4. Voorstel zienswijze - Technische opmerkingen college op voorstel.pdf
Tekst van het document
Technische opmerkingen college op voorstel aanpassing gemeenschappelijke regeling OMWB Artikel 2.3 werkzaamheden voor andere publiekrechtelijke rechtspersonen Wij verzoeken u na de tekst ‘andere publiekrechtelijke rechtspersoon’ de tekst ‘of een andere overheid gelieerde derde’ toe te voegen en in de toelichting op de gemeenschappelijke regeling het begrip verstoring nader te duiden. Toelichting: Vanaf de oprichting van OMWB voert de dienst (P4) opdrachten uit voor het Havenschap Moerdijk. Deze samenwerking stamt uit de RMD periode. Hoofdzakelijk hebben deze opdrachten betrekking op geluid en bodem. Op grond van de huidige gemeenschappelijke regeling is dit toegestaan. Sinds 1 januari 2017 is het havenschap verzelfstandigd in een overheids-N.V. en is de naam veranderd in Havenbedrijf Moerdijk. Het havenbedrijf kent twee aandeelhouders: de provincie NoordBrabant en gemeente Moerdijk. Wanneer de gemeenschappelijke regeling niet wordt aangepast dan is het uitvoeren van werkzaamheden voor het havenbedrijf formeel niet meer toegestaan. Artikel 2.4 Algemene leveringsvoorwaarden voor andere publiekrechtelijke rechtspersonen Lid 1 en 2 algemene leveringsvoorwaarden laten vervallen en wat de vergoeding daarvoor zal zijn weer toe te voegen. Toelichting: Ons voorstel is te kiezen voor een DVO i.p.v.
algemene leveringsvoorwaarden om de volgende rede: Dienstverleningsovereenkomsten en algemene leveringsvoorwaarden zijn beiden privaatrechtelijk. Maar algemene leveringsvoorwaarden worden eenzijdig door het AB opgelegd. Het uitgangspunt van een DVO is een overeenkomst tussen 2 (of meerdere) partijen. Wij vinden daarom een DVO beter passen bij de samenwerking die we nastreven met de dienst. Hierbij komt dat gemeenten over het algemeen bij het verstrekken van opdrachten hun eigen algemene voorwaarden van toepassing verklaren, nooit die van de opdrachtnemer. Dit kan hier tot een vreemde situatie leiden, gemeenten kunnen hier niet mee instemmen. Juridisch kan de huidige DVO kan niet zomaar ontbonden worden, zie art. 6. Volgens art. 2 kan beëindiging van de DVO alleen met wederzijds goedvinden van partijen. De juiste volgorde is daarom om eerst de DVO te evalueren en op basis daarvan te beslissen om de DVO te behouden (actualiseren) of te beëindigen. In het laatste geval zal de GR daarop aangepast worden. De DVO bevat algemene afspraken die voor alle deelnemers hetzelfde zijn, het bijbehorende werkprogramma bevat de producten en diensten per deelnemer plus de vergoeding. De tarieven worden door het AB vastgesteld. De kosten (vergoeding) moeten in het werkprogramma per product/dienst vastgelegd worden.
Het totaalbedrag van het werkprogramma wordt vervolgens opgenomen in de begroting als deelnemersbijdrage. Van belang is dat wordt vastgelegd hoe de vergoeding wordt bepaald (MWB-norm), dit gebeurt voor meerdere jaren zodat opname in een DVO een goede plaats is. Artikel 6.2 Externe inlichtingenplicht Lid 3 van dit artikel is naar onze mening in strijd met de wet. De gevraagde inlichtingen moeten verstrekt worden (eventueel onder geheimhouding als één van de uitzonderingsgronden van de Wet open overheid zich voordoet). Anders kunnen de raden en provinciale staten hun controlerende taak niet oppakken. Artikel 6.3 Actieve externe informatieplicht Lid 2 van dit artikel is naar onze mening in strijd met de wet. De gevraagde inlichtingen moeten verstrekt worden (eventueel onder geheimhouding als één van de uitzonderingsgronden van de Wet open overheid zich voordoet). Anders kunnen de raden en provinciale staten hun controlerende taak niet oppakken. Artikel 6.4 Interne informatieplicht Lid 3 van dit artikel is naar onze mening in strijd met de wet. Er kan dan gebruik gemaakt worden van de wettelijke mogelijkheden tot het opleggen van geheimhouding.
Artikel 6.5 Geheimhouding Dit artikel is overbodig. De bepalingen over geheimhouding vloeien rechtstreeks voort uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. Wij verzoeken u dit artikel te schrappen. Artikel 6.6 Zienswijze (na schrappen artikel 6.5 oud wordt dit het nieuwe artikel 6.5) Wij verzoeken u artikel 6.6. aan de gemeenschappelijke regeling toe te voegen. Dit nieuwe artikel luidt als volgt: “Besluiten van het algemeen bestuur die betrekking hebben op het toevoegen van het bestemmingsresultaat van de jaarrekening aan de algemene reserve en het vaststellen van strategische besluiten zoals het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK) en de MWB-norm worden vooraf voor een zienswijze aan de raden en staten voorgelegd”. Artikel 10.1 Informele aanpak interne geschillen of interne bezwaarschriften Wij verzoeken u in lid 3 de tekst ‘het bestuur van het openbaar lichaam’ te wijzigen in ‘bevoegde bestuursorgaan’. Toelichting: Om misverstanden te voorkomen geven wij deze zienswijze op dit artikel. Het is niet duidelijk welke besluiten op grond van deze regeling de mogelijkheid openstaat een bezwaarschrift in te dienen. Graag in de toelichting dit nader duiden.
Artikel 10.2 Interne klachten Wat is de toegevoegde waarde van het opnemen van dit artikel in de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van artikel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht? Gaat het hier specifiek over gedragingen van het bestuur van het openbaar lichaam naar deelnemers? Graag een nadere duiding van dit artikel in de toelichting opnemen of artikel achterwege laten. Artikel 11.1 Evaluatie Wij stellen voor lid 1 als volgt te wijzigen: Het algemeen bestuur bepaalt eenmaal per 4 jaar of een verslag wordt opgesteld: a. over…. b. …. Toelichting: De voorgestelde wijziging verplicht het algemeen bestuur eenmaal in de vier jaar expliciet een besluit te nemen over het opstellen van een evaluatieverslag. Het opstellen van een verslag is daarmee niet verplicht.