Bijlage 1 - Aanbiedingsbrief ontwerp1e begrotingswijziging 2023 BWB - WORDT AANGEPAST NAV AMENDEMENT.pdf
Tekst van het document
Aan de raad van de gemeente Halderberge Postbus 5 4730 AA Oudenbosch
Contactpersoon drs. P.C.A.M. Stoffelen
Bijlagen 4
Onderwerp Zienswijze 1e begrotingswijziging BWB 2023
Datum 13 juli 2023
Geacht bestuur, Het algemeen bestuur van de Belastingsamenwerking West-Brabant heeft in haar vergadering van 7 juli 2023 de 1e bestuursrapportage 2023 vastgesteld. Als gevolg van de aangekondigde ontwikkelingen is een begrotingswijziging noodzakelijk. Deze leidt tot een verhoging van de totale deelnemersbijdrage en leggen hem nu voor zienswijze aan u voor. Begrotingswijziging Via de Kadernota 2024-2027 en de begroting 2024 is aangekondigd dat een begrotingswijzing voor 2023 noodzakelijk is. Deze begrotingswijziging wordt veroorzaakt door: Aanpassing aan loon- en prijsontwikkeling Stijging proceskostenvergoeding als gevolg van het arrest Hoge Raad Toetreding Loon op Zand De stijging van het aantal waardebezwaren is een belangrijke ontwikkeling welke ná de kadernota en begroting 2024 is opgetreden. De consequenties hiervan zijn verwerkt in de budgetten voor proceskostenvergoedingen. De benodigde stijging van het budget kan deels opgevangen worden als gevolg van voordelen op met name personeel (vacatureruimte) en door het inzetten van de post onvoorzien. Tot slot is de voortgang van de budgetten beoordeeld. Een inhoudelijke toelichting treft u aan in bijlage 2, de financiële gevolgen per deelnemer zijn weergegeven in bijlage 4.
Ontwikkelingen in bedrijfsvoering De eerste bestuursrapportage van 2022 en de daaraan verbonden begrotingswijziging was voor verschillende deelnemers aanleiding om het bestuur van de BWB op te roepen om de ontwikkelingen in de bedrijfsvoering nauwgezet te volgen en daarover de deelnemers te informeren. Naast de gevolgen van de inflatie en de loonontwikkeling speelden er met name op het personele vlak zaken die tot onrust leidden. Het ziekteverzuim in de eerste vier maanden van 2022 was zorgwekkend. We zagen toen een hoog werkgerelateerd ziekteverzuim als gevolg van de zeer hoge werkdruk. Tegelijkertijd liep het, grotendeels niet werkgerelateerde, aandeel langdurig verzuim op. Inmiddels is het verzuimpercentage aan het dalen. De bedrijfsvoering is stabieler en meer in control, de werkdruk lager. Van werkgerelateerd verzuim is geen sprake meer. Het aantal langdurig zieken is afgenomen, met name als gevolg van uitgestroomd wegens arbeidsongeschiktheid. Dat laatste wijst op het feit dat het hier vorig jaar niet beïnvloedbaar verzuim betrof. Een tweede punt van zorg was het hoge aandeel inhuur als gevolg van het feit dat de BWB aanzienlijk meer openstaande vacatures kende dan bij een normaal personeelsverloop gebruikelijk is. Een situatie die vooral werd veroorzaakt door de overspannen arbeidsmarkt. Inmiddels lijkt er een kentering te zijn.
Het laatste halfjaar zijn veel nieuwe collega’s ingestroomd. Het team Waarderen neemt op dit punt een uitzonderingspositie in. Het team staat er veel beter voor dan een jaar geleden. De systemen zijn stabieler. De waarderingsmodule die gebruik maakt van kunstmatige intelligentie en machine learning kan nu een belangrijkere rol spelen in de afhandeling van de waardebezwaren. En robotisering helpt ons bij het verder automatiseren van onze werkprocessen. Maar het bezetten van de formatie met eigen mensen is als gevolg van de gestegen vraag naar deze medewerkers op de arbeidsmarkt (gerelateerd aan de explosieve groei van het aantal waardebezwaren en -beroepen) nog veel moeilijker dan het in het verleden al was. Daarom zullen we, ondanks de doorgevoerde innovaties, bij de afhandeling van de bezwaarschriften een groter risico op beroepszaken lopen, uitmondend in een groter financieel risico. Hoe groot dat risico is valt in deze fase onmogelijk te becijferen. De betreffende beroepszaken zullen grotendeels in 2025 worden afgehandeld. De kosten zullen dan genomen moeten worden. Aan het einde van 2023 wordt de vereiste omvang van de voorziening berekend.
Zienswijze We verzoeken u uw (concept)zienswijze vóór 28 september 2023 in te dienen zodat de begrotingswijziging in de vergadering van het algemeen bestuur van de Belastingsamenwerking West-Brabant op 27 oktober 2023 ter besluitvorming kan worden voorgelegd.
Toelichting Indien u naar aanleiding van deze brief vragen heeft, kunt u altijd contact opnemen met de heer P.C.A.M. Stoffelen, directeur Belastingsamenwerking West-Brabant, telefonisch te bereiken via het secretariaat, telefoon 076 – 5298333. Wij kunnen ons ook voorstellen dat uw raad behoefte heeft aan een mondelinge toelichting. Wij zijn graag bereid deze te verschaffen. Indien hier prijs op wordt gesteld dan vernemen wij dat graag. Met vriendelijke groet, Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant,
Bijlagen: 1. Stand van zaken bezwaren WOZ-beschikkingen 2023 2. Toelichting op voorgestelde begrotingswijziging 2023 3. Ontwerp 1e begrotingswijziging BWB 2023 4. Overzicht van de totaalbijdrage per deelnemer. Afschrift aan: college van burgemeester en wethouders en ambtelijk regiefunctionaris
Bijlage 1 Stand van zaken bezwaren WOZ-beschikkingen 2023 De verzending van de WOZ-waardebeschikkingen 2023 heeft zoals ieder jaar tot gevolg dat bij de BWB de nodige reacties in de vorm van bezwaarschriften inkomen. Op de circa 334.000 WOZ objecten waarvoor in 2023 een beschikking is afgegeven, zijn (afgerond) 21.000 bezwaarschriften ingediend (ruim 6%). Dit aantal is sterk gestegen ten opzichte van 2022, toen (in totaal) circa 8.300 bezwaren zijn ingediend. Deze stijging ligt geheel in lijn met de landelijke trend. Als oorzaken voor deze trend wordt gewezen op de stijging van de WOZ-waarde (gemiddeld zo’n 14% per peildatum 1-1-2022) in een (inmiddels) dalende vastgoedmarkt, de gestegen kosten van levensonderhoud door een bovengemiddelde inflatie en de bezwaren van de zogenaamde ‘No Cure No Pay’ (NCNP) bureaus. In absolute aantallen hebben de NCNP’s ruim 9.800 bezwaren ingediend. Hoewel dat in verhouding tot het totale aantal bezwaren minder is dan in 2022, is het in absolute zin een erg hoog aantal met een hoog risico op claims in de vorm van proceskostenvergoedingen, ingebrekestellingen en beroep op immateriële schadevergoeding. In de afdoening van de bezwaren, waar meteen een aanvang mee is gemaakt, sturen we op het tijdig afdoen van deze categorie bezwaren om zo financiële claims te voorkomen.
Daarbij worden we gehinderd door het feit dat de NCNP’s een beroep doen op de mogelijkheid om te worden gehoord (aangezien dit aanspraak oplevert voor de vergoeding van de ‘inzet’ van de NCNP’s op dit onderdeel op basis van het besluit proceskostenvergoeding fiscale procedures). Deze hoorzittingen zijn inmiddels allemaal ingepland en ook gestart. Het valt te begrijpen dat het organiseren van hoorzittingen voor zo’n 9.800 dossiers een enorme werklast meebrengt voor de collega’s van bezwaar en beroep en onze taxateurs. Voor het afdoen van bezwaarschriften maken we naast eigen personeel (taxateurs en medewerkers bezwaar & beroep) gebruik van inhuurkrachten en zetten we zoveel als mogelijk in op het verder automatiseren van processen. Daarbij maken we gebruik van een ‘robot’ voor het afwikkelen van allerhande handelingen in het belastingsysteem (zoals het geautomatiseerd omzetten van bepaalde coderingen) en het vervaardigen van correspondentie. Het aantal afgewikkelde bezwaren wordt vanzelfsprekend dagelijks bijgehouden. Op dit moment (1 juli 2023) zijn circa 5.500 bezwaren afgedaan (circa 26 % van het totaal). ‘Afgedaan’ wil in dit verband zeggen: de uitspraak is verzonden. Wettelijk gezien verloopt de termijn voor het afdoen van de bezwaren op 31-12-2023. Daar waar beschikbaar zetten we in op extra inhuur van medewerkers om de bezwaren af te wikkelen.
Overigens is in de landelijke media veel aandacht geweest voor de druk die de bezwaren van de NCNP’s op de uitvoering van het belastingproces bij de lokale overheden, belastingsamenwerkingen en de rechterlijke macht geeft. De BWB blijft actief betrokken bij het verder uitwerken van het wetsvoorstel dat dit najaar in het kader van het ‘Belastingplan 2024’ aan de Tweede en Eerste Kamer zal worden aangeboden. Dit voorstel heeft, zoals bekend, het oogmerk om het voor NCNP’s minder aantrekkelijk te maken om bezwaar- en beroepsprocedures aan te spannen.
Bijlage 2 Toelichting op voorgestelde begrotingswijziging 2023 Hieronder treft u een toelichting op de begrotingswijziging aan. In bijlage 3 en 4 treft u de begrotingswijzing en een overzicht van de bijdragen 2023 per deelnemer aan. Ten opzichte van de begroting 2023 vindt een bijstelling plaats die leidt tot een wijziging van de totale deelnemersbijdrage met € 2.062.000. De belangrijkste (financiële) ontwikkelingen zijn te herleiden naar de volgende drie onderwerpen: 1) de aangekondigde begrotingswijziging (via de kadernota 2024-2027 & begroting 2024); 2) een stijging van het aantal waardebezwaren (van 14.000 begroot naar 21.000); 3) overige budgettaire ontwikkelingen.
1)
De aangekondigde begrotingswijziging (via kadernota 2024-2027 & begroting 2024)
Via de Kadernota 2024-2027 en de begroting 2024 is aangekondigd dat een begrotingswijzing voor 2023 noodzakelijk is om de volgende effecten te verwerken: •
•
•
Aanpassing aan loon- en prijsontwikkeling Er is een nieuwe CAO vastgesteld. In deze cao is onder andere een loonsverhoging met terugwerkende kracht vanaf 2 januari 2023 van € 240,- en daarna 2% overeengekomen. Voor de hogere inflatie is gebruik gemaakt van de meest recente inzichten. Stijging proceskostenvergoeding als gevolg van het arrest Hoge Raad Als gevolg van het arrest van de Hoge Raad is vanaf 2022 het benodigde budget voor de proceskostenvergoeding verhoogd met een bedrag van € 300.000. Toetreding Loon op Zand Met ingang van 2023 is Loon op Zand toegetreden tot de BWB. De directe uitvoeringslasten leiden tot een stijging van € 259.000. De toetreding zorgt voor een besparing voor de overige deelnemers als gevolg van herverdeeleffecten.
In de kadernota is aangegeven dat het financiële effect hiervan in 2023 € 1.692.000 is (proceskostenvergoeding 2023 uitgezonderd). Bij de uitwerking in de 1e bestuursrapportage 2023 is dit € 1.867.000. Dit is vooral het gevolg van de vaststelling van de CAO (hoger dan geraamd). Voor de proceskostenvergoeding wordt verwezen naar de toelichting onder 2. 2) Stijging van het aantal waardebezwaren (€ 468.000 nadeel) De stijging van het aantal waardebezwaren is een belangrijke ontwikkeling welke ná de kadernota en begroting 2024 is opgetreden. De consequenties hiervan zijn verwerkt in de budgetten voor proceskostenvergoedingen. De benodigde stijging van het budget kan deels opgevangen worden als gevolg van budgettaire voordelen op met name personeel (in verband met vacatures) en door het inzetten van de post onvoorzien. In de begroting 2023 is rekening gehouden met 14.000 waardebezwaren. Het werkelijke aantal waardebezwaren is gestegen naar 21.000. Dit betekent een afwijking van 50% ten opzichte van begroot. Als gevolg hiervan is kritisch gekeken naar de gerelateerde budgetten. Dit betreft het budget voor proceskostenvergoedingen en de budgetten voor de afhandeling van de bezwaren (veelal salaris- en inhuurbudgetten). •
Proceskostenvergoedingen De stijging van het aantal waardebezwaren en de verplichtte vorming van een voorziening per jaareinde heeft gevolgen voor het benodigde budget voor proceskostenvergoedingen. De verwachting ten aanzien van de financiële gevolgen is uitgewerkt in drie scenario’s (hoog,
•
midden en laag). Het scenario ‘midden’ is verwerkt. Dit leidt ertoe dat het budget wordt verhoogd naar afgerond € 1.468.000, een stijging van € 468.000, -. Personele capaciteit We constateren dat een uitbreiding van de personele capaciteit voor de afhandeling van waardebezwaren niet kansrijk is. Vacatures staan structureel open maar kunnen niet (volledig) ingevuld worden (ook niet door inhuur). Een aanpassing van de flexibele schil om de stijging van het aantal waardebezwaren op te vangen is dan ook niet mogelijk. Dit stelt de BWB voor de uitdaging de stijging van de benodigde productie op te vangen met de beschikbare capaciteit. Hiervoor wordt onder andere gebruik gemaakt van innovaties, deze worden versneld. Indien zich onverhoopt toch kansen voordoen zal extra worden ingehuurd. De budgetten voor salaris en inhuur worden als gevolg hiervan dan ook niet verhoogd. Binnen het budget resteert nog ruimte om in te spelen op kansen om extra personeel in te huren.
Een toelichting op de stand van zaken bezwaren WOZ-beschikkingen 2023 is opgenomen in bijlage 1. 3) Overige budgettaire ontwikkelingen De ontwikkeling van de budgetten 2023 is beoordeeld. De significante afwijkingen zijn hieronder weergegeven. •
•
•
Kantoorkosten (€ 139.000 nadeel) De raming van de post kantoorkosten is verhoogd met € 139.000. Deze stijging is met name het gevolg van de aanbesteding print- en portokosten en verspreiding van de correspondentie via ‘Mijn overheid’. Deze aanbesteding is doorlopen in 2022 als gevolg waarvan de financiële gevolgen nog niet bekend waren bij het opstellen van de begroting 2023. Bedrijfsvoering (€ 123.000 nadeel) De raming van de post bedrijfsvoering is verhoogd met € 123.000. Dit is met name het gevolg van het introduceren van het onderzoeks- en ontwikkelingsbudget (R&D), om processen te verbeteren en vernieuwen. Deze inspanningen moeten ertoe leiden dat verdere kostenstijgingen worden voorkomen. Dit budget wordt in 2023 aangewend om innovaties (zoals artificial intelligence en robotisering) te versnellen om de hoge aantallen waardebezwaren af te kunnen handelen binnen de beschikbare personele capaciteit. Daarnaast zijn nog enkele andere budgetten gewijzigd. Renteopbrengsten (€ 240.000 voordeel) De renteopbrengsten stijgen als gevolg van de oplopende rente op de kapitaalmarkten. Er is een voorzichtige inschatting gemaakt van het effect. Dit resulteert in € 240.000 extra rentebaten.
Bijlage 3 Ontwerp 1e begrotingswijziging BWB 2023
Lasten
Primaire begroting 2023
Begrotingswijziging
Begroting na wijziging
Waarderen
4.840.000
1.207.000
6.047.000
Heffen
2.146.000
236.000
2.382.000
Invordering
2.165.000
91.000
2.256.000
Subtotaal programma's
9.151.000
1.534.000
10.685.000
Kosten overhead
8.888.000
863.000
9.751.000
7.000
-
7.000
-
-
-
80.000
-80.000
-
Subtotaal overhead
8.975.000
783.000
9.758.000
Totaal lasten
18.126.000
2.317.000
20.443.000
Treasury Vennootschapsbelasting Post onvoorzien
Baten
Primaire begroting 2023
Begrotingswijziging
Begroting na wijziging
Waarderen
-
-
-
Heffen
-
-
-
Invordering
-
-
-
Subtotaal programma's
-
-
-
255.000
15.000
270.000
-
240.000
240.000
17.871.000
2.062.000
19.933.000
Vennootschapsbelasting
-
-
-
Post onvoorzien
-
-
-
Subtotaal overhead
18.126.000
2.317.000
20.443.000
Totaal baten
18.126.000
2.317.000
20.443.000
Opbrengst overhead Treasury Bijdragen deelnemers
Bijlage 4 Overzicht van de totaalbijdrage per deelnemer. Deelnemers
Primaire begroting 2023
Mutatie A
Mutatie B
Mutatie C
Begroting na wijziging
Bergen op Zoom
1.669.800
-29.800
-43.000
177.000
1.774.000
Breda
4.019.100
-392.100
-83.000
433.000
3.977.000
Dongen
526.300
30.700
-15.000
61.000
603.000
Etten-Leur
904.100
14.900
-23.000
87.000
983.000
Halderberge
650.000
16.000
-17.000
69.000
718.000
Loon op Zand
-
-
584.000
78.000
662.000
Moerdijk
1.009.900
95.100
-20.000
101.000
1.186.000
Oosterhout
1.266.700
92.300
-38.000
148.000
1.469.000
Roosendaal
1.823.400
53.600
-44.000
187.000
2.020.000
Rucphen
427.500
23.500
-12.000
45.000
484.000
Woensdrecht
539.700
-12.700
-15.000
55.000
567.000
Zundert
536.200
97.800
-19.000
78.000
693.000
Brabantse Delta
4.498.300
10.700
4.000
284.000
4.797.000
Totaal deelnemers
17.871.000
-
259.000
1.803.000
19.933.000
De wijziging van de deelnemersbijdrage bestaat uit drie componenten. Deze componenten zijn hierboven één voor één in beeld gebracht. Dit resulteert in een totale deelnemersbijdrage van € 19.933.000. De componenten zijn als volgt: A. De eerste mutatie bestaat uit de productiewijzigingen in de kostenverdeelstaat. Op basis van de totale bijdrage in de primaire begroting 2023 is een nieuwe doorrekening gemaakt met de begrote productiekwantiteiten en personeelsinzet per 2023. Dit zorgt voor een interne verschuiving van bijdrage. B. De tweede mutatie bestaat uit de deelname van Loon op Zand. De toetreding zorgt voor een bijdrage van € 584.000 voor Loon op Zand en een besparing van € 325.000 voor de overige deelnemers dankzij een herverdeling binnen de overheadlasten. C. De derde mutatie bestaat uit de indexatiecorrectie 2023 vanuit de kadernota 2024-2027. De bijdragewijziging van € 1.803.000 bestaat voor een deel uit het cao-akkoord 2023, griffie en proceskosten waardebezwaren, 7% personeelslasten stijging en 9,9% materiële indexatie.