CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4 Bosschenhoofd.pdf

Gemeenteraad 8 februari 2024, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 10: Vaststelling bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd32.690 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

1 alinea's met “verslag”: 530

Zo zijn een aantal soorten orchideeën, de kleine modderkruiper en rode bosmieren sinds 1 januari 2017 niet meer beschermd. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes: 1. Soorten vogelrichtlijn: dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn); NL.IMRO.1655.BP6034.C001

Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

|51

2. 3.

Soorten Habitatrichtlijn: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. Andere soorten: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage A van de Wnb. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland.

De beschermende status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wn worden genoemd, fungeert het zorgplichtbelang (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te beperken. Natuurtoets Voor de ontwikkeling is een Natuurtoets uitgevoerd (bijlage, Koolstra Advies, 2021-104-02.v2.0, 19 juni 2023). In de natuurtoets is de gebiedenbescherming onderzocht en is, mede op basis van een veldbezoek, de soortenbescherming onderzocht. Uit de natuurtoets komen de volgende conclusies. Conclusie gebiedenbescherming De ontwikkeling van Maple Farm Adventures leidt niet tot een aantasting van ecologische waarden en natuurlijke kenmerken van het NNB. Het uitvoeren van een nee-tenzij-toets of het toepassen van de saldobenadering is niet aan de orde. Conclusie soortenbescherming Het bestemmingsplan maakt een aantal nieuwe ontwikkelingen mogelijk die kunnen leiden tot een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming.

De meeste van deze potentiële overtredingen kunnen worden voorkómen door het treffen van adequate mitigerende maatregelen. Voor zover een overtreding niet voorkomen kan worden, is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig, die in de meeste gevallen onder voorwaarden ook verleend zal kunnen worden. Voor zover deze niet verleend kan worden, bijvoorbeeld voor het vellen van een boom met daarin een verblijf van vleermuizen of het vervangen van het dak van de woning als zich daarin een nest van de huismus bevindt, staat dit niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg. Uit deze soortenbeschermingstoets blijkt dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is met oog op de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Voor een aantal soorten zijn door middel van het opnemen van voorwaardelijke verplichtingen in de planregels extra waarborgen opgenomen. In de bestemming Natuur: Voorwaardelijke verplichting boombewonende vleermuizen Indien werkzaamheden in het bos worden verricht, kunnen mogelijk boombewonende vleermuizen worden verstoord en/of hun verblijfplaatsen worden vernield of verwijderd.

Derhalve moet voorafgaand aan werkzaamheden in het bos, waarbij een boom met een voor vleermuizen geschikte holte wordt gekapt of zodanig wordt verstoord dat de eventueel aanwezige verblijfsplaats ongeschikt raakt, aanvullend ecologisch onderzoek naar boombewonende vleermuizen worden uitgevoerd. In de bestemming Recreatie: Voorwaardelijke verplichting huismussen en gebouwbewonende vleermuizen Indien werkzaamheden in de aanwezige bedrijfswoning worden verricht, kunnen mogelijk huismussen en gebouwbewonende vleermuizen worden verstoord en/of hun verblijfplaatsen

NL.IMRO.1655.BP6034.C001

Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

|52

worden vernield of verwijderd. Derhalve moet voorafgaand aan werkzaamheden in de aanwezige bedrijfswoning aanvullend ecologisch onderzoek naar huismussen en gebouwbewonende vleermuizen worden uitgevoerd. Nader onderzoek levendbarende hagedis Uit de bureaustudie en het veldbezoek van de uitgevoerde natuurtoets van Koolstra Advies zijn geen waarnemingen van levendbarende hagedissen naar voren gekomen. Wel is er op basis van verspreidingsgegevens en aanwezig biotoop in het plangebied geconcludeerd dat er mogelijk geschikt leefgebied voor de levendbarende hagedis aanwezig is. Deze soort is beschermd volgens de Wet Natuurbescherming (Wnb), onder artikel 3.10 onderdeel A. Om te bepalen of de levendbarende hagedis in het plangebied voorkomt is nader onderzoek uitgevoerd (bijlage: Antea Group, 0488312.100, 19 oktober 2023). De levendbarende hagedis is niet waargenomen tijdens de veldbezoeken. Gezien het feit dat geen individuen binnen het onderzoeksgebied zijn aangetroffen, kan aangenomen worden dat het plangebied niet tot (essentieel) leefgebied van de levendbarende hagedis behoort. De conclusie van het nader onderzoek is dat er bij het planvoornemen geen gevaar bestaat voor beschadiging van voortplantings- en rustplaatsen. Vervolgstappen zijn niet aan de orde. Stikstofdepositie Voor het planvoornemen is bekeken wat de invloed is van de stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden.

Het Nederlandse Natura 2000-gebied ‘Brabantse Wal’ is het dichtstbijzijnd gelegen op circa 13,5 km. De overige Nederlandse Natura-2000 gebieden ‘Hollands Diep’ , ‘Krammer-Volkerak’ en ‘Ulvenhoutse Bos’ liggen op een afstand van respectievelijk circa 14,0 km, 16,2 km en 17,8 km van het plangebied. Gelet op de ligging van het plangebied ten opzichte van de Belgische Natura 2000-gebieden zijn deze binnen een straal van 25 km meegenomen in de berekening. Het Belgische Natura 2000gebied ‘De Maatjes, Wuustwezelheide en Groot Schietveld’ is het dichtstbijzijnd gelegen op circa 13 km. De overige Belgische Natura-2000 gebieden ‘Kalmthoutse Heide’ , ‘Heesbossen, Vallei van Marke en Merkse en Ringven met valleigronden langs de Heerlese Loop’, ‘Klein en Groot Schietveld’ en ‘Historische fortengordels van Antwerpen als vleermuizenhabitat’ liggen op een afstand van respectievelijk circa 15,0 km, 17 km, 19 km en 24 km van het plangebied. Met behulp van een stikstofdepositieonderzoek (externe bijlage, Ordito, stikstofdepositie Maple Farm Adventures, 10-05-2023) met de Aerius calculator 2022 is inzichtelijk gemaakt of het planvoornemen van invloed is op de Natura 2000 gebieden. Uit de berekeningen blijkt dat – met de uitgangspunten die in dit onderzoek gedaan zijn gedurende de aanleg- en gebruiksfase geen toename van de stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend.

Conclusie Het aspect natuurwetgeving vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.7

Geluid

Beleid Wet geluidhinder Het aspect geluid speelt een belangrijke rol in de omgevingskwaliteit. Er bestaan verschillende geluidsbronnen die van invloed kunnen zijn op deze omgevingskwaliteit. Overlast van geluid op geluidsgevoelige functies dient te worden voorkomen. In de Wet geluidhinder wordt onderscheidt gemaakt tussen verkeers-, industrie- en spoorweglawaai. Ter bepaling van de geluidsbelasting dient op grond van de wet iedere weg in

NL.IMRO.1655.BP6034.C001

Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

|53

beschouwing te worden genomen, tenzij de weg binnen een woonerf gelegen is of voor de weg een maximum rijsnelheid van 30 km/uur geldt. De te beschouwen wegen hebben een onderzoekszone waarbinnen een akoestisch onderzoek dient plaats te vinden. De grootte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de definitie van het gebied (buitenstedelijk of binnenstedelijk). Op grond van de wet bedraagt de voorkeursgrenswaarde 48 dB op de gevels van geluidsgevoelige bestemmingen. In artikel 1 van de Wet geluidhinder wordt een beperkt aantal objecten aangemerkt als geluidsgevoelig object. Dit zijn: woningen, geluidsgevoelige terreinen en andere geluidsgevoelige gebouwen (o.a. onderwijsgebouwen, ziekhuishuizen en verpleeghuizen). Objecten die niet onder deze categorieën zijn te scharen, zijn op basis van de wet niet beschermd tegen geluidshinder. Geluid beïnvloedt in belangrijke mate de kwaliteit van de leefomgeving. In dit geval worden geen nieuwe geluidgevoelige functies gerealiseerd. Wel kunnen de nieuwe activiteiten eventueel invloed hebben op het woon- en leefklimaat van de omliggende woningen én op de natuurgebieden van het Natuur Netwerk Brabant. Onderzoek Voor de planontwikkeling is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (bijlage, K+ adviesgroep, Rm220758aaA0.teey_03, 17 maart 2023). Het akoestisch onderzoek is tweeledig uitgevoerd.

Ten eerste is nagegaan wat de invloed van de nieuwe activiteiten van het dagrecreatiepark is op de natuurwaarden van de NNB, gerelateerd aan de huidige optredende belasting van wegverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Ten tweede is de optredende belastingen van Maple Farm Adventures op de omliggende woningen nagegaan, getoetst aan het Activiteitenbesluit en de VNG. Natuurwaarden NNB In het onderzoek is ingegaan op de verschillende bronnen die bijdragen aan de optredende geluidbelasting in het natuurgebied. In de huidige situatie betreft dit wegverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. In de toekomst komt hier de belasting van de activiteiten van het dagrecreatiepark bij. Uit de berekeningsresultaten blijkt dat met de komst van de verschillende activiteiten van het dagrecreatiepark eenzelfde gecumuleerde waarde in het natuurgebied optreedt als in de huidige situatie. Het aspect omgevingslawaai vormt geen belemmering voor het planvoornemen. In het direct omliggend NNB-gebied is namelijk reeds sprake van een hoge optredende belasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Daarnaast is de optredende belastingen van Maple Farm Adventures op de omliggende woningen nagegaan en getoetst aan het Activiteitenbesluit en de VNG.

Activiteitenbesluit Voor toetsing aan het Activiteitenbesluit zijn alle activiteiten van Maple Farm Adventures onderzocht, met uitzondering van stemgeluid. De optredende gevelbelastingen ten aanzien van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau bedragen ten hoogte 32 dB(A) etmaalwaarde. De maximale geluidniveaus bedragen maximaal 59 dB(A) in de dag- en avondperiode. In de nachtperiode treden geen maximale niveaus op van de 10 maatgevende bronnen per waarneempunt. Bij beide belastingen wordt voldaan aan de geluideisen van het Activiteitenbesluit. VNG brochure Voor toetsing aan de VNG brochure in het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn alle activiteiten van Maple Farm Adventures onderzocht. De optredende gevelbelastingen ten aanzien van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau bedragen ten hoogte 44 dB(A) etmaalwaarde. De maximale geluidniveaus bedragen maximaal 59 dB(A) in de dag- en avondperiode. In de nachtperiode treden geen maximale niveaus op van de 10 maatgevende bronnen per waarneempunt. Bij beide belastingen wordt voldaan aan de

NL.IMRO.1655.BP6034.C001

Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

|54

geluideisen van de VNG. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.8

Luchtkwaliteit

Beleid Wet luchtkwaliteit De Wet luchtkwaliteit is op 15 november 2007 in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wet luchtkwaliteit is het Besluit luchtkwaliteit 2005 komen te vervallen. De Wet luchtkwaliteit bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood en koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in Nederland met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM2,5 en PM10) van belang. De vigerende grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof zijn in de navolgende tabel weergegeven. Stof Stikstofdepositie (NO2) Fijn stof (PM10) Fijn stof (PM2,5)

Toetsing van Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie

Grenswaarde 40 μg/m3 40 μg/m3 25 μg/m3

Daarnaast voorziet de Wet luchtkwaliteit in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het ‘Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)’. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate (NIBM)’ bijdragen aan de luchtverontreiniging. In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate (Besluit NIBM)’ en de ministeriële regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. De definitie NIBM is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (bedrijfslocatie, inrichting, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Onderzoek Luchtkwaliteit ter plaatse Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu – RIVM) is de concentratie PM2,5 (gegevens 2020) tussen de 7-8 µg/ m3, is de concentratie PM10 (gegevens 2022) tussen de 25-30 µg/ m3 en de concentratie NO2 (gegevens 2022) tussen de 25-30 µg/ m3. Op basis van de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse ruimschoots voldoende.

Toekomstige situatie In de planvorming van ruimtelijke plannen en verkeersplannen moet de initiatiefnemer vaststellen of het plan niet-in-betekenende-mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de NIBM-tool 2022.

NL.IMRO.1655.BP6034.C001

Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

|55

Met de ontwikkeling van het dagrecreatiepark wordt er gerekend op maximaal 80.000 bezoekers per jaar. In het bedrijfsplan van het dagrecreatiebedrijf wordt voor een openingsdag in het weekend ingezet op 1.000 bezoekers op een dag. Hiervan zullen ca. 250 bezoekers met de fiets komen. De overige 750 bezoekers komen met de auto. 2 De doelgroep betreft gezinnen die met meerdere personen in één auto komen. Er wordt uitgegaan van een gemiddelde van 3 personen per auto, wat betekent dat de maximale verkeersgeneratie op een openingsdag in het weekend 250 mvt/etmaal bedraagt. Op weekdagen en tijdens de winterperiode zullen de verkeersaantallen veel lager zijn. Op topdagen wordt uitgegaan van maximaal 1.500 bezoekers per dag met een gemiddelde verblijfsduur van 2,5 uur. De doelgroep betreft gezinnen die met meerdere personen in één auto komen. Er wordt uitgegaan van een gemiddelde van 3 personen per auto, wat betekent dat de maximale verkeersgeneratie op een topdag 500 mvt/etmaal bedraagt. Hoewel formeel gezien de luchtkwaliteit berekend wordt op basis van het weekdaggemiddelde is in dit geval voor de worst-case benadering gekozen. Daarom is de verkeersintensiteit van een incidentele topdag ingevuld. Er is met 1% vrachtverkeer gerekend. In de werkelijkheid zullen de gemiddelde verkeersbewegingen lager zijn, en daarmee ook de invloed op de luchtkwaliteit.

Uit de gegevens van de NIBM tool volgt dat het planvoornemen niet in betekende mate bijdraagt aan concentratietoename van de luchtkwaliteit. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.9

Water

Beleid Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn water is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet- en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Nationaal waterprogramma 2022-2027 In het Nationaal Water Programma 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen.

NL.IMRO.1655.BP6034.C001

Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

|56

Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Dit doet het Rijk voor de periode 2022 – 2027, maar men kijkt ook verder vooruit. Het Rijk werkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. De ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het opstellen van het NWP. Dit ontwikkelen zij samen met medeoverheden, drinkwaterbedrijven, maatschappelijke organisaties en branche- en sectorpartijen. Om de uitdagingen rondom water het hoofd te bieden is samenwerking cruciaal. Bestuursakkoord Water Het Bestuursakkoord Water volgt op het Nationaal Bestuursakkoord Water en bevat hernieuwde afspraken over bestuur, financiën en richtinggevende kaders voor onder andere water. De maatregelen uit het Bestuursakkoord Water zijn gericht op: • Heldere verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte; • Beheersbaar programma voor de waterkeringen; • Doelmatig beheer van de waterketen; • Werkzaamheden slim combineren; • Het waterschapsbestuur. Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) 2022-2027 Op 22 december 2021 is het regionaal Water en Bodem Programma (RWP) in werking getreden.

Het RWP is de opvolger van het Provinciaal Milieu en Waterplan (PMWP) en is onderdeel van het planstelsel voor de wateropgaven in Nederland, samen met het Nationaal Water Programma en de waterbeheerprogramma’s van de waterschappen. Het RWP staat voor een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en vitale bodem. Het programma staat voor het herstellen van de systeemwerking. Lange tijd had het waterbeleid als doel om wateroverlast te voorkomen en water zo snel mogelijk af te voeren. Nu wordt er ingezet op het zuinig omgaan met water en de bodem. Daarnaast moet het water en bodemsysteem toegerust zijn op natte en droge tijden. Waterbeheerplan 2022-2027 (Waterschap Brabantse Delta) In het Waterbeheerprogramma staat hoe het waterschap haar taken in deze periode uitvoert. Er staan doelstellingen en ambities in. Het waterbeheerprogramma komt voort uit afspraken in de Omgevingswet. Bij het opstellen van het Waterbeheerprogramma hebben we aan organisaties en andere belanghebbenden om hun inbreng gevraagd. Maar ook met trends en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals klimaat, de inrichting van de ruimte en economische activiteiten is rekening gehouden in het Waterbeheerprogramma. Brabant Keur Voor de beheergebieden van de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en de Dommel geldt dezelfde keur: Brabant Keur.

De keur bevat regels ter bescherming van de waterwerken die nodig zijn voor een goed waterbeheer (kwantiteit) en voor de bescherming van het gebied tegen hoog water. Bij veel projecten is sprake van een toename van het verharde oppervlak. Hieromtrent is bij de Algemene regels van de keur het volgende opgenomen: • •

•

Bij een toename van het verharde oppervlak van minder dan 500 m² stelt het waterschap geen andere eisen aan de verwerking van het hemelwater. Hiervoor geldt het gemeentelijke beleid; Bij een toename van het verharde oppervlak van meer dan 500 m² maar minder dan 10.000 m² moeten compenserende maatregelen ten aanzien van de verwerking van het hemelwater worden getroffen conform de rekenregel: benodigde compensatie (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m²); Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m² is een watervergunning nodig.

NL.IMRO.1655.BP6034.C001

Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

|57

•

Door middel van de verplichte watertoets ziet het waterschap toe op de uitvoering van hun beleid. Hiermee wordt gewaarborgd dat bij nieuwe ontwikkelingen het waterbeheer wordt meegenomen.

GRP Halderberge De beleidsregels die de gemeente Halderberge hanteert ten aanzien van water zijn opgenomen in het gemeentelijk rioleringsplan ‘GRP Halderberge, 2020-2023’ d.d. 19-08-2019 (hierna: GRP). Het GRP laat zien dat de gemeente Halderberge terug- en vooruitkijkt en verder bouwt aan een robuust en flexibel systeem. Hierdoor is het een goed instrument om mee te kunnen bewegen met de trends en ontwikkelingen binnen dit vakgebied. Zo is er bijvoorbeeld sprake van meer extreme neerslag door klimaatverandering, een veranderende verhouding tussen overheid en burgers en verandering in wetgeving. De gemeente Halderberge is van mening dat de omgang met en verwerking van hemelwater een gedeelde verantwoordelijkheid is, waardoor de gemeente samen met de burgers en de bedrijven aan de lat staat. Hier wordt een praktische invulling gegeven aan door waterberging te eisen bij ontwikkelingen, een voorkeursvolgorde na te streven voor de omgang met water, voldoende open water te creëren, initiatieven vanuit de maatschappij te stimuleren en het beleid te verankeren in plan(ontwikkelingen). Met dit GRP is invulling gegeven aan de wettelijke zorgplichten afval-, hemel- en grondwater (de basisopgave).

In het verlengde daarvan heeft de gemeente Halderberge de ambitie om, binnen de reikwijdte van de zorgplichten, bij te dragen aan gemeenschappelijke doelen zoals klimaatadaptatie, duurzaamheid en een gezonde leefomgeving. Om invulling te geven aan die visie en bijbehorende ambities/gemeenschappelijke doelen zijn voor de komende planperiode de volgende speerpunten geformuleerd: 1. Werken aan klimaatbestendigheid; 2. Werken aan een goede waterbalans tussen bebouwd en landelijk gebied; 3. Werken aan waardevol water. Bij ruimtelijke planprocessen is een sectorgerichte aanpak vaak gangbaar. Om klimaatadaptatie in de verschillende sectoren te integreren wordt het waterbelang beschouwd in beleidsthema’s/plannen en ontwerpen. Dit belang wordt waar mogelijk verankerd en er is oog voor de koppeling met andere thema’s zoals droogte, hittestress en biodiversiteit. Dit wordt bewerkstelligd door de eis ‘klimaatbestendig’ op te nemen in ons programma van eisen voor ruimtelijke ontwikkelingen en hier sterk(er) op te sturen binnen het proces van de Watertoets. Via gebiedsgericht grondwaterbeheer wordt ingespeeld op langdurige perioden van droogte en wordt het (toekomstige) drinkwater beschermd. Hiertoe wordt gestuurd op een goede balans tussen het regionale watersysteem en de gebouwde omgeving voor de opvang van extreme neerslaghoeveelheden.

Dit betekent dat waterstromen afkomstig uit landelijk gebied niet leiden tot overlast in de gebouwde omgeving en vice versa. Verdroging van hoge en droge zandgronden wordt beperkt door zoveel mogelijk water in de bodem te infiltreren (hemelwater, effluentwater) en waterbergingsgebieden zodanig in te richten dat een bijdrage wordt geleverd aan gezonde en klimaatbestendige leefomgeving. Watertoets Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit ruimtelijke ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente Halderberge en hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. NL.IMRO.1655.BP6034.C001

Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

|58

Waterparagraaf Voor de planontwikkeling is een waterparagraaf opgesteld (bijlage, Aeres Milieu, AM21244, 17 februari 2023) waarin wordt ingegaan op aspecten als grondwater, grondwaterbeschermingsgebied, oppervlaktewater, opvang hemelwater en afvalwater en klimaatadaptatie. Met de in de waterparagraaf beschreven maatregelen kan het hemelwater binnen het plangebied worden opgevangen. Daarnaast kan voldaan worden aan de eisen voor een groene parkeerplaats binnen het grondwaterbeschermingsgebied. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.10

M.e.r.-beoordeling

Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, toetsing aan de drempelwaarde in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarde ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteiten voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-beoordelingsplichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden liggen, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt.

Uit deze toets kunnen twee conclusies komen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten. In het eerste geval dient een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectrapportage. Beoordeling In D.10 in de bijlage van het Besluit m.e.r. is onder e. de activiteit ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van themaparken’ opgenomen. De drempelwaarden voor een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit van D.10 onder e. in de bijlage van het Besluit m.e.r. bedragen: • 250.000 bezoekers of meer per jaar, • een oppervlakte van 25 hectare of meer, • 100 ligplaatsen of meer of • een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied. Gevoelige gebieden In onderdeel A van de Bijlage bij het Besluit m.e.r. is bepaald wat wordt verstaan onder een gevoelig gebied: een aangewezen gebied die beschermd wordt op basis van natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden.

NL.IMRO.1655.BP6034.C001

Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

|59

Milieugevolgen In de voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk zijn verschillende milieueffecten beschouwd, zoals geluid, luchtkwaliteit, etc. Hieruit blijkt dat er door de ontwikkeling geen sprake is van nadelige milieugevolgen. Toetsing Het planvoornemen betreft het ontwikkelen van een dagrecreatiepark en richt zich op maximaal 80.000 bezoekers per jaar. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van 10,7 hectare waarvan 6,9 hectare is gelegen in Natuur Netwerk Brabant. De voorgenomen activiteit blijft onder de drempelwaarden zoals opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage in de bijlage onder D.10. In eerste instantie is slechts een vormvrije m.e.r. beoordeling noodzakelijk. De volledige aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Uit de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling (externe bijlage, Ordito BV, 24 augustus 2023) blijkt dat het plan gezien de aard van de activiteit en de zorgvuldigheid waarmee dit ingepast en gerealiseerd wordt, is uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen met zich meebrengt voor het milieu. De milieugevolgen zijn in deze aanmeldnotitie voldoende in beeld gebracht. Conclusie Uit de aanmeldnotitie blijkt dat het plan geen belangrijke nadelige gevolgen met zich meebrengt voor het milieu.

NL.IMRO.1655.BP6034.C001

Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

|60

6.

JURIDISCHE REGELGEVING

6.1

Inleiding

In dit hoofdstuk is uiteengezet welke gedachten aan de juridische regeling ten grondslag hebben gelegen en hoe de juridische regeling is vormgegeven.

6.2

Systematiek van de regels

Voor wat betreft de regels wordt voor het voorliggend bestemmingsplan ‘Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd’ aansluiting gezocht bij het bestemmingsplan ‘Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge’ van de gemeente Halderberge. De opzet van de regels is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012). Uiteraard is de mogelijkheid tot het leveren van maatwerk opgenomen, om de specifieke eisen die een gebied stelt aan de bestemmingsregeling te kunnen verwerken. Daarnaast is in landelijke standaarden (SVBP 2012 en IMRO 2012) vastgesteld welke kleuren, lijnen, symbolen, e.d. toegepast worden bij het opstellen van de verbeelding. In de volgende paragraaf worden de gebruikte bestemmingen nader toegelicht. Hieronder wordt een toelichting gegeven op welke wijze een en ander in de regels is vastgelegd. De regels zijn als volgt ingedeeld: Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begripsomschrijvingen opgenomen, het tweede artikel bevat de wijze van meten. Hoofdstuk 2: Regels met betrekking tot de bestemmingen Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de bestemming.

Deze kennen per bestemming globaal de volgende opzet: • Bestemmingsomschrijving; • Bouwregels voor gebouwen; • Bouwregels voor aan-, uit- en bijgebouwen; • Bouwregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde; • Eventuele nadere eisen; • Eventuele afwijkingen van de bouwregels; • Eventuele specifieke gebruiksregels; • Eventuele afwijking van de gebruiksregels. In dit hoofdstuk worden de bestemming van de gronden als eerste beschreven, gevolgd door de eventuele dubbelbestemmingen voor leidingen, waarden en waterstaatsdoelen. Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: • Anti-dubbelteregel • Algemene bouwregels; • Algemene gebruiksregels; • Algemene aanduidingsregels; • Algemene afwijkingsregels; • Overige regels.

NL.IMRO.1655.BP6034.C001

Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

|61

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: • Overgangsregeling: bouwwerken welke op het moment van tervisielegging van het plan aanwezig zijn, mogen blijven staan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. Het gebruik van de grond en het opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment waarop het plan rechtskracht verkrijgt, mag gehandhaafd blijven; • Titel: in deze regel wordt aangegeven onder welke naam de regels aangehaald kunnen worden.

NL.IMRO.1655.BP6034.C001

Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

|62

7.

UITVOERBAARHEID

7.1

Economische haalbaarheid

Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder f van het Besluit ruimtelijke ordening dient de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen te worden aangetoond. De ontwikkelingen betreffen een particulier initiatief en bevinden zich op particulier terrein. Er wordt een overeenkomst opgesteld tussen de initiatiefnemer en de gemeente ten behoeve van de kosten. Hierin wordt het plankostenverhaal, bovenwijkse voorzieningen en planschade geregeld. Hiermee is het verhaal van kosten van de grondexploitatie over in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd en hoeft geen exploitatieplan conform de Wro te worden opgesteld.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Omgevingsdialoog Voor de planontwikkeling zijn op 9 en 10 februari 2023 informatiebijeenkomsten voor de omwonenden en ondernemers in de omgeving gehouden. Het verslag van deze bijeenkomsten is opgenomen in de bijlagen van deze toelichting. Vooroverleg In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerp-bestemmingsplan voorgelegd aan de diverse instanties. In de Nota vooroverleg (externe bijlage) zijn de vooroverlegreacties gebundeld en van een reactie voorzien. Ontwerp Na de instemming van het college van burgemeester en wethouders op het ontwerp bestemmingsplan heeft het ontwerp vanaf 5 september 2023 tot en met 18 oktober 2023 (gedurende 6 weken) ter inzage gelegen. In deze periode hebben belanghebbenden de mogelijkheid gehad een zienswijze in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders. In deze periode zijn 4 zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn beantwoord in de “Nota van zienswijzen bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd” (opgenomen in de bijlagen van deze toelichting). Vaststelling Na vaststelling wordt het plan, samen met het besluit tot vaststelling hiervan, opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen dit besluit beroep aantekenen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de raad van State.

Tevens kan beroep worden ingesteld tegen eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

NL.IMRO.1655.BP6034.C001

Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

REGELS

|1

Inhoud 1 Inleidende regels

2

Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

2 10

2 Bestemmingsregels

11

Artikel 3 Agrarisch Artikel 4 Groen- landschappelijke inpassing Artikel 5 Natuur Artikel 6 Recreatie-Dagrecreatie Artikel 7 Leiding Artikel 8 Waarde- Archeologie 3

11 12 13 15 19 21

3 Algemene regels

23

Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Artikel 10 Algemene bouwregels Artikel 11 Algemene gebruiksregels Artikel 12 Overige regels Artikel 13 Algemene aanduidingsregels Artikel 14 Algemene afwijkingsregels Artikel 15 Algemene wijzigingsregels

23 24 25 26 27 31 32

4 Overgangs- en slotregels

33

Artikel 16 Overgangsrecht Artikel 17 Slotregel

33 34

NL.IMRO.1655.BP6034-C001

bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

|2

1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen 1.1 plan het bestemmingsplan ”Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd” van de gemeente Halderberge. 1.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1655.BP6034C001 met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.3 aan-of uitbouw een aan een hoofdgebouw gebouwde, en vanuit dat hoofdgebouw rechtstreeks toegankelijke ruimte, die in functioneel opzicht deel uitmaakt van het hoofdgebouw, maar daaraan ruimtelijk (door zijn constructie en/of afmetingen) ondergeschikt is - maximaal bestaande uit één bouwlaag al dan niet met kap - met dien verstande dat een aanbouw een zelfstandige ruimte is, toegankelijk vanuit het hoofdgebouw en een uitbouw een uitbreiding van een reeds bestaande ruimte van het hoofdgebouw is. 1.4 aangebouwd of vrijstaand bijgebouw een vrijstaand of aan het hoofdgebouw gebouwd gebouw, dat zowel ruimtelijk (door zijn constructie en/of afmetingen) als functioneel ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw maar van daaruit niet rechtstreeks toegankelijk is en ten dienste staat van dat hoofdgebouw. 1.5 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.7 aardkundige waarden en kenmerken waarden en kenmerken van een gebied die vanwege geologische, geomorfologische, bodemkundige en (geo)hydrologische verschijnselen en processen dan wel anderszins vanwege de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van de bodem, van algemeen belang zijn vanuit aardkundig oogpunt. 1.8 archeologische waarden waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroeger menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin en als zodanig van wetenschappelijk belang zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen. 1.9 archeologische verwachtingswaarden verwachte aanwezige waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroeger menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin en als zodanig van wetenschappelijk belang zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen. 1.10 archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. 1.11 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.12 bedrijf een onderneming gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen.

NL.IMRO.1655.BP6034-C001

bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

|3 1.13 bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. 1.14 bedrijfsmatig in uitoefening van een bedrijf. 1.15 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is, hetgeen kan worden aangetoond door advies van de AAB; 1.16 bestaande situatie de bebouwing en het gebruik, zoals aanwezig op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerp bestemmingsplan. 1.17 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.18 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met een zelfde bestemming. 1.19 bijbehorend bouwwerk met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw functioneel verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak , niet zijnde een uitbreiding van het hoofdgebouw 1.20 bijbehorende voorzieningen voorzieningen, die horen bij de betreffende bedrijfsvoering op gronden (o.a. weg- en waterbouwkundige voorzieningen) en/of bouwvlakken (o.a. opslag en energievoorziening). 1.21 bijgebouw een gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen ((agrarische) bedrijfs-)woning, dat zowel ruimtelijk (qua constructie en/of afmetingen) als functioneel ondergeschikt is aan de ((agrarische) bedrijfs-)woning.

1.22 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.23 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.24 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd. 1.25 bouwperceel een aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan. 1.26 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel.

NL.IMRO.1655.BP6034-C001

bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

|4

1.27 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.28 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.29 buisleiding holle buis voor het doorstromen van gassen, vloeistoffen of capsules, bestemd om hetzij een gas, een vloeistof of capsules te transporteren, hetzij een vloeistof als intermediair te gebruiken voor het transport van warmte of een opgeloste of verpulverde stof. 1.30 cultuurhistorie bouwkundige objecten (exterieur en interieur), stedenbouwkundige structuren, historischgeografische structuren, groenstructuren en archeologische vindplaatsen, welke van bijzonder belang zijn voor de kennis van de inrichting, het gebruik en de beleving van landschappen en nederzettingen. 1.31 cultuurhistorische waarden en kenmerken waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historischgeografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden.

1.32 dagrecreatie Activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en (natuur)educatie, die in het algemeen slechts beperkte tijd (maximaal 1 dag) in beslag nemen en in ieder geval geen overnachting inhouden; 1.33 dagrecreatiepark een bedrijfsmatig themapark gericht op het aanbieden van activiteiten voor dagrecreatie. 1.34 dak een gesloten bovenbeëindiging van een bouwwerk. 1.35 depositie neerslag of afzetting van luchtverontreinigende stoffen op bodem, water, planten dieren of gebouwen. 1.36 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, al dan niet via internet, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.37 dierenverblijf gebouw voor het houden van landbouwhuisdieren, inclusief de daartoe behorende voorzieningen; 1.38 ecologische waarden en kenmerken aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren de natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, de waterhuishouding, de kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, de mate van stilte, donkerte en openheid, de landschapsstructuur en de belevingswaarde.

1.39 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden.

NL.IMRO.1655.BP6034-C001

bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

|5 1.40 erfbeplanting visueel afschermende, maskerende en/of het landschapsbeeld versterkende en overwegend opgaande (rand)beplanting binnen of direct aansluitend op het bestemmingsvlak of bouwperceel van een bedrijf, een woning of een terrein met een andere functie. 1.41 extensief recreatief medegebruik een vorm van recreatief medegebruik die gericht is op natuur- en landschapsbeleving, en die nauwelijks of geen invloed heeft op de in de bestemmingsomschrijving van de bestemmingen gegeven functies zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, vissen, zwemmen en natuurobservatie. 1.42 functie doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 1.43 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met (2 of meer) wanden omsloten ruimte vormt. 1.44 herbouw reconstructie, wederopbouw, opnieuw bouwen. 1.45 hergebruik gebruik van een bestaande agrarische bouwlocatie (bouwvlak) ofwel een bestaande niet-agrarische bouwlocatie (niet-agrarisch bedrijf of wonen) voor de nieuwvestiging of verplaatsing van een bedrijf. 1.46 hobbymatige agrarische activiteiten Het houden van dieren of telen van gewassen voor educatieve of recreatieve doeleinden of uit pure liefhebberij. 1.47 hoofdfunctie een functie waarvoor het hoofdgebouw en/of gronden als zodanig mag worden gebruikt.

1.48 hoofdgebouw een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel, en indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.49 horeca bedrijfsmatig verstrekken van dranken of etenswaren voor gebruik ter plaatse, bedrijfsmatig bieden van vermaaksfaciliteiten of vergaderfaciliteiten, één en ander al dan niet in combinatie met elkaar. 1.50 horeca, kleinschalige of ondergeschikte horeca van beperkte omvang ten dienste van andere functies zoals dagrecreatie, cursussen en vergaderingen. 1.51 houtteelt de bedrijfsmatige uitoefening van uitsluitend de functie houtproductie op gronden die in principe hiervoor tijdelijk worden gebruikt en waarvoor daartoe ontheffing is verleend van de melding- en herplantplicht ex artikel 2 en 3 van de Boswet. 1.52 huishouden een persoon, of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert. Indien het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid.

NL.IMRO.1655.BP6034-C001

bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

|6 1.53 hulpgebouw een gebouw dat zowel qua afmeting als in functioneel opzicht ondergeschikt is aan het (agrarisch) hoofdgebruik; Het gaat hier onder meer om dierenverblijven, schuilhutten, schuilgelegenheden, kapschuren, melkschuren, etc. 1.54 kadernota parkeren Kadernota parkeren 2017-2021 van 9 februari 2017, en elke opeenvolgende notitie. 1.55 kantoor het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder congres- en vergaderaccommodatie. 1.56 landschappelijke waarden en kenmerken gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten. 1.57 landschapselementen ecologische en/of landschappelijke waardevolle elementen zoals bosjes, houtwallen, poelen en moerasjes, in de regel kleiner dan 2 ha zonder een agrarische productiefunctie. 1.58 landschapsplan landschapsplan Halderberge 2016-2025 van 21 april 2016, en elke opeenvolgende notitie inclusief uitvoeringsplan. 1.59 Lden geluidbelasting van luchtvaartuigen uitgedrukt in Lden dB(A) en berekend op de wijze, bedoeld in artikel 3, vierde lid, aanhef en onder a van het Besluit burgerluchthavens. 1.60 luchtvaart vliegverkeer in de lucht en de daarbij behorende diensten en infrastructuur.

1.61 luchtvaartgebondenheid functies en diensten direct gebonden aan de luchtvaart. 1.62 mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. 1.63 Natuur Netwerk Brabant NNB (voorheen EHS), samenhangend netwerk van natuurgebieden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden. 1.64 natuurwaarden de aan een gebied toegekende waarde, die bepaald wordt door het voorkomen van geologische, bodemkundige, geomorforlogische en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. 1.65 niet- agrarische functies • statische binnenopslag; • recreatie; • een bedrijf in categorie 1 of 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten (zie bijlage 1) of een naar aard en invloed hiermee gelijk te stellen bedrijf; NL.IMRO.1655.BP6034-C001

bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

|7 •

zorgboerderijen, kinderboerderijen, educatieve en sociale voorzieningen, met ondergeschikte horeca (inclusief terras);

1.66 nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf projectie van een al dan niet gekoppeld agrarisch bouwvlak op een locatie die volgens dit bestemmingsplan niet is voorzien van een bouwvlak. 1.67 obstakel object dat zich boven het maaiveld bevindt en zich niet voortbeweegt. 1.68 omgevingsvergunning vergunning als bedoeld in artikel 2.1 en 2.2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo); 1.69 ondergeschikte nevenactiviteit een activiteit met een zodanige beperkte omvang dat de functie waaraan zij wordt toegevoegd qua aard, omvang en verschijningsvorm als hoofdfunctie herkenbaar blijft. 1.70 onderkomens voor verblijf geschikte - al dan niet aan de bestemming onttrokken - voer- en vaartuigen, arken, caravans en stacaravans voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken, alsook tenten. 1.71 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.72 overige verblijfsrecreatievorm een recreatiewoonverblijf van eenvoudige constructie en beperkte omvang ten behoeve van passanten. 1.73 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.74 perceelsgrens de grens van een bouwperceel.

1.75 plaatsgebonden risico risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. 1.76 provinciale verordening Verordening ruimte Noord-Brabant van de provincie Noord-Brabant, en elke opeenvolgende en relevante verordening, vastgesteld op basis van de Wet ruimtelijke ordening. 1.77 recreatief medegebruik een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan. 1.78 recreatief-educatief centrum dagrecreatieve functies zoals tentoonstellingsruimte, educatief media(film)theater evenals ruimten ten behoeve van minicongressen, vergaderingen en dagcongressen. 1.79 recreatieve voorziening voorzieningen bedoeld voor recreatief gebruik (dag- en/of verblijfsrecreatie), niet zijnde de huisvesting van seizoensarbeiders, hieronder mede begrepen arbeidsmigranten.

NL.IMRO.1655.BP6034-C001

bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

|8 1.80 recreatiewoning woning ten behoeve van tijdelijk recreatief verblijf, niet zijnde de huisvesting van seizoensarbeiders, hieronder mede begrepen arbeidsmigranten; 1.81 ruimtelijke kwaliteit kwaliteit van een gebied die bepaald wordt door de mate waarin sprake is van gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. 1.82 ruimtelijke kwaliteitsverbetering een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving volgens het Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap West-Brabant, zoals opgenomen in bijlage 2 bij de regels, en elke opeenvolgende nota waarbij het landschapsplan een toetsingskader vormt, met inachtname van de gemeentelijke verankering van het afsprakenkader via een raadsbesluit van oktober 2014. 1.83 schuilgelegenheid een gebouw, dat zowel qua afmeting als in functioneel opzicht ondergeschikt is aan het (agrarisch) hoofdgebruik. Het gaat hier onder meer om dierenverblijven, melkschuren, etc. 1.84 sociale educatieve voorzieningen een kleinschalige voorziening al dan niet gekoppeld aan een agrarisch bedrijf welke is gericht op het (in groepsverband) informeren over landbouw, landschap, natuur en recreatie.

1.85 statische binnenopslag binnenopslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, niet bestemd zijn voor handel en niet worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf. Het betreft bijvoorbeeld (seizoens)stalling van (antieke) auto's, boten, caravans, campers en dergelijke. 1.86 stedenbouwkundige waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met stedenbouwkundige elementen, zoals situatie en infrastructuur, alsmede de ligging van bouwwerken in dat gebied. 1.87 teeltondersteunende voorzieningen, permanent teeltondersteunende voorziening die voor onbepaalde tijd wordt gebruikt, niet zijnde een kas. 1.88 teeltondersteunende voorzieningen, tijdelijk teeltondersteunende voorzieningen die op dezelfde locatie gebruikt kunnen worden zo lang de teelt dit vereist, voor aaneengesloten periode van maximum van 6 maanden. Deze tijdelijke voorzieningen hebben een directe relatie met het grondgebruik. Hieronder worden verstaan (afdek)folies, insectengaas, acryldoek, wandelkappen, regenkappen, schaduwhallen, hagelnetten. 1.89 teeltondersteunende voorzieningen, overig een permanente (teelt)ondersteunende voorziening c.q. een bouwwerk in de vorm van een hek met afrastering, met een hoogte van niet meer dan 4,5 m, op boomteeltpercelen waarmee dieren van die percelen geweerd kunnen worden (boomteelthek).

1.90 veiligheidsgebied gebied in de omgeving van de start- en landingsbanen (Runway End Safety Area; Extensie Runway End Safety Area) waarbinnen op grond van artikel 13 van het Besluit burgerluchthavens, zich geen obstakels mogen bevinden welke hinder en/of gevaar kunnen opleveren voor de luchtvaart in verband met het te vroeg van de grond geraken (undershoot) of het doorschieten (overrun) bij het uitvoeren van een operatie met een luchtvaartuig. 1.91 verblijfsrecreatie het verblijf voor recreatieve doeleinden buiten de eerste woning, waarbij ten minste een nacht wordt doorgebracht, met uitzondering van overnachtingen bij familie en kennissen. Hieronder worden onder andere verstaan een camping, groepsaccommodatie, etc. NL.IMRO.1655.BP6034-C001

bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

|9 1.92 verbrede landbouw activiteiten bij een agrarisch bedrijf die voortvloeien uit de agrarische bedrijfsvoering en die ten dienste staan van het agrarische bedrijf zoals agrotoerisme, agrarisch natuurbeheer, bewerking en waardevermeerdering van ter plaatse geproduceerde producten, productiegebonden/ondergeschikte detailhandel en zorgboerderijen. 1.93 voorgevel de meest gezichtsbepalende gevel van een gebouw die georiënteerd is op de weg. 1.94 voorgevelrooilijn de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevel van het hoofdgebouw, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft. 1.95 volière Een ruime kooi van fijnmazig, transparant gaas waarin (sier)vogels en/of vlinders in gevangenschap worden gehouden. 1.96 vormverandering van een bouwvlak wijziging van de begrenzing van een bouwvlak zonder dat dit gepaard gaat met een vergroting van de totale oppervlakte. 1.97 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen, die het waterhuishoudkundige belang dienen, zoals watergangen, waterlopen, kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang of waterloop. 1.98 werk een werkzaamheid of constructie, geen gebouw of bouwwerk zijnde.

1.99 windturbine een bouwwerk ter opwekking van energie door benutting van windkracht, met uitzondering van bemalingsinstallaties voor de waterhuishouding. 1.100 wonen het gebruik van een complex van ruimten voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden. 1.101 woning/wooneenheid een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden.

NL.IMRO.1655.BP6034-C001

bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

|10

Artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand tot de weg de afstand tot de bebouwing en de as van de weg. 2.2 afstand tot de perceelsgrens de kortste afstand van het verticale vlak in de perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk. 2.3 bebouwd oppervlak van een bouwperceel de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige gebouwen tezamen. 2.4 bebouwingspercentage het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming. 2.5 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overige bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, liftkokers, luchtwassers, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.6 breedte,diepte c.q lengte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van scheidingsmuren. 2.7 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.8 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.9 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren of de verticale projectie hiervan) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.10 hoogte van een windturbine vanaf het peil tot aan de as van de windturbine. 2.11 ondergeschikte bouwonderdelen de in dit plan gegeven regels omtrent plaatsing, afstanden en maten van bouwwerken, zijn niet van toepassing op goot- en kroonlijsten, pilasters, plinten, stoeptreden, kozijnen, dorpels, luifels, schoorstenen, liftschachten, luchtwassers, lichtkoepels en soortgelijke ondergeschikte bouwdelen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 m. 2.12 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.13 peil a. voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein.

NL.IMRO.1655.BP6034-C001

bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

|11

2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Agrarisch 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarische gebruik, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen en hobbymatige agrarische activiteiten; b. (vollegronds)teeltbedrijven; c. groenvoorzieningen; d. (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen; e. water, waterhuishoudkundige en nutsvoorzieningen; f. recreatief medegebruik; g. behoud, herstel en ontwikkeling van de landschapswaarden h. tevens tuinen, niet zijnde erf, direct grenzend aan: 1. bestemmingsvlakken anders dan 'Agrarisch', 'Agrarisch met waarden – landschapswaarden' of 'Agrarisch met waarden – Natuur en landschapswaarden', of; 2. bouwvlakken. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; b. de bouwhoogte van lage tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 0,5 m; c. de bouwhoogte van overige teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 2 m; d. de oppervlakte van lage tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 2,5 ha; e. lichtmasten zijn niet toegestaan; f. sleufsilo's en kuilvoerplaten zijn niet toegestaan; g. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m; h.

de oppervlakte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 10 m2.

NL.IMRO.1655.BP6034-C001

bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

|12

Artikel 4 Groen- landschappelijke inpassing 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen- landschappelijke inpassing' aangewezen gronden zijn bestemd voor aanleg, beheer en instandhouding van landschappelijke inpassing. 4.2 Bouwregels Op deze gronden mogen uitsluitend erf- en terreinafscheidingen worden gebouwd. 4.3 Specifieke gebruiksregels 4.3.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden voor: a. het realiseren van parkeerplaatsen; b. het gebruik als kampeerterrein; c. buitenopslag; d. het lozen en/of opslaan van stoffen.

NL.IMRO.1655.BP6034-C001

bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd

|13

Artikel 5 Natuur 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, herstel en/of ontwikkeling van het bos/bosschages en de bijbehorende bosgroeiplaats; b. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de houtteelt/houtproductie; c. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden; d. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de natuurwaarden; e. ter plaatse van de aanduiding 'Natuur Netwerk Brabant', het behoud, herstel, bescherming en/of ontwikkeling van het Natuur Netwerk Brabant; f. het behoud en bescherming van bestaande ecologische verbindingszones; g. (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; i. extensief recreatief medegebruik. 5.2 Bouwregels Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd, behoudens: a. eenvoudige voorzieningen in de vorm van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor extensief recreatief medegebruik, zoals informatieborden, picknickplekken, banken en afvalbakken, waarbij de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3m; 5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5 lid 2 voor: a. het bouwen van bouwwerken ten behoeve van het bos- en natuurbeheer, mits: 1. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m; 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/572/documents/16705