5 Zienswijze format begroting RBL 2022.pdf
Tekst van het document
Gemeenschappelijke regeling: Regionaal Bureau Leren (RBL) West-Brabant (Gemeenschappelijke Regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten) 1
Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja, de stukken zijn tijdig ingediend. De Ontwerpbegroting 2022 en de Jaarstukken 2020 zijn vóór de gestelde termijn van 15 april aan de deelnemers toegestuurd.
2
Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ontwerpbegroting 2022 De ontwerpbegroting 2022 voldoet aan de indeling zoals voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De verplichte paragrafen worden genoemd in hoofdstuk 3, waarvan de meeste niet van toepassing zijn op het RBL. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing is niet gekwantificeerd. Echter is het enige benoemde risico dat van uittreding van een deelnemer. De impact hiervan is afhankelijk van de deelnemer die uittreedt en moeilijk te kwantificeren. Een presentatie van financiële kengetallen, conform de wet- en regelgeving BBV, is niet opgenomen. Dit voegt voor het RBL niets toe, omdat gemeenten risicodrager zijn. Het RBL heeft namelijk geen reserves / eigen vermogen. Er is aandacht voor de incidentele baten en lasten, die voor het RBL volledig bestaan uit VSVprojecten. Deze zijn ook geraamd in 2022. Het overzicht van baten en lasten in hoofdstuk 6 is gecombineerd met de bijlage van baten en lasten per taakveld, alsook de toelichting. De toelichting op de balans ontbreekt. Jaarstukken 2020 De jaarstukken voldoen aan het BBV. Het overzicht van incidentele baten en lasten ontbreekt, maar deze worden wel toegelicht in hoofdstuk 6.
3
Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Ontwerpbegroting 2022 Inhoudelijk en beleidsmatig willen we geen zienswijze indienen t.a.v. de Ontwerpbegroting 2022. Er zijn geen beleidsmatige richtlijnen vastgesteld voor het RBL. Er is dan ook geen afwijking. Jaarstukken 2020 De stelpost is in 2020 ingezet voor de intensivering van de uitvoering waarover in het traject van de begroting 2021 is besloten. Er is een bedrag van € 51.500,00 extra ingezet op personeel voor de administratie en uitvoering leerplicht. Door de personele uitbreiding zijn ook meer indirecte kosten gemaakt voor huisvesting en facilitaire zaken, waarvoor het restant van de stelpost is aangewend.
4
Financiële aandachtspunten De ontwerpbegroting 2022 is beoordeeld a.d.h.v. de financiële richtlijnen 2022. Omdat niet alle deelnemers dezelfde richtlijnen hanteren worden deze puntsgewijs behandeld. 1. De ontwerpbegroting 2022 is structureel financieel sluitend, de begrotingsuitgangspunten zijn inzichtelijk gemaakt en er is een overzicht van de meerjarige bijdrage (2022 t/m 2025) per
deelnemer opgenomen. 2. De ontwerpbegroting 2022 voldoet aan het BBV. 3. De ontwerpbegroting 2022 is opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. 4. Het RBL heeft geen reserves. Een overzicht van het verloop van de reserves is daarom niet zinvol. 5. Het bestuur van het RBL geeft aan af te wijken van de richtlijn: “De begroting 2022 dient te worden opgesteld op basis van een gelijkblijvende gemeentelijke bijdrage t.o.v. het begrotingsjaar 2021. Als dit leidt tot beleidsmatige keuzes dienen deze aangegeven te worden in de kaders voor de begroting 2022.” De mutaties in 2022 bestaan uit: Pilot Projectaanjager Leerplicht (0,6 Fte) € 57.503,00 Indexering personele en materiële kosten € 32.513,00 Voor de Pilot Projectaanjager is al separaat een besluit genomen om dit op te nemen als extra projectopdracht namens de gemeenten van Niveau 2 en 2A. Deze pilot staat los van de gemeentelijke bedrage voor de reguliere bedrijfsvoering. De stijging in “reguliere” gemeentelijke bedrage bestaat louter uit loon- en prijsontwikkeling, conform de septembercirculaire 2020. Wanneer het RBL geen rekening houdt met loon- en prijsontwikkeling is er niet langer sprake van een reëele begroting. Ook geeft het RBL dat dat ten koste gaat van de uitvoering en resultaten van de regionale opdracht.
Het RBL is een “platte” organisatie die formatief en bedrijfsvoering technisch geen “knoppen” heeft om aan te draaien. Aanpassingen in de formatie zijn niet wenselijk, omdat het RBL maar net boven de ondergrens van de door Ingrado (landelijk) bepaalde formatiewijzer zit. Ongeveer 80 – 85% van de begroting bestaat uit personeelslasten. Qua huisvesting en bedrijfsvoering valt het RBL onder de dienstverleningsovereenkomst van de gemeente Breda. Zij volgen hier de prijsontwikkelingen uit die overeenkomst. Tot slot heeft het RBL, conform de financiële richtlijnen, geen reserves om uit te putten 6. Het resultaat over 2020 vloeit terug naar de deelnemers. 7. In pararaaf weerstandsvermogen en risicobeheersering is aandacht voor risico’s. Het kwantificeren gecompliceerd. 8. De regeling is in overeenstemming met de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het afwijken van richtlijn 5 geeft niet voldoende aanleiding voor een formele zienswijze op de ontwerpbegroting 2022. Aanpassingen in de formatie gaan ten kosten van de uitvoering van de regionale opdracht en het resultaat. Daarbij is bewust gekeken naar de kosten van huisvesting en facilitair. Jaarstukken 2020 Het jaarrekening resultaat bedraag € 131.316,00. Dit is voornamelijk het gevolg van een eenmalige afrekening van een regionale ESF-subsidie van € 153.515,00 waarvoor het RBL inzet voor heeft gepleegd.
De gemeentes op niveau 2 en 2a namen deel aan dit project en ontvangen nu conform de verdeelsleutel de ESF subsidie van € 153.515,00 terug. Het operationele resultaat, exclusief de afwikkeling van de ESF actieve inclusie, bedraagt € 22.199,00 negatief. Dit negatieve resultaat is vooral ontstaan door de inzet van interim-
management in de eerste maanden van 2020. Omdat het RBL geen eigen vermogen wordt dit negatieve resultaat conform de gebruikelijke verdeelsystematiek onder de deelnemers verrekend. In de bijlagen 1, 2 en 3 van de jaarstukken is de resultaatbestemming uitgebreid toegelicht. In het overzicht van baten en lasten vallen de niet begrote personeelskosten op. Deze zijn ingezet voor de uitvoering van regionale VSV projecten (ongeveer € 182.000,00). De VSV opbrengsten die hiertegenover staan zijn gelijk aan de VSV kosten, waardoor voor de uitvoering van de regionale VSV projecten geen budgettair effect optreedt. Om te voorkomen dat dergelijke overschrijdingen worden gepresenteerd, worden de baten en lasten vanaf 2022 meegenomen in de raming. 1e begrotingswijziging 2021 De 1e begrotingswijziging 2021 bestaat uit een Pilot Projectaanjager RBL en een drietal VSVprojecten. Deze projecten waren nog niet opgenomen in de Beleidsbegroting 2021, wat nu d.m.v. deze wijziging wordt geformaliseerd. Voor een wijziging van de begroting gelden dezelfde regels als voor de begroting zelf. De raden van de deelnemende gemeenten mogen ook een zienswijze indienen over de voorgestelde wijziging. Op 8 februari 2021 is overeenstemming bereikt over het vanuit de VSV-gelden voor het RBL budgettair neutraal uitvoeren van een drietal VSV-projecten.
Daarnaast hebben de 10 gemeenten van niveau 2- en 2A reeds ingestemd met de Pilot Projectaanjager RBL 2021 en dragen zelf de kosten daarvan. In de ontwerpbegroting 2022 is de pilot Projectaanjager verwerkt als extra projectopdracht namens deze gemeenten. De begrotingswijziging is hierdoor technisch van aard. Een bedrag voor VSV projecten van € 182.405,00 en € 48.333,00 voor de projectaanjager, totaal € 230.738,00 wordt aan zowel de lasten- als batenkant de Beleidsbegroting 2021 toegevoegd. 5
Financieel overzicht RBL West-Brabant
Begroting 2020
Resultaat 2020
Begroting 2021
Ontwerp begroting 2022
Totaal GR
1.521.982
131.316
1.597.292
1.687.308
Altena
33.328
-486
35.646
35.819
Alphen-Chaam
35.940
2.944
37.095
38.612
Baarle-Nassau
19.996
1.734
21.064
22.562
Bergen op Zoom
34.781
-507
37.178
37.423
Breda
701.891
59.100
729.879
772.000
Drimmelen
92.337
7.816
96.814
102.022
Etten-Leur
64.078
15.046
69.725
76.043
Geertruidenberg
74.942
6.572
79.651
85.338
Halderberge
15.063
-220
16.178
16.403
Moerdijk
131.162
11.072
136.324
144.572
Oosterhout
190.550
16.368
200.446
213.187
Roosendaal
41.253
-602
43.545
43.398
Rucphen
30.616
6.343
33.696
36.598
Steenbergen
12.861
-188
13.395
12.746
Woensdrecht
10.987
-160
11.623
11.617
Zundert
32.197
6.484
35.033
38.972
RBL West-Brabant
2023
2024
2025
1.712.100
1.752.700
1.783.400
Altena
36.345
37.207
37.859
Alphen-Chaam
39.179
40.108
40.811
Baarle-Nassau
22.893
23.436
23.846
Bergen op Zoom
37.972
38.873
39.554
Breda
783.343
801.918
815.965
Drimmelen
103.521
105.975
107.832
Etten-Leur
77.160
78.990
80.373
Geertruidenberg
86.592
88.645
90.198
Halderberge
16.644
17.038
17.337
Moerdijk
146.696
150.175
152.805
Oosterhout
216.319
221.449
225.327
Roosendaal
44.035
45.080
45.869
Rucphen
37.135
38.016
38.682
Steenbergen
12.934
13.240
13.472
Woensdrecht
11.788
12.068
12.279
Zundert
39.545
40.482
41.191
Totaal GR
6
Overige aandachtspunten -
7
De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Geen zienswijze t.a.v. de Ontwerpbegroting 2022 RBL West-Brabant in te dienen; 2. Geen zienswijze t.a.v. de 1e begrotingswijziging 2021 RBL West-Brabant in te dienen; 3. Geen opmerkingen te maken t.a.v. de Jaarstukken 2020 RBL West-Brabant.
Informatie Paragraaf Verbonden Partijen begroting 2022
resultaat
2021
2022
resultaat
€ 0,00
€ 0,00
vermogen
1-1-2022
31-12-2022
eigen vermogen
€ 0,00
€ 0,00
vreemd vermogen
€ 1.350.000,00
€ 450.000,00
Financiële richtlijnen begroting 2022 gemeenschappelijke regelingen 1.
Van het Dagelijks Bestuur (DB) van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) wordt verwacht dat zij een structureel financieel-sluitende meerjarenbegroting 2022-2025 aanbiedt aan de deelnemers. De gehanteerde begrotingsuitgangspunten door de GR dienen in de begroting 2022 van de GR inzichtelijk te worden gemaakt. In de begroting 2022 dient een overzicht te worden opgenomen met de meerjarige bijdrage (2022 t/m 2025) per deelnemer.
2.
De begroting en jaarrekening dienen te voldoen aan het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Dit betekent dat de voorgeschreven gegevens dienen te worden opgenomen. Met name wordt aandacht gevraagd voor: a.
een overzicht van incidentele lasten en baten per programma;
b.
een specificatie van lasten en baten per programma;
c.
het opnemen van een meerjarig investeringsplan in de begroting;
d.
het opnemen van (prestatie) indicatoren in de begroting;
e.
de verwachte stand begin en eind begrotingsjaar van Eigen en Vreemd vermogen.
3.
De begroting dient te worden opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Dat wil zeggen dat geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting mogen worden opgenomen, tenzij dit eerder door het Algemeen Bestuur is besloten.
4.
De begroting bevat een overzicht met het verloop de reserves. In dit overzicht is te zien wanneer en voor welk bedrag per jaar de reserve wordt ingezet. Ook bevat dit overzicht een toelichting waar in het doel van de reserve wordt omschreven.
5.
De begroting 2022 dient te worden opgesteld op basis van een gelijkblijvende gemeentelijke bijdrage t.o.v. het begrotingsjaar 2021. Als dit leidt tot beleidsmatige keuzes dienen deze aangegeven te worden in de kaders voor de begroting 2022. Voor de meerjarenbegroting 2022-2025 dient deze gelijkblijvende bijdrage voorlopig als uitgangspunt genomen te worden.
6.
Een positief resultaat vloeit terug naar de deelnemers. De GR kan hiervan afwijken; hiertoe dient het DB een expliciet en gemotiveerd voorstel tot resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur van de GR.
7.
In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing is aandacht voor de risico’s door deze te kwantificeren, te prioriteren en de beheersingsmaatregelen te benoemen.
8.
Binnen twee jaar na inwerkingtreding van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen brengen de deelnemers de regeling in overeenstemming met de gewijzigde Wgr.