CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Meirstraat 79 Oud Gastel Toelichting.pdf

Gemeenteraad 19 juni 2024, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 14: Vaststelling bestemmingsplan Meirstraat 79 Oud Gastel12.699 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Projecten met een stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar vereisen geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. Conclusie Het aspect stikstof vormt geen belemmering voor de haalbaarheid.

4.7

BODEM

Toetsingskader Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient bij ruimtelijke ontwikkelingen de bodemkwaliteit te worden beschouwd. Bij ruimtelijke plannen met een functiewijziging dient te worden aangetoond dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de functie die ter plaatse wordt beoogd. Middels een milieuhygiënische vooronderzoek (bodem) wordt inzicht verkregen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en de mogelijke aanwezigheid van verontreinigde stoffen in de grond of het freatisch grondwater. Op basis van de resultaten van het onderzoek kan worden vastgesteld of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem een belemmering vormt voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Beoordeling en conclusie Door Stantec is in januari 2023 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage toegevoegd aan dit bestemmingsplan. Hierna volgen de conclusies uit het rapport. ▪ Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat er op de locatie plaatselijk licht verhoogde gehalten zware metalen en minerale olie zijn gemeten. Er is geen aanwijzing dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Vervolgonderzoek en sanerende maatregelen worden niet noodzakelijk geacht. ▪ Het verdient altijd aanbeveling om tijdens grondwerkzaamheden alert te zijn op een eventuele onvoorziene verontreiniging van de bodem.

24 Stantec | 20220100-00_Meirstraat 79 Oud Gastel

▪ Indien vrijkomende grond elders wordt hergebruikt kunnen partijkeuringen conform het Besluit bodemkwaliteit noodzakelijk zijn om de uiteindelijke hergebruiksmogelijkheden van de grond vast te stellen. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de haalbaarheid van het plan.

4.8

ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE

4.8.1

Archeologie

Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz 2007) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro 2008) hebben gemeenten de rol gekregen van bevoegd gezag. Hiermee is de zorg voor archeologische belangen een verantwoordelijkheid van de gemeente geworden. Met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet op 1 juli 2016 is het behoud en beheer van het erfgoed geregeld in één integrale wet. De Erfgoedwet gaat naar verwachting per 1 januari 2024 op in de Omgevingswet. De gemeente Halderberge heeft haar archeologiebeleid uitgewerkt in de beleidsnota ‘Ons ongeschreven verleden’. Deze nota is vastgesteld op 22 september 2011. Om inzicht te krijgen welke archeologische vondsten er in Halderberge verwacht kunnen worden, heeft de gemeente in 2005 een archeologische verwachtingskaart op laten stellen. Met de verwachtingskaart men kan bepalen of een locatie wellicht archeologisch interessant is en welke verwachtingswaarde daar dan mee gemoeid gaat. Beoordeling en conclusie Op basis van de archeologische waardenkaart is het niet noodzakelijk om archeologisch onderzoek uit te voeren met uitzondering van archeologische monumenten en bekende vindplaatsen. Gezien het plangebied zich niet nabij archeologische monumenten of bekende vindplaatsen bevindt, is het plangebied vrijgesteld van archeologische onderzoeksplicht bij bodemingrepen.

In de volgende afbeelding is de archeologische verwachting ter plaatse van het plangebied weergegeven.

25 Stantec | 20220100-00_Meirstraat 79 Oud Gastel

Figuur 11: Uitsnede uit de Archeologische advieskaart buitengebied - Alle perioden. Bron: Gemeente Halderberge

Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de haalbaarheid van het plan.

4.8.2

Cultuurhistorie

Toetsingskader In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met de aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant staat aangegeven welke archeologische en cultuurhistorische waarden (in potentie) aanwezig zijn. Uit navolgende uitsnede van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie blijkt dat het plangebied ligt binnen een cultuurhistorisch waardevol gebied voor historische stedenbouw.

26 Stantec | 20220100-00_Meirstraat 79 Oud Gastel

Figuur 12: Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart, met het plangebied rood omcirkeld, Bron: Provincie Noord-Brabant

Beleidsnota cultuurhistorie 2011 In 2011 heeft de gemeenteraad van Halderberge de beleidsnota cultureel erfgoed Halderberge ‘Inspirerend verleden’ vastgesteld. Door middel van een cultuurhistoriekaart dat is opgenomen in de nota zijn alle cultuurhistorische waarden en het cultureel erfgoed binnen het grondgebied van de gemeente in beeld gebracht. De Halderbergse kaart sluit aan op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant.

Figuur 13: Uitsnede cultuurhistoriekaart gemeente Halderberge, met het plangebied rood omcirkeld, Bron: Gemeente Halderberge

27 Stantec | 20220100-00_Meirstraat 79 Oud Gastel

Beoordeling en conclusie Het plangebied is in de cultuurhistoriekaart opgenomen binnen een gebied dat is aangeduid als ‘historische stedenbouw’. Binnen dit gebied is specifiek het behouden en versterken van de aanwezige bebouwingsconcentratie van belang voor het . Binnen het plangebied zijn geen objecten met monumentale waarde aanwezig. De realisatie van een woning vormt geen belemmering voor de cultuurhistorische waarde van het gebied. Met voorliggend plan wordt een woning gerealiseerd binnen het door de gemeente aangewezen gebied voor bebouwingsconcentratie.

4.9

EXTERNE VEILIGHEID

Toetsingskader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op bedrijven, buisleidingen of transportroutes. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, te worden bepaald. Beoordeling Het voornemen is één nieuwe woning te realiseren aan het onbebouwde perceel aan de Meirstraat 79. De planlocatie is niet gelegen binnen 200 meter van een transportroute gevaarlijke stoffen of het invloedsgebied van een buisleiding of een risicovolle inrichting. Het uitvoeren van een QRA (kwantitatieve risicoanalyse) is derhalve niet benodigd. Het perceel bevindt zich ongeveer op ca. 2 kilometer van de Rijksweg A17 en bevindt zich binnen het invloedsgebied van de stofgroep LT3 (reikwijdte >4000 meter). Het spoor (Roosendaal-Oudenbosch) ligt ongeveer 3,5 kilometer verwijderd van de planlocatie en vervoert binnen het invloedsgebied de stofgroepen B3 en D4 (reikwijdte >4000 meter).

Hiervoor is op basis van artikel 7 van het Bevt een motivering zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid opgesteld (zie hierna). Verantwoording van het groepsrisico Bij deze verantwoording is gebruik gemaakt van de Standaard Verantwoording Groepsrisico van de gemeente Halderberge. Dit document is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Mogelijke rampenscenario’s Gelet op de afstand van het plangebied tot aan de Rijksweg A17 en de spoorlijn Roosendaal – Lage Zwaluwe is het toxisch scenario maatgevend. Door een incident op de transportroute met een tankwagen/-wagon met toxische vloeistof scheurt de tankwand. Een groot deel van de toxische vloeistof stroomt in korte tijd uit. De toxische vloeistof vormt een plas. Bij toxische gassen komen als gevolg van een brand toxische dampen direct vrij. De toxische stoffen worden meegevoerd door de wind. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten.

28 Stantec | 20220100-00_Meirstraat 79 Oud Gastel

De nieuwe woning is niet specifiek bedoeld voor minder zelfredzame personen, zoals kinderen of ouderen. Dit betekent dat personen zich bij een eventuele dreigende situatie over het algemeen op eigen kracht goed in veiligheid kunnen brengen. Bij een toxische wolk kunnen mensen komen te overlijden als gevolg van blootstelling aan de toxische stof. Of mensen daadwerkelijk komen te overlijden is afhankelijk van de dosis, die bestaat uit de blootstellingsduur en de concentratie waaraan de persoon is blootgesteld. Het beste advies bij het vrijkomen van een toxische wolk, als gevolg van een incident op de spoorweg, is om te schuilen mits ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden (safe-haven-principe). In de gevel worden mogelijk ventilatievoorzieningen geplaatst ten behoeve van de toevoer van verse lucht. Geadviseerd wordt om de ventilatievoorziening afsluitbaar uit te voeren. Het plangebied voldoet aan de criteria van het standaardadvies van de Veiligheidsregio. Dit standaardadvies is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Indien schuilen niet mogelijk is, kan ervoor gekozen worden om te vluchten. Bij een toxische wolk dient gevlucht te worden haaks op de wolk. Via de Meirstraat en de Lagestraat en is het mogelijk om in noordelijke richting (van de spoorlijn af) te vluchten. Daarmee zijn deze wegen als een geschikte vluchtroute is aan te merken.

Bestrijdbaarheid Bronbestrijding is bij een toxische vloeistof mogelijk door de vloeistof af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Voor toxische gassen kan alleen aan bronbestrijding worden gedaan indien het om een lekkage gaat. De brandweer kan dan proberen om het gat te dichten. Effectbestrijding is tevens mogelijk door de vrijkomende concentratie te verdunnen. Dit kan bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is. Bij een toxisch incident is het belangrijk dat de bestrijding plaatsvindt vanaf bovenwinds gebied (daar waar de wind vandaan komt). Het is daarom belangrijk dat de bron tweezijdig bereikbaar is. Bij het ineens vrijkomen van de gehele inhoud van de tank, zal deze effectbestrijding lastig realiseerbaar zijn. De mogelijkheden voor slachtofferreductie worden bepaald op basis van de mogelijkheden om de vergiftiging te behandelen. Tevens is slachtofferreductie mogelijk door een snelle ontruiming/evacuatie. Het niet of korter blootstellen aan een toxische stof zal het aantal slachtoffers verminderen. Geadviseerd wordt om de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant in een vroeg stadium te betrekken en om advies te vragen. Conclusie: Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de haalbaarheid.

4.10

GEURHINDER

Toetsingskader De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en/of het Activiteitenbesluit vormt het toetsingskader voor de geurhinder vanuit de omliggende veehouderijen. Dat kader stelt normen aan de geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten (alleen intensieve veehouderijen) en stelt minimale afstanden vast van veehouderijen tot geurgevoelige objecten (alle veehouderijen).

29 Stantec | 20220100-00_Meirstraat 79 Oud Gastel

Daarnaast moet worden beoordeeld of ter plaatse van het nieuwe geurgevoelig object sprake is van een goed woon- en verblijfsklimaat en mag het nieuw geurgevoelig object geen (aanvullende) beperking worden voor de omliggende veehouderijen. De geurbelasting is afkomstig van dieren, waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een emissiefactor is vastgesteld (bijvoorbeeld varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten). De geurbelasting wordt uitgedrukt in odour units per kubieke meter lucht (OUE/m3). De maximaal toegestane geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging (concentratiegebied of niet-concentratiegebieden en binnen of buiten de bebouwde kom). Naast geurnormen wordt in de Wgv ook rekening gehouden met (vaste) afstanden van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. Bij deze afstanden gaat het om dieren waarvoor in de Rgv geen omrekeningsfactoren zijn vastgesteld (bijvoorbeeld melkrundvee en paarden). De minimaal aan te houden afstand bedraagt 50 meter tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 100 meter tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Deze afstanden gelden ongeacht het aantal dieren dat gehouden wordt. De te toetsen afstand wordt gemeten tussen de buitenzijde van een geurgevoelig object en het dichtstbijzijnde emissiepunt.

Beoordeling Op basis van de Achtergrondbelasting geurkaart van de provincie Brabant wordt de kwaliteit van de leefomgeving als zeer goed beschouwd ter plaatse van het plangebied. Het plangebied bevindt zich niet in een concentratiegebied.

Figuur 14: Achtergrondbelasting geur. Bron: Odzob: 2022

Conclusie: Het aspect geur vormt geen belemmering voor de haalbaarheid.

30 Stantec | 20220100-00_Meirstraat 79 Oud Gastel

4.11

VOLKSGEZONDHEID I.R.T. VEEHOUDERIJEN

Toetsingskader Op dit moment zijn de belasting op de omgeving van veehouderijen en daarmee samenhangende gezondheidsrisico’s voor omwonenden slechts deels uitgewerkt in de milieuwetgeving. De Milieuwetgeving die voor gezondheid relevant is, richt zich op geurhinder en fijnstof (PM2,5 en PM10). Naast geur en fijnstof spelen de mogelijke gevolgen van endotoxinen, zoönosen en resistente bacteriën ook nog een rol. Ook verblijf in de nabijheid van geiten kan effect hebben op de gezondheid. In relatie tot de huidige ontwikkeling zijn met name toetsing aan endotoxinen en nabijheid van geitenhouderijen relevant. Endotoxinen Factoren welke de grootste mate van invloed hebben op endotoxine-concentraties in de lucht zijn de afstand van een object tot een veehouderij en het aantal dieren. Afstanden, waarbinnen deze advieswaarde wordt overschreden, zijn te berekenen door middel van het Endotoxine toetsingskader. Voor vleeskuikens, legkippen en vleesvarkens zijn afstandsgrafieken opgesteld. Hierbij wordt de advies emissiewaarde (PM10) van 30 EU/m3 voor endotoxinen uitgezet tegen de afstand tot een veehouderij. Geitenhouderijen Uit het RIVM-rapport 2017-0062 (veehouderijen en Gezondheid (VGO) (aanvullende studies) komt naar voren dat omwonenden van o.a. geitenhouderijen een grotere kans hebben op het krijgen van een longontsteking.

Dit geldt met name voor mensen die op een afstand tot 2 km van een geitenhouderij wonen. Hierbij geldt uiteraard dat hoe groter de afstand tot de geitenhouderij hoe kleiner de kans. Naar aanleiding daarvan hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant besloten tot een moratorium op de geitenhouderij, om het uitbreiden van dierverblijven en omschakelen naar geitenhouderij tegen te gaan. Daarnaast is woningbouw binnen de straal van 2 km slechts onder voorwaarden toegestaan. De gezondheidsrisico’s moeten goed worden afgewogen en verantwoord worden bevonden. Beoordeling Vleeskuikens, leghennen en vleesvarkens Binnen een straal van 2 kilometer van het plangebied bevindt zich drie varkenshouderijen, respectievelijk aan de Dulderstraat 18, Pietseweg 21 en de Slotstraat 3. De aan te houden afstand is afhankelijk van de emissie fijnstof. De emissie van fijnstof van bovenstaande veehouderijen bedraagt maximaal 422,74 kg/jaar. Dit resulteert in een maximale afstand van 131 meter. De dichtstbijzijnde veehouderij met vleesvarkens bevindt zich op een afstand van minimaal 700 meter en vormt derhalve geen gevaar voor de volksgezondheid. Geitenhouderijen Binnen een straal van 2 km rond het perceel bevinden zich geen geitenhouderijen.

31 Stantec | 20220100-00_Meirstraat 79 Oud Gastel

Figuur 15: De locatie van veehouderijen binnen een straal van 2 kilometer om de planlocatie.

Bron: YGIS-viewer

Conclusie: Het aspect volksgezondheid vormt geen belemmering voor de haalbaarheid.

4.12

SPUITZONES GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN

Toetsingskaders Met name bij het telen van fruit in boomgaarden is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen gebruikelijk. Om de middelen op de bomen te brengen wordt gebruik gemaakt van mobiele spuitinrichtingen die via de lucht de middelen op de gewassen brengen. Met het in de lucht brengen van middelen worden deze bloot gesteld aan de wind en daarmee ontstaat het risico dat middelen meer bereiken dan het gewas alleen. Dit proces wordt ‘drift’ genoemd. Gewasbeschermingsmiddelen vormen een potentieel risico voor de gezondheid van omwonenden, om die reden is het bij ruimtelijke ontwikkelingen inmiddels gebruikelijk om spuitzones en middelengebruik mee te nemen in de verantwoording bij planologische besluitvorming zodat het eventuele risico beoordeeld wordt voor gevoelige locaties. Om handvatten te geven aan de wijze waarop initiatiefnemers en gebruikers rekening dienen te houden met het gebruik en de risico’s van gewasbeschermingsmiddelen heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een indicatieve afstand van 50 meter als vuistregel in de ruimtelijke ordening geïntroduceerd. Met het uitvoeren van verschillende drift reducerende middelen zoals het aanplanten van windhagen en aanleggen van kavelsloten kan het risico op drift worden verlaagd en kan daarmee de indicatieve afstand van 50 meter worden verkleind.

32 Stantec | 20220100-00_Meirstraat 79 Oud Gastel

Beoordeling Circa 47 meter ten westelijke richting van het plangebied zijn verschillende agrarische gronden gesitueerd. Uit digitaal beeldmateriaal van Street Smart (2022) blijkt dat de gronden in gebruik zijn voor het houden van paarden. Er worden hier derhalve geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Daarnaast bevinden zich ten oostelijke richting tevens agrarische gronden van de onderneming H.J.P. de Bruijn (gespecialiseerd in granen en zaden) waar mogelijk wel gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Deze gronden zijn afgescheiden van het perceel door middel van woonhuizen met tuin (Meirstraat 52 t/m 56), de openbare weg (Meirstraat) en bosschages. Gezien de afstand (43 meter) nagenoeg voldoet aan de door de Raad van State gestelde afstand van 50 meter en de aanwezige bebouwing en bosschages een mogelijk dempende werking hebben van de bestrijdingsmiddelen, wordt er geen negatieve impact verwacht op het nieuw te bouwen huis aan de Meirstraat 79. Aanvullend hierop wordt aangedragen dat verschillende al aanwezige percelen aan de Meirstraat, Vierschaarstraat en de Lagestraat direct grenzen aan agrarische gronden (zonder afstandsbuffer) waardoor een gunstiger effect verwacht kan worden voor het perceel aan de Meirstraat 79 (met afstandsbuffer) ten opzichte van buurpercelen.

Figuur 16: De planlocatie ten opzichte van agrarische gronden

Conclusie: Het aspect spuitzones gewasbescherming vormt geen belemmering voor de haalbaarheid.

4.13

M.E.R BEOORDELING

Toetsingskader Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten het betreft. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is.

33 Stantec | 20220100-00_Meirstraat 79 Oud Gastel

In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling verplicht is als deze de daarin genoemde grenswaarde overschrijden. Voor activiteiten beneden de grenswaarde geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. De m.e.r.beoordelingsplicht is van toepassing zodra: • De activiteit onder één van de categorieën van activiteiten in kolom 1 van onderdeel D van de bijlage valt, ongeacht de omvang van de activiteit en • Sprake is van een aangewezen besluit in kolom 4 van onderdeel D Beoordeling In het geval van woningbouw kan sprake zijn van een activiteit als bedoeld in categorie 11.2, onderdeel D, van de bijlage bij het Besluit m.e.r., namelijk een stedelijk ontwikkelingsproject. Voor een stedelijk ontwikkelingsproject zijn in het Besluit m.e.r. drie indicatieve drempelwaarden opgenomen: • Een oppervlakte van 100 hectare of meer, • een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde herontwikkeling, die met dit plan wordt mogelijk gemaakt, overschrijdt deze drempelwaarden niet. Er is derhalve geen m.e.r.-plicht van kracht. Er zou wel kunnen worden gekozen voor een vrijwillige m.e.r. te laten uitvoeren. Dit is echter geen wettelijke verplichting.

Conclusie Gezien de beperkte omvang van het plan, kan het plan kan niet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject en/of landinrichtingsproject als bedoeld in het m.e.r. Besluit. Er worden geen activiteiten met belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu voorzien. Het maken van een milieueffectrapport of een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is niet nodig.

34 Stantec | 20220100-00_Meirstraat 79 Oud Gastel

5.0

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING

Een bestemmingsplan bestaat uit planregels, een verbeelding, vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De planregels regelen hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. De bestemmingen zijn zo opgenomen dat voldoende rechtszekerheid bestaat voor omwonenden en andere gebruikers van het gebied en de omliggende gebieden. In de toelichting is gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De indeling en inhoud van dit bestemmingsplan zijn gebaseerd op de systematiek van de gemeente Halderberge. De systematiek van de regels sluiten aan bij de systematiek zoals deze wordt gehanteerd in de regels van bestemmingsplan ‘Eerste herziening Buitengebied Halderberge (2017)’. Voor het overige is de plansystematiek gebaseerd op en sluit aan bij SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen) en IMRO2012 (Informatie Model Ruimtelijke Ordening).

5.1.1

Algemene toelichting verbeelding

Op de verbeelding wordt met lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn op de verbeelding met aanduidingen nadere regels aangegeven. De verbeelding is volgens IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) getekend. Dit is een eenduidige en technische methode voor het tekenen van kaarten. Hiermee wordt ruimtelijke informatie eenvoudig digitaal uitgewisseld met andere overheden en samenwerkingspartners. Verder maakt deze methode het mogelijk om het plan via internet te raadplegen. De digitale verbeelding is juridisch bindend.

5.1.2

Algemene toelichting planregels

De juridische regeling bestaat uit vier hoofdstukken, te weten: ▪ Hoofdstuk 1 (inleidende regels), met daarin een aantal regels die van belang zijn voor de toepassing en interpretatie van de regels in de overige hoofdstukken en de wijze van meten; ▪ Hoofdstuk 2 (bestemmingsregels), met daarin per bestemming onder meer bestemmingsregels, bouwregels en afwijkingsmogelijkheden; ▪ Hoofdstuk 3 (algemene regels), met daarin algemene afwijkings-, bouw-, gebruiks-, aanduidings-, afwijkings- en wijzigingsregels; ▪ Hoofdstuk 4 (overgangs- en slotregels), met daarin de overgangsregels en de slotregel.

5.1.3

Toelichting bestemmingen

Voorliggend plan voorziet in de herbestemming van agrarische gronden naar een woonbestemming. Hiermee wordt de realisatie van een woning ter plaatse mogelijk gemaakt. De hoofdbestemming van het plangebied is ‘Wonen’. De tot ‘Wonen’ bestemde gronden zijn bedoeld voor wonen en verwante bestemmingen, zoals opgenomen in de planregels. Per bouwperceel mogen niet meer woningen worden gebouwd dan ter plaatse van de aanduiding 'aantal wooneenheden' is aangegeven. Indien geen aanduiding is opgenomen, is ter plaatse slechts één woning toegestaan. Er zijn nadere regels opgenomen voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

35 Stantec | 20220100-00_Meirstraat 79 Oud Gastel

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van een aantal bouwen gebruiksregels. Er zijn gebruiksregels opgenomen voor het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep of bedrijf. De bouwmogelijkheden zijn geregeld in de bouwregels middels een maximale goot- en bouwhoogte en bebouwingsoppervlakte. Dit voor zowel gebouwen, bouwwerken als bouwwerken, geen gebouw zijnde. Gebiedsaanduidingen Binnen de bestemming ‘Wonen’ zijn de gebiedsaanduidingen ‘overige zone- bebouwingsconcentratie’ en ‘overige zone- beperking veehouderij’ uit het vigerende bestemmingsplan van toepassing.

6.0

UITVOERBAARHEID

6.1

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een woning. Het plan betreft een herziening van het vigerende bestemmingsplan, waarbij het juridisch-planologisch regime voor het plangebied is geactualiseerd. De toekomstige ontwikkeling is positief bestemd. De gronden zijn eigendom van de opdrachtgever. Alle voorbereidings- en uitvoeringskosten komen voor rekening van de initiatiefnemer. Tussen de gemeente Halderberge en initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. In deze overeenkomst wordt het plankostenverhaal en bovenwijkse voorzieningen geregeld. Alle voorbereidings- en uitvoeringskosten alsmede eventuele planschade komen voor rekening van de initiatiefnemer. Het plan is voor de gemeente Halderberge derhalve een kostenneutrale ontwikkeling. Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat het opstellen van een exploitatieplan achterwege kan blijven. De economische uitvoerbaarheid is hiermee gewaarborgd.

6.2

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

6.2.1

Omgevingsdialoog

Naast de wettelijke procedures, besteedt de initiatiefnemer nadrukkelijk aandacht aan de communicatie met de belanghebbenden. Voorafgaande aan de bestemmingsplanprocedure heeft initiatiefnemer de omwonenden geïnformeerd van de voorgenomen plannen. Dit is gebeurd door middel van een brief die door initiatiefnemer persoonlijk is afgegeven en mondeling toegelicht. Aan de hand van een toegevoegd reactieformulier konden omwonenden reageren op het plan. Reacties konden per mail of via de post worden verstuurd. Ten tijde van de formele omgevingsdialoog waren de meeste buren al reeds op de hoogte van de plannen, met uitzondering van nieuwe bewoners in de omgeving. De reacties op het voorgenomen plan waren zonder uitzondering positief. Meerdere malen is door omwonenden uitgesproken dat het fijn zal zijn als de bocht op de locatie van het plangebied beter overzichtelijk wordt als dit een voortuin van een woning wordt. Een verslag van de omgevingsdialoog is als bijlage bij de toelichting opgenomen.

36 Stantec | 20220100-00_Meirstraat 79 Oud Gastel

6.2.2

Vooroverleg

In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het onderhavig bestemmingsplan aan de daarvoor in aanmerking komende instanties toegezonden. Het plan is gestuurd naar de Provincie, de OMWB, het waterschap, Gasunie, Rijkswaterstaat en de Brandweer. De voorgenoemde instanties hebben positief ingestemd met het bestemmingsplan. Vanuit het waterschap is aandacht gevraagd voor milieuvriendelijk bouwmaterialen en het achterwege laten van uitlogende materialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC. In paragraaf 4.10.3 van de waterparagraaf is naar aanleiding van deze reactie extra aandacht geschonken aan het gebruik van duurzame en milieuvriendelijke materialen bij de uitvoering van voorliggend plan.

37 Stantec | 20220100-00_Meirstraat 79 Oud Gastel

Bijlagen Bijlage 1: Akoestisch onderzoek Bijlage 2: QuickScan Flora en Fauna Bijlage 3: Standaard Verantwoording groepsrisico gemeente Halderberge Bijlage 4: Standaard advies Brandweer Midden- en West-Brabant Bijlage 5: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 6: Verslag omgevingsdialoog

38 Stantec | 20220100-00_Meirstraat 79 Oud Gastel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/583/documents/17035