CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

12 Raadsvoorstel -besluit huisvesting basisscholen Regenboog en Bukehof (getekend raad 16-02-2023).pdf

Gemeenteraad 16 februari 2023, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 12: Huisvesting basisscholen De Regenboog en De Bukehof3.523 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

G e nicenie

RAADSVOORSTEL

Zaaknummer

483482

Halderberge

Contactpersoon

M. Schram

Raadsvergadering d.d. 16 februari 2023

Commissie

2 februari 2023

Portefeuillehouder

Telefoonnummer

0165-390565

T.C. Melisse, wethouder

Onderwerp Huisvesting basisscholen de Regenboog en Bukehof Samenvatting Om de richting te bepalen voor het aanpakken van diverse knelpunten in de opvang- en onderwijshuisvesting en om in te spelen op verdere demografische, onderwijskundige en maatschappelijke ontwikkelingen is het Integraal Huisvestingsplan (IHP) opvang- en onderwijshuisvesting in 2021 geactualiseerd. Eén van de knelpunten in het huisvestingsplan is de huisvesting van basisschool De Regenboog en basisschool De Bukehof. De gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van de opgestelde haalbaarheidsstudie voor de scholen in Oudenbosch. Daarbij wordt voorgesteld de huisvesting van basisschool De Regenboog en basisschool De Bukehof vooruitlopend op 2027 nader uit te werken. Voor de tussenliggende periode wordt gevraagd om opdracht te geven om in overleg met de schoolbesturen kaders op te stellen en de benodigde investeringen die noodzakelijk zijn om het onderwijs te waarborgen in de bestaande schoolgebouwen financieel nader uit te werken. Inleiding & beeldvorming De gemeente heeft op grond van de onderwijswetgeving een zorgplicht voor de huisvesting van scholen. In het Integraal Huisvestingsplan (IHP) opvang- en onderwijshuisvesting, dat is vastgesteld op 18 maart 2021, zijn de kaders voor de onderwijshuisvesting in de gemeente Halderberge voor de komende jaren omschreven.

In het IHP worden per kern kaders en speerpunten benoemd die binnen de kinderopvang en onderwijshuisvesting voor de komende jaren aan de orde zijn. Eén van de vraagstukken die in het kader van het IHP is opgepakt, is de toekomstbestendige huisvesting van Kindcentrum De Regenboog en De Bukehof. De huisvesting van de kinderopvangorganisatie Stichting Kinderopvang Oudenbosch (SKO) wordt hierin ook meegenomen. Op basis van het IHP zijn de afgelopen periode samen met de schoolbesturen verschillende scenario's voor een toekomstbestendige huisvesting voor beide scholen en kinderopvang onderzocht. Deze zijn vertaald in een haalbaarheidsonderzoek en afwegingskader (bijlagen 1 tot en met 3). 119

Tijdens de collegevergadering van 22 november 2022 heeft het college het advies dat voor beide schoolgebouwen een investering in vervangende toekomstige huisvesting tot 2027 financieel niet verantwoord is overgenomen. In de beeldvormende raadsbijeenkomst van 28 november 2022 zijn de uitkomsten van het onderzoek en het standpunt van het college besproken. Doelstelling Goede schoolgebouwen dragen bij aan het kunnen geven van kwalitatief goed onderwijs en zorgen voor een prettig leer- en werkklimaat. Hierbij is het van belang dat de huisvesting aansluit bij de inhoudelijke visie van alle partners. Daarnaast heeft de gemeente een wettelijke zorgplicht voor adequate onderwijshuisvesting. Overwegingen 1.1 Kindcentrum De Regenboog Het kindcentrum is gehuisvest op twee locaties. Het gebouw waarin de hoofdlocatie is gevestigd, dateert uit 1980. Sinds 2002 is de bovenbouw gehuisvest in een dislocatie. Dit brengt voor de school extra kosten met zich mee, die aldus het schoolbestuur niet aan onderwijs uitgegeven kunnen worden. Het gebouw is in 2010 gerenoveerd waarbij onder andere aanpassingen zijn gedaan om te voldoen aan eisen voor Frisse Scholen. Ook is in dat jaar het dak gerenoveerd. In 2017 zijn aanpassingen gedaan in verband met diverse verborgen gebreken. In het IHP opvang- en onderwijshuisvesting is opgenomen dat het gebouw zowel binnen als buiten in goede staat verkeerd.

Het gebouw is gedateerd met betrekking tot onderwijskundige voorzieningen. Op de school wordt peuteropvang aangeboden. In een gezamenlijke ruimte van de school verzorgt Stichting Kinderopvang Oudenbosch (SKO) buitenschoolse opvang. De ligging ten opzicht van het spoor leidt er toe dat de vergunning voor de tijdelijke huisvesting voor de opvang na 4 december 2024 niet zomaar kan worden verlengd. Uitgangspunt van het college is om hiervoor een maatwerkoplossing te bieden. 1.2 Kindcentrum De Bukehof Het kindcentrum is gehuisvest in een schoolgebouw uit 1968. In 2010 is het gebouw gerenoveerd waarbij onder andere aanpassingen zijn gedaan aan de eisen van Frisse Scholen. Ondanks de renovatie heeft het schoolbestuur aangegeven dat het gebouw verouderd is en dat deze niet meer voldoet aan de hedendaagse technische en functionele eisen op het gebied van onderwijs. De onderhoudslasten van het gebouw zijn hoog. In het IHP opvang- en onderwijshuisvesting wordt, wegens de kwalitatief slechte staat van het gebouw en de hoge onderhoudslasten, aanleiding gegeven tot vernieuwbouw of nieuwbouw. Vernieuwbouw of renovatie van het huidige schoolgebouw was in het IHP geen scenario. Gaandeweg is renovatie toch als scenario naar voren gekomen.

1.3 IHP opvang- en onderwijshuisvesting Het IHP opvang en onderwijshuisvesting geeft inzicht in de maatregelen die nodig zijn om te komen tot een toekomstbestendige onderwijshuisvestingsportefeuille en de omvang van de daarvoor benodigde investeringen. Met het IHP is de visie op opvang- en onderwijshuisvesting in de gemeente Halderberge vastgesteld en daarmee het kader voor het handelen. Tevens geeft het IHP een doorzicht in de opgave voor de komende 15 jaren met een bijbehorende fasering. Voor de eerste vier jaren is een concrete uitvoering van het plan opgenomen. Voor de vervolgjaren gaat het om een indicatieve fasering en investering.

2/9

Met het IHP committeert de gemeenteraad zich aan de inspanningsverplichting om, als dat mogelijk en verantwoord is, de benodigde middelen tijdig beschikbaar te maken en stellen. Op deze manier kan de gemeenteraad haar ambities, prioritering en inzet van financiële middelen periodiek wegen en telkens de opgave voor de korte termijn en de lange termijn duiden en (her)ijken. Met het IHP hebben gemeente en schoolbesturen houvast voor het maken van keuzes voor de middellange en lange termijn. Voor het IHP hebben we een financiële doorkijk gemaakt tot 2024. Voor 2024 zal er door de gemeente niet geïnvesteerd worden in een vervangende huisvesting van basisschool de Regenboog en basisschool De Bukehof. De principe uitspraak betreft een resultaatverplichting. De Borgesiusstichting en De Stichting Openbaar Basisonderwijs West-Brabant kunnen hieraan geen rechten ontlenen met betrekking de onderhoudsverplichting en/of het uitstellen van onderhoud aan de scholen. 1.4 Haalbaarheidsstudie kindcentra De Regenboog en de Bukehof Als in de breedte wordt gekeken, wordt vanuit het opgestelde haalbaarheidsonderzoek voorgesteld om basisschool De Regenboog en basisschool De Bukehof te amoveren en deze te herbouwen op een nader te bepalen locatie. Er wordt geadviseerd om een integrale kindvoorziening voor onderwijs en opvang te organiseren op het terrein bij het Markland College.

Dit scenario komt de ontwikkelkansen voor de leerlingen het meeste ten goede en door het realiseren van een integrale voorziening worden alle beschikbare, maatschappelijke middelen ingezet op één plek. Voorzieningen en expertises kunnen gemakkelijk worden gedeeld. Ook biedt het voordelen aan de facilitaire- en huisvestingskant. Als het niet mogelijk blijkt om een integrale voorziening te organiseren bij het Markland College, dan is een alternatief om voor Kindcentrum De Bukehof een afweging te maken tussen uitwijken naar De Vossenberg en vervangende nieuwbouw op de huidige locatie aan de Olmenstraat. Vanuit duurzaamheidsoogpunt worden de scenario's om te investeren in de bestaande gebouwen van Kindcentrum De Regenboog en De Bukehof afgeraden. De ambities zoals deze zijn opgenomen in het IHP opvang- en onderwijshuisvesting worden niet behaald en op termijn zijn weer investeringen nodig. Het betreft een oplossing met hogere kapitaallasten. In het IHP is opgenomen dat 2025 het uitvoeringsjaar is voor de toekomstbestendige huisvesting van de beide kindcentra. In het advies is het criterium financiën meegenomen, echter niet de ontwikkeling van de kengetallen.

Gelet op de beoogde investeringen die nodig zijn om invulling te geven aan de in het IHP opvang- en onderwijshuisvesting opgenomen uitbreidingen van de basisscholen, de vernieuwbouw van het Markland college, het Religieus erfgoed en de dorpshuizen geldt dat een investering in vervangende toekomstige huisvesting tot 2027 financieel niet verantwoord is. 1.5 Methodiek In overleg met de schoolbesturen is een methodiek ontwikkeld waarmee naast technische kwaliteit ook nu voor het eerst, de vanuit gebruikersperspectief ervaren kwaliteit in beeld is gebracht. Uit deze methodiek komt naar voren welke maatregelen voor gebouwen wenselijk zijn en wat de prioritering van deze maatregelen is. Naast het kwaliteitsaspect en de wijzigingen in ruimtebehoefte door ontwikkeling van leerlingen aantallen, houden we in de prioritering ook rekening met een belangrijk gemeentelijk beleidsuitgangspunt namelijk de bijdrage aan goed onderwijs in een veilige omgeving van een passend schoolgebouw.

319

Risico's 2.1 Zorgplicht De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht voor onderwijsvoorzieningen. De gemeente is op grond van de Wet op het primair onderwijs, nader ingevuld door de verordening onderwijshuisvesting, verantwoordelijk voor de onderwijshuisvesting binnen haar gemeente. Met het IHP opvang- en onderwijshuisvesting heeft het college onderzoek gedaan naar de verschillende mogelijkheden om de behoefte aan opvang- en onderwijsruimte in te vullen. Het IHP is een gemeentelijk beleidsdocument ter voorbereiding op de financiële programmering. De Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs dient als vangnet voor situatie waarin het IHP niet voorziet. 2.2 Kader Het uitgangspunt op basis van de huidige wetgeving is dat de gemeente een zorgplicht heeft om te voorzien in passende huisvesting en dat schoolbesturen zowel inhoudelijk als financieel verantwoordelijk zijn voor het onderhoud en functionele aanpassingen in de eerste 40 jaar van de levenscyclus van een gebouw. Dit is vastgelegd in de Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs. In het IHP opvang- en onderwijshuisvesting zijn de schoolgebouwen in beeld gebracht waar gemeentelijke investeringen noodzakelijk zijn.

2.3 Visiedocument Kindcentra Het in december 2019 vastgestelde Visiedocument Kindcentra zorgt dat veel waarde gehecht wordt aan de inhoudelijke samenwerking tussen onderwijs en opvang. Vaak is dit een langdurige investering in de samenwerking die tijd nodig heeft om opgebouwd te worden maar vervolgens ook langdurige bestendigd wordt. 2.4 Consensus Op hoofdlijnen is er consensus en wordt de noodzaak gevoeld om tot een oplossing voor de huisvestingsvraagstukken gevoeld. Voor basisschool De Regenboog en basisschool De Bukehof is afgesproken binnen afzienbare termijn de haalbaarheid van nieuwbouw onderzoeken. De besturen hadden gehoopt eerder in aanmerking te komen voor (vervangende) nieuwbouw. Het campusmodel is voor de Borgesiusstichting en Kindcentrum De Bukehof het voorkeursscenario. Echter, Stichting Openbaar Basisonderwijs West-Brabant heeft het belang om Kindcentrum De Regenboog op een gelijk (of eventueel hoger) niveau in leerlingenaantal te houden om daarmee het bestaan van het openbaar onderwijs in Oudenbosch te garanderen. Het realiseren van twee scholen in hetzelfde voedingsgebied (op hetzelfde terrein) vormt voor het schoolbestuur een risico voor het kunnen waarborgen van de leerlingeninstroom. Het waarborgen van de leerlingeninstroom is voor Stichting OBO een voorwaarde.

De Borgesiusstichting heeft bezwaar tegen de uniek positie voor Kindcentrum De Regenboog op het moment dat deze basisschool solitair samen met de kinderopvang gehuisvest wordt op de campus. De voorwaarden die onderwijs stelt hebben gevolgen gehad voor het verloop en de uiteindelijke uitkomsten van het haalbaarheidsonderzoek. Het ontbreken van consensus tussen de schoolbesturen maakt de haalbaarheid van de in het onderzoek benoemde scenario's onzeker. 2.5 Gezamenlijke inzet Uit de gezamenlijke inventarisatie blijkt dat ook van schoolbesturen (financiële) inspanningen verwacht mogen worden voor het kwalitatief op peil houden van gebouwen die nog geen 40 jaar oud zijn. Hiervoor ontvangen de schoolbesturen een vergoeding van het Rijk voor de materiële instandhouding (Ml). Na deze 40 jaar, wanneer aantoonbaar blijkt dat de kwaliteit tekort schiet, is er een afweging mogelijk een gebouw te renoveren of daarvoor vervangend nieuw te bouwen. 419

Deze levensduurverlenging of vervangende nieuwbouw is de verantwoordelijkheid van de gemeente. Voor levensduurverlengende renovatie, als alternatief voor vervangende nieuwbouw zijn forse gemeentelijke investeringen nodig. In het IHP opvang- en onderwijshuisvesting zijn hierover afspraken verwerkt en criteria opgenomen. De schoolbesturen geven aan dat er spanning zit tussen de gevraagde financiële opgave en de hiervoor beschikbare middelen. Het inzetten van (uitgestelde) onderhoudsmiddelen of te verwachten besparingen in de exploitatiefase dient te passen binnen de kaders van de Wet op het primair onderwijs. In aanloop tot een wetswijziging die het investeringsverbod opheft heeft het ministerie van OCW eind 2021 aangegeven waarin een schoolbestuur mag investeren binnen de huidige wetgeving. 2.6 Leerlingenprognose en ruimtebehoefte Een prognose van het aantal te verwachten leerlingen van een school voor basisonderwijs of voor voortgezet onderwijs wordt op grond van de Verordening voorziening onderwijs huisvesting op dit moment gemaakt voor een periode van minstens vijftien jaar, met als eerste jaar het jaar waarin de start van de bekostiging wordt gewenst (de prognoseperiode).

Om beter zicht te houden op demografische, onderwijskundige en maatschappelijke ontwikkelingen in relatie tot onderwijshuisvesting is eerder besloten om twee jaarlijks opdracht te geven om een prognose op te stellen en hiervoor structureel middelen op te nemen in de begroting. De ruimtebehoefte wordt, volgens de uitgangspunten in het IHP, bepaald op basis van de piekbehoefte van het aantal leerlingen tot 2035. Voor beide scholen lag deze piekbehoefte in 2021 en 2022. Volgens de leerlingenprognose is het aantal leerlingen de komende jaren voor zowel kindcentrum De Bukehof als De Regenboog stabiel. De scholen hebben een normatieve overcapaciteit. De locatie Bukehof bevindt zich in een vergrijzende wijk. Dit is een ingrediënt om rekenschap mee te houden bij de lange termijn keuze. De beschikbare onderwijscapaciteit van de Regenboog is groter dan de ruimtebehoefte, maar deze capaciteit is wegens de dubbele locatie en niet-functionele oppervlakte niet altijd even goed in te zetten. De hoofdlocatie heeft te weinig overcapaciteit om de dislocatie en de opvang hier te huisvesten, waardoor het terugbrengen van de dislocatie naar enkel de hoofdlocatie ruimtelijk gezien geen optie is. Financiële gevolgen 3.1 Haalbaarheidsstudie Voor financiën liggen de investeringskosten voor de voorkeursscenario's in een beperkte bandbreedte tussen de 12 en 15 miljoen euro.

Het verschil zit in de kapitaallasten. In de scenario's waar de kapitaallasten voor nieuwbouw zijn opgenomen, zijn de verwachte exploitatielasten lager dan bij de renovatiescenario's. Bij renovatiescenario's zijn na 20 25 jaar nieuwe investeringen noodzakelijk. -

3.2 Collegeprogramma Het college heeft uitgesproken terughoudend te zijn bij nieuwe investeringen en deze collegeperiode geen kapitaal intensieve investeringen aan te gaan. Er is gekozen om prioriteit te geven aan de investeringen die nodig zijn voor de beoogde uitbreidingen van de basisscholen, de vernieuwbouw van het Markland college, het Religieus erfgoed en de dorpshuizen. 3.3 Ontwikkeling kengetallen / financiële positie In het collegeprogramma 2022-2026 is afgesproken dat het college de schulden beperkt door terughoudend te zijn met nieuwe, grote investeringen. Voor de investeringen in basisscholen de Regenboog en de Bukehof zijn in de haalbaarheidsstudie tien verschillende scenario's opgenomen, waarbij de investeringsbedragen variëren van € 3,6 miljoen tot € 15 miljoen voor 519

beide scholen. Per school variëren de investeringen van € 2 miljoen tot € 7 miljoen bij De Regenboog en € 1,6 miljoen tot € 8 miljoen voor de Bukehof. Zonder deze nieuwe investeringen bevindt de schuldquote, het belangrijkste kengetal voor de ontwikkeling van de schuldpositie, zich al ver boven de gewenste grens van 90%. Met deze nieuwe investeringen wordt dat alleen maar meer. Volgens de begroting 2023 is de schuldquote in 2023 116%. In de jaren daarna stijgt deze nog wat verder richting 120%. Met het minimale scenario zou de schuldquote ongeveer 4% hoger worden. Met het duurste scenario zou de schuldquote stijgen met ca. 16% en daarmee boven de kritische grens van 130% van categorie C komen. Daarmee wordt de schuld van de gemeente te hoog. Op basis van de ontwikkeling van de kengetallen is het tot en met 2026 niet verstandig om dergelijke investeringen te doen. Bij de percentages moet worden opgemerkt dat ze uitgaan van gelijkblijvende waarden van de andere bedragen die bijdragen aan de schuldquote, zoals bijvoorbeeld de waarde van de overige investeringen. In de praktijk zal dat niet het geval zijn. 3.4 Normbedragen De onderwijswetten schrijven voor dat de gemeenteraad normen vaststelt aan de hand waarvan de bedragen worden vastgesteld voor de toegekende voorzieningen in de huisvesting.

De in het IHP opvang- en onderwijshuisvesting aangegeven investeringsbedragen zijn indicatief, gebaseerd op generieke kostenkengetallen. Het nadeel van normbedragen is gelegen in de inflexibiliteit ervan. Het zijn vaste, gemiddelde bedragen die veelal landelijk worden toegepast. Hierdoor kan slecht worden ingespeeld op kostenverhogende factoren die het gevolg zijn van lokale omstandigheden. 3.5 Uitkering uit het gemeentefonds Elke gemeente ontvangt een uitkering uit het gemeentefonds, waaronder ook middelen die genormeerd worden toegekend voor de cluster educatie, dat bestaat uit de onderwijshuisvesting en de overige educatie. Omdat de uitkering uit het gemeentefonds een zogenaamde algemene uitkering is, is een gemeentebestuur in principe vrij in de wijze waarop deze middelen worden besteed. Uitgangspunt is dat de gemeente voldoet aan haar zorgplicht, onafhankelijk van de hoogte van de vergoeding voor 'Onderwijshuisvesting' in het cluster Educatie. Omdat verschillende aspecten van de algemene uitkering elkaar kunnen beïnvloeden kan de werkelijke uitkering afwijken. Ook worden de bedragen en normen regelmatig bijgesteld. Duurzaamheid In het IHP opvang- en onderwijshuisvesting zijn uitgangspunten geformuleerd voor de opvangen onderwijshuisvesting. Deze uitgangspunten hebben onder andere betrekking op nieuwbouw, renovatie, aanbod en samenwerking, duurzaamheid en gezondheid.

Voor ieder van het in het haalbaarheidsonderzoek onderzochte scenario geldt dat de uitgangspunten uit het IHP van toepassing zijn. Burger-& overheidsparticipatie 4.1 Maatschappelijk draagvlak en participatie Voor de totstandkoming van het IHP opvang- en onderwijshuisvesting en het haalbaarheidsonderzoek is in samenwerking met de schoolbesturen en kinderopvang een zorgvuldig proces doorlopen. Communicatie Wij communiceren het besluit aan de betrokken partijen.

619

Vervolg In het IHP opvang- en onderwijshuisvesting zijn de prioriteiten en fasering van noodzakelijke verbeteringen aan schoolgebouwen dan wel (vervangende) nieuwbouw opgenomen. Het vormt een onderlinge afspraken set tussen gemeente, schoolbesturen en kinderopvang. De gemeente, de schoolbesturen en kinderopvangpartijen spannen zich in om de in het IHP opgenomen maatregelen te realiseren. In het IHP is opgenomen dat 2025 het uitvoeringsjaar is voor de toekomstbestendige huisvesting van de beide kindcentra. Voor beide schoolgebouwen geldt dat een investering in vervangende toekomstige huisvesting tot 2027 financieel niet verantwoord is. Voor de periode die moet worden overbrugd zal bepaald moeten worden welke investeren in de bestaande gebouwen noodzakelijk zijn om het onderwijs te waarborgen. De gemeente zal hierin het voortouw nemen en in overleg met de schoolbesturen een projectstructuur inrichten met partners en belanghebbenden. Om te bepalen welke investeringen noodzakelijk zijn zullen in overleg met de schoolbesturen nieuwe kaders worden opgesteld. Bij het financieel uitwerken zal rekening gehouden worden met eventuele subsidies en uitkeringen, zoals de Specifieke uitkering ventilatie in scholen (SUVIS) en de Investeringssubsidie duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA).

Hiermee wordt voldaan aan de zorgplicht voor de huisvesting van scholen maar zal moeten worden geaccepteerd dat vanuit duurzaamheidsoogpunt de ambities niet behaald worden en dat er na 2026 wederom investeringen nodig zijn. Een uitspraak over wanneer de scholen in aanmerking te komen voor (vervangende) nieuwbouw kan op dit moment nog niet worden gedaan. Dit is afhankelijk van verschillende factoren. Van invloed zijn de onderwijskundige kansen, de leerlingenaantallen, de daadwerkelijk benodigde capaciteit van de toekomstige voorzieningen, toekomstbestendigheid van de scholen, een mogelijke samenwerking tussen de schoolbesturen, de beschikbaarheid van maatschappelijke middelen, de financiële ontwikkelingen, de kengetallen en het politiek bestuurlijke draagvlak. Hierover zullen procesafspraken worden gemaakt. De gemeente en de schoolbesturen spannen zich in om de in het IHP opgenomen maatregelen te realiseren. Pas na het doorlopen van de benodigde processtappen wordt bij uw raad een realisatiebesluit én een bijhorend uitvoeringskrediet gevraagd. Hierbij zal de invloed van de betreffende investeringen op de schuldquote in beeld worden gebracht. Tot 2024 zal prioriteit gegeven worden aan de fasering zoals deze is opgenomen in het IHP opvang- en onderwijshuisvesting.

Om er voor te zorgen dat er na de verlengingstermijn een oplossing is gevonden voor de huisvesting ten behoeve van de kinderopvang zal in de planvorming een definitieve huisvesting voor de opvangpartij meegenomen worden. We gaan hierover in gesprek met de betrokken onderwijsstichting en opvangpartij. Uitgangspunt van het college is om hiervoor een maatwerkoplossing te bieden. Na besluitvorming door de gemeenteraad geeft het college regelmatig terugkoppeling aan de gemeenteraad over de uitrol van de projecten uit het IHP. Daarnaast vindt verdere verantwoording plaats via de reguliere Planning & Control cyclus.

7/9

Voorstel Wij stellen u voor: 1. kennis te nemen van het Haalbaarheidsonderzoek Kindcentrum De Regenboog en Kindcentrum De Bukehof; 2. het college opdracht te geven de herhuisvesting van de basisscholen De Regenboog en De Bukehof in Oudenbosch, vooruitlopend op 2027 nader uit te werken; 3. het college opdracht te geven in overleg met de schoolbesturen kaders op te stellen waarbinnen afspraken over onderwijshuisvesting voor De Regenboog en De Bukehof gemaakt kunnen worden; 4. de benodigde investeringen die noodzakelijk zijn om het onderwijs te waarborgen in de bestaande schoolgebouwen financieel uit te werken; 5. de financiële gevolgen mee te nemen bij behandeling van de begroting 2024.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge.

Bijlagen: 1. Haalbaarheidsonderzoek Kindcentrum De Regenboog en De Bukehof 2.Haalbaarheidsonderzoek Kindcentrum De Regenboog en De Bukehof Bijlage 2 3.Haalbaarheidsonderzoek Kindcentrum De Regenboog en De Bukehof Scenario afweging -

-

RAADSBESLUIT

Halderberge

De raad van de gemeente Halderberge; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.10 januari 2023; BESLUIT: 1. 2. 3.

4. 5.

kennis te nemen van het Haalbaarheidsonderzoek Kindcentrum De Regenboog en Kindcentrum De Bukehof; het college opdracht te geven de herhuisvesting van de basisscholen De Regenboog en De Bukehof in Oudenbosch, vooruitlopend op 2027 nader uit te werken; het college opdracht te geven in overleg met de schoolbesturen kaders op te stellen waarbinnen afspraken over onderwijshuisvesting voor De Regenboog en De Bukehof gemaakt kunnen worden; de benodigde investeringen die noodzakelijk zijn om het onderwijs te waarborgen in de bestaande schoolgebouwen financieel uit te werken; de financiële gevolgen mee te nemen bij behandeling van de begroting 2024.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de gemeente Halderberge d.d. 1 de griffier,

919

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/545/documents/15953