08 Raadsvoorstel -besluit Verordening Nadeelcompensatie Halderberge (vastgesteld raad 24-11-2022).pdf
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Zaaknummer
281842
Contactpersoon
Joppe Tigges
Raadsvergadering d.d. 24 november 2022
Commissie
B&O
Portefeuillehouder
Telefoonnummer
746
Hans Wierikx
Onderwerp Nadeelcompensatie Samenvatting Onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) hebben inwoners die nadeel ondervinden van ruimtelijke ontwikkelingen in hun directe omgeving recht op een financiële vergoeding. De wijze waarop dat is geregeld in de gemeente Halderberge staat in de Procedureverordening voor advisering en tegemoetkoming in planschade 2008. Inwoners die nadeel ondervinden van de feitelijke uitvoering van werkzaamheden door de gemeente hebben ook recht op een financiële vergoeding. De wijze waarop dat is geregeld staat in de Beleidsregels nadeelcompensatie. Op 1 januari 2023 treden de Omgevingswet en afdeling 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in werking. Met die wetswijzigingen worden bestaande regelingen voor nadeelcompensatie in verschillende wetten samengevoegd en geharmoniseerd. Deze wijzigingen leiden tot de vaststelling van een nieuwe verordening. Inleiding & beeldvorming Artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat belanghebbenden die nadeel ondervinden van ruimtelijke ontwikkelingen in hun directe omgeving in aanmerking komen voor een financiële vergoeding van de geleden schade. Dat staat bekend als: tegemoetkoming in planschade. De wijze waarop dit is geregeld staat nu in de Procedureverordening voor advisering en tegemoetkoming in planschade 2008, zoals vastgesteld door uw raad op 25 september 2008 (bijlage 1).
Belanghebbenden die financieel nadeel ondervinden als gevolg van de feitelijke uitvoering van werkzaamheden door de gemeente kunnen ook in aanmerking komen voor een financiële vergoeding. Dat wordt nadeelcompensatie genoemd. Dit is geregeld in de Beleidsregels nadeelcompensatie, zoals vastgesteld door ons college op 29 september 2009 (bijlage 2). In beide gevallen is sprake van een vergoeding wegens rechtmatig handelen door de gemeente. Dat is dus iets anders dan het recht op schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen, bijvoorbeeld bij de beschadiging van eigendommen. Daarvoor gelden de bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek.
1 van 8
Op 1januari 2023 treedt de Omgevingswet in werking. Afdeling 15.1 van die wet voorziet in de mogelijkheid om nadeel als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen te vergoeden. De term 'planschade' wordt onder de nieuwe wetgeving niet langer gebruikt. In de plaats daarvan is gekozen voor de meer algemene term 'nadeelcompensatie'. Ook op 1 januari 2023 treedt afdeling 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in werking. In die nieuwe afdeling worden bestaande regelingen voor nadeelcompensatie in verschillende wetten samengevoegd en geharmoniseerd. Afdeling 4.5 Awb bevat algemene procedurebepalingen over de manier waarop de gemeente aanvragen voor nadeelcompensatie behandelt.
Doelstelling In verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en afdeling 4.5 Awb is het nodig bestaande regelingen in te trekken en een nieuwe regeling vast te stellen. Daarmee voldoet de gemeente aan de eisen die de Omgevingswet en de Awb stellen aan regels over nadeelcompensatie. De Awb staat niet toe dat nadeelcompensatie wordt geregeld in beleidsregels. Deze worden opgenomen in een raadsverordening. Vanwege de samenhang van nadeelcompensatie als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen (planschade) en die voor feitelijke werkzaamheden stellen wij voor deze te verwerken in één verordening. De Beleidsregels nadeelcompensatie komen te vervallen.
Overwegingen Nadeelcompensatie Omgevingswet Halderberge Volgens de Awb kan bij wettelijk voorschrift een recht (een drempelbedrag) worden geheven van ten hoogste € 500,- voor het in behandeling nemen van een aanvraag nadeelcompensatie. Om het mogelijk te maken dat een recht wordt geheven is dus een wettelijk voorschrift in de vorm van een verordening nodig. Volgens de huidige Procedureverordening voor advisering en tegemoetkoming in schade 2008 geldt een drempelbedrag van € 500,-. Wij stellen voor dit bedrag te verlagen naar € 300,-. Hiermee wordt aansluiting gezocht bij de De6 gemeenten. Een bedrag van € 300,- is hoog genoeg om een drempel op te werpen voor lichtvaardig in te dienen aanvragen. Na toekenning krijgt aanvrager het drempelbedrag teruggestort. De waardevermindering van een onroerende zaak wordt bepaald aan de hand van een vergelijking van de waarde onmiddellijk voor en na het tijdstip, waarop de gemeente besluit tot verlening van de omgevingsvergunning. Onder de Wro vindt een vergelijking plaats tussen de mogelijkheden die het geldende planologisch regime (het bestemmingsplan) maximaal biedt en de maximale mogelijkheden in het nieuwe planologisch regime. Onder de Omgevingswet zal de schadebepaling zich, meer dan nu het geval is, richten op de feitelijke situatie. Een andere belangrijke wijziging betreft het normaal maatschappelijk risico (nmr).
Dat is het percentage van de waardevermindering dat voor rekening van de aanvrager blijft. Volgens de Wro en de op die wet gebaseerde jurisprudentie was dit percentage variabel tussen de 2% en 5%. De hoogte van het nmr hangt af van de vraag of de ontwikkeling binnen de ruimtelijke structuur van de omgeving past en van de vraag of de ontwikkeling in een reeks van jaren gevoerde ruimtelijk beleid past. In de Omgevingswet is dit percentage wettelijk vastgesteld op 4%. Afwijken is niet mogelijk. Inhoudelijk verandert ook een en ander onder de Omgevingswet. Met het vaststellen van de verordening krijgt de adviseur of adviescommissie een solide basis. Ook wordt nader gespecificeerd hoe de gemeente omgaat met de aanvraag. Daarnaast verwijst de nieuwe verordening naar de juiste wetsartikelen, waarin nadeelcompensatie onder de Omgevingswet wordt geregeld. Nadeelcompensatie in verband met de uitvoering van feitelilke werkzaamheden De gemeente verricht geregeld werkzaamheden in de buitenruimte. Denk bijvoorbeeld aan het vernieuwen van de bestrating of de vervanging van de riolering. Het spreekt voor zich dat we de overlast en hinder voor belanghebbenden, zoals inwoners, bedrijven of instellingen, zoveel 2 van 8
mogelijk proberen te voorkomen. Toch kan het voorkomen dat een belanghebbende zodanige hinder ondervinden van die feitelijke werkzaamheden dat dit leidt tot financieel nadeel. In beginsel komt dat nadeel niet voor vergoeding in aanmerking. Het is namelijk een normaal maatschappelijk risico dat bewoners van een straat zo nu en dan enige tijd slecht bereikbaar zijn. Immers: iedereen ondervindt daar eens in de zoveel jaren hinder van. De lasten die dat met zich meebrengt worden zo in de loop der jaren verdeeld over alle belanghebbenden. De een ondervindt daarom niet meer last dan een ander. Dat is anders als het financiële nadeel voor een specifieke belanghebbende hoger is dan gemiddeld. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als de werkzaamheden geruime tijd langer duren dan voorzien. Of als het nadeel door de specifieke aard van bijvoorbeeld een bedrijf groter is dan dat van een gemiddeld bedrijf. In dat geval kan een benadeelde in aanmerking komen voor een financiële vergoeding; nadeelcompensatie genaamd. Dit is nu geregeld in de Beleidsregels nadeelcompensatie, zoals vastgesteld door ons college op 29 september 2009. Sinds 2009 is enkele malen succesvol een beroep gedaan op de regeling. De nieuwe afdeling 4.5 Awb laat een collegeregeling niet langer toe.
Verzoeken om nadeelcompensatie in verband met de uitvoering van feitelijke werkzaamheden worden afgedaan onder de nieuw vast te stellen verordening. De Beleidsregels nadeelcompensatie komen te vervallen. Risico's Wij stellen voor in de Verordening nadeelcompensatie Halderberge een drempelbedrag op te nemen van € 300,-. Theoretisch kan een verlaging van die drempel leiden tot een toename van het aantal uitkeringen wegens nadeelcompensatie. Zoals hiervoor al aangehaald kiezen De6 gemeenten voor drempelbedrag van € 300,-. Samengevat schatten wij het financiële risico als gevolg van deze wijziging in als gering. Financiële gevolgen De vaststelling van de verordening heeft geen financiële gevolgen. Duurzaamheid De vaststelling van de verordening heeft geen invloed op de duurzaamheid. Burger-& overheidsparticipatie Op de vaststelling van de verordening is burger- en overheidsparticipatie niet van toepassing. Communicatie De verordening wordt op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt via Overheid.nl. Deze treden in werking op de dag dat de Omgevingswet en afdeling 4.5 Awb in werking treden; naar verwachting op 1 januari 2023. Op die dag vervalt ook de Regeling nadeelcompensatie. Als de Omgevingswet of afdeling 4.5 Awb later in werking treden ook de verordeningen later in werking.
Vervolg Aanvragen om planschade kunnen tot vijf jaar na het onherroepelijk worden van een planologische maatregel worden ingediend. In de praktijk betekent dit dat aanvragen voor planschade onder de huidige Wro nog wel tot 2027 kunnen worden ingediend. Deze aanvragen moeten worden behandeld onder het huidige recht; dat wil zeggen volgens artikel 6.1 Wro en de huidige Procedureverordening voor advisering en tegemoetkoming in schade 2008. De huidige verordening wordt formeel ingetrokken, maar blijft via de overgangsbepaling in de nieuwe verordening haar werking behouden. Dat is een gebruikelijke manier om het overgangsrecht te regelen. De Verordening nadeelcompensatie Halderberge gaat geleidelijk haar werking krijgen bij het realiseren van ruimtelijke plannen na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Er blijven gedurende enkele jaren dus twee regimes naast elkaar van toepassing.
3 van 8
Voorstel Wij stellen voor: 1. de Procedureverordening voor advisering en tegemoetkoming in planschade 2008, zoals vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 25 september 2008, in te trekken; 2. de Verordening nadeelcompensatie Omgevingswet Halderberge vast te stellen.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge.
Bijlage: 1. Procedureverordening voor advisering en tegemoetkoming in planschade 2008; 2. Beleidsregels nadeelcompensatie.
4 van 8
RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Halderberge; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 oktober 2022;
Gemeente Halderberge
gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet; gelet op titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 van de Omgevingswet;
BESLUIT:
1. 2.
de Procedureverordening voor advisering en tegemoetkoming in planschade 2008, zoals vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 25 september 2008, in te trekken; de Verordening nadeelcompensatie Halderberge vast te stellen.
Verordening nadeelcompensatie Halderberge Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. aanvrager: degene die een aanvraag om tegemoetkoming in schade indient; b. bestuursorgaan: het bestuursorgaan van de gemeente Halderberge dat bevoegd is te beslissen op de aanvraag om tegemoetkoming in schade; c. belanghebbende: 1 degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet, is gesloten; en II als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet: de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht; d. adviseur: een door het bestuursorgaan aan te wijzen deskundige; e. adviescommissie: een schadebeoordelingscommissie, bestaande uit meerdere adviseurs. Artikel 2 Toepassingsbereik Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de aanvrager stelt dat die schade wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente. Artikel 3 Heffen recht 1. Voor het in behandeling nemen van de aanvraag om schadevergoeding wordt een recht van € 300,- geheven. 2.
Het bestuursorgaan wijst de aanvrager op de verschuldigdheid van het recht en deelt hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van de 5 van 8
mededeling dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de gemeente, dan wel op de aangegeven plaats dient te zijn gestort. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort, verklaart het bestuursorgaan de aanvraag niet-ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de aanvrager in verzuim is geweest. Artikel 4 Aanvraag 1. De aanvrager maakt gebruik van een door het bestuursorgaan vastgesteld (elektronisch) formulier. 2. De aanvraag bevat mede: a. een aanduiding van de schadeveroorzakende gebeurtenis; b. een opgave van de aard van de geleden of te lijden schade en, voor zover redelijkerwijs mogelijk, het bedrag van de schade en een specificatie daarvan; c. als het schade betreft wegens winst- of inkomstenderving: jaarrekeningen over het jaar waarin schade is geleden en voor zover van toepassing de drie daaraan voorafgaande jaren en de aanslagen vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting; d. als het schade betreft wegens gederfde huurinkomsten: een afschrift van de huurovereenkomst of gebruiksovereenkomst en een eigendomsakte. Artikel 5 Inschakeling van een adviseur of adviescommissie 1. Advies bij een adviseur of adviescommissie wordt slechts ingewonnen voor zover dat noodzakelijk is om op de aanvraag om schadevergoeding te kunnen beslissen. 2. Een adviseur of adviescommissie kan worden benoemd als: a.
vaste adviseur of adviescommissie, benoemd door burgemeester en wethouders voor een termijn van maximaal vier jaar met de mogelijkheid tot herbenoeming voor maximaal vier jaar, of; b. tijdelijke adviseur of adviescommissie voor advisering met betrekking tot een of meer aanvragen. 3. Advies als bedoeld in het eerste lid, wordt niet ingewonnen als: a. de aanvraag kennelijk ongegrond is, omdat zich kennelijk een weigeringsgrond voordoet als bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht; b. de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door een bestuursorgaan van de gemeente Halderberge genomen besluit of verrichte handeling; c. de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan voldoende gelijkenis vertoont met andere aanvragen waarvoor eerder advies is uitgebracht; d. het in de aanvraag genoemde bedrag aan schadevergoeding minder bedraagt dan €500,-- voor natuurlijke personen en € 1.000,-- voor rechtspersonen; e. naar het oordeel van het bestuursorgaan in de gemeentelijke Organisatie voldoende deskundigheid voor de beoordeling van de aanvraag aanwezig is. 4. Het besluit om de aanvraag af te wijzen zonder inschakeling van een adviseur of adviescommissie wordt genomen binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag, onderscheidenlijk binnen acht weken nadat de termijn verstreken is gedurende welke de aanvrager de aanvraag kon aanvullen.
Artikel 6 Wrakingsregeling 1. Indien geen toepassing wordt gegeven aan artikel 5, derde lid, benoemt het bestuursorgaan binnen acht weken na het verstrijken van de termijn als bedoeld in artikel 5, vierde lid, een adviseur of een adviescommissie. 2. Voorafgaand aan de benoeming van de adviseur of de adviescommissie zendt het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden een mededeling over het voornemen een adviseur of adviescommissie te benoemen.
3.
4.
De aanvrager en de belanghebbenden kunnen binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in het tweede lid schriftelijk en gemotiveerd een verzoek tot wraking van de adviseur of van (leden van) de adviescommissie bij het bestuursorgaan indienen. Het bestuursorgaan beslist binnen twee weken na het verstrijken van de in het vijfde lid bedoelde termijn over een ingediend verzoek tot wraking.
Artikel 7 Werkwijze van de adviseur of adviescommissie 1. De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie stelt de aanvrager, het bestuursorgaan en de belanghebbenden in de gelegenheid een toelichting te geven, dan wel een standpunt over de aanvraag kenbaar te maken. 2. Indien dit voor het uitbrengen van het advies nodig is, bezichtigt de adviseur of de adviescommissie de situatie ter plaatse. De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie bepaalt het tijdstip waarop deze plaatsopneming plaatsvindt. 3. Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie binnen zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een concept daarvan aan het bestuursorgaan, aan de aanvrager en aan de belanghebbenden. De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie kan deze termijn onder opgaaf van redenen met een daarbij aan te geven termijn verlengen. 4. De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie stelt de aanvrager, het bestuursorgaan en de belanghebbenden in de gelegenheid binnen vier weken na de toezending van het conceptadvies schriftelijk hierop te reageren. 5. In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen vier weken na het verstrijken van de in het vierde lid bedoelde termijn een advies uit aan het bestuursorgaan, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken. 6.
In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken van de in het vierde lid bedoelde termijn een advies uit aan het bestuursorgaan. Artikel 8 Beslissing op de aanvraag 1. Het bestuursorgaan beslist binnen acht weken na ontvangst van het advies op de aanvraag en maakt dit besluit binnen deze termijn, onder toezending van het advies, bekend aan de aanvrager en de belanghebbenden. 2. Het bestuursorgaan kan de in het eerste lid bedoelde beslissing eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen. Artikel 9 Uitbetaling Bij geheel of gedeeltelijke toewijzing van een aanvraag om schadevergoeding wordt de toegewezen schadevergoeding uiterlijk betaald bij het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag om schadevergoeding. Artikel 10 Voorschot 1. Het bestuursorgaan kan op een daartoe strekkende aanvraag beslissen een voorschot te verlenen op een uit te betalen geldsom. 2. Het voorschort bedraagt ten hoogste 90% van de in het concept advies opgenomen geldsom. 3. De artikelen 4:95 en 4:96 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing op het verlenen van een voorschot. Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2.
De Procedureverordening voor advisering en tegemoetkoming in schade 2008, zoals vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 25 september 2008, vervalt.
3. Op een verzoek om vergoeding van schade die is veroorzaakt door: a. een bestemmingsplan dat van kracht wordt, of een afwijkingsvergunning die onherroepelijk wordt, voor inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft de Procedureverordening voor advisering en tegemoetkoming in schade 2008 van toepassing tot 5 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet (artikel 4.18, eerste lid, onder c, en 4.19, eerste lid, Invoeringswet Omgevingswet); b. een bestemmingsplan dat als ontwerp ter inzage is gelegd voor inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft de Procedureverordening voor advisering en tegemoetkoming in schade 2008 van toepassing tot 5 jaar na van kracht worden van het bestemmingsplan (artikel 4.19, eerste lid, Invoeringswet Omgevingswet); c. een afwijkingsvergunning die is aangevraagd voor inwerkingtreding van de Omgevingswet en die onherroepelijk wordt na inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft de Procedureverordening voor advisering en tegemoetkoming in schade 2008 van toepassing tot 5 jaar na vaststelling van het besluit (art. 4.18, eerste lid, Invoeringswet Omgevingswet). 4. Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening nadeelcompensatie Halderberge.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad Van de gemeente Halderberge op 24 november 2022,
de voorzitter,