Bijlage 1 Bestemmingsplan Dorpsstraat 34-40 Oud Gastel.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Dorpsstraat 34-40 Oud Gastel Toelichting
datum projectnummer
14 juli 2022 202105
Bestemmingsplan Dorpsstraat 34-40 Oud Gastel
Aveco de Bondt BV Boschstraat 35, 4811 GB Breda T +31 76 522 52 62 www.avecodebondt.nl
Gemeente Halderberge Toelichting
project projectnummer projectleider
opdrachtgever
status versie fase auteur
Bestemmingsplan Dorpsstraat 34-40 Oud Gastel 202105 Toby van Baast JAWEL Bouw bv
Definitief 4.0 Vastgesteld Toby van Baast MSc
paraaf gecontroleerd
Marcel Volbeda
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding en doel Begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
1 1 1 2 2
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.5.1 2.5.2
Planbeschrijving Inleiding Beschrijving huidige situatie Beoogde situatie plangebied Stedenbouwkundige inpassing Parkeren & verkeer Parkeren Verkeer
3 3 3 4 5 7 7 8
3 Beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020 3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 3.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) 3.4 Provinciaal beleid 3.4.1 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’, 2018 3.4.2 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) – partiële herziening 2014, 2014 3.4.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 3.4.3.1 Artikel 3.42: Duurzame stedelijke ontwikkeling
10 10 10 10 11 12 16 16 17 18 19
3.4.3.2 Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies
19
3.5 3.5.1 3.5.2 3.5.3
Gemeentelijk beleid Structuurvisie Halderberge 2025 Woonvisie Halderberge 2016-2020 Economische Visie Halderberge 2020
21 21 23 24
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.6.1 4.6.2 4.7 4.8 4.9 4.9.1
Planologisch relevante (milieu)aspecten Inleiding Bodem Waterhuishouding Cultuurhistorie Archeologie Ecologie Natuurgebieden Flora en fauna Wegverkeerslawaai Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Inrichtingen en externe veiligheid
25 25 25 26 30 32 34 34 35 37 38 40 40
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
4.9.2 4.9.3 4.10 4.11 4.12
Transport en externe veiligheid Buisleidingen en externe veiligheid Luchtkwaliteit Kabels en leidingen Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling
42 42 43 44 45
5 5.1 5.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4
Juridische plantoelichting Inleiding Opbouw van de regels Regels Hoofdstuk 1 ‘Inleidende regels’ Hoofdstuk 2 ‘Bestemmingsregels’ Hoofdstuk 3 ‘Algemene regels’ Hoofdstuk 4 ‘Overgangs- en slotregels’
47 47 47 47 47 48 48 48
6 6.1 6.2 6.3
Economische uitvoerbaarheid Inleiding Toepassing Grondexploitatiewet Economische uitvoerbaarheid
50 50 50 50
7 7.1 7.2 7.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg Omgevingsdialoog Zienswijzen
51 51 51 51
Bijlagen Bijlage 1 Parkeerbalans Bijlage 2 Beoordeling ontsluiting Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4 Berekening waterberging Bijlage 5 Onderzoek archeologie Bijlage 6 Handreiking woningbouw en Aerius Bijlage 7 Quickscan soortenbescherming Bijlage 8 Gierzwaluw- en vleermuisonderzoek Bijlage 9 Memo wegverkeerslawaai Bijlage 10 Standaardadvies gemeente Halderberge (2021) Bijlage 11 Omgevingsdialoog Bijlage 12 Nota van zienswijzen
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
1
Inleiding
1.1 Aanleiding en doel Aan de Dorpsstraat 34 t/m 40 in Oud Gastel, gemeente Halderberge, staat een aantal winkelpanden, waarbij grotendeels sprake is van leegstand. Tevens is een (boven)woning aanwezig. Het voornemen bestaat om de bestaande panden te slopen en hiervoor in de plaats 18 woningen te realiseren in de vorm van appartementen en grondgebonden woningen. Daarbij wordt tevens gebruik gemaakt van een deel van het perceel van het aangrenzende pand Dorpsstraat 42, dat een rijksmonument is. Het college van burgemeester en wethouders heeft per brief d.d. 15 april 2020 kenbaar gemaakt dat principemedewerking kan worden verleend aan het initiatief. In dit besluit speelde tevens mee dat eerder al 10 nieuwe woningen waren gereserveerd voor deze locatie. Ter plaatse is reeds één woningbouwtitel aanwezig in de vorm van de te slopen (boven)woning. Besloten is om nog 7 extra woningen toe te voegen in het woningbouwprogramma om de bouw van de 18 nieuwe woningen mogelijk te kunnen maken. 1.2 Begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen aan de Dorpsstraat in Oud Gastel en wordt aan de westzijde begrensd door deze weg. Aan de oostzijde vormt de Eikenlaan de begrenzing. De overige plangrenzen worden gevormd door de perceelsgrenzen van de naastgelegen woon- en winkelpanden, waaronder de tuin van het monumentale Mastboomhuis.
De percelen waarop zich de te slopen panden bevinden staan kadastraal bekend als gemeente Gastel, sectie D, nummers 2639, 2640, 3795 en 3833 en zijn gezamenlijk circa 2.050 m 2 groot. Het perceel van Dorpsstraat 42 staat kadastraal bekend als gemeente Gastel, sectie D, nummer 5343 en is circa 2.390 m2 groot. Hiervan wordt circa 700 m2 benut voor het planvoornemen. De totale omvang van het plangebied bedraagt daarmee circa 2.750 m2.
Satellietfoto met kadastrale nummers. Het plangebied is rood omkaderd. Bron: © Cyclomedia Technology B.V., 2021.
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
P 1/64
1.3 Vigerend bestemmingsplan Het vigerende bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan “Kom Oud Gastel” (vastgesteld 20 april 2017) van de gemeente Halderberge. In dit bestemmingsplan zijn de gronden ter plaatse van het plangebied overwegend bestemd als ‘Centrum’. Binnen het bestemmingsvlak ‘Centrum’ is aan de westzijde een bouwvlak aanwezig met op een gedeelte daarvan de aanduiding ‘horeca’. Aan de oostzijde van het plangebied ligt, buiten het bouwvlak, deels de aanduiding ‘bijgebouwen’. Een smalle strook aan de oostzijde van het plangebied heeft de bestemming ‘Verkeer’. Aan een deel van de bebouwing is de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie historische bebouwing’ toegekend. De bouw- en gebruiksregels van de vigerende bestemming ‘Centrum’ staan in beginsel woningbouw toe, echter het aanwezige bouwvlak en de daaraan gekoppelde maximaal toegestane goot- en bouwhoogte zijn ontoereikend om het beoogde bouwplan te kunnen realiseren. Bovendien is uitsluitend het bestaande aantal woningen toegestaan, hetgeen eveneens onvoldoende is voor de nieuwbouw. De verkeersbestemming biedt slechts mogelijkheden voor de aanleg van een deel van de parkeerplaatsen ter hoogte van de Eikenlaan. Het planvoornemen is derhalve niet realiseerbaar op basis van het vigerende bestemmingsplan.
Om het voorgenomen initiatief juridisch-planologisch mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Het onderhavige bestemmingsplan “Dorpsstraat 34-40 Oud Gastel” betreft dit nieuwe bestemmingsplan en biedt het juridisch-planologische kader om het planvoornemen te kunnen realiseren.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Kom Oud Gastel” met rood omkaderd weergegeven het plangebied rood omkaderd. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige en de nieuwe situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft de relevante beleidsdocumenten die door de te onderscheiden overheden zijn gepubliceerd. In hoofdstuk 4 komen de planologisch relevante milieuaspecten (zoals bodem, water, flora en fauna en milieuzonering) aan de orde. In hoofdstuk 5 wordt de juridische vormgeving van het plan toegelicht. Hierna komen in hoofdstuk 6 en 7 de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke toetsing/overleg aan de orde.
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
P 2/64
2
Planbeschrijving
2.1 Inleiding Voor het formuleren van het beleid en het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangspunten en de huidige situatie van het plangebied goed in beeld wordt gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk wordt de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven. Ook wordt ingegaan op de stedenbouwkundige inpassing en de aspecten verkeer en parkeren. 2.2 Beschrijving huidige situatie Het plangebied bestaat globaal uit twee delen: een noordelijk en een zuidelijk deel. Het noordelijk deel behoort in de huidige situatie tot het bestaande en te behouden pand aan de Dorpsstraat 42. Het betreft een herenhuis uit 1874 met bijbehorende voormalige tuinmanswoning en schuur. Het pand is een rijksmonument en thans in gebruik als museum (Mastboomhuis). Het achtererf bij deze gebouwen is als tuin ingericht en wordt deels bij het plangebied betrokken. Het zuidelijke deel van het plangebied betreft de panden aan de Dorpsstraat 34, 36 en 38a tot en met 40d. Dorpsstraat 34 en 36 betreffen winkelpanden uit respectievelijk 1972 en 1935. In het pand Dorpsstraat 34 is op de verdieping een woning aanwezig. Op nummers 38a tot en met 40d staat het pand van ‘Winkelcentrum Oud Gastel’, dat dateert van 1992. De achterterreinen bij de winkelpanden zijn vrijwel volledig verhard en worden benut voor de bevoorrading.
De winkelpanden staan in de huidige situatie grotendeels leeg en zijn deels verwaarloosd.
Vogelvluchtfoto met het plangebied gezien vanuit westelijke richting. Het plangebied is rood omkaderd. Bron: © Cyclomedia Technology B.V., 2021.
Bron: Compositie 5 stedenbouw bv, 2019. datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
P 3/64
Monumentaal pand Dorpsstraat 42
Winkelcentrum Oud Gastel
Dorpsstraat 34 en 36
Achterzijde plangebied
Impressie van het plangebied. Bron: © Cyclomedia Technology B.V., 2021.
2.3 Beoogde situatie plangebied In de beoogde situatie vinden geen ingrepen plaats aan de bebouwing op nummer 42, deze blijft geheel ongewijzigd behouden. Wel wordt een gedeelte van de tuin behorende bij nummer 42 benut voor de nieuwbouwplannen. Het resterende gedeelte van de tuin wordt heringericht als boomgaard en zal openbaar toegankelijk zijn op de openingstijden van het museum. Aan de zijde van de Eikenlaan wordt een aantal haaksparkeervakken gerealiseerd. De bebouwing op nummer 34 tot en met 40 wordt geheel gesloopt en de aanwezige verharding verwijderd. Hiervoor in de plaats wordt aan de zijde van de Dorpsstraat een nieuw appartementengebouw gerealiseerd bestaande uit drie bouwlagen, waarbij de derde bouwlaag in setback is uitgevoerd. In totaal omvat het gebouw 12 appartementen en inpandige bergingen. Op het achterliggende terrein worden 6 patiowoningen gerealiseerd in 1 bouwlaag en afgedekt met een sedumdak. Tevens wordt hier een berging gebouwd voor het museum en ten behoeve van de inzameling van het huishoudelijk afval. Er worden hiertoe twee containers geplaatst in de berging en een derde in een specifieke gezamenlijke containerruimte van 15 m2 groot. Op het achterterrein is voorts voorzien in parkeer- en groenvoorzieningen. Ter ontsluiting van zowel de appartementen als de patiowoningen komt er een nieuwe uitrit op de Eikenlaan.
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
P 4/64
Verkavelingstekening plangebied. Bron: Vergouwen & Van Rijen Architecten
2.4
Stedenbouwkundige inpassing
Bebouwing Vanaf de Dorpsstraat wordt het aanzicht in de beoogde situatie bepaald door het appartementengebouw. Dit sluit wat betreft massaopbouw, gevelindeling en bouwhoogte aan bij de bestaande bebouwing in de omgeving. Ten opzichte van de bestaande situatie met de gedateerde en uit de toon vallende gevel van het winkelcentrum vindt daarmee een aanzienlijke verbetering van het bebouwingsbeeld plaats. Het planvoornemen doet recht aan het stedenbouwkundige weefsel aan de Dorpsstraat. De patiowoningen zijn gesitueerd op het achterterrein en daardoor niet zichtbaar vanaf de Dorpsstraat. Aangezien het bebouwing in één laag betreft die bovendien op enige afstand van de Eikenlaan is gelegen, heeft de nieuwbouw eveneens slechts een geringe impact op het straatbeeld aan de Eikenlaan. In samenhang met de herinrichting van de tuin bij het museum blijft daarmee in de beoogde situatie sprake van een groene aanblik aan de zijde van de Eikenlaan. De laagbouw betekent ook dat de privacy van omliggende woonpercelen niet in het geding is.
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
P 5/64
Impressie gevelaanzicht appartementen vanaf de Dorpsstraat. Bron: Vergouwen & Van Rijen Architecten
Impressie patiowoningen gezien vanaf de Eikenlaan. Bron: Vergouwen & Van Rijen Architecten
Welstand Conform de ‘Welstandsnota 2017 gemeente Halderberge’ (vastgesteld 25 mei 2016) behoort het plangebied tot een gebied waar voor nieuwe ontwikkelingen een toets door de Welstandscommissie wordt verlangd. Ook gelet op het monumentale pand van het museum aan de Dorpsstraat 42 is het bouwplan op 4 september 2020 voorgelegd aan de Welstands- en Monumentencommissie Halderberge (WMC). Het plan is in overleg met de
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
P 6/64
stedenbouwkundige van de gemeente besproken. In de hoofdopzet wordt het plan voorstelbaar geacht. De WMC is derhalve van mening dat het plan uit oogpunt van monumentenzorg voldoet, mits een verdere uitwerking en bemonstering (documentatie) van de toe te passen materialen wordt aangeleverd ten behoeve van een definitieve advisering. Openbare ruimte De openbare ruimte op het achterterrein wordt groen ingericht met lage groene hagen en lage beplating (struiken en bodembedekkers). Tevens komen er diverse bomen ter begeleiding van de toegangsweg. Aan de oostzijde loopt de openbare ruimte over in de tuin bij het museum, die als openbaar toegankelijke boomgaard wordt ingericht. De boomgaard bij het museum is afsluitbaar door middel van een poort. Tussen de nieuwe parkeervoorzieningen aan de Eikenlaan en de boomgaard wordt de bestaande schutting verplaatst. Duurzaamheid In het bouwplan is veel aandacht geschonken aan duurzaamheid. Alle woningen worden energiezuinig en gasloos uitgevoerd. De patiowoningen zijn bovendien voorzien van sedum daken en zonnepanelen. 2.5
Parkeren & verkeer
2.5.1
Parkeren
Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de “Reparatiewet BZK” op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren middels de bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en / of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid. Beoordeling Door de gemeente Halderberge zijn in de ‘Kadernota Parkeren 2017-2021’ d.d. 9 februari 2017 parkeernormen gesteld waarbij zoveel mogelijk aansluiting is gezocht bij de parkeernormen zoals die zijn gesteld in de destijds geldende publicatie van het CROW. De kadernota onderscheidt parkeernomen voor het gebied ‘Gebied A Centrum Oudenbosch’, ‘Gebied B Oudenbosch’ en ‘Gebied C overig’. Het plangebied is blijkens de bijbehorende kaart gelegen in het gebied ‘Gebied C overig’. In de bijlage bij de kadernota zijn de parkeernomen per functie benoemd. Voor de functie woningen gelden de navolgende parkeercijfers.
Parkeernormen voor de functie woningen per deelgebied. Rood omkaderd zijn de relevante parkeernormen voor onderhavig initiatief. Bron: bijlage 1 ‘Kadernota Parkeren 2017-2021’ van de gemeente Halderberge.
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
P 7/64
Ten behoeve van het initiatief is een parkeerbalans opgesteld, die als bijlage 1 bij deze toelichting is opgenomen. In de parkeerbalans is de parkeervraag van de huidige situatie afgezet tegen de parkeervraag van de nieuwe situatie en is het parkeeraanbod in de nieuwe situatie weergegeven. Er is daarbij onderscheid gemaakt in drie dagmomenten: werkdag, avond/nacht en zaterdagmiddag. Als het totaal aan parkeervraag minus het parkeeraanbod lager of gelijk is aan 0 dan voldoet het aanbod aan de vraag. Als het totaal hoger is dan 0 dan is er een tekort aan parkeervakken. Uit de parkeerbalans blijkt dat het parkeeraanbod op werkdagen en zaterdagmiddagen ruimschoots voldoet. In de avond/nacht voldoet het aanbod met 16 vakken op eigen grond, 6 opritten bij de patiowoningen en 12 vakken aan de Eikenlaan, precies aan de parkeervraag van 34 parkeerplaatsen. Conclusie Binnen het plangebied en in de openbare ruimte is voldoende parkeergelegenheid aanwezig om te kunnen voldoen aan de parkeernorm zoals gesteld in de ‘Kadernota Parkeren 2017-2021’ van de gemeente Halderberge. Realisatie van de benodigde parkeerplaatsen is gewaarborgd in artikel 10.1 van de regels. 2.5.2 Verkeer Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat met de nieuwbouw, dienen de kengetallen uit de ASVV 2012 van het CROW te worden geraadpleegd.
Het plangebied is, op basis van de ‘Kadernota Parkeren 20172021’ van de gemeente Halderberge, gelegen in de bebouwde kom van Oud Gastel en te typeren als weinig stedelijk. Ter plaatse van het plangebied zijn momenteel winkels (1.350 m 2 bvo) en een cafetaria (250 m2 bvo) gevestigd. Voor een ‘buurt- of dorpscentrum’ geldt in weinig stedelijk gebied in de schil centrum een verkeersgeneratie van maximaal 4,3 voertuigen per etmaal (vpe) per 100 m2 bvo. De winkels genereren daarmee (1.350/100 x 4,3 =) 58,05 vpe. Een ‘café/bar/cafetaria’ genereert 7,0 vpe per 100 m 2 bvo en in onderhavig geval derhalve (250/100 x 7,0 =) 17,5 vpe. De bestaande bovenwoning (huur, etagewoning midden/goedkoop genereert) 4,5 vpe. In totaal is daarmee sprake van een verkeersgeneratie van 80,05 vpe in de huidige situatie. In de beoogde situatie is sprake van de volgende woningtypen en de daaraan verbonden maximale vpe: Woningtype
koop of huur
vpe / woning
vpe totaal
4 patiowoningen
koop, tussen/hoek
7,6
30,4
2 patiowoningen
koop, 2/1 kap
8,0
16
9 etagewoningen
koop, goedkoop
5,6
50,4
3 etagewoningen
koop, middelduur
6,2
18,6
Totaal
115,4 vpe
In totaal genereert het plan 115,4 vpe. In vergelijking met de huidige situatie is ten gevolge van het plan derhalve sprake van een toename van 35,35 vpe. In de berekening van de verkeersgeneratie is het museum aan de Dorpsstraat 42 buiten beschouwing gelaten, aangezien daarin geen wijzigingen optreden. De toename is dermate gering dat de afwikkeling van het verkeer via de Eikenlaan en de Dorpsstraat niet in het geding gaat komen. Teneinde te bepalen op welke wijze vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid en lichthinder
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
P 8/64
de aansluiting op de Eikenlaan het best kan worden gerealiseerd, is door adviesbureau Goudappel een aantal ontsluitingsmogelijkheden beoordeeld. Deze beoordeling is als bijlage 2 opgenomen bij de toelichting. Op basis van de beoordeling van Goudappel is ervoor gekozen om de ontsluiting te realiseren ter hoogte van het bestaande kruispunt van de Eikenlaan met de Meidoornlaan, met verplichte rijrichting rechtdoor of linksaf (optie 1b).
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
P 9/64
3
Beleidskader
3.1 Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. 3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020
Toetsingskader Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes, want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers.
De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Beoordeling De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden, zodat een gebiedsgerichte aanpak en maatwerk mogelijk is. Deze uitwerking heeft nog niet plaatsgevonden en is bovendien op een schaalniveau die het onderhavig plangebied overstijgt. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de Nationale Omgevingsvisie van het Rijk.
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
P 10/64
3.2.2
Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012
Toetsingskader Het Rijk heeft voor een beperkt aantal onderwerpen vastgesteld dat de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. Deze kaderstellende uitspraken zijn zodanig geformuleerd dat deze beperkingen stellen aan de ruimtelijke besluitvormings-mogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van provincies en gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de voorheen geldende SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening.
Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).
Ligging van Oud Gastel binnen het radarverstoringsgebied van vliegbasis Herwijnen. Met de gele ster wordt het plangebied aangeduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021.
Beoordeling Het onderhavige plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen. In het radarverstoringsgebied is een maximale bouwhoogte toegestaan van 90 meter ten opzichte van het NAP. Aangezien met het planvoornemen geen bebouwing met een dergelijke hoogte mogelijk wordt gemaakt vormt de ligging van het plangebied in het radarverstoringsgebied geen belemmering.
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
P 11/64
Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plan geen regels uit het Barro en de Rarro van toepassing, aangezien er bij onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkelingen passend zijn binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro. 3.3
Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro)
Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden.
Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uiteen worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast. Beoordeling Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de ‘ladder’ verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden voldaan. a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e.
Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Het planvoornemen maakt de realisatie van 18 woningen mogelijk. Eén bestaande woning (bovenwoning in het pand aan de Dorpsstraat 34) wordt geamoveerd. Het onderhavige ruimtelijk besluit maakt daarmee ter plaatse van het plangebied de planologische toevoeging van 17 woningen mogelijk. De ontwikkeling is daarom gelet op
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
P 12/64
de omvang als ‘stedelijke ontwikkeling’ te classificeren. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ moet verder worden doorlopen. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat van een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling kan worden gesproken als uit een onderling samenhangende beoordeling van het ruimtelijke besluit, in vergelijking met het voorgaande planologische regime, blijkt dat sprake is van een functiewijziging en dat sprake is van een groter planologisch beslag op de ruimte. Het plangebied heeft thans overwegend de bestemming ‘Centrum’. Gronden binnen de centrumbestemming zijn met name bedoeld voor kantoren, detailhandel, dienstverlening en wonen. Ter plaatse mogen uitsluitend gebouwen worden opgericht binnen een bouwvlak of binnen de bouwaanduiding ‘bijgebouwen’. Het bouwvlak beperkt zich tot de zijde van de Dorpsstraat en sluit de bouw van gebouwen hoger dan 5 meter grotendeels uit. Er is in de huidige situatie één woning toegestaan. Het onderhavige ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het plangebied de bouw van 18 woningen mogelijk, waaronder een appartementengebouw van circa 9 meter hoog. Gelet hierop is sprake van een functiewijziging en vindt tevens een vergroting van het planologisch beslag op de ruimte plaats. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ moet verder worden doorlopen.
Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat, indien sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling in het ruimtelijk besluit dient te worden beschreven. Het kan hierbij zowel gaan om een kwantitatieve als een kwalitatieve behoefte. De beschrijving van de behoefte dient te worden gebaseerd op voldoende actuele, concrete en zo mogelijk cijfermatige gegevens. Het is niet in strijd met art. 3.1.6, lid 2 Bro als voor de onderbouwing van de behoefte in het ruimtelijk besluit wordt verwezen naar een of meer onderzoeksrapporten of beleidsdocumenten.
Woningbehoefteprognose gemeente Halderberge. Bron: ‘Perspectief op wonen en woningbouw WestBrabant West 2020’.
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
P 13/64
De behoefte aan woningen wordt in de subregio West (van West-Brabant) bepaald aan de hand van het ‘Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant West 2020’ d.d. 22 november 2019. Hierin stemt de gemeente Halderberge het woningbouwprogramma in regionaal verband af met andere gemeenten in de regio West-Brabant West. De focus is daarbij gericht op een vijftal opgaven/ambities. Tweemaal per jaar wordt de gemeentelijke woningbouwplanning en -programmering met elkaar gedeeld, besproken en afgestemd. Via een regionale aanpak worden jaarlijks de mogelijkheden ten aanzien van leegstand en transformatie in beeld gebracht. Ook wordt regionaal werk gemaakt van de huisvesting van arbeidsmigranten. Nieuw in het perspectief is de regionale aanpak met betrekking tot nieuwe woonvormen en zelfbouw. Tenslotte maken – als vijfde lijn – inspiratie en informatieuitwisseling over een (meer) toekomstbestendige woningvoorraad deel uit van de ‘doe-agenda-2020’, die in het perspectief is opgenomen. In het woningbouwprogramma van Halderberge staat de ambitie om ruim 1.000 woningen te realiseren de komende 10 jaar. Ruim 60% van de plannen betreffen inbreidingslocaties. In het programma is er naar verwachting nog voldoende flexibele ruimte voor transformatie.
Eenmaal per jaar vindt er een actualisatie van de woningbehoefte plaats door het uitvoeren van de woningbehoeftepeilingen, op basis van de actuele informatie wordt het woningbouwprogramma bijgesteld.
Woningbouwprogramma gemeente Halderberge 2018-2028, waarin het plan gedeeltelijk is opgenomen.
Onderhavig plan behelst de realisatie van 18 nieuwe woningen. Het plan is gedeeltelijk opgenomen in het actuele gemeentelijke woningbouwprogramma, zoals onderstaand weergegeven voor Oud Gastel. In het programma is uitsluitend de locatie van het winkelcentrum benoemd, alwaar 10 woningen voor zijn gereserveerd. Het gedeelte aan de Dorpsstraat 34 en 36 en de 8 extra woningen die daarmee samenhangen vallen buiten het woningbouwprogramma. Ten behoeve van de 8 woningen die aan het woningbouwprogramma dienen te worden toegevoegd om het planvoornemen (geheel) tot uitvoer te kunnen brengen zijn door het college van burgermeester en wethouders aanvullend 8 extra woningen gereserveerd.
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
P 14/64
Periodiek wordt de woningbouwprogrammering voor Halderberge bijgewerkt en vastgesteld. De toe te voegen woningen zijn in deze aantallen meegenomen. De behoefte aan type woningen is onderzocht in de ‘Woningbehoeftepeiling 2019’ (versie 20 december 2019). Door middel van een innovatieve en interactieve bijeenkomst met lokale en regionale partijen is de woningbehoeftepeiling van 2018 geactualiseerd. Door ontwikkelaars, makelaars, belangenorganisaties, financiële partijen, adviesraden, samenstichtingen, huurderbelangenvereniging en medewerkers van de gemeente Halderberge is de behoefte oftewel de vraagkant in beeld gebracht. In 2019 zijn in de gemeente Halderberge 12.775 bewoonde woningen aanwezig. Deze woningvoorraad bestaat uit 65% koopwoningen, 29% sociale huurwoningen en 6% particuliere huurwoningen. Financiële partners en ontwikkelaars geven aan dat nieuwbouwwoningen zeer gewild zijn en in korte termijn worden verkocht. Er is in Oud Gastel behoefte aan appartementen voor starters en senioren, aangezien dit woningtype momenteel nagenoeg niet aanwezig is. Voor senioren geldt dat het appartement centraal gelegen dient te zijn, in de nabijheid van voorzieningen. Starters zijn voornamelijk op zoek naar een betaalbare woning, niet te groot. Tevens is behoefte aan patiowoningen in het centrum gericht op 55-plussers, nabij voorzieningen en het liefst met een kleine buitenruimte.
Het gaat hierbij hoofdzakelijk om kleine woningen, die voor senioren gelijkvloers moeten zijn. De behoefte aan dit type woning blijkt ook uit de trends en ontwikkelingen zoals gepresenteerd in de Woningbehoeftepeiling 2019. Hierin wordt geconstateerd dat mensen steeds ouder worden. Dit kan ertoe leiden dat ouderen kiezen voor een andere woning of woonomgeving. Uit de peiling blijkt dat 55-plussers zich steeds meer bewust worden van de levensveranderingen die op een bepaald moment kunnen gaan ontstaan. Zij ervaren nu hoe hun ouders zorgbehoevend geraken en bijvoorbeeld de wens hebben om de badkamer en/of slaapkamer op de begane grond te realiseren. Steeds meer 55-plussers die verhuizen, kiezen voor een gelijkvloerse woning met een kleine buitenruimte. Dit met de gedachte dat zij daar zo lang mogelijk kunnen blijven wonen en er weinig aanpassingen aan de woning dienen te worden gedaan. (Levensloopbestendige) patiowoningen zijn dus populair onder deze doelgroep. Uit de peiling is gebleken dat de verhuisgeneigdheid onder de 55 plussers (nog) niet zo groot is. Het toevoegen van patiowoningen zal dus in kleine fases moeten gebeuren om eerst deze verhuisweging en doorstroming op gang te brengen. Bij nieuwbouw van patiowoningen dient aandacht te worden besteed aan de realisatie van de woningen op de juiste locaties. Voornamelijk de nabijheid van voorzieningen is belangrijk.
Met onderhavig planvoornemen wordt voorzien in 9 kleinere koopappartementen en 3 middelgrote koopappartementen. Tevens worden 6 nieuwe en levensloopbestendige patiowoningen gerealiseerd. Het plangebied is gesitueerd in het centrum van Oud Gastel, nabij diverse voorzieningen. Deze woningtypes zijn voor de beoogde doelgroepen (starters en senioren) blijkens de Woningbehoeftepeiling 2019 zeer goed passend op onderhavige locatie. Tegelijkertijd is het plan niet van dusdanige omvang dat de lage verhuisgeneigdheid onder 55 plussers parten gaat spelen. Het plan past derhalve ook binnen de kwalitatieve behoefte aan woningen in Oud Gastel. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? Uit de wetstekst en de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat indien de ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ buiten ‘bestaand stedelijk gebied’ is gelegen, de verantwoording in het ruimtelijke besluit een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het vigerende bestemmingsplan maakt binnen het plangebied reeds een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing mogelijk. Gelet daarop is het onderhavige plangebied gelegen binnen het ‘bestaand stedelijk gebied’ van Oud Gastel. De Ladder behoeft niet verder te worden doorlopen.
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
P 15/64
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling is aan te merken als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. De ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ voorziet in een behoefte aan woningen en wordt gerealiseerd binnen het ‘bestaand stedelijk gebied’. 3.4
Provinciaal beleid
3.4.1
Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’, 2018
Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de Omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeersen vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie. Voor wat betreft sectorale beleidsdoelen blijven de huidige plannen, waaronder de SVRO, vooralsnog gelden. In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen.
De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Het bereiken van een gezonde leefomgeving is essentieel. Om die doelstelling kracht bij te zetten wordt de Brabantse Omgevingsscan vanaf de vaststelling van de Omgevingsvisie geïmplementeerd in de nieuwe werkwijze onder de Omgevingswet. Deze omgevingsscan is een instrument om invulling te geven aan de positie van gezondheid in de nieuwe bestuurspraktijk onder de Omgevingswet. Beoordeling Met de omgevingsvisie kiest de provincie ervoor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten, gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Het voorliggend initiatief betreft de realisatie van 18 nieuwe woningen op een inbreidingslocatie binnen het bestaand stedelijk gebied. De woningen worden levensloopbestendig uitgevoerd en zijn gesitueerd nabij diverse centrumvoorzieningen. De woningen worden hoofdzakelijk gerealiseerd op een voormalige winkellocatie. Hiermee wordt verdere leegstand en verloedering van de bestaande bebouwing voorkomen waardoor bestaande kwaliteiten behouden blijven.
Het planvoornemen past daarmee binnen de omgevingsvisie. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant.
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
P 16/64
3.4.2
Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) – partiële herziening 2014, 2014
Toetsingskader De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 – partiële herziening 2014 (SVRO 2014) betreft een herziening van de op 1 oktober 2010 vastgestelde Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010. De partiële herziening is door Provinciale Staten van Noord-Brabant op 7 februari 2014 vastgesteld en is in werking getreden op 19 maart 2014. Deze structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De genoemde visie in de partiële herziening is doorvertaald in de regels van de Verordening ruimte 2014. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Het doel dat centraal staat in de SVRO is een goede woon-, werk- en leefomgeving voor inwoners en bedrijven in Noord-Brabant. Beoordeling Op de structurenkaart van de SVRO 2014 is het plangebied gelegen binnen de structuur ‘Stedelijke structuur’ met als perspectief ‘Kernen in het landelijk gebied’.
Uitsnede Structurenkaart uit Structuurvisie Ruimtelijke Ordening met het plangebied aangeduid met een gele ster. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021.
De provincie onderscheidt binnen de stedelijke structuur de kernen in het landelijk gebied. De kernen in het landelijk gebied voorzien in beginsel in de opvang van de lokale verstedelijkingsbehoefte. De kernen in NoordBrabant hebben elk hun eigen karakter en relatie met het Brabantse landschap. Grote kernen hebben hun dorpse karakter grotendeels verloren en hebben een suburbaan karakter ontwikkeld. De kleinere kernen maken meer deel uit van het omliggende landschap en hebben nog een natuurlijke overgang richting het landschap. Dit verschil in ontwikkeling heeft geleid tot de meer suburbane kernen, de dorpen en de plattelandskernen. De provincie vindt het belangrijk dat stedelijke ontwikkelingen qua maat en schaal passen bij de kern. De ontwerpopgave hangt daarnaast samen met de historisch gegroeide identiteit van de kern en omliggend landschap en met de fase van verstedelijking van de kern (suburbaan, dorps of plattelandskern).
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
P 17/64
Met voorliggend planvoornemen worden 18 nieuwe woningen mogelijk gemaakt binnen de stedelijke structuur van Oud Gastel. De woningen worden opgericht binnen een bestaand bouwperceel. Het plan draagt, gezien de ligging van het plangebied, bij aan de concentratie van verstedelijking binnen de bestaande stedelijke structuur. Hiermee wordt voldaan aan het beleid van de provincie dat gericht is op inbreiden en herstructureren. Conclusie De gewenste ontwikkeling is passend binnen de provinciale Structuurvisie. 3.4.3
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma’s en waarden worden beschermd via de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov) vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening.
Uitsnede kaartbeeld ‘Stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ uit de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is globaal aangeduid met een gele ster. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021.
De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening Noord-Brabant. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze, waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen.
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
P 18/64
Beoordeling Het plangebied ligt geheel binnen het ‘Stedelijk gebied’. Voor het overige ligt binnen het plangebied geen ander werkingsgebied. Wel gelden de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals geformuleerd in art. 3.5 t/m 3.8 Iov. 3.4.3.1
Artikel 3.42: Duurzame stedelijke ontwikkeling
Toetsingskader Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.
Beoordeling Onderhavige ontwikkeling betreft het planologisch toevoegen van een woongebied met 12 appartementen en 6 grondgebonden woningen in het bestaand stedelijk gebied van Oud Gastel. De nieuwbouw van woningen is toegestaan binnen het Stedelijk gebied als bepaald in artikel 3.42 Iov, mits passend binnen de woningbouwafspraken zoals deze op regionaal niveau zijn bepaald en mits de beoogde nieuwbouw zich verhoudt tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw. Paragraaf 3.2.3 van deze toelichting bevat een verantwoording over de wijze waarop de afspraken die daarover zijn gemaakt in het regionaal ruimtelijk overleg worden nagekomen en hoe de beoogde nieuwbouw zich verhoudt tot deze afspraken en tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw. Onderhavige ontwikkeling betreft voorts een ‘duurzame stedelijke ontwikkeling’: de ontwikkeling bevordert zorgvuldig ruimtegebruik door gebruikmaking van een inbreidingslocatie. Tevens bevordert het plan een gezonde leefomgeving door woningen te realiseren binnen het centrum van Oud Gastel, alwaar voorzieningen op loopafstand te bereiken zijn. Tot slot wordt de mogelijkheid tot productie en gebruik van duurzame energie niet belemmerd. Conclusie Onderhavig initiatief voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden in artikel 3.42 Iov. 3.4.3.2
Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies
Toetsingskader In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2 Iov) is in artikel 3.5 opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
P 19/64
omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Ad a) - Zorgvuldig ruimtegebruik: 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: • • b. c. 2.
nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel.
Ad b) - Toepassing van de lagenbenadering 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. 2. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. 3. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Ad c) - meerwaarderecreatie 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. 2.
De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie.
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
P 20/64
Beoordeling Voorwaarden ad a: a. De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Dit betreft het bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel. Van beide is sprake. b. Bij een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hieraan is in paragraaf 3.2.3 getoetst. c. Gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De begrenzing van de beoogde bouwvlakken voor de woningen is zodanig afgestemd dat hieraan toepassing wordt gegeven. Voorwaarden ad b: a. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de ondergrond. In hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting wordt ingegaan op deze effecten. b. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de netwerklaag. Voor onderhavig initiatief behoeft geen nieuwe infrastructuur te worden aangelegd, anders dan een in- en uitrit en een interne ontsluitingsweg. De afwikkeling van het verkeer is beschreven in hoofdstuk 2. Voor het overige heeft het planvoornemen geen negatief effect op een natuurnetwerk, het energienetwerk en waterwegen. c. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de bovenste laag. De effecten op het milieu zijn beschreven in hoofdstuk 4. Het planvoornemen ziet toe op de realisatie van 18 woningen.
Er wordt geen effect verwacht op de bovenste laag. Voorwaarden ad c: Er dient rekening te worden gehouden met meerwaardecreatie. Hiervoor geldt dat met onderhavig initiatief invulling wordt gegeven aan kwaliteitsverbetering door invulling te geven aan een locatie met daarop incourante en deels leegstaande bebouwing. Verdere verloedering wordt daarmee voorkomen en het gebied krijgt een nieuwe kwaliteitsimpuls. Conclusie Er wordt invulling gegeven aan een goede omgevingskwaliteit. 3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1
Structuurvisie Halderberge 2025
Toetsingskader In de structuurvisie Halderberge, vastgesteld op 20 juni 2013, wordt op hoofdlijnen vastgelegd waar de gemeente Halderberge op maatschappelijk, economisch en ruimtelijk gebied naartoe gaat in 2025. De structuurvisie is het resultaat van een weging van verwachte ontwikkelingen en ambities van de gemeente, waarbij de ambities bescheiden zijn weggezet met het oog op de beperkte (financiële) middelen in de komende jaren. De structuurvisie biedt een kader met voldoende ruimte om nadere afwegingen te maken in de periode tot 2025. Het voor de onderhavige ontwikkeling relevante kader bestaat uit het kader voor woningbouwopgaven en het ruimtelijkstedenbouwkundige kader zoals dat is opgesteld voor ieder van de kernen binnen de gemeente Halderberge. In de structuurvisie wordt geconstateerd dat de toekomstige woningbehoefte sterk samenhangt met demografische ontwikkelingen. De forse herstructureringsopgave (sloop/verdunning/aanpak openbare ruimten) trekt een zware wissel op de verdieneffecten van woningbouw. Juist de kwaliteit van de woonomgeving is sterk bepalend voor de woonbeleving/leefbaarheid. Om deze reden zal de herstructurering van de woningen gepaard
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
P 21/64
moeten gaan met een verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte, zowel in beleving, in functionaliteit als in duurzaamheid en klimaatbestendigheid. Ten behoeve van het uitvoeren van het ruimtelijk beleid zoals dat is vastgelegd in de functionele en ruimtelijkstedenbouwkundige kaders, hanteert de gemeente Halderberge acht verschillende strategieën. De te volgen strategie wordt per gebied bepaald en is verbeeld op de ‘overzichtskaart strategieën gemeente Halderberge’, waarvan een uitsnede navolgend is opgenomen.
Strategie ‘verbreden’ met het plangebied aangeduid met een rode cirkel. Bron: overzichtskaart strategieën uit de Structuurvisie Halderberge 2025.
Voor het plangebied is de strategie ‘behouden’ bepaald. De strategie van behoud is gekozen voor de delen van de gemeente waar binnen de looptijd van de structuurvisie geen of zeer beperkte veranderingen zijn te verwachten. Het huidige ruimtelijk beeld en het functioneren van deze gebieden is goed. Daarom is er voor de gemeente geen aanleiding om hier actief plannen of projecten te initiëren. Dit laat onverlet dat door een gebrekkig beheer en onderhoud van de ruimte kwaliteitsverlies, veroudering en verrommeling op de loer liggen. Kleinschalige aanpassingen aan de ruimtelijke structuur of ontwikkelingen die passen binnen de functionele omgeving zijn mogelijk, waarbij de nadruk ligt op de kwaliteit van het leefklimaat. Beoordeling Het voorliggende initiatief betreft de realisatie van 18 woningen binnen het centrumgebied van Oud Gastel. ‘Binnen dit gebied worden conform de strategie van behouden geen grootschalige ontwikkelingen voorzien. Wel is ruimte voor kleinschalige aanpassingen wanneer dit mogelijk is. Met onderhavig initiatief is hiervan sprake. De beoogde woonfunctie is passend binnen de directe omgeving, waar het wonen reeds wordt afgewisseld met centrumvoorzieningen. Aldus voorziet onderhavig plan niet in een voor het centrumgebied afwijkende functie en is in zoverre sprake van ‘behoud’.
Met onderhavig initiatief is bovendien sprake van een nieuwe invulling geven aan een locatie met daarop incourante en deels leegstaande bebouwing. Verdere verloedering wordt daarmee voorkomen en het gebied krijgt een nieuwe kwaliteitsimpuls. Er is sprake van een sluitende parkeerbalans. Daarmee past het initiatief binnen de bepaalde strategie van behouden.
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
P 22/64
Conclusie Gesteld kan worden dat het onderhavige initiatief past in het ruimtelijke beleid zoals dat is vastgelegd in de Structuurvisie Halderberge 2025. 3.5.2
Woonvisie Halderberge 2016-2020
Toetsingskader De woonvisie omvat het woonbeleid van de gemeente Halderberge tot 2020. Een woonvisie voor de periode na 2020 is echter (nog) niet beschikbaar, derhalve wordt het planvoornemen getoetst aan de huidige visie. Halderberge is een woongemeente met een unieke diversiteit aan kernen, bijzonder cultuurhistorisch erfgoed en is een recreatieve en toeristische trekpleister. Op het gebied van wonen zijn er vier Halderbergse woonwaarden die als een rode draad door de woonvisie lopen: • • • •
Goed wonen voor iedereen in een groen, veelzijdig en landelijk woonmilieu; De vijf dorpen met unieke kernkwaliteiten; Duurzame ontwikkeling in bouwen en wonen; Ruimte voor initiatief en samenwerking.
Het handhaven en versterken van de bestaande woonkwaliteit en identiteit van de 5 kernen staat voorop. Daarnaast ligt de focus voor een toekomstbestendige woningvoorraad op de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en de mogelijkheden binnen het bestaand vastgoed. Om te kunnen voldoen aan de woningbehoefte is het de ambitie om het woningbouwprogramma uit te voeren waarbij wordt ingezet op het bouwen voor de actuele woningbehoeften waarbij de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose de richtlijn voor het woningbouwprogramma is. De nieuwbouwwoningen en locaties die nog toegevoegd worden aan het woningbouwprogramma moeten een aantoonbare meerwaarde leveren, woningbouwontwikkelingen moeten ladder-proof zijn in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. Uitgangspunt bij nieuwbouwontwikkelingen is dat deze voldoen aan Politiekeurmerk Veilig Wonen (wonen en woonomgeving) en wordt ernaar gestreefd om energieneutraal te zijn in lijn met het Bouwbesluit 2021. Oud Gastel is een kern met een groen en dorps woonmilieu, een divers woningaanbod (type en prijs) en een goed voorzieningenniveau. De bereikbaarheid van Oud Gastel is goed. Oud Gastel heeft een hoge kerngebondenheid en de aantrekkingskracht op vestigers van buiten de gemeente is relatief groot. Oud Gastel is ook in trek voor inwoners die terugkeren naar Halderberge.
Op dit moment wordt aan de noordzijde ingezet op een gefaseerde uitbreiding van de kern. Daarnaast zijn er in het centrum diverse inbreidingslocaties waaronder vrijkomende schoollocaties waar de komende periode woningbouw wordt gerealiseerd. Kansen voor Oud Gastel: • Op nieuw te ontwikkelen locaties worden groene en ruime woonbuurten gerealiseerd waar dit past bij het woningtype; • In Oud Gastel is er een grote vraag naar betaalbare koopwoningen; • In het centrumgebied is vraag naar levensloopbestendige woningen. De vrijkomende schoollocaties worden hiervoor ingezet; • In Oud Gastel wordt door de gemeente ingezet op het behoud en het versterken van het groene en dorpse woonmilieu.
datum referentie
14 juli 2022 202105_AdB_RAP_v4.0
P 23/64
Beoordeling Met onderhavig bestemmingsplan worden de planologische mogelijkheden voor de bouw van 12 appartementen en 6 grondgebonden woningen gecreëerd. Uit de woonvisie blijkt dat in het centrumgebied van Oud Gastel vraag is naar betaalbare koopwoningen en levensloopbestendige woningen. Het onderhavige planvoornemen voorziet in deze woningtypen. Het plangebied ligt bovendien binnen het centrumgebied van Oud Gastel, alwaar levensloopbestendige woningen nadrukkelijk gewenst zijn. Het planvoornemen gaat bovendien gepaard met een kwaliteitsverbetering vanwege de amovering van de bestaande, in onbruik geraakte, winkelvoorzieningen en de realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein. Aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is in paragraaf 3.2.3. getoetst. Conclusie De realisatie van de beoogde woningen past binnen de gemeentelijke woningbehoefte en voorziet in betaalbare koopwoningen en levensloopbestendige woningen binnen het centrumgebied van Oud Gastel. Het initiatief voldoet daarmee aan één van de belangrijke doelstellingen van de woonvisie. 3.5.3
Economische Visie Halderberge 2020
Toetsingskader De gemeenteraad heeft op 7 juli 2016 de Economische Visie Halderberge 2020 inclusief het uitvoeringsprogramma 2016-2019 vastgesteld. Op 4 juli 2019 is besloten deze te verlengen tot 2021. Een van de acties benoemd in het uitvoeringsprogramma is het opstellen van de zogenoemde actiekaarten voor de centrale winkelgebieden. Voor de kern Oud Gastel staan het versterken van het centrum en verbetering van de parkeergelegenheid en bewegwijzering voorop. Er wordt gestreefd naar compacte centrumgebieden met een compleet dagelijks aanbod. Beoordeling Het plangebied valt buiten het kernwinkelgebied. Het centrum van Oud Gastel kent aan de noord- en zuidzijde relatief veel leegstand zo ook het merendeel van de winkelpanden in het plangebied. Dit betekent dat transformatie naar wonen op deze locatie voorstelbaar wordt geacht. Een transformatie dient samen te gaan met het versterken van de uitstraling van het pand. Dat is het geval in onderhavige situatie.