CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsplan Openbare Verlichting 2021-2025.pdf

Gemeenteraad 5 juni 2025, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 7: Herzien Beleid Openbare Verlichting 2025 en verder16.565 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Openbare verlichting wordt duurzaam ingekocht volgens de criteria voor duurzaam inkopen; Nieuwe of aangepaste openbare verlichtingsinstallatie voldoen minimaal aan energielabel B, (zoals beschreven in bijlage 6 en ook aangegeven als het hoogst haalbare); Bij vervanging van armaturen moet het lampvermogen worden gereduceerd waarbij de beleidsregels als leidraad gelden; Bij vervanging of nieuwe openbare verlichting wordt verlichting met wit licht toegepast in de lichtkleur 3.000 Kelvin en bij uitvalswegen 4.000 Kelvin; Armaturen worden voorzien van een dimregime en moeten geschikt zijn om te dimmen en voorbereid zijn voor het aanbrengen van een Zhaga connector.

Stroomvoorziening. De stroomvoorziening van de openbare verlichting wordt gerealiseerd door deze aan te sluiten op het energienet van de netbeheerder Enexis. De verwachting is dat de energieprijzen de komende jaren aanzienlijk zullen gaan stijgen. Dit is direct het gevolg van het doorberekenen van heffingen voor CO2-uitstoot en andere milieubelastingen aan de klanten van Enexis. Hoe groot deze stijging zal gaan uitpakken is momenteel nog niet bekend. Het is wel van belang hier alvast rekening mee te houden. Alle overige kosten voor de stroomvoorziening, zoals bijvoorbeeld het netrecht wordt door Enexis doorberekend. Ook de stijging van die kosten zijn momenteel nog niet inzichtelijk. Beleidsregels aangaande stroomvoorziening: 

Bij nieuwbouw en vervanging van openbare verlichting blijft de bestaande wijze van aansluiten op het Enexisnet gehandhaafd;

Verlichting van derden, zoals van de woningstichting, moeten met een eigen aansluiting op het energienet van Enexis worden aangesloten;

Brandgangen van de woningstichting en particulieren vallen buiten het beheer en onderhoud van de gemeente.

Communicatie en Participatie. De communicatie over het beleidsplan Openbare Verlichting (OVL) vindt plaats naar diverse externe doelgroepen zoals de inwoners, ondernemers en (woningbouw)verenigingen. De interne doelgroepen zijn de gemeenteraad, raadscommissies, het college van burgemeester en wethouders en de ambtelijke afdelingen. De gemeente Halderberge onderscheidt hierbij twee categorieën van communicatie, namelijk algemene en specifieke communicatie.

- 23 -

Algemene communicatie. De algemene communicatie richt zich op de profilering van Halderberge als "duurzame gemeente die zich wil door ontwikkelen naar een "Slimme Gemeente" (Smart City concept). Deze kernboodschap wordt herhaald en gebruikt bij algemene communicatie-uitingen, zoals het profileren van de gemeente of het aantrekken van nieuwe bewoners en/of bedrijven. Specifieke communicatie. De specifieke communicatie richt zich op specifieke projecten en werkzaamheden. Doel hierbij is het informeren en betrekken van inwoners bij de vervanging van armaturen die uitgerust worden met LED verlichting en een toekomstbestendige module. Tevens moet er gecommuniceerd worden over de meldingsmogelijkheid die voor inwoners ongewijzigd blijft. Zorgvuldig informeren is hierbij de richtlijn en daar waar kan, inwoners erbij betrekken. Gemeentelijke voorstellen en/of besluiten. Inspraak is in bepaalde gevallen een verplichting, zoals uitgewerkt in de gemeentelijke inspraakverordening. Inwoners hebben daarbij het recht op bezwaar en/of beroep. Door inwoners mee te nemen in het proces en hen ook gelegenheid te geven om mee te denken, kunnen gemeentelijke voorstellen en besluiten breder gedragen worden. Werkzaamheden openbare verlichting. Werkzaamheden in de openbare ruimte hebben niet alleen gevolgen voor de inwoners, maar ook voor andere spelers in de openbare ruimte.

Zowel intern als extern is communicatie over de werkzaamheden rondom openbare verlichting gewenst, zodat werkzaamheden op elkaar kunnen worden afgestemd en belanghebbenden weten wat er gaat gebeuren. In uitzonderlijke situaties, zoals een groot (her)inrichtingsplan, wordt er een communicatieplan opgesteld waar openbare verlichting een essentieel onderdeel van moet zijn. Zo maken we Halderberge samen duurzamer! Beschikbare middelen. Halderberge maakt gebruik van een zo groot mogelijk scala aan communicatiemiddelen, zoals bewonersbrieven, gemeentelijke website, sociale media en persberichten. Het overbrengen van de boodschap moet aansluiten bij de doelgroep en het communicatiemiddel. Participatie. Bij specifieke projecten waarbij een groot aantal lichtmasten worden vervangen, bijvoorbeeld in het kader van een reconstructie of inrichtingsproject, zal de gemeente inwoners betrekken. Bij herinrichting met nieuwe openbare verlichting en bij het beheer en onderhoud ervan wordt het belang van inwoners meegewogen. Daar waar mogelijk vraagt de gemeente inwoners en andere belanghebbenden binnen Halderberge om mee te denken en hun wensen kenbaar te maken binnen heldere, vastgelegde kaders. Halderberge werkt momenteel mee aan het opstellen van een publicatie voor burgerparticipatie in de openbare verlichting.

Vanuit Halderberge is de wijze waarop de ondernemers uit verschillende kernen zijn betrokken bij de aanschaf en het installeren van feestverlichting hiervoor als een casus ingebracht. Ook andere gemeenten, met andere voorbeelden, werken hieraan mee. De publicatie wordt uitgebracht door OVL.NL, de overkoepelende organisatie voor openbare verlichting binnen Nederland. Naar verwachting wordt deze publicatie in de loop van 2020 gepresenteerd (bijlage 7).

- 24 -

Beleidsregels aangaande omgevingscommunicatie: 

Halderberge betrekt haar inwoners, ondernemers en belangengroepen bij de openbare verlichting door te communiceren bij veranderingen;

Bij omvangrijke projecten wordt er vooraf overlegd met aanwonenden;

In de communicatie over het plaatsen van nieuwe en/of het vervangen van (openbare) verlichting is nadrukkelijk aandacht voor het aspect “lichthinder voorkomen”.

Beheer en onderhoud. Om het areaal van de openbare verlichting kwalitatief goed in orde te houden, is adequaat beheer en onderhoud noodzakelijk. Het zal capaciteit vergen van de beheersorganisatie om op de hoogte te blijven van nieuwe kennis en om het onderhoud zo kostenefficiënt mogelijk uit te (laten) voeren.

Beleidsregels aangaande beheer en onderhoud:  

Bij het beheer van de openbare verlichting moet kapitaalvernietiging worden voorkomen, door onderhoud tijdig en adequaat uit te voeren; Het dagelijks beheer is voor alle kernen en het buitengebied centraal ondergebracht.

4.2.2 Gebied specifieke beleidsregels. Woongebieden. Openbare verlichting speelt een belangrijke rol in woongebieden. De lichtkleur en kleurweergave speelt hier een belangrijke rol om verkeersveiligheid en sociale veiligheid te creëren. Om schijnveiligheid te voorkomen wordt voor de openbare verlichting in deze gebieden het uitgangspunt: “Licht waar het moet, donker waar het kan” gehanteerd. Solitaire voetpaden worden alleen verlicht wanneer deze ook ’s avonds deel uitmaken van een doorgaande wandelroute en beschikken over voldoende sociale controle. Parkeerterreinen worden voorzien van goede dimbare openbare verlichting. Met het oog op het milieu wordt er aan de hand van het gebruik van het parkeerterrein bepaald of er dimbare oriëntatie verlichting mogelijk is. Mocht het parkeerterrein niet of nauwelijks gebruikt worden in de donkere uren dan kan er besloten worden om niet te verlichten. Het plaatsen van openbare verlichting moet worden afgestemd met de aanwezige groenvoorzieningen binnen onze gemeente. Hierbij ligt bij ontwerpuitgangspunten de voorkeur voor het plaatsen van bomen aan één zijde van de weg en de lichtmasten aan de andere zijde van de weg.

Beleidsregels aangaande woongebieden:    

Openbare verlichting wordt gebruikt om verkeersveiligheid en sociale veiligheid te creëren; Openbare verlichting mag geen schijnveiligheid oproepen in bijvoorbeeld groene zones zoals parken; In 30 km-zones is gelijkmatigheid van verlichting van belang. De voorkeur ligt hier bij het gebruik van dimtechnieken; Solitaire voetpaden worden alleen verlicht wanneer deze deel uitmaken van een doorgaande route en

- 25 -

   

beschikken over voldoende sociale controle; Parkeerterreinen worden voorzien van goede dimbare openbare verlichting. Indien een parkeerterrein niet of nauwelijks wordt gebruikt in het donker kan het verlichtingsniveau worden verlaagd (sensor) of worden uitgeschakeld; De openbare verlichting wordt vroegtijdig afgestemd met de groenvoorzieningen. Hierbij geldt het ontwerpuitgangspunten: bomen aan één zijde van de weg, openbare verlichting aan de andere zijde; Aanpassen kleuren licht in de openbare verlichting kan alleen daar waar een beperkte tot geen verkeersfunctie geldt; Achterpaden worden alleen dan verlicht en onderhouden als zij in het beheer en eigendom zijn van de gemeente Halderberge.

Winkelgebieden /zichtlocaties. Winkelgebieden/zichtlocaties hebben een andere dynamiek dan woongebieden. Zo moet er bijvoorbeeld rekening worden gehouden met koopavonden, maar ook met een andere sfeer. Dit vraagt om andere keuzes ten aanzien van bijvoorbeeld dimregimes en materialen.

Beleidsregels aangaande winkelgebieden:     

Lichtkleur speelt een belangrijke rol. We sturen niet alleen op verkeersveiligheid maar ook op sociale veiligheid en het creëren van de juiste sfeer (afwijkende lichtkleur is, wanneer onderbouwd, toegestaan); Er wordt rekening gehouden met commerciële uitingen; Permanente bevestigingen van commerciële uitingen aan lichtmasten vindt onder voorwaarden plaats; Bij het aanlichten van gebouwen wordt energiezuinige verlichting toegepast en strooilicht zoveel als mogelijk voorkomen; Er wordt zorggedragen voor een dimregime, eventueel gekoppeld met een telemetriesysteem, waarbij de verlichting van op afstand kan worden benaderd..

Hoofdinfrastructuur. De wegen in de gemeente Halderberge hebben een specifieke functie toegewezen gekregen, zoals wonen, fietspaden of winkelgebieden). Deze functie is van belang voor de keuze van de toe te passen lichtbronnen (armaturen). Door deze specifieke toewijzing kunnen bepaalde armaturen op voorraad worden gehouden, waarmee de doorlooptijd van herstel bij schade, leveren en/of vervangen aanzienlijk kan worden verkort. Een deel van de wegen die behoort tot de hoofdinfrastructuur valt niet onder het beheer van Halderberge. Zo vallen de N640 en de N268 onder de hoofdinfrastructuur van de provincie Noord-Brabant en de rijksweg A17 en A58 onder Rijkswaterstaat. De verantwoordelijkheid voor openbare verlichting op deze wegen ligt bij de betreffende wegbeheerder. Hierbij wordt in overleg met deze beheerder getracht het beleid eenduidig te regelen. Bij verlichting voor gebiedsontsluitingswegen is vooral de verkeersveiligheid het belangrijkste doel. Het zijn wegen met een hoge verkeersdruk op bepaalde tijdstippen. De nadruk wordt gelegd op verkeers conflicterende punten binnen het wegennet waarbij openbare verlichting intensiever moet zijn. Dimmen kan, zonder dat dit de verkeersveiligheid schaadt, op bepaalde tijdstippen toegepast worden. Beleidsregels aangaande hoofdinfrastructuur:   

Er wordt een functionele uitstraling toegepast; Er wordt overleg gevoerd met andere wegbeheerders (Prov. RWS) om het beleid eenduidig te regelen; Door de gemeente wordt onderzoek gedaan naar alternatieve methoden, zoals geleiding te realiseren, zodat hogere kosten voor het plaatsen van lichtmasten worden voorkomen.

- 26 -

Buitengebied. Het buitengebied van Halderberge heeft een grote ecologische waarde. Ecologische verstoring door de openbare verlichting is zeer onwenselijk. Aanvullend op de generieke beleidsregels, wordt in het buitengebied gestuurd op het terugdringen van lichthinder en lichtvervuiling. Openbare verlichting wordt alleen toegepast wanneer de verkeersveiligheid hierom vraagt (oriëntatieverlichting) en alle andere maatregelen aangaande verkeersveiligheid onvoldoende blijken. In het buitengebied wordt door Halderberge gekeken naar alternatieve methoden om geleiding te realiseren in plaats van openbare verlichting. Hierbij valt te denken aan passieve, actieve markeringselementen of het toepassen van bakens. Beleidsregels aangaande buitengebied:     

In het buitengebied wordt niet verlicht, tenzij er zwaarwegende redenen zijn aan te wijzen ten behoeve van de oriëntatie, bijvoorbeeld op kruisingen; Openbare verlichting wordt enkel toegepast als er geen alternatieven mogelijk zijn om het gewenste effect te bereiken. Hierbij valt te denken aan bakens, reflectoren, actieve en/of passieve markering; Ten opzichte van de huidige situatie vindt er geen uitbreiding van het areaal plaats en zal deze bij voorkeur verder afnemen door het gebruik van alternatieven; Fietsoversteek bij conflictzones (kruisingen, rotondes) moeten goed worden verlicht; Halderberge monitort onderzoeken over de relatie tussen openbare verlichting en ecologie.

- 27 -

5

Hoe gaan wij dat bereiken?

Naast het op orde brengen en houden van het areaal wordt ook gekeken naar het extra verduurzamen (renoveren) van het verlichtingsareaal. Zoals eerder aangegeven hebben wij als gemeente vanaf 2016 veel verlichting vervangen of nieuw geplaatst. Hierbij zijn ongeveer 2.000 van de bestaande en veelal conventionele verlichting vervangen door een energiezuinige variant, met name LED-verlichting.. In dit hoofdstuk wordt er dieper ingegaan op enkele mogelijkheden om de doelen te bereiken. Deze zijn onderverdeeld in scenario’s. Met name in de vervangingsslag van armaturen wordt er gekeken naar innovaties die in de markt hebben plaatsgevonden en die voor een extra besparingsimpuls kunnen zorgen. In het voorliggend beleidsplan wordt voorgesteld dat in de toekomst LED het uitgangspunt is bij vervangingen in de openbare verlichting. Naast het toepassen van LED is een ander uitgangspunt dat verlichting ook standaard statisch of dynamisch gedimd zal worden. De gekozen maatregelen hebben verlichtingstechnischeen financiële gevolgen voor het areaal. Een licht hogere investering is het gevolg van vervangen door LED inclusief dimmen. Echter de onderhouds- en energiekosten worden lager. Het gereed maken van de installaties door het toepassen van connectoren of dynamische dimtechnieken vraagt een extra investering, maar daarnaast creëert het nieuwe mogelijkheden voor nu of in de toekomst.

Aan de hand van een drietal scenario’s, is gekeken naar de financiële consequenties. “Uit de cijfers blijkt dat er na 2021 nog ongeveer 3.000 lichtpunten (45%) aangepakt moeten worden. Dit aanpakken kan gebeuren door geheel te vervangen op basis van de technische levensduur, maar ook andere uitgangspunten zijn hierbij mogelijk. Te denken valt dan bijvoorbeeld aan het vervangen van de interne componenten en bedrading, waarbij dus andere onderdelen blijven behouden en dus niet het hele armatuur wordt weggegooid. Hierbij moet worden opgemerkt dat niet ieder armatuur hier installatie technisch en/of lichttechnisch geschikt voor is. Dit zal per type en situatie moeten worden bekeken.”

5.1 Scenario’s. De drie scenario’s, welke zijn getoetst op haalbaarheid, zijn:  Scenario 1: vervanging naar aanleiding van 1x inspectie bij einde technische levensduur;  Scenario 2: vervanging traditioneel bij einde technische levensduur;  Scenario 3: vervanging op straatniveau; De doorgerekende scenario’s zijn als volgt opgebouwd: Scenario 1, vervanging nadat de materialen 1 keer zijn geïnspecteerd: Dit scenario gaat ervanuit dat lichtmasten niet direct worden vervangen, wanneer deze de technische levensduur overschrijden. Stalen lichtmasten ouder dan 40 jaar en aluminium lichtmasten ouder dan 30 jaar, worden gekeurd. Wanneer deze voldoen aan de eisen zullen ze een goedkeuring ontvangen, wat betekend dat de levensduur van de lichtmast met een aantal vastgestelde jaren (7) kan worden verlengd. Voor wat betreft de armaturen is er eenzelfde werkwijze, alleen is dan de restlevensduur lastiger te bepalen. Voor het keuren van de armaturen zijn geen geijkte inspecties. De keuringen bij masten en armaturen blijven momentopnames. Scenario 2, vervanging traditioneel bij einde technische levensduur: Bij dit scenario worden de lichtmasten en armaturen direct vervangen, zodra de technische levensduur wordt overschreden.

De lichtmasten en armaturen worden in dit scenario beoordeeld volgens een vooraf vastgesteld schema, waarbij voor de stalen masten 40 jaar wordt aangehouden voor aluminium masten 30 jaar en voor armaturen 20 jaar. Dit zijn ook de landelijke uitgangspunten. Hierbij wordt in tegenstelling tot scenario 1 niet geïnspecteerd om eventuele levensduur verlenging toe te passen. Scenario 3, vervanging op straatniveau: Bij dit scenario, wat overigens het huidige beleid is, wordt op straatniveau de gemiddelde leeftijd bepaald van de lichtmast en het armatuur in een straat. Hoe hoger de gemiddelde leeftijd boven de technische levensduur,

- 28 -

des te urgenter zal de aanpak van de verlichting zijn. Hierbij worden materialen die nog niet zijn afgeschreven in opslag gelegd t.b.v. inboet bij incidentele uitval en/of schade elders in de gemeente. Voor het uitvoeren van een renovatie op straatniveau worden in de komende jaren (2021 - 2025) die locaties aangepakt, waarbij de gemiddelde leeftijd van de lichtmasten en armaturen het hoogst zijn. Voor het gebruik aan inboet wordt aangehouden voor stalen masten jonger dan 30 jaar, aluminium masten die jonger zijn dan 20 jaar. Armaturen worden hergebruikt als deze jonger zijn dan 10 jaar. Incidentele vervangingen en/of renovatiewerkzaamheden in andere straten kunnen hiermee worden uitgevoerd.

5.2 Scenario komende beleidsperiode. Wat betekenen de hierboven beschreven scenario’s nu voor de financiën voor Halderberge? Onderstaand hebben we een overzicht per scenario opgesteld. In alle scenario’s worden de lampen die niet meer worden geleverd en/of de grootste energieverbruikers zijn met voorrang vervangen. Aanvullend moet worden opgemerkt dat met achterstallig onderhoud (achterstand) wordt bedoeld dat de lichtmasten en armaturen over het einde van de landelijk aangehouden technische levensduur heen zijn. Populair gezegd is de technische houdbaarheidsdatum van die materialen overschreden. Dit betekend overigens niet dat de materialen niet meer functioneren.

Scenario 1, vervanging naar aanleiding van 1x inspectie bij einde technische levensduur: Kosten vervanging lichtmasten en armaturen o.b.v. scenario 1 2021 2022 2023 Totaal € 400.372 € 614.542 € 800.172

2024 € 577.732

2025 € 503.172

Bij dit scenario wordt alle achterstand in de eerste vijf jaar weggewerkt door de materialen meer levensduur te geven

Besparing verbruik Onderhoud (€)

Verbruik (MWh)

CO2 (ton)

Energie (€)

Exploitatie (€)

VVP 2019/2020*

3.747

74

38

4.457

8.204

2021**

1.923

109

56

6.555

12.225

2022**

2.803

171

88

10.259

18.732

2023**

3.544

252

130

15.098

27.114

2024**

2.761

307

158

18.413

33.190

2025**

2.253 350 180 21.014 38.044 * VVP is het Vervangingsplan 2019/2020 ** In deze tabel is de huidige achterstand (€ 1.659.560,-) verdeeld over de 5 jaar.

Het vervangingsplan 2019-2020 moet in deze beleidsperiode nog worden uitgevoerd, maar is in de berekeningen wel meegenomen. De huidige middelen op het IP voor 2021 zijn dus extra nodig. - Onderhoud. Het huidige beschikbare budget voor het onderhoud, opgenomen op de exploitatiebegroting 2020, staat op € 75.000 per jaar. Voor energie is dit € 80.000,-. De in deze tabel benoemde besparing voor onderhoud komt dan in mindering op de beschikbare € 75.000,- en de besparing op energie op de beschikbare 80.000,- per jaar. In onderstaande grafiek zijn twee lijnen opgenomen waarbij bij de blauwe lijn de voortgang volgens scenario 1 over 5 jaar aangeeft. De oranje lijn toont de voortgang volgens het scenario over 10 jaar. De verschillende lijnen zijn gerelateerd aan de levensduur van de materialen en het moment van vervangen. De stippellijn zijn de ambities opgenomen in het Energieakkoord.

- 29 -

Uitgangspunt bij dit scenario is dat de masten en armaturen, die over de technische levensduur zijn, éénmalig worden geïnspecteerd. Als de uitkomst van de inspectie positief uitvalt wordt er voor masten een garantie afgegeven over de extra levensduur. Voor het armatuur wordt er geen garantie afgegeven; dit blijft een verwachting. In het meest extreme geval gaan armaturen binnen een jaar na de inspectie alsnog kapot en moeten deze alsnog worden vervangen. Deze zogenaamde spotvervanging leidt, zoals de benaming al doet vermoeden, tot een random uitvoering (ad hoc). Voordelen. Voordeel van scenario 1 is wel dat de kosten voor de uitvoering van dit scenario binnen het huidige beschikbare budget vallen wat momenteel is opgenomen op het IP, met uitzondering van 2023. Daar waar tot nu toe ong. € 750.000,- wordt besteedt aan vervangingen zou dit terug kunnen naar gem. € 579.198,Tevens is de technische levensduur van de lichtmasten en armaturen tot een maximum te benutten, deze wordt dan nog eens extra verlengd. Nadelen. Nadeel van scenario 1 is dat als gevolg van spotvervanging (ad hoc) er een onrustig lichtbeeld op straat ontstaat, waarbij rekening gehouden moet worden met klachten uit de omgeving. Conventionele lampen worden na verloop van tijd wat zwakker. Armaturen die wat ouder zijn hebben vaak geen dimregime en geen Led. De ene lamp brand heel de nacht 100% de andere maar 50%.

Dit geeft een onrustig beeld. Daarnaast zit er een onzekerheid in de uitkomst van de inspectie van de armaturen. Deze kan alleen visueel plaatsvinden en niet door middel van een geijkte test, met als gevolg dat een garantie niet kan worden afgegeven. De inspectie brengt ook meerkosten met zich mee met daarbij dus geen garantie. Verder zal het einde van de technische levensduur verdeeld zijn op objectniveau binnen een straat. Er worden relatief hogere kosten gemaakt door de uitvoering van ad-hoc werkzaamheden. Verder bestaat de kans dat er dus in de jaren daarna alsnog vervangingswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd met niet alleen kosten voor het vervangen van het armatuur maar ook extra kosten voor de klachtenafhandeling. De ambities, opgenomen in het Energieakkoord voor 2030, en die zijn benoemd voor 2020 worden in 2024 behaald, de ambities voor 2030 worden niet gehaald. De lijnen voor de kortere en langere termijn liggen ook niet ver van elkaar. Het maximaal te behalen resultaat op de kortte termijn is het minst van alle scenario’s en duurt het langst voordat dit is bereikt.

- 30 -

Scenario 2, vervanging traditioneel bij einde technische levensduur: Kosten vervanging lichtmasten en armaturen o.b.v. scenario 2 2021 2022 2023 Totaal € 785.814 € 637.234 € 777.864

2024 € 671.714

2025 € 767.224

Bij dit scenario wordt alle achterstand in de eerste vijf jaar weggewerkt.

Besparing Onderhoud (€)

Verbruik (MWh)

CO2 (ton)

Energie (€)

Exploitatie (€)

VVP 2019/2020

3.747

74

38

4.457

8.204

2021*

3.391

148

76

8.857

15.995

2022*

2.839

208

107

12.476

22.453

2023*

2.996

278

143

16.682

29.655

2024*

2.650

334

172

20.068

35.690

2025*

2.578 391 201 23.466 * VVP is het Vervangingsplan 2019/2020 ** In deze tabel is de huidige achterstand (€ 2.610.720,-) verdeeld over 5 jaar.

41.667

Het vervangingsplan 2019-2020 moet in deze beleidsperiode nog worden uitgevoerd, maar is in de berekeningen wel meegenomen.

- Onderhoud. Het beschikbare budget voor het onderhoud staat ook hier op € 75.000 per jaar. Voor energie is dit € 80.000,-. De in deze tabel benoemde besparing voor onderhoud komt dan in mindering op de beschikbare € 75.000,- en de besparing op energie op de beschikbare 80.000,- per jaar. Deze minderingen per jaar zijn hoger dan bij scenario 1. In onderstaande grafiek zijn twee lijnen opgenomen waarbij bij de blauwe lijn de voortgang volgens scenario 2 over 5 jaar aangeeft. De oranje lijn toont de voortgang volgens het scenario over 10 jaar. De stippellijn zijn de ambities opgenomen in het Energieakkoord. De verschillende lijnen zijn gerelateerd aan de levensduur van de materialen en het moment van vervangen.

- 31 -

Uitgangspunt bij dit scenario is de mast en/of het armatuur aan het einde van de technische levensduur wordt vervangen. Hierbij vindt geen inspectie plaats ten behoeve van het oprekken van de levensduur. Voordelen. Voordeel van scenario 2 is dat de kosten voor de uitvoering van dit scenario binnen het huidige beschikbare budget vallen wat momenteel is opgenomen op het IP. Daar waar tot nu toe ong. € 750.000,- wordt besteedt aan vervangingen zou dit terug kunnen naar gem. € 727.970,Voordeel scenario 2 ten opzichte van scenario 1 is dat er geen inspectie plaatsvind en daarbij de kosten voor inspectie worden uitgespaard en verder is er ook geen onzekerheid over de nog te verwachte levensduur van dus met name de armaturen. Nadelen. Aan het einde van de technische levensduur worden de materialen vervangen zonder de mogelijkheid te benutten deze op te rekken. Dit zou men kapitaalsvernietiging kunnen noemen. Een tweede nadeel is dat ook dit scenario uitgaat van een bepaalde mate van ad-hoc beleid. Daar waar een mast en/of armatuur einde technische levensduur is wordt enkel ook het betreffende materiaal vervangen. Ook nu bestaat er de kans op een onrustig straatbeeld met geen gelijkmatige verlichting. Dit kan ook weer onnodig klachten tot gevolg hebben. De kans op incidenteel uitval is kleiner dan bij scenario 1 maar groter dan bij scenario 3.

De ambities, opgenomen in het Energieakkoord voor 2030, en die zijn benoemd voor 2020 worden in 2023 behaald, de ambities voor 2030 worden niet gehaald. De doelstellingen voor 2030 worden wel meer en eerder benaderd dan bij scenario 1.

Scenario 3, vervanging op straatniveau: Kosten vervanging lichtmasten en armaturen o.b.v. scenario 3 Achterstand 2021 2022 2023 Totaal €0 € 744.600 € 700.210 € 742.000

2024 € 735.450

2025 € 756.590

2026 € 753.490

Bij dit scenario is de gehele achterstand na 6 jaar weggewerkt

Onderhoud (€)

Verbruik (MWh)

Besparing CO2 (ton)

Energie (€)

Exploitatie (€)

VVP 2019/2020

3.747

74

38

4.457

8.204

2021

2.565

122

63

7.335

13.647

2022

2.440

171

88

10.239

18.991

2023

2.626

230

118

13.793

25.171

2024

2.368

297

153

17.823

31.569

2025

1.944

367

189

22.027

37.717

2026

1.807

436

224

26.148

43.645

* In dit scenario is er geen achterstand,

Het vervangingsplan 2019-2020 moet in deze beleidsperiode nog worden uitgevoerd, maar is in de berekeningen wel meegenomen. - Onderhoud. Het beschikbare budget voor het onderhoud staat hier wederom op € 75.000 per jaar. Voor energie is dit € 80.000,-. De in deze tabel benoemde besparing voor onderhoud komt dan in mindering op de beschikbare

- 32 -

€ 75.000,- en de besparing op energie op de beschikbare 80.000,- per jaar. Dit is minder dan scenario 2 maar meer dan bij scenario 1. In tegenstelling tot scenario 2 zijn er in dit scenario, naar aanleiding van het verstrijken van de technische levensduur, na 2026 geen kleine vervangingen meer nodig. Er is immers geen achterstand meer. In onderstaande grafiek, betreffende de ambities van Halderberge, is in tegenstelling tot de vorige scenario’s een lijn opgenomen waarbij bij de oranje lijn de voortgang volgens het model over 5 jaar bevat. Een tweede lijn is er bij dit scenario niet omdat na 6 jaar het gehele areaal vervangen is, en er dus geen achterstand op basis van de landelijk gehanteerde technische levensduur meer is. Dit scenario is in tegenstelling tot de scenario’s 1 en 2 uitgesmeerd over 6 jaar in plaats van 5 jaar. Dit heeft te maken dat er bij dit scenario is gekeken naar het huidige beschikbare budget op het IP, dat in dit scenario optimaal is benut. In onderstaande grafiek is de voortgang volgens het model van het Energieakkoord opgenomen.

Uitgangspunt van dit scenario is dat aan de hand van het beschikbare budget wordt gekeken wat de mogelijkheden zijn. Hierbij wordt vervanging op wijk- of gebiedsniveau zoveel als mogelijk toegepast. Voordelen. De kosten voor de uitvoering van dit scenario vallen binnen het huidige beschikbare budget wat momenteel is opgenomen op het IP. Daar waar tot nu toe ong. € 750.000,- wordt besteedt aan vervangingen zou dit terug kunnen naar gem. € 738.723,-. Wel verdeeld over 6 jaar. Hierbij zal het einde van de technische levensduur per straat hetzelfde zijn. Er is geen achterstand. Een ander groot voordeel is dat er minder maatschappelijke overlast is omdat men voor de vervanging maar eenmalig in de straat, wijk of het gebied komt. Bij de scenario’s 1 en 2, waar sprake is van random vervangen (ad hoc), is dit wel het geval. Ook eenduidigheid in materiaalkeuze op straat, wijk of gebiedsniveau is hier een groot voordeel en slimme technieken kunnen optimaal worden benut. Bij dit scenario kunnen de materialen die nog niet aan hun einde technische levensduur zijn tijdelijk in opslag worden genomen. Deze worden dan gebruikt voor het incidenteel (tijdelijk) herstel van schades en vandalisme of zelfs voor vervanging van andere straten. Hierbij wordt uitgegaan van een restlevensduur van 10 jaar.

Gelet op de dan ontstane opbouw van het materiaal wordt het hoogst haalbare voor de gemeente Halderberge, op het gebied van duurzaamheid en energiebesparing, met de huidige technieken behaald. Nadelen. Nadeel scenario 3, in tegenstelling tot scenario 2 is de bezuiniging op de exploitatie wat minder.

- 33 -

De ambities, opgenomen in het Energieakkoord voor 2030, en die zijn benoemd voor 2020 worden in 2023 behaald. De ambities en doelstellingen voor 2030 worden bijna behaald, meer nog dan in scenario 1 en 2.

5.3 Conclusie en aanbevelingen. Afgelopen beleidsperiode 2016-2020. Uit de voorgestelde scenario’s in het vorige beleidsplan bleek dat er in de periode 2016-2020 moest worden geïnvesteerd om de kwaliteit van de openbare verlichting te kunnen blijven garanderen. Het uitgangspunt van het meest gunstige scenario was om in 2021 de achterstand weggewerkt te hebben, met daarbij wel de opmerking dat ong. 50% van de armaturen (3500 stuks) jonger zou zijn dan 24 jaar. Dus nog steeds 4 jaar ouder dan de landelijk geaccepteerde technische levensduur. Verder ook zouden als gevolg van verdere veroudering van materialen de benodigde investeringen niet uitgesloten zijn, hoewel deze naar verwachting wel minder zouden worden. In paragraaf 3.1 is gegeven dat de ingezette verbeteringsslag wel degelijk de positieve uitwerking heeft op de leeftijd van de materialen en daarmee een positieve uitwerking heeft op de in 2015 gestelde ambities. Er is een bewuste keuze gemaakt om in het vorige beleidsplan niet verder te kijken dan een periode van vijf jaar en niet verder. De reden hiervan was de voortschrijdende stand van de technieken en het daarbij behorende te verwachten energieverbruik. Uit de conclusies, opgenomen in het beleidsplan 2016-2020, was al te zien dat om de landelijke ambities en doelstellingen te kunnen behalen Halderberge een forse financiële injectie nodig had.

Al was het maar om het licht ook te kunnen laten branden. Voor wat betreft de staat van onderhoud en de leeftijd van de openbare verlichting werd vastgesteld dat het areaal verouderd was. Hierdoor zou het risico van incidentele uitgaven naar aanleiding van uitval toenemen. Er is een hoeveelheid van ca. 78% van het areaal genoemd dat in de periode 2016-2020 vervangen zou moeten worden. Hiervan is nu ong. 30% uitgevoerd Dit heeft ook wel de nodige negatieve invloed gehad op de toenemende klachten en meldingen over uitval van de verlichting. Het voorstel was om in de beleidsperiode 2016-2020 op twee problemen te sturen.  het in de hand houden van de kwaliteit van de openbare verlichting en het groeiende risico op uitval door het verouderde areaal.  het bewerkstelligen van ambities en doelstellingen, gerelateerd aan het Energieakkoord 2013. Beleidsperiode 2021-2025. Ondanks alle inspanningen die de afgelopen jaren zijn gedaan, gaan de doelstellingen van het Energieakkoord in 2030 niet gehaald worden. De doelstellingen voor 2020 worden wel behaald maar dan wel later (afhankelijk van het door de raad te kiezen scenario niet eerder dan 2023). Diverse uitbreidingen van het areaal in Halderberge en de opbouw van het areaal met al aanwezige energiezuinige installaties zijn hiervan de grootste reden.

Immers uitbreiding van het areaal werkt negatief op mogelijke voorgenomen energiebesparing. Als we naar het areaal van Halderberge kijken, als weergegeven in hoofdstuk 3, zien we dat het overgrote deel van de installatie bestaat uit armaturen met een PLL lichtbron. Deze lichtbron is de ‘spaarlamp’ onder de openbare verlichting en vanuit zichzelf al energiezuinig. Kijken we naar het energieverbruik van 2013 ten opzichte van 2020 zien we een mindere daling (8%) van het energieverbruik dan voor de invulling van de ambitie (20%). Te meer ook omdat het laatste werkbestek met een volume van 2 jaar nog moet worden uitgevoerd. We kunnen echter wel stellen dat met de huidige technieken de gemeente Halderberge het maximale doet om ook het maximale te besparen op het verbruik van energie in de openbare verlichting Ondanks dit feit valt uit het doorrekenen van scenario 3 op te maken dat door het doorvoeren van energiezuinige LED-armaturen i.c.m. het dimmen alsnog een aanzienlijke verduurzaming valt te realiseren (35%-40%). Dit valt overigens nog steeds in de ambitie die in 2016 is benoemd, namelijk een energiebesparing van 38% ten opzichte van 2013. In 2016 is aangegeven dat het niet duidelijk was wat het einddoel zou kunnen zijn. Nu is dit wel duidelijk en blijkt een besparing van 35% tot 40%, ten opzichte van 2013, de ondergrens voor

- 34 -

Halderberge. Door nog meer lichtmasten weg te zetten, bijvoorbeeld naar aanleiding van uitbreidingsplannen, wordt de uiteindelijke besparing mogelijk wel minder. Het toepassen van “Slimme technieken” zou nog meer een positieve bijdrage kunnen leveren aan de doelstellingen van het Energieakkoord in 2030. Met slimme verlichting wordt bedoeld het toepassen van nieuwe technieken om de kwaliteit van leven te verbeteren. Wat daarbij echter belangrijk is te weten is dat dit een extra investering betekent op de reeds bepaalde bedragen. Deze extra investering ligt tussen de € 1.500,en € 2.000,- per lichtobject. De vraag hierbij is dan ook of Halderberge dit realiseerbaar en wenselijk vindt. Na 2026, als alle oude materialen vervangen zijn, zal deze vraag nog relevanter zijn. Voor het bepalen van het energielabel is in de berekeningen in bijlage 3 een bedrag opgenomen. Dit kan dan worden uitgevoerd als er sprake is van vervangingen op straatniveau. Eerder bepalen van het energielabel door berekeningen betekent elke straat in Halderberge doorrekenen op basis van het huidige areaal. Voor nu kan worden vastgesteld dat door het vervangen van de armaturen door LED het energielabel B maximaal haalbaar is. Het voorstel is om scenario 3 toe te passen voor de komende beleidsperiode 2021-2025. Dit is de meest rendabele oplossing, zeker op de langere termijn.

Dit scenario geeft ook het beste resultaat, qua duurzaamheid, op zowel de kortere als de langere termijn. Hierbij geeft de uitkomst op uitvoeringsniveau het beste resultaat. Binnen zes jaar is de achterstand weggewerkt. In die zes jaar worden 1.309 masten vervangen en 4.393 armaturen (inclusief de armaturen die nog in het huidige vervangingsplan zitten). De kosten voor vervanging bedragen in de periode 2021-2025 gemiddeld € 738.723,- per jaar. Deze vervanging gebeurt op straat, wijk/gebiedsniveau zodat het beeld in de openbare ruimte zo eenduidig mogelijk is. In het uitvoeringsplan kan te zijner tijd de detaillering verder worden bepaald. Bij het beschrijven van de drie scenario’s wordt uitgegaan van een extra investering voor 2021. Op basis van het huidige beleid is er al een bedrag gereserveerd van € 750.000,-. Bij het niet verhogen van de middelen in 2021 moet er vooralsnog ook in 2026 gem. € 750.000,- worden geïnvesteerd om te komen tot het maximaal haalbare. Dit moet wel met het opstellen van het volgende beleidsplan voor de periode 2026-2030 nader worden bekeken, mogelijk dat deze investering lager kan uitvallen naar aanleiding van maatregelen uitgevoerd in de beleidsperiode 2021-2025 en op basis van dan verder ontwikkelde technieken..

Al lijkt misschien scenario 2 ook een goed alternatief te zijn; het maatschappelijk belang is ook iets wat in scenario 3 beter tot zijn recht komt. Doordat gehele straten of wijken/gebieden geheel worden aangepakt, ontstaat er ook minder overlast voor de inwoners. Samen met het benutten van de technische mogelijkheden voor openbare verlichting levert scenario 3 het beste resultaat met de meest efficiënte inzet van materiaal en materieel. In de onderstaande tabel is per scenario aangegeven wat de te verwachte risico’s zijn per eerder beschreven onderdeel. Een plus geeft de positieve gevolgen aan, terwijl met de min wordt aangegeven dat er negatieve gevolgen zijn.

- 35 -

De gemeente Halderberge kijkt niet alleen naar de mogelijkheden binnen de eigen gemeente maar zoekt ook naar voorbeelden bij andere gemeenten en de mogelijkheden die daar worden aangehaald om te komen tot een duurzaam en energiezuinig beleid. Mogelijkheden die ook tevens zijn afgestemd op de inwoners binnen de gemeente. Niet voor niets participeert de gemeente Halderberge ook in een publicatie die momenteel wordt opgesteld door het IGOV, het landelijk orgaan voor gemeenten in het taakveld van de openbare verlichting. Als laatste bijlage is de conceptpublicatie gevoegd die binnen afzienbare tijd ook landelijk zal worden gepubliceerd. De gemeente Halderberge heeft hiervoor een casus ingebracht met betrekking tot het plaatsen en faciliteren van feestverlichting. Bij uitstek kan feestverlichting sfeerbepalend zijn. De keuze voor het aanbrengen van feestverlichting is afhankelijk van smaak en beleving van de mensen in de openbare ruimte. De keuze voor reguliere openbare verlichting is vaak gekoppeld aan het gevoel van veiligheid, waarbij dan weer schijnveiligheid moet worden voorkomen. In alle gevallen waar enige mate van licht gewenst is telt dan nog meer…. “Licht waar het moet , donker waar het kan….”.

- 36 -

Bijlage 1, Milieucriteria voor Maatschappelijk verantwoord inkopen. In het milieucriteriadocument zijn een viertal minimumeisen opgenomen. Deze eisen zijn als volgt:  ME1. Ledverlichting; In nieuwe situaties en bij vervanging/vernieuwing in bestaande situatie is het toepassen van ledverlichting het uitgangspunt  ME2. Levensduur ledverlichting; o LED systemen die worden toegepast, dienen te voldoen aan L80F10, Tq 25°C bij levensduur ≥80.000 branduren;  ME3. Dimbare verlichting o Bij nieuwbouw van OVL-installaties en bij complete vervanging van lampen en armaturen van bestaande OVL-installaties langs verkeerswegen: De OVL-installatie moet dimbaar zijn. o Bij nieuwbouw van OVL-installaties en bij complete vervanging van lampen en armaturen van OVL–installatie, in woon- en verblijfgebieden: De OVL-installatie moet geschikt zijn om gedimd te worden. De inkoper kan hiervan afwijken indien dimbare verlichting vanuit kostenoverwegingen niet wenselijk is.  ME4. Beperking lichthinder; De lichtuitstraling van de OVL-installatie moet vallen binnen de grenswaarden als gesteld in de Richtlijn Lichthinder 2015 van de NSVV. Aanvullend zijn er in het milieucriteriadocument ook nog gunningscriteria opgenomen. Dit zijn aanvullingen en geen minimum eisen. De gunningscriteria zijn als volgt: 

GC1. Energiezuinige OVL-Installatie; Naarmate een OVL-installatie energiezuiniger is dan een andere inschrijver [X], wordt de inschrijving hoger gewaardeerd. Beoordeling vindt plaats op basis van het energieverbruik in de gebruiksfase, uitgedrukt in kWh/jaar; GC2. Materialen van de OVL-installatie; o Naarmate het gewichtspercentage van de OVL-installatie dat afkomstig is uit gerecycleerde of hernieuwbare materialen hoger is, wordt een hogere waardering toegekend; o Naarmate de onderdelen van de OVL-installatie gemakkelijker kunnen worden gedemonteerd en eventuele kunststofonderdelen beter kunnen worden gerecycleerd, wordt dit deel van de inschrijving hoger gewaardeerd:  De aansluitingen zijn eenvoudig te vinden, bereikbaar met gangbaar gereedschap en voor zover mogelijk genormaliseerd.  Kunststofonderdelen zwaarder dan 25 gram en met een oppervlak groter dan 2 cm2 zijn in overeenstemming met ISO 11469:2016 en ISO 1043 of een gelijkwaardige norm voorzien van een permanent merkteken ter identificatie van het materiaal.  Kunststofonderdelen bestaan uit één polymeer of compatibele polymeren.

- 37 -

Bijlage 2, Specificaties Zhaga-connector. Aan deze genormaliseerde connector zijn een aantal eisen gesteld:      

Kleinere connector, zodat integratie in straatverlichting gemakkelijker is; Geschikt voor alle montage-richtingen; Uitgevoerd met standaard aansluitingen zodat uitwisselbaarheid wordt gegarandeerd; Geschikt voor lage spanningen, zodat ontwikkeling van sensoren en communicatie eenvoudiger wordt; Gestandaardiseerd protocol om met de driver te communiceren; Universeel toepasbaar zodat er voldoende concurrentie zal zijn op toepassingen.

Als de connector in het armatuur is ingebouwd passen in basis alle modules erop die volgens deze ‘Zhaga’ specificatie zijn/worden ontwikkeld.

Figuur 4.1.5-3: Schematische weergave opbouw Zhaga connector / armatuur

In de module, die met behulp van de Zhaga connector op het armatuur wordt geplaatst, kan bijvoorbeeld een simpele licht/donker sensor worden ingebouwd. Een andere toepassing is een ingebouwde camera of een luchtkwaliteitssensor. Het is niet ondenkbaar om op de bovenzijde een licht/donker sensor, gecombineerd met een communicatie-module, aan te brengen en aan de onderzijde van het armatuur een connector waar bijvoorbeeld een camera-module in zit. Het voordeel van de ZHAGA connector is dat het armatuur niet gewijzigd wordt. De originele certificaties blijven daarmee intact. De voordelen voor Halderberge zijn divers:  Indien een module defect is kan er makkelijke vervangen en/of gerepareerd worden;  Niet verplicht om direct alle armaturen van modules te voorzien want “achteraf” een module plaatsen is zeer eenvoudig geworden met weinig bijkomende kosten;  Upgraden of updaten is makkelijk mogelijk door het vervangen van enkel deze module. Als je eerst enkel een luchtkwaliteitssensor hebt en later ook een camera wilt plaatsen is dat geen probleem (mits de juiste communicatievorm is gekozen).

- 38 -

Bijlage 3, Uitgangspunten berekening financiële doorrekening. In dit beleidsplan openbare verlichting van Halderberge zijn drie scenario’s doorgerekend. Om tot een zo accuraat mogelijke berekening te komen zijn een aantal aannames gedaan en diverse uitgangspunten bepaald. In deze notitie worden deze aannames en uitgangspunten nader beschreven. Algemeen. Bij het plaatsen van LED-verlichting als duurzame verlichting is het uitgangspunt dat deze tijdens de levensduur van het LED-armatuur twee keer tijdens de afschrijftermijn schoongemaakt worden. Voor wat betreft de prijzen van de werkzaamheden en materialen zijn prijzen aangehouden op basis van ervaringscijfers binnen Montad en op basis van eenheidstarieven. Bij de exploitatieberekening is geen rekening gehouden met maandelijks optredende transport en aansluittarieven per lichtmast. Dit zijn maandelijkse kosten welke dienen te worden betaald per lichtpunt binnen de gemeente. Daar waar minder lichtpunten in de nieuwe situatie worden teruggeplaatst zullen er ook minder maandelijkse kosten worden doorberekend door het nutsbedrijf. In de berekening is geen rekening gehouden met de aanwezigheid en locaties van het eigen OV-netwerk. Uitgangspunt voor de berekening is een export van de actuele areaalgegevens uit het beheersysteem van de gemeente Halderberge met peildatum april 2020. Investering- en exploitatiebepaling.

Voor het bepalen van de hoogte van de investering- en exploitatiebedragen zijn de volgende uitgangsbedragen gehanteerd. Deze bedragen zijn samengesteld op basis van ervaring, kostprijzen op basis van huidige marktprijzen en een afronding om de indexatie in te calculeren. Prijzen zijn exclusief BTW en toeslagen (administratiekosten, toezicht, projectleiding, et cetera). VERWIJDEREN VERLICHTINGSOBJECT Verwijderen verlichtingsobject t/m 6 meter Verwijderen verlichtingsobject > 6 meter Verwijderen standaard OV-aansluiting energiebedrijf*

€ 147,00 € 170,00 € 260,00

VERVANGEN LICHTMAST Vervangen verlichtingsobject t/m 6 meter Vervangen verlichtingsobject > 6 meter Vervangen standaard OV-aansluiting energiebedrijf**

€ 107,00 € 130,00 € 265,00

VERVANGEN ARMATUUR Vervangen armatuur

€ 40,00

LEVEREN LICHTMASTEN Leveren mast verlichtingsobject 4 m. Leveren mast verlichtingsobject 6 m. Leveren mast verlichtingsobject 8m. +

€ 333,00 € 482,00 € 739,00

- 39 -

LEVEREN ARMATUREN (DIMBAAR) Standaard LED armatuur 18 Watt (t.b.v. lichtmast 4 m.)*** Standaard LED armatuur 24 Watt (t.b.v. lichtmast 6 m.)*** Standaard LED armatuur 42 Watt (t.b.v. lichtmast 8 m. +)***

€ 300,00 € 400,00 € 500,00

Tabel Bijlage 2-1 Kostenoverzicht OVL werkzaamheden

*Betreft de kosten die het energiebedrijf in rekening brengt voor het verwijderen van een elektrische aansluiting ten behoeve van de openbare verlichting bij het verwijderen van een lichtmast. ** Betreft de kosten die het energiebedrijf in rekening brengt voor het loskoppelen van een aansluiting en het weer aanbrengen van de aansluiting in de nieuwe lichtmast. *** Betreft een inschatting van de gemiddelde-prijzen van armaturen. In de uiteindelijke tabel zijn de totaalprijzen inzichtelijk voor scenario 3. In deze investeringsbedragen is een percentage van 15% verwerkt voor voorbereiding en uitvoeringsbegeleiding. ENERGIEKOSTEN Tarief energie hoog exclusief energiebelasting en BTW

€ 0,03974

Tarief energie laag exclusief energiebelasting en BTW

€ 0,02589

Netwerkkosten exclusief BTW

€ 0,52140

ONDERHOUD Remplace kosten per keer

€ 12,00

Schoonmaken armatuur/mast

€ 12,00

MILIEU CO2 uitstoot 0.515 kg/kWh

0,515

LEVEREN LAMPEN Leveren CDO / -CDM 70 Watt

€ 25,00

Leveren CDO-TT 100 Watt

€ 40,00

Leveren CDO-TT 150 Watt

€ 20,00

Leveren CPO-T 45 Watt

€ 24,00

Leveren CPO-T 60 Watt

€ 30,00

Leveren PL-S 9 Watt

€ 7,00

Leveren PL-C / PL-L 18 Watt

€ 5,00

Leveren PL-L 24 Watt

€ 5.00

Leveren PL-T 26 Watt

€ 35,00

Leveren PL-T 32 Watt

€ 15,00

Leveren PL-L 36 Watt

€ 12,.00

Leveren PL-T 42 Watt

€ 4,00

Leveren PL-L 55 Watt

€ 6,00

Leveren SON-E /-T 50 Watt

€ 9,00

Leveren SON-E /-T 70 Watt

€ 15,00

Leveren SON-T 100 Watt

€ 8,00

- 40 -

Leveren SON-T 150 Watt

€ 8,00

Leveren SOX-E 18 Watt

€ 30,00

Leveren SOX 35 Watt

€ 30,00

Leveren SOX 55 Watt

€ 30,00

Leveren TL-D /-S 18 Watt

€ 8,00

Leveren TL-D 58 Watt

€ 9,00

Tabel Bijlage 2-2 Overige kosten OVL t.b.v. exploitatie

Onderstaande tabellen zijn de onderbouwingen van de uitwerkingen per scenario zoals beschreven in paragraaf 5.2 van dit beleidsplan. Scenario 1

- 41 -

Scenario 2

- 42 -

Scenario 3

- 43 -

Bijlage 4, Gebruikte lampen. CDO-TT

Metaal-Halogeen lamp

LED

Light Emitting Diode

PL-L

Compact Fluorescentielamp

PL-C

Compact Fluorescentielamp

PL-T

Compact Fluorescentielamp

PL-S

Compact Fluorescentielamp

SON-E

Hogedruk Natrium Ovoïde

SON-T

Hogedruk Natrium Tubulair

SOX-(E)

Lagedruk Natrium

TL-D

Fluorescentielamp

Tabel Bijlage 3-1 Gebruikte lampen areaal Halderberge

- 44 -

Bijlage 5, Type materialen gerelateerd a/d functie van de weg. Hoofdwegen en doorgaande route (binnen de bebouwde kom)

De City Soul (Signify), pendelarmatuur Woonstraten

De Alura (Schreder), mast 4m

De Stork/Vizulo (Orange Lighting), mast 6m Achterpaden/brandgangen

De Brisa L4 (Lightronics)

- 45 -

Wijkontsluitingswegen, wegen buiten de bebouwde kom (met een ontsluitingsfunctie, recreatie- en overige wegen) en wegen op bedrijventerreinen

De Stork/Vizulo (Orange Lighting), mast 6m Fietspaden

De Brisa L4 (Lightronics)

Opmerking: Het gebruik van armaturen in Centrum- en Winkelstraten is mede afhankelijk van de aanwezigheid van zichtlocaties en het mogelijk meer naar voren brengen van de openbare ruimte. Bij geen bijzonderheden wordt gesteld dat er gebruik wordt gemaakt van de armatuur zoals ook voorgeschreven in woonstraten.

- 46 -

Bijlage 6, SLEEC. Agentschap NL heeft een label laten ontwikkelen waarmee gemeenten de energieprestatie van bestaande of toekomstige openbare verlichtingsinstallaties (OVL) kunnen kwalificeren. Het ontwikkelde OVL-label is een maat voor de energieprestatie van een installatie. Hiervoor is een indicator gebruikt, die onderlinge vergelijking van systemen mogelijk maakt: het Street Lighting Energy Efficiency Criterion (SLEEC), beschreven in de EN13201-5. De methode houdt rekening met de efficiëntie van lampen, voorschakelapparatuur, het type armaturen en het lichtontwerp. Ook het (gunstige) effect van dim-installaties wordt meegewogen. Het label kent 7 efficiëntie klassen, net als het Europese label voor witgoed, auto en huishoudelijke lampen. De klassen zijn zo ingericht dat er nog ruimte is voor ontwikkeling. Klasse A is met die reden nog niet eenvoudig te bereiken. Met een zeer efficiënt ontwerp is het sporadisch mogelijk klasse B te behalen. Een C en soms zelfs D klasse is al een efficiënt ontwerp.

De score wordt vastgesteld op basis van de volgende gegevens:  de te verlichten wegdekken  bepaling van de wegfunctie (woon/verblijf of verkeer)  het lichtontwerp van de installatie (lampen, armaturen en de hoogte en afstanden lichtmasten)  de uit de NPR vastgestelde lichtklasse  het systeemvermogen van het toegepaste lamptype, VSA (voorschakelapparatuur) en indien bekend het dimregime De score wordt berekend met de volgende formules: Voor woonstraten. SEnorm = P [W] / Eh,min [lux] / A [m2] (P = vermogen in Watt; Eh = minimale horizontale verlichtingssterkte binnen de lichtklasse van een straat in lux; A = de oppervlakte van erfgrens tot erfgrens tussen twee lichtmasten conform het rekenvlak zoals beschreven in de Aanbevelingen van de NSvV voor OVL deel 2) Voor verkeerswegen. SLnorm = P [W] / Lmin [Cd/m2] / A [m2] (Lmin = de minimale luminantie per m2 van de installatie binnen de lichtklasse van de betreffende straat; A = de oppervlakte van de rijbaan tussen twee lichtmasten, eveneens conform het vereiste rekenvlak) Resultaat is een eenduidig, onderling vergelijkbaar getal voor de energieprestatie van alle wegtypes. Praktisch nut. Met behulp van het label kunnen gemeenten en ontwerpers de energieprestatie van hun huidige of toekomstige installaties onderbrengen in een bepaalde zuinigheidsklasse (A-G).

Het ontwikkelde label, dat in een adviesrapport is beschreven, is behulpzaam bij het vaststellen van beleidsambities en duurzaam inkopen, maar kan in de toekomst ook worden gebruikt voor benchmarking.

- 47 -

Bijlage 7, Voorpublicatie participatie in de Openbare verlichting.

- 48 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/615/documents/72617