CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Rapportage IHP opvang- en onderwijshuisvesting Halderberge.pdf

Gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 7: Integraal Huisvestingsplan opvang- en onderwijshuisvesting (IHP)15.343 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Integraal Huisvestingsplan Halderberge Toekomstbestendige opvang- en onderwijshuisvesting in de gemeente Halderberge

Opdrachtgever Gemeente Halderberge

Datum 29 januari 2021

Referentienummer 2190339/20210104/DD

Auteur Onno Damen Nora Hartman

│ Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

Inleiding 1.1

Aanleiding

4

1.2

Feiten en cijfers

6

1.3

Plan van Aanpak

8

1.4

Beleidskaders

9

Visie op opvang- en onderwijshuisvesting

5.

6.

7.

10

2.1

Visie op Kindcentra

11

2.2

Aanbod en samenwerking

11

2.3

Groei en krimp

12

2.4

Duurzaamheid en gezondheid

14

2.5

Type maatregelen binnen IHP

16

2.6

Investeren in kinderopvang

20

Inzicht en beoordeling 3.1

4.

4

Nulmeting

22 22

3.1.1

Kwaliteit

22

3.1.2

Financiën

23

3.1.3

Vraag en aanbod

24

3.1.4

Duurzaamheid

27

Kansenkaarten

28

4.1

Toelichting analyse schoolgebouwen

28

4.2

Vraagstukken

30

Scenario’s per kern

31

5.1

Oudenbosch

32

5.2

Oud Gastel

36

5.3

Stampersgat

37

5.4

Hoeven

38

5.5

Bosschenhoofd

39

Financiën

40

6.1

Fasering

40

6.2

Uitgangspunten

41

6.3

Totale investering IHP

42

Slotsom en aanbeveling

43

7.1

Slotsom

43

7.2

Aanbevelingen

43

Bijlagendocument

www.icsadviseurs.nl

44

Partners

www.icsadviseurs.nl

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Ontwikkelingen op het gebied van onderwijshuisvesting in gemeente Halderberge vragen om nieuwe kaders en een nieuw perspectief. Gemeente Halderberge kiest er voor om hierbij – mede vanuit haar wettelijke verantwoordelijkheid - de regie te nemen door het laten opstellen van een Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor het primair- en voortgezet onderwijs. Dit IHP biedt de gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties een dynamisch beleidsperspectief, geborgd in een gedragen en transparant uit te voeren Meerjaren Huisvestingsplan. Dit plan geeft houvast aan hoe om te gaan met investeringen in gebouwen voor onderwijs en opvang opdat in gemeente Halderberge een duurzame en gezonde onderwijs- en opvangomgeving kan worden voortgezet. Naast de ontwikkelingen van het leerlingenaantal en de technische staat van de gebouwen, zijn ook meer kwalitatieve vragen aan de orde geweest, zowel ten aanzien van de functionaliteit van de gebouwen als ontwikkelingen in het aanbod van onderwijs- en opvangvoorzieningen. Het IHP geeft inzicht in de grootste knelpunten en geeft helderheid over de gewenste oplossingsrichtingen. Hierbij dient aandacht te zijn voor zowel korte- als langere termijn oplossingen in de diverse kernen.

Het voorliggende IHP is opgesteld onder begeleiding van ICSadviseurs en in samenwerking met de schoolbesturen van het primair- en voortgezet onderwijs die actief zijn binnen het gemeentegebied van gemeente Halderberge en vertegenwoordigers van de gemeente. Ook de opvangpartners van het onderwijs zijn betrokken bij het proces. Het IHP biedt een perspectief voor alle schoollocaties voor het primair- en voorgezet onderwijs voor de komende zestien jaar.

www.icsadviseurs.nl

4/45

Status IHP Het uiteindelijke IHP vormt een afsprakenkader tussen schoolbesturen, opvangorganisaties en gemeente. Het IHP geeft met de kennis van nu invulling aan de visie en vertaalt deze naar scenario’s in een meerjarig perspectief. De geformuleerde maatregelen in het IHP liggen na vaststelling door de gemeenteraad de eerste vier jaar vast. Voor de jaren daarna committeert de gemeenteraad zich aan de inspanningsverplichting om indien mogelijk en verantwoord de benodigde middelen tijdig beschikbaar te maken en stellen. Ook is commitment vanuit de schoolbesturen en opvangorganisatie benodigd om maximale inspanning te verrichten om de scenario’s uit te voeren. Het IHP vormt het afsprakenkader en de verordening1 het vangnet2. Indien onverhoopt uitvoering van het IHP niet meer mogelijk is, dan wordt het vangnet aangesproken. De geformuleerde scenario’s en daaraan gekoppelde investeringen vormen geen recht maar zijn een voorgenomen maatregel. Conform de spelregels uit het IHP handelen betrokken partijen om tot uitvoering te komen. Voor elk project doen partijen een formele aanvraag opdat het college in staat gesteld wordt de uitvoering te monitoren binnen de vastgestelde kaders vanuit het IHP en de gemeenteraad.

1 De Verordening voorzieningen onderwijshuisvesting Halderberge dateert uit 2015. Het advies is nadat het IHP is vastgesteld de verordening

waar nodig te actualiseren. In de Model Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs dient een aantal eerdere wetswijzigingen en recente actualisaties te worden verwerkt. Ook zijn er nieuwe normbedragen voor onderwijshuisvesting. Deze wijzigingen worden overgenomen en de gewijzigde verordening onderwijshuisvesting zal na vaststelling van het IHP ter goedkeuring worden aangeboden aan de gemeenteraad. De schoolbesturen zullen vooraf geïnformeerd worden over de door te voeren wijzigingen en de mogelijkheid krijgen om hierop te reageren. 2 Het IHP is leidend en bepalend voor de huisvestingsprojecten. De verordening blijft enkel een vangnet. Partijen doen tijdig een aanvraag opdat de gemeente zicht houdt op de projecten en per project actuele kaders kan meegeven.

www.icsadviseurs.nl

5/45

1.2 Feiten en cijfers

Gemeente Halderberge bestaat uit vijf kernen: Oudenbosch, Oud Gastel, Stampersgat, Hoeven en Bosschenhoofd. In de gemeente zijn vier schoolbesturen actief, waarvan twee schoolbesturen in het primair onderwijs (Stichting Openbaar Basisonderwijs West-Brabant en Borgesiusstichting) en twee schoolbesturen in het voortgezet onderwijs (Markland College). Het vierde schoolbestuur is Curio Prinsentuin en biedt vmbo en mbo aan in de gemeente. Het Prinsentuin Oudenbosch valt onder het bevoegd gezag van het Regionaal Opleidingen Centrum (ROC) West Brabant en is zelf verantwoordelijk voor zijn huisvesting. Deze school wordt in dit IHP niet verder meegenomen. Naast deze schoolbesturen zijn de volgende opvangorganisaties actief die samenwerken met de scholen: Stichting Kinderopvang Oudenbosch, Kober kinderopvang, Kinderopvang De Dwergjes, Stichting Spelen = Leren, Stichting Kinderopvang Oud Gastel en Kinderopvang ’t Toverbosch. In gemeente Halderberge bevinden zich tien scholen3, waarvan negen scholen in het primair onderwijs en één school in het voortgezet onderwijs. Eén van de scholen bestaat uit een hoofd- en dislocatie en twee van de scholen zijn samen gehuisvest in een multifunctionele accommodatie. Iedere kern beschikt over één of meerdere basisscholen. De school voor voortgezet onderwijs (Markland College) is gehuisvest in de kern Oudenbosch.

Volgens de leerlingenprognoses, opgesteld door Pronexus in januari 2019, is het totaal aantal leerlingen in de gemeente in 2035 met 74 leerlingen gestegen ten opzicht van 2020. In het voortgezet onderwijs is volgens de Pronexus prognose van 2020 de verwachting dat het aantal leerlingen gedurende die periode stijgt met 26 leerlingen. Voor sommige scholen wijken de werkelijke leerlingenaantallen echter af van de leerlingenprognoses (zie paragraaf 2.3 Groei en krimp).

3 Afgezien van Curio Prinsentuin Oudenbosch

www.icsadviseurs.nl

6/45

Figuur 1 - Onderwijs in gemeente Halderberge

Sterrenschool de Schittering

Kinderopvang ´t Toverbosch

po

Stichting Kinderopvang Oud Gastel

Stichting Spelen=Leren

bso

bso, kdv, po

De Klinkert De Bukehof

Kinderopvang De Dwergjes

Scholen Kindcentrum De Regenboog

Kober kinderopvang

Kern Oudenbosch

Stichting Kinderopvang Oudenbosch

Op iedere basisschool in gemeente Halderberge wordt opvang verzorgd door één of meerdere opvangorganisaties. In onderstaand overzicht is te zien welke opvangorganisaties welke vorm van opvang aanbieden in de schoolgebouwen. Tussenschoolse opvang is in dit overzicht buiten beschouwing gelaten4.

bso

po

bso, kdv

po

Oud Gastel

Talente en De Linde

(bso, kdv, po5)

Stampersgat

De Steiger

bso, kdv, po

Hoeven

Uniek

Bosschenhoofd

’t Bossche Hart

bso (kdv, po, bso6)

po po

bso, kdv

Tabel 1 - Opvangorganisaties en vormen van opvang in de schoolgebouwen in gemeente Halderberge

4 Tussenschoolse opvang valt buiten de Wet Kinderopvang. De organisatie van tussenschoolse opvang valt onder de verantwoordelijkheid

van de scholen. 5 De opvang door Stichting Kinderopvang Oud Gastel wordt niet aangeboden in het schoolgebouw maar op een locatie in de directe omgeving van het schoolgebouw (Veerkensweg 24). 6 Kober kinderopvang verzorgt naast bso in het schoolgebouw van Uniek ook kinderdagopvang, peuteropvang en buitenschoolse opvang op een locatie in de directe omgeving van het schoolgebouw (President van Rijenlaan 1).

www.icsadviseurs.nl

7/45

1.3 Plan van Aanpak Een belangrijk uitgangspunt voor het IHP is dat het een gezamenlijk plan is van de schoolbesturen en de gemeente. Betrokkenheid van en draagvlak bij de schoolbesturen vormt de basis voor de aanpak. De schoolbesturen en opvangorganisaties zijn betrokken bij het IHP-proces door het participeren in een aantal gezamenlijke bijeenkomsten. Hierin zijn informatie, inzichten en standpunten onderling gedeeld om zo tot een samenhangend en gedragen plan te komen. ▪

Visie op opvang- en onderwijshuisvesting Om uiteindelijk tot plannen te komen, wordt eerst de vraag beantwoord wat de schoolbesturen, de gemeente en de opvangorganisaties met hun opvang- en onderwijshuisvesting beogen. Thema’s als aanbod en samenwerking, groei en krimp, gezondheid, duurzaamheid en investeren in kinderopvang zijn behandeld in werksessies. De visie op opvang- en onderwijshuisvesting is beschreven in hoofdstuk 2: Visie op opvang- en onderwijshuisvesting.

▪

Actualisatie basisinformatie Voor elke locatie is op basis van zoveel mogelijk objectieve informatie een ‘factsheet’ gemaakt. Het gaat hier om gegevens als bouwjaar, exploitatielasten, technische en functionele kwaliteit en de ontwikkeling van vraag en aanbod op basis van de leerlingenprognoses. Tevens is het medegebruik en de verhuur van (onderwijs)capaciteit inzichtelijk gemaakt. Een samenvatting van de factsheets wordt gegeven in hoofdstuk 3: Inzicht en beoordeling.

▪

Situatieschets per kern Aan de hand van de basisinformatie en het inzicht in de vooraf benoemde knelpunten en ontwikkelingen, is een situatieschets gemaakt van gemeente Halderberge in de vorm van een zogenaamde kansenkaart. Deze kansenkaart geeft de knelpunten per kern in een visualisatie weer. Tijdens de werksessies is per school(gebouw) stilgestaan bij mogelijke ontwikkelrichtingen, samenwerking & clustering en karakteristieken van het onderwijs en/of huisvesting inclusief opvang. Hieruit zijn verschillende scenario’s naar voren gekomen. De toelichting op de kansenkaart is weergeven in hoofdstuk 4: Kansenkaarten.

▪

Scenariovorming, prioritering en oplossingsrichting Op basis van de scenario’s is een prioritering ontstaan met schoolgebouwen die binnen het IHP, in verschillende fasen, om een ingreep vragen. De basisinformatie uit de factsheets, de situatieschets per kern en de prioritering vormen de input voor de oplossingsrichting. De oplossingsrichting is erop gericht de geconstateerde knelpunten op te lossen en de geformuleerde ambities te realiseren. De oplossingsrichtingen zijn financieel onderbouwd. De scenario’s zijn toegelicht in hoofdstuk 5: Scenario’s per kern.

▪

Financiële vertaling oplossingsrichting Voor de oplossingsrichting worden de investeringskosten (voor de gemeente en schoolbesturen) in beeld gebracht. Op basis hiervan kan vervolgens door de gemeente de consequentie voor de onderwijshuisvestingsreserve en de dotatie daaraan inzichtelijk worden gemaakt. De financiële vertaling is opgenomen in hoofdstuk 6: Financiën.

▪

Rapportage IHP De situatieschets per kern, de gezamenlijke ambities en afspraken, oplossingsrichtingen en de scenario’s, inclusief financiële vertaling zijn vastgelegd in het voorliggende rapport. In deze rapportage is tevens voor elke schoollocatie een voorstel opgenomen voor de toekomstige huisvesting.

www.icsadviseurs.nl

8/45

1.4 Beleidskaders De volgende documenten zijn belangrijke voeding geweest voor het opstellen van het IHP: ▪ ▪ ▪ ▪

‘Leerlingenprognose en ruimtebehoefte basisonderwijs 2019’, Pronexus, januari 2019; ‘Leerlingenprognose en ruimtebehoefte Markland College’, Pronexus, 2020; ‘Woningbouwprogramma 2018-2028’, op 14 december 2017 vastgesteld door de Raad; ‘Visiedocument Kindcentra in de gemeente Halderberge’, 12 november 2019.

Daarnaast zijn de oktobertellingen gebruikt met het geregistreerd aantal leerlingen in het Basisregister Onderwijs (BRON). Deze gegevens worden vrijgegeven door DUO. Op basis van het leerlingenaantal dat naar voren komt uit de oktobertelling, ontvangt een school de bekostiging vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Deze bekostiging wordt een jaar later uitbetaald aan de school. De oktobertelling 2020 wordt dus in 2021 bekostigd. Om bekostiging te ontvangen voor de nieuwe school stuurt het schoolbestuur een prognosetelling naar de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). De prognosetelling bevat een schatting van het aantal leerlingen op 1 oktober 2020 voor het schooljaar 2020-2021. Deze schatting is onderverdeeld in twee groepen: leerlingen van 4 tot en met 7 jaar en leerlingen van 8 jaar en ouder. Verder is bij het opstellen van het IHP voor een aantal brede beleidsthema’s een beschrijving gegeven van de wijze waarop de gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties daarmee wensen om te gaan. Deze visie en de daaruit volgende afspraken op opvang- en onderwijshuisvesting worden nader toegelicht in het volgende hoofdstuk.

www.icsadviseurs.nl

9/45

2. Visie op opvang- en onderwijshuisvesting De visie op opvang- en onderwijshuisvesting vormt een belangrijke basis voor het IHP van gemeente Halderberge. Naast een heldere ambitie bevat het visiedocument concrete uitgangspunten en spelregels voor de uitvoering van het IHP. Hierin komen thema’s als aanbod en samenwerking aan bod, maar ook de visie op huisvesting is hierin vastgelegd. De vraag die tijdens de bijeenkomst centraal stond, is: “Wat bieden wij de kinderen in Halderberge nu en in de toekomst?” Aan de hand van verschillende thema’s wordt in het volgende hoofdstuk antwoord gegeven op deze vraag.

In dit hoofdstuk komen de volgende thema’s aan bod: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Visie op Kindcentra; Aanbod en samenwerking; Groei en krimp; Duurzaamheid en gezondheid; Type ingrepen; Investeren in kinderopvang.

www.icsadviseurs.nl

10/45

2.1 Visie op Kindcentra In gemeente Halderberge is een Visiedocument Kindcentra opgesteld7. De visie en ambities die in dit document zijn vastgelegd worden nagestreefd om te komen tot Kindcentra8. De opgestelde kernwaarden ‘gelijkwaardigheid’, ‘verbinden’, ‘ruimte voor eigenheid’ en ‘samen’ zijn vertaald in vier ambities. Dit leidt tot de volgende visie: “In iedere kern/wijk binnen gemeente Halderberge is een thuisnabije passende leer–, speel- en ontwikkelplek ofwel Kindcentrum voor alle kinderen van 0-13 jaar. In ieder Kindcentrum is een doorgaande (ontwikkel)lijn op de verschillende ontwikkelingsgebieden met speciale aandacht voor de sociaal emotionele ontwikkeling en de lees-/taalontwikkeling. Het Kindcentrum is de spil in de wijk. Er is sprake van een hoge ouder- en omgevingsbetrokkenheid bij het Kindcentrum. Ieder Kindcentrum biedt afgestemd op de behoeften in de wijk een passend arrangement dat is gericht op sport/cultuur en zorg voor alle kinderen van 0-13 en van 07.00 uur tot 18.30 uur.” Vanuit deze gezamenlijke visie zijn uitgangspunten en voorwaarden opgesteld die concretere betekenis geven aan de visie. De betrokken partijen zijn samen stappen aan het zetten om het Visiedocument Kindcentra tot uitvoering te brengen. Op dit moment staat de vacature voor coördinator kindcentra uit en zal deze zal in het eerste kwartaal van 2021 starten met de werkzaamheden.

Voor de huisvesting van kindcentra betekent dit dat deze wordt afgestemd op de visie van het kindcentrum. Het kindcentrum van 0 – 13 jaar bestaat onder andere uit onderwijs en opvang vanuit één doorgaande pedagogische leerlijn ten behoeve van de ontwikkeling van de leerlingen in gemeente Halderberge. Hierbij wordt zo veel mogelijk verbinding gezocht met andere expertises in het maatschappelijke domein.

2.2 Aanbod en samenwerking Gemeente Halderberge bestaat uit vijf kernen: Oudenbosch, Oud Gastel, Hoeven, Bosschenhoofd en Stampersgat. Momenteel is/zijn in iedere kern één of meerdere onderwijs- en opvangvoorziening(en) aanwezig. Hoe groot of klein de kern ook is, de ambitie van onderwijsen opvangorganisaties en de gemeente Halderberge is om in samenspraak met het voortgezet onderwijs een doorgaande leerlijn van 0 tot 18 jaar te bieden. Dit geldt voor de gehele gemeente Halderberge, met een deel aanbod per kern en een deel binnen de gemeentegrenzen. Iedereen doet mee. Ook wanneer extra ondersteuning nodig is, zorgt men voor een passende leerplek. Nauwe samenwerking tussen onderwijs en opvang is een voorwaarde voor succes. Het samenwerken kan worden geoptimaliseerd wanneer partners samen gehuisvest zijn, bijvoorbeeld in een kindcentrum (KC). Waar onderwijs en opvangpartners al samenwerken in panden wordt dit behouden in het belang van de doorgaande leerlijn. Indien sprake is van een nieuwbouw of renovatie scenario voor meerdere scholen in dezelfde kern, is het mogelijk om clustering van voorzieningen in één gebouw of gebied te onderzoeken. Het is daarbij van belang dat de spreiding van de scholen blijft aansluiten op het aanbod. Door goede samenwerking kan men gebruik maken van elkaars voorzieningen.

7 Opgesteld door de Gemeente Halderberge, Stichting Openbaar Basis Onderwijs, Borgesiusstichting, Samenwerkingsverband Pri mair

Onderwijs, Kober kinderopvang, Stichting Spelen = Leren (Peuteropvang), Stichting Kinderopvang Oudenbosch, Stichting Kinderopvang OudGastel, Kinderopvang Toverbosch, Bibliotheek VANnU en GGD/Jeugdgezondheidszorg (JGZ). 8 De gehanteerde definitie is ontleend aan PACT-voor Kindcentra: “Een kindcentrum 0-13 jaar is een pedagogische voorziening die kinderen optimaal wil voorbereiden op de toekomst. Een toekomst waarin duurzaamheid, het tegengaan van ongelijkheid en het optimaal gebruiken van talenten van groot belang is. Het kindcentrum staat midden in de samenleving, het staat open voor alle kinderen en ouders en het sluit aan bij leefpatronen van moderne gezinnen.”

www.icsadviseurs.nl

11/45

Wanneer partners samenwerken in het belang van het kind doen ze dat vanuit eenduidige pedagogische waarden. Zo wordt voor het kind een bestendige ontwikkelweg vormgegeven. Het onderwijsaanbod sluit aan bij de lokale behoefte en is gevarieerd. Scholen hebben een eigen identiteit. Dit vormt geen belemmering voor de samenwerking. Verschillende identiteiten kunnen elkaar juist versterken. Ouders en kinderen hebben vrijheid in het kiezen van een onderwijs- en opvangorganisatie die het beste bij hen en hun kind past. In de verschillende kernen wordt door middel van accenten invulling gegeven aan deze gemeenschappelijke visie. Deze accenten zitten hem met name in de functie van de school in de kern. De school heeft een centrale plek in het netwerk rond het kind in het belang van zijn/haar sportieve, culturele en creatieve ontwikkeling. De school heeft in alle kernen een centrale plek in de gemeenschap. Naast onderwijs en opvang kan, afhankelijk van de lokale behoefte, in de school ruimte worden geboden aan educatie, sport en ontmoeting. Ook op het gebied van (jeugd)zorg kan ruimte worden geboden om de zorg dichter bij de kinderen te kunnen faciliteren. Door het aangaan van deze samenwerkingen wordt de gemeenschap betrokken bij de groei en ontwikkeling van het kind en kunnen voorzieningen behouden blijven voor de dorpen.

De combinatie tussen zorg en onderwijs kan leiden tot een meer preventiegerichte benadering. Indien sprake is van nieuwbouw of renovatie denken de betrokken partijen altijd gezamenlijk na over de mogelijkheden tot clustering van diverse maatschappelijke functies in een gebouw of in een gebied.

2.3 Groei en krimp De opgestelde leerlingenprognose voor gemeente Halderberge laat in zijn totaliteit een lichte stijging van het leerlingenaantal zien binnen het primair onderwijs. Voor het voortgezet onderwijs wordt een lichte daling voorzien. Echter, voor sommige scholen wijken de werkelijke leerlingenaantallen aanzienlijk af van de leerlingenprognoses. In het IHP wordt voor deze scholen9 een scenario opgesteld waarbij een interpretatie is gemaakt van de gegevens, waaronder prognose, telling en woningbouwontwikkeling. In beginsel is de lijn niet te bouwen voor toekomstige leegstand. Bij ieder project wordt in de voorbereidingsfase nadrukkelijk gekeken naar de toekomstige leerlingenaantallen en kinderaantallen in de opvang. Gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties maken per project maatwerkafspraken. In het IHP wordt op voorhand een realistische koers bepaald qua leerlingen- en kinderaantallen die, voordat de feitelijke uitvoering van een scenario start, tegen het licht wordt gehouden. Daarnaast worden in het IHP hieronder spelregels benoemd hoe om te gaan met groei en krimp. Daarbij staat het voorkomen van leegstand of het zinvol inzetten daarvan voorop. Tevens is er aandacht voor de aanpasbaarheid en flexibiliteit van de huisvesting.

Groei Het vastgestelde Visiedocument Kindcentra zorgt dat veel waarde gehecht wordt aan de inhoudelijke samenwerking tussen onderwijs en opvang. Vaak is dit een langdurige investering in de samenwerking die tijd nodig heeft om opgebouwd te worden maar vervolgens ook langdurige bestendigd wordt. Huisvesting mag hierin niet verstorend werken maar faciliterend. Binnen het IHP wordt de afspraak gemaakt dat onderwijs en opvang gelijkwaardig zijn en opvang niet wijkt uit een gebouw als onderwijs groeit en meer capaciteitsbehoefte heeft (zie paragraaf 2.6). Groei en andere ontwikkelingen binnen de gemeente hebben vaak gevolgen voor onderwijs- en opvangvoorzieningen. In verband met de spreiding van het onderwijs, opvang en andere maatschappelijke voorzieningen, dient per ontwikkeling te worden bezien of dit nog aanleiding geeft de positie van de onderwijsvoorziening of het kindcentrum te heroverwegen. Ook kunnen samenwerkingen worden

9 Zie de uitwerking van de scenario’s in hoofdstuk 5 Scenario’s per kern.

www.icsadviseurs.nl

12/45

gestimuleerd bij nieuwe maatschappelijke voorzieningen in een kern of gemeente. Daarnaast zijn fysieke en organisatorische veranderingen in het gebied soms van grote invloed op de verkeersveiligheid van de leerlingen en de bereikbaarheid van de scholen en opvanglocaties. Bij gebiedsontwikkeling wordt daar nadrukkelijk rekening mee gehouden. Naast krimp of een stabiele situatie kan sprake zijn van groei bij een bepaalde locatie of in een specifieke kern. Het is belangrijk om op groei te anticiperen bij (vervangende) nieuwbouw of renovatie door aandacht te hebben voor: ▪ Uitbreidingsmogelijkheden: op een locatie wordt in de planvorming rekening gehouden met ruimtelijke mogelijkheden voor groei en/of uitbreiding zonder dat deze het onderwijskundige en/of opvangconcept te niet doet. ▪ Aanpasbaarheid: voor nieuwbouw geldt dat de toekomstige aanpasbaarheid onderdeel is van de wijze om groei op te vangen. Daarbij is aandacht voor het ventilatieconcept en wijziging in ruimtegebruik om grote investeringen bij aanpassing zo veel mogelijk te voorkomen. Indien sprake is van groei die ten tijde van het IHP niet was voorzien, is dat aanleiding om met betreffende partijen (onderwijs, opvang en gemeente) om tafel te gaan en dit te bespreken. Indien de groei tussentijds kan worden opgevangen, kan dit bij de eerstvolgende actualisatie van het IHP gebeuren.

Als de groei niet tussentijds kan worden opgevangen is het voor schoolbesturen mogelijk buiten het IHP om een aanvraag in te dienen. Krimp Leegstand heeft verschillende gevolgen voor de onderwijshuisvesting, te weten: ▪ Ruimtelijk: er wordt minder efficiënt gebruik gemaakt van onderwijsruimten. ▪ Financieel: de materiële instandhoudingvergoeding (vanuit het Rijk) is ontoereikend om de normatief leegstaande lokalen te kunnen bekostigen. Kortom: leegstand kost geld. ▪ Bedrijfsmatig: voor de opvang zijn gevulde kindplaatsen belangrijk voor de levensvatbaarheid van een locatie, maar ook om kwaliteit te kunnen bieden (bijvoorbeeld interactie tussen kinderen). Het uitgangspunt is dat wordt gesproken van leegstand indien meer dan twee ruimten 10 (bijvoorbeeld twee lokalen) leeg staan. Leegstand van één of twee ruimten geeft een school vaak extra flexibiliteit en doet niet af aan de functionaliteit van het schoolgebouw. Indien meer dan twee lokalen leegstaan en deze leegstand ook de komende jaren aanhoudt, kan het desbetreffende schoolbestuur het gesprek aangaan om zo gezamenlijk met de gemeente een integraal en toekomstbestendig plan op te stellen om de leegstand de komende jaren terug te dringen. Ook omgekeerd geldt dat de gemeente in gesprek kan gaan met het schoolbestuur over zinvolle inzet van de leegstand.

Bij het opstellen van deze integrale plannen dient rekening te worden gehouden met de toekomstige ontwikkelingen en behoeften op kernniveau. Indien hieruit voortkomt dat in de leegstaande capaciteit huisvesting wordt geboden aan commerciële partijen dan wordt een overeenkomst gesloten met onderwijs, desbetreffende partij en gemeente (zie paragraaf 2.6). Nieuwbouw voor meerdere scholen (samen onder één dak) is een optie die er op voorhand voor kan zorgen dat vraag en aanbod beter op elkaar aansluiten.

10 Hier wordt gesproken over ruimten. Formeel gaat het over vierkante meters. Om het beeldend te maken gebruiken we de term ‘ruimten’.

www.icsadviseurs.nl

13/45

2.4

Duurzaamheid en gezondheid

Onderwijs- en opvangorganisaties en gemeente Halderberge streven naar een samenleving die toekomstbestendig is voor de volgende generaties. Met het Klimaatakkoord en vanuit Europese regelgeving wordt het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed steeds belangrijker. Het vastgoed van onderwijs valt ook onder deze categorie. Veelal zijn deze gebouwen gefinancierd met maatschappelijke middelen van overheidswege. Binnen het IHP worden deze gebouwen als overheidsgebouwen aangemerkt en duurzaamheidsambities geformuleerd. Vanuit het Visiedocument Kindcentra is dit ook van toepassing op ruimten voor opvang. Bij ontwikkelingen in de onderwijshuisvesting zijn de volgende kwaliteitsniveaus mogelijk:

▪

BENG: Bijna Energieneutraal Gebouw. Per 1 januari 2021 is het Bouwbesluit aangepast en dienen alle nieuwe schoolgebouwen aan BENG te voldoen. BENG is van toepassing op de gebouwgebonden energie. De energieprestatie voor BENG gebouwen wordt vastgelegd aan de hand van drie eisen: ─ De maximale energiebehoefte per kWh/m²/jaar; ─ Het maximaal primair fossiel energiegebruik in kWh/m²/jaar; ─ Het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten. Het is per project maatwerk hoe aan deze prestatie eisen kan worden voldaan. Een indicatie van de investeringskosten voor een BENG gebouw is € 2.950,- /m² bvo. Verdere invulling van BENG-eisen is terug te vinden op de website van het RVO11.

▪

ENG: Energieneutraal Gebouw. Ook hier draait het om gebouwgebonden energie, de gebruiksgebonden energie wordt buiten beschouwing gelaten. Het verschil met BENG is dat het saldo energieverbruik en opbrengst, ten aanzien van de gebouwgebonden energie, nul is. Een indicatie van de investeringskosten voor een ENG gebouw is € 3.050,- /m² bvo.

11 Zie: https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-en-regels/nieuwbouw/energieprestatie-beng

www.icsadviseurs.nl

14/45

▪

0-op-de-meter: Bij een 0-op-de-meter gebouw wordt zowel het gebouwgebonden als het gebruiksgebonden energieverbruik gecompenseerd. Het verschil met ENG is dat het saldo energieverbruik en opbrengst, ten aanzien van de gebouw- en gebruiksgebonden energie, nul is.

▪

Gasloos: dit is onderdeel van alle beschreven kwaliteitsniveaus voor nieuwbouw. Voor bestaande gebouwen is de lijn de voortgang van de lokale energietransitie te volgen en het gasloos maken van wijken en kernen. Indien zich dit voordoet wordt een bestaand gebouw ook ontkoppeld van het aardgas.

In paragraaf 2.5 wordt beschreven welke maatregelen rond duurzaamheid onderdeel zijn van dit IHP en op welke wijze dat wordt meegenomen. Normbedragen onderwijshuisvesting De normvergoeding vormt het wettelijke vertrekpunt en is gebaseerd op ‘sober en doelmatig bouwen’ waarbij de eisen van het Bouwbesluit worden meegenomen. Deze normvergoeding wordt jaarlijks op voorspraak van de prijsbijstelling vanuit de overheid verhoogd. De normvergoeding heeft ondanks de basis en de indexering de werkelijke prijsontwikkeling al jaren niet goed gevolgd. Dit is bevestigd door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) met een advies aan gemeenten om de normbedragen extra te verhogen met 40%. In de prijsaanpassing per 1-1-2021 heeft de VNG aangegeven dat bedragen eenmalig met 9,6% te verhogen en daarnaast een prijsindex van 6,38% te hanteren. In de verordening is circa € 2.330,- tot € 2.565,- per bruto vierkante meter voor nieuwbouw (PO) opgenomen, inclusief deze 40%, de eenmalige aanpassing en indexering. De aanpassing (de 40% en 9,6%) van de normbedragen is een advies van de VNG maar kent geen financiële doorwerking in het Gemeentefonds. Toch blijkt ook deze geadviseerde verhoging in de huidige bouwconjunctuur ontoereikend. Een extra verhoging is nodig vanwege de gestegen bouwkosten en daarnaast als gevolg van de vertaling van nieuw beleid rondom duurzaamheid en frisse scholen.

Scholen, opvangorganisaties en gemeente Halderberge zien effectief bouwen als een belangrijke voorwaarde voor duurzame gebouwen. Bouwen voor de toekomst betekent dat onder andere rekening wordt gehouden met ontwikkelingen in de scholen en in de gemeente. Bij nieuwbouw en renovatie is aandacht voor de aanpasbaarheid van het gebouw in de toekomst, bijvoorbeeld wanneer de groepsgrootte of het onderwijs- en/of opvangconcept veranderd en vanwege eerder genoemd ventilatieconcept. Ook worden mogelijkheden onderzocht om functies te combineren en ruimten multifunctioneel in te zetten, zodat de te bouwen capaciteit kan worden geminimaliseerd. Door het centraliseren van voorzieningen kunnen voorzieningen breed worden gedeeld op wijk- en zelfs regionaal niveau. Ook wordt bij nieuwbouw of renovatie rekening gehouden met mogelijke wetswijzigingen en strengere eisen in de toekomst. Door hier in beginsel al rekening mee te houden, worden mogelijke aanvullende uitgaven in de toekomst voorkomen. Onderdeel van effectief en duurzaam bouwen is rekening houden met een exploitatiegerichte realisatie van gebouwen. Gaandeweg het proces van renovatie of nieuwbouw gaan de betrokken partijen met elkaar in gesprek over een geschikte materiaalkeuze en de exploitatiekosten gedurende de gebruikersperiode.

Samen bepalen zij de te behalen ambities aanvullend op de wettelijke eisen en de financiering van deze ambities, waarbij de ontwikkeling van de wettelijke eisen nauwgezet gevolgd wordt. Ook worden in de toekomst gebouwen ontworpen vanuit exploitatieperspectief. Een gezond klimaat in het gebouw is een voorwaarde voor goed onderwijs en goede opvang. Om dit te waarborgen wordt gestreefd naar een goed binnenklimaat, waarbij vooral de CO 2-concentratie en binnentemperatuur van belang zijn. Het is de ambitie om op alle school- en opvanglocaties minimaal te voldoen aan het kwaliteitsniveau Frisse Scholen klasse B en de vereisten die gelden voor opvangvoorzieningen. Dit geldt zowel bij nieuw te realiseren voorzieningen, als bij renovatie en instandhouding. Voor de bestaande bouw (renovatie en in stand houden) is het streven de ambitie zo goed mogelijk te benaderen met nog verantwoorde investeringen. De gemeente, schoolbesturen en

www.icsadviseurs.nl

15/45

opvangorganisaties hebben daarin een gezamenlijke verantwoordelijkheid om deze ambitie te realiseren. De gemeente heeft daarbij een verantwoordelijkheid en een financiële verplichting voor het realiseren van een goed binnenklimaat bij nieuwe en te renoveren voorzieningen. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het binnenklimaat in bestaande locaties. De opvangorganisaties zijn verantwoordelijk voor het voldoen van de bekostiging via een huurvergoeding van gepleegde investeringen in de gebouwen (voor het deel dat ze gebruiken). Alle betrokken partijen maken samen een beargumenteerde keuze. Een ander aspect van gezondheid is het bevorderen van bewegen, ook bij jonge mensen. Om te komen tot goede leerprestaties en ontwikkeling van kinderen is het belangrijk dat ze voldoende kunnen bewegen rond het (school)gebouw. Bij de bestaande locaties wordt de buitenruimte gehandhaafd. Voor nieuwbouw of renovatie wordt de omvang van de buitenruimte nader beschouwd. Voor de opvang wordt voldaan aan de geldende regelgeving (ook bij bestaande bouw) en voor het onderwijs wordt uitgegaan van minimaal 3,5 m² per leerling. Het is aan het schoolbestuur en de opvangorganisaties om de buitenruimte vanuit de gezamenlijke pedagogische visie vorm te geven en in te richten.

2.5 Type maatregelen binnen IHP In het IHP wordt een viertal scenario’s voor gebouwen onderscheiden: 1. 2. 3. 4.

Vervangende nieuwbouw; Renovatie (inclusief verduurzamen); In stand houden; Afstoten.

In onderstaande tabel worden de scenario’s benoemd. Daarbij wordt voor elk van de scenario’s aangegeven bij wie de verantwoordelijkheid ligt voor het uitvoeren van het scenario en wat het bijbehorende maximale gemeentelijke budget is. Optie

Scenario

Verantwoordelijkheid

Budget

1

Nieuwbouw

Gemeente en schoolbestuur

100% norm nieuwbouw

2

Renovatie

Gemeente en schoolbestuur

70% norm nieuwbouw

3

In stand houden

Schoolbestuur

MI-vergoeding

4

Afstoten

Schoolbestuur

n.v.t

Tabel 2 – Scenario’s binnen het IHP

Per scenario wordt hieronder een nadere toelichting gegeven. Hierbij wordt gesproken over gemeente en schoolbesturen vanuit hun positie als mogelijke opdrachtgever. Voor de kinderopvang wordt verderop beschreven hoe de investeringen worden gepleegd.

Verduurzaming bestaande gebouwen Bij nieuwbouw en renovatie is verduurzaming onderdeel van de ingreep. De verduurzaming van bestaande gebouwen, die niet in aanmerking komen voor renovatie, valt onder verantwoordelijkheid van het schoolbestuur en ingrepen kunnen mogelijk worden uitgevoerd in combinatie met grootschalige onderhoudswerkzaamheden. Daarnaast zal door de gemeente een plan van aanpak geschreven worden om te komen tot aardgasvrije wijken, met als horizon 2050. Afhankelijk van de gekozen route, worden de schoolgebouwen te zijner tijd meegenomen in deze aanpak.

www.icsadviseurs.nl

16/45

Nieuwbouw

Voor nieuwbouw geldt vanaf 2021 aangescherpte wet- en regelgeving omtrent de kwaliteit van schoolgebouwen en daarbij duurzaamheid in het bijzonder. Het Bouwbesluit en vigerende wet- en regelgeving is altijd van kracht. Binnen het Bouwbesluit is bijvoorbeeld Frisse Scholen klasse B uitgangspunt. De aangescherpte regelgeving vanuit Europa bepaalt dat vanaf 2021 alle nieuwbouw van overheidsgebouwen (inclusief scholen) in Nederland bijna energie neutrale gebouwen (BENG) moeten zijn. BENG specificeert eisen voor de maximale energiebehoefte, het maximale fossiele energiegebruik en een minimaal aandeel hernieuwbaar op te wekken energie. Verder wordt nieuwbouw gasloos gerealiseerd. Voor het realiseren van nieuwbouw gelden de volgende uitgangspunten: ▪ Het realiseren van de duurzaamheidsambitie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen als mogelijke bouwheren. Hierin worden de wettelijke eisen ten aanzien van duurzaamheid gevolgd en deze zijn leidend. ▪ De gemeente is in het verlengde van nieuwe regelgeving verantwoordelijk voor de bekostiging van BENG en overige wettelijke voorschriften inzake verplichte energiemaatregelen. ▪ De schoolbesturen dragen bij aan het behalen van duurzaamheidsambities via een bijdrage.

Deze bijdrage bestaat enerzijds uit een bijdrage van € 100,- per bruto vierkante meter (onderbouwd door een businesscase per situatie) en kan bijvoorbeeld ingezet worden voor het behalen van een duurzaamheidsambitie die bovenwettelijk is, zoals onderdelen van de Frisse Scholen (binnenklimaat) of het realiseren van ENG in plaats van BENG. Anderzijds bestaat de bijdrage uit inbreng van uitgespaarde onderhoudsmiddelen. Voor beide bijdragen geldt dat deze mogelijk zijn mits deze bestaan uit een exploitatiegerichte investering met een redelijke terugverdientijd van vijftien jaar. Daarnaast geldt dat de bijdrage zich redelijkerwijs verhoudt tot het eigen vermogen van het schoolbestuur en binnen de kaders van het Onderwijsaccountantsprotocol. ▪ De gemeente kan schoolbesturen, onder vast te stellen voorwaarden, door middel van een financieel arrangement ondersteunen bij de bekostiging van deze bijdrage met een terugbetaalverplichting. ▪ Bij nieuwbouw wordt uitgegaan van een levensduur van 40 jaar. Voor de installaties wordt een afschrijvingstermijn van 15 jaar gehanteerd inclusief een vervangingsinvestering in jaar 15. ▪ Voor nieuwbouw wordt uitgegaan van een stichtingskostenbedrag van € 2.950,- per bruto vierkante meter (prijspeil heden, inclusief een jaarlijkse indexering van 1,5%).

Renovatie

Uitgangspunt is dat renovatie een gelijkwaardig alternatief vormt voor (vervangende) nieuwbouw. Hierbij zijn ook de wettelijke eisen van toepassing en de ambities van nieuwbouw worden zo veel mogelijk benaderd. Een voorbeeld vormt het voldoen aan BENG. Dit is in bestaande bouw niet volledig haalbaar, maar wordt beredeneerd zo veel mogelijk gehaald. Verder wordt per casus bezien op welke wijze renovatie verantwoord is qua investeringen versus opbrengst. De afweging voor (levensduur verlengende) renovatie wordt gemaakt wanneer een gebouw 40 jaar in gebruik is geweest zonder grootschalige tussentijdse investeringen, zoals vervanging van een dak. Bij renovatie wordt gekeken naar: ▪ Verbeteren van de functionaliteit (flexibiliteit, multifunctionaliteit en aansluiten onderwijsconcept); ▪ Levensduurverlenging door investering in bouwkundige en installatietechnische ingrepen; ▪ Verduurzaming van het gebouw (benaderen ambitie BENG niet ENG).

www.icsadviseurs.nl

17/45

Verder wordt bij renovatie het kwaliteitskader primair onderwijs/voortgezet onderwijs als richtlijn gehanteerd. Op basis hiervan maken gemeente en schoolbestuur een gerichte afweging van te nemen maatregelen of maatregelen die achterwege worden gelaten (vervat in een businesscase annex maatregelenplan). Onderdeel van de businesscase is een vergelijking met de kosten van vervangende nieuwbouw op basis van kapitaallastniveau inclusief eenmalige investeringen zoals tijdelijke huisvesting. Indien de kosten te veel oplopen kan vervangende nieuwbouw de voorkeurskeuze zijn in verband met het halen van maximaal rendement uit inzetten maatschappelijke middelen (lees: lage structurele lasten).

De businesscase bestaat uit inzicht in: ▪ de kosten van instandhouding op basis van het uitgevoerde onderhoud van de afgelopen vijf jaar en een actueel meerjaren onderhoudsplan; ▪ de staat van het gebouw op basis van een objectieve schouw conform de systematiek van de verordening aangevuld met een gebrekenrapportage inclusief indicatie van de benodigde investeringen om deze op te lossen; ▪ benodigde aanpassingen op basis van een actueel ruimteprogramma (inhoudelijke wensen kindcentrum/maatregelenplan) en op basis van de meest actuele leerlingenaantallen en leerlingenprognoses (afgezet tegen woningbouwplannen in uitvoering en voorbereiding); ▪ benodigde investeringen voor vernieuwen van bouwkundige- en installatietechnische aspecten; ▪ benodigde investeringen voor verduurzaming; ▪ de actuele boekwaarde; ▪ benodigde tijdelijke huisvesting of andere investeringen. Voor zowel renovatie als vervangende nieuwbouw wordt een investeringsraming op kengetallenniveau gemaakt. Deze investeringen worden vertaald naar een kapitaallast op basis van actuele parameters (zoals rekenrente en afschrijvingstermijnen) van de gemeente Halderberge. Bij nieuwbouw wordt ook het eenmalig afboeken van de boekwaarde betrokken.

Voor de realisatie van een renovatie gelden de volgende uitgangspunten: ▪ Het realiseren is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente en schoolbesturen op basis van genoemde businesscase annex maatregelenplan. ▪ De gemeentelijke bijdrage is maximaal 70% van de stichtingskostennorm voor nieuwbouw (€ 2.065,- per bruto vierkante meter) met een jaarlijkse indexering van 1,5%. Deze gemeentelijke bijdrage wordt niet overschreden. Zo wel, dan is in de businesscase beargumenteerd aangeven waarom dit gebeurt. De gemeentelijke bijdrage is een invulling van het voorstel vanuit de VNG en PO-raad dat de gemeente bijdraagt in de bekostiging van renovatie. ▪ De schoolbesturen dragen bij in de realisatie van renovatie. Deze bijdrage bestaat enerzijds uit een bijdrage van € 100,- per bruto vierkante meter (onderbouwd door een businesscase per situatie) en kan bijvoorbeeld ingezet worden voor het behalen van een duurzaamheidsambitie die bovenwettelijk is, zoals onderdelen van de Frisse Scholen (binnenklimaat) of het realiseren van ENG in plaats van BENG. Anderzijds bestaat de bijdrage uit inbreng van uitgespaarde onderhoudsmiddelen. Door het in beeld brengen van de onderhoudsstaat van het bestaande gebouw, middels een gebrekenrapportage voorzien van financiële doorrekening van geconstateerde punten, ontstaat een beeld van de huidige onderhoudsverplichting van het schoolbestuur.

De uitkomst vormt de onderbouwing van het tweede deel van de bijdrage die een school levert. Hiervan kan een deel bijdragen worden. Voor beide bijdragen geldt dat deze mogelijk zijn, mits deze bestaan uit een exploitatiegerichte investering met een redelijke terugverdientijd van vijftien jaar. Daarnaast geldt dat de bijdrage zich redelijkerwijs verhoudt tot het eigen vermogen van het schoolbestuur en binnen de kaders van het Onderwijsaccountantsprotocol. ▪ De gemeente kan schoolbesturen, onder vast te stellen voorwaarden, door middel van een financieel arrangement ondersteunen bij de bekostiging van deze bijdrage met een terugbetaalverplichting. ▪ Bij renovatie wordt uitgegaan van ingrepen die de levensduur met 20 jaar verlengen.

www.icsadviseurs.nl

18/45

In het proces om te komen tot een afweging voor renovatie zijn nog twee spelregels van toepassing: ▪ Indien aanleiding is om de bouwkundige en installatietechnische maatregelen ter discussie te stellen, kan een gebrekenrapportage inclusief maatregelen opgesteld worden ter onderbouwing. ▪ Er kunnen argumenten zijn om een bestaand gebouw toch te handhaven. Dit dient uitgebreid beargumenteerd te worden.

In stand houden

Dit betreft een activiteit van het schoolbestuur om een bestaand gebouw in stand te houden. Hiervoor zet zij de materiële instandhoudingsvergoeding in. Deze activiteit vergt geen bijdrage vanuit de gemeente. Mogelijk wordt een schoolbestuur wel geconfronteerd met verplichte maatregelen vanuit het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Indien dit aan de orde is en een schoolbestuur kan niet direct financieel aan deze verplichting voldoen, dan kan de gemeente het schoolbestuur faciliteren met een financieel arrangement voor de bekostiging met een terugbetaalverplichting. Voor het kwaliteitsniveau zijn de vereisten uit de verordening leidend, ook bij het aan de onderwijsbestemming onttrekken van het gebouw.

www.icsadviseurs.nl

19/45

2.6

Investeren in kinderopvang

In bestaande kindcentra binnen gemeente Halderberge is inmiddels voorzien in het huisvesten van onderwijs en opvang. Voor de continuïteit worden bestaande afspraken inclusief ruimtegebruik geborgd in samenwerkingsovereenkomsten. Dit geeft partijen zekerheid over inhoudelijke en ruimtelijke afspraken, en geeft investeringsperspectief vanuit inhoud en financiën aan de opvangorganisatie. Ook worden de bestaande huurafspraken met de opvangorganisatie herbevestigd. Indien sprake is van leegstand binnen een schoolgebouw kan deze worden ingezet ten behoeve van opvang. Het schoolbestuur, de opvangorganisatie en de gemeente maken dan afspraken over het ruimtegebruik en de bekostiging. Dit wordt vastgelegd in een huurovereenkomst. Er is dan sprake van medegebruik en dit medegebruik kan plaatsvinden op twee manieren: als enkel gebruik of als dubbel gebruik. Bij het bepalen van de huurprijs wordt naar het gebruik gekeken. Bij enkelgebruik wordt de ruimte uitsluitend door de opvangorganisatie gebruikt en wordt de volledige huur betaald. Bij dubbelgebruik wordt de ruimte een bepaald deel van de tijd door de opvangorganisatie gebruikt (bijvoorbeeld naschools) en een bepaald deel door het onderwijs. De kinderopvangorganisatie betaalt een ander tarief voor dubbelgebruik.

Bestaande huurovereenkomsten herzien In een aantal schoolgebouwen binnen de gemeente maakt een opvangorganisatie enkel- of dubbelgebruik van leegstand in het gebouw. Momenteel komen die huuropbrengsten volledig ten goede aan het schoolbestuur. Per 01-01-2021 worden dergelijke overeenkomsten herzien. De gemeente heeft daarbij afspraken gemaakt met de opvangorganisaties en schoolbesturen over een vast huurtarief binnen de gemeente. De opvangorganisatie maakt rechtstreekse afspraken met het schoolbestuur ten aanzien van de exploitatiekosten. Afspraken huurtarieven12 Met ingang van 01-07-2021 zal de gemeente aan de kinder- en buitenschoolse opvang de volgende kapitaallastenvergoeding vragen voor ruimten met de bestemming ‘onderwijs’ waarin voorschoolse, tussentijdse en naschoolse opvang wordt aangeboden. Bij nieuwbouw en voorfinanciering door de gemeente geldt een tarief van € 155,- per vierkante meter per jaar voor de kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang. Bij bestaande bouw geldt een tarief van € 75,- per vierkante meter leslokaal per jaar dat uniek gebruikt wordt voor de kinderdagopvang en € 2.500,- per jaar voor een leslokaal dat dubbel gebruikt wordt voor onderwijs en buitenschoolse opvang. Voor tussenschoolse opvang (tso) zal geen vergoeding gevraagd worden.

De bijdrage in het onderhoud en kosten voor schoonmaak, nuts en overige servicekosten (exploitatiekosten) worden door het schoolbestuur op basis van werkelijke kosten in rekening gebracht bij de kinder- en buitenschoolse opvangpartijen. De vergoeding wordt met ingang van 2022 jaarlijks geïndexeerd in overeenstemming met de indexatie die gehanteerd en vastgesteld wordt door de gemeenteraad voor de gemeentebegroting. De gemeente wordt bij investeringen in bestaande gebouwen of bij nieuwbouw gecompenseerd middels deze huurvoerding. Indien het schoolbestuur eigenaar is en blijft van het gebouw speelt altijd dat de extra ruimte in de toekomst (mogelijk) gevorderd kan worden ten behoeve van onderwijs. Met de beleidslijn die we nu vastleggen in het IHP Halderberge is dit niet waarschijnlijk. Echter, de wettelijke mogelijkheid blijft wel van kracht. Binnen het IHP wordt de afspraak gemaakt dat onderwijs en opvang gelijkwaardig zijn en opvang niet wijkt als onderwijs groeit en meer capaciteitsbehoefte heeft.

12 Eigenstandig opgesteld door gemeente, opvangorganisaties en schoolbesturen.

www.icsadviseurs.nl

20/45

Investeren in nieuwbouw of renovatie Voor de scenario’s waarin nieuwbouw of renovatie aan de orde is, kan de gemeente in het gebouw de ruimte voor de kinderopvang voorfinancieren. De opvangorganisatie betaalt de investering terug via een huurvergoeding (ter compensatie van de door de gemeente gemaakte kosten). Deze huurvergoeding wordt samen met het ruimtegebruik vastgelegd in een overeenkomst tussen het schoolbestuur, de opvangorganisatie en de gemeente. Hiermee ontstaat een tripartiete overeenkomst. Het sluiten van deze overeenkomst is voorwaarde voordat investeringen worden gepleegd door de gemeente. Voor het organiseren van investeringen in kinderopvang en zorg kan ook gekeken worden naar de systematiek die de gemeente Leeuwarden hanteert.

In hoofdlijnen komt het op het volgende neer: ▪ Gemeente pleegt de investering voor het nieuw te bouwen kindcentrum (onderwijs, opvang en/of zorg); ▪ Het schoolbestuur heeft in juridisch eigendom het te realiseren schoolgebouw dat huisvesting biedt aan haar school die onderdeel uitmaakt van het kindcentrum; ▪ Op het gebouw en het terrein zijn de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en de daarop gebaseerde gemeentelijke verordening voorzieningen huisvesting onderwijs van toepassing; ▪ Het schoolbestuur stelt voor het kindcentrum ruimten/voorzieningen met een omvang van [nader te bepalen] vierkante meter beschikbaar in het schoolgebouw voor kinderopvang en/of zorg; ▪ Het betreft een voorziening voor kinderopvang en/of zorg als bedoeld in de Wet Kinderopvang 2009. Het schoolbestuur gaat daartoe een overeenkomst inzake een bijdrage in de stichtingskosten aan voor een bedrag van [nader te bepalen] te betalen in [nader te bepalen] maandelijkse termijnen met de betrokken kinderopvangorganisatie, te weten [nader te noemen]; ▪ Daarnaast sluit het schoolbestuur met kinderopvangorganisatie [nader te noemen] een overeenkomst voor exploitatie, beheer en onderhoud; ▪ Voor de totstandkoming van een rechtsgeldige huurovereenkomst is op grond van toepasselijke onderwijswetgeving medewerking vereist van de gemeente.

Partijen beogen met het sluiten van een vaststellingsovereenkomst dat alle noodzakelijke voorwaarden vervuld worden voor een rechtsgeldige totstandkoming van de huurovereenkomst en concretiseren daarmee de onderlinge rechtsverhouding; ▪ Als onderlegger sluiten het schoolbestuur en de kinderopvangorganisatie een intentieverklaring waarin de inhoudelijke en ruimtelijke samenwerking benoemd is; ▪ Het schoolbestuur draagt de vorderingen ter zake van de betaling van de stichtingskosten over aan de gemeente en deze overdracht wordt door de kinderopvangorganisatie aanvaard; ▪ De bijdrage in de stichtingskosten is berekend op basis van kapitaallasten voor een bedrag van [nader te noemen] te betalen in [nader te bepalen] termijnen door kinderopvangorganisatie [nader te noemen]. Het aflossingsschema maakt onderdeel uit van de vaststellingsovereenkomst; ▪ Voor het boekjaar wordt het kalenderjaar aangehouden; ▪ De bijdragen in de stichtingskosten worden maandelijks vooraf voldaan aan de gemeente; ▪ De kinderopvangorganisatie verkrijgt het gebruiksrecht voor de vierkante meters die in de vaststellingsovereenkomst zijn vastgelegd voor de periode dat het kindcentrum voor het onderwijs in gebruik is.

Bij het buitengebruikstellen van de voorziening door het schoolbestuur vervalt ook het gebruiksrecht van de kinderopvangorganisatie; ▪ Het betreffende gebouwdeel (in gebruik door de opvangorganisatie) is onttrokken aan de capaciteit ten behoeve van het onderwijs zoals beschreven in de gemeentelijke verordening voorzieningen huisvesting onderwijs ter zake van de beoordeling van medegebruik of van uitbreidingsbehoefte; ▪ Indien door bijzondere omstandigheden het gebouwdeel niet meer voor verhuur wordt benut, zullen partijen zich inspannen om een nieuwe geschikte huurder of medegebruiker te vinden. Indien deze niet kan worden gevonden, kan de gemeente besluiten de vrijgekomen ruimten toe te voegen aan de capaciteit ten behoeve van het onderwijs of aan het onderwijs te onttrekken; ▪ Aan een eventuele onttrekking van ruimten aan het onderwijs kunnen geen rechten worden ontleend en kan geen vergoeding voor worden ontvangen; ▪ De vaststellingsovereenkomst geldt totdat de voorziening niet meer voor onderwijsdoeleinden wordt gebruikt.

www.icsadviseurs.nl

21/45

3. Inzicht en beoordeling 3.1 Nulmeting Alle onderwijsgebouwen in gemeente Halderberge zijn op basis van verschillende kenmerken in kaart gebracht. Aan de hand van een vragenlijst zijn de schoolbesturen gevraagd de gebouwen te beoordelen. Voor elk schoolgebouw is een zogenaamde factsheet opgesteld, waardoor inzicht is verkregen in de staat van de gebouwen (nulmeting). Deze factsheets zijn toegevoegd aan het bijlagedocument van dit IHP. Onderstaand wordt een beschrijving gegeven van de hoofdthema’s waarop de onderwijsgebouwen beoordeeld zijn.

3.1.1 Kwaliteit Binnen het thema kwaliteit wordt onderscheid gemaakt tussen drie criteria: ▪ Technische staat; ▪ Functionele staat; ▪ Binnenklimaat. De schoolbesturen hebben aan de hand van een vragenlijst de eigen onderwijsgebouwen kwalitatief beoordeeld. Dit en de context vanuit het onderwijs, hebben zij toegelicht in een individueel interview. De uitkomsten van de beoordeling zijn weergegeven in figuur 2. Technische staat De technische staat geeft inzicht in de kwaliteit van de installaties en de binnen- en buitenkant van het gebouw. Vier van de elf gebouwen worden goed beoordeeld op technische kwaliteit. De overige zeven gebouwen worden als redelijk beoordeeld. Dit houdt in dat de gebouwen verouderd zijn en er regelmatig gebreken aan het gebouw of de installaties worden geconstateerd.

www.icsadviseurs.nl

22/45

Functionele staat De functionele staat geeft aan in welke mate het gebouw het onderwijsconcept faciliteert. Hierin spelen niet alleen onderwijsruimten en het speelplein een rol, maar ook de werkomgeving van de staf, facilitaire voorzieningen en de veiligheid. Bij vijf van de elf gebouwen wordt de functionele staat als goed beoordeeld. Deze gebouwen beschikken over voldoende ruimte om verschillende onderwijsvormen (klassikaal en individueel) onder te brengen. Vijf van de elf scholen ‘scoren’ redelijk op functionaliteit en één gebouw scoort slecht op functionaliteit. Deze gebouwen sluiten niet geheel aan op de gewenste manier van lesgeven en het faciliteren van opvang. Het uitvoeren van bepaalde activiteiten wordt belemmerd door de functionaliteit van het gebouw. Binnenklimaat De beoordeling van het binnenklimaat geeft aan hoe de ventilatie, de temperatuur, het licht en het geluid binnen het gebouw ervaren wordt. Bij drie van de elf gebouwen wordt het binnenklimaat als goed beoordeeld. Bij zeven gebouwen wordt het binnenklimaat als redelijk beoordeeld en bij één schoolgebouw als slecht. Bij deze acht gebouwen zijn regelmatig klachten en dit gaat ten koste van de leerprestaties. Met name ventilatie, temperatuur en geluid worden als slecht ervaren.

KWALITEIT Goed

Redelijk

FINANCIËN Goed

Slecht

1

1

2 4

7

TECHNISCH

1

5 7

4

Redelijk

3

Figuur 2 - Weergave beoordeling kwaliteit

5

3

5

FUNCTIONEEL

3

BINNENKLIMAAT

3 1 ONDERHOUD

ENERGIE

Figuur 3 - Weergave beoordeling financiën13

3.1.2 Financiën Het thema financiën geeft inzicht in de exploitatielasten (onderhouds- en energielasten) van de onderwijsgebouwen. Deze kosten zijn voor rekening van de schoolbesturen. Binnen deze beoordeling wordt onderscheid gemaakt tussen onderhoudslasten, waarbij gekeken wordt naar het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) voor de komende 10 jaar, en energielasten, waarbij gekeken wordt naar de afschriften van de afgelopen jaren. De kosten zijn vervolgens vergeleken met een door ICSadviseurs opgestelde benchmark (2018). De benchmark bevat schoolgebouwen van uiteenlopende bouwjaren uit heel Nederland en is daarmee een representatieve database. De vergelijking van de kosten met de benchmark heeft als doel om te beoordelen hoe het gebouw ‘scoort’. Deze score betreft geen indicatie van de kwaliteit van het gebouw, enkel een inzicht in de exploitatielasten per vierkante meter. Tevens is inzichtelijk gemaakt hoe de kosten zich verhouden tot de materiële instandhoudingsvergoeding (exploitatievergoeding vanuit het Rijk) die de scholen ontvangen. Figuur 3 maakt de beoordeling van de financiën op basis van de benchmark inzichtelijk.

13 De ontbrekende gegevens met betrekking tot de onderhoud- en energielasten zijn opgevraagd en zodra deze in beeld zijn worden deze

door de schoolbesturen doorgeven.

www.icsadviseurs.nl

23/45

Onderhoud Voor de primair onderwijs (po) scholen en de voortgezet onderwijs (vo) school zijn de onderhoudslasten in beeld gebracht op basis van de verwachte onderhoudskosten zoals opgenomen in het MJOP. Deze bedragen zijn omgerekend naar een jaarlijks gemiddelde aan onderhoudslasten per vierkante meter bruto vloeroppervlak (bvo). Dit gemiddelde is vervolgens afgezet tegen de gemiddelde onderhoudskosten uit de benchmark opgesteld door ICSadviseurs, die € 34,- per m² bvo voor po-scholen en € 35,- per m² bvo voor voscholen per jaar bedraagt. De besturen zijn gevraagd de geraamde onderhoudskosten aan te leveren. Opgemerkt dient te worden dat onderlinge verschillen bestaan in uitgangspunten en opgenomen onderhoudswerkzaamheden. Voor vier van de elf onderwijsgebouwen liggen de onderhoudslasten lager of rondom het landelijk gemiddelde. Drie van de elf schoolgebouwen scoren slecht op onderhoudslasten, waarbij twee van deze gebouwen ouder dan 50 jaar zijn. Energie De energielasten van de onderwijsgebouwen zijn vastgesteld op basis van de meest recente jaarafrekeningen van het gas-, water- en elektraverbruik. Ook deze jaarlijkse lasten zijn afgezet tegen de gemiddelde energielasten uit de benchmark van ICSadviseurs. De gemiddelde jaarlijkse energielasten uit de benchmark bedragen € 12,- per m² bvo voor po-scholen en € 13,- per m² bvo voor vo-scholen.

Het merendeel van de gebouwen scoort redelijk of goed op de energielasten, waarbij een score van redelijk gelijk staat aan het landelijk gemiddelde. Eén schoolgebouw heeft lagere energielasten dan de benchmark.

3.1.3 Vraag en aanbod Binnen het thema vraag en aanbod wordt de beschikbare onderwijscapaciteit vergeleken met de toekomstige normatieve ruimtebehoefte aan onderwijscapaciteit in 2035. De leerlingenprognoses zijn de basis voor de berekening van de ruimtebehoefte. De uitgangspunten voor de berekening en de ruimtebehoefte per locatie is uiteengezet in Bijlage 4 Ruimtebehoefte berekening. Medegebruik/verhuur, door bijvoorbeeld een opvangorganisatie, is meegenomen bij het bepalen van het ruimtetekort of overschot (een correctie is dan in beeld gebracht). Indien van toepassing wordt dit beschreven in de scenario’s in het volgende hoofdstuk. Basisgeneratie De meest actuele leerlingenprognoses (Pronexus, januari 2019) geven inzicht in de verwachte ontwikkeling van het aantal leerlingen in de komende jaren. Pronexus geeft daarbij aan: “In de ramingen van leerlingenaantallen zijn twee ontwikkelingen verwerkt. Dit zijn de trends in de omvang van de basisgeneratie in de afzonderlijke gebieden van gemeente Halderberge en de schoolkeuze. Bij de opzet van de prognoses zijn cijfers verwerkt met een uitsplitsing van leerlingen naar herkomstgebied.” De basisgeneratie geeft de omvang weer van de 4- tot en met 11-jarigen plus 30% 12-jarigen voor de berekening van leerlingenprognoses in het primair onderwijs.

Voor het voortgezet onderwijs wordt uitgegaan van 70% van de 12-jarigen plus de 13- tot met 18-jarigen. In tabel 3 wordt de basisgeneraties in gemeente Halderberge weergeven. Doordat leerlingen naar school kunnen gaan in een naastliggende kern of gemeente, leidt de ontwikkeling van de basisgeneratie niet 1-op-1 tot het aantal leerlingen dat in die kern naar school gaat.

www.icsadviseurs.nl

24/45

Historie

Prognose →

Kern

2019

2020

2025

2030

2035

∆ 2020 - 2035

Oudenbosch

1.076

1.088

1.090

1.047

1.065

- 23

Oud Gastel

554

548

570

580

585

+ 37

Hoeven

505

500

548

533

526

+ 26

Bosschenhoofd

177

183

207

213

213

+ 30

Stampersgat

112

107

111

104

108

+ 1

2.424

2.426

2.526

2.477

2.497

+ 71

TOTAAL

Tabel 3 - Basisgeneratie 4 – 12 jaar historie en prognose

Woningbouwontwikkelingen De prognose van deze basisgeneratie vloeit voort uit demografische ontwikkelingen die zich in het verleden hebben voorgedaan, maar met name de aannames in groei en trends voor de toekomst. Een belangrijk component daarvan zijn de woningbouwontwikkelingen. Bij het opstellen van de prognose is onder andere uitgegaan van het ‘Woningbouwprogramma 2018 – 2028’. De verwachting in januari 2017 was dat in de periode 2017-2028 behoefte is aan een toevoeging van 898 – 1.113 woningen14. Verwacht wordt dat na 2028 een kleine behoefte van ongeveer 230 woningen is waarna de behoefte van het aantal woningen afneemt. ▪ Hoeven – in deze kern is de behoefte aan het aantal woningen het grootst. Tijdens het opstellen van de prognose resteerden nog 67 woningen van het project Woongebied Opperstraat voor de jaren die volgden. Dit bestond met name uit woningen voor starters, terugkerende gezinnen en senioren. ▪ Bosschenhoofd – het groot aantal woningen dat vóór 2018 is gerealiseerd in de kern, heeft een positief effect gehad op het dorp waardoor behoefte was aan meer woningen. Hiervoor staan 136 woningen op het programma. ▪ Oud Gastel – ten tijden van het opstellen van de leerlingenprognoses, stonden 232 woningen op het programma.

In Oud Gastel Noord betrof dit grondgebonden nieuwbouwwoningen met diverse typologieën en in het centrumgebied waren mogelijkheden voor andere woningtypologieën. ▪ Oudenbosch – de meeste woningen in de gemeente Halderberge stonden op het programma in Oudenbosch, namelijk 282 woningen. Uitbreiding van het woningbouwprogramma met de afronding van het Havenproject en het zusterhuis in het project Maria ter Engelen is in de 282 woningen en de leerlingenprognose niet meegenomen, aangezien deze plannen op dat moment nog in ontwikkeling waren. Dit geldt ook voor de uitwerking van het project Pagnevaart met een groter aantal woningen. ▪ Stampersgat – in deze kern stonden enkele kleine woningbouwlocaties op het programma, hetgeen 14 woningen betrof. Deze woningbouwontwikkelingen en ‘mutaties’ van de woningvoorraad zijn vastgesteld en/of onherroepelijk. Daarmee behoren zij tot de ‘harde’ plancapaciteit. Kijkende naar de woningmutaties in de prognoses is het aannemelijk dat deze woningbouwplannen reeds zijn opgenomen in de prognoses. Een totaaloverzicht van de woningbouwontwikkelingen en de woningvoorraad in de gemeente is opgenomen in Bijlage 5: Woningbouwprogramma 2018-2028. Daarnaast zijn er enkele ‘zachte’ plannen die nog in de ontwerp- of planologische voorbereidende fase zijn of enkel nog als potentieel te boek staan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/483/documents/14654