11:29)

Concept

vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen. Dit artikel is van toepassing als de aanvraag een gemeentelijk monument betreft dat een archeologisch monument is, en kan in bepaalde gevallen van toepassing zijn als deze een archeologisch monument betreft dat geen zelfstandig gemeentelijk monument is, maar zich ter plaatse van een gebouwd of aangelegd gemeentelijk monument bevindt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de resten van een voorganger van een als gemeentelijk monument beschermde kerk die zich daar nog onder bevinden, of aan het bodemarchief onder een slotgracht of kasteeltuin. Als voor die locatie nog geen afweging over de archeologische monumentenzorg heeft plaatsgevonden in het kader van besluitvorming over het toedelen van functies aan locaties, kunnen de archeologische belangen worden meegewogen bij de besluitvorming over de omgevingsvergunning voor een (bodemverstorende) activiteit die een gebouwd of aangelegd gemeentelijk monument betreft.

Er kunnen in dat geval aan de omgevingsvergunning in het belang van de archeologische monumentenzorg ook vergunningvoorschriften worden verbonden voor het in situ- of ex situ-behoud van het zich daaronder bevindende archeologisch monument (zie verder de toelichting bij artikel 22.30322.303 Voorschriften over archeologische monumentenzorg). In de meeste gevallen zal het bij een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in dit artikel gaan om het op een of meer plaatsen verstoren van de bodem, maar het kan bij zichtbare archeologische monumenten, zoals terpen/wierden, kasteelterreinen, hunebedden, grafheuvels en scheepswrakken, bijvoorbeeld ook gaan om ontsiering of beschadiging van het zichtbare deel van het archeologisch monument. Veel voorkomende activiteiten die betrekking hebben op een archeologisch monument, zijn: – a. bouw-, sloop-, inrichtings- en graafwerkzaamheden, – b. de aanleg of het onderhoud van infrastructurele werken zoals (spoor)wegen, rioleringen, kabels en leidingen. Ook kan het gaan om: – a. het aanbrengen van verhardingen in de openbare ruimte, – b. het aanleggen of dempen van waterlopen en het aanleggen van vaargeulen, – c. het aanplanten en verwijderen van (diepwortelende) bomen en struiken, – d. het ophogen, verlagen of egaliseren van het maaiveld, – e. het wijzigen van het grondwaterpeil, – f. het winnen van grondstoffen, – g.

agrarische grondwerkzaamheden, en – h. activiteiten die tot doel hebben de fysieke staat van het archeologisch monument te consolideren of te restaureren. CC De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Tweede lid, onderdeel b Een rapport als bedoeld in onderdeel b kan nodig zijn als dit omgevingsplan voor de locatie van het gebouwde of aangelegde monument (nog) niet voorziet in een adequaat archeologisch regime en de activiteit leidt tot verstoring van de bodem. Zie verder de toelichting bij artikel 22.28822.288 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument voor zover het gaat om een archeologisch monument. DD De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Tweede lid Een rapport als bedoeld in onderdeel b kan nodig zijn als dit omgevingsplan voor de locatie van het gebouwde of aangelegde monument of voor de nieuwe locatie (nog) niet voorziet in een adequaat archeologisch regime en de activiteit leidt tot verstoring van de bodem. Zie verder de toelichting bij artikel 22.28822.288 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument voor zover het gaat om een archeologisch monument.

17

Concept

(van 1-9-2025 11:29)

Concept

Aanvullende tekeningen als bedoeld in onderdeel d kunnen bijvoorbeeld nodig zijn als er sprake is van bijzondere detaillering (detailtekeningen) of om een beeld te krijgen van het (functioneren van het) monument op de nieuwe plek, bijvoorbeeld met impressietekeningen of 3D-visualisaties.

18

Het bevoegd gezag kan bij de beoordeling van vergunningaanvragen voor een rijksmonumentenactiviteit kwaliteitseisen hanteren, bijvoorbeeld door te verwijzen naar de uitvoeringsrichtlijnen die in de beroepsgroep(en) gelden. Bij de beoordeling van een aanvraag is het voor het bevoegd gezag van belang om te weten of de aanvrager het plan dat ten grondslag ligt aan de aanvraag hierop al heeft afgestemd of niet. Op grond van onderdeel e moet hij hier opgave van doen. Het gaat hier overigens niet om algemene uitvoeringsvoorschriften als bedoeld in het Bbl. EE De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Tweede lid, onderdeel b Een rapport als bedoeld in onderdeel b kan nodig zijn als dit omgevingsplan voor de locatie van het gebouwde of aangelegde monument (nog) niet voorziet in een adequaat archeologisch regime en de activiteit leidt tot verstoring van de bodem. Zie verder de toelichting bij artikel 22.28822.288 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument voor zover het gaat om een archeologisch monument. FF De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.302 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht Zoals hiervoor al toegelicht bij artikel 22.28322.283 Toepassingsbereik gaat het hier om het slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht waarvoor op grond van artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Hiervoor gelden dezelfde aanvraagvereisten als voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 22.296. Volstaan wordt daarom met een verwijzing naar de toelichting op dat artikel. Ook onder de voormalige Regeling omgevingsrecht golden voor deze activiteiten dezelfde indieningsvereisten.

Concept

(van 1-9-2025 11:29)

Bijlage B Algemeen

Concept

Motivering wijziging omgevingsplan verplaatsing woonark incl bijlagen.pdf

19

/join/id/pubdata/gm1655/2025/b1e85cdd9deb4738986b4b330eac6869/nld@2025-09-01;2

Motivering wijziging omgevingsplan /join/id/pubdata/gm1655/2024/990834b5b96943c980a7a09a30c5b9cf/nld@2025-09-01;3 verplaatsing woonark, inclusief bijlagen (versie 6 januari 2025)-gecomprimeerd.pdf Nota van zienswijzen Verplaatsing woonark Oudenbosch.pdf

Concept

(van 1-9-2025 11:29)

/join/id/pubdata/gm1655/2025/9d851a7aa17a4749b550d8e946f539f3/nld@2025-09-01;1

Concept

Motivering

20

Concept

(van 1-9-2025 11:29)

Bijlage 1 Motivering 1 Motivering bij besluit 1 Motivering bij besluit

Concept

Voor de motivering verwijzen we naar de PDF bijlagen Motivering wijziging omgevingsplan - verplaatsing woonark incl bijlagen.pdf

21

Concept

(van 1-9-2025 11:29)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/619/documents/73696