CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

260507 TECHNISCHE VRAGEN SMV.pdf

Commissie Samenleving, Middelen en Veiligheid 7 mei 2026, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 0: TECHNISCHE VRAGEN COMMISSIE SM&V 7-5-20261.503 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht technische vragen commissie SM&V 7 mei 2026 Zie HAL-net voor de actuele stand van zaken

NR.

VRAAG

Ag. 1 Opening -Ag. 2 Regionale samenwerking -Ag. 3 Kostenontwikkeling en wijziging Verordening leerlingenvervoer 1. De bezwaartermijn die is gaan lopen na voorlopige gunning aan De Vier Gewesten is inmiddels afgelopen. Zijn er bezwaren ingediend tegen de voorlopige gunning? 2. Normaliseren is een begrip dat we tegenwoordig veel horen binnen het sociaal domein. Het komt ook terug in dit raadsvoorstel. Kan aangegeven worden wat in dit geval precies onder normaliseren verstaan wordt?

STELLER

ANTWOORD

VVD

nee

VVD

Met normaliseren wordt in dit raadsvoorstel bedoeld dat het leerlingenvervoer zoveel mogelijk wordt ingericht op een manier die aansluit bij wat voor de meeste leerlingen gebruikelijk en gangbaar is. Concreet betekent dit dat in beginsel wordt uitgegaan van algemeen toegankelijke vormen van vervoer – zoals fiets, openbaar vervoer of eigen vervoer door ouders – wanneer dit passend, veilig en haalbaar is. Aangepast vervoer (zoals taxivervoer) wordt hiermee nadrukkelijk gepositioneerd als een maatwerkvoorziening, bedoeld voor leerlingen die hier aantoonbaar op zijn aangewezen. In de voorgestelde verordening is dit vertaald door aangepast vervoer te beperken tot:  leerlingen in het (voortgezet) speciaal (basis)onderwijs, en  structureel gehandicapte leerlingen die niet (zelfstandig of met begeleiding) gebruik kunnen maken van reguliere vervoersvormen. Voor leerlingen in het regulier basisonderwijs en voortgezet onderwijs geldt dat zij in principe gebruikmaken van reguliere vervoersmogelijkheden, eventueel met een vergoeding. Deze benadering sluit aan bij landelijke wetgeving en bij de bredere ontwikkeling binnen het sociaal domein om ondersteuning zo licht mogelijk in te zetten, de zelfstandigheid van leerlingen en ouders te bevorderen en voorzieningen doelgericht en duurzaam te gebruiken.

Normaliseren in dit voorstel betekent dus niet dat het recht op leerlingenvervoer verdwijnt, maar dat bewuster wordt gekozen welke vorm van vervoer passend is, met aangepast vervoer als vangnet waar dat echt noodzakelijk is.

1

3.

In het voorstel wordt aangegeven dat uitgegaan wordt van toegankelijke vormen van vervoer wanneer dit “passend en haalbaar” is. Wanneer is hiervan sprake; hoe wordt passend en haalbaar uitgelegd?

VVD

De wijze waarop deze begrippen worden ingevuld, is deels vastgelegd in de verordening leerlingenvervoer en wordt nader uitgewerkt in de beleidsregels. De verordening bevat de juridische kaders en uitgangspunten, zoals:  het principe dat regulier toegankelijk vervoer (fiets, openbaar vervoer of eigen vervoer) het primaire uitgangspunt is;  de afbakening van doelgroepen die in aanmerking kunnen komen voor aangepast vervoer;  de grondslag voor een individuele beoordeling en maatwerk. De beleidsregels concretiseren deze kaders en beschrijven hoe passend en haalbaar in de praktijk worden beoordeeld. Bij het beoordelen van passend vervoer wordt bijvoorbeeld gekeken naar  de de mate waarin de leerling in staat is om zelfstandig of met gebruikelijke begeleiding te reizen;  de reis geen onevenredige belasting vormt voor de leerling;  de veiligheid tijdens de reis. Bij het beoordelen van haalbaar vervoer wordt bijvoorbeeld gekeken of  er daadwerkelijk een toegankelijke vervoersoptie beschikbaar is;  de reis logisch en uitvoerbaar is binnen redelijke tijd en afstand is;  de begeleiding door ouders of het netwerk kan worden verwacht zonder dat dit leidt tot disproportionele belasting van het gezin. Deze afwegingen vinden altijd individueel plaats binnen de kaders van de verordening en met toepassing van de beleidsregels.

Wanneer uit deze beoordeling blijkt dat regulier vervoer niet passend of haalbaar is, bijvoorbeeld vanwege een structurele beperking of onvoldoende veiligheid, kan aangepast vervoer worden ingezet als maatwerkvoorziening.

2

4.

In het voorstel staat dat in veel regio’s te weinig chauffeurs en VVD voertuigen zijn. Is de oorzaak hiervan bekend? Zo ja, wat is de oorzaak? Indien de oorzaak duidelijk aan te wijzen is, is getracht deze oorzaak aan te pakken zodat de oplossing mogelijk niet gezocht zou hoeven te worden in het verkleinen van de doelgroep?

Het tekort aan chauffeurs en voertuigen in het leerlingenvervoer is een ontwikkeling die in veel regio’s in Nederland zichtbaar is. De oorzaken hiervan bestaan uit een combinatie van factoren, waaronder krapte op de arbeidsmarkt, vergrijzing onder chauffeurs, beperkte instroom van nieuwe medewerkers, strengere opleidingseisen en stagnerende beschikbaarheid van geschikt materieel bij vervoerders. Deze knelpunten spelen landelijk en zijn niet specifiek toe te schrijven aan keuzes van individuele gemeenten. Het is belangrijk te benadrukken dat dit tekort niet de primaire bepalende factor is geweest voor de voorgestelde aanpassing. De keuze om scherper te kijken naar de doelgroep en de inzet van aangepast vervoer is primair beleidsmatig van aard en speelt in op  het principe van normaliseren: ondersteuning inzetten zoals deze oorspronkelijk bedoeld is, met aangepast vervoer als maatwerk voor wie dit echt nodig heeft;  het bevorderen van zelfstandigheid en zelfredzaamheid van leerlingen en gezinnen, waar dat passend en haalbaar is;  de noodzaak om publieke middelen doelgericht en duurzaam in te zetten. De huidige en toekomstige druk op het sociaal domein is groot. De groeiende vraag en oplopende kosten maken duidelijk dat het huidige voorzieningenniveau op de lange termijn niet houdbaar is.

Dat betekent dat er vaker principiële keuzes gemaakt moeten worden over waar collectieve voorzieningen voor zijn bedoeld en wanneer andere, lichtere of meer reguliere oplossingen passend zijn. Deze aanpassing in het leerlingenvervoer staat daarmee niet op zichzelf, maar is onderdeel van een bredere koers waarin wordt gekeken hoe ondersteuning effectief blijft voor wie dat nodig heeft, terwijl tegelijkertijd ruimte wordt gecreëerd om het stelsel als geheel toekomstbestendig te houden.

3

5.

Naar we begrijpen, hebben onder de huidige en de nieuwe verordening evenveel leerlingen recht op een vervoersvoorziening. Hoeveel leerlingen in onze gemeente zijn dat? En hoeveel leerlingen in onze gemeente komen onder de huidige verordening in aanmerking voor aangepast vervoer en hoeveel zijn dat er nog onder de nieuwe verordening? Wordt voorzien dat veel leerlingen onder de nieuwe verordening in ‘grijs gebied’ gaan vallen en, zo ja, hoeveel?

VVD

Het leerlingenbestand binnen het leerlingenvervoer is geen vast gegeven, maar fluctueert jaarlijks. Dit heeft ermee te maken dat leerlingen gedurende het jaar kunnen uitstromen (bijvoorbeeld door schoolwisseling, afronding van onderwijs of wijziging in ondersteuningsbehoefte), terwijl andere leerlingen juist doorstromen of nieuw instromen. Hierdoor veranderen zowel het totaal aantal leerlingen met recht op een vervoersvoorziening als de samenstelling van de doelgroep per schooljaar. Uitgaande van het huidige leerlingenbestand verschuiven door deze aanpassing 19 leerlingen (van 11 verschillende gezinnen) van aangepast vervoer naar een vergoeding voor een toegankelijke vorm van vervoer. Onderstaand overzicht biedt een cijfermatig antwoord op deze vraag: Huidige verordening Nieuwe verordening Aantal leerlingen in 179 179 leerlingenvervoer Aangepast vervoer 154 135 Toegankelijke vormen 25 44 van vervoer (fiets, ov, eigen vervoer) Daarnaast zet de gemeente ook nog steeds, zoals eerder toegelicht in een raadsinformatiebrief, op diverse andere manieren in op het bevorderen van zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Het is belangrijk om te benadrukken dat met deze aanpassing juist minder sprake is van een ‘grijs gebied’. De nieuwe verordening bevat een heldere en expliciete doelgroepbepaling voor aangepast vervoer.

Daardoor is duidelijker vastgelegd welke leerlingen hiervoor in aanmerking kunnen komen en wanneer gekozen wordt voor een bekostiging van regulier toegankelijk vervoer.

4

6.

In het voorstel wordt als risico genoemd dat ouders van leerlingen in het regulier onderwijs zich benadeeld kunnen voelen en hierom mogelijk bezwaar maken. Is er iets te zeggen over of dergelijke bezwaren veel te verwachten zijn? En is iets te zeggen over de kansrijkheid van dergelijke bezwaren vanuit wet, literatuur en/of jurisprudentie?

VVD

Op grond van de Wet primair onderwijs (WPO) en de Wet voortgezet onderwijs 2020 (WVO 2020) zijn gemeenten verantwoordelijk voor het leerlingenvervoer, maar zij zijn níet verplicht om aangepast vervoer te verzorgen. Een gemeente mag ervoor kiezen om een andere, toegankelijke vervoersvorm te bekostiging. In de rechtspraak is bijvoorbeeld meerdere malen geoordeeld dat een reistijd met het openbaar vervoer tot circa 1,5 uur per enkele reis in beginsel als passend kan worden aangemerkt, mits hierbij rekening is gehouden met de individuele omstandigheden van de leerling. In dit kader is expliciet getoetst dat alle leerlingen in het huidige bestand, voor wie regulier vervoer wordt overwogen, binnen deze reistijdgrens vallen. De verwachting is dat het aantal bezwaren beperkt zal blijven en de kans op bezwaren wordt verkleind doordat de gemeente ruim de tijd neemt om ouders zorgvuldig en tijdig te informeren over de wijzigingen en duidelijk maakt dat het recht op leerlingenvervoer blijft bestaan, maar dat de vorm van de voorziening anders kan worden ingevuld. Indien toch bezwaar wordt gemaakt, is de kansrijkheid van dergelijke bezwaren naar verwachting gering, mits de individuele beoordeling zorgvuldig wordt uitgevoerd en vastgelegd.

7.

De aanvullende beleidsregel waarover gesproken wordt in het VVD raadsvoorstel, betreft dit de beleidsregel van 1 januari 2025? Ag. 4 10e Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) -Ag. 5 Definitief normenkader 2025 en voorlopig normenkader 2026 -Ag. 6 Sluiting ‘

Aanvullend is het van belang om te benadrukken dat ook onder de huidige verordening en bijbehorende beleidsregels al een individuele afweging werd gemaakt over de passendheid en haalbaarheid van regulier vervoer. In de praktijk blijkt deze echter soms lastig objectief te beoordelen, doordat de doelgroepbepaling minder scherp was. De nieuwe verordening bevat juist een heldere doelgroepbepaling, waardoor besluiten beter uitlegbaar en juridisch duidelijker zijn en minder afhankelijk van interpretatie ja

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/5212/documents/75171