CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

241031 Inspraak dhr Daleboudt - NVMO bij Raadscommissie.pdf

Commissie B&O en SM&V 31 oktober 2024, gemeente HalderbergeBij agendapunt: INSPREKERS942 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inspreken bij Raadscommissie SM&V / B&O, 31-10-2024 Dames, heren, Volgend jaar hoopt de “Stichting Natuurhistorisch en Volkenkundig Museum in Oudenbosch” haar veertigjarig bestaan te vieren. Die stichting nam in 1985 het beheer over van de onderwijscollecties, die de Broeders van Saint-Louis in de bijna anderhalve eeuw van hun bestaan hadden verzameld. Daarna is de museumcollectie aanzienlijk verrijkt door schenkingen en aankopen van particuliere verzamelaars en van collega-musea. Vele helpende handen van enthousiaste vrijwilligers zorgden voor een informatieve en aantrekkelijke presentatie. Zo is een museale collectie ontstaan van cultuurhistorisch en wetenschappelijk belang, die een reeks van Oudenbossche en Halderbergse burgemeesters en wethouders in de loop der jaren heeft gekenschetst als een hoogst waardevol onderdeel van het plaatselijk cultureel erfgoed.

Het museum is steeds gevestigd geweest in het pand Markt 30a, een voormalig schoolgebouw van de Broeders, dat met minimale ingrepen redelijk geschikt is gemaakt voor het huisvesten van een museum. Geen ideale situatie; vandaar dat wij altijd serieus zijn ingegaan op de ideeën voor andere huisvesting, die de gemeente in de loop der jaren heeft aangedragen. Want ook wij als museumbestuur streven naar een omgeving waarin de ons toevertrouwde collectie optimaal tot haar recht komt.

Daarvoor is huisvesting nodig met voldoende omvang en kwaliteit voor de primaire activiteiten van een museum: een tentoonstelling van objecten uit de collectie die informatief en representatief is, en depotruimte om de niet geëxposeerde objecten (dat zijn er in vrijwel elk museum, ook het onze, veel meer dan de tentoongestelde) verantwoord te bewaren. In alle vorige plannen werd in voldoende mate aan die condities voldaan. Maar helaas heeft de gemeente die plannen ook telkens weer in een min of meer gevorderd stadium teruggetrokken. Het laatste plan leidde zelfs al tot opzegging van de huur per 1 juli 2021, omdat wij dan naar het nieuwe cultuurcluster verhuisd zouden zijn… Nu ligt er een nieuw voorstel. Wij mogen een gedeelte van onze collectie inzetten ter versterking van het nieuwe toeristische concept, in een expositieruimte die wij dan gaan delen met het Zouavenmuseum en nog vier(!) kleinere collecties – maar die nog niet de helft bedraagt van de gezamenlijke ruimte van de twee huidige musea. Dat alles in een nieuwe organisatorische context waarvan de vorm nog volstrekt onduidelijk is. Van passende depotruimte is überhaupt geen sprake – het voorstel aan de raad meldt alleen terloops dat later duidelijk kan worden in hoeverre die nodig is. In gesprekken met ons waren het college en zijn ambtenaren concreter: “verkopen” en “ontzamelen” waren de gebruikte termen.

Blijkbaar hebben eerdere gemeentebestuurders de waarde van de collectie schromelijk overschat… Overigens is een museum aan strikte gedragscodes gebonden als het objecten uit de collectie zou willen vervreemden – verkopen of ontzamelen zijn niet zo simpel als wordt gesuggereerd. Ook onze toegewijde vrijwilligers – van wie de inzet in het voorstel terecht wordt vermeld als een belangrijke maatschappelijke waarde – tonen zich volstrekt niet gemotiveerd om zich in te zetten voor een situatie zoals die in het voorstel wordt geschetst. U zult begrijpen dat een plan waarvan de enige zekerheid is dat het een expositieruimte bevat die geen mogelijkheid biedt om zelfs maar een beperkt gedeelte van onze collectie adequaat ten toon te stellen, niet op onze medewerking mag rekenen. Dat brengt ons in de positie als beschreven in punt vier en vijf van de risico-analyse in het voorstel. Wij onderzoeken nu inderdaad mogelijkheden om onze activiteiten op andere locaties voort te zetten. En ja, dat zou kunnen betekenen dat de collectie voor Oudenbosch verloren gaat.

Eén andere mogelijkheid willen wij u nu alvast meegeven. Het college heeft besloten om de huidige huisvesting van het museum niet te continueren. De hoge kosten voor renovatie zijn daarvoor een belangrijke overweging. Daarbij willen wij echter wel aantekenen dat die hoge kosten vooral veroorzaakt worden door het jarenlang achterwege blijven van structureel onderhoud. Dat verzuim is des te ernstiger, omdat het pand een gemeentelijk monument is waarvan het de eigenaar – de gemeente zelf dus – volgens haar eigen erfgoedverordening “verboden is onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is”. Inderdaad zou na renovatie nog steeds geen sprake zijn van een gemoderniseerde situatie; maar wél van een huisvesting met voldoende mogelijkheden voor een museum als het onze. Dat blijkt wel uit het feit dat het Nederlands Museumregister onze status van geregistreerd museum nog in 2023 heeft herbevestigd op grond van een actuele audit. Die status maakt het nu ook mogelijk om deel te nemen aan de Museumkaart, wat al meteen heeft geleid tot een toename van het aantal bezoekers met ruim 40% in de eerste negen maanden van 2024. Groeipotentie is er dus zeker. Ook de provincie Noord-Brabant onderkent dat; die heeft ons dit jaar een forse subsidie toegekend voor een plan om nieuwe doelgroepen te bereiken.

Wij willen geen uitspraak doen over de kansen die het nieuwe toeristische concept biedt voor de gemeente. Wij hopen van harte dat het een succes wordt; en natuurlijk willen wij desgevraagd, binnen onze mogelijkheden als geregistreerd museum, voor dat doel objecten in bruikleen geven. Maar voor ons is er in het voorliggende plan geen ruimte voorzien die recht doet aan de omvang en kwaliteit van onze collecties. Als de raad onverkort instemt met het voorliggende voorstel, zou dat op korte termijn kunnen resulteren in aan de ene kant een dakloze museale collectie, aan de andere kant een leegstaand monument waarvan in principe zowel uiterlijk als interieur beschermd zijn (en een deel van het museale interieur is geïntegreerd in het gebouw, en valt dus zeker onder de monumentbescherming!). Ligt het niet voor de hand om die beide zaken weer te combineren – en daarmee zowel een ontheemd museum als een complex herbestemmingstraject te vermijden?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/593/documents/17378