CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

11 Raadsvoorstel -besluit Verordening commissie Omgevingskwaliteit (raad 16-12-2021).pdf

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 11: Vaststellen verordening commissie Omgevingskwaliteit3.749 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente

RAADSVOORSTEL

Zaaknummer

Halderberge

Contactpersoon

R. van Wijk

Raadsvergadering d.d. 16 december 2021

Commissie

B&O (beheer en ontwikkeling) 1 december 2021

Portefeuillehouder

Telefoonnummer

140165

277402

Hans Wierikx, wethouder

Onderwerp Verordening commissie Omgevingskwaliteit Samenvatting Al voor de invoering van de Omgevingswet moeten gemeenten een aantal zaken in orde maken. Eén daarvan is het benoemen en installeren van een gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit. De nieuw te vormen commissie Omgevingskwaliteit adviseert uitsluitend over "een goede omgevingskwaliteit". Goede omgevingskwaliteit is een van de drie maatschappelijke doelstellingen van de Omgevingswet, naast gezondheid en veiligheid. In de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie staat het doel van een goede omgevingskwaliteit centraal. Daarbij gaat het om het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Inleiding & beeldvorming Aanleiding Al voor de invoering van de Omgevingswet moeten gemeenten een aantal zaken in orde maken. Een daarvan is het benoemen en installeren van een gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit. De taken en bevoegdheden van de huidige welstand- en monumentencommissies vervallen namelijk van rechtswege bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ter continuering moet de raad een nieuwe adviescommissie instellen.

Kader Alle gemeenten met gebouwde of aangelegde rijksmonumenten moeten een gemeentelijke adviescommissie instellen, die minimaal adviseert over aanvragen voor een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument met als wettelijke taak advies uitbrengen over: 1. vergunningaanvragen met betrekking tot rijksmonumenten (uitgezonderd archeologische monumenten) 2. aanvragen om een omgevingsvergunning voor een andere activiteit, in de door de raad aangewezen gevallen of als het college daartoe aanleiding ziet.

1 van 11

Voorstel Voorgesteld wordt om de 'Verordening commissie van advies omgevingskwaliteit' vast te stellen. Bij de verordening treft u een toelichting aan. Deze bestaat uit een algemeen deel en een artikelsgewijze toelichting. Doelstelling Het doel van de Verordening commissie van advies voor de omgevingskwaliteit (commissie Omgevingskwaliteit) is dat de gemeentelijke advisering aansluit bij de regelgeving omtrent de nieuwe Omgevingswet, waarbij een goede omgevingskwaliteit centraal staat. Ter continuering van de welstand- en monumentencommissies moet de raad daarom een nieuwe adviescommissie instellen. De rol van de gemeenteraad is voor de nieuwe onderdelen kaderstellend. Goede omgevingskwaliteit is een van de drie maatschappelijke doelstellingen van de Omgevingswet, naast gezondheid en veiligheid. In de Verordening commissie omgevingskwaliteit staat het doel van een goede omgevingskwaliteit centraal. Daarbij gaat het om het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. De commissie adviseert uitsluitend over aspecten van "een goede omgevingskwaliteit". Zij adviseert dus niet over andere aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Deze advisering wordt gebaseerd op het Welstandsbeleid uit 2017 en de Erfgoedverordening 2018.

Bij in werking treden van de Omgevingswet maken deze automatisch deel uit van het omgevingsplan. Overwegingen 1.1. Monumenten Al sinds het bestaansrecht van de gemeente Halderberge wordt een actief monumentenbeleid gevoerd en beschikt de gemeente over een gemeentelijke Monumentencommissie. In 2010 is een overeenkomst gesloten met Omgevingadvies b.v. voor de beoordeling en advisering in het kader van de Monumentenregelgeving door een monumentencommissie. Basis voor de advisering van de nieuwe adviescommissie blijft de op 11 oktober 2018 vastgestelde Erfgoedverordening en de beleidsnota cultureel erfgoed Halderberge 'Inspirerend verleden' uit 2011. 1.2. Welstand Op 15 oktober 2015 heeft de gemeenteraad ingestemd met het plan van aanpak voor herijking van de welstandsnota. De welstandsnota dateerde van 2004 en is in 2008 geüpdatet. Tijdens een informatie-/discussiebijeenkomst op 12 januari 2016 is gesproken over welstand en hoe de gemeente dit nieuwe beleid moet gaan vormgeven. Door de gemeenteraad is daaropvolgend gekozen voor scenario 3: 'Sterke vereenvoudiging en versoepeling'. In samenwerking met een klankbordgroep is gekomen tot een nieuwe welstandsnota. Op 24 mei 2017 heeft de gemeenteraad de 'Welstandsnota 2017 gemeente Halderberge' vastgesteld. Dit blijft de basis voor advisering door de nieuwe commissie Omgevingskwaliteit. 1.3.

De toekomst: het omgevingsplan Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet ontstaat van rechtswege een tijdelijk deel van het omgevingsplan. In het tijdelijk deel van het omgevingsplan worden alle ruimtelijke regels uit bestaande instrumenten samengevoegd. Het Rijk voegt regels toe aan het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Dit heet de bruidsschat. Naast het tijdelijk deel van het omgevingsplan blijven de gemeentelijke verordeningen bestaan. Met betrekking tot de van kracht zijnde Welstandsnota is van rechtswege bepaald dat deze in het tijdelijke omgevingsplan geldt als beleidsregels voor het uiterlijk van bouwwerken zoals bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. De bepalingen over de benoeming en de samenstelling van de adviescommissie(s) in de Erfgoedwet en de Woningwet vervallen. Daarvoor in de plaats komen de bepalingen over de gemeentelijke adviescommissie uit de Omgevingswet. 2 van 11

Daarom moet die commissie opnieuw worden ingesteld op grond van de Omgevingswet. De raad stelt het omgevingsplan vast dat voor het gehele grondgebied regels bevat die nodig zijn voor het evenwichtig toedelen van functies aan locaties. Dit dient te geschieden voor 2029. Tot die tijd kan het bestaande beleid met betrekking tot het vragen van commissieadvies worden voortgezet. Om het doel van een goede omgevingskwaliteit te bereiken is het van belang dat de advisering door de commissie niet wordt beperkt tot ingrepen aan beschermde monumenten en het uiterlijk van bouwwerken. Uiteindelijk zullen de keuzes die de gemeente maakt in het omgevingsplan medebepalend zijn of de commissie veel om advies wordt gevraagd. 1.4. Inhoud en keuzes in de Verordening commissie Omgevingskwaliteit De gemeenteraad kan de bestaande adviescolleges en eventuele andere adviseurs op het gebied van omgevingskwaliteit overzetten naar het regime onder de nieuwe wet. De Tweede Kamer heeft aangedrongen op een commissie met een brede adviestaak, die zoveel mogelijk aan de voorkant van ruimtelijke processen adviseert en initiatiefnemers uitdaagt en inspireert. Met voorliggend voorstel, wordt hieraan voldoende tegemoetgekomen. In de toekomst is doorgroei mogelijk naar een adviesstelsel dat nog meer aansluit bij de nieuwe omgevingsvisie en het omgevingsplan. Met voorliggend voorstel wordt de basis gelegd.

Commissie Omaevinaskwaliteit Paragraaf 2: Adviestaak In de Verordening commissie Omgevingskwaliteit zijn verschillende taken voor deze adviescommissie opgenomen. De keuze is gemaakt om zoveel mogelijk over te nemen wat nu ook al wordt gedaan. Naast de advisering op het gebied van de omgevingskwaliteit kan deze commissie ook een beleidsgerichte, opgavegerichte, ontwerpgerichte of beoordelingsgerichte adviestaak op zich nemen. In Halderberge worden al drie van de vier taken grotendeels ingevuld. Beleidsgerichte advisering is bijvoorbeeld gedaan bij de totstandkoming van de welstandsnota, ontwerpgerichte advisering gebeurt bij de beeldkwaliteitsplannen en beoordelingsgerichte advisering wordt gedaan bij ingediende plannen. Alleen opgavegericht wordt nog geen advies gegeven. Dit houdt in dat er aan de voorkant van een proces randvoorwaarden worden meegegeven. Nu ligt deze rol vaak bij een bureau of bij ons als gemeente om aan de voorkant randvoorwaarden te formuleren. Deze taak kan voortaan ook worden toebedeeld aan de nieuwe commissie. Stadsbouwmeester Tijdens de beeldvormende raadsbijeenkomst is gesproken over de mogelijkheid tot het instellen van een stads/dorpsbouwmeester. Deze stads/dorpsbouwmeester kan als taak hebben om zelfstandig te adviseren in gevallen die de raad/het college aanwijzen. Dit past niet bij de huidige werkwijze en grootte van onze gemeente.

Een stads/dorpsbouwmeester wordt ook vaak gezien als visionair die de lijnen voor de toekomst uitstippelt. Gezien de grootte van onze gemeente is het aanstellen van een stads/dorpsbouwmeester niet noodzakelijk. Er wordt wel in voorzien, dat reguliere welstandsbeoordelingen door één persoon kunnen worden afgedaan. Hiervoor is het niet nodig een stad sbouwmeester in te stellen. Paragraaf 4: Samenstelling en inrichting Voorgesteld wordt om maximaal zeven leden te kunnen benoemen, die deskundig en onafhankelijk zijn en met elkaar alle genoemde disciplines in de verordening vertegenwoordigen. Deze personen worden benoemd voor een periode van vier jaar en kunnen eenmalig herbenoemd worden. Benoeming Volgens de Omgevingswet worden de leden van de commissie benoemd door de raad. Sinds het opstellen van de Modelverordening, is er sprake van voortschrijdend inzicht. De conclusie is dat delegatie en mandaat mogelijk zijn binnen de algemene kaders die daarvoor gelden. Dit blijkt uit nadere analyse van de wetgeschiedenis van de Omgevingswet, maar ook van de Woningwet, Wabo en de Monumentenwet en Erfgoedwet. Gelet op het verschil tussen delegatie en mandaat, 3 van 11

adviseert de VNG gemeenteraden die benoeming aan het college willen overlaten, om de bevoegdheid om leden van de adviescommissie te benoemen te mandateren aan het college. Mandatering doet het meeste recht aan de centrale rol die de gemeenteraad vervult bij de onafhankelijk advisering over ruimtelijke kwaliteit in de gemeente. Een voorstel hiertoe zal worden meegenomen in een algemeen mandaat/delegatiebesluit Omgevingswet. Wij stellen voor aansluiting te zoeken bij dat besluit en de benoeming van de leden van de commissie in handen te stellen van ons college. Daarmee sluiten we aan bij de nu bestaande praktijk en wordt voorkomen dat uw raad voor elke (her-)benoeming een besluit moet nemen. Wij zeggen toe u bij de invoering van de Omgevingswet te informeren over de samenstelling van de commissie en de benoeming van de leden. Paragraaf 5: Advisering en standpuntbepaling De aanvrager (of zijn gemachtigde) heeft de mogelijkheid tot toelichting van de aanvraag ten overstaan van de commissie. Belanghebbenden hebben geen spreekrecht in toelichtende zin een en ander conform de huidige werkwijze. Belanghebbenden hebben op andere momenten overeenkomstig de wettelijke vereisten inzage in de aanvraag en vergunning. Dit kan bijvoorbeeld bij de Omgevingstafel. De initiatiefnemer heeft te allen tijde spreekrecht in de adviescommissie.

De mogelijkheid voor inspraak door andere belanghebbenden geldt nu bij de welstandscommissie. De ervaring leert echter dat hier geen gebruik van wordt gemaakt. Ook gezien het feit de discussie in de adviescommissie echt op inhoud gaat, vinden wij dit niet de geschikte plek om hier mogelijkheden voor te bieden. Een omgevingstafel leent zich hier meer voor. Burgerleden De Omgevingswet staat toe dat burgerleden plaats nemen in de commissie. Hiermee worden bedoeld: inwoners zonder specifieke inhoudelijke kennis. Omwille van de onafhankelijkheid, neutraliteit en efficiency wordt hier nu geen voorstel toe gedaan. Het zwaartepunt bij de invulling van de commissie ligt bij de deskundigheid op de verschillende terreinen van de wet. Risico's De werkwijze van de nieuwe adviescommissie wijzigt op hoofdlijnen niet ten opzichte van de huidige werkwijze. Voorgesteld wordt om in beginsel beleidsneutraal te werken. Risico kan zijn dat de huidige werkwijze in de toekomst onvoldoende ruimte biedt, zoals de Omgevingswet beoogd. Daarom is het zaak om het functioneren van de commissie te evalueren en in de toekomst door te groeien naar een samenhangend adviesstelsel dat aansluit bij de omgevingsvisie en het toekomstig omgevingsplan.

Financiële gevolgen De kosten van de huidige Monumentencommissie en Welstandscommissie worden betaald uit beschikbare budgetten van team Ontwikkeling en team Klantzaken. Als in de toekomst adviezen worden opgevraagd waarbij ook een landschapsdeskundige en stedenbouwkundige aansluiten, worden deze kosten betaald uit budgetten van het desbetreffende team. Het is wenselijk om deze budgetten in de toekomst samen te voegen, zodat de commissie een eigen budget krijgt van waaruit zij betaald worden. De betaling van de commissieleden wordt gebaseerd op de tabel tarieven van de bijlage bij de Regeling plankosten exploitatieplan (bijlage 1). Duurzaamheid Niet van toepassing. Burger-& overheidsparticipatie De totstandkoming van deze verordening leent zich niet voor participatie. De verordening is een procedurele aangelegenheid, gebaseerd op de van toepassing zijnde wetgeving. Uitgangspunt is de huidige werkwijze. Communicatie 4 van 11

Voordat een verordening in werking treedt, dient deze gepubliceerd te worden en digitaal bekend te worden gemaakt. De verordening wordt op de gebruikelijke wijze afgekondigd. Algemene informatie over de adviescommissie is via de gemeentelijke website verkrijgbaar. Vervolg Na vaststelling van de verordening door uw raad, wordt deze gepubliceerd. De verordening treedt in werking als de Omgevingswet in werking treedt. Naar de stand van zaken van nu is dat op 1 juli 2022. De commissie zal met ingang van de inwerkingtreding van de Omgevingswet haar werkzaamheden aanvangen. Jaarlijks brengt de commissie verslag uit over de werkzaamheden. Bij de eerstvolgende wijziging van de Bouwverordening en de Erfgoedverordening zullen wij de Verordening commissie Omgevingskwaliteit meenemen. Voor meer informatie verwijzen wij naar de artikelsgewijze toelichting (bijlage 2). Voorstel Wij stellen u voor: de Verordening commissie Omgevingskwaliteit vast te stellen; Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge.

Bijlage: 1.Artikelsgewijze toelichting 2.Tabel 2: Regeling Plankosten Exploitatieplan

5 van 11

RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Halderberge; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16 november 2021;

Gemeen te Halderberge

gelet op artikel 17.9 van de Omgevingswet; BESLUIT: vast te stellen de: Verordening commissie van advies voor de omgevingskwaliteit Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: commissie: commissie van advies voor de omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 17.9 van de wet; goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet; wet: de Omgevingswet. -

-

-

Paragraaf 2. Adviestaak Artikel 2. Taak en werkzaamheden 1. De commissie heeft als taak de raad en burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. 2. Ter uitvoering van haar taak: a. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor: i. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; ii. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument; iii. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; iv. een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit;

7 van 11

b.

c.

d.

e. f. g.

h.

adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet of over het aan een locatie geven van de functie-aanduiding gemeentelijk monument op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet; adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit; adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders in een geval van een verkenning als bedoeld in artikel 5.48, tweede lid, van de wet en in andere gevallen waarin burgemeester en wethouders een advies nodig achten in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving; informeert en begeleidt de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces; voert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning; adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit

betreffen; adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet die een eis ten aanzien van de omgevingskwaliteit bevatten, zoals, maar daartoe niet beperkt de Algemene plaatselijke verordening.

Paragraaf 3. Aanwijzing van besluiten waarover verplicht advies moet worden gevraagd Artikel 3. Verplichte advisering Burgemeester en wethouders winnen advies in van de commissie over een te nemen beslissing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1 tot en met III, en onder b. Paragraaf 4. Samenstelling en inrichting Artikel 4. Samenstelling 1. De commissie bestaat uit ten hoogste zeven leden, de voorzitter daaronder begrepen. 2. De voorzitter en de leden worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 3. De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. 4. De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur en/of restauratiedeskundigheid, landschap, stedenbouw en architectuur. 5. De voorzitter en de leden zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur.

Artikel 5. Benoeming 1. De voorzitter, leden en de plaatsvervangende leden kunnen worden benoemd voor een termijn van ten hoogste 4 jaar. 2. Herbenoeming van leden kan eenmaal voor ten hoogste 4 jaar plaatsvinden. Dit is niet van toepassing op de plaatsvervangers. 3. Afgetreden leden zijn 4 jaar na hun aftreden weer benoembaar. 4. De raad benoemt de voorzitter in functie. 5. De leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. Artikel 6. Ondersteuning van de commissie 1. De commissie heeft een ambtelijk secretaris. 2. De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie. 3. De secretaris kan worden ondersteund door andere ambtelijke medewerkers, die voor hun werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig zijn aan de secretaris. 4. De secretaris en de medewerkers zijn geen voorzitter of (plaatsvervangend) lid van de commissie.

Paragraaf 5. Advisering en standpuntbepaling Artikel 7. Adviestermijn 1. Burgemeester en wethouders kunnen aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. 2. In geval burgemeester en wethouders geen termijn hebben gesteld brengt de commissie advies uit binnen een termijn van vier weken. Artikel 8. Beraadslaging en standpuntbepaling 1. De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De agenda voor de vergadering van de commissie wordt tijdig op een geschikte wijze bekendgemaakt. Indien burgemeester en wethouders al dan niet op verzoek van de aanvrager een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2. De aanvrager van de omgevingsvergunning of zijn gemachtigde heeft de mogelijkheid tot toelichting van de aanvraag ten overstaan van de commissie. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht. 3. Over de uit te brengen adviezen wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste drie leden.

Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg. 4. Leden die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert, onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig. -

-

5. De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op de commissie en de daarvoor werkzame personen. Artikel 9. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie De commissie kan onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meer daartoe aangewezen leden, of een subcommissie. Artikel 10. Adviseurs 1. De commissie kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen medewerkers van de gemeente Halderberge. 2. De commissie kan zich doen bijstaan door andere personen, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is. 3. De in het eerste en tweede lid bedoelde personen kunnen op uitnodiging van de commissie als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen. Artikel 11. Verwerking van het advies 1. Burgemeester en wethouders kunnen eenmaal per activiteit een second opinion inwinnen bij een gemeentelijke adviescommissie van een andere gemeente. Zij stellen de commissie vooraf van het voornemen tot het plaatsen van die opdracht op de hoogte. 2.

In geval burgemeester en wethouders een beschikking geven die afwijkt van het door de commissie uitgebrachte advies stellen zij de commissie in kennis van die beschikking.

Paragraaf 6. Werkwijze Artikel 12. Reglement van orde 1. De commissie stelt haar werkwijze binnen de kaders van deze verordening nader vast in een reglement van orde. 2. In het reglement van orde komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en initiatiefnemer(s) worden uitgenodigd; b. het vereiste quorum voor een besluitvormende vergadering, de vergaderorde en orde van de beraadslaging, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht tussen de toelichtende fase waarin het spreekrecht wordt uitgeoefend en de beraadslagingen; c. de notulering en dossiervorming; d. de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt; e. de instelling van subcommissies; f. de werkwijze bij afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie als bedoeld in artikel 9; g. de selectie en voordracht van kandidaat-leden. 3. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor bekendmaking van het door de commissie vastgestelde reglement van orde in het gemeenteblad. Artikel 13. Relatie met andere adviseurs Bij het aanstellen van een supervisor, een kwaliteitsteam of een andere adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid of een adviseur van de commissie dragen burgemeester en wethouders zorg voor een goede afstemming tussen de werkzaamheden van deze adviseur en de commissie.

Artikel 14. Vergoeding De leden en de adviseurs als bedoeld in artikel 10, tweede lid, ontvangen een vergoeding, waarvan de hoogte wordt vastgesteld door het college.

Paragraaf 7. Jaarverslag Artikel 15. Jaarverslag 1. De commissie brengt jaarlijks verslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. 2. In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; b. de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen.

Paragraaf 8. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 16. Overgangsrecht Als voor de inwerkingtreding van de wet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de commissies op het gebied van welstand en monumentenzorg van kracht, met dien verstande dat de commissie Omgevingskwaliteit wordt geacht de in artikel 8 van de Woningwet, dan wel dein artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 bedoelde commissie te zijn. Artikel 17. Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking op de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet. 2.Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening commissie Omgevingskwaliteit.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Halderberge op 16 december 2021,

Hin ririffir

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/510/documents/15288