20210407 inspreekreactie dhr Van Sintruijen.pdf
Tekst van het document
Inspreektekst.
Voorzitter, Het gaat de laatste tijd vaak over eerlijkheid en betrouwbaarheid in de politiek. Ik zou graag van uw raad een mening horen of u dit bezwaarschrift een voorbeeld vindt van eerlijkheid, betrouwbaarheid en openheid. Ik vindt het triest dat ik de gang naar de rechter moet maken om een hopelijk eerlijk oordeel te krijgen Op 1-4-2021 krijgen wij bezwaarmakers en uw raad, uitleg over een 10 maanden durende bezwaarschriftenprocedure in zake St.Janstraat 8 te Hoeven. (nr.71025) Het is voor ons, als bezwaarmakers, de eerste keer dat uw raad en wij als bezwaarmakers in kennis worden gesteld van een besluit 12 januari 2021. Wij vernemen nu middels deze brief van 1 april 2021 dat er een aanvullend besluit is genomen, wat kennelijk tegen het advies van de bezwaarschriftencommissie ingaat. Vindt u ook niet dat wij een onderbouwing van dit besluit hadden moeten krijgen, alsmede de bijvoeging van het advies van de bezwaarschriftencommissie van 3 december 2020, zoals de in aan ons uitgelegde regels gebruikelijk is. Als wij de brief van 1 april 2021 goed lezen, is het besluit genomen op basis van een heimelijk besluit van 6 december 2018 (nr.390199), overigens een heel controversieel besluit, maar nogmaals we kennen de onderbouwing niet.
Even ter recapitulatie: Wij, een 70-tal mensen, waaronder een aantal ondernemers, hebben 10 maanden geleden, bezwaar aangetekend tegen een omgevingsvergunning voor St.Janstraat 8 te Hoeven, wegens het ontbreken van 11 parkeerplaatsen, welke er in het verleden niet lagen, maar er nu wel behoren te liggen. Onze onderbouwing is gebaseerd op eerlijke argumenten. Onze bezwaren richten zich ook op leefklimaat, woonomgeving en economische gevolgen voor ondernemers in de St.Janstraat en de grote parkeerprobleem voor burgers van Hoeven voor nu en de toekomst.
Omdat er volgens de oude (vigerende) bouwvergunning uit 1998, ook geen mogelijkheid aanwezig was om op eigen terrein parkeerplaatsen te creëren, werd de oude bouwvergunning afgegeven onder de volgende voorwaarde: Dat de toenmalige vergunninghouder, permanent de beschikking diende te hebben over 11 parkeerplaatsen, deze parkeerplaatsen zouden liggen op de privéparkeerplaats van St.Janstraat 15 te Hoeven. De eigenaar van St.Janstraat 15, een van de ondertekenaars van ons bezwaarschrift, zou niet weten hoe deze voorwaarde in de vergunning terecht is gekomen. Ook ligt er geen enkele overeenkomst dan wel notarieel stuk als onderbouwing voor deze “ permanente beschikking “ van parkeerplaatsen.
Wat vind uw raad van dit heldere en eerlijke hoofdargument? Er was misschien een informele oplossing mogelijk geweest, als het college gebruik had gemaakt van het project PCMO (Prettig Contact Met de Overheid). Het college heeft hier niet voor gekozen.
College laat brief gericht aan Sutorius van 6 -12-2018 (nr.390199) opnemen in het procesdossier. Deze zat niet in het procesdossier van 440 pagina’s, tijdens de hoorzitting. Het besluit (nr.390199) houdt in: ①.Dat het college, initiatiefnemers gelijk geeft als deze zegt “dat het benodigd aantal parkeerplaatsen toen het gebouw nog in gebruik was als politiebureau 12 bedroeg” !!!! ②.Het plan zou deel uitmaken van visie Centrum-Oost Hoeven, wat niet het geval is. ③.En dat er een uit recent uitgevoerde parkeerdrukmeting zouden blijken dat er wel ruimte was om de parkeerdruk op te vangen. Er ligt echter geen representatief onderzoek! ④. Hoewel dit plan wel voor een toename van parkeerdruk in het openbaar gebied zal leiden volgens het college , besluit het college desondanks de initiatiefnemer toch gebruik te laten van de afwijkingsmogelijkheid die de Parkeernota biedt. Wat vindt uw raad van een dergelijk collegebesluit, wat als argument dient, om af te wijken van het advies van de bezwarencommissie. Een besluit dat op drie punten ①②③ niet juist is en waarvan het college zelf zegt “dat dit zal leiden een toename voor parkeerdruk in het openbaar gebied.④” Een besluit wat ook nog eens in tegenstrijd is met art.3.42, wat inhoudt dat het gepubliceerd moet zijn in de Halderbergse bode, het besluit tegelijkertijd ter inzage gelegd dient te worden .
En in de kennisgeving wordt vermeld waar en wanneer het besluit ter inzage ligt. Wat denkt uw raad van dit besluit, om zo te komen tot een oplossing van het parkeerprobleem in Hoeven. Saillant detail, we willen geen 11 parkeerplaatsen aanleggen voor deze appartementen, maar er wordt er wel voor de deur van dit appartement eentje weggehaald, en via Herinrichting St.Janstraat nog een aantal.
Onderstaand een relaas van ons 10 maanden voortslepend bezwaarschrift inclusief al onze bedenkingen. 1. 2. 3. 4. 5. 6.
College heeft op 3-11-2020 (uiterste datum) nog geen besluit genomen. College moet op 3-11-2020 nog vragen beantwoorden van 17-9-2020. College heeft ons hiervan niet op de hoogte gesteld. College geeft geen antwoorden op vragen van e-mail 3-11-2020. College geeft geen/gedeeltelijk antwoorden op vragen van e-mail 10-11-2020 College verdraaid mijn woorden uit de hoorzitting m.b.t. toelichting bezwaarschrift (brief 16-112020). 7. College verdraaid mijn woorden uit de hoorzitting ten aanzien van mijn betoog omtrent parkeernota (brief 16-11-2020) 8. College zegt ten onrechte dat navraag bij griffier (A.Koenen) heeft opgeleverd dat kadernota op juiste wijze is gepubliceerd (brief 16-11-2020) 9. College zegt uw raad te informeren (e-mail 16-11-2020), niet gebeurd. 10. College geeft geen antwoorden op vragen n.a.v. voorgaande brief.(e-mail 16-11-2020) 11. College belt niet terug ondanks terugbelverzoek (17-11-2020) 12. Gebeld met secretaris bezwarencommissie of er al antwoorden binnen zijn op bezwaarschrift, deze waren op dat moment nog niet bij hem bekend.(17-11-2020) 13. Ik stel college in gebreke wegens niet tijdig beslissen (17-11-2020 09.24) 14. College geeft na twee maanden antwoord op vragen van bezwarencommissie .(17-11-2020 12:24) 15. Bezwarencommissie geeft ons gelegenheid om uiterlijk binnen één week te reageren op de antwoorden van het college (17-11-2020 ) 16.
College laat brief gericht aan Sutorius van 6 -12-2018 (nr.390199) opnemen in het procesdossier. Deze zat niet in het procesdossier van 440 pagina’s, tijdens de hoorzitting. Het besluit (nr.390199) houdt in: ①.Dat het college, initiatiefnemers gelijk geeft als deze zonder
onderbouwing zegt “dat het benodigd aantal parkeerplaatsen toen het gebouw nog in gebruik was als politiebureau 12 bedroeg” ②.Het plan deel zou uitmaken van visie Centrum-Oost Hoeven, wat niet het geval is. ③.En dat er een uit recent uitgevoerde parkeerdrukmeting zouden blijken dat er wel ruimte was om de parkeerdruk op te vangen. Er ligt echter geen representatief onderzoek! ④. Hoewel dit plan wel voor een toename van parkeerdruk in het openbaar gebied zal leiden volgens het college , besluit het college desondanks de initiatiefnemer toch gebruik te laten van de afwijkingsmogelijkheid die de Parkeernota biedt. 17. Ik geef op 19-11-2020 10:15 uur binnen twee dagen mijn reactie aan BZC op het verweerschrift college. 18. College geeft 2 dagen na in gebreke stelling een antwoord op mijn ingebrekestelling (e-mail 1911-2020) 19. College neemt binnen 2 dagen een beslissing op ingebrekestelling verklaard bezwaarschrift ongegrond. Zonder de vereiste degelijke onderbouwing en buiten de procedure om. (Verbod détournement de procedure?) (e-mail 19-11-2020) 20. Wethouder zegt op 26-11-2020 dat er nog informatie verstrekt moet worden aan de bezwarencommissie. Dit naar aanleiding van vragen van mevr. van Beek in commissievergadering van 26-11-2020, maar wethouder wist of had moeten weten dat deze informatie al verstrekt was.(nl. op 12-11-2020) 21.
Wethouder zegt in deze zelfde vergadering van 26-11-2020, dat er al een brief in voorbereiding is om een en ander even te duiden aan de raad, die spoedig naar uw raad gestuurd zou worden, maar deze is nooit verstuurd. Brief had kunnen helpen bij aanpak t.a.v. Ingebrekestelling. 22. Wethouder zegt in die commissievergadering van 26-11-2020 toe, contact met mij op te nemen, is niet gebeurd. Maar zet ondergetekende wel even “en passant” subtiel weg als iemand die het college bestookt met procedures (dit bezwaarschrift is eerste procedure!). Ook hier had een gesprek kunnen helpen bij aanpak t.a.v. Ingebrekestelling. 23. Op 23-12-2020 heb ik nog geprobeerd het college te bellen, ambtenaar was weer niet bereikbaar en op een terugbelverzoek werd wederom niet gereageerd. 24. Ik heb niet gereageerd op de beslissing van het college inzake de ingebrekestelling . ① Omdat ik ervan uitging dat de beslissing van het college snel zou komen gezien het feit dat er op 3 december 2020 al een advies lag van de bezwaarschriftencommissie ② Ik het college niet wilde opschepen met een boete want dat was niet ons doel, ons doel was een snel besluit.
③ En ik toen nog vertrouwen hadden in het college ze snel tot een besluit zouden komen gezien het feit dat de procedure al ver over de uiterste beslisdatum heen was.④ En omdat het college in de beslissing van de ingebrekestelling aangaf deze beslissing op bezwaar bij te stellen indien advies van de bezwaarschriftencommissie daartoe aanleiding gaf. 25. Op 3-3-2021 krijg ik het recht om in te spreken in de commissievergadering. Op vragen van de heer Logt wilde de wethouder niet ingaan , ondanks dat hij al op de hoogte was van het besluit van het college nl. 12-1-2021 en de wethouder ook al op de hoogte was van het advies. 26. Op 1-4-2021 ontvang ik en uw raad de eerder genoemde brief. Als eerste informatie in de brief wordt gesteld: “dat specifiek de parkeernorm als bezwaargrond naar voren is gebracht”. Als er één ding niet in ons verweerschrift staat is het, een parkeernorm. 27. Verder bevat de brief nog een aantal verkeerde informatie en uitspraken die nooit gedaan zijn. 28. In de brief van 1-4-2021 wordt ook nog even gerefereerd aan mijn zorgen over de parkeersituatie in de St.Janstraat te Hoeven, hoewel dit niets te maken heeft met dit bezwaarschrift, wil ik hier graag op ingaan.
Dit was geen procedure, maar een vraag voor alle duidelijkheid, van 24-6-2020 welke dus op 3-12-2020 beantwoord is! Het ging hier om de vraag of het college in het plan Herinrichting St.Janstraat, zes openbare parkeerplaatsen mag schrappen, ondanks dat er in de Kadernota parkeren staat, en ik citeer: “De openbaar toegankelijke parkeerplaatsen kunnen niet
zomaar aan de openbaarheid worden onttrokken. Een gedeelte van de gerealiseerde parkeerplaatsen binnen het plangebied blijft dus altijd openbaar.” Mag het college nu wel of niet afwijken van de Kadernota Parkeren? 29. Wil ik bij deze ook graag gebruik maken van de mogelijkheid om even te wijzen op de naar mijn mening verkeerd aangeleverde cijfers in visie Centrum Oost Hoeven aan uw raad. In de Kadernota Parkeren staat bij Gebiedsgerichte aanpak, waar ook Raamwerk Centrum Oost Hoeven onder valt, staat, ik citeer: “Een parkeerbalans is een goed instrument om de benodigde parkeerruimte in een gebied te achterhalen en/of te berekenen en hiermee een gebiedsgerichte aanpak te hanteren. Voor het opstellen van een parkeerbalans worden de volgende stappen doorlopen: ① Afbakening van het onderzoeksgebied en het gebied opdelen in deel deelgebieden. (Check) ② Bepalen parkeernorm. (Check) ③ Inventarisatie parkeervraag (Check) ④ Inventarisatie parkeeraanbod (Unchecked) ⑤ Berekening van benodigd aantal parkeerplaatsen, hierbij wordt rekening gehouden met mogelijkheid tot dubbelgebruik (Check) ⑥ Bepalen van de (on)balans (Unchecked). Omdat punt 4 en dan ook automatisch punt 6 niet in het Raamwerk Centrum-Oost Hoeven staan bent u naar mijn mening verkeerd geïnformeerd bij de vaststelling van dit Raamwerk. Ook de burgers trouwens.