Bijlage 1 toelichting.pdf
Tekst van het document
Compositie 5 stedenbouw bv Boschstraat 35 4811 GB Breda telefoon
076 – 5225262
info@c5s.nl
internet
www.c5s.nl
kvk Breda
20083802
Gemeente Halderberge Bestemmingsplan “Bovenstraat 53a, Hoeven”
Projectnummer: Datum:
203384 22 juni 2021
Gemeente Halderberge Bestemmingsplan “Bovenstraat 53a, Hoeven”
Inhoud 1. Toelichting 2. Regels 3. Verbeelding id.nr.: NL.IMRO.1655.BP6027-B001 d.d.: 12-02-2021
Projectleider: Collegiale toets: Status:
Dhr. mr. M.J.A.B. Elsman Dhr. ing. M.J. Volbeda ontwerp
Toelichting
INHOUD 1 1.1 1.2 1.3 1.4
INLEIDING Aanleiding en doel Begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
3 3 3 4 5
2 2.1 2.2 2.3
PLANBESCHRIJVING Inleiding Beschrijving huidige situatie Beoogde situatie plangebied
7 7 7 7
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
BELEIDSKADER Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Parkeren & verkeer
9 9 9 13 21 23
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
PLANOLOGISCH RELEVANTE (MILIEU)ASPECTEN Inleiding Bodem Waterhuishouding Cultuurhistorie Archeologie Ecologie Wegverkeerslawaai Bedrijven en milieuzonering Geurhinder en veehouderijen Externe veiligheid Luchtkwaliteit Kabels en leidingen Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling
27 27 27 28 32 34 36 37 38 39 41 44 46 46
5 5.1 5.2 5.3
JURIDISCHE PLANTOELICHTING Inleiding Opbouw van de regels Regels
49 49 49 49
6 6.1 6.2 6.3
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Inleiding Toepassing Grondexploitatiewet Economische uitvoerbaarheid
53 53 53 53
7 7.1 7.2
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Vooroverleg Omgevingsdialoog
55 55 55
Bestemmingsplan “Bovenstraat 53a, Hoeven”
1
7.3
Zienswijzen
56
Bijlagen Bijlage 1 - Quickscan flora & fauna, Veldbiologische Werken, oktober 2020; Bijlage 2 - Standaard advies 2020, Brandweer Midden- en West-Brabant; Bijlage 3 - Verslag omgevingsdialoog.
Uitsnede topografische kaart omgeving Hoeven. Met de gele ster is globaal de locatie van het plangebied geduid. Bron: topotijdreis.nl, 2020.
2
Gemeente Halderberge
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel Aanleiding Aan de Bovenstraat 53a te Hoeven is binnen een bestaand bestemmingsvlak sprake van een bedrijfskavel met daarbinnen één bedrijfspand. In het bedrijfspand waren de voorbije jaren enkele sportscholen gevestigd. Ook was het bedrijfspand een tijdje ingericht als dansschool en feestzaal. Het pand staat sindsdien echter leeg. Thans bestaat het voornemen om een nieuwe invulling aan het pand te geven. Er is een plan opgevat welke toeziet op het inpandig verbouwen van het pand tot de realisatie van vier of vijf ‘sauna/wellness-cabines’. De gemeente Halderberge heeft op 29 september 2020 besloten in principe medewerking te verlenen aan dit initiatief om zodoende langere leegstand en verloedering te doorbreken. Doel In het vigerend bestemmingsplan “Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge” is aan de gronden de bestemming ‘Bedrijf’ met de functieaanduiding ‘sportcentrum’ toegekend. Binnen deze bestemming is een bedrijf in milieucategorie 1 en/of 2, overeenkomstig de Staat van Bedrijfsactiviteiten, toegestaan, alsmede een sportcentrum. De beoogde sauna/wellness betreft bedrijvigheid uit milieucategorie 2. Deze vorm bedrijvigheid is echter niet opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen bij de regels van het geldende bestemmingsplan.
Om het planvoornemen derhalve juridisch-planologisch mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken.
1.2
Begrenzing plangebied De locatie waar de ontwikkeling wordt voorzien ligt ten zuidoosten van de kern Hoeven, aan de Bovenstraat 53a te Hoeven. De locatie is kadastraal bekend als voormalige gemeente Hoeven, sectie H, nummer 1552. Dit kadastrale perceel vormt de begrenzing van dit bestemmingsplan.
Bestemmingsplan “Bovenstraat 53a, Hoeven”
3
Uitsnede satellietfoto omgeving Bovenstraat 53a te Hoeven met het plangebied rood omkaderd. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.
1.3
Vigerend bestemmingsplan Toetsingskader Voor de gronden binnen het plangebied vigeert het bestemmingsplan “Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge” zoals vastgesteld op 14 december 2017. In dit bestemmingsplan zijn de gronden binnen het plangebied bestemd als ‘Bedrijf’ met de functieaanduiding ‘sportcentrum’. Tevens ligt de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 2’ binnen het plangebied, evenals de gebiedsaanduiding ‘overige zone - bebouwingsconcentratie’ en ‘luchtvaartverkeerzone - 5’.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Eerste herziening bestemmingplan Buitengebied Halderberge” met plangebied rood omkaderd. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.
4
Gemeente Halderberge
Beoordeling De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor een bedrijf in milieucategorie 1 en/of 2, overeenkomstig de Staat van Bedrijfsactiviteiten, alsmede een sportcentrum ter plaatse van de aanduiding ‘sportcentrum’. De beoogde sauna/wellness betreft bedrijvigheid uit milieucategorie 2. Deze vorm bedrijvigheid is echter niet opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen bij de regels van het vigerende bestemmingsplan en is eveneens niet aan te merken als een sportcentrum. De voor ‘Waarde - Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming van de ter plaatse aanwezige hoge archeologische verwachtingswaarden. Het vigerende bestemmingsplan staat het beoogde gebruik van de gronden ter plaatse niet toe, nu de gronden niet zijn bestemd ten behoeve van het een sauna/wellness. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling niet mogelijk is op basis van het vigerende bestemmingsplan. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de beoogde functiewijziging mogelijk te maken.
1.4
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige en de nieuwe situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft de relevante beleidsdocumenten die door de te onderscheiden overheden zijn gepubliceerd. In hoofdstuk 4 komen de planologisch relevante milieuaspecten (zoals bodem, water, flora en fauna en milieuzonering) aan de orde. In hoofdstuk 5 wordt de juridische vormgeving van het plan toegelicht. Hierna komen in hoofdstuk 6 en 7 de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke toetsing/overleg aan de orde.
Bestemmingsplan “Bovenstraat 53a, Hoeven”
5
6
Gemeente Halderberge
2
PLANBESCHRIJVING
2.1
Inleiding Voor het formuleren van het beleid en het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangspunten en de huidige situatie van het plangebied goed in beeld wordt gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk worden de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven.
2.2
Beschrijving huidige situatie Het bestaande bedrijfskavel heeft een oppervlakte van circa 1.290 m 2. Hierbinnen is sprake van één bedrijfspand met een bruto vloeroppervlak van circa 470 m2. De bebouwing is opgebouwd uit één bouwlaag zonder kap, dateert uit omstreeks 1974 en is in goede staat. Het aansluitend terrein is in gebruik als parkeerterrein behorend bij het bedrijfspand. Het plangebied wordt ontsloten op de Bovenstraat.
Aanzicht vanaf de Bovenstraat op het plangebied. Bron: streetview, 2020.
2.3
Beoogde situatie plangebied Binnen het plangebied wordt beoogd een sauna annex wellness te realiseren. In het bestaande gebouw worden maximaal vijf cabines gerealiseerd. De zelfstandige, vrijwel contactloze cabines bevatten alle benodigde faciliteiten voor ontspanning. Elke reguliere cabine is te boeken voor maximaal twee personen tegelijkertijd. Mogelijk wordt er ook een grotere cabine gerealiseerd, welke voor maximaal 4 personen geschikt is (feitelijk gaat het in dat geval om samenvoeging van twee reguliere cabines tot één grote cabine). Het is niet de bedoeling om schoonheidsbehandelingen of vergelijkbare diensten aan te bieden. Navolgend is een plattegrond van een mogelijke indeling van het pand opgenomen.
Bestemmingsplan “Bovenstraat 53a, Hoeven”
7
Plattegrond mogelijke invulling beoogde situatie.
De ontwikkeling wordt volledig inpandig gerealiseerd, zonder uitbreiding van de bebouwing. Wel zal sprake zijn van aanpassingen aan de voorgevel van het bedrijfspand. De aanpassingen zien toe op het verwijderen van de roldeur, navolgend gevisualiseerd. Hiermee wordt een representatieve voorzijde van het pand beoogd.
Aanzicht voorgevel in de bestaande en beoogde situatie.
8
Gemeente Halderberge
3
BELEIDSKADER
3.1
Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012 Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de visie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies.
Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet. Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze 'ladder' heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
Grondgedachte van de 'ladder' is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet
Bestemmingsplan “Bovenstraat 53a, Hoeven”
9
worden. Dat gaat uit van de activiteit. Hiermee wordt beoogd om de voorheen bestaande praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie (bv. herbestemmen van een voormalige vuilstortplaats), om te vormen. Beoordeling Het voorliggende plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een ruimtereservering geldt (met uitzondering van de ligging in een radarverstoringsgebied). Uitsluitend het nationale belang van een ‘zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten’, als vervat in de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’, is van toepassing op het onderhavige bestemmingsplan. Aan dit belang wordt navolgend getoetst. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige plangebied niet gelegen is in een gebied waarvoor van Rijkswege een relevante ruimtereservering geldt. Aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt navolgend getoetst.
3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening.
Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Beoordeling Volgens de kaarten behorende bij het Rarro is het plangebied gelegen binnen het radarverstoringsgebied van het radarstation op de locatie Herwijnen en Woensdrecht. In een gebied rondom deze radarstations moet rekening worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. Rondom het radarstation mogen geen
10
Gemeente Halderberge
bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. In het onderhavige plan worden geen windturbines mogelijk gemaakt en ook geen nieuwe bebouwing boven de ter plaatse geldende maximale hoogtemaat. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor het radarstation Herwijnen. Vanuit het radarstation Woensdrecht gelden eveneens geen belemmeringen nu de maximale bouwhoogte 113 meter bedraagt voor alle bouwwerken. Deze bouwhoogte wordt niet bereikt met onderhavig planvoornemen.
Ligging van Hoeven binnen het radarverstoringsgebied van vliegbasis Woensdrecht en Herwijnen. Met de gele ster wordt het plangebied aangeduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.
Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkelingen passend zijn binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro.
3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke
Bestemmingsplan “Bovenstraat 53a, Hoeven”
11
ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden. Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast. Beoordeling Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in.
Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de ‘ladder’ verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden voldaan. a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m², deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt.
Het planvoornemen voorziet niet in de realisatie van woningen of nieuwe gebouwen. Het plan voorziet aldus niet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m². Het planvoornemen is daarom gelet op de omvang niet als een 'stedelijke ontwikkeling' te classificeren. De 'ladder voor duurzame verstedelijking' behoeft niet verder doorlopen te worden. Aan onderhavig planvoornemen ligt bovendien een concreet plan ten grondslag. Met dit plan wordt beoogd verdere leegstand te doorbreken.
12
Gemeente Halderberge
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling niet is aan te merken als een ‘stedelijke ontwikkeling’.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’, 2018 Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de Omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu-en waterplan en de natuurvisie. Voor wat betreft sectorale beleidsdoelen blijven de huidige plannen, waaronder de SVRO, vooralsnog gelden. In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen.
De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Het bereiken van een gezonde leefomgeving is essentieel. Om die doelstelling kracht bij te zetten wordt de Brabantse Omgevingsscan vanaf de vaststelling van de Omgevingsvisie geïmplementeerd in de nieuwe werkwijze onder de Omgevingswet. Deze omgevingsscan is een instrument om invulling te geven aan de positie van gezondheid in de nieuwe bestuurspraktijk onder de Omgevingswet. Beoordeling Met de omgevingsvisie kiest de provincie er voor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten, gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Het voorliggend initiatief betreft feitelijk de functiewijziging van een sportcentrum naar een sauna/wellness. Verdere verloedering en leegstand wordt daarmee voorkomen en het perceel krijgt een nieuwe kwaliteitsimpuls. Daarmee is het initiatief passend binnen de omgevingsvisie.
Bestemmingsplan “Bovenstraat 53a, Hoeven”
13
Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie van de provincie NoordBrabant
3.3.2 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) – partiële herziening 2014, 2014 Toetsingskader De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 – partiële herziening 2014 (SVRO 2014) betreft een herziening van de op 1 oktober 2010 vastgestelde Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010. De partiële herziening is door Provinciale Staten van Noord-Brabant op 7 februari 2014 vastgesteld en is in werking getreden op 19 maart 2014. Deze structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De genoemde visie in de partiële herziening is doorvertaald in de regels van de Verordening ruimte 2014. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Het doel dat centraal staat in de SVRO is een goede woon-, werk- en leefomgeving voor inwoners en bedrijven in Noord-Brabant. Beoordeling Op de structurenkaart van de SVRO 2014 is het plangebied gelegen binnen de structuur ‘Landelijk gebied’ met als perspectief ‘Gemengd landelijk gebied’.
Uitsnede Structurenkaart uit Structuurvisie Ruimtelijke Ordening met het plangebied aangeduid met een gele ster. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.
Binnen het landelijk gebied onderscheid de provincie het gemengd landelijk gebied en accent agrarische ontwikkeling. Het gemengd landelijk gebied is een veelzijdige gebruiksruimte. Ontwikkelingen, zoals wonen, werken, (historische) landgoederen, recreatie en toerisme, passen qua aard, schaal en functie bij de omgeving en houden rekening met de omgevingskwaliteiten. De ontwikkeling van functies is in beginsel alleen mogelijk op vrijkomende locaties. Er wordt rekening gehouden met de
14
Gemeente Halderberge
(ontwikkelingsmogelijkheden van) omliggende bestaande functies, zoals volwaardige agrarische bedrijven, recreatiebedrijven of woonfuncties. Het plangebied betreft een bestaand bouwperceel. Met het planvoornemen wordt de bestaande bedrijfsbebouwing behouden ten behoeve van een nieuwe bedrijfsfunctie. Een dergelijke ontwikkeling past binnen de principes van zorgvuldig ruimtegebruik, aangezien er geen sprake is van een nieuw ruimtebeslag. De nieuwe functie sluit aan bij de omgeving, die eveneens wordt bepaald door de aanwezigheid van bedrijfsfuncties nabij woonfuncties. De milieuhygiënische effecten van het plan zijn vergelijkbaar met de huidige situatie. Conclusie De gewenste ontwikkeling is passend binnen de provinciale Structuurvisie.
3.3.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma’s en waarden worden beschermd via de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de nieuwe Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov) vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening NoordBrabant. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze, waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen. Beoordeling Het plangebied ligt geheel binnen het ‘Gemengd landelijk gebied’ (art. 3.68 e.v. Iov).
Voor het overige ligt binnen het plangebied geen ander werkingsgebied. Wel gelden de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals geformuleerd in art. 3.5 t/m 3.8 Iov.
Bestemmingsplan “Bovenstraat 53a, Hoeven”
15
Uitsnede kaartbeeld ‘’Landelijk gebied’ uit de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.
Artikel 3.73 vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied Toetsingskader 1) Artikel 3.73 lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: • een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; • welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; • hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. b. er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel; c. overtollige bebouwing wordt gesloopt. 2) Artikel 3.73 lid 2 en 3 Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; b. welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; c. dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; d.
dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang.
16
Gemeente Halderberge
Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: e. bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; f. een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; g. een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. Beoordeling Ad 1) onder a. De vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gemengd landelijk gebied. De functie wordt gerealiseerd op een vrijkomende locatie en houdt rekening met de (ontwikkelingsmogelijkheden van) omliggende bestaande functies, nader uiteengezet in hoofdstuk 4. In het gemengd gebied wordt uitdrukkelijk gestreefd naar een gemengde plattelandseconomie. De vestiging zal voor het overige effect hebben op het aantal verkeersbewegingen rondom het plangebied. De verkeersaantrekkende werking is beschouwd in paragraaf 2.4.2. De omliggende wegen kunnen de verkeersbewegingen aan. Ad 1 onder b. Er is sprake van een bestaand bouwperceel. Deze blijft behouden. Daarbij bestaat er geen grondslag voor toekomstige splitsing hiervan. Er is en blijft sprake van één centrale bedrijfsvoering. Ad 1 onder c. Er is geen sprake van overtollige bebouwing wat gesloopt dient te worden. Ad 2 onder a.
Het bestemmingsplan stelt regels ten aanzien van de maximaal toelaatbare bebouwing. Daarmee is de publieksaantrekkende werking redelijkerwijs gemaximaliseerd. Om de verkeersgeneratie vanwege het plan te bepalen, is in hoofdstuk 2 van deze toelichting de verkeersgeneratie berekend. Hieruit blijkt dat ten opzicht van de bestaande situatie, geen sprake is van een toename aan verkeersbewegingen. Ad 2 onder b. De bestemmingsplanregels bepalen door middel van de bestemmingsomschrijving, de functieaanduiding en de gebruiksregels welke activiteiten zijn toegestaan. Ad 2 onder c. De beoogde activiteiten gaan gepaard zonder opslag en stalling van goederen in de buitenlucht Ad 2 onder d. In de regels is de totale omvang van de bebouwing begrensd. Daarmee is het uitgesloten dat de omvang van het bedrijf te groot wordt.
Bestemmingsplan “Bovenstraat 53a, Hoeven”
17
Ad 2 onder e. Er is sprake van een centrale bedrijfsvoering waarbij de bebouwing bedrijfsmatig wordt beheerd. Dit is gewaarborgd in de bestemmingsomschrijving. In de regels is de totale omvang van de bebouwing begrensd. De bedrijvigheid is kleinschalig van aard. Ad 2 onder f. Er is geen sprake van detailhandel. Ad 2 onder g. Er is geen sprake van een voorziening ten dienste van vrije-tijd of zorg. De bebouwing overschrijdt de gestelde omvang niet. Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Toetsingskader In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2 Iov) is in artikel 3.5 opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Ad a) - Zorgvuldig ruimtegebruik: 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a.
de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: ▪ nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; ▪ er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. 2. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel. Ad b) - Toepassing van de lagenbenadering 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. 2. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer.
18
Gemeente Halderberge
c.
de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. 3. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Ad c) - meerwaarderecreatie 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. 2. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Beoordeling Voorwaarden ad a: a. De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Dit betreft het bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel. Van dit laatste is sprake. b. Bij een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
Hieraan is in paragraaf 3.2.3 getoetst. c. Gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De begrenzing van het bouwperceel en de bijbehorende bestemmingsplanregels zijn zodanig afgestemd dat hieraan toepassing wordt gegeven. Voorwaarden ad b: a. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de ondergrond. In hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting wordt ingegaan op deze effecten. b. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de netwerklaag. Voor onderhavig initiatief behoeft geen nieuwe infrastructuur te worden aangelegd. De afwikkeling van het verkeer is beschreven in hoofdstuk 2. Voor het overige heeft het planvoornemen geen negatief effect op een natuurnetwerk, het energienetwerk en waterwegen. c. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de bovenste laag. De effecten op het milieu zijn beschreven in hoofdstuk 4. Het planvoornemen ziet toe op een planologische functiewijziging zonder verruiming van bouwmogelijkheden. Er wordt geen effect verwacht op de bovenste laag. Voorwaarden ad c: Er dient rekening te worden gehouden met meerwaardecreatie. Hiervoor geldt dat invulling wordt gegeven aan (langdurig) leegstaande bebouwing. Verdere verloedering wordt daarmee voorkomen en het gebied krijgt een nieuwe kwaliteitsimpuls.
Bestemmingsplan “Bovenstraat 53a, Hoeven”
19
Conclusie Er wordt invulling gegeven aan een goede omgevingskwaliteit. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering van het landschap Toetsingskader Art. 3.9 Iov schrijft voor dat een bestemmingsplan moet aangeven hoe een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied bijdraagt aan de verbetering van de kwaliteit van het landschap. De toelichting dient dan ook een verantwoording te bevatten van de wijze waarop de kwaliteitsverbetering financieel, juridisch en feitelijk is geborgd. Deze kwaliteitsverbetering dient binnen de hoofdlijnen van het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied te passen. Dit kan bijvoorbeeld verzekerd worden middels landschappelijke inpassing, het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen of het slopen van bebouwing. Beoordeling Art. 3.9 Iov N-B schrijft voor dat een bestemmingsplan moet aangeven hoe een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied bijdraagt aan de verbetering van het de kwaliteit van het landschap. De toelichting dient dan ook een verantwoording te bevatten van de wijze waarop de kwaliteitsverbetering financieel, juridisch en feitelijk is geborgd. Deze kwaliteitsverbetering dient binnen de hoofdlijnen van het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied te passen.
Dit kan bijvoorbeeld verzekerd worden middels landschappelijke inpassing, het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen of het slopen van bebouwing. Beoordeling en conclusie De gemeente Halderberge is aangesloten bij het Regionaal Ruimtelijk Overleg WestBrabant. Afspraken over kwaliteitsverbetering zijn gemaakt in het Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant. De regio heeft in het afsprakenkader drie categorieën onderscheidden: • Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist; • Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen met weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden. De kwaliteitsverbetering vindt plaats in de vorm van landschappelijke inpassingsmaatregelen. Deze categorie is niet limitatief; • Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen welke niet tot categorie 1 of 2 behoren. De kwaliteitsverbetering wordt berekend op basis van de bestemmingswinst. Onderhavig plan valt binnen categorie 1: het plan betreft het toestaan van een andere vorm van bedrijvigheid binnen een bestaand bedrijfspand zonder dat dit gepaard gaat met nieuwbouw of sloop.
Het initiatief betreft een ruimtelijke ontwikkeling met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist. Maatregelen ten behoeve van kwaliteitsverbetering van het landschap zijn dan ook niet noodzakelijk. Evengoed is wel sprake van een meerwaardecreatie. Hiervoor geldt dat invulling wordt gegeven aan een incourante en
20
Gemeente Halderberge
(langdurig) leegstaande bebouwing. Verdere verloedering wordt daarmee voorkomen en het gebied krijgt een nieuwe kwaliteitsimpuls.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Halderberge 2025 Toetsingskader In de structuurvisie Halderberge, vastgesteld op 20 juni 2013, wordt op hoofdlijnen vastgelegd waar de gemeente Halderberge op maatschappelijk, economisch en ruimtelijk gebied naar toe gaat in 2025. De structuurvisie is het resultaat van een weging van verwachte ontwikkelingen en ambities van de gemeente, waarbij de ambities bescheiden zijn weggezet met het oog op de beperkte (financiële) middelen in de komende jaren. De structuurvisie biedt een kader met voldoende ruimte om nadere afwegingen te maken in de periode tot 2025. Het voor de onderhavige ontwikkeling relevante kader bestaat uit het kader voor lokale economie. Ten behoeve van economische zekerheid is het van belang aan te geven op welke wijze de gemeente de ondernemers in Halderberge kan faciliteren. Doel daarvan is het creëren van een gunstig klimaat voor nieuwe en bestaande bedrijven, mede met het oog op werk voor mensen.
Maatregelen voor de gemeente om de lokale economie te stimuleren zijn: • Minder bureaucratie (hef onnodige belemmeringen op) en meer service (controleer goede ondernemers maximaal één keer per jaar); • Actualiseer en digitaliseer bestemmingsplannen; • Herstructureer bestaande bedrijventerreinen voordat nieuwe ontwikkeld worden; • Investeer gericht in een hoogwaardig aanbod van detailhandel en vrijetijd voor burgers en bezoekers; • Zorg voor goede bereikbaarheid van en voldoende parkeerplaatsen op centrumlocaties; • Zet samen met het lokale bedrijfsleven een effectief arbeidsmarktbeleid op; • Maak de lokale belastingdruk transparant; • Besteed goed en eerlijk aan, met een focus op prijs-kwaliteit in plaats van laagste prijs; • Vergroot samen met de bedrijven de veiligheid in de omgeving. Strategie Ten behoeve van het uitvoeren van het ruimtelijk beleid zoals dat is vastgelegd in de functionele en ruimtelijk-stedenbouwkundige kaders, hanteert de gemeente Halderberge acht verschillende strategieën. De te volgen strategie wordt per gebied bepaald en is verbeeld op de ‘overzichtskaart strategieën gemeente Halderberge’, waarvan een uitsnede navolgend is opgenomen.
Bestemmingsplan “Bovenstraat 53a, Hoeven”
21
Strategie ‘verbreden’ met het plangebied aangeduid met een rode cirkel. Bron: overzichtskaart strategieën uit de Structuurvisie Halderberge 2025.
Voor het plangebied is de strategie ‘verbreden’ bepaald. Voor deze gebieden geldt dat er tevredenheid bestaat over de (hoofd)functie en kwaliteit, maar zorgen bestaan over de toekomstbestendigheid van de hoofdfunctie. De gemeente faciliteert dat nieuwe functies worden toegevoegd gecombineerd met kwaliteitsverbetering. In de strategie verbreden worden functies toegevoegd aan gebieden waarvan de hoofdfunctie in principe prima functioneert. De variëteit aan functies in deze gebieden wordt als het ware verbreed. Binnen de te verbreden gebieden zijn vijf soorten gebieden te onderscheiden, waaronder ‘Lintbebouwing’, kenmerkend voor het kleinschalige halfopen zandlandschap in het zuidelijk deel van Halderberge. De waarde van deze lintbebouwing is gelegen in de afwisseling van bebouwing en open doorzichten. Langs de lintbebouwing is ruimte voor verbreding van het gebruik van de bebouwing onder de voorwaarde dat de bestaande open doorzichten gehandhaafd blijven. Beoordeling Het voorliggende initiatief betreft een planologische functiewijziging waarbij een nieuw type bedrijvigheid mogelijk wordt gemaakt binnen een bestaand bedrijfspand. Hieraan ligt een concreet initiatief ten grondslag. Het plangebied ligt binnen de strategie van verbreden alwaar de variëteit aan functies wordt verbreed. Hiervan is met onderhavig initiatief in zekere zin sprake.
Doordat geen ruimere bouwmogelijkheden worden toegestaan, blijven bestaande doorzichten en kwaliteiten behouden. Daarmee is het initiatief passend binnen de Structuurvisie Halderberge 2025. Conclusie Gesteld kan worden dat het onderhavige initiatief past in het ruimtelijke beleid zoals dat is vastgelegd in de Structuurvisie Halderberge 2025.
22
Gemeente Halderberge
3.4.2 Landschapsplan Halderberge 2016-2025 - Het landschap in beweging Toetsingskader ‘Het Landschapsplan Halderberge 2016-2025’ is de geactualiseerde versie van het landschapsbeleidsplan uit 2003. Het biedt een leidraad voor het duurzaam behoud, ontwikkeling en versterking van een samenhangend groen landschap in Halderberge. De Structuurvisie Halderberge 2025 vormt hierbij de basis. Het huidige landschap is benoemd, geanalyseerd en uiteindelijk verwoord in de landschapsvisie. Deze landschapsvisie is weer door vertaald naar uitvoeringsprojecten. Het landschapsplan Halderberge 2016-2025 met de titel ‘Het landschap in beweging’ is op 21 april 2016 door de raad vastgesteld. In het landschapsplan zijn 3 typen visuele landschappelijke eenheden onderscheidden: • Open landschap, verder kijken dan 500 meter, zeekleipolders, lager gelegen gebiedsdelen in zandgebied; • Halfopen landschap, kijkafstand 100 tot 500 meter; • Besloten afstand, kijkafstand minder dan 100 meter, dijken en hoger gelegen gebiedsdelen, bos en opgaande begroeiing. Het plangebied ligt daarbij in een half-open landschap, in de landschappelijke eenheid ‘Kruisstraat-De Heul’. Visie voor dit deelgebied betreft: • Zichtlijnen richting open gebied van Hoevense Beemden handhaven. • Versterken half-open karakter door aanbrengen van houtsingels en bomenrijen op kavelgrenzen.
Beoordeling Het voorliggende initiatief betreft een planologische functiewijziging waarbij een nieuw type bedrijvigheid mogelijk wordt gemaakt binnen een bestaand bedrijfspand. Hieraan ligt een concreet initiatief ten grondslag. Doordat geen ruimere bouwmogelijkheden worden toegestaan, blijven bestaande doorzichten en kwaliteiten behouden. Zoals in paragraaf 3.3.3 is uiteengezet, bestaat er geen verplichting tot landschappelijke inpassing. Het onderhavige initiatief heeft niet de omvang die zich leent voor verdere versterking van het half-openkarakter, anders dan behoud daarvan. Conclusie Het planvoornemen past binnen het Landschapsplan Halderberge 2016-2025.
3.5
Parkeren & verkeer
3.5.1 Parkeren Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de “Reparatiewet BZK” op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren middels de bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en / of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen
Bestemmingsplan “Bovenstraat 53a, Hoeven”
23
feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid. Beoordeling Door de gemeente Halderberge zijn in de ‘Kadernota Parkeren 2017-2021’ d.d. 9 februari 2017 parkeernormen gesteld waarbij zoveel mogelijk aansluiting is gezocht bij de parkeernormen zoals die zijn gesteld in de destijds geldende publicatie van het CROW. De kadernota onderscheidt parkeernomen voor het gebied ‘Gebied A Centrum Oudenbosch’, ‘Gebied B Oudenbosch’ en ‘Gebied C overig’. Het plangebied is blijkens de bijbehorende kaart gelegen in het gebied ‘Gebied C overig’. In de bijlage bij de kadernota zijn de parkeernomen per functie benoemd. Voor de functie ‘Wellnescentrum’ gelden de volgende parkeercijfers:
Parkeernormen voor de functie woningen per deelgebied. Rood omkaderd is de relevante parkeernorm voor onderhavig initiatief. Bron: bijlage 1 ‘Kadernota Parkeren 2017-2021’ van de gemeente Halderberge.
Het bestaande pand kent een bruto vloeroppervlak van circa 470 m 2. Conform de Kadernota Parkeren geldt voor de functie ‘Wellnesscentrum een parkeernorm van 9,0 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo, derhalve een parkeereis van (4,7 x 9,0) = 42 parkeerplaatsen. In de huidige situatie zijn 18 parkeerplaatsen aanwezig binnen het plangebied. Daarmee is op basis van de Kadernota Parkeren, uitgaande van de functie ‘Wellnesscentrum’, sprake van een tekort van (42-18) = 24 parkeerplaatsen. In de Kadernota Parkeren is de functie van ‘Wellnesscentrum’ niet nader gedefinieerd. In zijn algemeenheid gaat het bij de traditionele wellnesscentra echter om de grotere recreatieve verblijfsfuncties waarbij men doorgaans voor langere tijd verblijft en welke mogelijkheden bieden tot lunch/diner of zelfs overnachting. Het CROW (welke ten grondslag ligt aan de Kadernota Parkeren) zegt hierover:
24
Gemeente Halderberge
Het plangebied leent zich niet voor dergelijke activiteiten en dit bestemmingsplan maakt deze activiteiten evenmin mogelijk. In plaats daarvan geldt dat het bezoekersaantal wat maximaal gelijktijdig aanwezig kan zijn in de beoogde situatie bepaald wordt door het aantal aanwezige cabines. Zoals in paragraaf 2.3 uiteengezet worden maximaal 5 cabines binnen het pand gerealiseerd. De reguliere cabines zijn elk geschikt voor maximaal 2 personen. De grote cabine is geschikt voor 4 personen. Dit betekent dat gelijktijdig ten hoogste (4 x 2) + (1 x 4) = 12 personen gebruik kunnen maken van de geboden faciliteiten. Het is daarbij aannemelijk dat in veel gevallen bezoekers samen reizen. In acht genomen dat er ook een zekere overlap kan plaatsvinden tussen inkomende bezoekers en uitgaande bezoekers en mogelijkheden voor parkeren voor personeel worden de bestaande 18 parkeerplaatsen als afdoende beschouwd voor de beoogde functie. Voor toepassing van de Kadernota Parkeren kan daarom naar aard van het initiatief redelijkerwijs worden aangesloten bij de functie ‘(Commerciële) dienstverlening’. Voor deze functie geldt een parkeernorm van 3,5 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo, derhalve (4,7 x 3,5) = 16 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen zijn zogezegd al aanwezig en worden in stand gehouden. Conclusie Binnen het plangebied is voldoende ruimte om te kunnen voldoen aan de parkeernorm.
Toepassing van het parkeerbeleid is in de regels van dit bestemmingsplan gewaarborgd.
3.5.2 Verkeer Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat met de nieuwbouw, dienen de kengetallen uit de ASVV 2012 van het CROW te worden geraadpleegd. Het plangebied is gelegen in het buitengebied en te typeren als niet stedelijk. Bij de te realiseren functie ‘sauna’ hoort een maximaal aantal voertuigbewegingen per etmaal (vpe) van 7,8 per 100 m2 bvo. Bij de te vervallen functie ‘sportschool’ hoort een maximaal aantal vpe van 7,9. Derhalve genereert het plan niet méér verkeer dan reeds het geval was met de voorgaande functies. In redelijkheid kan worden gesteld dat het verkeer daarmee eenvoudig via de bestaande ontsluitingsroutes verwerkt kan worden.
Bestemmingsplan “Bovenstraat 53a, Hoeven”
25
26
Gemeente Halderberge
4
PLANOLOGISCH RELEVANTE (MILIEU)ASPECTEN
4.1
Inleiding Toetsing juncto art. 3.1.6 Bro Met betrekking tot een (ontwerp-)bestemmingsplan staat in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht vermeld: 'bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen'. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek. Daarnaast moet ook worden getoetst aan het Besluit m.e.r. Ten behoeve van het onderhavige plan heeft onderzoek plaatsgevonden naar een aantal uitvoeringsaspecten. Hieronder wordt verslag gedaan van de uitkomsten van het gepleegde onderzoek. De onderzoeksrapporten zijn als bijlagen gevoegd bij dit bestemmingsplan. Achtereenvolgens worden behandeld: ▪ bodem; ▪ waterhuishouding; ▪ cultuurhistorie; ▪ archeologie; ▪ ecologie; ▪ akoestiek; ▪ bedrijven en milieuzonering; ▪ geurhinder & veehouderij; ▪ externe veiligheid; ▪ kabels en leidingen; ▪ luchtkwaliteit; ▪ milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling.
4.2
Bodem Toetsingskader Op basis van art. 3.1.6, lid 1 onder f Bro geldt dat in een toelichting op een ruimtelijk besluit de inzichten over de uitvoerbaarheid van dat besluit worden neergelegd. Ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit staat, op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS), voorop dat de vaststelling van de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem, de noodzaak van sanering van verontreinigde locaties en de wijze waarop deze saneringen moeten worden uitgevoerd, zijn geregeld in afzonderlijke wetgeving met eigen procedures. Dat doet er niet aan af dat het bevoegd gezag het ruimtelijk besluit pas kan nemen indien, voor zover redelijkerwijs valt in te zien, een eventuele bodemverontreiniging niet aan de uitvoerbaarheid in de weg staat (22 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8297, r.o. 2.18.4; 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9569, r.o. 2.10.3). Daarbij geldt als uitgangspunt dat de bodem in principe geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico vormen voor de gebruikers van de bodem.
Bestemmingsplan “Bovenstraat 53a, Hoeven”
27
Beoordeling Het plangebied heeft op grond van het vigerende bestemmingsplan reeds een bedrijfsbestemming. Voorheen waren ter plaatse diverse sportscholen en een dansschool gevestigd. Dit betreffen geen functies met verhoogd risico op bodembedreigende activiteiten. Er behoeft daarom op voorhand geen rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. In de toekomstige situatie wordt een ander type bedrijvigheid toegestaan binnen een bestaand pand, namelijk die van sauna/wellness. Ook dit betreft geen functie met een verhoogd risico op bodembedreigende activiteiten. De bodem is reeds als geschikt voor de beoogde functie aan te merken. Voor verwezenlijking van het planvoornemen zal bovendien geen sprake zijn van bodemroerende activiteiten. Nader onderzoek naar het aspect bodem is niet noodzakelijk. Conclusie De bodem is reeds geschikt voor de beoogde functie. Nader onderzoek naar het aspect bodem is niet noodzakelijk.
4.3
Waterhuishouding Toetsingskader In ruimtelijke plannen dient aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk. De integratie van water in ruimtelijke plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. Concreet betekent de watertoets, dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6 lid 1, sub b Bro. Beleid provincie Noord-Brabant Vigerend is het Provinciale Milieu- en Waterplan 2016 – 2021 (PWMP) van 18 december 2015. Het PMWP is de structuurvisie voor o.a. het aspect water op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Het plan bevat de verplichte onderdelen vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water.
Behalve dat het PMWP de uitgangspunten aangeeft voor het waterbeleid van waterschappen en gemeenten, toetst de provincie aan de hand van dit plan ook of de plannen van de waterschappen passen in het provinciale beleid. Als algemene uitgangspunten zijn onder andere te noemen de scheiding van relatief schone en vuile waterstromen en het benutten van mogelijkheden voor infiltratie en/of conservering van hemelwater. Beleid waterschap Brabantse Delta De projectlocatie is gelegen binnen het stroomgebied van waterschap Brabantse Delta. De visie van waterschap Brabantse Delta is vervat in het Waterbeheerplan 2016 – 2021 en kent een geldigheid vanaf 22 december 2015. Het waterschap richt zich hierbij op een doelmatig waterbeheer als motor voor een economische en ecologisch krachtige
28
Gemeente Halderberge
regio. Speerpunten uit het waterbeheerplan zijn klimaatadaptatie, innovaties, ruimtelijke ontwikkelingen, toekomstig medegebruik en het tegengaan van verdroging. Deze ontwikkelingen geven aanleiding tot nieuwe accenten: ▪ het nationale Deltaprogramma voor waterveiligheid en de versterking van de dijken langs de Rijkswateren en de regionale rivieren; ▪ het optimaliseren van de zoetwatervoorziening met het oog op de toenemende droogte; ▪ inzet op bewustwording van watergebruikers zodat hun inzicht groeit over wat ze zelf aan waterbeheer kunnen bijdragen; ▪ helderheid over zowel beperkingen als mogelijkheden voor de gebruiksfuncties van het watersysteem; ▪ het verbeteren van de waterkwaliteit in een meer integrale, gebiedsgerichte uitvoeringsstrategie (combineren van verbeteren van de waterstanden, onderhouden van sloten en treffen van inrichtingsmaatregelen); ▪ afvalstoffen steeds meer inzetten als waardevolle grondstoffen zoals terugwinning van fosfaat en productie van bioplastic uit afvalwater; ▪ een duurzame energiewinning. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger.
De Keur waterschap Brabantse Delta 2015 bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben in de NoordBrabantse Waterschapsbond (NBWB) besloten om de keuren te uniformeren en tegelijkertijd te dereguleren. Hierbij is aangehaakt bij het landelijke uniformeringsproces van de Unie van Waterschappen. Er is conform het nieuwe landelijke model een sterk gedereguleerde keur opgesteld, met bijbehorende algemene regels en beleidsregels. Deze zijn voor de drie waterschappen gelijkluidend. De nieuwe uniforme keuren zijn gezamenlijk in werking getreden op 1 maart 2015. In de nieuwe keur is opgenomen dat het in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: a. het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m² is, of; b. de toename van verhard oppervlak maximaal 500 m² is, of; c. de toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak. d.
de toename van verhard oppervlak tussen 500 m² en 10.000 m² is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel: Benodigde retentiecapaciteit (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06
Bestemmingsplan “Bovenstraat 53a, Hoeven”
29
Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften: a. de bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen; b. de afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; c. daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen. Voor het overige zijn er in de keur diverse regels opgenomen om gebieden met een specifieke functie te beschermen, zoals de attentiegebieden en invloedsgebieden Natura 2000. Er geldt een specifiek beschermingsregime, afhankelijk van het type gebied en de ligging in of nabij een beschermd gebied.
Uitsnede keurkaart Brabantse Delta. Het plangebied is aangeduid met een rode contour.
Gemeentelijk beleid De gemeente Halderberge heeft haar waterbeleid opgenomen in het ‘GRP Halderberge 2020-2023’ zoals vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 18 juli 2019. In het plan wordt beschreven hoe het stedelijk watersysteem in de huidige situatie functioneert en met welke uitdagingen en ontwikkelingen de gemeente in de nabije toekomst te maken krijgen. Dit dient als vertrekpunt voor de visie op lange termijn en onze strategie op korte termijn en een transparante, toekomstbestendige financiering. Het gemeentelijke waterbeheer staat niet op zich, maar is continu in beweging door diverse uitdagingen en ontwikkelingen. De belangrijkste zijn onderstaand beschreven en vormen de basis voor de speerpunten voor de planperiode 2020-2023: ▪ klimaatverandering; ▪ uitputting energie en grondstoffen; ▪ veranderende wetgeving; ▪ energietransitie; ▪ participatie en bewustzijn; ▪ vitaliteit;
30
Gemeente Halderberge
▪
veiligheid.
De gemeente heeft een zorgplicht in het kader van afvalwater en hemelwater. De gemeentelijke zorg voor het beheer van afvloeiend hemelwater heeft betrekking op het afvloeiend hemelwater van openbaar terrein en afvloeiend hemelwater dat niet op particulier terrein kan worden verwerkt. De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt is primair verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater. De gemeente Halderberge wenst ontwikkelingen te benutten om het grondwater aan te vullen en ervoor zorg te dragen dat het stedelijk watersysteem niet zwaarder wordt belast. Hiervoor heeft de gemeente een bergingseis voorgeschreven aan de hand van het oppervlak van de voorgenomen ontwikkeling en/of de toename van het verhard oppervlak. Deze bergingseis is onderstaand opgenomen.