3. Havendijk Kom Noord, Oudenbosch vastgesteld Bijlagen bij toelichting.pdf
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN HAVENDIJK KOM NOORD, OUDENBOSCH GEMEENTE HALDERBERGE
Opdrachtgever Gemeente Halderberge Auteur Bureau Dhondt Projectnummer 22017 IMRO-identificatie NL.IMRO.1655.BP1025-C001 Status vastgesteld Datum december 2023
Bijlagen bij toelichting
3
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Kaart gebiedsvisie Havendijk Kom Noord Oudenbosch
5
Bijlage 2
Berekening kwaliteitsverbetering Kom Noord Oudenbosch
7
Bijlage 3
Milieutechnisch onderzoek
10
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek gevelbelasting wegverkeer
281
Bijlage 5
48 dB contour Havendijk (hogere grenswaarden)
430
Bijlage 6
Beschouwing wegverkeerslawaai
432
Bijlage 7
Besluit hogere waarden Havendijk Kom Noord
608
Bijlage 8
Watertoets ontwikkeling Havendijk Kom Noord
611
Bijlage 9
Verslag overleg Waterschap Brabantse Delta
619
Bijlage 10
Ecologische quickscan
622
Bijlage 11
Stikstofdepositieonderzoek
657
Bijlage 12 Oudenbosch
Verkeersanalyse ontwikkeling Havendijk-Strijmondlaan
Bijlage 13
Geuronderzoek rioolgemaal Havendijk Oudenbosch
821
Bijlage 14
Standaard verantwoording groepsrisico
844
Bijlage 15
Standaard advies externe veiligheid
854
Bijlage 16
Aanmeldnotitie m.e.r.
874
Bijlage 17
M.e.r.-beoordelingsbesluit
885
Bijlage 18
Informatiebijeenkomst Havendijk Kom Noord
901
Bijlage 19
Vooroverlegreacties
904
Bijlage 20
Nota vooroverleg
917
Bijlage 21
Nota van zienswijzen
921
796
4
Bijlage 1 Kaart gebiedsvisie Havendijk Kom Noord Oudenbosch
5
Plangebied
1
Deelgebied Te transformeren gebied naar woningbouw, sfeer woonwijk Te transformeren gebied naar woningbouw, sfeer bebouwingslint
4
Te transformeren gebied naar algemene voorzieningen begraafplaats
5
Behoud Islamitische begraafplaats
3
Mogelijke auto-ontsluitingen Recreatieve verbinding door gebied Behoud groenstructuur Behoud watergangen
6
Groene inpassing bedrijfsgebouwen Groenstructuur behouden-versterken Orientatie op omgeving
2
Accent bebouwing, zichtlijn Havendijk Aanhouden rooilijn A
B 1
In te passen parkeerplaatsen woonwijk In te passen parkeerplaatsen begraafplaats voorzieningen voor waterberging Rekening houden met milieuzonering bedrijven
Gebiedsvisie Kom Noord Oudenbosch
34
50m
Bijlage 2 Berekening kwaliteitsverbetering Kom Noord Oudenbosch
7
Berekening kwaliteitsverbetering Kom Noord Oudenbosch
Wonen (uitgeefbaar gebied) deelgebied 4 Wonen (uitgeefbaar gebied) deelgebied 5
Grondprijs gemiddelde / m2* € 330,00 ‐ € 330,00 ‐
M2 nieuwe situatie 851 m2 4920 m2
Waarde € 280.830,00 € 1.623.600,00
Waarde nieuw situatie
€ 1.904.430,00
Waardevermeerdering
€ 1.904.430,00
Kwaliteitsverbetering (1%)
€
19.044,30
€
2,50 Prijspijl CPI 2021
Berekening kosten landschappelijke inpassing Kom Noord Oudenbosch Aanleg Landschapsboom ‐ Alnus glutinosa Landschapsboom ‐ Tilia platyphyllos Bossingel Oever/ nat grasland
Type Boom 18‐20 Boom 18‐20 Bosplantsoen aanvullen Verwerken
Bloemrijke rand (R1), Kruidenrijke zoom (R2) en Graslandflora‐ en faunarand (R3) Inclusief aankoop zaadmengsel
Eenheid stuks stuks m2=stuks m2
Norm per eenheid incl. btw € 306,25 € 293,75 € 4,45 € 13,50
are
€
40,63
In plangebied 4 stuks 3 stuks 238 m2 241 m2
3,4 are
Totaal aanleg
Beheer Bossingel Bossingel Landschapsboom Oever/ nat grasland Bloemrijke rand
Bestaand Bestaand met nieuwe aanplant Nieuw Nieuw Nieuw
Eenheid are / jaar are / jaar boom / jaar are / jaar are / jaar
Beheersbijdrage per eenheid € 17,98 € 17,98 € 24,25 € 32,25 € 21,05
Deelkosten € 1.225,00 € 881,25 € 1.059,10 € 3.253,50
€
138,13
€
6.556,98
In plangebied 13,7 are 6 are 7 stuks 2,41 are 3,4 are
Deelkosten / 10 jaar € 2.462,58 € 1.078,50 € 1.697,50 € 777,23 € 715,70
Totaal beheer 10 jaar
€
6.731,50
Samenvatting Waardevermeerdering Basisinspanning Kosten aanleg Kosten beheer
€ € € €
1.904.430,00 19.044,30 6.556,98 6.731,50
Overschot / tekort
€
5.755,83‐
Recente prijzen bomen Alnus glutinosa en Tilia platyphullos Het bedrag € 5.755,83 wordt gestort in het gemeentelijk groenfonds. En wordt, gefinancierd vanuit het gemeentelijk groenfonds, volledig ingezet voor de verbetering opwaardering van de bestaande laanbeplanting aan de Havendijk. De Havendijk is een belangrijke groenstructuur ten westen van het plangebied.
Bijlage 3 M ilieutechnisch onderzoek
10
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
Milieutechnisch onderzoek Havendijk deelgebied 3, 4 en 5 te Oudenbosch (2203/209/NL-01, versie A)
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
Milieutechnisch onderzoek
in opdracht van Gemeente Halderberge Mevrouw M. Vereecken Postbus 5 4730 AA Oudenbosch betreffende locatie Havendijk deelgebied 3, 4 en 5 te Oudenbosch documentkenmerk 2203/209/NL-01 versie A vestiging Breda datum 24 januari 2023
opgesteld door:
gecontroleerd door:
N. (Nicole) Lammers
T.J.J. (Tom) Buijs en S. (Stan) Francken
Projectleider bodem
Projectleider bodem
Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies. Op dit rapport is een disclaimer van toepassing; zie https://www.tritium.nl/bodem-disclaimer/
Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid
Tritium Advies is gevestigd in:
T.
088 44 02 900
E.
info@tritium.nl
Nuenen >>
I.
www.tritium.nl
Breda >> Rijkevoort
Kvk-nr.
17108024
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
Samenvatting In opdracht van gemeente Halderberge heeft Tritium Advies een milieutechnisch onderzoek uitgevoerd op de locatie Havendijk deelgebied 3, 4 en 5 te Oudenbosch. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. De doelstelling van het onderzoek is als volgt:
asfalt
:
bepalen hergebruiksmogelijkheden van het vrijkomende asfalt op de locatie (bepalen teergehalte);
fundering
:
indicatief bepalen van de hergebruiksmogelijkheden (inclusief asbest);
bodem
:
het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) om te bepalen of op de locatie sprake is van bodemverontreiniging die een belemmering kan vormen voor de voorgenomen herontwikkeling en een uitspraak doen over het asbestgehalte in de bodem.
Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende deellocaties onderscheiden:
deellocatie A :
gehele locatie; verdacht;
deellocatie B :
voormalige (gedempte) watergangen; verdacht;
deellocatie C :
zuidzijde Strijmondlaan 74;
deellocatie D :
locatiegrens nabij voormalige slibdroogbedden.
zintuiglijke waarnemingen Zintuiglijk zijn sporen tot volledig puin, sporen kolengruis, zwak slib, sporen plastic, stortmateriaal, huisvuil en een zwakke oliegeur waargenomen. verkennend- en nader bodemonderzoek deellocatie A: gehele locatie Uit de analyseresultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de bovengrond overwegend licht verontreinigd is met koper, kwik, lood, zink en PAK. De ondergrond is licht verontreinigd met kobalt, koper, kwik, lood, zink en PAK. De grond ter plaatse van de aangetroffen stortlaag met zwakke oliegeur in de bodem blijkt matig verontreinigd te zijn met lood en licht met koper, kwik, zink, minerale olie en PAK. Uit het nader onderzoek ter plaatse blijkt dat geen sprake is van een sterke verontreiniging met lood. Het grondwater ter plaatse van SL01 (zwakke oliegeur) blijkt niet verontreinigd te zijn met minerale olie of PAK. Het grondwater op het overige deel van de locatie is hooguit licht verontreinigd met barium, naftaleen en xylenen. Zowel in de grond als in het grondwater zijn geen verontreinigingen met OCB aangetoond. De aangetoonde verontreinigingen zijn in overeenstemming met de hypothese dat de onderzoekslocatie verdacht is hiervoor. De aangetroffen gehaltes zijn echter dermate laag, dat (aanvullend) nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht.
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
deellocatie B: voormalige (gedempte) watergangen Ter plaatse van de gedempte watergang zijn in de ondergrond sporen puin en zwakke bijmengingen met slib waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat er hooguit lichte verontreinigingen met kwik, lood en minerale olie aanwezig zijn. De aangetoonde verontreinigingen zijn in overeenstemming met de hypothese dat de onderzoekslocatie verdacht is hiervoor. De aangetroffen gehaltes zijn echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht. deellocatie C: zuidzijde Strijmondlaan 74 Op het terrein van Strijmondlaan 74, waar mogelijk verontreinigingen met koper aanwezig zouden zijn, is plaatselijk sprake van een sterke verontreiniging met koper in de ondergrond. Deze sterke verontreiniging bleek op basis van het nader onderzoek beperkt van omvang te zijn (< 25 m³). Er is derhalve geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De boringen die tijdens een eerder uitgevoerd onderzoek [1] als mengmonster onderzocht waren en toen sterk verontreinigd waren met koper, waren individueel hooguit licht verontreinigd. deellocatie D: locatiegrens nabij voormalige slibdroogbedden In het verleden zijn buiten de locatiegrens ten westen van Strijmonlaan 74 slibdroogbedden aanwezig geweest. Bekend is dat ter plaatse een grond en grondwaterverontreiniging met zink aanwezig is of is geweest.
Uit de resultaten van onderhavig onderzoek blijkt dat in de grond en het grondwater op de perceelsgrens met de voormalige slibdroogbedden maximaal lichte verontreinigingen aanwezig zijn met zware metalen. Derhalve kan worden geconcludeerd dat de verontreinigingen met zink ter plaatse van de voormalige slibdroogbedden zich niet hebben verspreid naar de onderhavige onderzoekslocatie. PFAS Uit de analyseresultaten blijkt dat de grond in mengmonster PFAS1 (ondergrond) en PFAS2 (bovengrond westzijde locatie) landelijk gezien geclassificeerd kan worden onder de categorie landbouw/ natuur. Monster PFAS3 (bovengrond oostzijde locatie) kan geclassificeerd worden onder de categorie wonen/ industrie. Op basis van provinciaal beleid blijkt dat de grond van PFAS3 niet voldoet voor hergebruik binnen de deelnemende gemeenten. De overige grond komt wel in aanmerking voor hergebruik binnen de deelnemende gemeenten. In het grondwater worden de humane risicogrenzen voor PFOA of PFOS in grondwater (scenario ‘wonen met tuin’) niet overschreden. verkennend- en nader asbestonderzoek In de bovengrond is een maximaal gewogen asbestgehalte aangetoond van 4 mg/kg d.s. Omdat er sprake is van een verkennend bodemonderzoek betreft het een indicatief gehalte. Omdat het aangetoonde gehalte kleiner is dan helft van de interventiewaarde, mag worden aangenomen dat de grond niet verontreinigd is met asbest.
Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. In de ondergrond is indicatief (edelmanboor ø 12cm) 23 mg/kg d.s. aan asbest aangetoond. Derhalve dient de puinhoudende ondergrond als verdacht op het voorkomen van een bodemverontreiniging met asbest te worden beschouwd en is direct een nader asbestonderzoek uitgevoerd. Uit de resultaten van het nader asbestonderzoek blijkt dat in de puinhoudende ondergrond een maximaal gewogen asbestgehalte van 77 mg/kg d.s. is aangetoond. Omdat de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) niet wordt overschreden kan worden afgeleid dat er geen sprake is van een geval van ernstige verontreiniging met asbest.
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
asfaltonderzoek De asfaltverharding aan de oostzijde van de locatie is opgebouwd uit een deklaag met daaronder grindasfaltbeton. De deklaag tot 0,30 meter blijkt teerhoudend te zijn en de volledige laag daaronder teervrij. De asfaltverharding tot 0,30 meter dient afgevoerd te worden als teerhoudend asfalt naar een erkend verwerker. De asfaltverharding in de laag van 0,30 tot 0,86 meter komt volledig in aanmerking voor hergebruik. De asfaltverharding aan de westzijde van de locatie is opgebouwd uit een deklaag met daaronder open asfaltbeton. Alle asfaltlagen blijken teervrij te zijn. De asfaltverharding komt volledig in aanmerking komt voor hergebruik. onderzoek fundering Onder het asfalt aan de westzijde van de locatie is een puinfundering aanwezig. In de puinfundering is geen asbest aangetoond. Uit het uitloogonderzoek blijkt dat het puin geclassificeerd kan worden als N- bouwstof. De funderingslaag komt volledig in aanmerking voor hergebruik resumé De onderzoeksresultaten leveren geen beperkingen op ten aanzien van het huidige en voorgenomen gebruik van de locatie en vormen naar mening van Tritium Advies geen belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling. Wel dient rekening gehouden te worden met de aanwezige sterke verontreiniging met koper. Gezien de herontwikkeling van de locatie naar woonwijk wordt geadviseerd om deze verontreiniging te verwijderen.
Geadviseerd wordt om hiervoor een plan van aanpak op te stellen en ter goedkeuring voor te leggen bij het bevoegd gezag.
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
Inhoudsopgave pagina Samenvatting 1.
Inleiding
1
2.
Vooronderzoek
2
2.1
Locatiegegevens
2
2.2
Eerder uitgevoerd onderzoek
5
2.3
Terreinverkenning en overige waarnemingen
11
2.4
Bodemopbouw
11
2.5
Conclusies vooronderzoek
11
3.
Onderzoeksstrategie
13
3.1
Verkennend onderzoek
13
3.2
Nader onderzoek
14
4.
Uitvoering
16
4.1
Kwalibo
16
4.2
Maaiveldinspectie
17
4.3
Inspectiegaten en boorwerk
17
4.4
Bemonstering grondwater
19
4.5
Analyses
20
5.
Analyseresultaten
23
5.1
Toetsingskader(s)
23
5.2
Parameters grond (NEN 5740)
23
5.3
Asbest in grond (NEN 5707)
25
5.4
PFAS in grond
26
5.5
Grondwater
27
6.
Verontreinigingssituatie
28
7.
Nader asbestonderzoek
29
7.1
Werkzaamheden
29
7.2
Uitvoering
29
7.2.1 Kwalibo
29
7.3
30
Maaiveldinspectie
7.3.1 Veldwerk
30
7.3.2 Analyses
31
7.4
32
Analyseresultaten
7.4.1 Toetsingskader
32
7.4.2 Analyseresultaten
32
7.5
33
Verontreinigingssituatie
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
8.
Asfaltonderzoek
34
8.1
Onderzoeksstrategie
34
8.2
Uitvoering
8.2.1 Analyses 8.3
Analyseresultaten
34 34 36
8.3.1 Toetsingskader
36
8.3.2 Resultaten asfalt
36
8.4
Bespreking resultaten
36
9.
Onderzoek fundering
37
9.1
Onderzoeksstrategie
37
9.2
Uitvoering
37
9.2.1 Inspectiegaten en boorwerk
38
9.2.2 Analyses
38
9.3
38
Analyseresultaten
9.3.1 Toetsingskader
38
9.3.2 Resultaten – asbest
39
9.3.3 Resultaten – indicatief uitloogonderzoek
39
9.4
Bespreking resultaten
39
10.
Conclusie en aanbevelingen
40
Bijlagen Bijlage 1:
Kadastrale kaart
Bijlage 2:
Situatietekeningen
Bijlage 3:
Profielbeschrijvingen
Bijlage 4:
Analyseresultaten grond
Bijlage 5:
Analyseresultaten grondwater
Bijlage 6:
Analyseresultaten asbest
Bijlage 7:
Analyseresultaten asfalt
Bijlage 8:
Analyseresultaten fundering
Bijlage 9:
Toelichting toetsingskader(s)
Bijlage 10:
Omrekeningstabellen
Bijlage 11:
Toetsingstabellen grond
Bijlage 12:
Toetsingstabellen grondwater
Bijlage 13:
Toetsingstabellen uitloogonderzoek
Bijlage 14:
Foto’s onderzoekslocatie
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
1. Inleiding In opdracht van Gemeente Halderberge heeft Tritium Advies een milieutechnisch onderzoek uitgevoerd op de locatie Havendijk deelgebied 3, 4 en 5 te Oudenbosch. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. De doelstelling van het onderzoek is als volgt:
asfalt
:
bepalen hergebruiksmogelijkheden van het vrijkomende asfalt op de locatie (bepalen teergehalte);
fundering
:
indicatief bepalen van de hergebruiksmogelijkheden (inclusief asbest);
bodem
:
het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) om te bepalen of op de locatie sprake is van bodemverontreiniging die een belemmering kan vormen voor de voorgenomen herontwikkeling en een uitspraak doen over het asbestgehalte in de bodem.
Tritium Advies heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. Kwalibo Op een deel van de werkzaamheden die in het voorliggende rapport worden beschreven is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor deze kwaliteitsborging zijn onderdelen van het onderzoek onder Kwalibo uitgevoerd. Indien dit het geval is, dan is dit bij het betreffende onderdeel expliciet vermeld. Onderdelen zonder vermelding van Kwalibo, zijn niet onder Kwalibo uitgevoerd.
pagina 1 van 42
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
2. Vooronderzoek Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725 (oktober 2017). De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2.1: overzicht geraadpleegde bronnen tijdens vooronderzoek vooronderzoek type
“aanleiding A” opstellen hypothese milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van bodemonderzoek
categorie
bron
geraadpleegd datum
contactpersoon
29-03-2022
n.v.t.
internet kadastrale gegevens
kadastralekaart.com Kadaster online
actuele terreinsituatie
BAG Viewer - Kadaster Google Maps Slagboom Peeters
historische gegevens bodeminformatie
Topotijdreis Omgevingsrapportage Noord-Brabant Wko tool
21-06-2022
dinoloket grondwatertools Omgevingsdienst Midden- en West-
25-04-2022
De heer G. Metz
Brabant
03-11-2022, 14-11-2022
Mevr, M. Verboom
Gemeente Halderberge
19-05-2022, 07-11-2022,
Mevr. N. van de Sanden
08-11-2022 overig informatie plannen en
DHondt
21-03-2022
Mevr. L. Michielsen
onderzoekslocatie
2.1 Locatiegegevens Op basis van de geraadpleegde bronnen, is een overzicht opgesteld van de locatiegegevens. Het overzicht is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2.2: overzicht onderzoekslocatie actuele locatiegegevens adres straat
Havendijk
Strijmondlaan
huisnummers
10c e.o.
68 en 74
plaats
Oudenbosch
kadastraal gemeente
Oudenbosch
sectie
A
nummers
1536, 2075, 2088, 2123 (allen gedeeltelijk), 2136
pagina 2 van 42
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
Tabel 2.3 (vervolg): overzicht onderzoekslocatie actuele locatiegegevens locatie oppervlak onderzoekslocatie
circa 25.000 m2
huidig gebruik
openbare weg, agrarisch, wonen met tuin en begraafplaats
geplande werkzaamheden
bebouwd circa 500 m2
Men is voornemens om op de locatie woningen te realiseren. Het gebied ter plaatse van de begraafplaats is bestemd voor nieuwe entree, parkeren en algemene voorzieningen.
voormalig gebruik
In het verleden is de locatie in gebruik geweest als weiland. Er zijn in de loop der tijd diverse watergangen gedempt. Eind jaren ’70 is het gebied nabij de Strijmondlaan ontwikkeld. Het huidige pand aan Strijmondlaan 68 is in 1975 gebouwd. Het pand aan Strijmondlaan 74 is rond 1999 gebouwd.
toekomstig gebruik
wonen met tuin, parkeren en algemene voorzieningen
dempingen, ophogingen,
gedempte watergangen (6x)
bijmengingen met puin bodembedreigende activiteiten
zie tabel 2.4
en calamiteiten PFAS
in december 2021 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ van toepassing verklaard. Door het wijdverbreide gebruik en door emissies en incidenten worden poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) inmiddels in Nederland (en breder in de wereld), niet alleen bij puntbronnen, maar ook als diffuse verontreinigingen in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetoond. Derhalve zijn de bovengrond (tot 1,0 m-mv) en geroerde bodems verdacht op PFAS.
asbestaspecten jaartallen
toepassing
opstallen
bouwjaar Strijmondlaan 68: 1975, Strijmondlaan 74: 1999
terrein
aanleg jaren ‘50
Voor zover bekend zijn op de locatie geen asbesthoudende materialen toegepast.
terreinsituatie bebouwing
Aan Strijmondlaan 74 is een bedrijfsgebouw (fotostudio) gevestigd. De bebouwing aan Strijmondlaan 68 heeft een ‘overige gebruiksfunctie’ en hoort bij de begraafplaats.
maaiveld verhardingen
installaties
deels grasland en deels verhard bebouwing:
beton
overig:
tegels, klinkers
geen bekend
omgeving gebruik belendende percelen
wonen met tuin, bedrijven, openbare weg, agrarisch
bodembedreigende activiteiten
zie tabel 2.4
en calamiteiten
De kadastrale gegevens van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in bijlage 1. Een situatietekening is weergegeven in bijlage 2. Foto’s van de onderzoekslocatie zijn toegevoegd in bijlage 14. De ligging van de locatie is weergegeven in de volgende figuur.
pagina 3 van 42
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
Figuur 2.1: luchtfoto onderzoekslocatie
Tabel 2.4: bedrijfsactiviteiten locatie
activiteit
beginjaar
eindjaar
bron
onderzoekslocatie Strijmondlaan 74
jachthaven
onbekend
onbekend
Omgevingsrapportage
textielblekerij
2000
onbekend
Noord- Brabant
directe omgeving Strijmondlaan 70-72
Strijmondlaan ong.
jutebewerking- en spinnerij
onbekend
onbekend
Omgevingsrapportage
overige reparatiebedrijven tbv particulieren
1999
onbekend
Noord- Brabant
zakkenstempelinrichting
onbekend
onbekend
katoenbewerking- en spinnerij
onbekend
onbekend
kunstwolfabriek
onbekend
onbekend
Bornhemweg thv 131
kunstwolfabriek
onbekend
onbekend
Havendijk 1
hbo- tank (ondergronds)
onbekend
onbekend
Havendijk 10b
houtwarenfabriek
onbekend
onbekend
Havendijk 10f
houtmeubelfabriek
onbekend
onbekend
Havendijk 12
brandstoftank (ondergronds)
onbekend
1993
grond-, water- en wegenbouwkundige
1985
1988
bedrijven
Havendijk 10a en 10c
hbo-tank (ondergronds)
onbekend
onbekend
schoonmaakbedrijf
1985
1988
chemische industrie
onbekend
onbekend
rioolwaterzuiveringsinrichting
1955
1981
rubber- en kunststofverwerkende industrie
1977
onbekend
stortplaats rioolslib op land
1955
1981
zeilen, tenten en dekkledenfabriek
onbekend
onbekend
pagina 4 van 42
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
Zoals in de bovenstaande tabel weergegeven blijkt uit de Omgevingsrapportage dat op de onderzoekslocatie een jachthaven en textielblekerij aanwezig zijn geweest. Zowel bij de Omgevingsdienst Midden- en West Brabant als bij de gemeente Halderberge is navraag gedaan m.b.t. eventuele aanwezige milieuvergunningen op de onderzoekslocatie. Echter waren er bij beide partijen geen milieuvergunningen of andere informatie hierover bekend.
2.2 Eerder uitgevoerd onderzoek Op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving zijn in het verleden meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd en overige documenten en rapporten opgesteld. Voor zover relevant voor dit onderzoek is een overzicht van deze rapporten en documenten weergeven in de volgende tabel. Tabel 2.5: eerder uitgevoerd onderzoek en overige documenten nr.
titel
locatie
opgesteld door
kenmerk
datum
Regionale milieudienst West-
-
26-07-2000
onderzoekslocatie 1.
indicatief onderzoek
Strijmondlaan 74
Brabant directe omgeving 2.
oriënterend onderzoek Havendijk 10a en
Gemeente Roosendaal
n.v.t.
01-02-1984
3.
oriënterend onderzoek 10c
Heidemij
363-85/3
01-07-1985
4.
nader onderzoek
632-31488-1
01-07-1986
5.
bespreking
Hoogheemraadschap West- Brabant
n.v.t.
02-09-1986
bodemverontreiniging 6.
nader onderzoek
Heidemij
-
01-11-1986
7.
verkennend onderzoek doorgaande route
RSK
516469.001(00)
15-01-2020
Antea Group
0456271.100
18-02-2020
8.
verkennend- en ander
Standdaarbuiten
onderzoek
Oudenbosch
9.
aanvullend onderzoek
0462838.100
15-06-2020
10.
meldingsformulier
-
04-09-2020
-
04-01-2022
BUS saneringsplan 11.
sanerings evaluatie
12.
verkennend onderzoek Schuitevaartstraat
13.
verkennend onderzoek Strijmondlaan 70-
14.
nader onderzoek
15.
saneringsevaluatie
16.
briefrapport*
17.
indicatief onderzoek
Wematech
2
0 Ascor
72
Strijmondlaan
GB50150456.R001- 13-11-2015
Heijmans Milieutechniek b.v.
-
13-08-1999
-
20-10-1999
-
29-12-1999
-
02-01-2000
1358-1025
01-07-1991
ongenummerd
*Het onderzoek of een samenvatting daarvan is niet beschikbaar bij Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant.
Uit de documenten in de voornoemde tabel blijkt het volgende.
pagina 5 van 42
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
Ad 1 De locatie was op de huidige onderzoekslocatie aan de zuidzijde van Strijmondlaan 74 gelegen. Aanleiding voor het onderzoek was het opgraven van afval en schroot bij de herinrichting van de groenstrook. Doel was vaststellen of op de locatie sprake was van bodemverontreiniging door een voormalige vuilstort en om inzicht te krijgen in de opbouw van de grondlagen op de locatie. Uit het historisch onderzoek bleek dat er geen bronnen te vinden waren over het gebruik van de locatie als stortplaats. Op het oorspronkelijke maaiveld was een ophooglaag aangebracht. Deze laag is aanwezig van 0,5 tot 1,2 meter min huidig maaiveld. De laag bevatte puin en afval. Plaatselijk was de laag sterk puinhoudend. Op de ophooglaag is een zandige afdeklaag van 0,5 meter aanwezig. Plaatselijk was deze laag sterk puin- en koolhoudend. Uit de analyseresultaten bleek dat de afdekgrond tot 0,5 meter plaatselijk licht verontreinigd was met zware metalen, EOX en PAK. Tevens was deze laag sterk verontreinigd met koper ter plaatse van de boringen 16, 28, 30, 32 en 34 (zie voor ligging van de boorpunten figuur 2.2. De sterk verontreinigde bovengrond is rood omcirkeld.). Opgemerkt wordt dat dit een mengmonster betrof welke niet was uitgesplitst. Het is daarom onbekend of in alle individuele boringen sterke verontreinigingen met koper aanwezig waren.
De onderliggende ophooglaag van 0,5 - 1,2 meter is plaatselijk licht verontreinigd met minerale olie en PAK. Aanbevolen werd om nader onderzoek uit te voeren op de plaatsen waar verhoogde concentraties in de afdeklaag aangetroffen werden. Vanwege het mobiele karakter van de plaatselijk vastgestelde minerale olieverontreiniging werd aanbevolen ook hier nader onderzoek uit te voeren. Figuur 2.2 boorpunten Strijmonlaan 74
pagina 6 van 42
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
Ad 2 t/m 4 De locatie wasten zuiden van de huidige onderzoekslocatie gelegen, ter hoogte van Strijmondlaan 70. . Op de locatie was een rioolwaterzuiveringsinstallatie aanwezig geweest. Uit de oriënterende onderzoeken [1 en 2] bleek dat de grond ter plaatse van de voormalige rioolwaterzuiveringsinstallatie ter plaatse van één boring matig verontreinigd was met koper, lood en zink. In de rapportage wordt vermeld dat alle monsters waren samengesteld in het traject tot 1,0 m-mv. Het grondwater was sterk verontreinigd met zink. Deze concentratie werd toendertijd aan de noordoostzijde van de locatie gemeten. Uit een elektromagnetisch onderzoek [3] bleek dat de grondwaterverontreiniging zich beperkte tot de omgeving van de slibdroogbedden en de directe nabijheid van de zandvang met voorbezinktank. In de toplaag werden lichte tot matige verontreinigingen met voornamelijk lood en zink aangetoond en in mindere mate koper en cadmium. Uit het nader onderzoek kon geconstateerd worden dat de verontreiniging met zware metalen sterk gebonden was aan de aangetroffen sliblaag en/of de laag zand vermengd met slibdeeltjes. Uit het onderzoek bleek tevens dat de grond onder de sliblaag geen matige of sterke verontreinigingen met zware metalen meer bevatte. Betreft de grondwaterverontreiniging met zink was niet bekend of er sprake was van toename van de verontreiniging bij toenemende diepte.
Wel kon gesteld worden dat de horizontale verspreiding zich leek te beperken tot het terrein van de droogbedden, slibputten en slibopslag. De hoeveelheid verontreinigde grond bedroeg 4.000 m3. Aan de hand van de oude tekeningen leken de slibdroogbedden zich op de huidige onderzoekslocatie te bevinden. Derhalve is één van de peilbuizen (peilbuis 03) ten behoeve van het huidige onderzoek ter plaatse van de slibdroogbedden geplaatst. Ad 5 en 6 In een brief [4] werd het concept-rapport van een nader onderzoek door Heidemij van juli 1986 (kenmerk 632-31640) besproken [5]. In het rapport werd geconcludeerd dat sanering van een deel van het terrein noodzakelijk was, onder andere om verspreiding van de verontreiniging via het grondwater te voorkomen. Er zou 1 hectare moeten worden afgegraven. Grotendeels zal dit tot circa 0,5 of 1,0 m-mv zijn. Het alternatief om de vervuiling niet te verwijderen en hydrologisch te isoleren werd door de inspectie en provincie als minder gewenst aangemerkt. Het onderzoek met hetzelfde kenmerk dat besproken werd (632-31640) is beschikbaar bij Tritium Advies, maar enkel met de datum november 1986 [5]. Uit het onderzoek bleek dat de grond onder de sliblaag hooguit lichte verontreinigingen met zware metalen bevatte.
De matige zinkverontreiniging in het grondwater leek zich te beperken tot het terrein met de slibdroogbedden, slibputten, slibopslag en de directe omgeving. De hoeveelheid verontreinigde grond werd geraamd op circa 4.000 m3. De omvang van de grondwaterverontreiniging was onbekend. Gezien de concentraties leek sanering van het grondwater niet aannemelijk. Aanbevolen werd om in overleg met Provinciale Waterstraat Noord- Brabant en de regionale inspectie voor volksgezondheid vast te stellen in hoeverre nader onderzoek naar de grondwaterverontreiniging noodzakelijk is. Onbekend is of de sanering uiteindelijk heeft plaatsgevonden.
pagina 7 van 42
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
Ad 7 De locatie was circa 20 meter ten oosten van de huidige onderzoekslocatie gelegen. De locatie maakte derhalve geen deel uit van de onderhavige onderzoekslocatie. De locatie van het betreffende onderzoeksgebied is weergegeven in figuur 2.3. De onverharde bodem ter plaatse van een beoogde waterbergingsvoorziening was plaatselijk licht verontreinigd met zware metalen. In de bodem ter plaatse van de verharding en openbaar groen werden plaatselijk lichte verontreinigingen met zware metalen, PAK en minerale olie aangetoond. In de bodem werden bodemvreemde materialen (waaronder asbestverdachte bijmengingen) aangetroffen. Plaatselijk werd analytisch asbest aangetoond. In overige bodemlagen met asbestverdachte bijmengingen werd op basis van indicatief onderzoek) geen asbest aangetoond. Ter plaatse van de noordelijke waterbergingsvoorziening was sprake van een sterke verontreiniging met OCB (DDT). Deze verontreiniging kon gerelateerd worden aan de voormalige boomgaard. De sterke verontreiniging bevond zich in de bovengrond tot een diepte van circa 0,5 m-mv en plaatselijk tot 1,0 m-mv. De verontreiniging was globaal horizontaal en verticaal afgeperkt. De omvang van de sterke verontreiniging bedroeg circa 4.375 m3. De contour van deze verontreiniging is te zien in figuur 2.4. en is circa 100 meter ten noordoosten van de huidige onderzoekslocatie gelegen.
Figuur 2.3 ligging onderzoeksgebied Standdaarbuiten
pagina 8 van 42
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
Figuur 2.4 contour verontreiniging OCB
Ad 8 De locatie was meer dan 25 meter ten oosten van de huidige onderzoekslocatie gelegen. Aanleiding voor het onderzoek was de voorgenomen verkoop van het terrein en de herontwikkeling (woningbouw). Doel was het vastleggen van de bodemkwaliteit. Op de onderzoekslocatie werd een sterke verontreiniging met DDT van minimaal 40 m3 aangetoond. Er was geen sprake van actuele risico’s. Er was sprake van een ernstige verontreiniging, maar de locatie hoefde niet met spoed gesaneerd te worden. Het grondwater was niet verontreinigd met OCB. Ad 9 t/m 11 Aanleiding voor het onderzoek [9] waren de afwijkende resultaten van recentelijk uitgevoerde onderzoeken door RSK [7] en Antea Group [8] op deze locatie. Doel was verifiëren van de door RSK vastgestelde interventiewaardecontour met OCB. Uit de analyseresultaten bleek dat geen van de geanalyseerde parameters de interventiewaarde overschreed. De door RSK opgestelde interventiewaardecontour werd niet bevestigd. Wel kon op basis van de resultaten van de recentelijk door RSK en Antea Group uitgevoerde onderzoeken en het huidige onderzoek worden geconcludeerd dat er sprake zou zijn van een heterogene verontreiniging met OCB in de toplaag, waarbij de gehalten konden variëren van licht tot sterk verontreinigd. Er zou geen sprake zijn van humane risico’s of verspreidingsrisico’s.
Er was wel sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, maar de locatie hoefde niet met spoed gesaneerd te worden. Voorafgaande aan de herinrichting zou de grond gesaneerd moeten worden. Voorafgaand aan de herontwikkeling is een sanering uitgevoerd waarbij 95 m3 sterk verontreinigde grond met OCB (DDT) is ontgraven [10 en 11]. De sanering was daarmee afgerond.
pagina 9 van 42
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
Ad 12 De locatie was direct ten zuiden van de huidige onderzoekslocatie gelegen. Zintuiglijk werden sporen baksteen in de grond waargenomen. Uit de analyseresultaten bleek dat de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd was met lood en PAK. De ondergrond was licht verontreinigd met lood en het grondwater bleek niet verontreinigd te zijn met de onderzochte stoffen. De resultaten vormden geen belemmeringen voor de voorgenomen bouwplannen op de locatie. Ad 13 t/m 15 De locatie was direct ten westen van Strijmondlaan 74 gelegen. Uit de samenvatting van Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant [13] bleek dat de bovengrond licht verontreinigd was met cadmium, koper, kwik, lood, PAK en minerale olie. Er was tevens een matige verontreiniging met zink aangetroffen. In de ondergrond werden lichte verontreinigingen aangetoond met cadmium, koper, kwik, lood en minerale olie. Er was tevens een matige verontreiniging met zink aangetroffen. In het grondwater werden lichte verontreinigingen aangetroffen met arseen, chroom, benzeen en tolueen. Op basis van de analyseresultaten bestond er aanleiding tot vervolgonderzoek naar de concentraties zware metalen, PAK en minerale olie in zowel de boven- als de ondergrond en naar de concentraties benzeen en tolueen in het grondwater. Ook het vervolgonderzoek [14] was niet digitaal beschikbaar. De doelstelling was tweeledig: 1.
bepalen van de mate en omvang van de eerder aangetroffen verontreinigingen. 2. vaststellen van eventuele restverontreinigingen in de put. Deze put is ontstaan doordat de opdrachtgever de verontreinigde grond (in eigen beheer) heeft afgegraven. In de bovengrond werden van 0 tot 50 cm-mv lichte tot sterke verontreinigingen aangetroffen met zware metalen, PAK en minerale olie. In de ondergrond van 0,5 tot 2,0 m-mv werden lichte tot sterke verontreinigingen aangetroffen met zware metalen, PAK en minerale olie. Bij één boring werd op een diepte van 1,4 tot 1,8 m-mv een matige verontreiniging aangetroffen met PAK en een sterke verontreiniging met zink en minerale olie. Het grondwater was licht verontreinigd met benzeen. Na ontgraving bleek dat in de putbodem lichte tot sterke verontreinigingen werden aangetroffen met zware metalen. Het bleek dat bij slechts één bemonsteringpunt een matige verontreiniging met zink werd aangetoond [15]. De overige componenten zijn niet of slechts licht verhoogd. Doordat de restverontreiniging minimaal was en de interventiewaarde niet werd overschreden, contact niet mogelijk was en de ondergrond veen- en leemachtig was, waren de doelen van de sanering behaald. Ad 17 De exacte locatie van dit onderzoek was door middel van de oude tekeningen moeilijk te achterhalen.
Zeer waarschijnlijk was de locatie grotendeels nabij de berm van de sloot op het perceel van Havendijk 10c gelegen. Het doel van dit onderzoek was het vaststellen van eventuele concentraties verontreinigde stoffen in de bodem in verband met de gebruikte bestrijdingsmiddelen in de boomgaard. In de bovengrond werd een matige verontreiniging met tin aangetoond. Het grondwater was mogelijk licht verontreinigd met tin en bestrijdingsmiddelen. Er werd in de rapportage aangegeven dat door de hoogte van de detectiegrenzen geen uitsluitsel over de exacte concentratie gegeven kon worden.
pagina 10 van 42
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
2.3 Terreinverkenning en overige waarnemingen Voorafgaand aan de monstername is een terreinverkenning uitgevoerd. Uit de terreinverkenning blijkt dat op de locatie op twee plaatsen asfaltverhardingen aanwezig zijn. Deze asfaltverhardingen zouden bij de herontwikkeling verwijderd en afgevoerd worden. Derhalve is in overleg met de opdrachtgever onderzoek uitgevoerd naar het asfalt en indien van toepassing naar de onderliggende funderingslaag. Verder zijn geen bijzonderheden geconstateerd. Tijdens de uitvoering van de boorwerkzaamheden zijn in de bodem bijmengingen met puin aangetroffen. Grond met bijmengingen met puin waarvan de herkomst onbekend is dient als asbestverdacht te worden beschouwd. Naar aanleiding hiervan is de onderzoeksstrategie (hoofdstuk 3) gewijzigd en zijn is tevens een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd.
2.4 Bodemopbouw In de volgende tabel is een overzicht opgenomen van de regionale bodemopbouw en de geohydrologische situatie. Tabel 2.6: bodemopbouw en geohydrologie bodemopbouw maaiveldhoogte
1 m+NAP
deklaag
dikte
6m
samenstelling
hoofdzakelijk midden, fijn en grof zand
doorlatendheid
goed
1e watervoerende pakket
dikte
13 m
samenstelling
hoofdzakelijk zandige klei, klei en midden zand
doorlatendheid
matig
geohydrologie freatisch grondwater 1e watervoerende pakket
stijghoogte
0,67 m-NAP
stromingsrichting
noordwestelijk
stijghoogte
onbekend
stromingsrichting
onbekend
waterhuishouding oppervlaktewater
Rivier de Mark aanwezig op circa 25 meter ten westen van de onderzoekslocatie.
grondwaterbeschermingsbied /
De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied of een boringsvrije zone.
boringsvrije zone grondwateronttrekking
Op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving vindt zover bekend geen grondwateronttrekking plaats.
2.5 Conclusies vooronderzoek Op basis van het vooronderzoek worden de in de volgende tabel vermelde deellocaties onderscheiden.
pagina 11 van 42
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
Tabel 2.7: deellocaties deel-
omschrijving
opper-
locatie
hypothese
motivatie
verdachte stoffen 1)
vlakte /aantal
A
gehele locatie
25.000
verdacht
m2
mogelijke aanwezigheid zeilen,- tenten,- en
NEN- parameters,
dekkledenfabriek in het verleden, mogelijke
PFAS, OCB
stortplaats rioolslib, voormalig gebruik als boomgaard en huidig gebruik als bedrijfsterrein B
voormalige (gedempte)
6x
verdacht
mogelijk verontreinigd dempingsmateriaal
watergangen
zware metalen, PAK, asbest (bij puin)
C.
zuidzijde Strijmondlaan
-
verdacht
-
verdacht
74 D.
eerder aangetoonde bodemverontreiniging
koper
met koper in de bovengrond
locatiegrens nabij
eerder aangetoonde bodemverontreiniging
voormalige
met zware metalen (grond) en zink
slibdroogbedden
(grondwater) ter plaatse van voormalige
zware metalen
slibdroogbedden Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring verdachte stoffen: NEN- parameters
:
pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en minerale olie) en NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie);
PAK
:
OCB
:
polycyclische aromatische koolwaterstoffen; organochloorbestrijdingsmiddelen;
PFAS
:
poly- en perfluoralkylstoffen.
PFAS Onderzoek naar PFAS is in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen niet verplicht. Voor hergebruik van grond zijn in het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie’ (d.d. december 2021) regels opgesteld waardoor voorafgaand aan hergebruik van grond wel onderzoek naar PFAS nodig is. Tevens wordt aangenomen dat de grond en het grondwater als gevolg van de voormalige bedrijfsactiviteiten (zeilen-, tenten- en dekkledenfabriek) mogelijk verhoogde gehalten met PFAS bevatten. Derhalve is onderzoek naar PFAS in de bodem meegenomen in dit onderzoek.
pagina 12 van 42
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
3. Onderzoeksstrategie 3.1 Verkennend onderzoek Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5707+C2 (december 2017) en de NEN 5740+A1 (april 2016). De te volgen strategie is weergegeven in de volgende tabellen. Tabel 3.1: strategie verkennend bodemonderzoek strategie 1)
boorwerk (diepte in m-mv) boringen
analyses2)
asfalt- of betonboringen
peilbuizen
(diameter)
grond
grondwater
-
11 x NEN-g 3), 7 x OCB, L+H,
3 x NEN-gw,
3 x PFAS (30), L+H
OCB, PFAS
deellocatie A: gehele locatie (circa 25.000 m2) VED-HE-NL
32 x (0,5)
3
7 x (2,0)
(30) deellocatie B: voormalige (gedempte) watergangen (6x) 18 x (2,0) 5)
MW-1
-
-
- 4)
-
-
-
5 x koper
-
-
3 x met-9
1 x zink
deellocatie C: zuidzijde Strijmondlaan 74 MW-2
5 x (0,5)
deellocatie D: locatiegrens nabij voormalige slibdroogbedden MW-3
3 x (2,0)
1
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring strategie: VED-HE-NL
: onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde
MW-1
: het onderzoek naar de gedempte watergangen wordt uitgevoerd op basis van een
verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig; maatwerkstrategie, waarbij een raai van 3 boringen haaks op een gedempte watergang geplaatst wordt; MW-2
: Uit de resultaten van het nader onderzoek [6] bleek dat ter plaatse van de Strijmondlaan 74 in een mengmonster van de bovengrond een sterke verontreiniging met koper werd aangetoond. Het mengmonster werd toen niet uitgesplitst waardoor het niet bekend is of in welke boringen deze sterke verontreiniging(en) met koper daadwerkelijk aanwezig is/zijn. De onderzoeksstrategie betreft derhalve in eerste instantie het herplaatsen van deze vijf boringen en het separaat analyseren van de bovengrond ter plaatse;
MW-3
: Op het aangrenzende perceel ten westen van Strijmondlaan 74 zijn in het verleden bij voormalige slibdroogbedden bodemverontreinigingen met zware metalen (grond) en zink (grondwater) aangetoond. Middels het plaatsen van boringen en een peilbuis op de perceelsgrens wordt vastgesteld deze eerder aangetoonde verontreiniging zich heeft verspreid naar de onderhavige onderzoekslocatie.
2)
verklaring analyses: NEN-g
: pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en
NEN-gw
: pakket NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen
OCB
: organochloorbestrijdingsmiddelen;
minerale olie); en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie); PFAS (30)
: uitgebreid analysepakket met 30 perfluorverbindingen volgens de advieslijst d.d. 12 juli 2019.
met-9
: standaardpakket met 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, lood, kwik, molybdeen,
L+H
: lutum en organische stof.
nikkel en zink); 3)
conform de strategie VED-HE-NL dienen zeven analyses te worden verricht op de meest verdachte laag. Om ook een uitspraak te kunnen doen over de milieuhygiënische kwaliteit van de (onverdachte) ondergrond zijn vier extra analyses opgenomen.
pagina 13 van 42
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
4)
Indien tijdens de veldwerkzaamheden zintuiglijk bijmengingen in de grond worden aangetroffen die duiden op deze gedempte watergangen, worden in overleg aanvullende analyses uitgevoerd.
5)
De boringen ten behoeve van de gedempte watergangen worden uitgevoerd in combinatie met de boringen tot 2,0 m-mv ten behoeve van deellocatie A. In totaal worden dus 18 boringen tot 2,0 m-mv geplaatst.
De analyses worden door een geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd. De monsters worden voor zover mogelijk conform AS3000 voorbewerkt. Opgemerkt wordt dat op verzoek van de opdrachtgever bij de verdeling van de boringen ter plaatse van de begraafplaats enkel boringen tot 0,5 m-mv geplaatst zullen worden. Daar tijdens het verkennend onderzoek puin in de bodem werd aangetroffen, is na overleg met de opdrachtgever direct een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Hierbij is gebruik gemaakt van de volgende strategie: Onderzoeksstrategie Het verkennend bodemonderzoek asbest wordt uitgevoerd conform de NEN 5707+C2 (december 2017). De veldwerkzaamheden voor dit onderzoek worden uitgevoerd conform protocol 2018 (versie 6.0, 1 februari 2018). Een overzicht van de te verrichten werkzaamheden is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 3.2: strategie verkennend asbestonderzoek (25.000 m2) strategie 1)
analyses 2)
veldwerkzaamheden maaiveldinspectie
VED-HE
inspectiegaten
inspectiegaten
(0,3 x 0,3 m,
tot onderzijde
0,5 m-mv)
verdachte laag 3)
32
7
2 richtingen,
7 x asb-g
stroken 1,5 m Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring strategie: VED-HE
:
onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming.
2)
verklaring analyses: asb-g
3)
:
asbest in grond NEN 5898.
de gaten worden uitgevoerd tot aan de onderzijde van de verdachte laag met een maximum van 2 meter. Indien blijkt dat vanaf een bepaalde diepte het graven van gaten niet meer mogelijk is, worden boringen uitgevoerd met een diameter van tenminste 12 cm.
De grondmonsters worden door een geaccrediteerd laboratorium geanalyseerd.
3.2 Nader onderzoek Omdat tijdens het verkennend onderzoek ter plaatse van boring 34 een sterke verontreiniging met koper werd aangetoond, is direct een nader onderzoek uitgevoerd om na te gaan of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Tevens is een matige verontreiniging met lood aangetoond ter plaatse van SL01. Door middel van het nader onderzoek is nagegaan of er wellicht sprake wordt van een sterke bodemverontreiniging. Het nader onderzoek wordt uitgevoerd volgens de NTA 5755 ‘Bodem Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en pagina 14 van 42
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
omvang van bodemverontreiniging’ (Nederlandse Normalisatie-Instituut, juli 2010). Het nader onderzoek omvat de onderstaande werkzaamheden. Tabel 3.3: strategie nader bodemonderzoek doel
boorwerk
asfalt- of
(diepte in m-mv)
betonboringen
boringen I.
(diameter)
grond
grondwater
-
-
6 x lood
-
-
-
4 x koper, L+H
-
Afperking loodverontreiniging
horizontale afperking
4 x (1,0)
verticale afperking
1 x (2,5)
II.
peilbuizen
analyses 1)
Afperking koperverontreiniging
horizontale afperking
4 x (1,0)
verticale afperking
-
2 x koper, L+H
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring analyses: L+H
:
Lutum en organische stof.
De analyses worden door een geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd. De grond- en grondwatermonsters worden conform AS3000 voorbewerkt.
pagina 15 van 42
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
4. Uitvoering 4.1 Kwalibo Op de veldwerkzaamheden is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor dit onderzoek zijn de werkzaamheden uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 (versie 6.0, 1 februari 2018) conform protocollen 2001 (versie 6.0, 1 februari 2018), 2002 (versie 6.0, 1 februari 2018) en 2018 (versie 6.0, 1 februari 2018) van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Op basis van de analyseresultaten zijn in een later stadium aanvullende boringen geplaatst (101104 en 201-204). De resultaten hiervan zijn verwerkt in dit hoofdstuk. In de volgende tabel zijn de namen van de erkende veldwerkers weergegeven, die voor onderhavig onderzoek het veldwerk hebben uitgevoerd. Tabel 4.1: erkende veldwerkers Tritium Advies veldwerker
datum uitvoering
nummers
23-05-2022
maaiveld
Bryan Hofman en Rik van der Steen
12-05-2022
01, 48
Bryan Hofman
17-05-2022
03
Bryan Hofman en Rik van der Steen
18-05-2022
02, 14, 15, 22, 23, 31 t/m 47, 49, 54 t/m 57
Bryan Hofman
19-05-2022
12, 13, 16 t/m 19, 21, 24, 25, 27 t/m 30
Bryan Hofman
23-05-2022
04 t/m 11, 20, 50 t/m 53
Joris Mathijssen
11-07-2022
101 t/m 104 (nader onderzoek)
maaiveldinspectie Bryan Hofman boorwerkzaamheden (protocol 2001)
Youri Janssen
22-08-2022
200 t/m 204 (nader onderzoek)
Joris Mathijssen
05-01-2023
300 t/m 308
Bryan Hofman
25-05-2022
01 t/m 03
Youri Janssen
21-01-2023
305
monstername grondwater (protocol 2002)
inspectiegaten (protocol 2018) Bryan Hofman
23-05-2022
05, 07 t/m 14, 17, 19 t/m 24, 27, 29, 31 t/m 37, 39, 41, 43, 45 t/m 48, 50 t/m 57
Conform BRL-SIKB 2000 zijn de veldwerkzaamheden getoetst op partijdigheid. De uitvoerder van het veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als dat van een onafhankelijk onderzoeksbureau.
pagina 16 van 42
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
4.2 Maaiveldinspectie Het maaiveld van de locatie was tijdens de maaiveldinspectie deels bedekt met vegetatie (o.a. hoog gras) en deels bedekt met klinkers. Tevens was een deel van het maaiveld braakliggend. Vanwege de toestand van het maaiveld wordt de efficiëntie van de maaiveldinspectie geschat op <50% en is daarmee onvoldoende om een uitspraak te kunnen doen over de kwantitatieve hoeveelheid asbest op het maaiveld. Tijdens de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld.
4.3 Inspectiegaten en boorwerk De locaties van de inspectiegaten, boringen en peilbuizen zijn weergegeven in bijlage 2. Tijdens de uitvoering van het veldwerk bleek dat ter plaatse van boring 50 na een diepte van 1,0 m-mv een ondoordringbare laag aanwezig is. Tevens kon boring 26 ten behoeve van de gedempte watergang niet geplaatst worden, daar ter plaatse van deze boring een sloot aanwezig is. Mogelijk is er dus geen sprake van een gedempte watergang en is de watergang op de aanwezige oude kaarten versprongen. Verder deden zich geen belemmeringen of bijzonderheden voor. De bij de werkzaamheden vrijkomende grond is in het veld zintuiglijk beoordeeld. Hierbij zijn de in de volgende tabel weergegeven waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. Voor de bodemopbouw wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. Opgemerkt wordt dat tijdens de uitvoering van het nader asbestonderzoek op de locatie bleek dat ter plaatse van SL01 een stortlaag aanwezig is. Tevens werd een zwakke olie- en carbolineumgeur waargenomen. Ter plaatse van deze stortlaag is zowel de grond als het grondwater onderzocht. De bevindingen in de grond en het grondwater ter plaatse van SL01 zijn daarom meegenomen in dit hoofdstuk. Hetzelfde geldt voor SL06, waar huisvuil in de grond werd waargenomen. Tabel 4.2: waarnemingen en bijzonderheden asbestverdacht materiaal 1)
inspectiegat
traject
of boring
(m-mv)
overige waarnemingen en
01
0,00 - 0,50
-
zwak puinhoudend
2,60
02
0,05 - 0,50
-
sporen puin
3,00
bijzonderheden
einddiepte (m-mv)
0,50 - 1,50
-
sterk puinhoudend
03
0,00 - 1,60
-
sporen puin
2,70
04
0,00 - 0,50
-
sporen puin
2,00
05
0,00 - 0,50
-
sporen puin
2,00
06
0,00 - 0,50
-
sporen puin
2,00
07
0,00 - 0,40
-
sporen puin
0,50
08
0,00 - 0,50
-
sporen puin
0,50
09
0,00 - 0,50
-
sporen puin
0,50
10
0,00 - 0,50
-
sporen puin
0,50
12
0,00 - 0,50
-
sporen puin
0,50
13
0,00 - 0,50
-
sporen puin
0,50
14
0,00 - 0,50
-
sporen puin
0,50
15
0,00 - 0,50
-
sporen puin
1,00
16
0,00 - 0,70
-
sporen puin
2,00
17
0,00 - 0,80
-
sporen puin
2,00
pagina 17 van 42
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
Tabel 4.3: waarnemingen en bijzonderheden (vervolg) asbestverdacht materiaal 1)
inspectiegat
traject
of boring
(m-mv)
19
0,00 - 0,50
-
sporen puin
0,50
20
0,00 - 0,50
-
sporen puin
0,50
21
0,00 - 0,50
-
sporen puin
0,50
22
0,00 - 0,50
-
sporen puin
0,50
23
0,00 - 0,50
-
sporen puin
0,50 2,00
24
overige waarnemingen en bijzonderheden
einddiepte (m-mv)
0,00 - 0,50
-
zwak puinhoudend
0,50 - 0,80
-
sporen puin
25
0,00 - 0,75
-
sporen puin
27
0,00 - 0,50
-
zwak puinhoudend
0,50
28
0,00 - 1,25
-
sporen puin
2,00 2,00
29
0,00 - 0,50
-
sporen puin
0,50 - 1,00
-
sporen puin
1,00 - 1,45
-
sporen puin
2,00
30
0,00 - 1,50
-
sporen puin
2,00
31
0,30 - 0,50
-
volledig puin
0,50
32
0,00 - 0,50
-
sporen puin
0,50
33
0,40 - 0,50
-
sporen puin
0,50
34
0,00 - 0,50
-
sporen puin
1,80
0,50 - 1,30
-
sporen puin, sporen kolengruis
35
0,00 - 0,50
-
zwak puinhoudend
0,50
36
0,00 - 0,50
-
zwak puinhoudend
0,50
37
0,00 - 0,40
-
sporen puin
0,60
38
0,00 - 0,50
-
sporen puin
2,00
0,50 - 0,85
-
zwak puinhoudend
39
0,00 - 0,50
1 stukje, 4 gram
zwak puinhoudend
0,50 - 0,80
-
zwak puinhoudend
0,80 - 1,50
-
sporen puin
0,00 - 0,50
-
zwak puinhoudend
0,50 - 0,90
-
matig puinhoudend
0,90 - 1,30
-
matig puinhoudend
1,50 - 1,80
-
zwak slibhoudend, sporen puin
41
0,30 - 0,50
-
sporen puin, sporen plastic
47
0,00 – 1,00
-
sporen puin
1,50
48
0,00 - 0,50
-
sporen puin
0,50
49
0,00 - 0,90
-
sporen puin
1,20
50
0,00 - 0,50
-
zwak puinhoudend
1,00
0,50 - 1,00
-
zwak puinhoudend, hierna
40
2,00
2,20
0,50
ondoordringbaar 51
0,00 - 0,50
-
zwak puinhoudend
0,50
52
0,00 - 0,50
-
zwak puinhoudend
0,50
53
0,00 - 0,50
-
zwak puinhoudend
0,50
54
0,08 - 0,20
-
sporen puin
1,00
0,20 - 0,50
-
volledig puin
0,08 - 0,20
-
sporen puin
0,20 - 0,50
-
volledig puin
0,30 - 0,50
-
volledig puin
55
56
0,50
0,50
57
0,20 - 0,50
-
volledig puin
0,50
101
0,00 - 1,00
-
sporen puin
1,00
102
0,00 - 1,00
sporen puin
1,00
103
0,00 - 0,70
-
sporen puin
1,00
104
0,00 - 1,00
-
sporen puin, sporen kolengruis
1,00
pagina 18 van 42
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
Tabel 4.4: waarnemingen en bijzonderheden (vervolg) inspectiegat
traject
of boring
(m-mv)
200
0,00 - 0,50
asbestverdacht materiaal 1)
overige waarnemingen en
einddiepte
bijzonderheden
(m-mv)
-
zwak puinhoudend
2,70
0,50 - 1,30
-
sterk puinhoudend
201
0,20 - 0,80
-
matig puinhoudend
1,00
202
0,20 - 0,50
-
sporen puin
1,30
0,50 - 0,80
-
sterk puinhoudend
203
0,00 - 0,50
-
sporen puin
0,50 - 1,00
-
sterk puinhoudend
1,00
204
0,00 – 1,00
-
sporen puin
1,00
206
0,00 - 1,00
-
sporen puin
1,00 1,50
207
300 301
0,00 - 0,40
-
sporen puin
0,40 - 0,80
-
sterk puinhoudend
0,80 - 1,00
-
sporen puin
0,40 - 0,60
-
sporen puin
1,10 1,30
0,00 - 0,70
-
zwak puinhoudend
0,70 - 0,90
-
matig puinhoudend
0,90 - 1,30
-
zwak puinhoudend, hierna ondoordringbaar (vermoedelijk puin)
304
0,00 - 0,50
-
sporen puin
305
0,00 - 0,90
-
sporen puin, sporen plastic
2,70
306
0,00 - 1,30
-
sporen puin
2,00
1,30 - 1,50
-
sporen puin
0,00 - 0,40
-
sporen puin
307
1,00
2,10
0,75 - 1,60
-
sporen puin
308
0,00 - 0,80
-
sporen puin
2,00
SL01
0,00 - 0,50
-
zwak puinhoudend
3,30
0,50 - 1,10
-
sterk puinhoudend, zwakke oliegeur, zwakke carbolineumgeur, uiterst stortmateriaalhoudend
SL06
1,10 - 1,60
-
0,00 - 0,50
-
zwakke oliegeur sporen puin
0,50 - 1,00
-
sporen puin, sterk huisvuilhoudend
1,50
Opmerkingen bij de tabel: 1)
Dit betreft het gewicht van de aangetroffen materialen zoals gemeten in het veld. De gewogen materialen zijn niet gedroogd, waardoor de vermelde gewichten kunnen afwijken van de analysecertificaten.
Opgemerkt wordt dat tijdens het plaatsen van asbestgat 31 en 50 t/m 54 een puinfundering is waargenomen met een oppervlakte van circa 500 m2. De locatie van de puinfundering is weergegeven in bijlage 2. De opdrachtgever heeft aangegeven dat de puinfundering blijft liggen en derhalve geen onderzoek gewenst is. Echter willen wij opmerken dat, indien men in de toekomst in de puinfundering gaat werken of deze af gaat voeren, onderzoek naar de puinfundering wel noodzakelijk is.
4.4 Bemonstering grondwater Tijdens de grondwatermonstername zijn in het veld de zuurgraad (pH), de troebelheid en de elektrische geleidbaarheid (Ec) van het grondwater bepaald. De peilbuisspecificaties en meetresultaten zijn weergegeven in de volgende tabel. De plaats van de peilbuizen is weergegeven in bijlage 2.
pagina 19 van 42
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
Tabel 4.5: peilbuisspecificaties peilbuis
datum
filtertraject
grondwaterstand
pH
Ec
troebelheid
bemonstering
(m-mv)
(m-mv)
(-)
(µS/cm)
(ntu)
belucht
deellocatie A: gehele locatie (25.000 m2) 01
25-5-2022
1,60 – 2,60
1,52
6,5
769
154
nee
02
25-5-2022
2,00 – 3,00
1,70
6,4
845
39
nee
03
25-5-2022
1,70 – 2,70
1,80
6,2
1535
33
nee
SL01
31-8-2022
2,30 – 3,30
1,97
7,4
1629
38,7
nee
7,2
790
999
nee
deellocatie D: locatiegrens nabij voormalige slibdroogbedden 305
12-1-2023
1,70 - 2,70
1,12
Tijdens de bemonstering van het grondwater bleek dat de troebelheid van het grondwater in alle peilbuizen is groter dan 10 ntu. Hierdoor kunnen concentraties van organische parameters hoger uitvallen. Bij de interpretatie van de analyseresultaten van het grondwater wordt hier rekening mee gehouden. De betrouwbaarheid van de analyseresultaten wordt in hoofdstuk 5 besproken.
4.5 Analyses De monsters zijn volgens de volgende tabel geanalyseerd. Tabel 4.6: geanalyseerde monsters (NEN 5740) monster-
traject
code
(m-mv)
deelmonsters
analyses 1)
toelichting
deellocatie A: gehele locatie (circa 25.000 m2) (verkennend en nader onderzoek) 34-2
0,50 - 1,00
34 (0,50 - 1,00)
NEN-g
sporen puin en sporen kolengruishoudende ondergrond
34-1
0,00 - 0,50
34 (0,00 - 0,50)
koper
verticale afperking koper
34-3
1,00 - 1,30
34 (1,00 - 1,30)
koper
verticale afperking koper
40-5
1,50 - 1,80
40 (1,50 - 1,80)
NEN-g
sporen puin en zwak slibhoudende ondergrond
50-1
0,00 - 0,50
50 (0,00 - 0,50)
NEN-g
zwak puinhoudende bovengrond
MM01
0,00 - 0,50
02 (0,05 - 0,50), 36 (0,00 - 0,50),
NEN-g
sporen plastic en sporen tot zwak
MM02
0,00 - 0,30
37 (0,00 - 0,40), 41 (0,30 - 0,50) 12 (0,00 - 0,30), 16 (0,00 - 0,30),
puinhoudende bovengrond NEN-g
sporen puinhoudende bovengrond
NEN-g
sporen puinhoudende bovengrond
19 (0,00 - 0,30) MM03
0,00 - 0,50
14 (0,00 - 0,50),15 (0,00 - 0,30) 23 (0,00 - 0,50), 29 (0,00 - 0,30)
MM04
0,00 - 0,50
03 (0,00 - 0,50), 32 (0,00 - 0,50),
NEN-g
33 (0,40 - 0,50), 41 (0,30 - 0,50) MM05
1,00 - 2,00
01 (1,00 - 1,50), 02 (1,80 - 2,00),
sporen plastic en sporen puinhoudende bovengrond
NEN-g
zintuiglijk schone ondergrond
NEN-g
matig tot sterk puinhoudende ondergrond
NEN-g
zintuiglijk schone ondergrond
NEN-g
sporen puinhoudende bovengrond
NEN-g
zwak puinhoudende bovengrond
16 (1,10 - 1,60), 25 (1,50 - 2,00) MM06
0,50 - 1,50
02 (0,50 - 1,00), 02 (1,00 - 1,50) 40 (0,50 - 0,90)
MM07
1,00 - 1,80
02 (1,50 - 1,80), 34 (1,30 - 1,80), 47 (1,00 - 1,50)
MM08
0,00 - 0,50
05 (0,00 - 0,50), 07 (0,00 - 0,40), 08 (0,00 - 0,50), 10 (0,00 - 0,50)
MM09
0,00 - 0,50
51 (0,00 - 0,50), 52 (0,00 - 0,50), 53 (0,00 - 0,50)
pagina 20 van 42
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
Tabel 4.7: geanalyseerde monsters (NEN 5740) (vervolg) monster-
traject
deelmonsters
analyses
toelichting
1)
code
(m-mv)
deellocatie A: gehele locatie (circa 25.000 m2) (verkennend en nader onderzoek) 101-2a
0,50 - 1,00
101 (0,50 - 1,00)
koper
afperking sterke koperverontreiniging boring 34
102-2
0,50 - 1,00
102 (0,50 - 1,00)
koper
afperking sterke koperverontreiniging boring 34
103-2a
0,50 - 0,70
103 (0,50 - 0,70)
koper
afperking sterke koperverontreiniging boring 34
104-2
0,50 - 1,00
104 (0,50 - 1,00)
koper
afperking sterke koperverontreiniging boring 34
200-1
0,00 - 0,50
200 (0,00 - 0,50)
lood
afperking matige loodverontreiniging SL01
200-3
1,00 – 1,30
200 (1,00 – 1,30)
lood
afperking matige loodverontreiniging SL01
200-4
1,30 – 1,80
200 (1,30 – 1,80)
lood
afperking matige loodverontreiniging SL01
201-2
0,20 - 0,70
201 (0,20 - 0,70)
lood
afperking matige loodverontreiniging SL01
202-3
0,50 - 0,80
202 (0,50 - 0,80)
lood
afperking matige loodverontreiniging SL01
203-2
0,50 – 1,00
203 (0,50 – 1,00)
lood
afperking matige loodverontreiniging SL01
204-2
0,50 - 0,70
204 (0,50 - 0,70)
lood
afperking matige loodverontreiniging SL01
SL01-2
0,50 - 1,00
SL01 (0,50 - 1,00)
NEN-g
sterk puinhoudend, zwakke oliegeur
SL06-2
0,50 - 1,00
SL02 (0,50 - 1,00)
NEN-g
sporen puin, sterk huisvuilhoudend
OCB1
0,00 - 0,30
12 (0,00 - 0,30), 18 (0,00 - 0,30),
OCB
meest verdachte laag
OCB2
0,00 - 0,50
OCB
meest verdachte laag
OCB
meest verdachte laag
19 (0,00 - 0,30) 32 (0,00 - 0,50), 34 (0,00 - 0,50), 37'(0,00 - 0,40), 41 (0,05 - 0,30) OCB3
14 (0,00 - 0,50), 15 (0,00 - 0,30),
0,00 - 0,50
22 (0,00 - 0,50), 23 (0,00 - 0,50) OCB4
0,00 - 0,30
21 (0,00 - 0,30), 24 (0,00 - 0,30)
OCB
meest verdachte laag
OCB5
0,00 - 0,50
51 (0,00 - 0,50), 52 (0,00 - 0,50),
OCB
meest verdachte laag
53 (0,00 - 0,50) OCB6
0,00 - 0,30
04 (0,00 - 0,30), 06 (0,00 - 0,30)
OCB
meest verdachte laag
OCB7
0,00 - 0,30
05 (0,00 - 0,30), 07 (0,00 - 0,03),
OCB
meest verdachte laag
PFAS1
0,50 - 1,00
PFAS
meest verdachte laag
PFAS
meest verdachte laag
PFAS
meest verdachte laag
08 (0,00 - 0,30), 10 (0,00 - 0,30) 15 (0,50 - 1,00), 28 (0,50 - 1,00), 38 (0,50 - 0,85), 54 (0,50 - 1,00) PFAS2
06 (0,00 - 0,50), 11 (0,00 - 0,50),
0,00 - 0,70
16 (0,50 - 0,70), 20 (0,00 - 0,50) PFAS3
03 (0,00 - 0,50),, 34 (0,00 - 0,50)
0,00 - 0,50
37 (0,00 - 0,40), 47 (0,00 - 0,50) deellocatie C: aanvullend onderzoek Strijmondlaan 74 300-1
0,00 - 0,40
300 (0,00 - 0,40)
koper
verifiëren mogelijke koperverontreiniging
301-1
0,00 - 0,50
301 (0,00 - 0,50)
koper
verifiëren mogelijke koperverontreiniging
302-1
0,00 - 0,50
302 (0,00 - 0,50)
koper
verifiëren mogelijke koperverontreiniging
303-1
0,00 - 0,50
303 (0,00 - 0,50)
koper
verifiëren mogelijke koperverontreiniging
304-1
0,00 - 0,50
304 (0,00 - 0,50)
koper
verifiëren mogelijke koperverontreiniging
deellocatie D: locatiegrens nabij voormalige slibdroogbedden 305-1
0,00 - 0,50
305 (0,00 - 0,50)
met-9
grens locatie voormalige slibdroogbedden
306-1
0,00 - 0,50
306 (0,00 - 0,50)
met-9
grens locatie voormalige slibdroogbedden
308-4
1,30 - 1,70
308 (1,30 - 1,70)
met-9
grens locatie voormalige slibdroogbedden
mm01-1
0,00 - 0,50
307 (0,00 - 0,40), 308 (0,00 -
met-9
grens locatie voormalige slibdroogbedden
0,50) Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring analyses: NEN-g
:
pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en minerale olie);
OCB
:
met-9
:
Organochloorbestrijdingsmiddelen; standaardpakket met 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, lood, kwik, molybdeen, nikkel en zink).
pagina 21 van 42
documentkenmerk: 2203/209/NL-01, versie A
Tabel 4.8: geanalyseerde monsters asbest (NEN 5707) vindplaats of
monster-
analyses 2)
traject
toelichting
1)
inspectiegat
code
(m-mv)
39
39-7
0,00 - 0,50
asb-g
zwak puinhoudend, asbestverdacht materiaal aangetoffen
39
39-8
0,00 - 0,50
asb-m
asbestverdacht materiaal (vlakke plaat)
02, 32, 33, 36, 41
Asbmm02-1
0,00 - 0,50
asb-g
sporen tot zwak puinhoudend
47, 48, 49
Asbmm06-1
0,00 - 0,50
asb-g
sporen puin
14, 15, 22, 23
Asbmm07-1
0,00 - 0,50
asb-g
sporen puin
13, 21, 24, 27, 29
Asbmm09-1
0,00 - 0,50
asb-g
sporen tot zwak puinhoudend
51, 52, 53
Asbmm11-1
0,00 - 0,50
asb-g
zwak puinhoudend
09, 10, 20
Asbmm12-1
0,50 - 1,50
asb-g
sporen puin
38, 39, 40, 49
indicatief