Bijlage 1 Raadsvoorstel - IHP 2026.pdf
Tekst van het document
IHP Halderberge 2026
Opdrachtgever Gemeente Halderberge
Datum 30 april 2026
Referentienummer 2250031/20251128
Auteur(s) Sandra Kolen, Onno Damen
│ Onderdeel van ICS Ruimteregie Groep BV
Inhoudsopgave 1.
Hoofdlijnen actualisatie IHP Halderberge
3
2.
Achtergrond actualisatie IHP Halderberge
5
3.
Visie op opvang- en onderwijshuisvesting
5
3.1
Visie op Kindcentra
5
3.2
Doorlopende ontwikkellijn 0-18 jaar
6
3.3
Aanbod en samenwerking
6
3.4
Groei en krimp
9
3.5
Duurzaamheid en gezondheid
11
3.6
Type maatregelen binnen IHP
15
3.7
Investeren in kinderopvang
20
4.
Inzicht in vraag en aanbod
21
5.
Fasering
25
De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICS Adviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICS Adviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICS Adviseurs B.V., gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICS Adviseurs B.V.
2250031/20251128 | www.icsadviseurs.nl
1. Hoofdlijnen actualisatie IHP Halderberge In onderstaande twee pagina is een overzicht opgenomen van de onderdelen in de actualisatie van het IHP en welke aangemerkt kunnen worden als aanpassing of nieuw beleid (na vaststelling door de gemeenteraad). 3.1 Visie op Kindcentra NIEUW: 3.2 Doorlopende ontwikkellijn 0-18 jaar
3.3 Aanbod en samenwerking
3.4 Groei en krimp
3.5 Duurzaamheid en gezondheid
3.6 Type maatregelen binnen IHP
3.7 Investeren in kinderopvang 4. Inzicht in vraag en aanbod 5. Fasering Nieuwe fasering:
2250031/20251128 | www.icsadviseurs.nl
Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleidskader 20252028 (GOAB) toegevoegd In het bestaande IHP werd uitgegaan van kindcentra voor leeftijdscategorie 0-13 jaar. In dit IHP is de doorgaande ontwikkellijn expliciet voor 0-18 jaar benoemd Toegevoegd dat clustering van voorzieningen ontstaat vanuit inhoudelijke meerwaarde Nieuwkomersonderwijs toegevoegd – hiervoor is een flexibele basisvoorziening benodigd Inclusiever en passend onderwijs toegevoegd – vijf procent extra bruto vierkante meters beargumenteerd mogelijk (nieuwe beleidslijn na vaststelling door gemeenteraad) Toegankelijkheid met NEN 9120 toegevoegd vanuit actuele richtlijn Gelijkwaardigheid kinderopvang en onderwijs aangevuld met: Als de gemeente in de toekomst het economisch claimrecht moet inzetten voor onderwijsdoeleinden, zal zij zich, vanuit een gezamenlijke visie, duurzame samenwerking en zekerheid, inspannen om passende huisvesting voor kinderopvang te realiseren. Deze huisvesting sluit aan bij de kindcentrum gedachte, met als uitgangspunt plaatsing in hetzelfde gebouw.
Aandacht voor uitbreidingsmogelijkheden uitgebreider gespecificeerd: toevoeging constructie voorbereiden bij lagenbouw Zero Emission Building (ZEB) benoemd – ambitie ENG Koeling toegevoegd – gemeente en schoolbesturen gaan hierover in gesprek Bewegen en buitenruimte toegevoegd – 2 m2 onverhard speelterrein per leerlingen extra bovenop de 3 m2 verhard speelterrein uit de verordening Watersystemen – per project worden mogelijkheden onderzocht TCO-benadering – haalbaarheidsonderzoek per project waarin TCO leidend is Netcongestie – frictiebudget per project Circulariteit en restwaarde – per project wordt de restwaarde in beeld gebracht door middel van een businesscase Veilige schoolroutes – aansluitend op de gemeentelijke mobiliteitsvisie Maatregel renovatie opgesplitst in twee varianten: scope 40 jaar en scope 20 jaar. Gebruik van kengetallen Ruimte-OK voor berekenen stichtingskosten Bijdrage vanuit schoolbesturen genuanceerd (vanwege regelgeving en realiteit met netcongestie) Bedragen geactualiseerd Break-evenpoint regeling benoemd. Actuele leerlingenprognoses opgenomen
3/29
Naam school
Omschrijving aanpassing
Jaar van oplevering
Futura
Aanpassingen installatieconcept/ gebouw
2026
Uniek
Aanpassingen installatieconcept/ gebouw
2026
Talente
Uitbreiding met tijdelijke huisvestingunits
2026
KC De Regenboog
Vervangende nieuwbouw op locatie Carrégebouw
2029
Talente en De Linde
Permanente uitbreiding
2029
De Bukehof
Vervangende nieuwbouw aan Bosschendijk
2030
Markland Oudenbosch
Uitbreiding
2032
Kindcentrum De Steiger
Vervangende nieuwbouw / renovatie
2034
Sterrenschool De Schittering
Vervangende nieuwbouw/ renovatie
2037
Totale investering IHP
+ PM-post aanpassingen Futura en Uniek + € 21.000,- leerlingenprognoses + €40.000,- actualiseren factsheets Stopjaren van de gebouwen opgenomen Maatregel Stopjaar na Bouwjaar Renovatie IHP uitvoering IHP Oud Gastel De Linde
2017
2029
2057
TaLente
2017
2029
2057
Bosschenhoofd t Bossche Hart
2011
2051
Stampersgat Kindcentrum De Steiger
1927
1972+1992+2014
2034
2074
Sterrenschool De Schittering
1922
2017
2037
2077
De Regenboog - hoofdlocatie
1980
2010 +2017
2029
2069
De Regenboog - dislocatie
1958
2002
De Klinkert
2005
De Bukehof
1968
2010
2030
2070
Markland Oudenbosch
1948
1964+1974+2001+2015+2023
2032
2063
Oudenbosch
x 2045
Hoeven Uniek
2250031/20251128 | www.icsadviseurs.nl
2018
2058
4/29
2. Achtergrond actualisatie IHP Halderberge De gemeente Halderberge beschikt over een Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor de periode 2021-2039. De gemeente kiest ervoor om het IHP nu te herzien. Deze herziening is ingegeven door demografische ontwikkelingen, veranderende onderwijsbehoeften, duurzaamheidseisen en stijgende bouwkosten. Door het IHP in 2025 te actualiseren wil de gemeente beter kunnen anticiperen op investeringsbehoeften en beleidswijzigingen. In dit document wordt beschreven hoe het IHP tussentijds geactualiseerd wordt. De visie uit het eerdere IHP wordt aangevuld op enkele punten in verband met relevante wet- en regelgeving en actuele ontwikkelingen. Het voorstel is de visie op de volgende punten te actualiseren: ▪ ▪ ▪ ▪
Inclusiever en passend onderwijs Toegankelijkheid Duurzaamheid De gevolgen van het wetsvoorstel renovatie
3. Visie op opvang- en onderwijshuisvesting De visie op opvang- en onderwijshuisvesting vormt een belangrijke basis voor het IHP van gemeente Halderberge. Naast een heldere ambitie bevat het visiedocument concrete uitgangspunten en spelregels voor de uitvoering van het IHP. Hierin komen thema’s als aanbod en samenwerking aan bod, maar ook de visie op huisvesting is hierin vastgelegd. De vraag die centraal staat, is: “Wat bieden wij de kinderen in Halderberge nu en in de toekomst?”. Aan de hand van verschillende thema’s wordt in het volgende hoofdstuk antwoord gegeven op deze vraag.
3.1 Visie op Kindcentra In gemeente Halderberge is een Visiedocument Kindcentra opgesteld 1. De visie en ambities die in dit document zijn vastgelegd worden nagestreefd om te komen tot Kindcentra2. De opgestelde kernwaarden ‘gelijkwaardigheid’, ‘verbinden’, ‘ruimte voor eigenheid’ en ‘samen’ zijn vertaald in vier ambities. Dit leidt tot de volgende visie: “In iedere kern/wijk binnen gemeente Halderberge is een thuisnabije passende leer–, speel- en ontwikkelplek ofwel Kindcentrum voor alle kinderen van 0-13 jaar. In ieder Kindcentrum is een doorgaande (ontwikkel)lijn op de verschillende ontwikkelingsgebieden met speciale aandacht voor de sociaal emotionele ontwikkeling en de lees-/taalontwikkeling. Het Kindcentrum is de spil in de wijk. Er is sprake van een hoge ouder- en omgevingsbetrokkenheid bij het Kindcentrum. Ieder Kindcentrum biedt afgestemd op de behoeften in de wijk een passend arrangement dat is gericht op sport/cultuur en zorg voor alle kinderen van 0-13 jaar en van 07.00 uur tot 18.30 uur.” Vanuit deze gezamenlijke visie zijn uitgangspunten en voorwaarden opgesteld die concretere betekenis geven aan de visie. De betrokken partijen zijn samen stappen aan het zetten om het Visiedocument Kindcentra tot uitvoering te brengen.
1 Opgesteld door de Gemeente Halderberge, Stichting Openbaar Basis Onderwijs, Borgesiusstichting, Samenwerkingsverband Primair Onderwijs,
Kober kinderopvang, Stichting Kinderopvang Oudenbosch, Stichting Kinderopvang Oud-Gastel, Kinderopvang Toverbosch, Bibliotheek VANnU en GGD/Jeugdgezondheidszorg (JGZ). 2 De gehanteerde definitie is ontleend aan PACT-voor Kindcentra: “Een kindcentrum 0-13 jaar is een pedagogische voorziening die kinderen optimaal wil voorbereiden op de toekomst. Een toekomst waarin duurzaamheid, het tegengaan van ongelijkheid en het optimaal gebruiken van talenten van groot belang is. Het kindcentrum staat midden in de samenleving, het staat open voor kinderen en ouders en het sluit aan bij leefpatronen van moderne gezinnen.”
2250031/20251128 | www.icsadviseurs.nl
5/29
Voor de huisvesting van kindcentra betekent dit dat deze wordt afgestemd op de visie van het kindcentrum. Het kindcentrum van 0 – 13 jaar bestaat onder andere uit onderwijs en opvang vanuit één doorgaande pedagogische leerlijn ten behoeve van de ontwikkeling van de leerlingen in gemeente Halderberge. Hierbij wordt zoveel mogelijk verbinding gezocht met andere expertises in het maatschappelijke domein. Ook is het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleidskader 2025-2028 (hierna: GOAB) vastgesteld. Met als ambitie het bevorderen van gelijke kansen voor kinderen (een kindcentrum kan daarin bevorderend werken). Het beleid richt zich op het bevorderen van gelijke ontwikkelkansen voor kinderen van 0–13 jaar, met speciale aandacht voor taalontwikkeling en ouderbetrokkenheid. Samenwerking tussen gemeente, onderwijs, kinderopvang en GGD staat centraal. De ambities en acties zijn uitgewerkt in een uitvoeringsagenda en worden gemonitord via resultaatafspraken.
3.2 Doorlopende ontwikkellijn 0-18 jaar Het geldende onderwijsbeleid richt zich op kinderen van 0 tot 13 jaar. Binnen deze leeftijdsgroep ligt de beleidsverantwoordelijkheid bij de gemeente. Het voortgezet onderwijs valt buiten de reikwijdte van dit beleid, met uitzondering van de warme overdracht bij de overgang van primair naar voortgezet onderwijs. De gemeente en de betrokken onderwijs- en opvangpartners streven naar een doorgaande ontwikkellijn voor kinderen van 0 tot 18 jaar. Een sterke en structurele samenwerking tussen kinderopvang, primair onderwijs en voortgezet onderwijs is hierbij essentieel. De verbinding tussen kinderopvang en primair onderwijs krijgt vorm binnen kindcentra, waar opvang en onderwijs in samenhang worden georganiseerd. Voor de aansluiting tussen primair en voortgezet onderwijs werkt het Markland Oudenbosch, in samenwerking met de verschillende schoolbesturen voor primair onderwijs, aan gezamenlijke leerlijnen. Het doel is om tot een integraal en herkenbaar ontwikkeltraject van 0 tot 18 jaar te komen.
3.3 Aanbod en samenwerking Gemeente Halderberge bestaat uit vijf kernen: Oudenbosch, Oud Gastel, Hoeven, Bosschenhoofd en Stampersgat. Momenteel is/zijn in iedere kern één of meerdere onderwijs- en opvangvoorziening(en) aanwezig. Hoe groot of klein de kern ook is, de ambitie van onderwijs- en opvangorganisaties en de gemeente Halderberge is om in samenspraak met het voortgezet onderwijs een doorgaande leerlijn van 0 tot 18 jaar te bieden. Dit geldt voor de gehele gemeente Halderberge, met een deel aanbod per kern en een deel binnen de gemeentegrenzen. Iedereen doet mee. Ook wanneer extra ondersteuning nodig is, zorgt men voor een passende leerplek. Nauwe samenwerking tussen onderwijs en opvang is een voorwaarde voor succes. Het samenwerken kan worden geoptimaliseerd wanneer partners samen gehuisvest zijn, bijvoorbeeld in een kindcentrum (KC). Waar onderwijs en opvangpartners al samenwerken in panden, wordt dit behouden in het belang van de doorgaande leerlijn. Indien sprake is van een nieuwbouw of renovatiescenario voor meerdere scholen in dezelfde kern, is het mogelijk om clustering van voorzieningen in één gebouw of gebied te onderzoeken. Het is daarbij van belang dat de spreiding van de scholen blijft aansluiten op het aanbod. Door goede samenwerking kan men gebruik maken van elkaars voorzieningen.
De clustering van meerdere onderwijsvoorzieningen onder één dak moet voortkomen uit een gezamenlijke visie, onderwijskwaliteit en inhoudelijke meerwaarde. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat clustering primair wordt ingegeven door financiële motieven, maar dat deze ontstaat vanuit intrinsieke motivatie en een gedeelde onderwijskundige doelstelling.
2250031/20251128 | www.icsadviseurs.nl
6/29
Wanneer partners samenwerken in het belang van het kind doen ze dat vanuit eenduidige pedagogische waarden. Zo wordt voor het kind een bestendige ontwikkelweg vormgegeven. Het onderwijsaanbod sluit aan bij de lokale behoefte en is gevarieerd. Scholen hebben een eigen identiteit. Dit vormt geen belemmering voor de samenwerking. Verschillende identiteiten kunnen elkaar juist versterken. Ouders en kinderen hebben vrijheid in het kiezen van een onderwijs- en opvangorganisatie die het beste bij hen en hun kind past. In de verschillende kernen wordt door middel van accenten invulling gegeven aan deze gemeenschappelijke visie. Deze accenten zitten hem met name in de functie van de school in de kern. De school heeft een centrale plek in het netwerk rond het kind in het belang van zijn/haar sportieve, culturele en creatieve ontwikkeling. De school heeft in alle kernen een centrale plek in de gemeenschap. Naast onderwijs en opvang kan, afhankelijk van de lokale behoefte, in de school ruimte worden geboden aan educatie, sport en ontmoeting. Ook op het gebied van (jeugd)zorg kan ruimte worden geboden om de zorg dichter bij de kinderen te kunnen faciliteren. Door het aangaan van deze samenwerkingen wordt de gemeenschap betrokken bij de groei en ontwikkeling van het kind en kunnen voorzieningen behouden blijven voor de dorpen.
De combinatie tussen zorg en onderwijs kan leiden tot een meer preventiegerichte benadering. Indien sprake is van nieuwbouw of renovatie denken de betrokken partijen altijd gezamenlijk na over de mogelijkheden tot clustering van diverse maatschappelijke functies in een gebouw of in een gebied. Nieuwkomersonderwijs Nieuwkomersonderwijs is een structureel onderdeel geworden van het lokale onderwijsveld en vraagt om een duurzame plek binnen de toekomstige voorzieningen. Het betreft kinderen met een niet-Nederlandse achtergrond die de Nederlandse taal nog niet (volledig) beheersen. Vanuit een gezamenlijke visie streven de gemeente Halderberge en de schoolbesturen ernaar deze leerlingen gedurende het eerste jaar in een gezamenlijke voorziening onderwijs te bieden, waarna zij doorstromen, met nog vier jaar lang specifieke onderwijsbehoeften, naar het reguliere primair of voortgezet onderwijs of een internationale schakelklas. De nadere pedagogisch-didactische uitwerking van dit onderwijs vindt plaats binnen de overlegstructuren van de Lokale Educatieve Agenda (LEA). Voor de huisvesting betekent dit dat rekening gehouden moet worden met een minimale, flexibele basisvoorziening die het mogelijk maakt om deze doelgroep adequaat op te vangen. Als voorwaarde geldt dat gemeenten in de regio, waarvan leerlingen gebruikmaken van de voorziening, meefinancieren.
Inclusiever en passend onderwijs Scholen hebben per 1 augustus 2014 de zorgplicht om een passende onderwijsplek voor ieder kind aan te bieden. Het streven is om ieder kind zoveel mogelijk naar een school te laten gaan in de buurt. Waar nodig worden arrangementen op maat voor kinderen ingezet. Mocht dit onvoldoende bijdragen aan de ontwikkeling van een kind, is de school verantwoordelijk om in overleg met ouders en schoolbesturen binnen de regio een passend onderwijsaanbod te realiseren. Het uitgangspunt is inclusiever en zo thuisnabij mogelijk. Inclusie is geen keuze maar vanuit verschillende verdragen, onder andere het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap 3 en de werkagenda route naar inclusief onderwijs 2035 van het ministerie van OCW4, is het verplicht om hier naartoe te werken. Als extra ondersteuning nodig is, wordt dit zo thuisnabij mogelijk aangeboden. Dit betekent dat zoveel als mogelijk de expertise naar de scholen wordt gebracht. Schoolbesturen en de gemeente onderschrijven het belang van het aanbieden van passend en inclusief onderwijs. Kansengelijkheid en het recht op kwalitatief goed onderwijs voor alle leerlingen is belangrijk. Kinderen hebben hiermee gelijke kansen op school, maar ook in de maatschappij.
3 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/01/31/werken-aan-een-samenleving-voor-iedereen-het-vn-verdrag-handicap-in-
nederland 4 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/inclusief-onderwijs/inclusief-onderwijs-in-2035
2250031/20251128 | www.icsadviseurs.nl
7/29
Passend en inclusief onderwijs vraagt om een ander (flexibel) ruimtegebruik. Bijvoorbeeld ruimtes waar onder begeleiding, zelfstandig of in kleine groepen gewerkt kan worden door leerlingen, externe zorgaanbieders en/of begeleiders. Schoolbesturen en de gemeente komen samen tot passende onderwijsplekken, afgestemd op de specifieke behoeften. Voor inclusievere onderwijshuisvesting kan ook gekeken worden naar het recent gepubliceerde ontwerpkader inclusievere onderwijshuisvesting5. Het ontwerpkader inclusievere onderwijshuisvesting richt zich op fysieke toegankelijkheid, sociale inclusie en flexibiliteit, zodat leerlingen met diverse achtergronden en behoeften samen kunnen leren in een passende en toegankelijke leeromgeving. Extra vierkante meters voor inclusiever en passend onderwijs De ontwikkeling van inclusiever en passend onderwijs heeft invloed op de ruimtebehoefte en -vraag vanuit het onderwijs. Het gaat dan om meer diversiteit aan werkplekken, meer spreekruimten en aanvullende ondersteuningsruimten (mindervalidentoilet, douche, interventieruimte en et cetera). Dit om zo meer ruimte te geven aan begeleiding/ondersteuning (bijvoorbeeld vanuit school en/of jeugdhulp) maar ook dat kinderen kunnen leren op de plek die bij de leerling/activiteit past (bijvoorbeeld in stilte of in groepsverband samenwerken aan een project).
In een bestaand gebouw met overmaat kan de leegstand ingezet worden, maar bij nieuwbouw ‘die aan de maat’ gemaakt wordt, bestaat die mogelijkheid niet. Hiervoor is een beleidsregel van ‘extra vierkante meters voor inclusiever en passend onderwijs’ een mogelijkheid om het onderwijs tegemoet te komen. Het schoolbestuur kan – bij nieuwbouw, uitbreiding of renovatie - een goede onderbouwing aanleveren, waaruit blijkt dat er behoefte is aan extra vierkante meters. Na overleg met de gemeente wordt gezamenlijk besloten of dit aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. De investering van deze ‘extra meters’ wordt - na akkoord van de gemeente - gepleegd vanuit de gemeente. De exploitatielasten komen voor rekening van het schoolbestuur. Indicatief kan per onderwijsvoorziening gedacht worden aan vijf procent extra bruto vierkante meters. Per locatie/school kan dit beargumenteerd afwijken. NB: Bovenstaande biedt de ruimte om ‘boven-normatief’ te denken en ook ruimtelijk maatwerk te leveren. In elk project wordt de afweging gemaakt of onderwijsinstellingen de extra meters kunnen exploiteren en welke kansen multifunctioneel (dubbel)ruimtegebruik biedt zonder investering in extra meters maar wel het bereiken van de gewenste functionaliteit. Hierbij wordt ook de kinderopvang betrokken als samenwerkingspartner in een gebouw.
Toegankelijkheid Toegankelijkheid vormt de basis van een inclusieve samenleving. Fysieke toegankelijkheid is de eerste stap naar inclusie. Minstens zo belangrijk is mentale toegankelijkheid. Scholen moeten een veilige, gastvrije en ondersteunende omgeving bieden voor iedereen, ongeacht achtergrond of mentale gesteldheid. Dit bereiken we door: ▪ ▪ ▪
duidelijke communicatie, met eenvoudige taal en visuele hulpmiddelen; ondersteuning bij cognitieve beperkingen, via rustige kleuren, goede verlichting en overzichtelijke indeling; privacy en rust, door prikkelarme ruimtes en een warme en neutrale inrichting. NEN 9120 is een nieuwe norm (gepubliceerd op 3 februari 2025) die prestatie-eisen vastlegt voor de toegankelijkheid en bruikbaarheid van gebouwen. Ze geldt voor alle typen gebouwen (nieuwbouw én verbouw) en is bedoeld om te zorgen dat gebouwen goed toegankelijk zijn voor iedereen, inclusief mensen met een beperking.
5 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/04/24/6-eindrapport-bouwstenen-voor-inclusievere-scholen
2250031/20251128 | www.icsadviseurs.nl
8/29
3.4
Groei en krimp
De opgestelde leerlingenprognose voor gemeente Halderberge laat in zijn totaliteit een lichte stijging van het leerlingenaantal zien binnen het primair onderwijs. Voor het voortgezet onderwijs blijft het leerlingenaantal gelijk. Bij ieder project wordt in de voorbereidingsfase nadrukkelijk gekeken naar de toekomstige leerlingenaantallen en kinderaantallen in de opvang. Gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties maken per project maatwerkafspraken. In het IHP wordt op voorhand een realistische koers bepaald qua leerlingen- en kinderaantallen die, voordat de feitelijke uitvoering van een scenario start, tegen het licht wordt gehouden. Daarnaast worden in het IHP hieronder spelregels benoemd hoe om te gaan met groei en krimp. Daarbij staat het voorkomen van leegstand of het zinvol inzetten daarvan voorop. Tevens is er aandacht voor de aanpasbaarheid en flexibiliteit van de huisvesting. Groei Het vastgestelde Visiedocument Kindcentra zorgt dat veel waarde wordt gehecht aan de inhoudelijke samenwerking tussen onderwijs en opvang. Vaak is dit een langdurige investering in de samenwerking die tijd nodig heeft om opgebouwd te worden maar vervolgens ook langdurig bestendigd wordt. Huisvesting mag hierin niet verstorend werken maar faciliterend.
Binnen het IHP wordt de afspraak gemaakt dat onderwijs en opvang gelijkwaardig zijn en opvang niet uit een gebouw wijkt als onderwijs groeit en meer capaciteitsbehoefte heeft. Als de gemeente in de toekomst het economisch claimrecht moet inzetten voor onderwijsdoeleinden, zal zij zich, vanuit een gezamenlijke visie, duurzame samenwerking en zekerheid, inspannen om passende huisvesting voor kinderopvang te realiseren. Deze huisvesting sluit aan bij de kindcentrum gedachte, met als uitgangspunt plaatsing in hetzelfde gebouw. Groei en andere ontwikkelingen binnen de gemeente hebben vaak gevolgen voor onderwijs- en opvangvoorzieningen. In verband met de spreiding van het onderwijs, opvang en andere maatschappelijke voorzieningen, dient per ontwikkeling te worden bezien of dit nog aanleiding geeft de positie van de onderwijsvoorziening of het kindcentrum te heroverwegen. Ook kunnen samenwerkingen worden gestimuleerd bij nieuwe maatschappelijke voorzieningen in een kern of gemeente. Daarnaast zijn fysieke en organisatorische veranderingen in het gebied soms van grote invloed op de verkeersveiligheid van de leerlingen en de bereikbaarheid van de scholen en opvanglocaties. Bij gebiedsontwikkeling wordt daar nadrukkelijk rekening mee gehouden. Naast krimp of een stabiele situatie kan sprake zijn van groei bij een bepaalde locatie of in een specifieke kern.
Het is belangrijk om op groei te anticiperen bij (vervangende) nieuwbouw of renovatie door aandacht te hebben voor: ▪ Uitbreidingsmogelijkheden: op een locatie wordt in de planvorming rekening gehouden met ruimtelijke mogelijkheden voor groei en/of uitbreiding zonder dat deze het onderwijskundige en/of opvangconcept te niet doet. Het ontwerp houdt vanaf het begin rekening met potentiële toekomstige uitbreidingen, door extra ruimte te voorzien die pas later gerealiseerd kan worden. Dit betekent onder andere dat de constructie voorbereid is op een mogelijke uitbreiding als de toekomstige uitbreiding op de verdieping voorzien is. ▪ Aanpasbaarheid: voor nieuwbouw geldt dat de toekomstige aanpasbaarheid onderdeel is van de wijze om groei op te vangen. Indien sprake is van groei die ten tijde van het IHP niet was voorzien, is dat aanleiding om met betreffende partijen (onderwijs, opvang en gemeente) om tafel te gaan en dit te bespreken. Indien de groei tussentijds kan worden opgevangen, kan dit bij de eerstvolgende actualisatie van het IHP gebeuren. Als de groei niet tussentijds kan worden opgevangen is het voor schoolbesturen mogelijk buiten het IHP om een aanvraag in te dienen.
2250031/20251128 | www.icsadviseurs.nl
9/29
Krimp Leegstand heeft verschillende gevolgen voor de onderwijshuisvesting, te weten: ▪ Ruimtelijk: er wordt minder efficiënt gebruik gemaakt van onderwijsruimten. ▪ Financieel: de materiële instandhoudingvergoeding (vanuit het Rijk) is ontoereikend om de normatief leegstaande lokalen te kunnen bekostigen. Kortom: leegstand kost geld. ▪ Bedrijfsmatig: voor de opvang zijn gevulde kindplaatsen belangrijk voor de levensvatbaarheid van een locatie, maar ook om kwaliteit te kunnen bieden (bijvoorbeeld interactie tussen kinderen). Het uitgangspunt is dat wordt gesproken van leegstand indien meer dan twee ruimten 6 (bijvoorbeeld twee lokalen) leeg staan. Leegstand van één of twee ruimten geeft een school vaak extra flexibiliteit en doet niet af aan de functionaliteit van het schoolgebouw. Indien meer dan twee lokalen leegstaan en deze leegstand ook de komende jaren aanhoudt, kan het desbetreffende schoolbestuur het gesprek aangaan om zo gezamenlijk met de gemeente een integraal en toekomstbestendig plan op te stellen om de leegstand de komende jaren terug te dringen. Ook omgekeerd geldt dat de gemeente in gesprek kan gaan met het schoolbestuur over zinvolle inzet van de leegstand. Bij het opstellen van deze integrale plannen dient rekening te worden gehouden met de toekomstige ontwikkelingen en behoeften op kernniveau.
Indien hieruit voortkomt dat in de leegstaande capaciteit huisvesting wordt geboden aan commerciële partijen dan wordt een overeenkomst gesloten met onderwijs, desbetreffende partij en gemeente.
6 Hier wordt gesproken over ruimten. Formeel gaat het over vierkante meters. Om het beeldend te maken gebruiken we de term ‘ruimten’.
2250031/20251128 | www.icsadviseurs.nl
10/29
3.5
Duurzaamheid en gezondheid
Onderwijs- en opvangorganisaties en gemeente Halderberge streven naar een samenleving die toekomstbestendig is voor de volgende generaties. Met het Klimaatakkoord en vanuit Europese regelgeving wordt het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed steeds belangrijker. Het vastgoed van onderwijs valt ook onder deze categorie. Veelal zijn deze gebouwen gefinancierd met maatschappelijke middelen van overheidswege. Binnen het IHP worden deze gebouwen als overheidsgebouwen aangemerkt en duurzaamheidsambities geformuleerd. Vanuit het Visiedocument Kindcentra is dit ook van toepassing op ruimten voor opvang.
Figuur 1. - BENG, ENG, Nul-op-de-meter
EPBD IV: Zero Emission Building (ZEB) De Energy Performance of Buildings Directive IV (EPBD IV) is een Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen. Lidstaten hebben tot mei 2026 de tijd om de richtlijn om te zetten naar nationale wetgeving. De EPBD IV stelt als einddoel een emissievrije gebouwenvoorraad in 2050, met tussendoelen die helder maken wat op weg daarnaartoe nodig is. Dit betekent de overgang van de huidige BENG-eisen (Besluit bouwwerken en leefomgeving) naar ZEB (Zero Emission Building). Een ZEB-gebouw voldoet aan vier aspecten: ▪ ▪ ▪ ▪
Heeft zeer weinig energie nodig heeft voor verwarming en/of koeling. Beschikt over efficiënte installaties. Is vrij van fossiele emissies op het eigen perceel (‘aardgasvrij’). Voorziet in de benodigde energie zoveel mogelijk uit hernieuwbare energie door opwek op of bij het gebouw of via lokale warmtenetten.
In Nederland wordt momenteel gewerkt aan de vertaling van de richtlijn in nationale regelgeving. Bij een volgende actualisering van het IHP is meer duidelijk over de praktische uitvoering. Wel kan er nu uitgegaan worden van de verplichting van ZEB voor alle nieuwe schoolgebouwen vanaf 1 januari 2030.
2250031/20251128 | www.icsadviseurs.nl
11/29
Aansluitend op de ontwikkelingen rondom Zero Emission Building geldt in dit IHP het advies om voor (vervangende) nieuwbouw uit te gaan van ENG en aardgasvrije gebouwen. Scholen, opvangorganisaties en gemeente Halderberge zien effectief bouwen als een belangrijke voorwaarde voor duurzame gebouwen. Bouwen voor de toekomst betekent dat onder andere rekening wordt gehouden met ontwikkelingen in de scholen en in de gemeente. Bij nieuwbouw en renovatie is aandacht voor de aanpasbaarheid van het gebouw in de toekomst, bijvoorbeeld wanneer de groepsgrootte of het onderwijsen/of opvangconcept verandert en vanwege eerder genoemd ventilatieconcept. Ook worden mogelijkheden onderzocht om functies te combineren en ruimten multifunctioneel in te zetten, zodat de te bouwen capaciteit kan worden geminimaliseerd. Door het centraliseren van voorzieningen kunnen voorzieningen breed worden gedeeld op wijk- en zelfs regionaal niveau. Ook wordt bij nieuwbouw of renovatie rekening gehouden met mogelijke wetswijzigingen en strengere eisen in de toekomst. Door hier in beginsel al rekening mee te houden, worden mogelijke aanvullende uitgaven in de toekomst voorkomen. Onderdeel van effectief en duurzaam bouwen is rekening houden met een exploitatiegerichte realisatie van gebouwen.
Gaandeweg het proces van renovatie of nieuwbouw gaan de betrokken partijen met elkaar in gesprek over een geschikte materiaalkeuze en de exploitatiekosten gedurende de gebruikersperiode. Samen bepalen zij de te behalen ambities aanvullend op de wettelijke eisen en de financiering van deze ambities, waarbij de ontwikkeling van de wettelijke eisen nauwgezet gevolgd wordt. Ook worden in de toekomst gebouwen ontworpen vanuit exploitatieperspectief. Een gezond klimaat in het gebouw is een voorwaarde voor goed onderwijs en goede opvang. Om dit te waarborgen wordt gestreefd naar een goed binnenklimaat, waarbij vooral de CO 2-concentratie en binnentemperatuur van belang zijn. Het is de ambitie om op alle school- en opvanglocaties minimaal te voldoen aan het kwaliteitsniveau Frisse Scholen klasse B en de vereisten die gelden voor opvangvoorzieningen. Dit geldt zowel bij nieuw te realiseren voorzieningen, als bij renovatie en instandhouding. Voor de bestaande bouw (renovatie en in stand houden) is het streven de ambitie zo goed mogelijk te benaderen met nog verantwoorde investeringen. De gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties hebben daarin een gezamenlijke verantwoordelijkheid om deze ambitie te realiseren. De gemeente heeft daarbij een verantwoordelijkheid en een financiële verplichting voor het realiseren van een goed binnenklimaat bij nieuwe en te renoveren voorzieningen.
Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het binnenklimaat in bestaande locaties. De opvangorganisaties zijn verantwoordelijk voor het voldoen van de bekostiging via een huurvergoeding van gepleegde investeringen in de gebouwen (voor het deel dat ze gebruiken). Alle betrokken partijen maken samen een beargumenteerde keuze. Koeling Het koelen van een schoolgebouw is bij langdurige hitte een steeds groter (maatschappelijk) probleem. Bij bestaande bouw geldt, om een gebouw optimaal te koelen is het van belang om te kijken naar de ‘schil’. Wanneer de ‘schil’ van het gebouw optimaal is geïsoleerd blijft de warmte buiten het gebouw. Oplossingsrichtingen zijn: (na-)isoleren van de buitengevel, spouw en dak. Bij nieuwbouw wordt reeds rekening gehouden met de huidige isolatiewaarden. Extra aandachtspunten zijn massa, oriëntatie en zonwering. Gezien de ontwikkelingen in het klimaat neemt de noodzaak toe om bestaande schoolgebouwen aan te passen, zodat een gezond en comfortabel binnenklimaat kan worden gegarandeerd. Niet alle schoolbesturen beschikken over de financiële middelen om dergelijke ingrijpende aanpassingen zelfstandig te realiseren. In dergelijke gevallen kan de gemeente een ondersteunende of aanvullende rol vervullen.
Gemeente en schoolbestuur voeren per situatie overleg om te verkennen op welke wijze gezamenlijke investeringen kunnen bijdragen aan het realiseren van een gezond binnenklimaat in bestaande schoolgebouwen.
2250031/20251128 | www.icsadviseurs.nl
12/29
Bewegen en buitenruimte Een belangrijk aspect van gezondheid is ervoor zorgen dat kinderen voldoende beweging krijgen in en rondom het kindcentrum. Het bevorderen van beweging heeft directe voordelen voor hun leerprestaties en algemene ontwikkeling. Om dit te bereiken, is het van belang dat de leer- en ontwikkelomgeving zo wordt ingericht dat beweging wordt gestimuleerd. Denk hierbij aan het plaatsen van klimmuren, het aanleggen van niveaus en het gebruik van meubilair dat uitnodigt tot beweging. Ook de activiteiten die de school of kinderopvang organiseert, zoals beweegactiviteiten tijdens pauzes en naschoolse sportactiviteiten, dragen hieraan bij. Een beweegvriendelijke omgeving draagt bij aan de gezondheid van kinderen. Bij de ontwikkeling van deze gezonde buitenruimte is aandacht voor: veiligheid, uitdaging, uitnodiging tot spel, uitnodiging tot ontwikkeling, uitnodiging tot bewegen, uitnodiging tot ontdekken, groene en natuurlijke uitstraling (met buffer ter voorkoming van vervuiling in het gebouw) en onderhoudsvriendelijkheid. Bij bestaande locaties wordt de bestaande buitenruimte behouden, maar er wordt gekeken naar manieren om deze groener te maken7. Bij nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie wordt de omvang van de buitenruimte als een belangrijke factor gezien. Voor de kinderopvang wordt er voldaan aan de geldende regelgeving.
Voor onderwijs is het de ambitie om, aanvullend op de 3 m² verhard speelterrein/schoolplein per leerling zoals vastgelegd in de verordening, ook 2 m² per leerling aan onverhard speelterrein/schoolplein te realiseren. Dit sluit aan bij de aanbevelingen uit het kwaliteitskader huisvesting van Ruimte-OK, en wordt gerealiseerd indien de omgeving en de locatie dit toelaat. De investering voor de aanleg van dit extra speelterrein/schoolplein wordt gedaan door de gemeente. De bijbehorende exploitatielasten komen in principe voor rekening van het schoolbestuur. In goed overleg kan echter worden bekeken of (een deel van) het speelterrein/schoolplein onderdeel blijft uitmaken van de openbare ruimte. In dat geval zijn de exploitatiekosten voor dat gedeelte voor rekening van de gemeente. In samenspraak met schoolbesturen en kinderopvangorganisaties wordt de openbare ruimte rondom het schoolgebouw of kindcentrum zó ingericht dat deze bijdraagt aan een veilige, stimulerende en kindvriendelijke omgeving. Vanuit visie wordt een buitenruimte die aantrekkelijk is, ook belangrijk gevonden voor het mentale welbevinden van kinderen, jongeren en personeel. In november 2025 is het speel- en beweegbeleid 2026-2030 vastgesteld. Doel is om met de onderwijshuisvesting aan te sluiten op dit beleid.
Watersystemen Een opkomende ontwikkeling is het gebruik van regenwateropvangsystemen om toiletten op scholen door te spoelen. Deze systemen vangen regenwater op van daken en andere oppervlakken en slaan dit op in ondergrondse tanks. Het opgeslagen water kan vervolgens worden gebruikt voor sanitaire voorzieningen, zoals het doorspoelen van toiletten. Door regenwater in te zetten voor deze toepassingen, wordt het drinkwaterverbruik aanzienlijk verminderd, wat niet alleen leidt tot duurzamer waterbeheer maar ook tot lagere exploitatiekosten voor de scholen. Bovendien helpt het gebruik van regenwater om de druk op het lokale watersysteem te verlichten, vooral tijdens droge periodes. Deze ontwikkeling draagt bij aan de bredere inzet van milieuvriendelijke en kostenefficiënte oplossingen binnen de onderwijssector. Daarnaast wordt er steeds meer aandacht besteed aan de implementatie van grijswatersystemen, waarbij licht vervuild water, zoals afkomstig van wastafels, wordt hergebruikt voor niet-drinkbare toepassingen. Deze technologieën dragen bij aan het verminderen van de ecologische voetafdruk van schoolgebouwen en passen binnen een bredere trend naar milieubewuste en duurzame oplossingen in de gebouwde omgeving. Bovengenoemde watersystemen brengen doorgaans meerkosten met zich mee.
Per project bespreken gemeente en schoolbestuur of de aanleg van een dergelijk watersysteem haalbaar is en welke gevolgen dit heeft voor de investering en de exploitatie van het gebouw8.
7 Dit valt echter buiten de scope van het IHP. 8 Voor de kosten van watersystemen wordt los van de huisvestigingsbekostiging een kredietaanvraag ingediend.
2250031/20251128 | www.icsadviseurs.nl
13/29
TCO-benadering De kosten van een gebouw bestaan niet enkel uit de bouwkosten tijdens de realisatiefase van het proces. Tijdens de levensduur van het gebouw komen daar ook kosten bij voor het beheer en exploitatie (lees: de instandhouding, een school bestuurlijke verantwoordelijkheid). Het concept ‘Total Cost of Ownership’ (TCO) gaat hier over en tracht de totale eigendomskosten over de gehele levensduur in beeld te brengen. Om goed in beeld te krijgen hoeveel een gebouw kost over zijn gehele levensduur is het belangrijk om de overige eigendomskosten ook duidelijk te hebben. Dit kan namelijk gevolgen hebben voor keuzes tijdens het ontwerpproces. Materialen, installaties of producten kunnen bij de aanschaf of installatie duurder zijn maar minder onderhoud nodig hebben of langer meegaan waardoor de totale kosten minder blijken. Hierbij valt te denken aan onderhoudsvrije vloeren of installaties die lagere energiekosten hebben. Dit vraagt om een andere manier van kijken naar gebouwen en hun levensloop. Op projectniveau moeten hiervoor keuzes worden gemaakt. Bij elk project dat voortkomt uit het IHP wordt een haalbaarheidsonderzoek gemaakt waarin TCO leidend is. Dit haalbaarheidsonderzoek kan ook gebruikt worden als onderbouwing voor de (eventuele) bijdrage vanuit het schoolbestuur, passend binnen de kaders van het onderwijsaccountantsprotocol9.
Onderdeel van het wetsvoorstel ‘Planmatige en doelmatige aanpak onderwijshuisvesting’ is het opheffen van het investeringsverbod voor schoolbesturen in huisvesting. Schoolbesturen mogen dan investeren in het schoolgebouw als er sprake is van een overschot op de besteding van onderwijsmiddelen. In de praktijk is dit overschot er zelden en blijft een investering vanuit het schoolbestuur dus eerder theoretisch dan reëel. Netcongestie De beperkte capaciteit op het energienet vormt een knelpunt bij nieuwbouw, uitbreiding en verduurzaming (zoals zonnepanelen). Dit kan leiden tot vertraging. Er zijn wel oplossingen, maar die vragen vaak extra budget. Daarom wordt binnen het IHP per project een frictiebudget10 opgenomen om dit risico op te vangen. Bij uitvoering wordt per project de beste (en betaalbare) oplossing gekozen. Ook is er aandacht voor de benodigde procedures rondom netaansluitingen. Circulariteit en restwaarde Door circulair te (ver)bouwen minimaliseren we de milieu-impact, optimaliseren we het materiaalgebruik en behouden we waarde van het bouwwerk. Hiermee dragen we bij aan de duurzame ambitie. Daarnaast gaat het dan om de circulariteit van een gebouw en het hergebruiken van grondstoffen. Dat is nu niet direct aan de orde maar op termijn als het gebouw aangepast wordt qua functie of geamoveerd gaat worden.
Om te kunnen werken/denken met een restwaarde is het dan nodig dat de grondstoffen ook echt gebruikt kunnen worden. Het gaat dan om het uit elkaar kunnen halen van een gebouw. De gemeente volgt het advies van de VNG (maart 2024) om de MilieuPrestatie Gebouwen voorlopig niet aan te scherpen en het gebruik van niet-circulaire bouwmaterialen te ontmoedigen. Hoewel de ambitie tot verduurzaming ondersteund wordt, is uitvoerbaarheid essentieel. De benodigde capaciteit en middelen zijn momenteel beperkt, en voortijdige regelgeving zonder gelijk speelveld kan ongewenste effecten hebben. Een pas op de plaats is daarom verstandig, in afwachting van de reactie van het Rijk op de VNG-aanbevelingen. De VNG pleit voor duidelijke wet- en regelgeving, een nationale visie op circulaire economie, voldoende financiële en praktische middelen, landelijke monitoring en kennisdeling via platforms. Deze randvoorwaarden zijn cruciaal voor een succesvolle transitie. Daarnaast is de restwaarde van schoolgebouwen tot nu toe niet meegenomen in businesscases, waardoor de waarde van circulair bouwen onderbelicht bleef. Een nieuwe rekenmethodiek, ontwikkeld binnen het Programma Onderwijshuisvesting (POHV) en gepubliceerd in juli 2025, biedt een uniforme en toepasbare
9 Het accountantsprotocol is de schakel tussen enerzijds de wet- en regelgeving en anderzijds de uit te voeren werkzaamheden door
instellingsaccountants. Het geeft een toelichting op het te hanteren referentiekader, de controle op de jaarrekening, het onderzoek naar de bekostigingsgegevens en de gewenste accountantsproducten (www.onderwijsinspectie.nl/onderwijsaccountantsprotocol 2023). 10 Deze stelpost is afhankelijk van de omvang van het project en de verwachting van de grootte van de aansluiting. Hier wordt onderscheid gemaakt tussen een project voor PO en een project voor VO.
2250031/20251128 | www.icsadviseurs.nl
14/29
berekeningswijze. Uitgangspunt is om deze methodiek toe te passen bij toekomstige bouwprojecten, zodat de waarde van circulair bouwen beter zichtbaar en meetbaar wordt. In de financiële verordening van de gemeente Halderberge is vastgelegd dat activa in beginsel zonder restwaarde worden gewaardeerd. Dit betekent dat ook bij schoolgebouwen geen restwaarde wordt meegenomen en dat de financiële verordening op dit moment geen ruimte biedt om in de toekomst een (circulaire) restwaarde op te nemen. Desondanks is de ambitie om bij toekomstige projecten wel de circulaire restwaarde en afschrijving mee te nemen. Door middel van een businesscase wordt inzichtelijk gemaakt wat een eventuele circulaire restwaarde op basis van de nieuwe rekenmethodiek zou kunnen zijn. Dit heeft echter geen invloed op de kapitaallasten van het project. Het inzicht in de mogelijke circulaire restwaarde kan meegenomen worden in de overwegingen van de businesscase. Dit sluit ook aan bij het advies van de VNG om een restwaarde rekenmethodiek breed toe te passen11. Op dit moment houdt de gemeente vooraf geen rekening met een restwaarde en wordt per project dit verwerkt in de besluitvormingsdocumenten. Veilige schoolroutes Aansluitend bij de mobiliteitsvisie 2023-2027 van de gemeente wordt de verkeersomgeving rondom de school bij voorkeur ingericht als schoolzone.
Een schoolzone is een duidelijk herkenbaar ingerichte zone rondom de school waar het voor de weggebruikers duidelijk is dat ze hierop moeten letten. Op deze manier worden weggebruikers en schoolgaande kinderen bewust gemaakt van het verkeer in hun omgeving. Hiernaast worden vanuit de gemeente campagnes opgezet om actieve mobiliteit naar school te stimuleren, waardoor minder auto’s in de schoolomgeving komen en de schoolomgeving daardoor veiliger wordt. In de mobiliteitsvisie wordt ingezet op het zo veilig mogelijk maken van de schoolroutes binnen de gemeente door diverse maatregelen.
3.6 Type maatregelen binnen IHP Wetsvoorstel ‘Planmatige aanpak onderwijshuisvesting’ Onderdeel van het wetsvoorstel planmatige aanpak onderwijshuisvesting is dat het begrip renovatie toegevoegd wordt aan de voorzieningen in de huisvesting waar de gemeenten voor verantwoordelijk zijn. Daarbij wordt renovatie gedefinieerd als een alternatief voor nieuwbouw waarbij sprake is van vernieuwing of grootschalige verandering van een gebouw of een gedeelte daarvan door middel van een samenhangend geheel van maatregelen, dat is gericht op het verlengen van de levensduur van het gebouw of het gedeelte daarvan. In het IHP wordt een vijftal scenario’s voor gebouwen onderscheiden: 1. 2. 3. 4. 5.
Vervangende nieuwbouw; Levensduurverlengende renovatie (40 jaar); Levensduurverlengende renovatie (20 jaar); In stand houden; Afstoten.
De stichtingskostennormen worden in dit IHP gebaseerd op de kostenkengetallen uit het Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting van Ruimte-OK. Deze getallen worden elk jaar geactualiseerd. De kostenkengetallen die aangehouden worden zijn de getallen inclusief aanvullende eisen en TCO-toeslag. Voor het primair onderwijs zijn de bedragen marktconform. Voor het voortgezet onderwijs is dat niet het geval. Dit kengetal is gebaseerd op een drielaags havo/vwo-gebouw. In de praktijk is een VO-school waar ook vmbo aangeboden wordt 11 Het advies van de VNG is ook te gaan werken met restwaarde. Zie ook: https://vng.nl/nieuws/nieuwe-rekenmethode-maakt-restwaarde-
hergebruik-inzichtelijk
2250031/20251128 | www.icsadviseurs.nl
15/29
duurder. Met 20 procent extra komt het bedrag per m2 bvo voor het voortgezet onderwijs op € 4.062,-. Dit is een marktconform bedrag. In onderstaande tabel zijn de getallen van het Kwaliteitskader Ruimte-OK opgenomen. Kwaliteitskader Ruimte-OK Basisonderwijs
Basis per m2
aanvullend per m2
TCO
Klein 1.312 m2 (2 bouwlagen)
Totaal per m2
€ 3.283
€
826
€
70
€ 4.178
Groot 2.423 m2 (2 bouwlagen)
€ 2.962
€
762
€
69
€ 3.792
Voortgezet onderwijs (3 bouwlagen)
€ 2.698
€
627
€
60
€ 3.385
Tabel 1. - Investeringskosten – Kwaliteitskader Ruimte-OK, prijspeildatum maart 2026, bedragen inclusief btw
In onderstaande tabel worden de scenario’s benoemd. Daarbij wordt voor elk van de scenario’s aangegeven bij wie de verantwoordelijkheid ligt voor het uitvoeren van het scenario en wat het bijbehorende maximale gemeentelijke budget is. Scenario
Verantwoordelijkheid uitvoering
Verantwoordelijkheid budget
Nieuwbouw
Gemeente en schoolbestuur
Gemeente
2
Levensduurverlengende renovatie (40 jaar)
Gemeente en schoolbestuur
Gemeente
3
Levensduurverlengende renovatie (20 jaar)
Gemeente en schoolbestuur
Gemeente
50 procent norm nieuwbouw
4
In stand houden
Schoolbestuur
Schoolbestuur
MI-vergoeding
5
Afstoten
Schoolbestuur
n.v.t.
n.v.t
Optie 1
Budget 100 procent norm nieuwbouw 100 procent norm nieuwbouw
Tabel 2 - Scenario's binnen het IHP
Per scenario wordt hieronder een nadere toelichting gegeven. Hierbij wordt gesproken over gemeente en schoolbesturen vanuit hun positie als mogelijke opdrachtgever. Voor de kinderopvang wordt verderop beschreven hoe de investeringen worden gepleegd.
Nieuwbouw Voor nieuwbouw geldt vanaf 2021 aangescherpte wet- en regelgeving omtrent de kwaliteit van schoolgebouwen en daarbij duurzaamheid in het bijzonder. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en vigerende wet- en regelgeving is altijd van kracht. Binnen het BbL is bijvoorbeeld Frisse Scholen klasse B uitgangspunt. De aangescherpte regelgeving vanuit Europa bepaalt dat vanaf 2021 alle nieuwbouw van overheidsgebouwen (inclusief scholen) in Nederland bijna energie neutrale gebouwen (BENG) moeten zijn. In dit IHP gaan we een stap verder om aan te sluiten bij toekomstige wet- en regelgeving rondom ZEB en is het uitgangspunt nu ENG. Verder wordt nieuwbouw aardgasloos gerealiseerd. Voor het realiseren van nieuwbouw gelden de volgende uitgangspunten: ▪ Het realiseren van de duurzaamheidsambitie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen als mogelijke bouwheren. Hierin worden de wettelijke eisen ten aanzien van duurzaamheid gevolgd en deze zijn leidend. ▪ De gemeente is in het verlengde van nieuwe regelgeving verantwoordelijk voor de bekostiging van ENG en overige wettelijke voorschriften inzake verplichte energiemaatregelen. ▪ De schoolbesturen kunnen bijdragen aan het behalen van duurzaamheidsambities die bovenwettelijk zijn via een bijdrage. Door de huidige uitdagingen, zoals netcongestie, hogere energie en onderhoudskosten
2250031/20251128 | www.icsadviseurs.nl
16/29
▪ ▪ ▪
van installaties, het verbod op investeren in vierkante meters en de druk op een redelijke terugverdientijd, moet per casus worden beoordeeld of er ruimte is voor een bijdrage, onderbouwd met een businesscase. De gemeente kan schoolbesturen, onder vast te stellen voorwaarden, door middel van een financieel arrangement ondersteunen bij de bekostiging van deze bijdrage met een terugbetaalverplichting. Bij nieuwbouw wordt uitgegaan van een levensduur van 40 jaar. Voor de installaties wordt een afschrijvingstermijn van 15 jaar gehanteerd inclusief een vervangingsinvestering in jaar 15. Voor nieuwbouw wordt uitgegaan van een stichtingskostenbedrag gebaseerd op de kostenkengetallen van Ruimte-OK.
Renovatie (40 jaar) Uitgangspunt is dat renovatie een gelijkwaardig alternatief vormt voor (vervangende) nieuwbouw. Hierbij zijn ook de wettelijke eisen van toepassing en de ambities van nieuwbouw worden zoveel mogelijk benaderd. Een voorbeeld vormt het voldoen aan BENG. Dit is in bestaande bouw niet volledig haalbaar, maar wordt beredeneerd zoveel mogelijk gehaald. Verder wordt per casus bezien op welke wijze renovatie verantwoord is qua investeringen versus opbrengst. De afweging voor (levensduur verlengende) renovatie wordt gemaakt wanneer een gebouw 40 jaar in gebruik is geweest zonder grootschalige tussentijdse investeringen, zoals vervanging van een dak. Bij renovatie wordt gekeken naar: ▪ Verbeteren van de functionaliteit (flexibiliteit, multifunctionaliteit en aansluiten onderwijsconcept); ▪ Levensduurverlenging door investering in bouwkundige en installatietechnische ingrepen; ▪ Verduurzaming van het gebouw (benaderen ambitie BENG niet ENG). Verder wordt bij renovatie het kwaliteitskader primair onderwijs/voortgezet onderwijs als richtlijn gehanteerd. Op basis hiervan maken gemeente en schoolbestuur een gerichte afweging van te nemen maatregelen of maatregelen die achterwege worden gelaten (vervat in een businesscase annex maatregelenplan).
Onderdeel van de businesscase is een vergelijking met de kosten van vervangende nieuwbouw op basis van kapitaallastniveau inclusief eenmalige investeringen zoals tijdelijke huisvesting. Indien de kosten teveel oplopen kan vervangende nieuwbouw de voorkeurskeuze zijn in verband met het halen van maximaal rendement uit inzetten maatschappelijke middelen (lees: lage structurele lasten). De businesscase bestaat uit inzicht in: ▪ de kosten van instandhouding op basis van het uitgevoerde onderhoud van de afgelopen vijf jaar en een actueel meerjaren onderhoudsplan; ▪ de staat van het gebouw op basis van een objectieve schouw conform de systematiek van de verordening aangevuld met een gebrekenrapportage inclusief indicatie van de benodigde investeringen om deze op te lossen; ▪ benodigde aanpassingen op basis van een actueel ruimteprogramma (inhoudelijke wensen kindcentrum/maatregelenplan) en op basis van de meest actuele leerlingenaantallen en leerlingenprognoses (afgezet tegen woningbouwplannen in uitvoering en voorbereiding); ▪ benodigde investeringen voor vernieuwen van bouwkundige- en installatietechnische aspecten; ▪ benodigde investeringen voor verduurzaming; ▪ de actuele boekwaarde; ▪ benodigde tijdelijke huisvesting of andere investeringen. Voor zowel renovatie als vervangende nieuwbouw wordt een investeringsraming op kengetallenniveau gemaakt.
Deze investeringen worden vertaald naar een kapitaallast op basis van actuele parameters (zoals rekenrente en afschrijvingstermijnen) van de gemeente Halderberge. Bij nieuwbouw wordt ook het eenmalig afboeken van de boekwaarde betrokken. Voor de realisatie van een renovatie gelden de volgende uitgangspunten: ▪ Het realiseren is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente en schoolbesturen op basis van genoemde businesscase annex maatregelenplan.
2250031/20251128 | www.icsadviseurs.nl
17/29
▪
▪
▪
De gemeentelijke bijdrage is maximaal 100 procent van de stichtingskostennorm voor nieuwbouw. Deze gemeentelijke bijdrage wordt niet overschreden. Zo wel, dan is in de businesscase beargumenteerd aangeven waarom dit gebeurt. De schoolbesturen kunnen bijdragen aan het behalen van duurzaamheidsambities die bovenwettelijk zijn via een bijdrage. Door de huidige uitdagingen, zoals netcongestie, hogere energie en onderhoudskosten van installaties, het verbod op investeren in vierkante meters en de druk op een redelijke terugverdientijd, moet per casus worden beoordeeld of er ruimte is voor een bijdrage, onderbouwd met een businesscase. Bij renovatie wordt uitgegaan van ingrepen die de levensduur met 40 jaar verlengen.
In het proces om te komen tot een afweging voor renovatie zijn nog twee spelregels van toepassing: ▪ Indien aanleiding is om de bouwkundige en installatietechnische maatregelen ter discussie te stellen, kan een gebrekenrapportage inclusief maatregelen opgesteld worden ter onderbouwing. ▪ Er kunnen argumenten zijn om een bestaand gebouw toch te handhaven. Dit dient uitgebreid beargumenteerd te worden.
Renovatie (20 jaar)
In uitzonderlijke gevallen kan er sprake zijn van een renovatie om de levensduur met 20 jaar te verlengen. Voor scholen waarvan het toekomstperspectief onzeker is (vanwege leerlingenaantal, ruimtelijke ontwikkeling, et cetera), maar het gebouw vanuit kwalitatief oogpunt om een ingreep vraagt, kan een levensduurverlenging van 20 jaar passend zijn. Deze renovatie geeft dan precies de impuls die de school nodig heeft om in stand te blijven. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: ▪ ▪ ▪ ▪
▪ ▪
▪
Bij een aangepaste variant wordt het gebouw verduurzaamd, het binnenklimaat verbeterd en worden beperkte ingrepen gedaan om de onderwijskundige kwaliteit te verbeteren. De gemeente is verantwoordelijk voor het bekostigen van de kwaliteit verhogende (en levensduurverlengde) ingrepen. Het budget wordt bepaald op basis van de benodigde ruimtebehoefte van de school en kinderopvang, niet op de capaciteit van het gebouw12 en bedraagt maximaal 50 procent van het nieuwbouwbudget. Als de gemeente investeert in kinderopvangruimte, betaalt de kinderopvangorganisatie een huurvergoeding van €165,- per vierkante meter per jaar, aansluitend op de in paragraaf 1.7 genoemde huurtarieven. Uitgangspunt is dat de ingrepen die met deze vergoeding te bekostigen zijn ervoor zorgen dat de levensduur van het totale pand met minimaal 20 jaar wordt verlengd. De schoolbesturen blijven verantwoordelijk voor de bekostiging van de onderhoudswerkzaamheden zoals opgenomen in het MJOP. Op het moment dat helder is dat er een ingreep komt, wordt getracht de onderhoudswerkzaamheden zoveel mogelijk te clusteren in combinatie met de ingreep. De haalbaarheid van de ambities op het gebied van flexibiliteit, inclusie en circulariteit worden onderzocht, maar zijn geen doel op zich. Binnen de mogelijkheid van het beschikbare budget wordt hier invulling aan gegeven.
Overweging: renovatiestandaard De renovatiestandaard is tot 2030 een vrijwillige richtlijn voor de eindnorm voor het energieverbruik van utiliteitsgebouwen. Vanaf 2030 is de eindnorm verplicht. Gebouwen die voor 2030 voldoen aan de renovatiestandaard – voor onderwijsgebouwen is dit een A+++-label – behoeven tot 2050 geen tussentijdse energierenovatie.
12 Indien het gebouw te groot is gaan gemeente en schoolbestuur in overleg over het eventueel aan de maat maken van het gebouw. Hier is
nog geen rekening mee gehouden binnen de reikwijdte van dit IHP.
2250031/20251128 | www.icsadviseurs.nl
18/29
In stand houden Dit betreft een activiteit van het schoolbestuur om een bestaand gebouw in stand te houden. Hiervoor zet zij de materiële instandhoudingsvergoeding in. Deze activiteit vergt geen bijdrage vanuit de gemeente. Mogelijk wordt een schoolbestuur wel geconfronteerd met verplichte maatregelen vanuit het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Indien dit aan de orde is en een schoolbestuur kan niet direct financieel aan deze verplichting voldoen, dan kan de gemeente het schoolbestuur faciliteren met een financieel arrangement voor de bekostiging met een terugbetaalverplichting. Voor het kwaliteitsniveau zijn de vereisten uit de verordening leidend, ook bij het aan de onderwijsbestemming onttrekken van het gebouw.
2250031/20251128 | www.icsadviseurs.nl
19/29
3.7
Investeren in kinderopvang
In bestaande kindcentra binnen gemeente Halderberge is inmiddels voorzien in het huisvesten van onderwijs en opvang. Voor de continuïteit worden bestaande afspraken inclusief ruimtegebruik geborgd in samenwerkingsovereenkomsten. Dit geeft partijen zekerheid over inhoudelijke en ruimtelijke afspraken, en geeft investeringsperspectief vanuit inhoud en financiën aan de opvangorganisatie. Ook worden de bestaande huurafspraken met de opvangorganisatie herbevestigd. Indien sprake is van leegstand binnen een schoolgebouw kan deze worden ingezet ten behoeve van opvang. Het schoolbestuur, de opvangorganisatie en de gemeente maken dan afspraken over het ruimtegebruik en de bekostiging. Dit wordt vastgelegd in een huurovereenkomst. Er is dan sprake van medegebruik en dit medegebruik kan plaatsvinden op twee manieren: als enkel gebruik of als dubbel gebruik. Bij het bepalen van de huurprijs wordt naar het gebruik gekeken. Bij enkelgebruik wordt de ruimte uitsluitend door de opvangorganisatie gebruikt en wordt de volledige huur betaald. Bij dubbelgebruik wordt de ruimte een bepaald deel van de tijd door de opvangorganisatie gebruikt (bijvoorbeeld naschools) en een bepaald deel door het onderwijs. De kinderopvangorganisatie betaalt een ander tarief voor dubbelgebruik.
Bestaande huurovereenkomsten herzien In een aantal schoolgebouwen binnen de gemeente maakt een opvangorganisatie enkel- of dubbelgebruik van leegstand in het gebouw. Momenteel komen die huuropbrengsten volledig ten goede aan het schoolbestuur. Per 1 januari 2021 worden dergelijke overeenkomsten herzien. De gemeente heeft daarbij afspraken gemaakt met de opvangorganisaties en schoolbesturen over een vast huurtarief binnen de gemeente. De opvangorganisatie maakt rechtstreekse afspraken met het schoolbestuur ten aanzien van de exploitatiekosten. Afspraken huurtarieven13 Met ingang van 1 juli 2021 zal de gemeente aan de kinder- en buitenschoolse opvang de volgende kapitaallastenvergoeding vragen voor ruimten met de bestemming ‘onderwijs’ waarin voorschoolse, tussentijdse en naschoolse opvang wordt aangeboden. Bij nieuwbouw en voorfinanciering door de gemeente geldt een tarief van € 165,- per vierkante meter per jaar voor de kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang. Dit tarief wordt betaald tot het break-evenpoint voor de gemeente is bereikt, daarna geldt het tarief voor bestaande bouw. Deze afspraak wordt vastgelegd in de samenwerkings- en huurovereenkomst.
Bij bestaande bouw geldt een tarief van € 80,- per vierkante meter leslokaal per jaar dat uniek gebruikt wordt voor de kinderdagopvang en € 2.678,- per jaar voor een leslokaal dat dubbel gebruikt wordt voor onderwijs en buitenschoolse opvang. Voor tussenschoolse opvang (tso) zal geen vergoeding gevraagd worden. De bijdrage in het onderhoud en kosten voor schoonmaak, nuts en overige servicekosten (exploitatiekosten) worden door het schoolbestuur op basis van werkelijke kosten in rekening gebracht bij de kinder- en buitenschoolse opvangpartijen. De vergoeding wordt met ingang van 2022 jaarlijks geïndexeerd in overeenstemming met de indexatie die gehanteerd en vastgesteld wordt door de gemeenteraad voor de gemeentebegroting. De gemeente wordt bij investeringen in bestaande gebouwen of bij nieuwbouw gecompenseerd middels deze huurvoerding. Indien het schoolbestuur eigenaar is en blijft van het gebouw speelt altijd dat de extra ruimte in de toekomst (mogelijk) gevorderd kan worden ten behoeve van onderwijs. Met de beleidslijn die we nu vastleggen in het IHP Halderberge is dit niet waarschijnlijk. Echter, de wettelijke mogelijkheid blijft wel van kracht. Binnen het IHP wordt de afspraak gemaakt dat onderwijs en opvang gelijkwaardig zijn en opvang niet wijkt als onderwijs groeit en meer capaciteitsbehoefte heeft.
Investeren in nieuwbouw of renovatie Voor de scenario’s waarin nieuwbouw of renovatie aan de orde is, kan de gemeente in het gebouw de ruimte voor de kinderopvang voorfinancieren. De opvangorganisatie betaalt de investering terug via een huurvergoeding (ter compensatie van de door de gemeente gemaakte kosten). Deze huurvergoeding wordt samen met het ruimtegebruik vastgelegd in een overeenkomst tussen het schoolbestuur, de opvangorganisatie en de gemeente. Hiermee ontstaat een tripartiete overeenkomst. Het sluiten van deze overeenkomst is voorwaarde voordat investeringen worden gepleegd door de gemeente.