Bestemmingsplan Toelichting 194470t14.pdf
Tekst van het document
Compositie 5 stedenbouw bv Boschstraat 35 4811 GB Breda telefoon
076 – 5225262
info@c5s.nl
internet
www.c5s.nl
kvk Breda
20083802
Gemeente Halderberge Bestemmingsplan “Dorpsstraat 37 Oud Gastel”
Projectnummer: Datum:
194470 18 februari 2021
Gemeente Halderberge Bestemmingsplan “Dorpsstraat 37” te Oud Gastel
Inhoud 1. Toelichting 2. Regels 3. Verbeelding id.nr.: NL.IMRO.1655.BP3016-B001 d.d.: 16-11-2020
Projectleider: Projectmedewerker: Status:
Dhr. drs. ir. W.J.J. Leenders Dhr. mr. M.J.A.B. Elsman Ontwerp
Toelichting
INHOUD 1 1.1 1.2 1.3 1.4
INLEIDING Aanleiding en doel Begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
3 3 3 4 4
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
PLANBESCHRIJVING Inleiding Beschrijving huidige situatie Beoogde situatie plangebied Stedenbouwkundige inpassing Parkeren & verkeer
5 5 5 6 6 9
3 3.1 3.2 3.3 3.4
BELEIDSKADER Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
13 13 13 20 26
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
PLANOLOGISCH RELEVANTE (MILIEU)ASPECTEN Inleiding Bodem Waterhuishouding Cultuurhistorie Archeologie Ecologie Wegverkeerslawaai Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Luchtkwaliteit Kabels en leidingen Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling
31 31 31 33 38 40 43 44 46 47 50 51 52
5 5.1 5.2 5.3
JURIDISCHE PLANTOELICHTING Inleiding Opbouw van de regels Regels
55 55 55 55
6 6.1 6.2 6.3
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Inleiding Toepassing Grondexploitatiewet Economische uitvoerbaarheid
59 59 59 59
7 7.1 7.2 7.3
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Vooroverleg Omgevingsdialoog Zienswijzen
61 61 61 62
1
Bestemmingsplan “Dorpsstraat 37” te Oud Gastel
Bijlagen Bijlage 1 - Verkennend bodemonderzoek noordzijde, Wematech Bodem Adviseurs, februari 2021 Bijlage 2 - Verkennend bodemonderzoek zuidzijde, Wematech Bodem Adviseurs, maart 2020 Bijlage 3 - Berekening waterberging, Geo Infra, januari 2021 Bijlage 4 - Onderzoek archeologie, ADC Archeoprojecten, mei 2020 Bijlage 5 - Handreiking woningbouw en AERIUS, Rijksoverheid, januari 2020 Bijlage 6 - Quickscan soortenbescherming, Veldbiologische Werken, december 2019 Bijlage 7 - Memo wegverkeerslawaai, Wematech Milieu Adviseurs, april 2020 Bijlage 8 - Standaardadvies 2020 Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, december 2019 Bijlage 9 - Vooroverlegreacties, september / oktober 2020
Uitsnede topografische kaart omgeving Oud Gastel. Met de gele ster is globaal de locatie van het plangebied geduid. Bron: topotijdreis.nl, 2020.
2
Gemeente Halderberge
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel In de kern Oud Gastel, gemeente Halderberge, is aan de Dorpsstraat 37 en 37a de bedrijfsbebouwing met bedrijfswoning aanwezig van een voormalige drukkerij. Het voornemen bestaat om de bestaande bebouwing te amoveren en ter plaatse te voorzien in een herontwikkeling. Deze herontwikkeling omvat de bouw van 12 levensloopbestendige woningen met bijbehorende parkeer- en groenvoorzieningen. De bestaande bedrijfswoning zal worden omgezet naar een burgerwoning. Ten behoeve van de ontwikkeling is door Compositie 5 stedenbouw b.v. een verkavelingsvoorstel gemaakt. Mede aan de hand van dit voorstel is door het college van burgemeester en wethouders per brief d.d. 19 februari 2020 kenbaar gemaakt dat principemedewerking kan worden verleend aan het initiatief. In dit besluit speelde tevens mee dat eerder al 10 woningen waren gereserveerd voor deze locatie. Besloten is om 2 extra woningen toe te voegen in het woningbouwprogramma om de bouw van de 12 nieuwe woningen mogelijk te kunnen maken.
1.2
Begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen aan de Dorpsstraat in Oud Gastel en wordt aan de oostzijde begrensd door deze weg. De overige plangrenzen worden gevormd door de perceelsgrenzen met de omliggende woon- en winkelpanden. De percelen die tot het plangebied behoren staan kadastraal bekend als gemeente Gastel, sectie D, nummers 4944, 5797, 6278, 6297 en 6281 en hebben gezamenlijk een oppervlakte van circa 3.940 m². De drukkerij en bedrijfswoning zijn gelegen op de percelen 4944, 6278 en 6279. De twee andere percelen zijn momenteel in gebruik als tuin.
3
Satellietfoto met kadastrale nummers. Het plangebied is rood omkaderd. Bron: StreetSmart, 2020. Bron: Compositie 5 stedenbouw bv, 2019. Bestemmingsplan “Dorpsstraat 37” te Oud Gastel
1.3
Vigerend bestemmingsplan Het vigerende bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan “Kom Oud Gastel” (vastgesteld 20 april 2017) van de gemeente Halderberge. In dit bestemmingsplan zijn de gronden ter plaatse van het noordelijke deel van het plangebied bestemd als ‘Bedrijf’ met een bouwvlak en functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - drukkerij’. De bestaande bedrijfswoning heeft de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’. De gronden ter plaatse van het zuidelijke deel van het plangebied zijn bestemd als ‘Centrum’ zonder bouwvlak. Via een in de bestemming ‘Bedrijf’ opgenomen wijzigingsbevoegdheid (artikel 4.6) is het mogelijk deze bestemming te wijzigen naar ‘Wonen’, zodat ter plaatse woningen kunnen worden gerealiseerd. In de bestemming ‘Centrum’ ontbreekt een dergelijke bevoegdheid echter. De bouw- noch gebruiksregels zijn toereikend. De realisatie van het planvoornemen als geheel is derhalve niet mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan. Om het voorgenomen initiatief juridisch-planologisch mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Het onderhavige bestemmingsplan “Dorpsstraat 37” betreft dit nieuwe bestemmingsplan.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Kom Oud Gastel” met rood omkaderd weergegeven het plangebied. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020. Bron: Compositie 5 stedenbouw bv, 2019.
1.4
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige en de nieuwe situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft de relevante beleidsdocumenten die door de te onderscheiden overheden zijn gepubliceerd. In hoofdstuk 4 komen de planologisch relevante milieuaspecten (zoals bodem, water, flora en fauna en milieuzonering) aan de orde. In hoofdstuk 5 wordt de juridische vormgeving van het plan toegelicht. Hierna komen in hoofdstuk 6 en 7 de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke toetsing/overleg aan de orde.
4
Gemeente Halderberge
2
PLANBESCHRIJVING
2.1
Inleiding Voor het formuleren van het beleid en het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangspunten en de huidige situatie van het plangebied goed in beeld wordt gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk wordt de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven. Ook wordt ingegaan op de stedenbouwkundige inpassing en de aspecten verkeer en parkeren.
2.2
Beschrijving huidige situatie Op het noordelijke deel van het plangebied is momenteel de drukkerij aanwezig. Dit pand is begin jaren 80 van de vorige eeuw gebouwd en later nog uitgebouwd. De ruimte rondom het gebouw is vrijwel volledig verhard en wordt gebruikt voor parkeren en opslag. Zowel de bebouwing als de verharding zijn verouderd geraakt. Aan de zijde van de weg staat de bestaande bedrijfswoning met bedrijfsgebouw, beide uit 1935. Deze bebouwing is goed onderhouden en past binnen het straatbeeld van de Dorpsstraat. De overgang aan de achterzijde van de woning met het buitenterrein van de drukkerij is echter rommelig. Aan de zuidoostzijde van het perceel bevindt zich, pal achter Dorpsstraat 35a, een transformatorstation, dat behouden blijft. Het zuidelijke deel van het plangebied bestaat uit een grasveld met enkele bomen en struiken en een houten schuurtje. Verder is dit perceel onbebouwd en in gebruik als tuin. Het zuidelijke en noordelijke deel van het plangebied worden op dit moment van elkaar geschieden door middel van een metalen gaasomheining.
5
Entree plangebied vanaf de Dorpsstraat
Bestaande bedrijfswoning
Onbebouwde zuidelijke perceel
Achterzijde drukkerij Bestemmingsplan “Dorpsstraat 37” te Oud Gastel
2.3
Beoogde situatie plangebied De beoogde situatie gaat uit van de sloop van de aanwezige bebouwing, uitgezonderd de bestaande bedrijfswoning met bijgebouw. Deze wordt omgezet naar een burgerwoning en voorzien van een achtererf. De woning wordt niet verbouwd. In de rest van het plangebied is ruimte voor de realisatie van in totaal 12 nieuwe levensloopbestendige woningen, parkeer- en groenvoorzieningen. Ter ontsluiting van de nieuwe woningen wordt voorzien in een nieuwe ontsluitingsweg tussen de bestaande bedrijfswoning op nummer 37 en het aangrenzende pand op nummer 35a door.
Verkavelingstekening plangebied. Bron: Zonezuid Architecten
2.4
Stedenbouwkundige inpassing Ruimtelijke hoofdopzet De ruimtelijke hoofdopzet van het plan wordt bepaald door een nieuwe dwarsstraat die op de Dorpsstraat aansluit, met ten noorden en zuiden van de straat de nieuwe woningen. De entree wordt gekenmerkt door een groene aankleding en een lichte knik in de weg, waardoor een besloten hofje ontstaat. Vanaf de Dorpsstraat is de nieuwe bebouwing evenwel zichtbaar, zodat contact tussen het hofje en de Dorpsstraat mogelijk is. In het straatprofiel alsmede ter inpassing van de parkeervoorzieningen is ruimte voor een aankleding met bomen en hagen. Wat betreft situering, massaopbouw en straatprofiel is rekening gehouden met de aangrenzende bebouwing en het karakter van de dorpse omgeving. De criteria uit de Welstandnota (Woongebieden / Historische gebieden) zijn in acht genomen, waarbij kan worden opgemerkt dat het plan gezien de beschutte ligging slechts een zeer geringe wijziging in het straatbeeld aan de Dorpsstraat betekent. De bestaande woning op nummer 37 blijft behouden en wordt voorzien van een eigen achtertuin.
6
Gemeente Halderberge
7
Bestemmingsplan “Dorpsstraat 37” te Oud Gastel
Situering Aan elke zijde van de straat worden 6 woningen gepositioneerd die met de voorgevels op de nieuwe straat zijn gericht. De kavels zijn noord-zuid georiënteerd, waarbij de kavels aan de noordzijde breder zijn dan die aan zuidzijde. De kavels variëren in diepte van 18 meter aan de zuidzijde tot 20 meter aan de noordzijde. De zuidelijke kavels kijken aan de zuidzijde uit over de open en groene inrichting van de aldaar gelegen percelen. De noordelijke kavels grenzen aan de achtertuinen van de woningen aan de Dorpsstraat 39 t/m 43. De nieuwbouw komt op ruim voldoende afstand te liggen van de bestaande woningen in de omgeving. Massaopbouw Alle 12 nieuwe woningen betreffen levensloopbestendige woningen in één bouwlaag zonder kap. Hierdoor zal nergens sprake zijn van inkijk vanaf de woningen in de omliggende tuinen en is de privacy daarvan gewaarborgd. De woningen aan de noordzijde zijn circa 9,5 meter breed en maximaal 16 meter diep. De woningen ten zuiden van de nieuw straat zijn circa 6,5 meter breed en maximaal 15 meter diep.
Impressies nieuwe woningen. Bron: Zonezuid Architecten 8
Gemeente Halderberge
Straatprofiel De ontsluiting voor zowel gemotoriseerd als langzaam verkeer vindt aan de oostzijde plaats via de nieuwe woonstraat op de Dorpsstraat. Voor langzaam verkeer is er tevens een ontsluiting aan de westzijde, aansluitend op de bestaande brandgang aldaar. De breedte van de rijbaan varieert van 4 meter nabij de entree tot 6 meter nabij de parkeervakken aan de westzijde. Het gedeelte van de straat waaraan de woningen zijn gelegen kent een rijbaan van 5 meter breed. Er is, gelet op de verkeersluwe situatie, niet voorzien in een apart voetpad langs de rijbaan. Openbare ruimte Op de erfafscheidingen van de eigen percelen komt gaashekwerk met klimmende beplanting (hedera). In de openbare ruimte bestaat het groen uit lage groene hagen en lage beplating (bodembedekker). Tevens komen er diverse bomen, waaronder sierperen. Duurzaamheid In het bouwplan is veel aandacht geschonken aan duurzaamheid. Alle woningen zijn energiezuinig en gasloos uitgevoerd. Het uitgebreide pakket aan diverse energiebesparende maatregelen die zijn toegepast, zoals HR++ beglazing, hoogwaardige isolatie en energiebesparende installaties geeft de woning het groene certificaat A. De woningen worden voorzien van luchtwarmtepompen welke zorgen voor de verwarming en het warmtapwater. Luchtwarmtepompen besparen gas maar verbruiken ook stroom. Dit is weer te compenseren door zonnepanelen.
Daarnaast worden de woningen voorzien van een duurzaam ventilatiesysteem.
2.5
Parkeren & verkeer
2.5.1 Parkeren Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de “Reparatiewet BZK” op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren middels de bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en / of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid. Beoordeling Door de gemeente Halderberge zijn in de ‘Kadernota Parkeren 2017-2021’ d.d. 9 februari 2017 parkeernormen gesteld waarbij zoveel mogelijk aansluiting is gezocht bij de parkeernormen zoals die zijn gesteld in de destijds geldende publicatie van het CROW. De kadernota onderscheidt parkeernomen voor het gebied ‘Gebied A Centrum Oudenbosch’, ‘Gebied B Oudenbosch’ en ‘Gebied C overig’. Het plangebied is blijkens de bijbehorende kaart gelegen in het gebied ‘Gebied C overig’. In de bijlage bij de kadernota zijn de parkeernomen per functie benoemd. Voor de functie woningen gelden de navolgende parkeercijfers.
9
Bestemmingsplan “Dorpsstraat 37” te Oud Gastel
Parkeernormen voor de functie woningen per deelgebied. Rood omkaderd zijn de relevante parkeernormen voor onderhavig initiatief. Bron: bijlage 1 ‘Kadernota Parkeren 2017-2021’ van de gemeente Halderberge.
De woningen aan de zuidzijde hebben een vloeroppervlak kleiner dan 90 m 2 en die aan de noordzijde een vloeroppervlak groter dan 90 m2. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling dienen derhalve ((6 x 2,1) + (6 x 2,3) = 12,6 + 13,8 = 26,4 =) 27 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Binnen het plangebied worden 23 openbare parkeerplaatsen aangelegd en 6 parkeerplaatsen bij de 6 woningen aan de noordzijde (één per woning). Conform de Kadernota Parkeren 2017-2021 mogen deze parkeerplaatsen, in de vorm van een enkele oprit zonder garage, worden berekend als 0,8 parkeerplaatsen. Derhalve tellen de 6 parkeerplaatsen bij deze woningen mee als (6 x 0,8 =) 4,8 parkeerplaatsen. De openbare ruimte en daarmee ook de 23 openbare parkeerplaatsen komen in gezamenlijk eigendom van de bewoners. Daarmee liggen alle parkeerparkeerplaatsen op eigen terrein. Het totaal aantal beschikbare parkeerplaatsen binnen het plangebied bedraagt daarmee (23 + 4,8 = 27,8 =) 27 parkeerplaatsen. Derhalve wordt voldaan aan de parkeerbehoefte. Conclusie Binnen het plangebied is voldoende ruimte om te kunnen voldoen aan de parkeernorm zoals gesteld in de ‘Kadernota Parkeren 2017-2021’ van de gemeente Halderberge. Realisatie van de benodigde parkeerplaatsen is gewaarborgd in de regels.
2.5.2 Verkeer Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat met de nieuwbouw, dienen de kengetallen uit de ASVV 2012 van het CROW te worden geraadpleegd. Het plangebied is, op basis van de ‘Kadernota Parkeren 2017-2021’ van de gemeente Halderberge, gelegen in de bebouwde kom van Oud Gastel en te typeren als weinig stedelijk. Ter plaatse van het plangebied is momenteel een drukkerij gevestigd. Voor een ‘bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief’ geldt in weinig stedelijke gebied in het centrum een verkeersgeneratie van maximaal 8,0 voertuigbewegingen per etmaal (vpe) per 100 m2 bvo. De drukkerij heeft een bvo van circa 1.082 m 2, zodat deze in totaal (1.082/100 x 8 =) 86,56 vpe genereert.
10
Gemeente Halderberge
In de beoogde situatie is sprake van 12 koopwoningen die als tussen- of hoekwoning beschouwd kunnen worden. Hieraan is een maximale verkeersgeneratie verbonden van 7,6 vpe per woning. In totaal genereert het plan daarmee (12 x 7,6 =) 91,2 vpe. In vergelijking met de huidige situatie is ten gevolge van het plan derhalve sprake van een toename van 4,64 vpe. Deze toename is dermate gering dat de afwikkeling van het verkeer via de Dorpsstraat niet in het geding gaat komen. In de berekening van de verkeersgeneratie is de bestaande woning buiten beschouwing gelaten, aangezien daarin geen wijzigingen optreden.
Impressie verkeersbeeld Dorpsstraat ter hoogte van de entree tot het plangebied
11
Bestemmingsplan “Dorpsstraat 37” te Oud Gastel
12
Gemeente Halderberge
3
BELEIDSKADER
3.1
Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012 Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de visie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies.
Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet. Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze 'ladder' heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
13
Bestemmingsplan “Dorpsstraat 37” te Oud Gastel
Grondgedachte van de 'ladder' is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet worden. Dat gaat uit van de activiteit. Hiermee wordt beoogd om de voorheen bestaande praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie (bv. herbestemmen van een voormalige vuilstortplaats), om te vormen. Beoordeling Het voorliggende plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een ruimtereservering geldt (met uitzondering van de ligging in een radarverstoringsgebied). Uitsluitend het nationale belang van een ‘zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten’, als vervat in de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’, is van toepassing op het onderhavige bestemmingsplan. Aan dit belang wordt navolgend getoetst. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige plangebied niet gelegen is in een gebied waarvoor van Rijkswege een relevante ruimtereservering geldt. Aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt navolgend getoetst.
3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening.
Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).
14
Gemeente Halderberge
Beoordeling Volgens de kaarten behorende bij het Rarro is het plangebied gelegen binnen het radarverstoringsgebied van het radarstation op de locatie Herwijnen en Woensdrecht. In een gebied rondom deze radarstations moet rekening worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. Rondom het radarstation mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. In het onderhavige plan worden geen windturbines mogelijk gemaakt en ook geen nieuwe bebouwing boven de ter plaatse geldende maximale hoogtemaat. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor het radarstation Herwijnen. Vanuit het radarstation Woensdrecht gelden eveneens geen belemmeringen nu de maximale bouwhoogte 113 meter bedraagt voor alle bouwwerken. Deze bouwhoogte wordt niet bereikt met onderhavig planvoornemen.
Ligging van Oud Gastel binnen het radarverstoringsgebied van vliegbasis Woensdrecht en Herwijnen. Met de gele ster wordt het plangebied aangeduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.
Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkelingen passend zijn binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro.
3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste 15
Bestemmingsplan “Dorpsstraat 37” te Oud Gastel
leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden. Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o.
2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast. Beoordeling Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de ‘ladder’ verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden voldaan. a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt.
Het onderhavige ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het plangebied de planologische toevoeging van 12 woningen mogelijk. De ontwikkeling is daarom gelet op de omvang als ‘stedelijke ontwikkeling’ te classificeren. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ moet verder worden doorlopen. b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat van een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling kan worden gesproken als uit een onderling samenhangende beoordeling van het ruimtelijke besluit, in vergelijking met het voorgaande planologische regime,
16
Gemeente Halderberge
blijkt dat sprake is van een functiewijziging en dat sprake is van een groter planologisch beslag op de ruimte. Het plangebied heeft thans de bestemming ‘Bedrijf’ en ‘Centrum’. Gronden binnen de bedrijfsbestemming zijn met name bedoeld voor bedrijven en bedrijfsgebouwen, waaronder de nu nog aanwezige bebouwing ten behoeve van de voormalige drukkerij. Gronden binnen de centrumbestemming zijn met name bedoeld voor kantoren, detailhandel, dienstverlening en wonen. Ter plaatse mogen uitsluitend gebouwen worden opgericht binnen een bouwvlak of binnen de bouwaanduiding ‘bijgebouwen’. Een bouwvlak of de genoemde bouwaanduiding is echter niet aanwezig binnen de centrumbestemming. Het onderhavige ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het plangebied de bouw van 12 woningen mogelijk. Gelet hierop is sprake van een functiewijziging en vindt tevens een vergroting van het planologisch beslag op de ruimte plaats. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ moet verder worden doorlopen. c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat, indien sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling in het ruimtelijk besluit dient te worden beschreven. Het kan hierbij zowel gaan om een kwantitatieve behoefte als een kwalitatieve behoefte.
De beschrijving van de behoefte dient te worden gebaseerd op voldoende actuele, concrete en zo mogelijk cijfermatige gegevens. Het is niet in strijd met art. 3.1.6, lid 2 Bro als voor de onderbouwing van de behoefte in het ruimtelijk besluit wordt verwezen naar een of meer onderzoeksrapporten of beleidsdocumenten. De behoefte aan woningen wordt in de subregio West (van West-Brabant) bepaald aan de hand van het ‘Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant West 2020’ d.d. 22 november 2019. Hierin stemt de gemeente Halderberge het woningbouwprogramma in regionaal verband af met andere gemeenten in de regio West-Brabant West. De focus is daarbij gericht op een vijftal opgaven/ambities. Tweemaal per jaar wordt de gemeentelijke woningbouwplanning en -programmering met elkaar gedeeld, besproken en afgestemd. Via een regionale aanpak worden jaarlijks de mogelijkheden ten aanzien van leegstand en transformatie in beeld gebracht. Ook wordt regionaal werk gemaakt van de huisvesting van arbeidsmigranten. Nieuw in het perspectief is de regionale aanpak met betrekking tot nieuwe woonvormen en zelfbouw. Tenslotte maken – als vijfde lijn – inspiratie en informatie-uitwisseling over een (meer) toekomstbestendige woningvoorraad deel uit van de ‘doe-agenda-2020’, die in het perspectief is opgenomen.
17
Bestemmingsplan “Dorpsstraat 37” te Oud Gastel
Woningbehoefteprognose gemeente Halderberge. Bron: ‘Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant West 2020’.
In het woningbouwprogramma van Halderberge staat de ambitie om ruim 1.000 woningen te realiseren de komende 10 jaar. Ruim 60% van de plannen zitten op inbreidingslocaties. In het programma is er naar verwachting nog voldoende flexibele ruimte voor transformatie. Eenmaal per jaar vindt er een actualisatie van de woningbehoefte plaats door het uitvoeren van de woningbehoeftepeilingen, op basis van de actuele informatie wordt het woningbouwprogramma bijgesteld. Onderhavig plan behelst de realisatie van 12 nieuwe woningen en de omzetting van een bestaande bedrijfswoning naar een burgerwoning. Het plan is opgenomen in het actuele gemeentelijke woningbouwprogramma, zoals onderstaand weergegeven voor Oud Gastel.
Woningbouwprogramma gemeente Halderberge 2019-2029, waarin het plan aan de Dorpsstraat 37 is opgenomen. 18
Gemeente Halderberge
De behoefte aan type woningen is onderzocht in de ‘Woningbehoeftepeiling 2019’ (versie 20 december 2019). Door middel van een innovatieve en interactieve bijeenkomst met lokale en regionale partijen plaatsgevonden waarin de woningbehoeftepeiling van 2018 is geactualiseerd. Ontwikkelaars, makelaars, belangenorganisaties, financiële partijen, adviesraden, samenstichtingen, huurderbelangenvereniging en medewerkers van de gemeente Halderberge is de behoefte oftewel de vraagkant in beeld gebracht. In 2019 zijn in de gemeente Halderberge 12.775 bewoonde woningen aanwezig. Deze woningvoorraad bestaat uit 65% koopwoningen, 29% sociale huurwoningen en 6% particuliere huurwoningen. Financiële partners en ontwikkelaars geven aan dat nieuwbouwwoningen zeer gewild zijn en in korte termijn worden verkocht. Er is in Oud Gastel vooral behoefte aan seniorenwoningen in het centrum van Oud Gastel, nabij voorzieningen en het liefst met een klein tuintje. Het gaat hierbij hoofdzakelijk om kleine woningen, die voor senioren gelijkvloers moeten zijn. De behoefte aan dit type woning blijkt ook uit de trends en ontwikkelingen zoals gepresenteerd in de Woningbehoeftepeiling 2019. Hierin wordt geconstateerd dat mensen steeds ouder worden. Dit kan er toe leiden dat ouderen kiezen voor een andere woning of woonomgeving.
Uit de peiling blijkt dat 55-plussers zich steeds meer bewust worden van de levensveranderingen die op een bepaald moment kunnen gaan ontstaan. Zij ervaren nu hoe hun ouders zorgbehoevend geraken en bijvoorbeeld de wens hebben om de badkamer en/of slaapkamer op de begane grond te realiseren. Steeds meer 55plussers die verhuizen, kiezen voor een gelijkvloerse woning met een kleine buitenruimte. Dit met de gedachte dat zij daar zo lang mogelijk kunnen blijven wonen en er weinig aanpassingen aan de woning dienen te worden gedaan. (Levensloopbestendige) patiowoningen zijn dus populair onder deze doelgroep. Uit de peiling is gebleken dat de verhuisgeneigdheid onder de 55 plussers (nog) niet zo groot is. Het toevoegen van patiowoningen zal dus in kleine fases moeten gebeuren om eerst deze verhuisweging en doorstroming op gang te brengen. Bij nieuwbouw van patiowoningen dient aandacht te worden besteed dat de woningen op de juiste locaties worden gerealiseerd, voornamelijk de nabijheid van voorzieningen is belangrijk. Met onderhavig planvoornemen wordt voorzien in 12 nieuwe en levensloopbestendige (patio)woningen. Het plangebied is gesitueerd in het centrum van Oud Gastel, nabij diverse voorzieningen. Dit type woning voor de beoogde doelgroep is blijkens de Woningbehoeftepeiling 2019 zeer goed passend op onderhavige locatie.
Tegelijkertijd is het plan niet van dusdanige omvang dat de lage verhuisgeneigdheid onder 55 plussers parten gaat spelen. Het plan past derhalve ook binnen de kwalitatieve behoefte aan woningen in Oud Gastel. d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? Uit de wetstekst en de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat indien de ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ buiten ‘bestaand stedelijk gebied’ is gelegen, de verantwoording in het ruimtelijke besluit een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het vigerende bestemmingsplan maakt binnen het plangebied reeds een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing mogelijk. Gelet daarop is het
19
Bestemmingsplan “Dorpsstraat 37” te Oud Gastel
onderhavige plangebied gelegen binnen het ‘bestaand stedelijk gebied’ van Oud Gastel. De Ladder behoeft niet verder te worden doorlopen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling is aan te merken als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. De ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ voorziet in een behoefte aan woningen en wordt gerealiseerd binnen het ‘bestaand stedelijk gebied’.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’, 2018 Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de Omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu-en waterplan en de natuurvisie. Voor wat betreft sectorale beleidsdoelen blijven de huidige plannen, waaronder de SVRO, vooralsnog gelden. In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen.
De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Het bereiken van een gezonde leefomgeving is essentieel. Om die doelstelling kracht bij te zetten wordt de Brabantse Omgevingsscan vanaf de vaststelling van de Omgevingsvisie geïmplementeerd in de nieuwe werkwijze onder de Omgevingswet. Deze omgevingsscan is een instrument om invulling te geven aan de positie van gezondheid in de nieuwe bestuurspraktijk onder de Omgevingswet. Beoordeling Met de omgevingsvisie kiest de provincie er voor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten, gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Het voorliggend initiatief betreft de realisatie van 12 nieuwe woningen op een inbreidingslocatie binnen het bestaand stedelijk gebied. De woningen worden levensloopbestendig uitgevoerd en zijn gesitueerd nabij diverse
20
Gemeente Halderberge
centrumvoorzieningen. De woningen worden hoofdzakelijk gerealiseerd op een voormalige bedrijfslocatie. Hiermee wordt verdere leegstand en verloedering van de bestaande bebouwing voorkomen waardoor bestaande kwaliteiten behouden blijven. Het planvoornemen past daarmee binnen de omgevingsvisie. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie van de provincie NoordBrabant
3.3.2 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) – partiële herziening 2014, 2014 Toetsingskader De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 – partiële herziening 2014 (SVRO 2014) betreft een herziening van de op 1 oktober 2010 vastgestelde Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010. De partiële herziening is door Provinciale Staten van Noord-Brabant op 7 februari 2014 vastgesteld en is in werking getreden op 19 maart 2014. Deze structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De genoemde visie in de partiële herziening is doorvertaald in de regels van de Verordening ruimte 2014. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Het doel dat centraal staat in de SVRO is een goede woon-, werk- en leefomgeving voor inwoners en bedrijven in Noord-Brabant. Beoordeling Op de structurenkaart van de SVRO 2014 is het plangebied gelegen binnen de structuur ‘Stedelijke structuur’ met als perspectief ‘Kernen in het landelijk gebied’.
Uitsnede Structurenkaart uit Structuurvisie Ruimtelijke Ordening met het plangebied aangeduid met een gele ster. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.
21
Bestemmingsplan “Dorpsstraat 37” te Oud Gastel
De provincie onderscheidt binnen de stedelijke structuur de kernen in het landelijk gebied. De kernen in het landelijk gebied voorzien in beginsel in de opvang van de lokale verstedelijkingsbehoefte. De kernen in Noord-Brabant hebben elk hun eigen karakter en relatie met het Brabantse landschap. Grote kernen hebben hun dorpse karakter grotendeels verloren en hebben een suburbaan karakter ontwikkeld. De kleinere kernen maken meer deel uit van het omliggende landschap en hebben nog een natuurlijke overgang richting het landschap. Dit verschil in ontwikkeling heeft geleid tot de meer suburbane kernen, de dorpen en de plattelandskernen. De provincie vindt het belangrijk dat stedelijke ontwikkelingen passen qua maat en schaal bij de kern. De ontwerpopgave hangt daarnaast samen met de historische gegroeide identiteit van de kern en omliggend landschap en met de fase van verstedelijking van de kern (suburbaan, dorps of plattelandskern). Met voorliggend planvoornemen wordt een bestaande bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning en worden 12 nieuwe woningen mogelijk gemaakt binnen de stedelijke structuur van Oud Gastel. De woningen worden opgericht binnen een bestaand bouwperceel. Het plan draagt, gezien de ligging van het plangebied, bij aan de concentratie van verstedelijking binnen de bestaande stedelijke structuur.
Hierbij wordt voldaan aan het beleid van de provincie dat gericht is op inbreiden en herstructureren. Conclusie De gewenste ontwikkeling is passend binnen de provinciale Structuurvisie.
3.3.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma’s en waarden worden beschermd via de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de nieuwe Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov) vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening NoordBrabant. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze, waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen.
22
Gemeente Halderberge
Beoordeling Het plangebied ligt geheel binnen het ‘Stedelijk gebied’. Voor het overige ligt binnen het plangebied geen ander werkingsgebied. Wel gelden de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals geformuleerd in art. 3.5 t/m 3.8 Iov.
Uitsnede kaartbeeld ‘Stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ uit de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is globaal aangeduid met een gele ster. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.
Artikel 3.42: Duurzame stedelijke ontwikkeling Toetsingskader Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Beoordeling Onderhavige ontwikkeling betreft het planologisch toevoegen van een woongebied met 12 grondgebonden woningen in het bestaand stedelijk gebied van Oud Gastel. De nieuwbouw van woningen is toegestaan binnen het Stedelijk gebied als bepaald in
23
Bestemmingsplan “Dorpsstraat 37” te Oud Gastel
artikel 3.42 Iov, mits passend binnen de woningbouwafspraken zoals deze op regionaal niveau zijn bepaald en mits de beoogde nieuwbouw zich verhoudt tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw. Paragraaf 3.2.3 van deze toelichting bevat een verantwoording over de wijze waarop de afspraken die daarover zijn gemaakt in het regionaal ruimtelijk overleg worden nagekomen en hoe de beoogde nieuwbouw zich verhoudt tot deze afspraken en tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw. Onderhavige ontwikkeling betreft voorts een ‘duurzame stedelijke ontwikkeling’: de ontwikkeling bevordert zorgvuldig ruimtegebruik door gebruikmaking van een inbreidingslocatie. Tevens bevordert het plan een gezonde leefomgeving door woningen te realiseren binnen het centrum van Oud Gastel, alwaar voorzieningen op loopafstand te bereiken zijn. Tot slot wordt de mogelijkheid tot productie en gebruik van duurzame energie niet belemmerd. Conclusie Onderhavig initiatief voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden in artikel 3.42 Iov.
Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Toetsingskader In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2 Iov) is in artikel 3.5 opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Ad a) - Zorgvuldig ruimtegebruik: 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: ▪ nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; ▪ er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. 2.
Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel. Ad b) - Toepassing van de lagenbenadering 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd.
24
Gemeente Halderberge
2. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. 3. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Ad c) - meerwaarderecreatie 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. 2. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Beoordeling Voorwaarden ad a: a.
De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Dit betreft het bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel. Van beide is sprake. b. Bij een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hieraan is in paragraaf 3.2.3 getoetst. c. Gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De begrenzing van het beoogde bouwvlak voor de woningen is zodanig afgestemd dat hieraan toepassing wordt gegeven. Voorwaarden ad b: a. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de ondergrond. In hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting wordt ingegaan op deze effecten. b. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de netwerklaag. Voor onderhavig initiatief behoeft geen nieuwe infrastructuur te worden aangelegd, anders dan een in- en uitrit en een interne ontsluitingsweg. De afwikkeling van het verkeer is beschreven in hoofdstuk 2. Voor het overige heeft het planvoornemen geen negatief effect op een natuurnetwerk, het energienetwerk en waterwegen. c. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de bovenste laag. De effecten op het milieu zijn beschreven in hoofdstuk 4.
Het planvoornemen ziet toe op de realisatie van 12 woningen en de omzetting van en bestaande bedrijfswoning naar een burgerwoning. Er wordt geen effect verwacht op de bovenste laag.
25
Bestemmingsplan “Dorpsstraat 37” te Oud Gastel
Voorwaarden ad c: Er dient rekening te worden gehouden met meerwaardecreatie. Hiervoor geldt dat met onderhavig initiatief invulling wordt gegeven aan kwaliteitsverbetering door invulling te geven aan een locatie met daarop incourante en leegstaande bebouwing. Verdere verloedering wordt daarmee voorkomen en het gebied krijgt een nieuwe kwaliteitsimpuls. Conclusie Er wordt invulling gegeven aan een goede omgevingskwaliteit.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Halderberge 2025 Toetsingskader In de structuurvisie Halderberge, vastgesteld op 20 juni 2013, wordt op hoofdlijnen vastgelegd waar de gemeente Halderberge op maatschappelijk, economisch en ruimtelijk gebied naar toe gaat in 2025. De structuurvisie is het resultaat van een weging van verwachte ontwikkelingen en ambities van de gemeente, waarbij de ambities bescheiden zijn weggezet met het oog op de beperkte (financiële) middelen in de komende jaren. De structuurvisie biedt een kader met voldoende ruimte om nadere afwegingen te maken in de periode tot 2025. Het voor de onderhavige ontwikkeling relevante kader bestaat uit het kader voor woningbouwopgaven en het ruimtelijkstedenbouwkundige kader zoals dat is opgesteld voor ieder van de kernen binnen de gemeente Halderberge. In de structuurvisie wordt geconstateerd dat de toekomstige woningbehoefte sterk samenhangt met demografische ontwikkelingen. De forse herstructureringsopgave (sloop/verdunning/aanpak openbare ruimten) trekt een zware wissel op de verdieneffecten van woningbouw. Juist de kwaliteit van de woonomgeving is sterk bepalend voor de woonbeleving/leefbaarheid. Om deze reden zal de herstructurering van de woningen gepaard moeten gaan met een verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte, zowel in beleving, in functionaliteit als in duurzaamheid en klimaatbestendigheid.
Ten behoeve van het uitvoeren van het ruimtelijk beleid zoals dat is vastgelegd in de functionele en ruimtelijk-stedenbouwkundige kaders, hanteert de gemeente Halderberge acht verschillende strategieën. De te volgen strategie wordt per gebied bepaald en is verbeeld op de ‘overzichtskaart strategieën gemeente Halderberge’, waarvan een uitsnede navolgend is opgenomen.
26
Gemeente Halderberge
Strategie ‘verbreden’ met het plangebied aangeduid met een rode cirkel. Bron: overzichtskaart strategieën uit de Structuurvisie Halderberge 2025.
Voor het plangebied is de strategie ‘behouden’ bepaald. De strategie van behoud is gekozen voor de delen van de gemeente waar binnen de looptijd van de structuurvisie geen of zeer beperkte veranderingen zijn te verwachten. Het huidige ruimtelijk beeld en het functioneren van deze gebieden is goed. Daarom is er voor de gemeente geen aanleiding om hier actief plannen of projecten te initiëren. Dit laat onverlet dat door een gebrekkig beheer en onderhoud van de ruimte kwaliteitsverlies, veroudering en verrommeling op de loer liggen. Kleinschalige aanpassingen aan de ruimtelijke structuur of ontwikkelingen die passen binnen de functionele omgeving zijn mogelijk, waarbij de nadruk ligt op de kwaliteit van het leefklimaat. Beoordeling Het voorliggende initiatief betreft de realisatie van 12 woningen binnen het centrum gebied van Oud Gastel. ‘Binnen dit gebied worden conform de strategie van behouden geen grootschalige ontwikkelingen voorzien. Wel is ruimte voor kleinschalige aanpassingen wanneer dit mogelijk is. Met onderhavig initiatief is hiervan sprake. De beoogde woonfunctie is passend binnen de directe omgeving, waar het wonen reeds wordt afgewisseld met centrumvoorzieningen. Aldus voorziet onderhavig plan niet in een voor het centrumgebied afwijkende functie en is in zoverre sprake van ‘behoud’.
Met onderhavig initiatief is bovendien sprake van een nieuwe invulling geven aan een locatie met daarop incourante en leegstaande bebouwing. Verdere verloedering wordt daarmee voorkomen en het gebied krijgt een nieuwe kwaliteitsimpuls. Parkeren vindt plaats op eigen terrein. Daarmee past het initiatief binnen de bepaalde strategie van behouden. Conclusie Gesteld kan worden dat het onderhavige initiatief past in het ruimtelijke beleid zoals dat is vastgelegd in de Structuurvisie Halderberge 2025.
27
Bestemmingsplan “Dorpsstraat 37” te Oud Gastel
3.4.2 Woonvisie Halderberge 2016-2020 Toetsingskader De woonvisie omvat het woonbeleid van de gemeente Halderberge. Halderberge is een woongemeente met een unieke diversiteit aan kernen, bijzonder cultuurhistorisch erfgoed en is een recreatieve en toeristische trekpleister. Op het gebied van wonen zijn er vier Halderbergse woonwaarden die als een rode draad door de woonvisie lopen: 1. Goed wonen voor iedereen in een groen, veelzijdig en landelijk woonmilieu; 2. De vijf dorpen met unieke kernkwaliteiten; 3. Duurzame ontwikkeling in bouwen en wonen; 4. Ruimte voor initiatief en samenwerking/ Het handhaven en versterken van de bestaande woonkwaliteit en identiteit van de 5 kernen staat voorop. Daarnaast ligt de focus voor een toekomstbestendige woningvoorraad op de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en de mogelijkheden binnen het bestaand vastgoed. Om te kunnen voldoen aan de woningbehoefte is het de ambitie om het woningbouwprogramma uit te voeren waarbij wordt ingezet op het bouwen voor de actuele woningbehoeften waarbij de provinciale bevolkingsen woningbehoefteprognose de richtlijn voor het woningbouwprogramma is. De nieuwbouwwoningen en locaties die nog toegevoegd worden aan het woningbouwprogramma moeten een aantoonbare meerwaarde leveren, woningbouwontwikkelingen moeten ladder-proof zijn in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking.
Uitgangspunt bij nieuwbouwontwikkelingen is dat deze voldoen aan Politiekeurmerk Veilig Wonen (wonen en woonomgeving) en wordt ernaar gestreefd om energieneutraal te zijn vooruitlopend op het bouwbesluit 2020. Oud Gastel is een kern met een groen en dorps woonmilieu, een divers woningaanbod (type en prijs) en een goed voorzieningenniveau. De bereikbaarheid van Oud Gastel is goed. Oud Gastel heeft een hoge kerngebondenheid en de aantrekkingskracht op vestigers van buiten de gemeente is relatief groot. Oud Gastel is ook in trek voor inwoners die terugkeren naar Halderberge. Op dit moment wordt aan de noordzijde ingezet op een gefaseerde uitbreiding van de kern. Daarnaast zijn er in het centrum diverse inbreidingslocaties waaronder vrijkomende schoollocaties waar de komende periode woningbouw wordt gerealiseerd. Kansen voor Oud Gastel: ▪ Op nieuw te ontwikkelen locaties worden groene en ruime woonbuurten gerealiseerd waar dit past bij het woningtype; ▪ In Oud Gastel is er een grote vraag naar betaalbare koopwoningen; ▪ In het centrumgebied is vraag naar levensloopbestendige woningen. De vrijkomende schoollocaties worden hiervoor ingezet.; ▪ In Oud Gastel wordt door de gemeente ingezet op het behoud en het versterken van het groene en dorpse woonmilieu.
28
Gemeente Halderberge
Beoordeling Met onderhavig bestemmingsplan worden de planologische mogelijkheden voor de bouw van 12 grondgebonden woningen gecreëerd. Uit de woonvisie blijkt dat in het centrumgebied van Oud Gastel vraag is naar levensloopbestendige woningen. Met het onderhavige planvoornemen zal sprake zijn van dit type woning. Het plangebied ligt bovendien binnen het centrumgebied van Oud Gastel, alwaar dit woningtype nadrukkelijk gewenst is. Het planvoornemen gaat bovendien gepaard met een kwaliteitsverbetering vanwege de amovering van de bestaande, in onbruik geraakte, bedrijfsbebouwing en de realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein. Aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is in paragraaf 3.2.3. getoetst. Conclusie De realisatie van de beoogde woningen past binnen de gemeentelijke woningbehoefte en voorziet in levensloopbestendige woningen binnen het centrumgebied van Oud Gastel. Het initiatief voldoet daarmee aan één van de belangrijke doelstellingen van de woonvisie.
29
Bestemmingsplan “Dorpsstraat 37” te Oud Gastel
30
Gemeente Halderberge
4
PLANOLOGISCH RELEVANTE (MILIEU)ASPECTEN
4.1
Inleiding Toetsing juncto art. 3.1.6 Bro Met betrekking tot een (ontwerp-)bestemmingsplan staat in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht vermeld: 'bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen'. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek. Daarnaast moet ook worden getoetst aan het Besluit m.e.r. Ten behoeve van het onderhavige plan heeft onderzoek plaatsgevonden naar een aantal uitvoeringsaspecten. Hieronder wordt verslag gedaan van de uitkomsten van het gepleegde onderzoek. De onderzoeksrapporten zijn als bijlagen gevoegd bij dit bestemmingsplan. Achtereenvolgens worden behandeld: ▪ bodem; ▪ waterhuishouding; ▪ cultuurhistorie; ▪ archeologie; ▪ ecologie; ▪ akoestiek; ▪ bedrijven en milieuzonering; ▪ externe veiligheid; ▪ kabels en leidingen; ▪ luchtkwaliteit; ▪ milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling.
4.2
Bodem Toetsingskader Op basis van art. 3.1.6, lid 1 onder f Bro geldt dat in een toelichting op een ruimtelijk besluit de inzichten over de uitvoerbaarheid van dat besluit worden neergelegd. Ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit staat, op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS), voorop dat de vaststelling van de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem, de noodzaak van sanering van verontreinigde locaties en de wijze waarop deze saneringen moeten worden uitgevoerd, zijn geregeld in afzonderlijke wetgeving met eigen procedures. Dat doet er niet aan af dat het bevoegd gezag het ruimtelijk besluit pas kan nemen indien, voor zover redelijkerwijs valt in te zien, een eventuele bodemverontreiniging niet aan de uitvoerbaarheid in de weg staat (22 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8297, r.o. 2.18.4; 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9569, r.o. 2.10.3). Daarbij geldt als uitgangspunt dat de bodem in principe geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico vormen voor de gebruikers van de bodem.
31
Bestemmingsplan “Dorpsstraat 37” te Oud Gastel
Beoordeling Binnen het gehele plangebied is door Wematech in oktober en november 2019, maart 2020 en januari 2021 gefaseerd een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportages daarvan zijn als bijlage 1 (noordelijk deel van het plangebied) en bijlage 2 (zuidelijk deel van het plangebied) bij deze toelichting gevoegd. Noordelijk deel Uit het onderzoek blijkt dat de bovengrond ter plaatse van het oostelijk terreindeel (MM01) licht verontreinigd is met lood. Ter plaatse van het westelijk terreindeel is de bovengrond niet verontreinigd. De ondergrond ter plaatse van het buitenterrein is licht verontreinigd met PAK. Het grondwater ter plaatse van het buitenterrein is niet verontreinigd. De bovengrond van het westelijk deel van de oude loods is licht verontreinigd met lood. De bovengrond van het oostelijk deel van de oude loods is niet verontreinigd. De ondergrond ter plaatse van de oude loods is niet verontreinigd. Het grondwater ter plaatse van het oude loodsdeel is licht verontreinigd met molybdeen en dichloormethaan. Mogelijk houdt de, zeer lichte, verontreiniging met dichloormethaan verband met de activiteiten van de drukkerij ter plaatse. De bovengrond ter plaatse van het nieuwe loodsdeel is niet verontreinigd. Er zijn geen verhoogde gehalten VOCl aangetroffen in de grond. Het grondwater is licht verontreinigd met (som) xylenen.