07 Raadsvoorstel -besluit Verordening maatschappelijke ondersteuning Halderberge (getekend raad 15-02-2022).pdf
Tekst van het document
Gemeente
RAADSVOORSTEL
Zaaknummer
413494
Hderberge
Contactpersoon
Robert van Wijk
Raadsvergadering d.d. 15 december 2022
Commissie
1 december 2022
Portefeuillehouder
Telefoonnummer
Burgemeester
Onderwerp Verordening maatschappelijke ondersteuning Halderberge Samenvatting Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) is de raad verplicht een Wmo verordening vast te stellen. De huidige verordening is op 22 april 2021 door de raad vastgesteld. Met ingang van 1 januari 2023 is er voor de maatwerkvoorziening Begeleiding een nieuwe overeenkomst met zorgaanbieders. Voor de producten binnen de maatwerkvoorziening Begeleiding is een eigen bijdrage van toepassing, die is vastgelegd binnen de verordening maatschappelijke ondersteuning. Voor de nieuwe producten binnen de maatwerkvoorziening begeleiding is opnieuw een afweging gemaakt op welke producten een eigen bijdrage wordt gerekend en welke producten daar eventueel op worden uitgezonderd. Hierdoor moet de verordening worden aangepast. Inleiding & beeldvorming Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is de raad verplicht een Wmo verordening vast te stellen. De huidige verordening is op 22 april 2021 door de raad vastgesteld. Doordat op 1 januari 2023 een nieuwe overeenkomst voor de maatwerkvoorziening begeleiding ingaat, en het voorstel is voor twee producten een uitzondering te maken op de eigen bijdrage, is het voorstel de Verordening maatschappelijke ondersteuning aan te passen in artikel 12.
Wij stellen voor de eigen bijdrage voor de producten arbeidsmatige dagbesteding en dagbesteding ontwikkelingsgericht niet te heffen. Voor de overige producten is het voorstel wel een eigen bijdrage te heffen, ook voor de waakvlam producten waar op dit moment geen eigen bijdrage voor betaald hoeft te worden. De eigen bijdrage zoals die op dit moment geldt is het abonnementstarief van € 19,- per maand. Het abonnementstarief geldt voor het totaalpakket van Wmo voorzieningen per client, dus ook bij meerdere voorzieningen wordt € 19,- per maand in rekening gebracht. Het uitsluiten van een eigen bijdrage op het ene product, betekent dus niet dat cliënten per definitie geen eigen bijdrage betalen.
1 van 15
Doelstelling Het bieden van duidelijkheid en kaders aan inwoners over de uitvoering van de Wmo, over de regels over de eigen bijdrage die met ingang van 1 januari 2023 gewijzigd zijn door lokale beleidskeuzes.
Overwegingen Wmo 2015 Met ingang van 1 januari 2020 betalen inwoners die gebruik maken van een maatwerkvoorziening Wmo een eigen bijdrage door middel van een abonnementstarief ( €19,- per maand). Deze eigen bijdrage is een totale eigen bijdrage, ongeacht hoeveel voorzieningen er vanuit de Wmo gebruikt worden. Argumenten 1.1 Waakvlam verschilt inhoudelijk niet van andere producten Begeleiding Het doel van waakvlam is het monitoren van de zelfredzaamheid van de client. Waakvlam is een minder intensief product met een laag tarief. Het is lichte ondersteuning door de zorgaanbieder of alleen een kort contactmoment. Op het product waakvlam geld momenteel geen eigen bijdrage. De eigen bijdrage van €19,- per maand is in verhouding tot de andere producten relatief hoog. Echter, cliënten die beginnen met waakvlam als ondersteuning, krijgen in principe lichte Begeleiding die inhoudelijk niet verschilt van zwaardere Begeleiding. Alleen de intensiteit is minder Omdat dit inhoudelijke verschil er niet is, zouden cliënten ook al in deze fase een eigen bijdrage kunnen betalen. Indien er later zwaardere ondersteuning nodig is, is de eigen bijdrage dan ook geen drempel meer om deze ondersteuning in te zetten 1.2 Een eigen bijdrage op Begeleiding die gericht is op arbeidsmatige participatie is tegenstrijdig met de aard van deze Begeleiding.
Dagbesteding ontwikkelingsgericht en arbeidsmatige dagbesteding zijn gericht op arbeidsmatige participatie. Cliënten hebben het gevoel naar hun werk te gaan. Het is tegenstrijdig als zij daarvoor een eigen bijdrage betalen. Ook vergroot het de tegenstelling tussen Wmo en Participatiewet. Vooral bij cliënten die ontwikkeling kunnen doormaken richting beschut werk of een garantiebaan, kan de eigen bijdrage op Wmo Begeleiding een blokkade zijn. 1.3 Een eigen bijdrage is voor inwoners geen drempel om een voorziening Begeleiding aan te vragen. In het verleden is de eigen bijdrage op Begeleiding afgeschaft om zorgmijding tegen te gaan. Met ingang van 1 januari 2020 is door een wetswijziging de eigen bijdrage veranderd van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage naar een eigen bijdrage door middel van een abonnementstarief. Eind 2019 is besloten om de eigen bijdrage voor Begeleiding opnieuw in te voeren. De Wmo professionals van de gemeente Halderberge hebben aangegeven dat de situaties waarbij de eigen bijdrage een drempel opwerpt en leidt tot zorgmijding op 1 hand te tellen is in de afgelopen jaren. Hierbij is altijd de mogelijkheid om maatwerk te bieden en de eigen bijdrage niet op te leggen.
1.4 Er is met de inwerkingtreding van de nieuwe contracten sprake van een overgangsperiode In de huidige verordening is een overgangsperiode van 3 maanden opgenomen voor het heffen van de eigen bijdrage op de producten Begeleiding. Destijds is hier om administratieve redenen voor gekozen. Met de inwerkingtreding van de nieuwe contracten is er opnieuw sprake van een overgangsperiode met betrekking tot de eigen bijdrage van 1 januari 2023 tot 1 april 2023. Met ingang van 1 april 2023 zullen sommige cliënten dus een wijziging krijgen met betrekking tot het betalen van een eigen bijdrage. 2.1 Eenduidige richtlijn De maatwerkvoorziening begeleiding wordt gezamenlijk ingekocht door de zes samenwerkende gemeenten op het gebied van Wmo. Het is wenselijk dat besluitvorming over de eigen bijdrage regionaal hetzelfde wordt genomen, zodat dezelfde afspraken gelden voor inwoners die gebruik maken van deze maatwerkvoorzieningen. 2 van 15
Risico's 1. 1 De financiële impact is nog niet in te schatten. In de overweging om geen eigen bijdrage te heffen weegt de inhoudelijke kant zwaarder dan de financiële kant. Het voorstel is om voor twee producten een eigen bijdrage te heffen waar nu geen eigen bijdrage voor betaald wordt, en twee producten uit te sluiten op de eigen bijdrage waar nu wel een eigen bijdrage voor betaald wordt. 1.2 Een eigen bijdrage op waakvlam kan cliënten tegenhouden om ondersteuning te accepteren. Waakvlam is een minder intensief product met een laag tarief. Het is lichte ondersteuning door de zorgaanbieder of alleen een kort contactmoment. Op waakvlam geldt momenteel geen eigen bijdrage. De eigen bijdrage van € 19,- is in verhouding tot de andere producten relatief hoog. Het doel van waakvlam is het monitoren van de zelfredzaamheid van de client. De eigen bijdrage kan belemmerend werken in het accepteren van deze lichte vorm van ondersteuning door de client. Echter, cliënten die beginnen met waakvlam als ondersteuning, krijgen in principe lichte Begeleiding die inhoudelijk niet verschilt van zwaardere Begeleiding. Alleen de intensiteit is minder. Omdat dit inhoudelijke verschil er niet is, zouden cliënten ook al in deze fase van waakvlam een eigen bijdrage kunnen betalen. Indien er zwaardere ondersteuning nodig is, is de eigen bijdrage dan ook geen discussie meer.
In de afgelopen jaren is gebleken dat de eigen bijdrage zelden tot zorgmijding leidt. Indien dit wel het geval zou zijn, kan er maatwerk worden geboden door de eigen bijdrage niet op te leggen. Om deze reden adviseren we een eigen bijdrage te heffen op de waakvlam producten. 2.1 Niet instemmen met het voorstel over het wel of niet heffen van een eigen bijdrage U heeft de mogelijkheid om niet in te stemmen met het aanpassen van de verordening door het niet heffen van eigen bijdrage op het product waakvlam en/of het wel heffen van eigen bijdrage op arbeidsmatige dagbesteding en dagbesteding ontwikkelingsgericht. Onder argumenten 1.1 en 1.2 is genoemd waarom dit onwenselijk is. De aanbesteding voor begeleiding is in samenwerking met De6 samenwerkende gemeenten doorlopen. Een eenduidige werkwijze als het gaat om het wel of niet heffen van een eigen bijdrage op producten is gewenst. Financiële gevolgen In de overweging om geen eigen bijdrage te heffen prevaleert de inhoudelijke kant ten opzichte van de financiële kant. Het voorstel is om voor twee producten een eigen bijdrage te heffen waar nu geen eigen bijdrage voor betaald wordt, en twee producten uit te sluiten op de eigen bijdrage waar nu wel een eigen bijdrage voor betaald wordt. De exacte financiële gevolgen hiervan zijn niet te bepalen maar naar verwachting is het effect gering.
Dit komt doordat er veel cliënten zijn met meerdere Wmo voorzieningen, zoals Huishoudelijke Ondersteuning en een scootmobiel of Begeleiding en Huishoudelijke Ondersteuning samen. Het abonnementstarief geldt voor het totaalpakket van Wmo voorzieningen per client, dus ook bij meerdere voorzieningen wordt € 19 per maand in rekening gebracht. Het uitsluiten van een eigen bijdrage op het ene product, betekent dus niet dat cliënten per definitie geen eigen bijdrage betalen. Duurzaamheid Niet van toepassing Burger-& overheidsparticipatie Het voorstel om de Verordening maatschappelijke ondersteuning aan te passen op de eigen bijdrage is ter advisering voorgelegd aan de Adviesraad Sociaal Domein. De adviesraad adviseert positief. Wij hebben het advies overgenomen. Het advies en onze reactie daarop zijn als bijlage toegevoegd. Communicatie De Verordening maatschappelijke ondersteuning Halderberge zal gepubliceerd worden. Daarnaast zullen CAK, zorgaanbieders en Wmo cliënten die gebruik maken van de maatwerkvoorziening begeleiding worden geïnformeerd over de lokale beleidskeuzes. 3 van 15
Vervolg De Verordening maatschappelijke ondersteuning Halderberge dient na besluitvorming op de gebruikelijke weg bekendgemaakt te worden. De Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Halderberge treedt met ingang van 1 januari 2023 in werking. Voorstel Wij stellen voor: 1. de Verordening maatschappelijke ondersteuning, zoals vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 21 april 2021, in te trekken; 2. de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Halderberge vast te stellen. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge.
Bijlage: 1. Advies van de Adviesraad sociaal domein 2. Brief aan de Adviesraad sociaal domein
4 van 15
RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Halderberge; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 1 november
Gemeente Halderberge
gelet op artikel 147 Gemeentewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Algemene wet bestuursrecht; BESLUIT:
1. de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2021, zoals vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 21 april 2021, in te trekken; 2. De Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Halderberge vast te stellen. Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Halderberge Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -
-
-
Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, die algemeen verkrijgbaar is en die niet aanzienlijk duurder is dan vergelijkbare producten; Bijdrage: bijdrage in de kosten als bedoeld in artikel 2.1.4 en 2.1.4a, eerste lid, van de wet; Gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; Huishoudelijke ondersteuning: het -al dan niet samen met de cliënt of mensen uit diens netwerk- verrichten van activiteiten op het gebied van verzorging van het huishouden, zoals het schoonhouden van de voor de kwaliteit van leven van de cliënt woon- en verblijfsruimtes.
-
-
-
-
-
-
2.
Hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; Ingezetene: als ingezetene wordt aangemerkt degene die zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de gemeente Halderberge; Melding: melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet; Sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt en/ of informele zorgverleners Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet. 5 van 15
Artikel 2. Melding hulpvraag 1. 2. 3.
Een hulpvraag kan door of namens een cliënt bij het college worden gemeld. Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk. In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek.
Artikel 3. Cliëntondersteuning 1. 2.
Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op gratis cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt is. Het college wijst de cliënt, zijn vertegenwoordiger en/of zijn mantelzorger voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, op de mogelijkheid voor de cliënt gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning.
Artikel 4. Vooronderzoek; indienen persoonlijk plan 1.
2.
3. 4.
Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek. Voor of tijdens het gesprek verschaft de cliënt het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college hiervoor nodig zijn en waarover de cliënt op dat moment redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. Als de cliënt genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan het college in overeenstemming met de cliënt afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid. Het college brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen.
Artikel 5. Gesprek 1. Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de degene door of namens wie de melding is gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig: a. de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; b. het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; c. de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; d. de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; e. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; f. de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
g.
2. 3. 4.
de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang; h. de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; i. welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet verschuldigd zal zijn, en de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in j. begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze. Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 4, vierde lid, aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure. Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de cliënt afzien van een gesprek.
Artikel 6. Verslag van het onderzoek 1. 2. 3.
Het college zorgt voor een verslag van de uitkomsten van het onderzoek. Binnen 10 werkdagen na het gesprek verstrekt het college aan de cliënt de in het eerste lid bedoelde verslag. Opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt worden aan het verslag van de uitkomsten van het onderzoek toegevoegd.
Artikel 7. Aanvraag 1. 2.
Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kunnen een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college. Het college kan het ondertekend verslag van de uitkomsten van het onderzoek aanmerken als aanvraag.
Artikel 8. Criteria voor een maatwerkvoorziening
2.
Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: a. ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de client ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, of b. ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico's voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het col-
3.
4.
5. 6.
lege niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Ten aanzien van een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie geldt dat een cliënt alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt als de noodzaak tot ondersteuning: a. voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was, en b. voorzienbaar was, maar van de cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, a. tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b.
tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of c. als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening. Onverminderd het bepaalde in lid 5 wijst het college een aanvraag voor een persoonsgebonden budget of een maatwerkvoorziening voor een woningaanpassing af indien de client niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college.
Artikel 9. Advisering bij melding of aanvraag Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen als het dit van belang acht voor de beoordeling van de aanvraag om een maatwerkvoorziening. Artikel 10. Inhoud beschikking In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval aangegeven of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. 2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; c. hoe de voorziening wordt verstrekt, en indien van toepassing, en d. welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb kan worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en e. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. 4. Als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover in de beschikking geïnformeerd. 1.
Artikel 11. Regels voor pgb Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6. van de wet. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt. 3. De hoogte van een pgb: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; b. wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en c. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura 4. De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor: a. een zaak: op basis van de kostprijs van de zaak die de cliënt zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten; b. huishoudelijke ondersteuning: 1.
uitgevoerd door een persoon uit het sociale netwerk of derde niet zijnde een daartoe opgeleid persoon: het wettelijke minimumloon en minimum vakantiebijslag en het door het college goedgekeurde PGB-plan. 2. uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon of waarvoor bijzondere deskundigheid is vereist: op basis van het laagste toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder. c. begeleiding: 1. uitgevoerd door een persoon uit het sociaal netwerk of een niet daartoe opgeleid persoon: op basis van het laagste toepasselijke tarief per uur of resultaat dat voor dergelijke hulp uitgevoerd door informele hulpverleners wordt gehanteerd bij de uitvoering van de Wet langdurige zorg; 2. uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon of waarvoor bijzondere deskundigheid is vereist: op basis van het laagste toepasselijke tarief per uur of resultaat dat voor dergelijke hulp zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; d. vervoer van en naar de dagbesteding: basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief voor zorg in natura, uitgaande van de dichtst bij de woning van de cliënt gelegen geschikte dagbestedingslocatie en rekening houdende met eventuele beperkingen die het reizen met bepaalde vormen van het openbaar vervoer door de cliënt belemmeren; e.
taxi- en rolstoeltaxivervoer: op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van maximaal 1500 kilometers per jaar; f. een autoaanpassing: op basis van het programma van eisen en de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde leverancier; g. verhuiskosten: op basis van de laagste kostprijs van de verhuizing die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente contracteerde verhuizer en rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende verhuizer; 1.
2.
h. aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel: op basis van de laagste prijs en het laagste tarief die hiervoor zouden worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde leverancier; i. het bezoekbaar maken van een woning: op basis van het programma van eisen en de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aannemer en rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende aannemer. 5. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk als: a. deze persoon hiervoor een tarief hanteert dat niet hoger is dan het op grond van het derde en vierde lid gehanteerde tarief of het bij de uitvoering van de Wet langdurige zorg gangbare tarief voor informele hulpverleners, en b. tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald. Artikel 12. Regels voor bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen, met uitzondering van de bij verordening aangewezen algemene voorzieningen Op dit moment zijn er geen algemene voorzieningen waar een bijdrage in de kosten van de inwoner wordt gevraagd.
Artikel 12a. Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen 1.
2.
3. 4. 5.
Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste het bedrag als genoemd in artikel 2.1.4a, vierde lid, voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo geen of een lagere eigen bijdrage is verschuldigd. Een cliënt is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt. Er zijn geen bij verordening aangewezen algemene voorzieningen. In afwijking van het eerste en tweede lid en in afwijking van artikel 2.1.4.a, vierde lid van de wet: a. is de cliënt voor de maatwerkvoorziening collectief vraagafhankelijk vervoer een ritbijdrage verschuldigd op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, waarbij de betaling van deze bijdrage door de aanvrager door de vervoerder in ontvangst wordt genomen, in naam en voor rekening van de gemeente die het vervoer aanbiedt; b. kan een cliënt zich door één sociale begeleider laten vergezellen.
De begeleider is tweemaal het in de regio gangbare toepasselijke tarief verschuldigd, tenzij de begeleiding naar het oordeel van het college medisch noodzakelijk is. In dat geval is het vervoer van de begeleider gratis; c. is de cliënt geen eigen bijdrage verschuldigd voor de maatwerkvoorzieningen dagbesteding ontwikkelingsgericht en arbeidsmatige dagbesteding; d. is voor personen aan wie voor de inwerkingtreding van deze verordening een maatwerkvoorziening begeleiding is toegekend en die geen eigen bijdrage verschuldigd waren een eigen bijdrage verschuldigd vanaf 1 april 2023.
6.
7. 8. 9.
De kostprijs van een: a. maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; b. pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. De bijdrage voor de (maatschappelijke) opvang wordt geïnd door de aanbieder die de opvang biedt. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, wordende bijdragen voor een maatwerkvoorziening door het CAK vastgesteld en geïnd. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
Artikel 13. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1.
2.
3.
Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; d. voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van de beroepskrachten tenminste voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen
Artikel 14. Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1.
2. 3.
4.
Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar. De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de wet, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld. Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening
Artikel 15. Voorkoming en bestrijding van ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen waaronder ook pgb en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015 1.
2.
3.
4.
5.
6.
Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening waaronder ook een pgb en een financiële tegemoetkoming zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening is aangewezen; c. de maatwerkvoorziening niet meer toereikend is te achten; d. de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening verbonden voorwaarden, of e. de cliënt de maatwerkvoorziening niet of voor een ander doel gebruikt.
Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. Als het recht op een in eigendom of in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.
Artikel 15a. Opschorting betaling uit het pgb Het college kan de Sociale Verzekeringsbank verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting voor ten hoogste dertien weken van een betaling uit het pgb als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen van handelen of nalaten als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a. d. of e. van de wet. Artikel 15b. Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan.
Artikel 16. Jaarlijkse waardering mantelzorgers 1. Mantelzorgers van cliënten in de gemeente Halderberge komen in aanmerking voor een mantelzorgcompliment in de vorm van een jaarlijkse blijk van waardering. Een verzoek om een mantelzorgcompliment toe te kennen kan door of namens de cliënt worden gemeld bij een door het college aan te wijzen instelling. 2. De jaarlijkse blijk van waardering wordt jaarlijks na overleg met het steunpunt mantelzorg vastgesteld en bestaat uit: a) het organiseren van de dag van de mantelzorg; b) waardebonnen van plaatselijke ondernemers.
3. Het college stelt jaarlijks de waarde vast van de waardebonnen als bedoeld in het tweede lid, onder b. Artikel 17. Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen Het college kan in overeenstemming met het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, op aanvraag aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben, een tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie. Artikel 18. Financiële tegemoetkoming Het college kan op basis van artikel 2.3.5, derde lid van de wet een tegemoetkoming verstrekken voor: a. taxikosten bedraagt jaarlijks: € 1.185,b. rolstoeltaxikosten bedraagt jaarlijks: € 1.780,c. verhuis en herinrichtingskosten bedraagt: € 2.470,d. aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel bedraagt één keer per drie jaar: € 2.800,e. het bezoekbaar maken van een woning bedraagt: € 2.500,Artikel 19. Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden 1.
2.
3.
4.
5.
Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: a. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan van een overeenkomst met de derde; of b. een reële prijs die geldt als ondergrens voor: 1. een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde, en II. de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan a. de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de wet, en rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, b. tweede lid, van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: de kosten van de beroepskracht; a. redelijke overheadkosten; b. kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, C. ziekte, scholing, werkoverleg; reis en opleidingskosten; d. indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; e.
overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanf. bieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. Het college kan het eerste lid, onderdeel b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde de eis wordt gesteld een reële prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op hetgeen gesteld is in het tweede en derde lid. Daarover legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad. Het college bepaalt met welke derde als bedoeld in het eerste lid hij een overeenkomst aangaat.
Artikel 20. Klachtregeling 1.
2. 3.
Het college stelt een regeling vast voor afhandeling van klachten van cliënten die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen en aanvragen als bedoeld in deze verordening. Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten in ieder geval ten aanzien van maatwerkvoorzieningen. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders, en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.
Artikel 21. Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning 1.
2.
Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn in ieder geval ten aanzien van maatwerkvoorzieningen. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.
Artikel 22. Betrekken van ingezetenen bij het beleid Het college stelt ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, vroegtijdig gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie. Het college kan nadere regels vaststellen ter uitvoering van het eerste en tweede lid. Artikel 23. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van hetgeen bij deze verordening is bepaald, indien toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 24. Intrekking oude verordening en overgangsrecht De Verordening maatschappelijke ondersteuning Halderberge 2021, zoals vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 22 april 2021 wordt ingetrokken.
Artikel 25. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag nadat deze is bekendgemaakt. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning Halderberge. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Halderberge op 15 december 2022
de griffier,
de voorzitter,
de hr
drs. B.J.A. Roks