210128 beantwoording techn. vragen D66 - BIA.pdf
Tekst van het document
D66, Technische vragen over het raadsvoorstel Verruiming bestemming Breda Airparc:
1. Er wordt gesproken over de toezegging dat er een afname van het helikoptergeluid en vliegbewegingen gaat plaatsvinden (zie punt 3 van het raadsvoorstel). Het verzoek betreft de aanpassing van het Bestemmingsplan door Breda Airparc. Het helikoptergeluid is vastgelegd in het Luchthavenbesluit en is vergund aan Breda Airparc. Dit zijn twee verschillende entiteiten. Hoe wordt dit juridisch verankerd? De gemeente Halderberge en BIA zijn een werkgroep gestart om deze doelen samen verder uit te werken in een plan van aanpak. Het plan van aanpak wordt in het eerste kwartaal 2021 afgerond en wordt zoals afgesproken ook gedeeld met de regiogemeenten. Tussen gemeente Halderberge en Breda Airparc worden privaatrechtelijke afspraken vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Eventuele noodzakelijke aanpassingen worden meegenomen in de milieuvergunning, dan wel het Luchthavenbesluit. 2. Hoe en wanneer worden deze doelstellingen (25 % minder vliegbewegingen en helikoptergeluid) gerealiseerd? Breda Airparc heeft aanvullend op het masterplan voor de komende 10 jaar een aanscherping van doelen en mogelijkheden gesteld. Dit betreft de periode 2020-2030. De vermindering van het aantal vliegbewegingen zal gelden na het onherroepelijk worden van het nog aan te passen bestemmingsplan en verankerd worden in het Luchthavenbesluit. 3.
In een onafhankelijk onderzoek naar het helikoptergeluid door het Nederlands Luchtvaart Centrum is destijds vastgesteld dat er in het huidige Luchthavenbesluit te veel helikoptergeluid is vergund. Wordt de afnamen van 25 % berekend over het al te veel vergunde helikoptergeluid (dat zou dan sigaar uit eigen doos voor de omgeving zijn) of wordt het maximaal aantal helikopterbewegingen met 25 % (= 225 bewegingen) verminderd? Er wordt immers ook aangegeven dat er een afname van het aantal vliegbewegingen wordt gerealiseerd. Er wordt uitgegaan van het geldende Luchthavenbesluit. Hierin is een limiet op het aantal helikopter bewegingen gemaximaliseerd op 930 absolute bewegingen per jaar, onafhankelijk van geluid en zwaarte en tijdstip. Momenteel zijn er ontwikkelingen om dit zware type helikopters te faciliteren elders in Nederland en mogelijk ook op BIA. BIA zet voor de voltooiing van Breda Airparc niet in op dit type helikopter, maar wil wat betreft het helikoptergeluid 25% inleveren op de geluidsruimte binnen het vigerende luchthavenbesluit. 4. Hoe wordt de afname van het aantal vliegbewegingen verankerd, want in het Luchthavenbesluit wordt niet gesproken over het aantallen vliegbewegingen, maar over grenswaarden in handhavingspunten (in dB(A)Lden)? Hiervoor verwijzen we naar de beantwoording van vraag 3. 5. De provincie is het bevoegd gezag over het Luchthavenbesluit.
Een vijfjarige update van het Luchthavenbesluit wordt in februari 2021 ter inzage gelegd. Zijn de
boven genoemde toezeggingen al verwerkt in deze nieuwe update van februari 2021? Zo ja, hoe is de concrete uitwerking? Zo nee, waarom is dit niet meegenomen? Hiervoor verwijzen we naar de beantwoording van vraag 2. De gemeente is niet het bevoegd gezag voor zaken over het Luchthavenbesluit. De gemeente is daarin geen partij en heeft dezelfde bevoegdheden als bijvoorbeeld de omwonenden. De gemeente blijft met het vliegveld in gesprek om overlast zoveel als mogelijk te voorkomen. 6. Hoe gaat de gemeente voorwaarden afdwingen, vastleggen en handhaven over zaken (uit het Luchthavenbesluit), waarover ze niet de bevoegdheden heeft? Voor zaken waar de gemeente niet de bevoegdheden heeft, kan de gemeente alleen maar signaleren en de bevoegde instanties attenderen op eventuele overtredingen. De gemeente is daarin geen partij en heeft dezelfde bevoegdheden als bijvoorbeeld de omwonenden. Wel blijven we, door middel van reguliere gesprekken zoals het CROSE overleg, met het vliegveld in gesprek om overlast zoveel als mogelijk te voorkomen. 7. Wat is op dit moment de verhouding luchtvaartgerelateerde bedijven en niet luchtvaartgerelateerde bedrijven van fase I en II? Op dit moment zijn alle bedrijven door BIA getoetst en luchtvaart gerelateerd bevonden. 8.
Voorgesteld wordt voor 20 % van het airparc een verruiming van de mogelijkheden (lees: niet luchtvaartgerelateerde bedrijven) als het gaat om kantoorruimte. Geldt dit alleen voor fase III en IV? Of geldt dit voor fase I t/m IV? Blijft voor fase I en II de luchtvaartgerelateerde bedrijven bestaan? Het voornemen betreft een verruiming voor het gehele Airparc (bedrijventerrein aan de zuidzijde). 9. Bestaat door het voorstel tot verruiming de mogelijkheid dat de kaakchirurgen zich weer kunnen vestigen op het airparc? Nee. Breda International Airport is in de regionale afspraken opgenomen als regionale ‘special’; een speciale werklocatie gericht op specifieke niches / topsectoren. Hier wordt niet vanaf geweken. Breda Airparc blijft aangewezen als ‘Special. Het voornemen betreft een beperkte inzet op niet luchtvaartgebonden bedrijvigheid en is bedoeld om innovatieve bedrijven met een meerwaarde voor de regio, aan te trekken. Deze bedrijven zouden anders niet voor de regio kiezen. Een bedrijf zoals een kaakchirurg past niet binnen deze specifieke sector. In het bestemmingsplan kunnen we hierop sturen door voorwaarden te stellen aan het aantal verkeersbewegingen. Zoals aangegeven bij de reactie van vraag 1 zijn de gemeente Halderberge en BIA een werkgroep gestart om dit samen verder uit te werken. 10.
Is onze buurgemeente Rucphen akkoord met de verruiming van het toelaten van niet luchtvaartgebonden bedrijven op het Airparc? Zoals te lezen in het verslag van 2 december 2020 van de Commissie van advies is onder andere met de portefeuillehouder van Rucphen gesproken over het voornemen tot verruiming van de vestigingsmogelijkheden in het nieuwe bestemmingsplan. Hierbij is de (ongewenste) concurrentie met de kantorenlocatie Binnentuin aan bod gekomen en is gesproken over de typering van de beide terreinen: Breda International Airport en
Binnentuin. Geconcludeerd werd dat de beide locaties totaal verschillend zijn en in potentie een andere doelgroep aantrekken. Op 2 december 2020 heeft de commissie van advies vervolgens besloten het verzoek met een positief advies voor te leggen op de West-Brabantse Ontwikkeldag. Op de WestBrabantse Ontwikkeldag is het voornemen als hamerstuk aangenomen. 11. In het voorstel staat dat het college in gesprek is gegaan met de gemeenten, die kritisch zijn over de verruiming van Seppe; graag ontvangen wij hiervan de verslagen. Hiervoor verwijzen we naar de bijlage behorende bij het verslag van de Commissie van advies, waarin een verslaglegging van de gesprekken met de gemeenten is opgenomen. Er zijn geen verslagen van de individuele gesprekken. Op 2 december 2020 heeft de commissie van advies, waarvan deze regiogemeente deel van uitmaken, vervolgens besloten het verzoek met een positief advies voor te leggen op de West-Brabantse Ontwikkeldag. Op de West-Brabantse Ontwikkeldag is het voornemen als hamerstuk aangenomen.