6. Achtergrondrapportage RES 1.0 West-Brabant.pdf
Tekst van het document
Regionale Energie Strategie 1.0 West-Brabant Achtergrondrapport
Achtergrondrapport bij de RES 1.0 Januari 2021 1
Inhoud
6.1. Inleiding..................................................................................................... 36
1.
Inleiding ................................................................................................................ 3
6.3. Invulling van de opgave voor grootschalige opwek .................................. 37
1.1. Over dit Achtergrondrapport ...................................................................... 3
6.4. Innovatieve technieken ............................................................................. 44
1.2. Processtappen ............................................................................................. 3
6.5. Kleinschalig zon op dak ............................................................................. 44
1.3. Organisatie .................................................................................................. 3
6.6. Het elektriciteitsnetwerk: netimpactanalyse ............................................ 45
1.4. Opbouw van het achtergrondrapport ......................................................... 4 2.
3.
4.
7.
Warmte .............................................................................................................. 47
Leidende principes ............................................................................................... 5
7.1. Inleiding..................................................................................................... 47
2.1. Afwegingskader ........................................................................................... 5
7.2. De opgave in de gebouwde omgeving ...................................................... 47
2.2. Principes en thema’s ................................................................................... 5
7.3. Onze strategie ........................................................................................... 47
Procesparticipatie ................................................................................................ 7
7.4. Besparing van warmte .............................................................................. 47
3.1. Opbrengsten ................................................................................................ 7
7.5. Warmtebronnen ....................................................................................... 48
3.2. Verwerking van de opbrengsten ............................................................... 11
7.6. Warmte-infrastructuur en warmteoplossingen ........................................ 54
3.3. Omliggende regio’s .................................................................................... 11
7.7. De regionale warmtestructuur .................................................................. 55
Uitgangssituatie ................................................................................................. 13
8.
Sociale en financiële participatie ....................................................................... 59
4.1. De regio West-Brabant .............................................................................. 13
8.1. Participatie ................................................................................................ 59
4.2. Elektriciteitsvraag ...................................................................................... 13
8.2. Rol van de overheid .................................................................................. 61
4.3. Opwek van elektriciteit.............................................................................. 13
5.
6.2. De ambitie voor grootschalige wind- en zonne-energie ........................... 36
9.
Uitvoeringskosten .............................................................................................. 63
4.4. Elektriciteitsnetwerk.................................................................................. 17
9.1. Inleiding..................................................................................................... 63
4.5. Warmtebesparing ...................................................................................... 21
9.2. Projectkosten: investering en subsidie ..................................................... 63
4.6. Aanbod van warmte .................................................................................. 21
9.3. Uitvoeringkosten overheden .................................................................... 64
4.7. Warmte-infrastructuur .............................................................................. 22
9.4. Verdeling van de totale kosten ................................................................. 64
Denklijnen en koppelkansen .............................................................................. 23
9.5. Vermindering CO2-uitstoot ....................................................................... 64
5.1. De vier denklijnen ...................................................................................... 24
Bijlagen ....................................................................................................................... 65
5.2. Koppelkansen ............................................................................................ 24 5.3. Inzichten per denklijn ................................................................................ 32 5.4. Keuzes: van denklijnen naar bouwstenen ................................................. 33 6.
Elektriciteit ......................................................................................................... 36 2
1. Inleiding 1.1. Over dit Achtergrondrapport Voor u ligt het Achtergrondrapport behorende bij de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 West-Brabant. Dit rapport bevat de context, argumentatie en onderbouwing bij de keuzes die in de RES 1.0 zijn gemaakt. Het is niet geschreven als zelfstandig leesbaar stuk: de RES bevat het gehele verhaal, dit Achtergrondrapport vult de RES aan waar dat nodig is om de gemaakte keuzes verder te onderbouwen en toe te lichten. 1.2. Processtappen Het proces om te komen tot de RES West-Brabant is ingedeeld in vier fasen. Fase 1 (‘de Startnotitie’), fase 2 (‘het Plan van Aanpak’) en fase 3 (‘het Eerste bod’) zijn inmiddels afgerond. In fase 3 is eerst een Contourennotitie gemaakt, die ter consultatie is voorgelegd bij overheden en stakeholders. De opbrengst van deze consultatie is verwerkt in de Concept RES. Deze Concept RES is ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraden, Provinciale Staten en de Algemeen Besturen van de waterschappen. Bij deze besprekingen zijn wensen en bedenkingen geuit. Deze zijn verwerkt in de RES 1.0, waar dit Achtergrondrapport bij hoort. Ook is een Uitvoeringsprogramma gemaakt. Al deze stukken zijn onderdeel van fase 4 (‘het Definitieve bod en Uitvoeringsprogramma’). Na vaststelling van de RES 1.0 wordt de RES iedere 2 jaar geactualiseerd.
Aanvullingen, aanpassingen en herzieningen op de RES 1.0 landen dus in de RES 2.0, die we in de eerste helft van 2023 opleveren.
en bestuurders werken intensief samen in een proces waarbij ook verschillende stakeholders betrokken zijn, en waarin de volksvertegenwoordigers van de diverse overheden op verschillende manieren betrokken zijn. De samenwerkingen en betrokkenheid vinden plaats in de volgende gremia:
Figuur 1.2: Overzicht van gremia
•
•
• Figuur 1.1: Processtappen
1.3. Organisatie De RES West-Brabant is een gezamenlijk product van de provincie Noord-Brabant, de waterschappen Brabantse Delta en Rivierenland, netbeheerder Enexis en de 16 gemeenten in de regio: gemeenten Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Woensdrecht en Zundert. Ambtenaren
•
Gemeenteraden, Gedeputeerde Staten en Algemeen Bestuur: De Gemeenteraden, Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie en Algemeen Bestuur (AB) van de waterschappen hebben het laatste woord over de RES. Zowel de Concept RES als de RES 1.0 zijn/ ter goedkeuring voorgelegd aan de raden, GS en AB’s. Daarnaast hebben volksvertegenwoordigers de mogelijkheid gaandeweg het proces betrokken te blijven, onder meer via raadsinformatiebrieven, regionale raadsbijeenkomsten en diverse lokale bijeenkomsten. Stuurgroep: De Stuurgroep bestaat uit 16 wethouders van de regiogemeenten, de gedeputeerde van de provincie en een bestuurlijk vertegenwoordiger van het waterschap en de netbeheerder. De Stuurgroep bepaalt de inhoudelijke lijn en besluit over de ontwikkeling van de Concept RES, ter voorbereiding op een eenduidige besluitvorming bij alle afzonderlijke openbare besturen. Kopgroep: De Kopgroep bestaat uit zes wethouders (3 uit het oosten van de regio en 3 uit het westen). De Kopgroep is leidend in het initiëren, coördineren en organiseren van de governance, de inhoudelijke programmering, de regionale samenwerking met alle relevante stakeholders en het voorbereiden van voorstellen en besluiten voor de Stuurgroep. RES-team: Het RES-team bestaat uit ambtenaren van de gemeenten, het waterschap, de provincie en de netbeheerder.
Het ambtelijk kernteam werkt aan het RES-proces en stimuleert een actieve participatie van de gemeenten en andere 3
•
•
•
•
publieke partners. Het kernteam voedt inhoudelijk zowel de Kopgroep als de Stuurgroep. Klankbordgroep: De Klankbordgroep bestaat uit directieleden en medewerkers van belangrijke uitvoeringspartners: bedrijven, maatschappelijke organisaties, onderwijs en belangenbehartigers. Zij reflecteren op inhoudelijke onderwerpen, adviseren over de inhoudelijke koers en voeden zo ook de Stuurgroep. Werkateliers: Inwerkateliers hebben overheden en stakeholders samengewerkt aan de inhoud van de RES. In de werkateliers zijn op vergelijkbare momenten dezelfde vraagstukken voorgelegd als in de raadsbijeenkomsten, waarmee stakeholders en volksvertegenwoordigers op vergelijkbare wijze zijn betrokken in de totstandkoming van de RES. Inwoners: Er is een internetconsultatie gehouden waar 2.350 inwoners hun mening hebben gegeven over de RES. Verder organiseren vooral de gemeenten zelf het contact met inwoners over de RES. Verschillende gemeenten hebben hier projecten en activiteiten voor opgezet. Er is een toolkit samengesteld met communicatiemiddelen met handvatten voor content en activiteiten, zoals basisteksten voor (online) berichten, formats voor bijeenkomsten- en gesprekken, draaiboek voor een energiesafari en een enquête over de energietransitie.
Programmateam: Het programmateam, dat wordt geleid door een procesregisseur en een projectleider, zorgt voor de organisatie van het RES-proces, de voorbereiding van bijeenkomsten en overleggen en de totstandkoming van de stukken.
Warmtestructuur. Tot slot is in hoofdstuk 8 de sociale en financiële participatie uitgewerkt en in hoofdstuk 9 is een eerste inschatting gemaakt van de kosten die gepaard gaan met uitvoering van de RES.
Figuur 1.3: Opbouw van het achtergrondrapport
1.4. Opbouw van het achtergrondrapport De structuur van dit achtergrondrapport sluit in grote lijnen aan bij de stappen die zijn doorlopen om te komen tot de keuzes in de RES 1.0. Twee overkoepelende zaken hebben als een rode draad door het proces heen gespeeld: het afwegingskader op basis van de leidende principes (hoofdstuk 2) dat op verschillende momenten is gebruikt om alternatieven af te wegen en keuzes te maken, en de participatie van een groot aantal stakeholders (hoofdstuk 3). Op basis hiervan is, startend bij de uitgangssituatie (hoofdstuk 4), het verdere beleidsproces met de keuzes voor de transitie naar hernieuwbare elektriciteit en warmte doorlopen. Hiervoor zijn denklijnen en koppelkansen opgesteld (hoofdstuk 5). Dit zijn verschillende schetsen van een mogelijk toekomstbeeld van de energietransitie in West-Brabant. Daarmee zijn bouwstenen opgesteld, die concrete elementen bevatten die als input dienen voor de invulling van de opgave voor elektriciteit en warmte. Deze hebben voor elektriciteit (hoofdstuk 6) geresulteerd in zoekgebieden voor windenergie en een opgave voor zon op dak en zonneparken. En voor warmte (hoofdstuk 7) in een een Regionale 4
2. Leidende principes 2.1. Afwegingskader In West-Brabant hebben we een eigen afwegingskader opgesteld dat als een rode draad door de verschillende keuze- en trechteringsmomenten heen loopt. Het afwegingskader heeft ten grondslag gelegen aan de keuzes die we maken voor met name elektriciteit (hoofdstuk 6) en warmte (hoofdstuk 7). De basis van dit afwegingskader wordt gevormd door 4 leidende principes. De 4 principes omvatten in totaal 10 thema’s, die we zo veel mogelijk in balans laten terugkomen in de RES. De principes en thema’s zijn gerelateerd aan de hoofdthema’s van het NPRES zoals die in de Handreiking RES zijn beschreven: kwantiteit, optimaal ruimtegebruik, energiesysteemefficiëntie en maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak.
We willen dat de energietransitie meerwaarde biedt voor West-Brabant, niet alleen voor het milieu maar ook voor onze inwoners. Dit doen we door de energietransitie te koppelen aan andere opgaven zoals leefbaarheid en natuurontwikkeling. En door ervoor te zorgen dat een significant deel van de opbrengsten van energieopwekking in West-Brabant wordt besteed. We streven een zorgvuldig gebruik van ruimte in de regio na. West-Brabant staat bekend om haar waardevolle buitengebied, met mooie landschappen, veel natuurschoon en waardevolle landbouw. Daar willen we zorgvuldig mee omgaan. Dat betekent dat we niet meer ruimte gebruiken dan nodig, waar mogelijk de ruimte meervoudig gebruiken, en zorgvuldig omspringen met de kwaliteiten van ons landschap. We beogen een adaptieve benadering, steeds open voor betere keuzes. De uitdagingen van morgen kunnen we niet altijd oplossen met de technieken en werkwijzen van vandaag. Tegelijkertijd moeten we nu wel stappen zetten om op tijd onze ambities en opgaven te verwezenlijken. Het is daarom van belang dat we voldoende flexibiliteit inbouwen, zowel in het proces als in de technieken waarvoor we kiezen. We maken nu de keuzes voor de komende jaren, en sorteren tegelijkertijd voor op wat daarna staat te gebeuren. Bijvoorbeeld door pilots te doen met innovatieve vormen van elektriciteitsopwekking en nieuwe aanpakken te ontwikkelen voor warmte.
Figuur 2.1: leidende principes
2.2. Principes en thema’s Als eerste uitgangspunt hanteren we dat we zorgvuldige stappen zetten in de energietransitie. We willen een goede duurzame energieopbrengst realiseren op een manier die past bij West-Brabant. Dit hebben we verder uitgewerkt in vier leidende principes voor de RES West-Brabant. De vier principes zijn: We willen de energietransitie benutten om de regio te versterken. Ook in de toekomst willen we dat het goed toeven is in West-Brabant. Goed om te werken, te wonen, te komen en te verblijven. Daarom werken we aan een economisch veerkrachtige, schone en aantrekkelijke regio. Verduurzaming van onze energievoorziening is daarbij noodzakelijk én een kans om als regio sterker te worden.
We hechten aan een haalbare en betaalbare energietransitie van en voor iedereen. We hechten veel waarde aan een energietransitie die voor iedereen eerlijk, toegankelijk, begrijpelijk en betaalbaar is. Dat betekent onder andere dat we streven naar een brede acceptatie van de RES en dat we veel belang hechten aan participatie in het RES-proces. Het betekent ook dat we inzetten op betaalbaarheid: zo laag mogelijke kosten voor de energietransitie als geheel betekent ook een zo laag mogelijke energierekening voor onze inwoners. Daarom betrekken we ook zaken als maatschappelijke kosten, netinpasbaarheid en kostenefficiëntie in onze overwegingen. En niet op de laatste plaats betekent een energietransitie voor iedereen ook dat we iedereen de kans willen bieden om te profiteren van de wind- en zonne-energie die we in onze regio opwekken.
5
6
3. Procesparticipatie Bij het proces zijn – naast de ambtenaren, bestuurders en volksvertegenwoordigers van de verschillende overheden – ook bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners betrokken. De inbreng die door hen is geleverd is belangrijk voor de keuzes die in de RES 1.0 en het Uitvoeringsprogramma zijn gemaakt. 3.1.
Opbrengsten
Klankbordgroep De bijeenkomsten van de klankbordgroep zijn benut om stakeholders te informeren over de RES, te reflecteren op onderwerpen en deelproducten en ze te raadplegen over de te volgen koers. De belangrijkste punten uit deze bijeenkomsten zijn: • Waak ervoor dat er geen tunnelvisie ontstaat door de focus, ook nationaal, op het zoeken naar opweklocaties voor hernieuwbare elektriciteit. Heb voldoende aandacht voor de warmte-opgave en zorg voor een koppeling tussen warmte en elektriciteit. • Houd het hogere doel (reduceren CO2-uitstoot) voor ogen, wanneer de uitwerking van plannen voor de energietransitie concurrerend zijn met plannen op het gebied van klimaatadaptatie, voedsel- en landbouwtransitie en circulaire economie. • Draag zorg voor een inclusieve transitie: een transitie waarin iedereen de mogelijkheid heeft om mee te doen. Benut de energietransitie als kans om bijvoorbeeld energie-armoede te voorkomen. En maak ruimte voor lokale initiatieven. • Ontwikkel een adaptieve aanpak waarin plaats is voor innovatie: sluit niet te snel oplossingen uit. Er kunnen in de toekomst alternatieven komen die goedkoper en beter zijn, dan de alternatieven die nu op de markt zijn. • Zorg voor een gelijk speelveld voor bedrijven. Voor iedereen moeten dezelfde regels en voorwaarden gelden.
Daarbij zijn gelijke regels belangrijker dan minder regels, zolang deze regels maar voor iedereen gelden. • Benader het energievraagstuk vraag- en aanbod gestuurd. Dit houdt in: kijk eerst waar er vraag is en pas daarna naar de locaties, in plaats van het enkel uitbreiden van de al bestaande energieparken in de regio. • Kijk ook naar kosteneffectiviteit van de transitie. Betrek bijvoorbeeld de netwerkcapaciteit in de regio bij het kiezen van locaties voor opwek. • Beschouw lokale duurzame biomassa als potentiële energiebron voor de warmtetransitie (lokaal = uit de regio). Wetend dat hierbij verschillende soorten biomassa benut gaan worden. Kijk hierbij ook naar andere producten dan hout.
• • •
Niet-lokale biomassabronnen (bijvoorbeeld pellets uit Canada) worden door velen niet als duurzaam lange termijn alternatief gezien voor de Amercentrale. Behoud de strategie met focus voor zon op dak en wees voorzichtig met het schuiven naar zon op veld. Houd ook bij de warmtetransitie oog voor participatie en lokaal eigenaarschap.
Daarnaast is aan de Klankbordgroep gevraagd wat de belangrijkste aandachtspunten waren voor de RES 1.0 en het Uitvoeringsprogramma: Over de RES 1.0 1. Maak een concreter langetermijnperspectief voor de warmtevoorziening, met een concretere en preciezere ruimtelijke duiding. 2. Geef meer aandacht aan regionale optimalisatie. Durf afzonderlijke opgaven per gemeente los te laten en zie de regio meer als één geheel c.q. één gemeente. 3. Wees ambitieuzer als het gaat om warmtebesparing. Er is een grote winst te behalen met een aanpak gericht op slecht geïsoleerde woningen. 4. Geef meer inzicht in de kans van slagen van de verschillende energieprojecten. 5. Betrek meer scholieren en studenten uit de regio bij de energietransitie en de RES. 6. Benut de postcoderoos-systematiek ook voor kleinschalige zon op daken. Over het Uitvoeringsprogramma 1. Maak duidelijker wat inwoners zelf kunnen ondernemen. 2. Wijs ze op de mogelijkheden van besparen en isoleren en richt een loket in om mensen daarbij te ondersteunen. 3. Biedt subsidiemogelijkheden voor particulieren om aan te sluiten op warmtenetten. 4. Verhelder wat ‘50% lokaal eigendom’ betekent, wat er dan ook echt mogelijk is, en wat de risico’s zijn. 5. Bezie de mogelijkheden op bedrijfsterreinen ook in relatie met de lokale omgeving en andere opgaven. 6. Zie liever af van het gebruik van houtige biomassa voor de warmtevoorziening.
Gebruik alleen laagwaardige biomassa en alleen als transitiebrandstof. Werkateliers In vijf werkateliers hebben overheden en andere stakeholders samengewerkt aan de inhoud van de RES 1.0 en het Uitvoeringsprogramma. In de werkateliers is gesproken over uitgangspunten voor de RES, de denklijnen (zie ook hoofdstuk 5), de contouren van de Concept RES en verdiepende onderzoeken. 7
Het eerste werkatelier richtte zich op de kansen en uitdagingen voor de RES. Tijdens deze bijeenkomst zijn verschillende uitgangspunten ingebracht: • Wek zo veel mogelijk lokaal op waar het kan en dan regionaal waar het moet. Wek energie dichtbij de gebruiker op. • Iedereen moet kunnen deelnemen aan de energietransitie. Het is een middel om de samenleving waardevoller te maken. • De energietransitie is van ons allemaal. Dit vraagt om een eerlijke verdeling van lusten en lasten. • Zorg voor voldoende flexibiliteit: laat de keuzes open voor nieuwe technieken en innovaties met het oog op de toekomst. • Ga op zoek naar koppelkansen: zorg ervoor dat de energietransitie bijdraagt aan andere sociale, economische en ecologische opgaven. • Leer van goede voorbeelden, zoals Traais Energie Collectief en Windenergie A16. • Betrek jongeren en het onderwijs bij de energietransitie. In het tweede werkatelier is gereflecteerd op de denklijnen (hoofdstuk 5). De belangrijkste conclusies uit dit werkatelier zijn: • Geen denklijn heeft de uitgesproken voorkeur. De energiestrategie moet een mix zijn van de sterke punten uit de verschillende denklijnen.
• Bewoners hebben behoefte aan een concrete warmtestrategie die antwoord geeft op vragen als: wat heb ik nodig, wat kost het en wat is de mate van betrouwbaarheid? • Sociale participatie is van groot belang om ervoor te zorgen dat de regionale energietransitie voor iedereen is. Ontwikkel hiervoor de juiste instrumenten. Neem hierbij Windenergie A16 als voorbeeld. • Een goede landschappelijke inpassing is essentieel. Het West-Brabantse landschap is waardevol. Dit betekent niet dat er niets mogelijk is, wel dat dit goed moet worden ingepast en dat locaties zorgvuldig gekozen moeten worden. In het derde werkatelier is gesproken over de eerste contouren van de Concept RES. De volgende elementen hieruit werden door veel aanwezigen als kansrijk gezien: • Het combineren van opgaven en het benutten van koppelkansen. Dit kan bijdragen aan waardeversterking in de gebieden waar opwek plaatsvindt. • Het benutten van de infrastructuurlijnen voor opwek en transport van elektriciteit: bundeling verkleint de totale (landschappelijke) impact en het kan zorgen voor lagere totale kosten. • Het uitgangspunt om opbrengsten uit projecten zo veel mogelijk te benutten voor versterking van de regio en tegengaan van onder andere energie-armoede.
Daarnaast zijn in dit werkatelier de volgende aandachtspunten ingebracht: • Heb niet alleen aandacht voor het energieaanbod, maar ook voor de vraag. Investeer slim in het sturen van de energievraag. Stuur er bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen op dat functies zich vestigen waar geschikte warmtebronnen in de buurt zijn. • Ga wildgroei van zonneparken in het (buiten)gebied tegen. Zorg voor een samenhangende ruimtelijke aanpak. • Heb meer aandacht voor de kosten die voortvloeien uit de RES. Maak inzichtelijk wat deze kosten zijn en hoe ze zijn verdeeld. • Heb meer aandacht in de RES voor hoe sociale participatie wordt gewaarborgd in de ontwikkeling van energieprojecten. In het vierde (online) werkatelier stonden de lopende onderzoeken centraal: Landschapsanalyse en de MKBA Warmte. Daarnaast is ook gesproken over financiële participatie: • Landschapsanalyse: Benut bedrijventerreinen voor zon op dak en pas op met zon op veld in de pure gebieden. • Financiële participatie: Sterke ondersteuning van lokale initiatieven, waaronder ook energiecoöperaties is nodig. • Regionale samenwerking: Versterk lokale samenwerkingsverbanden, neem deze niet over. Het vijfde (online) werkatelier stond in het teken van reflectie op de resultaten van de MKBA en financiële participatie: • MKBA Warmte: Rond de warmtetransitie is nog veel onduidelijk.
Heb aandacht voor voorlichting en kosteninzichten. • MKBA Warmte: Houd aandacht voor open netten en keuzevrijheid, vanwege het draagvlak. • Financiële participatie: zorgen zijn er over wie wil en kan investeren in duurzame opwek en bij wie de risico’s liggen. • Ondersteuning uit een fonds kan helpen, o.a. voor kleinere projecten van burgerinitiatieven en energiecoöperaties. Inwoners Met betrekking tot inwonersparticipatie is afgesproken dat de regio enkele parapluactiviteiten organiseert en dat de gemeenten lokaal het gesprek met inwoners voeren over de inhoudelijke thema’s van de RES. Op hun eigen manier, passend bij de lokale gewoonten en participatiestijl. We zien dat in veel gemeenten het gesprek 8
over energie en energietransitie gevoerd is in een bredere context, en niet alleen over de RES. Ook zien we dat er voor veel verschillende vormen is gekozen. Van visiecafé ’s en de inzet van buurtbussen tot workshops over zonne-energie (zie bijlage 2). Allemaal met als doel om het gesprek met inwoners te voeren over energietransitie. Wat opvalt in de regio is dat de gesprekken vaak informerend en activerend van aard zijn, bedoeld om mensen een handelingsperspectief te geven om zelf aan de slag te gaan met energietransitie. In gemeenten waar concreet projecten lopen rond windenergie en zonne-energie is er ook het nodige aan projectcommunicatie- en participatie gedaan. De conclusies zijn:
2.345 inwoners uit West-Brabant hebben een lijst met 25 vragen online ingevuld. Ze zijn op leeftijd, opleidingsniveau en woongemeente representatief voor West-Brabant. Daarna is met ruim 60 mensen verder gepraat in een online research community.
•
Pleidooi voor een haalbare en betaalbare energietransitie Haalbaarheid en betaalbaarheid lopen als een rode draad door alle uitkomsten heen en worden ook expliciet genoemd als belangrijke criteria. Ook verwachten mensen een stevige rol van de overheid. Als initiatiefnemer voor projecten, in het geven van betrouwbare informatie, en in het zorgen voor financiële arrangementen. Het liefst in de vorm van subsidies en soms ook bij het verstrekken van duurzaamheidsleningen.
•
•
•
Houding: De bewustwording met betrekking tot de energietransitie en klimaatverandering groeit, meer mensen zijn ervan op de hoogte dat er een opgave is en dat dat ook iets voor hen gaat betekenen. Tegelijkertijd heeft niet iedereen voldoende kennis over wat ze zelf (in huis) kunnen doen. Inwoners verwachten dan ook dat de overheid het voortouw neemt en hen meeneemt bij het maken van keuzes om hun huis te verduurzamen. Voorkeur voor opwek-opties: Veel inwoners hebben een grote eerste voorkeur: het besparen van energie. Als tweede heeft zon op dak de voorkeur, zowel op eigen daken van woningen als op grote bedrijfsdaken. Ook gebruik van restwarmte (industrie) vinden inwoners een aantrekkelijke optie. Zonneparken en windenergie in het buitengebied vinden veel mensen minder aantrekkelijk. Behoud van de leefbaarheid en kwaliteit van het landschap wordt belangrijk gevonden. Eerlijke verdeling van lusten en lasten: (Financieel) rendement voor inwoners zelf/de gemeenschap is voor velen een belangrijke voorwaarde om niet alleen nadelen maar ook voordelen van grootschalige energieopwekking te ervaren. Lokaal eigendom wordt als een interessante optie gezien, zeker als het gaat via een lokale energiecoöperatie. Procedurele rechtvaardigheid: Veel inwoners geven aan dat openheid, transparantie en betrokkenheid vanaf het begin en keuzevrijheid belangrijke randvoorwaarden zijn.
Betrokkenheid bij het proces helpt om verrassingen te voorkomen.
Inwonersconsultatie In de zomer en de herfst van 2020 is in de regio West-Brabant onderzoek gedaan naar wat inwoners belangrijk vinden bij het verduurzamen van elektriciteit en warmte. Dit onderzoek hebben we uitgevoerd samen met de provincie Noord-Brabant. We hebben onderzocht wat mensen belangrijk vinden, hoe ze in de toekomst betrokken willen worden bij plannen over duurzame elektriciteit en warmte en bij welke groepen inwoners er meer en minder draagvlak is voor duurzame energie.
Zoveel mensen, zoveel opvattingen Van de respondenten is 20% bekend met de RES, zo’n 15% heeft ervan gehoord en zo’n 65% kent de RES nog niet en heeft nog geen hele duidelijke opvatting. Ondanks de verschillen in opvattingen, zien we toch een aantal duidelijke uitkomsten.
Meer aandacht voor innovatie Lang niet iedereen is op de hoogte van of het eens met de focus van de RES. Dat de RES zich richt op het grootschalig opwekken van duurzame energie uit wind- en zonne-energie (ook vanwege de focus op 2030), ervaart een deel van de mensen als te beperkt. Zij zien graag meer ruimte voor innovatie. En ook kernenergie wordt regelmatig als oplossing genoemd. Zorgen over kwaliteit van leefomgeving Zorgen zijn er over de kwaliteit van de leefomgeving. Mensen willen dat er zorgvuldig met het landschap wordt omgegaan. Dat betekent concreet liever geen windmolens als een soort hagelslag door het landschap. Mensen snappen de keuze in de RES om windmolens in clusters neer te zetten. En er lijkt meer begrip te zijn voor het uitbreiden van bestaande windparken, dan voor het bouwen van nieuwe parken. Met als kanttekening dat in West-Brabant net als in de rest van Nederland het onderwerp windenergie stevige reacties oproept. Sommigen zijn een groot voorstander van windenergie, anderen spreken zich hier fel tegen uit en maken bezwaar tegen het veranderende landschap. Ook voor zonne-energie geldt dat mensen het open landschap graag behouden. Mensen zijn positief over zon op dak. Daarna zien ze graag dat restruimte wordt benut. Zonneparken komen dan in knooppunten tussen snelwegen en langs landingsbanen of ze worden geplaatst aan de randen van bedrijventerreinen.
Oftewel, ruimte 9
die niet geschikt is om op een andere manier te benutten. Voor de combinatie met natuurontwikkeling, natte natuur, maar ook voor de combinatie met landbouwgewassen is veel minder steun. Ook zien we dat een derde van de respondenten zonneparken liever niet combineert met windturbines. Invloed op warmte van de toekomst Van het aardgas af is voor veel mensen een abstract onderwerp en baart zorgen. Zorgen over de kosten voor het aanpassen van de eigen woning, over de monopoliepositie van de grote energiebedrijven en de gevolgen voor je eigen energierekening en over keuzevrijheid. Voor bronnen van warmte heeft driekwart voorkeur voor restwarmte uit de industrie. Ook warmte uit afval, water, en bodem krijgen ruime steun. Financiële participatie Mensen zijn positief over het idee dat de helft van de opbrengsten van een zonne- of windpark worden benut voor inwoners om zo de energietransitie te versnellen. Ook wil de helft zelf investeren in een windproject of een zonne-project. Een ander deel kan nu niet goed inschatten of ze zouden willen investeren. Invloed en regie Mee kunnen praten en op de hoogte zijn van de plannen vinden mensen erg belangrijk. Een nieuwsbrief wordt vaak genoemd als middel op de hoogte te blijven. Mensen ervaren nu zowel bij de veranderingen in het landschap als bij de maatregelen die ze in en om hun eigen huis moeten nemen weinig regie en invloed.
Een groot deel zou graag meepraten. Betrokken worden in een vroeg stadium geeft gevoel van controle. En daar liggen wellicht ook kansen om het vertrouwen in de overheid. Gemeenteraden, Gedeputeerde Staten en Algemeen Besturen Gemeenteraden, Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie en de Algemeen Besturen (AB) van de waterschappen hebben een besluitvormende rol: zij hebben het laatste woord over zowel de Concept RES als de RES 1.0. Naast deze besluitvormingsmomenten zijn de gemeenteraden, GS en de besturen van de waterschappen in het proces ook meermaals geïnformeerd over de voortgang van de RES, onder andere middels raadsinformatiebrieven. Ook zijn diverse lokale bijeenkomsten en vier regionale interactieve informatiebijeenkomsten georganiseerd voor raadsleden en leden van het algemeen bestuur van de waterschappen: hier hebben volksvertegenwoordigers inbreng geleverd voor het tot stand komen van de inhoud van de RES. Raadsleden hebben onder andere de volgende uitgangspunten meegegeven: • Zorg voor financiële, sociale en lokale participatie bij energieprojecten. • Ontzie natuurgebieden zoveel mogelijk.
• • •
Koppel de energieopgave aan andere regionale opgaven. Houd rekening met praktische belemmeringen, bijvoorbeeld de gevolgen van radarverstoring. Deze zijn in de dagelijkse praktijk erg sturend voor de ontwikkeling van hernieuwbare opwek. Benut geothermie alleen als het haalbaar en veilig is.
Ook hebben raadsleden inbreng geleverd over de verschillende bouwstenen (hoofdstuk 5). Dit leverde een gemengd beeld op: bij veel bouwstenen waren zowel positieve als negatieve geluiden te horen. • Zo waren er raadsleden die bij zonnevelden of windmolens in combinatie met natuurontwikkeling, vooral kansen zagen voor nieuwe vormen van ruimtegebruik of verdienmodellen (bijvoorbeeld voor agrariërs die te maken hebben met vernatting door peilverhoging rond natuurgronden). Andere raadsleden uitten hun zorgen over de mogelijk negatieve effecten op de natuur. • Ook de meningen over grootschalige zonneparken tussen steden waren verdeeld. Dragen deze nu juist wel of niet bij aan een aantrekkelijke overgang van de stad naar het buitengebied? • Bij warmte zagen veel raadsleden kansen in het benutten van industriële restwarmtebronnen. Andere raadsleden plaatsten hier echter de kanttekening bij dat de langdurige beschikbaarheid van deze bronnen onzeker is. Enkele bouwstenen werden wel iets positiever beoordeeld dan andere: • Kleinschalige initiatieven bij woonkernen. Veel van de aanwezige raadsleden waren positief over het idee om bij elke woonkern een klein zonneveld of een dorpsmolen te realiseren.
Hierbij werd overigens direct aangemerkt dat de dorpsmolen niet bij het dorp zelf hoeft te staan, maar dat molens ook geclusterd kunnen worden, zelfs tot op de schaal van een project als Windenergie A16. • Energiemaatregelen op industriegebieden. De grote industriedaken bieden kansen voor zon. En windenergie op industriegebieden heeft doorgaans minder (landschappelijke en maatschappelijke) impact dan windenergie in het buitengebied. • Hernieuwbare opwek langs infrastructuur (met name de snelwegen). Geluidsschermen en bermen bieden kansen voor zonne-energie. En de impact van opwek langs infrastructuur is doorgaans kleiner dan opwek in het buitengebied. Sommige bouwstenen werden negatiever beoordeeld, dit gold met name voor: • Zonneparken op de hoge zandgronden (de zandruggen) in combinatie met natuurontwikkeling, met name vanwege de (landschappelijke) waarde van deze gebieden. 10
Tijdens de vierde (hybride) regionale raadsbijeenkomst is er van gedachten gewisseld over de resultaten van verschillende onderzoeken. Deelnemende raadsleden hebben de volgende aandachtspunten meegegeven: • Hoe krijgen we inwoners meer betrokken bij de warmtetransitie? • Wat zijn financieringsmodellen voor inwoners m.b.t. de warmtetransitie? • Hoe zorgen we ervoor dat inwoners genoeg keuzevrijheid behouden in de warmtetransitie? • Stop niet met de wijkaanpak: de uitvoering van de transitievisie warmte begint in de wijk. • Internationale samenwerking / benutten bronnen over grenzen. • Het belang van gemeentelijke samenwerking in de regio wordt benadrukt.
•
Ook is de Contourennotitie (de voorloper van de Concept RES die in juli 2020 is vastgesteld) ter consultatie voorgelegd aan de gemeenteraden. De uitkomsten van deze consultatieronde zijn verwerkt in de Concept RES. In de aparte reactiebrief bij de Concept RES staan de belangrijkste uitkomsten van de consultatie en de reactie hierop.
3.3. Omliggende regio’s West-Brabant heeft veel buren: de regio grenst aan maar liefst zes andere RES-regio’s, en aan Vlaanderen. Gaandeweg het proces is er op verschillende momenten contact geweest met de omliggende regio’s. • De vier Brabantse regio’s stemmen onderling af in een gemeenschappelijk RESprocesoverleg. En er is een gemeenschappelijke Brabantse RES-stuurgroep waar West-Brabantse wethouders aan deelnemen. • Met de regio Hart van Brabant (Tilburg e.o.) is intensieve afstemming over het Amernet. De maatschappelijke kosten-batenanalyse over verschillende warmtealternatieven is samen met Hart van Brabant uitgevoerd. • Er is contact gezocht met de andere RES-regio’s over de stand van zaken van de RES. Voor aangrenzende ontwikkelingen is contact tussen gemeenten: o De gemeente Woensdrecht heeft contact met de RES-regio Zeeland over het grensoverschrijdende zoekgebied Woensdrecht-Zeeland. o Steenbergen en Bergen op Zoom hebben contact met gemeente Tholen over de plannen op de randen van de regio. • Ook tussen de netbeheerders (Enduris, Enexis en TenneT) is contact over de mogelijkheden voor uitbreiding van het elektriciteitsnet. • Regio Drechtsteden noteert als bovenregionale restwarmtebron naast de haven van Rotterdam ook de industrie in Moerdijk.
Reactie van het NP RES en PBL op de concept RES De Concept RES West-Brabant is op 9 juli 2020 met een aanbiedingsbrief toegestuurd naar het Rijk. Nationaal Programma RES (NP RES) heeft in een gesprek reactie gegeven op de RES. De uitkomsten zijn overwegend positief en met complimenten voor het opgestelde proces. Ook is vanuit het NPRES per brief een eerste reactie gegeven op de voorwaarden die in de Concept RES zijn geformuleerd. Daarnaast heeft het PBL een kwantitatieve berekening gemaakt van de verwachte energieopbrengst van de bestaande en pijplijnprojecten in de regio. Dit is gedaan op basis van de input van de regio, de brondata van het CBS, PBL en RVO. De eerste inzichten van het PBL zijn bemoedigend. De inschatting van PBL van de realisatie van de bestaande en pijplijnprojecten valt zelfs iets hoger uit dan in onze RES. Beide brieven zijn terug te vinden op www.energieregiowb.nl. 3.2. Verwerking van de opbrengsten De diverse bijeenkomsten met stakeholders, raadsleden en inwoners zijn georganiseerd op knooppunten in het proces om tot een RES te komen: • De selectie van bouwstenen uit de denklijnen • Het vertalen van bouwstenen naar concrete zoekgebieden • Het maken van keuzes over warmtebronnen
Het vertalen van verdiepende onderzoeken naar keuzes
De opbrengsten van de verschillende bijeenkomsten zijn direct van belang geweest bij het voorbereiden van de besluitvorming over al deze zaken. Van de belangrijkste bijeenkomsten zijn verslagen gemaakt, zijn nieuwsbrieven verspreid, en zijn de uitkomsten met de Stuurgroep gedeeld. Op deze manier zijn de opbrengsten van de bijeenkomsten geborgd bij zowel de inhoudelijke voorbereiding als de besluitvorming in de Stuurgroep. In twee Reactiebrieven, onderdeel van de aanbieding van de concept RES (voorjaar 2019) en van de RES 1.0 (januari 2020) aan de besturen, is aangegeven wat de belangrijkste reacties en opbrengsten uit de participatie zijn en hoe ze zijn verwerkt in de (concept) RES.
11
Figuur 3.1 De RES West-brabant met de omliggende RES-regio’s. Bron: PBL
12
4. Uitgangssituatie 4.1. De regio West-Brabant West-Brabant is een unieke regio, met een waardevol buitengebied, mooie landschappen, veel natuurschoon en waardevolle landbouw. Tegelijkertijd is er energieintensieve industrie, een grote logistieke sector en diverse steden en kernen, met opgeteld een behoorlijke energievraag.
4.3. Opwek van elektriciteit Er is in West-Brabant al aardig wat hernieuwbare energie gerealiseerd, en er zit nog meer in de pijplijn: binnen een paar jaar zullen er ruim 130 windturbines staan2, zal er ongeveer 150 hectare aan zonneveld gerealiseerd zijn, en ongeveer 250 hectare aan grootschalig zon op dak. In totaal telt dit op tot een kleine 1,4 TWh aan hernieuwbare elektriciteitsopwekking.
4.2. Elektriciteitsvraag Het bekende verbruik van elektriciteit in West-Brabant is 4,96 TWh (Klimaatmonitor, 2017). Daarnaast is een inschatting gemaakt van het grootschalig verbruik in de industrie (Havenbedrijf Moerdijk, 2017)1. Dat is naar schatting 0,48 TWh. Het totale huidige verbruik van elektriciteit is afgerond zo’n 5,5 TWh. Dit verbruik zal richting 2050 verder stijgen door: • Elektrificatie in de gebouwde omgeving: meer verwarming met een elektrische warmtepomp en toename van elektrisch koken, vooral waar woningen gasloos worden. • Elektrificatie van de mobiliteit: meer elektrisch vervoer, vooral personenvervoer. • Elektrificatie van de industrie, glastuinbouw en landbouw. Daartegenover staat dat het verbruik van elektriciteit daalt door zuinigere apparaten. Tot slot hebben demografische- en economische ontwikkelingen invloed op het verbruik van energie en daarmee elektriciteit.
Figuur 4.1: Overzicht hernieuwbare elektriciteitsbronnen (exclusief kleinschalige opwek)
De volgende stijging (rekening gehouden met energiebesparing) wordt per saldo verwacht tot 2050 in de gebouwde omgeving en het elektrisch vervoer: • Gebouwde omgeving: 0,5 TWh op basis van circa 40% all-electric wonen (op basis van inschatting warmtemix 2040/2050, zie bijlage 5). Dit betreft in het algemeen goed geïsoleerde (of: goed te isoleren) woningen die geschikt zijn voor lage temperatuur verwarming. • Elektrisch vervoer: 0,5 TWh op basis van circa 80% elektrisch personenvervoer (op basis van de afspraken uit het Klimaatakkoord en expert judgement) De vraag naar elektriciteit zal in dit geval dan stijgen van 5,5 TWh nu naar 6,5 TWh in 2050. Dit is exclusief een eventuele stijging bij de industrie en agrarische bedrijven.
1 Energieprogramma Moerdijk 2021, Meters maken in energietransitie; Havenbedrijf Moerdijk
2 Mogelijk valt dit aantal wat lager uit in verband met repowering van bestaande turbines.
13
Windenergie Er staan in de regio eind 2020 al zo’n 100 windturbines met een vermogen van 196 MW, die in totaal jaarlijks voor zo’n 476 GWh aan elektriciteit opwekken. Deze turbines staan met name in de noordelijke helft van de regio (Moerdijk, Oosterhout, Steenbergen, Halderberge, Etten-Leur). Daarnaast zit er een significante hoeveelheid windenergie in de pijplijn (waarvoor de omgevingsvergunning is verleend). Het project Windenergie A16 neemt het leeuwendeel voor haar rekening: 28 nieuwe windturbines met een jaarlijkse energieopbrengst van in totaal zo’n 404 GWh in 4 gemeenten (Breda, Drimmelen, Moerdijk en Zundert). Ook worden in Moerdijk en Steenbergen nog nieuwe turbines gebouwd, deels ter vervanging van oudere exemplaren. Dit maakt dat binnen enkele jaren naar verwachting ongeveer 998 GWh wordt opgewekt door 136 windturbines3, zie tabel 4.1. Gemeente
Windpark
Alphen-Chaam Altena Baarle-Nassau Bergen op Zoom Auvergnepolder Breda De Kroeten
Status
Aantal
Vermogen
7 MW 1 MW
16 GWh 2 GWh
3 7 2 8 5 5 3
9 MW 29 MW <1 MW 36 MW 12 MW 10 MW 13 MW
21 GWh 94 GWh <1 GWh 118 GWh 27 GWh 24 GWh 30 GWh
Geertruidenberg Halderberge Hoevensche Beemden Laaksche Vaart St. Antoinedijk
Bestaand Bestaand Bestaand
5 5 5
15 MW 10 MW 10 MW
36 GWh 24 GWh 24 GWh
Moerdijk
Oud Dintel, Heijningen
Bestaand
5
16 MW
38 GWh
Dintelmond, RWE Innogy Sabinapolder, Heiningen Sabinadijk, Heiningen
Bestaand Bestaand Bestaand
1 3 7
1 MW 9 MW 6 MW
2 GWh 21 GWh 14 GWh
Etten-Leur
3
Steenbergen
Nuon, Moerdijk, Nuon Middenweg 49-1 Middenweg 49-2 Volkerak A16 Moerdijk deel Weststad, Oranjepolder Roosendaalse Vliet Nieuw Prinsenland, Dinteloord Dintel SurveyCom Karolinadijk, Dinteloord Karolinadijk, Dinteloord 4
8 1
Drimmelen
Oosterhout Roosendaal Rucphen
Productie
Bestaand Bestaand (wordt gesloopt) Bestaand Harde pijplijn Bestaand Harde pijplijn Bestaand Bestaand Bestaand
Hazeldonk A16 Breda deel Zonzeel A16 Drimmelen deel Euris van Gogh Zwartenberg Rommens/Groene Dijk
Keteldiep 2
Mogelijk valt dit aantal wat lager uit in verband met repowering van bestaande turbines.
4 De gemeente Steenbergen en andere partijen zijn het niet eens met de besluitvorming van de provincie
inzake de vergunningverlening voor de windmolens in de Karolinapolder en zijn in beroep gegaan bij de Raad van State. De gemeente verleent medewerking aan de realisatie van maximaal acht windturbines in
Woensdrecht
Franseweg Zoekweg Grindweg 1a
Bestaand (wordt gesloopt) Harde pijplijn Bestaand Bestaand Bestaand Harde pijplijn Bestaand Bestaand
1
1 MW
2 GWh
7 1 1 11 7 6 3
27 MW 2 MW 2 MW 9 MW 32 MW 15 MW 9 MW
82 GWh 4 GWh 4 GWh 22 GWh 104 GWh 36 GWh 21 GWh
Bestaand
4
13 MW
31 GWh
Bestaand Bestaand (wordt gesloopt) Harde pijpl. (nog niet onherroepelijk) Bestaand Bestaand Bestaand (wordt gesloopt) Bestaand
3 4
9 MW 2 MW
21 GWh 6 GWh
4
14 MW
42 GWh
1 1 1
< 1 MW 1 MW 1 MW
< 1 GWh 2 GWh 2 GWh
Kabeljauwbeek, Nieuwe 5 15 MW 44 GWh Dijk Zundert A16 Zundert deel Harde pijplijn 6 27 MW 89 GWh Totaal Bestaand 100 196 MW 476 GWh Harde Pijplijn 36 161 MW 522 GWh Bestaand + harde pijplijn 136 357 MW 998 GWh Toelichting en verantwoording: Bronnen: SDE+-register (peildatum: juli 2020), Windstats.nl, RVO monitor Wind op Land 2018, DOLlijst Enexis (peildatum: medio 2020), aangevuld met gegevens van provincie en gemeenten. Vermogen en jaarlijkse productie zijn zo veel mogelijk bepaald op basis van beschikbare werkelijke gegevens. Indien onbekend is voor bestaande projecten uitgegaan van ongeveer 2400 vollasturen, en voor pijplijn-projecten van 3000 vollasturen en turbines van 4 MW. De vollasturen zijn bepaald op basis van gemiddelden van andere projecten in de regio.
Tabel 4.1: Windprojecten bestaand en harde pijplijn
lijnopstelling (gezien vanuit Dinteloord in de richting van Steenbergen) met een tiphoogte lager dan 150 meter. De kaart/de tekst in de RES met betrekking tot het windpark Karolinapolder zal worden aangepast aan de feitelijke situatie die ontstaat na uitspraak van de Raad van State in de nu lopende beroepsprocedure.
14
Zonneparken (zon op land) In West-Brabant zijn eind 2020 zeven zonneparken gerealiseerd. Met afstand het grootste park ligt bij Shell Moerdijk, in Breda ligt zonnepark Steenakker, en in Bergen op Zoom, Etten-Leur, Altena en in de gemeente Drimmelen zijn nog vier kleinere zonneparken. De ontwikkeling van zonneparken versnelt de laatste jaren sterk: er zijn op dit moment 13 zonneparken waarvoor een vergunning is verleend. Het zonnepark op de Bavelse Berg (voormalige stortplaats in de gemeente Breda) is de grootste. In totaal staan er voor de komende jaren 20 zonneparken in de planning met een totale jaarlijkse energieopbrengst van 145 GWh.
Halderberge Moerdijk
In de verdere berekeningen (en ook op de kaart) corrigeren we de productie van de harde pijplijn met 50%, conform de NPRES-systematiek, omdat er gaandeweg nog projecten kunnen afvallen. Dit maakt dat er naast de 35 GWh aan bestaande parken voor zo’n 109 GWh aan projecten in de pijplijn zit, maar dat we deze voor 55 GWh ‘meetellen’. We houden er over het geheel genomen dus rekening mee dat er over enkele jaren zo’n (35 plus 55 is) 90 GWh aan zonneparken gerealiseerd zal zijn.
Rucphen Steenbergen Woensdrecht Zundert Totaal
Gemeente
Vermogen
Productie
Wijk en Aalburg Bestaand (WS Rivierenland) Hank (WS Rivieren- Harde pijplijn land) Drongelen (WS Ri- Harde pijplijn vierenland) Sleeuwijk (WS Ri- Harde pijplijn vierenland)
1 MW
1 GWh
1 MW
1 GWh
2 MW
2 GWh
3 MW
3 GWh
1 MW 2 MW 34 MW 1 MW
1 GWh 2 GWh 32 GWh 1 GWh
Etten-Leur
Bestaand Steenakker Bestaand Bavelse Berg Harde pijplijn Nieuw Veer (riool- Harde pijplijn zuivering) Drimmelen Bestaand TEC Terheijden Harde pijplijn Bollendonkseweg Harde pijplijn
1 MW 11 MW 11 MW
1 GWh 11 GWh 11 GWh
Geertruidenbb.
A58 Amerweg
3 MW 2 MW
3 GWh 2 GWh
Alphen-Chaam Altena
Project
Status
Baarle-Nassau Bergen op Z. Breda
Drimmelen
Bestaand Harde pijplijn
Oosterhout Roosendaal
Zie voetnoot 5 Shell Zuidelijke Randweg HiM (HbM) Westelijke Randweg HiM (HbM) Middenweg Evertkreekweg Weihoek
5
Bestaand Harde pijplijn
27 MW 2 MW
25 GWh 2 GWh
Harde pijplijn
6 MW
6 GWh
Harde pijplijn
2 MW
2 GWh
Harde pijplijn Harde pijplijn
35 MW 6 MW
33 GWh 6 GWh
Bestaand 37 MW 35 GWh Harde pijplijn 115 MW 109 GWh Bestaand + Harde pijplijn 95 MW 90 GWh (harde pijplijn gecorrigeerd met 50% cf. NPRES) Toelichting en verantwoording: Bronnen: SDE+-register (peildatum: juli 2020, de SDE+-beschikkingen uit najaarsronde 2020 zijn hierin nog niet meegenomen), DOL-lijst Enexis (peildatum: medio 2020), aangevuld met gegevens van provincie en gemeenten. Vermogen en jaarlijkse productie zijn voor zover mogelijk bepaald op basis van beschikbare werkelijke gegevens. Indien onbekend is uitgegaan van 950 vollasturen per jaar.
Tabel 4.2: ZonPV Velden bestaand en harde pijplijn
Grootschalig zon op dak Onder grootschalig zon op dak verstaan we zonPV-systemen met een vermogen van 15 kWpiek of meer, conform de definitie uit de SDE+-subsidie uit 2020. Deze grotere zonPV-systemen liggen voornamelijk op industriële daken, daken van agrarische bedrijven en utiliteitsgebouwen. Ze tellen mee bij het bepalen van de omvang van de grootschalige productieproductie van de regio in de Concept RES, in tegenstelling tot de kleinere zonPV-systemen. De totale bestaande hoeveelheid grootschalig zon op dak is tot nu toe relatief beperkt: ongeveer 95 GWh. Wel is hier een sterke versnelling gaande: alleen al in de gemeente Moerdijk is er voor 82 GWh aan SDE+-subsidies toegekend. In de hele regio is dit ongeveer 352 GWh.
5 Indien de gemeente Halderberge vergunning verleent aan een bestaand initiatief in Oudenbosch voor een zonnepark van (maximaal) 5 ha zal deze worden toegevoegd aan de harde plannen.
15
In de verdere berekeningen (en ook op de elektriciteitskaart) corrigeren we de harde pijplijn (net als bij zonneparken) met 50%, conform de NPRES-systematiek, omdat er gaandeweg nog projecten kunnen afvallen. Dit maakt dat er naast de 95 GWh aan bestaande PV-systemen voor 352 GWh aan projecten in de pijplijn zit, maar dat we deze voor 176 GWh ‘meetellen’. We houden er dus rekening mee dat er binnen enkele jaren 271 GWh aan grootschalig zon op dak gerealiseerd zal zijn. Gemeente AlphenChaam
Status
Vermogen
Productie
Bestaand Harde pijplijn
2 MW 1 MW
2 GWh 1 GWh
Altena BaarleNassau
Bestaand Harde pijplijn Bestaand Harde pijplijn
9 MW 12 MW 3 MW 6 MW
8 GWh 11 GWh 3 GWh 6 GWh
Bergen op Zoom
Bestaand Harde pijplijn
2 MW 19 MW
2 GWh 18 GWh
Breda
Bestaand
16 MW
15 GWh
Drimmelen
Harde pijplijn Bestaand Harde pijplijn
43 MW 3 MW 11 MW
40 GWh 3 GWh 10 GWh
EttenLeur
Bestaand Harde pijplijn
5 MW 23 MW
5 GWh 22 GWh
Geertruidenberg
Bestaand Harde pijplijn
6 MW 19 MW
6 GWh 18 GWh
Halderberge
Bestaand Harde pijplijn
5 MW 37 MW
5 GWh 35 GWh
Moerdijk
Bestaand Harde pijplijn Bestaand Harde pijplijn Bestaand Harde pijplijn Bestaand
15 MW 86 MW 9 MW 44 MW 8 MW 21 MW 1 MW
14 GWh 82 GWh 9 GWh 42 GWh 7 GWh 20 GWh 1 GWh
Harde pijplijn
2 MW
2 GWh
Oosterhout Roosendaal Rucphen
Steenbergen Woensdrecht
Bestaand Harde pijplijn Bestaand
5 MW 12 MW 5 MW
5 GWh 11 GWh 5 GWh
Harde pijplijn 19 MW 18 GWh Bestaand 4 MW 4 GWh Harde pijplijn 15 MW 15 GWh Totaal Bestaand 98 MW 95 GWh Harde pijplijn 371 MW 352 GWh Bestaand + Harde pijplijn 283 MW 271 GWh (harde pijplijn gecorrigeerd cf. NPRES) Toelichting en verantwoording Bronnen: SDE+-register (peildatum: juli 2020, de SDE+-beschikkingen uit najaarsronde 2020 zijn hierin nog niet meegenomen). Vermogen en jaarlijkse productie is voor zover mogelijk bepaald op basis van beschikbare werkelijke gegevens. Indien onbekend is uitgegaan van 900 vollasturen per jaar. Zundert
Tabel 4.3: Zon op dak grootschalig, vermogen groter dan 15 kWpiek, bestaand en harde pijplijn
Kleinschalig zon op dak De jaarlijkse opbrengst voor kleinschalig zon op dak is minder goed geregistreerd dan die van grootschalige opwek. De omvang van grootschalige opwek is te achterhalen door het SDE+-register van de RVO te bekijken, dat regelmatig wordt geactualiseerd. Voor kleinschalige opwek zijn minder goede cijfers beschikbaar, omdat de monitoring afhankelijk is van een melding van het plaatsen van zonnepanelen die de eigenaren van de panelen zelf moeten doen. Enexis meldt voor 2020 een opwek door geregestreerde zonnepanelen van 144 GWh, maar het totaal ligt waarschijnlijk hoger. Gemeente
Kleinschalige opwek (GWh)
Alphen-Chaam Altena Baarle-Nassau Bergen op Zoom Breda Drimmelen Etten-Leur Geertruidenberg Halderberge Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen
3 13 2 13 22 6 8 4 8 9 11 20 6
16
Steenbergen 7 Woensdrecht 5 Zundert 7 Totaal 144 Verantwoording: Bron: Opwekdata, Enexis (peildatum 1 januari 2020
Tabel 4.4: Huidige kleinschalige opwek
Overige elektriciteitsopwekking Naast elektriciteit uit wind en zon wordt er ook nog opgewekt uit biomassa en fossiele bronnen. De belangrijkste grootschalige bronnen zijn:
energie, simpelweg omdat de vereiste netcapaciteit (nog) niet aanwezig is. Een koppeling met het net in België kan alleen op hoogspanningsniveau. De regio wordt gevoed door 13 hoogspanningsstations. Deze stations vormen de koppeling tussen het hoogspanningsnet van TenneT en het distributienet van Enexis. Van deze stations staan er 10 binnen de regio West-Brabant en 3 buiten de regio: Tilburg-Noord, Oosteind en Waalwijk. Bij een aantal hiervan is mogelijk capaciteitsuitbreiding of een alternatief nodig als gevolg van de RES-opgave (zie paragraaf 6.6).
Centrale Bron Opwek per jaar Amer (80% meestook houtpellets) Biomassa/steenkool 3.000 GWh Sita ReEnergy Roosendaal Afvalverbranding 244 GWh Attero AEC Moerdijk Afvalverbranding 101 GWh BMC Moerdijk Afvalverbranding 285 GWh RWZI Dongemond Gasmotor 2,00 GWh RWZI Nieuwveer Gasmotor 6,47 GWh BEWA OMR Moerdijk vergisting exacte Gasmotor 7 GWh, indicatie Stortplaats De Kragge Bergen op Zoom Gasmotor 1,5 GWh, Stortplaats Bavelse Berg Breda Gasmotor 0,2 GWh Stortplaats Attero Zevenbergen Gasmotor 1,0 GWh Verantwoording: Bronnen: Werkgroep Afvalregistratie, 2017, SDE+register (peildatum medio 2020)
Tabel 4.5: Overzicht van de belangrijkste overige productie van elektriciteit
4.4. Elektriciteitsnetwerk De infrastructuur in West-Brabant wordt gevoed vanuit het TenneT-netwerk. TenneT heeft twee transportnetten. Het 380kV-net, ook wel het koppelnet genoemd, verbindt de energiecentrales en de internationale koppelingen (zie daarvoor de Netwerkkaart (West-Brabant) Daarnaast is er het 150kV-net dat de voedingen van de HS-stations in de regio verzorgt. Momenteel wordt er onderzoek gedaan naar de noodzaak voor uitbreiding van het 380kV-hoogspanningsnet vanwege de toename van grootschalige energie-opwek en naar eventuele alternatieven. De huidige TenneT-infrastructuur ligt in de as van de regio West-Brabant. Dat is het gebied op de corridor Bergen op Zoom – Roosendaal – Etten-Leur – Breda. Van hieruit wordt het distributienetwerk van Enexis gevoed. In de gebieden ten noorden en ten zuiden van deze corridor is het Enexis-netwerk beperkt. Hier is – in ieder geval tot nu toe – minder vraag naar capaciteit. Dat maakt dat in het zuiden van de regio en in Altena tot 2030 beperkte mogelijkheden zijn voor grootschalige opwek van 17
Op de kaart is onderscheid aangebracht tussen onherroepelijk en niet onherroepelijk vergunde windturbines. De kaart zal worden aangepast aan de feitelijke situatie die ontstaat na uitspraak van de Raad van State in de nu lopende beroepsprocedure m.b.t windpark Karolinapolder.
18
19
Warmtevraag Warmte heeft veruit het grootste aandeel in de energiehuishouding van West-Brabant: er wordt in totaal ongeveer 5 keer zoveel warmte als elektriciteit verbruikt. Het warmteverbruik is naar schatting zo’n 25,4 TWh waarvan 22,9 TWh in de vorm van fossiele brandstoffen, voornamelijk aardgas.
zijn dan ook omgeven met onzekerheden. Het aardgasverbruik in de gebouwde omgeving, voor deze Concept RES het belangrijkste, is wel vrij exact bekend. Overzicht verbruik warmte 2018 in TWh Categorie
Totaal
Fossiel
Duurzaam
Gebouwde Omgeving
5,81
5,02
0,79
Agro
2,23
2,01
0,22
Bouwnijverheid
0,10
0,10
0,00
Industrie
17,32
15,77
1,55
Totaal 25,45 22,89 2,56 Toelichting en verantwoording: Deze tabel geeft een overzicht van het huidige warmteverbruik (2018). De getallen zijn gebaseerd op openbare bronnen en aangevuld met indicaties van het warmteverbruik uit de industrie. Energiegegevens uit de industrie zijn overwegend vertrouwelijk. Door het raadplegen en interpreteren van de EU ETS CO2 emissieregistratie (NEA) is het warmteverbruik in de industrie bepaald. Het totale bekende warmteverbruik zoals dat te vinden is de Klimaatmonitor bedraagt 15,4 TWh (2017). Het totale warmteverbruik in West-Brabant is naar schatting 25,4 TWh.
Tabel 4.6: Warmteverbruik West-Brabant naar sector Bron: Klimaatmonitor 2017, EU ETS CO2 NEA 2018
Gebouwde omgeving Het warmtevraagstuk in de RES richt zich voornamelijk op de gebouwde omgeving. Het verbruik in de gebouwde omgeving bedraagt 5,8 TWh waarvan 4,9 TWh afkomstig is van aardgas (levering door het aardgasnetwerk) en 0,1 TWh van kolen (via Amernet stadsverwarming). De duurzame warmtelevering heeft een omvang van 0,8 TWh waarvan 0,5 TWh uit het meestoken van (voornamelijk geïmporteerde) houtpellets in de Amercentrale. Het verbruik in de gebouwde omgeving is als volgt (Klimaatmonitor, 2018):
Figuur 4.4: Warmtevraag (TWh)
Het is moeilijk om een exact beeld krijgen van de West-Brabantse warmtehuishouding. Dit omdat het warmteverbruik allerlei vormen kent en de openbare monitoring (Klimaatmonitor) niet allesomvattend is. De getallen (met name voor de industrie)
Verbruik aardgas woningen Verbruik aardgas publieke dienstverlening Verbruik aardgas zakelijke dienstverlening Amernet, kolenwarmte Amernet, biowarmte, 80% meestoken houtpellets Biowarmte woningen individueel Bodemwarmte, WKO Zonthermie, zonneboilers
TWh 3,5 TWh 0,5 TWh 0,8 TWh 0,1 TWh 0,5 TWh 0,3 TWh < 0,1 TWh < 0,1 TWh
Mm3 400,3 Mm3 63,4 Mm3 97,5 Mm3
20
Toelichting en verantwoording: Het vermelde aardgasverbruik in Mm3 volgt uit de RES-rapportage uit de Klimaatmonitor en geldt voor het jaar 2017. Waar mogelijk zijn in het achtergrondrapport de meest recente waarden genomen, meestal het jaar 2018.
Tabel 4.7: Warmteverbruik in de gebouwde omgeving
4.6. Aanbod van warmte Het overgrote deel van de warmte die in de regio wordt gebruikt is op dit moment afkomstig uit aardgas (16,2 TWh) en andere fossiele bronnen (5,6 TWh). Warmte van hernieuwbare bronnen is nog relatief beperkt beschikbaar in omvang (zie tabel 4.9).
In West-Brabant hebben ongeveer 290.000 woningen een aardgasaansluiting op een totaal van zo’n 308.000 woningen (Klimaatmonitor, 2017). Op stadsverwarming zijn bijna 20.000 woningen aangesloten (zie ook paragraaf 4.8). Gemeente Bergen op Zoom Breda Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout Roosendaal
Aantal woningen 620 17.570 39 649 870 91
Warmte-leverancier Engie Amernet, Ennatuurlijk Amernet, Ennatuurlijk Amernet, Ennatuurlijk Amernet, Ennatuurlijk. Suez & Duurzaam Energiebedrijf Roosendaal
Tabel 4.8: Woningen aangesloten op stadsverwarming.
4.5. Warmtebesparing De afgelopen jaren is in West-Brabantse woningen al een stevige besparing in de warmtevraag gerealiseerd. In de periode 2004 tot en met 2018 is op de totale hoeveelheid m3 gas 18,2% bespaard, gemiddeld zo’n 1,3% per jaar. En dat terwijl er wel nieuwe woningen bij gebouwd zijn, die overigens wel relatief minder gas verbruiken. Jaar 2018 2004 Verschil Verandering in % Idem, per jaar
Verbruik 401,8 Mm3 491,1 Mm3 - 89,3 Mm3 - 18,2% 1,3%/j daling
Aantal woningen 310.795 274.718 + 36.077 + 13,1% 0,9%/j groei
Gemiddeld per woning 1.293 m3 1.788 m3 - 495 - 27,7% 2,0%/j daling
Tabel 4.9: Ontwikkeling verbruik aardgas woningen West-Brabant. Bron: Klimaatmonitor.
Figuur 4.5: Warmteaanbod (TWh)
21
Huidige warmteproductie Techniek Warmte Hernieuwbare warmte Bestaand Cosun Beet Company Dinteloord Groen gas (vergisting) 0,15 TWh RWZI Dongemond, Oosterhout Groen gas (vergisting) 0,003 TWh RWZI Nieuwveer, Bouverijen Breda Groen gas (vergisting) 0,002 TWh Van Eijk Groen Gas, Alphen Groen gas (vergisting) 0,02 TWh Bio-olie Amernet Breda Biomassa (verbranding) 0,03 TWh Schoenmakershoek (woningen), Etten-Leur Terrathermie (WKO) 0,02 TWh Wolfslaar (woonwijk), Bavel Terrathermie (WKO) 0,003 TWh Stada Stores (winkelcentrum), Breda Terrathermie (WKO) 0,002 TWh Stortplaats De Kragge, Bergen op Zoom Groen gas (stortgas) 0,002 TWh Overige stortgasprojecten (2) Groen gas (stortgas) 0,001 TWh Middenweg, Andel Zonthermie 0,002 TWh Zonneboilers particulier en zakelijk Zonthermie 0,002 TWh Pijplijn Greenbrothers Zevenbergen Geothermie 0,05 TWh Uitbreiding Van Eick Groen gas Groen gas (vergisting) 0,008 TWh RWZI Sleeuwijk Energiefabriek West Groen gas (vergisting) 0,019 TWh MPP Roosendaal BioWKK Biomassa (verbranding) 0,02 TWh Eteck EASY street Breda Biomassa (verbranding) beperkt Hoeve Kraaiveld, Woudrichem Zonthermie beperkt Afvalverbranding Bestaand Attero AEC Moerdijk Afvalverbranding 2,3 TWh SNB warmte voor droging slib Slibverbranding 0,13 TWh Sita ReEnergy Roosendaal Afvalverbranding 0,03 TWh Amercentrale Bestaand Amercentrale, 80% meestoken Biomassa (pellets) 0,76 TWh Pijplijn