CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

20240905 BP Hoeven-Zuid Bijlagen toelichting Bijlage 12 Natuurtoets.pdf

Gemeenteraad 17 oktober 2024, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 11b: BIJLAGEN TOELICHTING12.621 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Natuurtoets Hoeven Zuid

projectnummer 0482403.100 revisie 03 2 september 2024

www.anteagroup.nl

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 revisie 03 2 september 2024

Auteur(s) J. Peereboom

Opdrachtgever Gemeente Halderberge Postbus 5 4730 AA OUDENBOSCH

Gecontroleerd A.L.G. van der Linden

datum 2 september 2024

beschrijving Definitief

vrijgave M. Fransen

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

Inhoudsopgave 1

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3

Aanleiding & planvoornemen Doel Leeswijzer

4 5 5

2

Effectbeschrijving en -beoordeling

6

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.3.6 2.3.7 2.4 2.5 2.6 2.6.1 2.6.2 2.7 2.8

Gebiedsbeschrijving: resultaat terreinbezoek Effectbepaling voornemen Soortbescherming Afbakening relevante soortgroepen Vogels Zoogdieren – vleermuizen Zoogdieren – overige zoogdieren Amfibieën Insecten Zorgplicht Natura 2000 NNB (Natuurnetwerk Brabant) Overig provinciaal beleid Noord-Brabant Rust en foerageergebieden voor ganzen en smienten Groenblauwe mantel Beschermde houtopstanden Ow Kansen voor natuurwaarden in het plangebied

6 7 7 7 7 15 17 20 21 22 22 23 24 24 25 25 25

3

Conclusie & advies

27

3.1 3.1.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Soortbescherming Zorgplicht Natura 2000 NNB Overig provinciaal beleid Noord-Brabant Beschermde houtopstanden Ow Kansen voor natuurwaarden in het plangebied

27 28 28 28 29 29 29

Literatuurlijst

30

Bijlage 1 Wettelijk kader

31

Bijlage 2 Methodiek natuurtoets

38

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

1

Inleiding

1.1

Aanleiding & planvoornemen Gemeente Halderberge is voornemens om tussen de 200 en 300 woningen te realiseren in Hoeven Zuid. De woningtypen en bouwlagen worden in een later stadium bepaald, maar de verwachting is dat het voornamelijk gaat om woningen en langs de invalswegen appartementen te realiseren. Het plangebied ligt aan de zuidwestelijke kant van het dorp Hoeven, tussen de Haspelstraat, Bovendonksestraat en Bovenstraat (gemeente Halderberge, Provincie Noord-Brabant). Het plan bevindt zich in een verkennende fase, er zijn nog geen inrichtingsplannen of ontwerpen van het voornemen gemaakt. Hierdoor is het uitgangspunt van deze natuurtoets dat alle binnen het plangebied aanwezige elementen worden vernietigd. Uitgezonderd geldt het erf van de woning Bovenstraat 88, perceelnummer 2559, wat onderdeel van het plangebied vormt maar waar geen werkzaamheden worden uitgevoerd. Ook worden geen aanpassingen aan de woning verricht. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met beschermde planten- en diersoorten en met beschermde gebieden. Er dient onderzocht te worden of het voornemen effect heeft op beschermde soorten, beschermde gebieden of beschermde houtopstanden (Omgevingswet, Ow), Natuurnetwerk Brabant (NNB) en overig (provinciaal) beleid).

Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurwaarden (soorten, gebieden en/of houtopstanden). Er is daarom inzicht gewenst in de aanwezige beschermde natuurwaarden en de mogelijke effecten die op deze beschermde natuurwaarden kunnen optreden door de ontwikkeling. Dit wordt verkend in deze natuurtoets. Daarnaast worden kansen voor het verbeteren van natuurwaarden genoemd. In de figuren 1.1 en 1.2 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1 Globale ligging van het plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van de omgeving. Bron ondergrond: Qgis, 2023.

blad 4 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

Figuur 1.2 Gedetailleerde ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron ondergrond: Qgis, 2023

1.2

Doel Het doel van de natuurtoets is om een goed eerste beeld te krijgen van de (beschermde) natuurwaarden die in het plangebied en de (directe) omgeving aanwezig (kunnen) zijn. Dit gebeurt door het uitvoeren van een bureaustudie en oriënterend terreinbezoek. Op basis hiervan wordt getoetst of in het kader van de Ow als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kunnen optreden. Daarnaast wordt ingegaan op de eventuele vervolgstappen die noodzakelijk zijn.

1.3

Leeswijzer De natuurtoets is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1 beschrijft de aanleiding van de natuurtoets en voorgenomen ontwikkeling; Hoofdstuk 2 beschrijft het gebied en toetst de (in de omgeving) aanwezige beschermde soorten, beschermde gebieden en beschermde houtopstanden aan de natuurwetgeving en overige beleidskaders. Tevens wordt hier kort aandacht besteed aan kansen voor de natuur; Hoofdstuk 3 bevat de conclusies en advies over de te nemen vervolgstappen. In bijlage 1 wordt het wettelijk kader beschreven. In bijlage 2 wordt de methodiek van voorliggende natuurtoets beschreven.

blad 5 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

2

Effectbeschrijving en -beoordeling In paragraaf 2.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 2.2 de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 2.3 t/m paragraaf 2.7 wordt respectievelijk ingegaan op de aanwezigheid van en toetsing aan de Ow van beschermde soorten, Natura 2000-gebieden, NNB, overig provinciaal beleid van. In paragraaf 2.8 worden kansen voor het verhogen van de natuurwaarden in het plangebied uiteengezet. Indien blijkt dat een onderdeel van paragraaf 2.3 t/m paragraaf 2.7 niet relevant is voor voorliggend planvoornemen, vindt er geen toetsing van het voornemen aan de Ow (of ander relevant beleidskader) van dat onderdeel plaats.

2.1

Gebiedsbeschrijving: resultaat terreinbezoek Op 15 februari 2023 is vanaf circa 09:00 uur een oriënterend terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij bewolkt weer met een temperatuur van circa 6 °C. Tijdens het terreinbezoek is het plangebied te voet geïnspecteerd. Het plangebied betreft agrarische percelen, waarvan het grootste deel is omgeploegd. In het noordelijk centrale deel van het gebied, op perceel 2558 en grenzend aan perceel 798, is struikgewas (hierna verder benoemd als ‘houtwal’) aanwezig. Dit is zodanig geplant als perceelbegrenzing dat van noord naar zuid gaat. Rondom en in het plangebied zijn ook watergangen aanwezig, die voedselrijk zijn. Er zijn geen bomen binnen het plangebied aanwezig. In figuur 2.1 is een impressie gegeven van het plangebied.

Figuur 2.1 Impressie van het plangebied

blad 6 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

2.2

Effectbepaling voornemen Omdat het project zich in een voortraject bevindt, is het niet duidelijk welke activiteiten er worden uitgevoerd en in welke periode wordt gewerkt. Hierdoor is onbekend welke effecten er zijn. Om deze reden wordt van een worst-case scenario uitgegaan, waarbij wordt aangenomen dat alle binnen het plangebied aanwezige elementen worden vernietigd.

2.3

Soortbescherming In de onderstaande paragrafen worden per soortgroep de resultaten van het bureauonderzoek en het oriënterend terreinbezoek beschreven. Indien soortgroepen op basis van het oriënterend terreinbezoek op voorhand kunnen worden uitgesloten vanwege het ontbreken van geschikt biotoop, zijn deze soortgroepen vermeld in paragraaf 2.3.1. Op basis van het bureauonderzoek en het oriënterend terreinbezoek wordt ingegaan op de mogelijk effecten die als gevolg van het planvoornemen op mogelijk aanwezige beschermde soorten kunnen optreden. Indien negatieve effecten op beschermde soorten niet zijn uit te sluiten, wordt geadviseerd over de te nemen vervolgstappen.

2.3.1

Afbakening relevante soortgroepen Op basis van de bureaustudie en het verkennend terreinbezoek kan de aanwezigheid van meerdere soortgroepen worden uitgesloten. Gezien de afwezigheid van geschikt open (voortplantings) water in de directe omgeving van het plangebied én het bekende verspreidingsgebied kan de aanwezigheid van beschermde vissen, reptielen, kreeftachtigen en weekdieren in het plangebied worden uitgesloten. Aanwezigheid van de overige soortgroepen kan niet op voorhand worden uitgesloten. Deze soortgroepen worden in de hiernavolgende paragrafen nader beschouwd.

2.3.2

Vogels In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vogels met een jaarrond beschermd nest in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.1. Overzicht van waargenomen vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest in de omgeving van het plangebied (met een straal van 2,5 km) (NDFF, 2018-2023).

Soort Buizerd Gierzwaluw Huismus Roek Steenuil

Categorie 4 2 2 2 1

Buizerd Buizerds zijn te vinden in uitgestrekte bossen afgewisseld met heide, boerenland, moerasbossen, duinvalleien met struweel en bosjes in steden. Een buizerd bouwt een groot nest in de kruin van een boom, maar kan ook gebruik maken van nesten van zwarte kraaien of andere roofvogels. Buizerds foerageren in cultureel gebied op kleine zoogdieren, regenwormen, kevers, amfibieën, jonge vogels en aas (Vogelbescherming, z.d.a). Tijdens het terreinbezoek zijn drie zwarte kraaiennesten buiten het plangebied waargenomen. Buizerd staan erom bekend dat zij kunnen broeden in de nesten van zwarte kraaien. Hierdoor kan niet worden uitgesloten dat de betreffende nesten worden gebruikt door de buizerd, het is noodzakelijk om nader onderzoek uit te voeren. In het onderstaande tekstkader is beschreven hoe onderzoek uitgevoerd dient te worden. De locaties van de zwarte kraaiennesten zijn weergeven in Figuur 2.9, foto’s van de nesten in Figuur 2.10, Figuur 2.11 en Figuur 2.12. Andere jaarrond beschermde nesten in bomen Er zijn ook andere vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten die gebruik maken van zwarte kraaiennesten, zoals de ransuil en de boomvalk. Ook voor deze soorten kan niet worden uitgesloten dat zij gebruik maken van

blad 7 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

de betreffende nesten, ook voor deze soorten is het noodzakelijk om nader onderzoek uit te voeren. In het onderstaande tekstkader is beschreven hoe onderzoek uitgevoerd dient te worden. Nader onderzoek jaarrond beschermde nesten Nader onderzoek naar jaarrond beschermde roofvogelnesten en het functionele leefgebied van de buizerd bestaat uit 4 gerichte terreinbezoeken in de periode maart tot en met half mei (met een minimale periode van 10 dagen tussen de bezoeken) (BIJ12, 2017). Overigens kan het daadwerkelijke broeden van de buizerd plaatsvinden van half maart tot en met augustus, maar het exacte moment is afhankelijk van onder andere de weersomstandigheden en kan per broedpaar verschillen. Om ook te voldoen aan de broedperiodes van de boomvalk en de ransuil, wordt het aanbevolen om minimaal 4 gerichte terreinbezoeken uit te voeren, waarvan twee tussen half maart en april (ransuil) en twee tussen mei en juni (boomvalk).

Gierzwaluw De gierzwaluw foerageert boven dorpen en steden. Hier vangen zij insecten in de lucht. Gierzwaluwen hebben hun nest in en om gebouwen (Vogelbescherming, z.d.b). De bebouwing van de woning aan de Bovenstraat 88 wordt niet aangepast, waardoor effecten op nesten van de gierzwaluw zijn uitgesloten. Huismus Huismussen broeden in kolonieverband in nesten onder dakpannen, in gaten en kieren van gebouwen en mussenkasten. Huismussen voeden zich met zaden, granen, insecten, bloemknoppen, brood, bessen, pinda’s en vetbollen (Vogelbescherming, z.d.c). Ook zijn huismussen afhankelijk van jaarrond groene vegetatie voor dekking en verblijfplaatsen. De woning aan de Bovenstraat 88 wordt niet aangepast, noch is er jaarrond groene vegetatie aanwezig vlakbij voor huismussen geschikte bebouwing. De aanwezigheid van essentiële elementen voor de huismus zijn uitgesloten. Roek Roeken zijn koloniebroeders en een kolonie roeken kan soms wel bestaan uit 1000 roeken. Ze maken nesten in toppen van hoge bomen. Ze zoeken naar graslanden in de buurt naar voedsel. Roeken eten ongewervelde bodemdieren, aas, zaaigoed en eetbaar menselijk afval (Vogelbescherming, z.d.d). Tijdens het terreinbezoek zijn er geen nesten van roeken waargenomen, noch zijn er indicaties van de bouw van nesten door roeken. De aanwezigheid van nesten van roeken is uitgesloten.

Steenuil Steenuilen leven in kleinschalige cultuurlandschappen met variatie aan houtwallen, heggen, weitjes en knoestige bomen. In grotere landbouwgebieden is de steenuil afhankelijk van erven en boerderijen. Een steenuil broedt in allerlei natuurlijke holtes, maar ook in hoeken of nissen in gebouwen of schuren en in speciale nestkasten (Vogelbescherming, z.d.e). Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit intensief onderhouden agrarische landbouwgrond dat nauwelijks enige vorm van dekking biedt, noch voldoende potentiële prooidieren zoals muizen bevat voor een jaarronde aanwezigheid van de steenuil. Door het gebrek aan geschikt jaarrond biotoop binnen het plangebied is de aanwezigheid van leefgebied van de steenuil uitgesloten. De dichtstbijzijnde waarneming van de steenuil is op een afstand van circa 1,6 kilometer (NDFF, 2018), aan de andere kant van Hoeven. Deze afstand is ver buiten het bereik van het territorium van de steenuil. Voor de zekerheid is op 21 augustus 2024 een controle uitgevoerd in de stal van de Bovenstraat 88, zie Figuur 2.2 tot en met Figuur 2.8. Hierbij zijn geen sporen van uilen aangetroffen, alleen van duiven. De aanwezigheid van zowel nesten als roestplekken van uilen zijn uitgesloten. Potentiële nestlocaties zijn alleen (mogelijk) aanwezig ten zuiden van het plangebied, de Bovenstraat, waar ook geschikter leefgebied aanwezig is.

Effecten op de steenuil zijn uitgesloten.

blad 8 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

Figuur 2.2 Stal van de Bovenstraat 88 (foto 1)

Figuur 2.3 Stal van de Bovenstraat 88 (foto 2)

blad 9 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

Figuur 2.4 Stal van de Bovenstraat 88 (foto 3)

Figuur 2.5 Stal van de Bovenstraat 88 (foto 4)

blad 10 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

Figuur 2.6 Stal van de Bovenstraat 88 (foto 5)

Figuur 2.7 Stal van de Bovenstraat 88 (foto 6)

blad 11 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

Figuur 2.8 Stal van de Bovenstraat 88 (foto 7)

Figuur 2.9 De locaties van de nesten. Bron ondergrond: Qgis, 2023

blad 12 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

Figuur 2.10 Het eerste waargenomen nest (meest noordelijk)

Figuur 2.11 Het tweede waargenomen nest (middelste)

blad 13 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

Figuur 2.12 Het derde waargenomen nest (meest zuidelijk)

Soorten met een mogelijk jaarrond beschermd nest (categorie 5) In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vogels met een mogelijk jaarrond beschermd nest in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.2. Overzicht van waargenomen vogelsoorten met een mogelijk jaarrond beschermd nest in de omgeving van het plangebied (met een straal van 2,5 km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd (NDFF, 2018-2023).

Soort Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomklever Boomkruiper Bosuil Ekster Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Huiszwaluw Koolmees Oeverzwaluw Pimpelmees Spreeuw Torenvalk Zwarte kraai Zwarte roodstaart Zwarte specht

Categorie 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

Tijdens het terreinbezoek zijn drie nesten van de zwarte kraai buiten het plangebied waargenomen. Indien deze nesten ongeschikt raken door het voornemen, zijn er buiten het plangebied ruim voldoende alternatieve nestlocaties aanwezig voor de zwarte kraai. Hierdoor vallen de nesten van de zwarte kraai onder de bescherming van algemene broedvogels. Voor de overige soorten is geen nestgelegenheid beschikbaar binnen het plangebied.

blad 14 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

Algemene broedvogels Tijdens het terreinbezoek zijn enkele algemene broedvogels waargenomen (o.a. de houtduif, gaai en de roodborst). In het plangebied is een houtwal aanwezig waar mogelijk nesten van algemene broedvogels, zoals de winterkoning of de heggemus, kunnen zitten. De bosschages en overige vegetatie in en rondom het plangebied bieden ook nestgelegenheid aan deze algemene soorten. Indien nesten aanwezig zijn, mogen deze tijdens de broedperiode niet verwijderd of verstoord worden. Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kap- en sloopwerkzaamheden niet uit te voeren in het broedseizoen (circa maart tot en met juli 1) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Vervolgstappen Er moet nagegaan worden of er algemene broedvogels in het plangebied aanwezig zijn. Indien hier sprake van is, mogen deze niet verwijderd of verstoord worden zolang deze in gebruik zijn.

2.3.3

Zoogdieren – vleermuizen In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vleermuizen in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.3 Overzicht van waargenomen vleermuizen in de omgeving van het plangebied (met een straal van 2,5 km) (NDFF, 2018-2022).

Soort

Beschermingsregime

Baardvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Watervleermuis

Artikel 11.46 Bal X X X X X X X

Voor vleermuizen zijn drie functies van het leefgebied te onderscheiden die van groot belang zijn. Dit zijn verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied. Foerageergebieden en vliegroutes zijn alleen beschermd als deze van essentieel belang zijn voor het functioneren van de verblijfplaats, zogenaamde essentiële foerageergebieden en essentiële vliegroutes. Deze drie onderdelen (verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes en essentieel foerageergebied) worden hieronder nader beschouwd. Verblijfplaatsen Vleermuizen kunnen hun verblijfplaats in gebouwen of bomen (of beide) hebben. Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering, achter boeiborden of op zolders. Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. Ten westen van het plangebied staan twee bomen met spechtholtes en los schors, die daardoor mogelijk als verblijfplaats gebruikt kunnen worden door vleermuizen. Deze bomen staan naast de aanwezige wandelroute. Het voornemen zelf heeft geen direct effect op deze bomen. Verstoring van deze bomen kan echter ook leiden tot het verloren gaan van de functie als verblijfplaats en is hierom ook niet toegestaan. Het betreft hierbij met name verstoring door verlichting, wat kan worden veroorzaakt door bouwbelichting of, in de gerealiseerde fase, lantaarnpalen.

Gedurende de werkzaamheden kan hier rekening worden gehouden door tussen zonsondergang en zonsopkomst de bouwbelichting uit te zetten. In de realisatiefase dienen lantaarnpalen van amberverlichting 1

Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.

blad 15 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

worden voorzien. Indien deze maatregelen worden getroffen is er geen sprake van een overtreding. Indien effecten op de bomen niet voorkomen kunnen worden, is nader onderzoek naar het gebruik van de bomen als verblijfplaats noodzakelijk. Foto’s van de bomen zijn weergegeven in Figuur 2.13, de locaties van de bomen zijn weergeven in Figuur 2.14.

Figuur 2.13 In de boom links zijn boomholtes zichtbaar, in de boom rechts is loshangend schors dat als verblijfplaats kan dienen

Binnen het plangebied is geen sprake van bebouwing dat door het voornemen wordt gesloopt of aangepast, noch zal er sprake zijn van andere vormen van verstoring zoals belichting omdat er geen sprake zal zijn van aanpassingen op het erf van Bovenstraat 88. Effecten op gebouwbewonende vleermuizen zijn uitgesloten. Essentiële vliegroutes Vliegroutes van vleermuizen betreffen (vaak) lijnvormige elementen in het landschap die als verbinding tussen verblijfplaatsen en foerageergebied fungeren. Buiten de westelijke rand van het plangebied, in dezelfde lijn waar de eerder benoemde mogelijk geschikte verblijfplaatsen in bomen aanwezig zijn, vormen de bomen een lijn die kan dienen als vliegroute. Deze route wordt niet direct getroffen door het voornemen, aangezien geen bomen gekapt worden. Eventuele effecten door het voornemen betreffen hierbij met name verstoring door verlichting, wat kan worden veroorzaakt door bouwbelichting of, in de gerealiseerde fase, lantaarnpalen. Gedurende de werkzaamheden kan hier rekening worden gehouden door tussen zonsondergang en zonsopkomst de bouwbelichting uit te zetten. In de realisatiefase kan lichtverstoring worden voorkomen door geen lantaarnpalen te plaatsen of om deze lantaarnpalen van amberverlichting te voorzien. Indien deze maatregelen worden getroffen is er geen sprake van een overtreding.

Indien effecten niet voorkomen kunnen worden, inclusief wanneer er mogelijk toch sprake is van de kap van bomen, is nader onderzoek naar het gebruik van de structuur als (essentiële) vliegroute noodzakelijk. In Figuur 2.14 is de mogelijke vliegroute op een kaart weergeven.

blad 16 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

Figuur 2.14 De locaties van de bomen met mogelijke functie als vleermuisverblijfplaats, en de mogelijke vliegroute. Bron ondergrond: Qgis,2023

Essentieel foerageergebied Foerageergebied van vleermuizen betreft locaties waar vleermuizen hun voedsel verzamelen. Dit kunnen uiteenlopende gebieden zijn, zoals wateren of bosranden. Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit agrarisch land waar weinig dekking aanwezig is, hierdoor is er nauwelijks geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen, het betreft hierbij met name de watergangen aan de westelijke kant van het plangebied. Geschikter foerageergebied is aanwezig in het recreatiegebied en het verderop gelegen bos. Er is geen sprake van essentieel foerageergebied binnen het plangebied

2.3.4

Zoogdieren – overige zoogdieren Tabel 2.4 Overzicht van waargenomen zoogdieren in de omgeving van het plangebied (met een straal van 2,5 km) (NDFF, 2018-2023).

Soort

Boommarter Bunzing Eekhoorn Steenmarter Bosmuis Egel Haas Huisspitsmuis Konijn Ree Rosse woelmuis Woelrat

Beschermingsregime Art. 11.46 Bal Art. 11.54 Bal en Bijlage IX X X X X

Art. 11.54 Bal en Bijlage IX Vrijgestelde zoogdieren

X X X X X X X X

De wezel komt niet uit de bureaustudie. De soort is echter wel meegenomen in de toetsing in verband met geschikt leefgebied in de omgeving van het plangebied.

blad 17 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

Boommarter De boommarter leeft bij voorkeur in bosschages, maar kan ook voorkomen in kleinschalig cultureel landschap en wordt soms zelfs waargenomen in de bebouwde kom. Het eten bestaat uit insecten, vogels en eieren, kleine zoogdieren en aas en af en toe een eekhoorn (Zoogdiervereniging, z.d.a), verblijfplaatsen zijn met name in boomholtes maar kunnen ook in aanwezig zijn in holen, burchten en in bebouwing. Binnen het plangebied vormen alleen de konijnenholen (in de eerder benoemde houtwal) mogelijk geschikte verblijfplaatsen voor de boommarter. De foerageermogelijkheden (de betreffende konijnen) binnen het plangebied zijn echter voor de boommarter te beperkt om als geschikt leefgebied te functioneren. Geschikt leefgebied is met name aanwezig in het recreatiegebied ten westen van het plangebied. De aanwezigheid van verblijfplaatsen of (essentieel) foerageergebied van de boommarter in het plangebied is uitgesloten. De locatie van de houtwal is weergeven in Figuur 2.15, een foto van de houtwal is weergeven in Figuur 2.16. Bunzing De bunzing heeft een voorkeur voor kleinschalig landschap met houtwallen, greppels en sloten met overhangende vegetaties. Als dagrustplaats maakt de bunzing gebruik van konijnenholen, takken- en steenhopen.

Het voedsel van de bunzing bestaat uit kleine zoogdieren, vogels, vogeleieren, reptielen, amfibieën, insecten en fruit (Zoogdiervereniging, z.d.b). De sloten en de houtwal vormen geschikt leefgebied voor de bunzing: in de sloten aan zowel de oostelijke als aan de westelijke kant is een hoge mate aan bruine rattenholen aanwezig, die sporen van activiteit tonen, en de konijnen in de houtwal vormen ook geschikt voedsel. Beide soorten maken verblijfplaatsen die ook geschikt kunnen zijn voor de bunzing. Verbindingen met andere geschikte leefgebieden zijn ook aanwezig, met de houtwallen ten noorden van het plangebied en vooral het recreatiegebied ten westen van het plangebied. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van de bunzing in het plangebied kan niet worden uitgesloten. Er dient nader onderzoek uitgevoerd te worden naar deze soorten. In het onderstaande tekstkader zijn de vervolgstappen aangegeven. In Figuur 2.15 zijn de locaties van de houtwal en de geschikte sloten weergeven, in de Figuur 2.16 en Figuur 2.17 zijn foto’s van de houtwal en een van de sloten weergeven. Wezel Wezels leven bij voorkeur in open, droge natuur- en cultuurlandschap maar verder in veel verschillende biotopen. Ze zoeken graag dekking in bosschages, houtstapes of heggen. Een wezel leeft hoofdzakelijk op muizen (Zoogdiervereniging, z.d.e).

De sloten en de houtwal vormen geschikt leefgebied voor de wezel: in de sloten aan zowel de oostelijke als aan de westelijke kant is is een hoge mate aan bruine rattenholen aanwezig. Hoewel konijnen een forse prooi zijn voor de wezel, zijn waarnemingen van predatie op konijnen door wezels bekend. Zowel de bruine rat als het konijn maken verblijfplaatsen die geschikt kunnen zijn voor de wezel. Verbindingen met andere geschikte leefgebieden zijn ook aanwezig, met de houtwallen ten noorden van het plangebied en vooral het recreatiegebied ten westen van het plangebied. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van de wezel in het plangebied kan niet worden uitgesloten. Er dient nader onderzoek uitgevoerd te worden naar deze soorten. In het onderstaande tekstkader zijn de vervolgstappen aangegeven. In Figuur 2.15 zijn de locaties van de houtwal en de geschikte sloten weergeven, in de Figuur 2.16 en Figuur 2.17 zijn foto’s van de houtwal en een van de sloten weergeven. Vervolgstappen Onderzoek moet uitgevoerd worden naar de bunzing en wezel volgens de handreiking van Noord-Brabant. Dit betekent dat er eerst nader veldonderzoek gedaan moet worden om aan te tonen of de wezel en bunzing in het gebied voorkomen. Dit kan door middel van het inzetten van cameravallen gedurende een onderzoeksperiode van 6 weken (15 maart-1 september) of 12 weken (1-september-15 maart).

Daarna moet er gekeken worden wat voor effect de maatregelen hebben op de soorten. Wanneer de maatregelen kunnen leiden tot het overtreden van een verbodsbepaling kan in de eerste plaats gekeken worden of de schade geminimaliseerd en functies gecompenseerd kunnen worden door, door tijdens de uitvoering van de maatregelen een aantal mitigerende maatregelen in acht te nemen.

Eekhoorn Eekhoorns komen voornamelijk in het bos voor, maar ook komen ze in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van het bos voor (Zoogdiervereniging, z.d.). Tijdens het terreinbezoek is er een eekhoorn op de grens van het recreatiegebied, buiten het plangebied, waargenomen. Binnen het plangebied zelf is geen geschikt leefgebied aanwezig voor de eekhoorn. Negatieve effecten van het voornemen op de eekhoorn zijn uitgesloten.

blad 18 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

Steenmarter De steenmarter is voornamelijk te vinden in de nabijheid van dorpen, boerderijen of in steden. De aanwezigheid van groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen zijn van belang (Zoogdiervereniging, z.d.d). Binnen het plangebied vormen de konijnenholen mogelijk geschikte verblijfplaatsen voor de steenmarter. De foerageermogelijkheden (de betreffende konijnen) binnen het plangebied zijn echter voor de steenmarter te beperkt om als geschikt leefgebied te functioneren, waardoor er geen noodzaak is voor steenmarters om deze holen als verblijfplaats te gebruiken. De bebouwing in de Bovenstraat 88 is ook geïnspecteerd op mogelijke aanwezigheid van (steen)marters, waarbij er geen sporen van aanwezigheid zijn aangetroffen. Geschikt leefgebied is met name aanwezig in het recreatiegebied ten westen van het plangebied. De aanwezigheid van verblijfplaatsen of (essentieel) foerageergebied van de steenmarter in het plangebied is uitgesloten. De locatie van de houtwal is weergeven in Figuur 2.15, een foto van de houtwal is weergeven in Figuur 2.16.

Figuur 2.15 Geschikte leefgebieden voor de bunzing en de wezel. In de oevers van de watergangen zitten bruine ratten, in de houtwal zijn konijnen aanwezig. Bron onderlaag: Qgis, 2023

Figuur 2.16 De houtwal waarin de konijnen zich begeven

blad 19 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

Figuur 2.17 Eén van de sloten binnen het plangebied waar ratten actief zijn

Vrijgestelde soorten zoogdieren in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen Er is binnen het plangebied biotoop aanwezig voor algemeen voorkomende soorten als de egel, het konijn en de bruine rat. De werkzaamheden kunnen negatieve effecten op deze soorten hebben. Binnen de provincie Noord-Brabant geldt een vrijstelling voor deze algemene soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel is voor deze soorten de zorgplicht van toepassing. Dit houdt in de negatieve effecten zo veel als mogelijk dienen te worden voorkomen dan wel beperkt. In paragraaf 2.3.7 wordt nader ingegaan op maatregelen die in het kader van de zorgplicht genomen kunnen worden.

2.3.5

Amfibieën In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van amfibieën in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.5 Overzicht van waargenomen amfibieën in de omgeving van het plangebied (met een straal van 2,5 km) (NDFF, 2018-2023).

Soort

Bruine kikker Groene kikker Kleine watersalamander

Beschermingsregime Art. 11.46 Bal Art. 11.54 Bal en Bijlage IX

Art. 11.54 Bal en Bijlage IX Vrijgestelde zoogdieren X X X

Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit agrarische percelen. Deze percelen worden intensief beheerd en vormen geen geschikt landbiotoop voor beschermde amfibieën. Ook zijn in de regio geen waarnemingen bekend van soorten zoals de rugstreeppad, zie ook Figuur 2.18. De watergangen in het plangebied bestaan uit zeer voedselrijk water. Dit vormt geen geschikt voortplantingsbiotoop voor beschermde amfibieën. De aanwezigheid van beschermde amfibieën is uitgesloten.

blad 20 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

Figuur 2.18 De verspreiding van de rugstreeppad in Nederland, met paars omrand de globale ligging plangebied (Verspreidingsatlas, 2024)

Vrijgestelde amfibieën in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen De watergangen binnen het plangebied kunnen geschikt zijn voor algemene soorten zoals de groene kikker en kleine watersalamander. Binnen de provincie Noord-Brabant geldt een vrijstelling voor deze algemene soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel is voor deze soorten de zorgplicht van toepassing. Dit houdt in de negatieve effecten zo veel als mogelijk dienen te worden voorkomen dan wel beperkt. In paragraaf 2.3.7 wordt nader ingegaan op maatregelen die in het kader van de zorgplicht genomen kunnen worden.

2.3.6

Insecten In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van insecten in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.6 Overzicht van waargenomen insecten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 2,5 km) (NDFF, 2018-2023).

Soort

Grote vos

Beschermingsregime Art. 11.46 Bal Art. 11.54 Bal en Bijlage IX X

blad 21 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

De grote vos heeft als waardplanten voornamelijk iep, maar ook zoete kers, populier en sommige wilgensoorten (De Vlinderstichting, z.d.). Tijdens het terreinbezoek zijn deze soorten niet waargenomen, waardoor het voorkomen van de soort in het plangebied is uitgesloten. Op basis van het terreinbezoek worden overige beschermde insecten niet verwacht door het ontbreken van geschikt biotoop.

2.3.7

Zorgplicht In het plangebied kunnen de egel, konijn, bruine rat, groene kikkers en de kleine watersalamander aanwezig zijn. Deze soorten zijn vrijgesteld van de vergunningsplicht voor de Ow in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Wel geldt voor deze soorten, net als alle overige in het wild levende dieren en planten, de zorgplicht (zie bijlage 1). Dit houdt in dat tijdens de werkzaamheden zo veel mogelijk negatieve effecten op aanwezige natuurwaarden dienen te worden voorkomen dan wel te worden beperkt. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soorten worden gegarandeerd. Maatregelen waaraan gedacht kan worden bij de invulling van de zorgplicht bij voorliggend planvoornemen zijn weergegeven in tabel 2.7. Tabel 2.7. Voorbeelden van zorgplicht gerelateerde maatregelen voor soorten.

Soort(groep) Grondgebonden zoogdieren (alle soorten) Amfibieën

2.4

Maatregel Voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het plangebied kort maaien. Werken buiten de kwetsbare periode van de soorten, uitvoeren van werkzaamheden in een richting die vluchtmogelijkheden biedt. Werken in de richting van een vluchtmogelijkheid bij het dempen van de watergang. Het dempen zelf mag niet uitgevoerd worden bij temperaturen onder de 5 graden Celsius.

Natura 2000 Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, Hollandsdiep, ligt op 12,3 km afstand ten noorden van het plangebied. Dit gebied is aangewezen op basis van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. Dit gebied is niet stikstofgevoelig. Binnen een straal van 20 km liggen nog twee andere Natura 2000-gebieden (zie Figuur 2.19). Het betreft het Ulvenhoutse Bos dat op 15,5 km ligt van het plangebied. Dit gebied is aangewezen op basis van de Habitatrichtlijn. Verder ligt het Natura 2000-gebied de Brabantse Wal op 16,5 km van het plangebied. Dit gebied is aangewezen op basis van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. Beide gebieden zijn stikstofgevoelig.

blad 22 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

Figuur 2.19 Ligging Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied in Hoeven (rode cirkel). Bron: AERIUS-calculator

Bij voorliggend planvoornemen is er zowel sprake van een realisatiefase als gebruiksfase. Er kan daardoor sprake zijn van zowel tijdelijke als permanente effecten. De Natura 2000-gebieden liggen buiten het invloedsgebied van alle storingsfactoren, zoals bijvoorbeeld verdroging of geluid- en lichtverstoring, met uitzondering van verzuring en vermesting. Gezien de afstand tot stikstofgevoelige habitattypen in de Natura 2000-gebieden en de voorgenomen werkzaamheden zijn effecten als gevolg van vermesting en verzuring door stikstofdepositie tijdens de realisatie- en gebruiksfase niet op voorhand uit te sluiten. Voor de mogelijke effecten als gevolg van stikstofdepositie in de realisatie- en gebruiksfase dient een AERIUSberekening te worden uitgevoerd. Vervolgstappen Er dient een AERIUS-berekening voor de aanlegfase en gebruiksfase te worden opgesteld.

2.5

NNB (Natuurnetwerk Brabant) In het plangebied is geen NNB-gebied aanwezig. Van directe aantasting van NNB door ruimtebeslag is hierom geen sprake. Het dichtstbijzijnde NNB-gebied bevindt zich op 130 meter ten westen van het plangebied. Dit gebied heeft als beheertype Droog bos met Productie (N16.03). In de provincie Noord-Brabant dient rekening gehouden te worden met externe werking op NNB-gebieden. De afstand tussen het NNB en het plangebied is zodanig groot dat externe effecten op het NNB-gebied worden uitgesloten, er is geen sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB. Het plangebied met omliggende NNB-gebieden is weergeven in Figuur 2.20.

blad 23 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

Figuur 2.20 Ligging van het plangebied ten opzichte van het NNB. Bron: Provincie Noord-Brabant Maps Arcgis, versie 2023

2.6

Overig provinciaal beleid Noord-Brabant De provincie Noord-Brabant hanteert extra provinciaal beleid op het gebied van natuurbescherming, verdeeld over de Rust en foerageergebieden voor ganzen en smieten, en de Groenblauwe mantel.

2.6.1

Rust en foerageergebieden voor ganzen en smienten Rust en foerageergebieden voor ganzen en smienten zijn aangewezen gebieden waar trekkende en overwinterende ganzen en smienten kunnen rusten en foerageren. Het plangebied ligt niet in een rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten. Het dichtstbijzijnde rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten ligt op circa 12 kilometer ten noorden van het plangebied. Effecten op Rust en foerageergebieden voor ganzen en smienten. De omliggende gebieden zijn weergeven in Figuur 2.21.

Figuur 2.21 Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Rust en foerageergebied van ganzen en smienten. (bron: QGIS, 2023)

blad 24 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

2.6.2

Groenblauwe mantel De Groenblauwe mantel betreft gebieden die als verbinding gelden tussen de NNB-gebieden en het landelijk gebied. De waarden in de Groenblauwe mantel zijn vaak gekoppeld aan het bodem-watersysteem, aan landschapselementen, of aan het voorkomen van bijzondere planten en dieren. De Groenblauwe mantel richt zich niet alleen op het beschermen van die waarden maar juist ook op de ontwikkeling daarvan (Ovenheid.nl, 2022). Het plangebied ligt niet in de groenblauwe mantel. Het dichtstbijzijnde gebied aangewezen als groenblauwe mantel ligt op circa 1 kilometer ten oosten van het plangebied. Door de afstand van het planvoornemen tot de groenblauwe mantel, zijn effecten uitgesloten. De dichtstbijzijnde Groenblauwe mantelgebieden zijn weergeven in Figuur 2.22.

Figuur 2.22 Ligging van het plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Groenblauwe mantel. (bron: provincie Noord-Brabant, 2023)

2.7

Beschermde houtopstanden Ow Er is geen sprake van kap en/of bomen in het plangebied. Mogelijk is er wel sprake van kap of aantasting bij de aanleg van verbindingen naar het plangebied. Indien hier sprake van is, is een nadere toetsing beschermde houtopstanden is noodzakelijk. In deze nadere toetsing wordt in eerste instantie bepaald of de houtopstanden beschermd zijn, en zo ja onder welk beschermingsregime (buiten de bebouwingscontour houtkap en/of Omgevingsplan). Daarnaast wordt in de nadere toetsing houtopstanden bepaald of eventuele vervolgstappen noodzakelijk zijn. Mogelijke vervolgstappen bij kap van bomen zijn: een melding houtkap (op basis van Bal – Omgevingswet) of een omgevingsvergunning houtkap (gemeentelijke beleid). Ook kan het noodzakelijk zijn een Boom Effect Analyse (BEA) op te stellen, waarbij wordt getoetst in hoeverre bomen in de invloedssfeer daadwerkelijk negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden ondervinden. Indien er geen sprake is van kap of aantasting zijn de Beschermde houtopstanden niet van toepassing.

2.8

Kansen voor natuurwaarden in het plangebied Het behouden van de aanwezige natuurwaarden of het vergroten, verbeteren en verbinden ervan, kan op diverse punten een meerwaarde creëren voor voorliggend planvoornemen. Door bestaande en nieuwe natuurwaarden in het planvoornemen te integreren wordt een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving gecreëerd voor bewoners in het dorp. Tevens levert het integrale kansen op ten aanzien van verschillende duurzaamheids- en klimaatadaptatie doelen zoals waterretentie, hittestress beperking, luchtzuivering etc. blad 25 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

Op basis van het terreinbezoek zijn de huidige natuurwaarden in het plangebied vastgesteld. Deze natuurwaarden zijn onder te verdelen in diverse biotopen. De aanwezige biotopen en mogelijkheden voor het realiseren van nieuwe biotopen zijn weergeven in respectievelijk tabel 2.8 en 2.9. Deze tabellen vormen een aanknopingspunt voor het behoud en de ontwikkeling van de natuurwaarden bij de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Tabel 2.8. Kansen voor bestaande natuurwaarden in het voorgenomen plan.

Aanwezige biotoop

Belangrijkste functies voor flora en fauna

Mogelijkheden voor vergroten, verbeteren en verbinden.

Watergangen

Habitat voor vissen, amfibieën, libellen, waterplanten. Vliegroute voor vleermuizen, nest/rustplaats voor vogels.

Kwaliteitsverbetering water en oevers mogelijk door gericht beheer en/of realisatie oevers met flauw talud. Bomenrijen uitbreiden naar het westen en aansluiten bij bestaande bomenrijen. Diversiteit in boomsoorten aanplanten en kiezen voor inheemse soorten. Gaat deels verloren. Afhankelijke van onderzoek naar voorkomende soorten gericht ontwerp te behouden/nieuw aan te planten groen.

Bomenrijen (tegen het plangebied) Bosschages

Schuilplaatsen van kleine zoogdieren, (nestplaatsen) voor vogels.

Tabel 2.9. Mogelijk nieuw te ontwikkelen natuurwaarden.

Kansen nieuwe biotopen Gebouwen

Aanleg (gezamenlijke) tuinen Vijvers/ poelen aanleggen Kruidenrijke/ bloemrijke vegetaties, b.v. plantsoenen/ tuinen

Belangrijkste functies voor flora en fauna Nestgelegenheid gebouwgebonden vogels (mussen, zwaluwsoorten), verblijfplaatsen voor vleermuizen, vegetatie aan/op gebouw. Schuil- en foerageerplek voor (tuin)vogels en grondgebonden fauna, insecten, vlinders. Creëren van biotoop voor vissen, libellen, amfibieën. Schuil- en foerageerplek voor (tuin)vogels en grondgebonden fauna, insecten (zoals vlinders).

Hoe te realiseren Natuurinclusief bouwen.

Ontwerp door deskundig ecologisch hovenier. Ontwerp door een ecologisch deskundige of hovenier. Ontwerp door een deskundig ecologisch hovenier, gebruik van geschikte zaadmengsels.

blad 26 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

3

Conclusie & advies In dit hoofdstuk is per onderdeel de conclusie en het advies gegeven dat voortkomt uit de uitgevoerde natuurtoets.

3.1

Soortbescherming Binnen het plangebied is geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde soorten (Ow) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: algemene broedvogels, zoogdieren en vleermuizen. In tabel 3.1 zijn de conclusies ten aanzien van deze beschermde soorten opgenomen. De onderbouwing van de conclusies zijn beschreven in paragraaf 2.3 van voorliggende natuurtoets. Voor de overige soort(groep)en is beoordeeld dat vervolgstappen niet aan de orde zijn. Voor deze soorten en vrijgestelde soorten geldt wel de zorgplicht. Tabel 3.1 Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.

Soort(groep)

Vogels met een jaarrond beschermd nest Vogels (algemene broedvogels) Zoogdieren (diverse soorten vleermuizen) verblijfplaatsen Zoogdieren (diverse soorten vleermuizen) – essentiële vliegroutes Zoogdieren bunzing en wezel

Vrijgestelde soorten egel, konijn, bruine rat

Vrijgestelde soorten groene kikkers, kleine watersalamander

Essentieel leefgebied in (directe omgeving van) plangebied? Mogelijk

Nader onderzoek nodig? Ja

Maatregelen?

Ja, nestgelegenheid in de houtwal Twee bomen geschikt als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen.

N.v.t.

Ja, zie tabel 3.2 Ja, zie tabel 3.2

Net buiten het plangebied ligt een bosrand dat mogelijk gebruikt kan worden als een vliegroute. Geschikt foerageergebied en potentiële verblijfplaatsen aanwezig. Konijnenhol en rattenholen in het plangebied aanwezig, ook is de mogelijkheid voor de egel in opgaande begroeiing. Mogelijk aanwezig in de watergangen.

Nee

Ja, zie tabel 3.2

Ja

Ja, zie tabel 3.2

Nee

Ja, zie tabel 3.3

Nee

Nee

Ja, zie tabel 3.3

Nee

Nee

Mogelijk

Vergunning Ow aan de orde? Mogelijk.

Nee Nee, mits de maatregelen uit tabel 3.2 worden opgevolgd. Nee, mits de maatregelen uit tabel 3.2 worden opgevolgd. Mogelijk.

In tabel 3.1 is aangegeven dat een overtreding van de Ow voor een aantal soorten op voorhand kan worden voorkomen door het treffen van maatregelen. Deze maatregelen zijn in tabel 3.2 uiteengezet. Door het nemen van deze maatregelen worden negatieve effecten voorkomen en zijn geen vervolgstappen noodzakelijk.

blad 27 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge Tabel 3.2. Beschrijving maatregelen om overtreding van de Ow te voorkomen.

Soort(groep) Algemene broedvogels Vleermuizen Bunzing, wezel

3.1.1

Maatregelen Werken buiten het broedseizoen. Geen verlichting schijnen of uitstralen op bomen met holtes en lijnvormige elementen in de omgeving. Uitvoeren nader onderzoek volgens de Handreiking Kleine Marters.

Zorgplicht Uit paragraaf 2.3.8 blijkt dat er in het plangebied soort(groep)en aanwezig (kunnen) zijn waarmee rekening dient te worden gehouden in het kader van de zorgplicht voor soorten. Maatregelen waaraan gedacht kan worden bij de invulling van de zorgplicht bij voorliggend planvoornemen zijn weergegeven in tabel 3.3 en dienen te worden verwerkt in een ecologisch werkprotocol. Tabel 3.3. Voorbeelden van zorgplicht gerelateerde maatregelen voor soorten.

Soort(groep) Grondgebonden zoogdieren (alle soorten)

Amfibieën

3.2

Maatregel Voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het plangebied kort maaien. Werken buiten de kwetsbare periode van de soorten, uitvoeren van werkzaamheden in een richting die vluchtmogelijkheden biedt. Werken in de richting van een vluchtmogelijkheid bij het dempen van de watergang. Het dempen zelf mag niet uitgevoerd worden bij temperaturen onder de 5 graden Celsius.

Natura 2000 In tabel 3.4 zijn de conclusies ten aanzien van beschermde Natura 2000-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2.4 van voorliggende natuurtoets. Tabel 3.4. Conclusies Natura 2000-gebieden.

Zijn er Natura 2000-gebieden aanwezig waarop effecten kunnen optreden? Treden er negatieve effecten op of zijn deze te verwachten? Zijn er vervolgstappen aan de orde?

3.3

Natura 2000 Ja. Negatieve effecten door stikstofdepositie kunnen niet worden uitgesloten. Ja, er dient een AERIUS-berekening te worden uitgevoerd

NNB In tabel 3.5 zijn de conclusies ten aanzien van beschermde NNB-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2.5 van voorliggende natuurtoets. Tabel 3.5. Conclusies NNB-gebieden.

Op welke afstand van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde NNN-gebied? Is er sprake van toetsing van externe werking in de betreffende provincie? Is er sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden of is dit te verwachten? Zijn er vervolgstappen aan de orde? Afstemming met het bevoegd gezag aan de orde?

NNB Op een afstand van circa 130 meter. Ja Nee Nee Nee blad 28 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

3.4

Overig provinciaal beleid Noord-Brabant Het voornemen heeft geen effect Rust en foerageergebieden voor ganzen en smienten. Ook zijn er geen effecten van het voornemen op de Groenblauwe mantel.

3.5

Beschermde houtopstanden Ow Indien er wel sprake is van kap of aantasting bij de aanleg van verbindingen naar het plangebied, is een nadere toetsing beschermde houtopstanden is noodzakelijk. Indien er geen sprake is van kap of aantasting zijn de Beschermde houtopstanden niet van toepassing.

3.6

Kansen voor natuurwaarden in het plangebied In tabel 3.6 en 3.7 zijn de kansen voor het behoud en/of vergroten/verbeteren/verbinden van de natuurwaarden bij voorliggende planvoornemen uiteengezet. Tabel 3.6. Kansen voor bestaande natuurwaarden in het voorgenomen plan.

Aanwezige biotoop

Belangrijkste functies voor flora en fauna

Mogelijkheden voor vergroten, verbeteren en verbinden.

Watergangen

Habitat voor vissen, amfibieën, libellen, waterplanten Vliegroute voor vleermuizen, nest/rustplaats voor vogels.

Kwaliteitsverbetering water en oevers mogelijk door gericht beheer en/of realisatie oevers met flauw talud. Bomenrijen uitbreiden naar het westen en aansluiten bij bestaande bomenrijen. Diversiteit in boomsoorten aanplanten en kiezen voor inheemse soorten. Gaat deels verloren. Afhankelijke van onderzoek naar voorkomende soorten gericht ontwerp te behouden/nieuw aan te planten groen.

Bomenrijen (tegen het plangebied) Bosschages

Schuilplaatsen van kleine zoogdieren, (nestplaatsen) voor vogels

Tabel 3.7. Mogelijk nieuw te ontwikkelen natuurwaarden.

Kansen nieuwe biotopen Gebouwen

Aanleg (gezamenlijke) tuinen Vijvers/ poelen aanleggen Kruidenrijke/ bloemrijke vegetaties, b.v. plantsoenen/ tuinen

Belangrijkste functies voor flora en fauna Nestgelegenheid gebouwgebonden vogels (mussen, zwaluwsoorten), verblijfplaatsen voor vleermuizen, vegetatie aan/op gebouw. Schuil- en foerageerplek voor (tuin)vogels en grondgebonden fauna, insecten, vlinders. Creëren van biotoop voor vissen, libellen, amfibieën. Schuil- en foerageerplek voor (tuin)vogels en grondgebonden fauna, insecten (zoals vlinders).

Hoe te realiseren Natuurinclusief bouwen.

Ontwerp door deskundig ecologisch hovenier. Ontwerp door een ecologisch deskundige of hovenier. Ontwerp door een deskundig ecologisch hovenier, gebruik van geschikte zaadmengsels.

blad 29 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

Literatuurlijst BIJ12, 2017. De buizerd Buteo buteo. Versie 1.0, 2017. De Vlinderstichting. (z.d.). Vlinder: grote vos / Nymphalis polychloros. https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/grote-vos De Zoogdiervereniging. (z.d.-a). Boommarter. https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/boommarter De Zoogdiervereniging. (z.d.-b). Bunzing. https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/bunzing De Zoogdiervereniging. (z.d.-c). Eekhoorn. https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/eekhoorn De Zoogdiervereniging. (z.d.-d). Steenmarter. https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/steenmarter De Zoogdiervereniging. (z.d.-e). Wezel. https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/wezel Vogelbescherming Nederland. (z.d.-a). Buizerd. Vogelbescherming. https://www.vogelbescherming.nl/ontdekvogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/buizerd Vogelbescherming Nederland. (z.d.-b). Gierzwaluw. Vogelbescherming. https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/gierzwaluw Vogelbescherming Nederland. (z.d.-c). Huismus. Vogelbescherming. https://www.vogelbescherming.nl/ontdekvogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/huismus Vogelbescherming Nederland. (z.d.-d). Roek. Vogelbescherming. https://www.vogelbescherming.nl/ontdekvogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/roek Vogelbescherming Nederland. (z.d.-e).

Steenuil. Vogelbescherming. https://www.vogelbescherming.nl/ontdekvogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/steenuil

Overig NDFF AERIUS-calculator, versie 2023 www.vlinderstichting.nl www.zoogdiervereniging.nl Verspreidingsatlas

blad 30 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

Bijlage 1 Wettelijk kader In deze bijlage staat een beschrijving van de relevante wet- en regelgeving; de Omgevingswet (Ow) en het beleidskader. Naast bescherming vanuit de Ow zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De aanwijzing en bescherming van het NNN gebeurt in de Omgevingsverordening. Ow - Algemeen De Ow is op 1 januari 2024 in werking getreden. De Ow beschermt: • De Natura 2000-gebieden die aangewezen zijn in het kader van het Europees natuurbeleid (gebiedsbescherming) • De planten- en diersoorten (onderdeel soortbescherming) • Bos en houtopstanden (onderdeel houtopstanden). Veel verantwoordelijkheden en bevoegdheden liggen bij de provincies. Er zijn hierop wel uitzonderingen waarvoor het ministerie van LNV bevoegd gezag is. Dit betreft onder andere de aanleg en uitbreiding van hoofdwegen, landelijke spoorwegen, hoofdvaarwegen, primaire waterkeringen, militaire terreinen en oefengebieden, militaire luchthavens, Schiphol en overige burgerluchthavens, het landelijke gastransportnet, hoogspanningsverbindingen van tenminste 220 kV, activiteiten van buitenlandse mogendheden en activiteiten namens een lid van het Koninklijk Huis. LNV is ook bevoegd gezag voor ruimtelijke ingrepen in de Exclusieve Economische Zone (EEZ) en voor Windenergie op zee (kavelbesluiten). Gemeenten kunnen een loketfunctie hebben.

Het is mogelijk om een natuurvergunning ‘aan te haken’ bij de omgevingsvergunning, maar dit hoeft niet. De Ow richt zicht op bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden. Ow - Soortbescherming In de Ow is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie geldt een vergunningsplicht bij verschillende schadelijke handelingen die zijn vermeld in artikel 11.37, 11.46 en 11.54 Bal van de Ow. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1) Vogels (artikel 11.37 Bal); 2) Strikt beschermde soorten (artikel 11.46 Bal); 3) Andere soorten (artikel 11.54 en bijlage IX, onder A en onder B Bal). Soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 11.37 Bal, Ow) Het beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn is vastgelegd in artikel 11.37 e.v. 1. 2. 3. 4. 5.

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Het is mogelijk om omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aan te vragen het optreden van schadelijke handelingen. De omgevingsvergunning kan worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria: - Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - Aanwezigheid geldig wettelijk belang conform Vogelrichtlijn. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o.a. belang 1: ‘in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid’ (dit is dus strenger dan voor soorten van de Habitatrichtlijn en de andere soorten); - Er is geen verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort.

blad 31 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

Strikt beschermde soorten (artikel 11.46 Bal, Ow) Deze categorie bestaat uit Europees beschermde soorten. De schadelijke handelingen zijn vastgelegd in artikel 11.46 Bal e.v.: 1.

2. 3. 4. 5.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Onder de Ow is het mogelijk om voor strikt beschermde soorten zoals opgenomen in artikel 11.46 Bal bij ruimtelijke ontwikkelingen te werken volgens een door de Minister goedgekeurde gedragscode. Hierbij geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht bij schadelijke handelingen uit artikel 11.46 Bal. Naast het werken volgens een goedgekeurde gedragscode kan voor soorten zoals opgenomen artikel 11.46 Bal van de Ow bij het optreden van schadelijke handelingen een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit worden aangevraagd. De omgevingsvergunning kan worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria: - Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - Aanwezigheid geldig wettelijk belang conform Habitatrichtlijn. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o.a. belang 3: ‘in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’; - Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

Andere soorten (artikel 11.54 Bal, Ow) De categorie ‘andere soorten’ bestaat uit soorten zoals opgenomen in bijlage IX, onder A en onder B Bal van de wettekst. Dit zijn nationaal beschermde soorten. De schadelijke handelingen zijn vastgelegd in artikel 11.54 Bal e.v.. Het is verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Voor deze soorten geldt een vrijstelling wanneer aantoonbaar gewerkt wordt volgens een door de Minister van LNV goedgekeurde gedragscode. Daarnaast geldt ook vrijstelling bij ruimtelijke projecten voor soorten die staan op besluit vrijgestelde soorten. Het hangt per provincie af welke soort is vrijgesteld van een vergunningsplicht bij schadelijke handelingen in artikel 11.54 Bal, ook de grond waarvoor een vrijstelling geldt kan ook variëren tussen provincies.

Wel dient rekening te worden gehouden met de zorgplicht (artikel 11.27 Bal) Deze zorgplicht is verder in deze bijlage nog toegelicht.

blad 32 van 39

Natuurtoets Hoeven Zuid projectnummer 0482403.100 2 september 2024 revisie 03 Gemeente Halderberge

Indien de ‘andere soorten’ niet zijn vrijgesteld en daarmee als gevolg van het voornemen schadelijke handelingen in artikel 11.54 Bal optreden, dient een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt. Naast het werken volgens een goedgekeurde gedragscode kan voor soorten uit de categorie ‘andere soorten’ van de Ow bij het optreden van schadelijke handelingen een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit worden aangevraagd. De omgevingsvergunning kan worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria: - Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - Aanwezigheid geldig wettelijk belang. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o.a. belang h ‘in het algemeen belang’; - Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Samenvatting gronden waarop een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit verleend mag worden per categorie beschermde soorten (artikel 311.37, 11.46 en 11.54 Bal).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/591/documents/17316