CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

260930 en 261001 VRAGEN-TOEZEGGINGEN CIES tbv raad 15-10-2026 (per 13-10-26)

Gemeenteraad 15 oktober 2026, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 0: N.A.V. COMMISSIES B&O 30-9 en SM&V 1-10-20262.547 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht vragen en toezeggingen commissie B&O 30.9.26 en SM&V 1.10.26 t.b.v. raadsvergadering 15.10.26 Zie HAL-net voor de actuele stand van zaken Onderwerp | antwoord BO | Herinrichting en uitbreiding parkeerterrein Julianalaan Ag.3 1. | De heer Van den Boom constateert dat wethouder Melisse aangeeft | 13/10/26 dat de parkeerduur in de 10 blauwe zone parkeerplaatsen naar 1 uur | De raad ontvangt een aangepast raadsvoorstel (zie de vergaderstukken raad 15- gaat. In het raadsvoorstel staat 2 uur. Hij vraagt of een aanpassing | 10-26, ag. 8) van het raadsvoorstel nodig is. | Er is 1 zin aangepast in de inleiding – ontwerp, namelijk: • | De 10 parkeervakken kort bij de ingang van supermarkt PLUS worden in Wethouder Melisse zegt toe dat hij samen met de griffie nagaat of het | een blauwe zone geplaatst met een maximale parkeerduur van 1 uur. (in voorstel aangepast moet worden. | plaats van 2 uur). 2. | Mailbericht 13-10-26 de heer R. van Batenburg (PLUS) aan alle | 13/10/26 via griffie doorgestuurd aan de raadsleden. Geplaatst bij de fracties. | vergaderstukken raad 15-10-26, ag.8 Geachte raadsleden, Op 30 september heb ik de leden van de commissie B&O gesproken. Kort na het inspreken is er een plan gecommuniceerd dat o.a. betrekking heeft op de verhuizing van Aldi. Ik was niet op de hoogte van het plan.

Wanneer het plan wordt geeffectueerd heeft dit als gevolg, dat in schraal supermarktlandschap met nu al te veel aanbieders, o.a. de concurrentiepositie van Plus, maar ook van andere ketens, onder druk komt te staan. Plus heeft bij uitvoering een nog zwakkere positie in het supermarktlandschap door de parkeerdruk en beperkt aantal parkeerplaatsen. Wanneer ik op de hoogte was van het plan had mijn inspreektekst een andere en stevigere inhoud gehad. Ik verzoek u dan ook om mijn tekst niet mee te nemen in uw beoordeling. Dat neemt niet weg dat een blauwe zone wel urgent door de oplevering van woningen van het project Sint Anna. Met vriendelijke groet, Richard van Batenburg Supermarktmanager BO | Rondvraag Ag.4 3. | Mevrouw Wagemakers vraagt of bij de afronding van de | 7/10/2026: Het RVV 1990 (Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990) werkzaamheden aan de Kruislandseweg in Oud Gastel ook een | bevat regels voor alle weggebruikers, zoals automobilisten, fietsers en voetgangers. In artikel 23 staat vermeld op welke plaatsen het verboden is om met veilige en toegankelijke mogelijkheid om personen met de auto af te zetten of op te halen wordt gerealiseerd. Wethouder Melisse zegt toe dat hij deze vraag schriftelijk zal beantwoorden. een voertuig stil te staan.

Dit geldt onder meer bij een bord bushalte, ter hoogte van de geblokte markering of, als deze ontbreekt, op minder dan 12 meter van het bord. Daarbij is de volgende uitzondering opgenomen: het verbod om stil te staan bij een bushalte geldt echter niet voor het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers, dus dit is bij de bushalte wél toegestaan. Let wel, de bussen mogen hierbij niet gehinderd worden! 4. De heer Terloo vraagt of bij de gemeente bekend is dat, sinds de activering van de verkeersremmer / verzinkbare paal aan de Fenkelstraat in Oudenbosch, al diverse incidenten zijn voorgevallen met auto's die in aanraking zijn gekomen met de paal en of bij de gemeente bekend is of de wegbeheerder aansprakelijk kan worden gesteld voor schade bij een patroon van incidenten, tenzij aantoonbaar kan worden gemaakt dat aan de zorgplicht is voldaan. Verder vraagt hij of de gemeente in overleg is met de leverancier over de meest veilige instellingen voor deze verkeersremmer. Wethouder Melisse antwoordt dat er zeker een aantal incidenten bekend zijn. Vraag bij die incidenten is dan wat daar de oorzaak van is en, aangezien dit ook kosten voor de gemeente met zich meebrengt, wie dan wie aansprakelijk zou moeten stellen.

Hij geeft aan dat het college dit soort situatie zoveel mogelijk wil voorkomen en dat er momenteel contact is met de gemeente Etten-Leur over een type bord wat zij nog extra geplaatst hebben. Dat bord wordt waarschijnlijk ook in Oudenbosch nog toegevoegd. Het systeem is weer bekeken en daaruit is niet gebleken dat er iets verkeerd zou zijn in het systeem. Toezegging: Wethouder Melisse zegt toe schriftelijk de vraag te beantwoorden of de gemeente daadwerkelijk aansprakelijk is gesteld voor incidenten en het aantal meldingen dat hierover is gedaan. SMV Ag.3 Najaarsnota 2026 5. Mevrouw Van Domburgh vraagt naar de opbrengsten OZB, deze is 176.000 lager dan geraamd (zie ook technische vragen 2 en 14). Waardeontwikkeling is een prognose, maar is inzicht te geven tussen de waardeontwikkeling, tegenvallers en het kleiner aantal objecten? Graag een toelichting op met name het kleiner aantal objecten, hoe is dat dan ontstaan? Wethouder Schouw zegt schriftelijke beantwoording toe. 12/10/2026: De OZB-opbrengst wordt vooraf geraamd op basis van prognoses van zowel de waardeontwikkeling als de ontwikkeling van het aantal belastingplichtige objecten. Gedurende het jaar blijkt op basis van de halfjaarrapportages van de BWB dat deze prognoses soms moeten worden bijgesteld. In 2026 is gebleken dat zowel de totale waard grondslag als het aantal objecten iets lager uitvalt dan eerder was geraamd.

Hierdoor is een neerwaartse bijstelling van de opbrengst noodzakelijk. Het lagere aantal objecten betekent niet dat bestaande woningen zijn verdwenen. Dit verschil ontstaat vooral doordat nieuwbouwobjecten pas in de OZB-heffing worden betrokken zodra zij op het daarvoor relevante moment gereed en belastbaar zijn. Het exacte moment van oplevering en gereed melding laat zich vooraf lastig voorspellen. Hierdoor kunnen verschillen ontstaan tussen de oorspronkelijke raming en de uiteindelijke belastingopbrengst. Deze verschillen worden gedurende het jaar verwerkt via de P&C-cyclus. 6. | Mevrouw Van Oorschot vraagt hoe de genoemde negatieve | 12/10/2026: De neerwaartse bijstelling van de OZB-opbrengst betekent niet dat de waardeontwikkeling zich verhoudt tot de door de Waarderingskamer | WOZ-waarden binnen de gemeente als geheel zijn gedaald. De door de geconstateerde stijging van de woningwaarde in Halderberge met | Waarderingskamer geconstateerde waardestijging van woningen kan tegelijkertijd circa 9,5%. Zij vraagt naar de achterliggende oorzaken en hoe deze | bestaan naast een lagere OZB-opbrengst dan geraamd. De OZB-opbrengst wordt ontwikkeling kan worden voorkomen. Wethouder Schouw zegt | namelijk gebaseerd op vooraf gemaakte prognoses over zowel de schriftelijke beantwoording toe.

| waardeontwikkeling (bv een stijging van bedrijfsopstallen wijken af van die van woonhuizen) als de ontwikkeling van het aantal objecten. De bijstelling in de najaarsnota betreft het verschil tussen de eerder geraamde opbrengst en de meest actuele inzichten vanuit de BWB. Hierbij spelen zowel mutaties in het areaal als bijstellingen van waardeontwikkelingen een rol. De waardestijging van woningen was per saldo nog steeds positief, maar is ten opzichte van eerdere prognoses minder hoog uitgekomen dan waarmee bij de raming rekening was gehouden. Daarnaast hebben areaalmutaties invloed op de uiteindelijke opbrengst. Hierdoor ontstaat een beperkte neerwaartse correctie van de opbrengst. De gemeente actualiseert deze prognoses gedurende het jaar op basis van de meest recente gegevens van de BWB. Omdat zowel de waardeontwikkeling als het moment waarop nieuwbouwobjecten daadwerkelijk in de heffing worden betrokken niet volledig vooraf vaststaan, zijn dergelijke bijstellingen niet volledig te voorkomen. 7. | De heer Tielen vraagt een toelichting op de septembercirculaire en | De septembercirculaire leidt ertoe dat de gemeente in 2026 per saldo ongeveer | € vraagt of daarbij kan worden aangegeven welke positieve en | 158.000 meer ontvangt dan waarmee in de Zomernota rekening was gehouden.

eventuele negatieve effecten deze circulaire heeft op het verwachte financiële eindresultaat over 2026. Wethouder Schouw antwoordt dat | Hierbij zijn echter enkele belangrijke kanttekeningen te plaatsen: voor de jaren 2027 en verder een positieve ontwikkeling is te zien in | • | De algemene uitkering stijgt met circa € 362.000. Van dit bedrag heeft de bijdrage vanuit het Rijk. Voor 2026 hier komt de wethouder nog op | ongeveer € 170.000 betrekking op extra rijksmiddelen voor nieuwe terug. | gemeentelijke taken, zoals de Wet versterking regie volkshuisvesting, of voor taken waarvoor de compensatie van het Rijk tekortschiet, zoals d | e uitvoeringskosten inburgering. Deze middelen gaan over het algemeen gepaard met extra gemeentelijke uitgaven. • | Daarnaast leidt de actualisatie van de verwachte onderuitputting van het BTW-compensatiefonds (BCF) tot een hogere algemene uitkering. Tegelijkertijd wordt de eerder opgenomen stelpost hiervoor verlaagd met | € 245.000, omdat deze ontwikkeling nu structureel is verwerkt. • | Verder ontvangt de gemeente circa € 41.000 extra aan decentralisatie- uitkeringen, onder meer voor de Spreidingswet. Ook hier staan extra gemeentelijke taken en uitgaven tegenover.

Financieel effect 2026 (bedragen x € 1.000) Onderdeel | Bedrag Algemene uitkering | € 362 Overige uitkeringen | € 41 Verlaging stelpost BCF | -/- € 245 Per saldo | € 158 Conclusie Hoewel de gemeente in 2026 naar verwachting € 158.000 meer ontvangt van het Rijk, betekent dit niet automatisch dat er ook sprake is van extra vrij financiële ruimte. Een belangrijk deel van de aanvullende middelen is gekoppeld aan extra taken en bijbehorende kosten. 8. | De heer Van den Berg heeft een vraag over WMO – jaarlijkse | 13/10/26: De gemiddelde kosten voor begeleiding per cliënt bedragen, gebaseerd op tariefstijging. Wat kost begeleiding gemiddeld per cliënt in 2025, nu en | peilmaand juni 2025 en juni 2026: wat is de verwachting voor 2027? Wethouder Schouw zegt schriftelijke beantwoording toe. | • | 2025: €8.869,44 per client per jaar • | 2026: € 9.449,30 per client per jaar • | Voor 2027 kan nog geen inschatting gegeven worden, omdat de tarieven voor 2027 nog niet bekend zijn. Deze stijging kan niet enkel verbonden worden met tariefstijging, er spelen ook andere componenten mee zoals de zwaarte van de indicatie en het aantal indicaties per inwoner. 9.

| De heer Özen vraagt welke concrete stappen gezet zijn naar | 13/10/26: Naar aanleiding van de verbeterpunten uit het Wmo- aanleiding van de verbeterpunten uit het WMO- | cliëntervaringsonderzoek (CEO) 2025 zijn diverse acties in gang gezet. De cliëntervaringsonderzoek 2025. Wethouder Schouw zegt schriftelijke | resultaten zijn samen met betrokken collega's besproken om de uitkomsten te beantwoording toe. | duiden en te bepalen welke verbeteringen nodig zijn. Signalen over de deeltaxi zijn structureel besproken met de uitvoerende coördinator, waarbij klanttevredenheid en kwaliteit maandelijks aan bod komen. Bij ernstige signalen wordt de vervoerder hier direct op aangesproken. Ook verbeterpunten ten aanzien van aa | nbieders van ondersteuning en zorgen over de continuïteit van zorg worden meegenomen binnen het contractbeheer. In dat kader vindt jaarlijks een accountgesprek plaats tussen contractmanagement en vertegenwoordigers van de samenwerkende gemeenten. Daarnaast is er sprake van signaalgestuurd contact, waardoor tussentijds ook overleg plaatsvindt. Op deze manier werken we gezamenlijk aan de kwaliteit, continuïteit en toegankelijkheid van ondersteuning voor inwoners. SMV | Verordening Jeugdhulp Ag.4 10. | Wethouder Schouw gaat beslispunt 4 na: ‘structurele financiële | 8/10/26 gevolgen van dit voorstel mee te nemen bij de zomernota 2026’.

| De raad ontvangt een aangepast raadsvoorstel (zie de vergaderstukken raad 15- 10-26, ag. 10) Beslispunt 3&4 zijn uit het raadsvoorstel en raadsbesluit gehaald: 3. Het budget voor de pgb’s jeugd voor 2026 te verhogen met € 8.400 en vanaf 2027 met € 25.000 inclusief indexering; 4. De structurele financiële gevolgen van dit voorstel mee te nemen bij de zomernota 2026 Financiële paragraaf is aangepast: Was: De verordening heeft financiële consequenties als gevolg van de indexering van het pgb. De gemeente sluit aan bij de jaarlijkse aanpassing van de Wlz-pgb-tarieven. Voor 2026 leidt dit naar verwachting tot een bijraming van circa € 8.400. De uiteindelijke financiële impact in 2026 is mede afhankelijk van het moment van besluitvorming in de raden van de negen deelnemende gemeenten. Vanaf 2027 wordt structureel rekening gehouden met een verhoging van circa € 25.000. De structurele financiële gevolgen van dit voorstel zullen worden meegenomen in de zomernota 2026. Wordt: De verordening heeft financiële consequenties als gevolg van de indexering van het pgb. De gemeente sluit aan bij de jaarlijkse aanpassing van de Wlz-pgb-tarieven. Voor 2026 is het budget bij de zomernota 2026 verhoogd met € 8.400. De uiteindelijke financiële impact in 2026 is mede afhankelijk van het moment van besluitvorming in de raden van de negen deelnemende gemeenten.

Vanaf 2027 wordt op basis van de nieuwe verordening rekening gehouden met een verhoging van circa € 25.000 (inclusief indexering). Bij de zomernota 2026 zijn de structurele gevolgen vanaf 2027 reeds meegenomen en in de meerjarenraming verwerkt. 11. Mevrouw Van Domburgh stelt dat op de informatiebijeenkomst gezegd werd dat nadere uitwerkingen terugkomen in de beleidsregels. Zij vraagt deze beschikbaar te stellen voor de raadsvergadering. Wethouder Schouw geeft aan dat de beleidsregels pas na vaststelling van de verordening verder kunnen worden uitgewerkt en daarom niet vóór de raadsvergadering beschikbaar kunnen zijn. 8/10/26 De beleidsregels worden door het college vastgesteld nadat de raad de verordening heeft vastgesteld. De inhoudelijke voorbereiding van de beleidsregels vindt momenteel plaats. Om die reden zijn nog geen definitieve beleidsregels beschikbaar voor de raadsvergadering SMV Ag.5 Toestemming voor het aangaan van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdregio West- Brabant West 12. Mevrouw Wagemakers vraagt hoe wordt omgegaan met lokale afwijkingen wanneer uitvoeringsbeleid voor specialistische jeugdhulp regionaal wordt ontwikkeld en of hierdoor gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden naar de regio verschuiven. Wethouder Schouw zegt schriftelijke beantwoording toe.

8/10/26 De gemeenten binnen West-Brabant West werken sinds 2015 regionaal samen op het gebied van jeugdhulp. Ook de regionale inkoop van specialistische jeugdhulp wordt al langere tijd gezamenlijk uitgevoerd via het Zi2t. De gemeenschappelijke regeling formaliseert deze bestaande samenwerking en brengt deze in lijn met de wettelijke verplichtingen uit de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. Artikel 4, eerste lid, onder d, bepaalt dat de gemeenschappelijke regeling verantwoordelijk wordt voor het voeren van regionaal beleid voor de regionaal ingekochte specialistische jeugdhulp. Het gaat daarbij om beleid dat direct samenhangt met de uitvoering van de opgedragen taken, zoals afspraken over regionale inkoop, toegangscriteria en de uitvoering van specialistische jeugdhulp. In de praktijk betekent dit dat gemeenten voor de regionaal belegde specialistische jeugdhulp gezamenlijke afspraken maken. Een gemeente kan lokaal eigen keuzes blijven maken op onderwerpen zoals preventie, de inrichting van de lokale toegang en het bredere jeugdbeleid. Wanneer een lokale keuze echter gevolgen heeft voor de regionaal georganiseerde specialistische jeugdhulp, zal deze moeten passen binnen de afspraken die de deelnemende gemeenten daarover gezamenlijk hebben gemaakt.

De gemeenschappelijke regeling krijgt daarmee verantwoordelijkheid voor de regionale uitvoering en voor het beleid dat nodig is om die uitvoering vorm te geven. De bevoegdheid om verordeningen vast te stellen en algemene beleidskaders te bepalen blijft echter bij de gemeenteraden. Van een overdracht van deze bevoegdheden naar de regio is geen sprake. SMV Ag.6 Wensen en bedenkingen met betrekking tot oprichting Stichting Knooppunt Coördinatie Rijk Regio’s (KCR2) 13. De heer Van den Berg geeft aan eerst de concept- stichtingsakte/statuten te willen inzien voordat zijn fractie met het voorstel kan instemmen. Burgemeester Mulder antwoordt dat hij begrijpt dat de raad de akte wil inzien en dat deze, zodra beschikbaar, kan worden verstrekt. Volgens hem moet het proces ondertussen wel verder kunnen. 13/10/2026: Het is op dit moment (en ook voor de raadsvergadering van 15 oktober) niet mogelijk om een concept-akte/statuten te overleggen of in te zien. De akte wordt pas opgemaakt als alle gemeenten in Nederland de gelegenheid hebben gehad om wensen of bedenkingen kenbaar te maken. Zodra deze beschikbaar is, wordt de akte gedeeld met de gemeenteraad. De gemeenteraden worden in gelegenheid gesteld wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio besluit uiteindelijk tot oprichting en deelname aan de stichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/5190/documents/76351