CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

0 Sakko memo uitspraak 02-02 (8 bijlagen + 4x beantwoording vragen).pdf

Gemeenteraad 11 februari 2021, gemeente HalderbergeBij agendapunt: AANVULLING: MEMO (met bijlagen) benzineverkooppunt Borchwerf II nav commissie 27-01-2021 (toegevoegd 04-02-2021). Vragen Lokaal Halderberge met bijlagen toegevoegd (09-02-21)4.445 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO

Aan Van Datum Betreft Afschrift aan

: : : : :

Gemeenteraad Halderberge College van burgemeester en wethouders 2 februari 2021 Sakko / Benzineverkooppunt Borchwerf II

Inleiding Tijdens de commissievergadering B&O zijn door nagenoeg alle partijen vragen gesteld naar aanleiding van het raadsvoorstel met betrekking tot de Verklaring van geen bedenkingen voor de vestiging van een benzineverkooppunt op Borchwerf II. Daarbij is toegezegd dat er een nadere uitleg zou worden gegeven op de gang van zaken en er een antwoord wordt gegeven op de door u gestelde vragen. In de onderhavige casus komen twee lijnen samen. Daarbij gaat het om de Algemene verklaring van geen bedenkingen, en de concrete aanvraag om de vestiging van een benzineverkooppunt. Deze twee lijnen dienen los van elkaar gezien te worden, maar zijn op sommige punten nauw verweven. De notitie is zo opgezet dat er een totaal overzicht wordt gegeven, waarbij geprobeerd is de door u gestelde vragen zoveel mogelijk in te beantwoorden. De antwoorden op de door u gestelde vragen zijn cursief weergegeven. Daarnaast zijn alle vragen van de verschillende fracties afzonderlijk als bijlage bijgevoegd, met daarbij de individuele beantwoording per fractie.

Tijdlijn In 2012 heeft de gemeenteraad een Algemene verklaring van geen bedenkingen vastgesteld. Deze Algemene verklaring gaf in een heel algemene categorie de bevoegdheid van de raad aan het college om in voorkomende gevallen van de vigerende bestemmingsplannen af te wijken. Op 1 september 2016 heeft Sakko een principe-aanvraag ingediend bij het college voor het vestigen van een tankstation op bedrijventerrein Borchwerf II te Oud Gastel. (Bijlage) Vervolgens heeft het college op 18 oktober 2016 een principebesluit genomen om onder voorwaarden medewerking te verlenen aan het initiatief. (Bijlage) Die voorwaarden bestonden eruit dat er sprake moest zijn van een duurzaam benzinestation. Dit heeft ertoe geleid dat op 29 juni 2017 door Sakko een omgevingsvergunning is aangevraagd voor het oprichten van een onbemand tankstation met bijbehorende bouwwerken, zoals reclamemast, op kavel A7A op bedrijventerrein Borchwerf II te Oud Gastel. (Bijlage) Het college heeft hierbij de raad niet gepasseerd. De aanvraag paste binnen het raadsbesluit van 2012 en is ook dusdanig in behandeling genomen. Voor deze aanvraag is de destijds Sakko memo uitspraak 01-02

pagina 1 van 9

MEMO normaal geldende procedure gevolgd. De gemeenteraad had in 2012 een algemene verklaring van geen bedenkingen afgegeven waarbinnen deze ontwikkeling viel, zodat het college bevoegd was om hier medewerking aan te verlenen. Het college heeft de raad dus geen verklaring van geen bedenkingen gevraagd, omdat de raad in 2012 reeds had aangegeven dat hij dat niet nodig vond. Bij het besluit van de raad in 2012 stond het belang van de initiatiefnemer voorop. De snelheid in het proces is immers niet gebaat bij een procedure waarbij men twee keer langs de raad moet, waarna vervolgens het college de vergunning kan verlenen. De Algemene verklaring van geen bedenkingen is vanaf 2012 regelmatig gebruikt. Daarbij zijn we nooit in een dergelijke situatie gekomen. Door de wens van de gemeente om meer maatwerk te leveren en ontwikkelingen passend te krijgen betekent dit echter dat de uitleg van het beleid zoveel mogelijk in het voordeel van de inwoners en initiatiefnemers uitgelegd wordt. Dat kan betekenen dat het wel eens verkeerd kan gaan. Daarnaast is dit de eerste planafwijking die toegepast wordt op een bedrijventerrein. Een eerdere toetsing van het beleid door de rechter heeft nooit plaatsgevonden. Bij ontwikkelingen wordt de voorkeur gegeven aan een bestemmingsplan, omdat daarbij de grootste flexibiliteit mogelijk is.

Daarnaast is het ook zo dat het college in het principebesluit de wens heeft uitgesproken om in eerste instantie aan het initiatief medewerking verlenen, waarbij de initiatiefnemer werd uitgenodigd om het plan verder uit te werken. Het toevoegen van functies als aanvulling op de bedrijvigheid op de bedrijventerreinen valt binnen de categorieaanwijzing. Vervolgens is het college tot het inzicht gekomen dat het plan niet voldoet aan de eisen van een nextgeneration tankstation. Daarbij is onvoldoende aandacht besteed aan de mogelijke gevolgen voor de door de raad gegeven aanwijzing. De aanvraag ziet op de activiteiten: het bouwen van een bouwwerk, het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan en het aanleggen of veranderen van een uitrit. In de Ruimtelijke onderbouwing behorende bij de aanvraag staat dat Sakko de intentie heeft om een zogeheten `next generation' tankstation te bouwen. Behalve de reguliere brandstoffen Diesel EN590 en Euro95 benzine zullen er snellaadpunten voor elektrische voertuigen komen en zal er (HVO) diesel verkocht worden. Het tankstation zal verder voorzien worden van zonnepanelen bovenop de luifel om zodoende zelfvoorzienend te zijn. Sakko geeft in de Ruimtelijke onderbouwing verder aan dat zij in de toekomst ook H2 (waterstof), LNG en CNG wil gaan leveren indien daar (commerciële) mogelijkheden toe bestaan.

In het bouwplan is daarmee al rekening gehouden, onder meer door het aanbrengen van leidingwerk onder de vloeistofdichte vloer. Na de aanvraag is de initiatiefnemer bezig geweest met het vervolmaken van de ruimtelijke onderbouwing en de stukken behorende bij de aanvraag. Toen dit compleet was heeft het college bij brief van 7 februari 2018 heeft het college aan Sakko medegedeeld dat zij de ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage wil gaan leggen. De ontwerp-omgevingsvergunning met bijbehorende stukken heeft vanaf 15 februari 2018 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn een aantal zienswijzen ingediend door exploitanten van tankstations in de omgeving; Enviem Retail Real Estate B.V., Jora Oliehandel B.V., Klaverweide Beheer B.V., Tank Easy Roosendaal B.V. en DCB Borchwerf Beheer B.V. (Bijlage) Aansluitend hierop heeft het college de aangevraagde omgevingsvergunning geweigerd, omdat samengevat uit de aanvraag en de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing onvoldoende blijkt dat sprake is van een duurzaam brandstoffenverkooppunt. Daarnaast kan Sakko memo uitspraak 01-02

pagina 2 van 9

MEMO bij verlening naar de mening van het college sprake zijn van een minder goed ondernemersklimaat en blijkt onvoldoende dat er een actuele regionale behoefte bestaat. In de tussentijd was gebleken, na landelijke uitspraken dat de Algemene verklaring van geen bedenkingen zoals deze door de raad in 2012 was vastgesteld niet meer gebruikt kon worden en is de raad verzocht nieuwe categorieën aan te wijzen. Op 12 maart 2020 heeft het college een herstelbesluit genomen om de weigering van de omgevingsvergunning nader te motiveren. (Bijlage) Hiertegen heeft Sakko beroep ingesteld. Dit beroep is behandeld door de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De rechtbank heeft vervolgens uitspraak gedaan en heeft het beroep van Sakko gegrond verklaard. (Bijlage) Met initiatiefnemer is regelmatig ambtelijk overleg geweest. Daarnaast heeft initiatiefnemer een brief gehad met het voorgenomen standpunt van het college en het voornemen om dit ook als weigering aan de gemeenteraad voor te leggen. Voor grote onderhandelingen is echter geen ruimte. Het college dient een besluit te nemen op de ingediende aanvraag en kan alleen afgaan van hetgeen daarin is weergegeven (en dus in de daarbij behorende ruimtelijke onderbouwing.) Op 1 december 2020 heeft het college besloten uw raad de ontwerp verklaring van geen bedenkingen voor te leggen.

Gelet op de raadskalender is daarbij 11 februari 2021 de eerste mogelijkheid om een concept-VVGB door de raad vast te laten stellen. De samenvatting van de standpunten van beide partijen zijn samengevat in de inspraaknotities. De in de uitspraak genoemde termijnen zijn termijnen van orde. Gelet op de te volgen procedure is deze termijn niet haalbaar. Dit heeft geen juridische consequenties. Eventueel kan door de initiatiefnemer een beroep worden gedaan op de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen. Aangezien aangetoond kan worden dat de termijnen niet te halen zijn, alleen al door het feit dat er twee raadsbesluiten en een terinzagelegging benodigd is om tot een besluit te komen, zodat een beroep op die wet niet zal slagen.

Waarom is de vergunning geweigerd? Er zijn twee verschillende partijen die lijnrecht tegenover elkaar, die elk goede argumenten hebben, dit maakt het dossier erg complex. De termijnen zijn termijnen van orde, waarbij de zorgvuldigheid van het proces voor ons belangrijker was. Vandaar dat er ook diverse ambtelijke gesprekken hebben plaatsgevonden en er een volledige heroverweging heeft plaatsgevonden van de aanvraag. Het college blijft op basis van de ruimtelijke onderbouwing van mening dat het benzineverkooppunt in deze vorm niet acceptabel is. Normaliter volgt op een aanvraag om omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan, het zogenoemde planafwijkingsbesluit, altijd een positief besluit. Eventueel met aanpassingen als gevolg van zienswijzen. In de regel volgt geen afwijzing. Het college heeft immers op voorhand reeds aangegeven dat het in principe medewerking wil verlenen. Toch kan het voorkomen dat het door de verandering van inzichten, verloop van tijd, of ingediende zienswijzen blijkt dat er zwaarwegende redenen zijn om de vergunning alsnog te weigeren. Sakko memo uitspraak 01-02

pagina 3 van 9

MEMO Het afwijken van het bestemmingsplan is nog steeds een bevoegdheid van het college en in geen geval een verplichting en kan alleen plaatsvinden als er sprake is van een goede belangenafweging en een goede ruimtelijke onderbouwing. Uit het principebesluit blijkt dat het college bereid is medewerking te verlenen aan een duurzaam benzineverkooppunt. Uit de stukken behorende bij de aanvraag en zoals deze ter inzage hebben gelegen blijkt naar de mening van het college onvoldoende dat er sprake is van een duurzame ontwikkeling. De door het college gevraagde meerwaarde ontbreekt bij dit initiatief of is althans onvoldoende aanwezig. Het feit dat uitbreiding naar een next generation tankstation op termijn mogelijk is, is onvoldoende reden om te besluiten dat er niet aan de uitgangspunten wordt voldaan. De reden voor de weigering van de omgevingsvergunning is dat er ten tijde van het principebesluit behoefte was een aan tankstation voor duurzame motorbrandstoffen. Er is echter een omgevingsvergunning aangevraagd voor reguliere motorbrandstoffen. Aan een tankstation voor reguliere motorbrandstoffen is naar de mening van de het college geen behoefte. Deze redenen zijn hieronder uitgewerkt

Principebesluit Op 18 oktober 2016 heeft het college een principebesluit genomen om medewerking te verlenen aan het initiatief. Onder omstandigheden kan het college bij de vergunningverlening terugkomen op de aanvankelijke bereidheid om medewerking te verlenen. Volgens de Afdeling (ABRS 5 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:775) moet dan goed gemotiveerd kunnen worden welk nieuw inzicht er is en hoe rekening is gehouden met het bij de verzoeker gewekte vertrouwen en diens belangen. De uiteindelijke beslissing hangt af van alle in de verdere loop van de procedure naar voren gekomen feiten en belangen. Daar vallen ook de belangen van derden onder. Deze belangen zijn in ieder geval in de zienswijzen naar voren gekomen.

Next generation tankstation Uit het principebesluit blijkt dat het college bereid is medewerking te verlenen aan een duurzaam benzineverkooppunt. Uit de stukken behorende bij de aanvraag en zoals deze ter inzage hebben gelegen blijkt naar de mening van het college onvoldoende dat er sprake is van een duurzame ontwikkeling. De gevraagde meerwaarde ontbreekt bij dit initiatief of is althans onvoldoende aanwezig. Het feit dat uitbreiding naar een next generation tankstation op termijn mogelijk is, is reden om te besluiten dat er op dit moment niet aan de uitgangspunten wordt voldaan. Uit de aanvraag en de ruimtelijke onderbouwing blijkt voldoende dat alleen reguliere motorbrandstoffen zullen worden verkocht. Juist de ontwikkeling van een next generation tankstation was voor het college reden om medewerking te verlenen. Een initiatief voor een regulier benzineverkooppunt op Borchwerf II was immers al afgewezen in 2008. Het college is van mening dat Sakko niet in de belangen is geschaad door de weigering een omgevingsvergunning te verlenen, doordat er geen omgevingsvergunning is aangevraagd voor een tankstation voor duurzame motorbrandstoffen. Er is geen reden om enige vorm van compensatie te bieden.

Sakko memo uitspraak 01-02

pagina 4 van 9

MEMO Tankstation voor reguliere motorbrandstoffen De omgevingsvergunning is aangevraagd voor een tankstation in reguliere motorbrandstoffen. Dit staat ook in pagina 8 van de ruimtelijke onderbouwing, waarin staat dat er slechts de intentie is om in de toekomst duurzame motorbrandstoffen aan te bieden als daartoe commerciële mogelijkheden bestaan. Uit de aanvraag omgevingsvergunning zelf volgt dat alleen een tankstation voor reguliere motorbrandstoffen is aangevraagd, namelijk benzine, diesel en adblue die wordt toegepast in dieselmotoren. Uit de brandstofvisie van het Rijk volgt dat dit reguliere motorbrandstoffen zijn.

Behoefte en ladder duurzame verstedelijking Ongeacht de ladder duurzame verstedelijking is het college niet bereid om planologisch mee te werken aan een tankstation voor reguliere motorbrandstoffen. Daaraan is geen behoefte. Niet voor niets heeft het college niet meegewerkt aan een initiatief voor een regulier benzineverkooppunt op Borchwerf II in 2008. In de landelijke brandstofvisie volgt ook dat er geen behoefte is aan extra tankstations in reguliere motorbrandstoffen. In de toekomst zullen niet alleen auto’s maar ook vrachtwagens op elektriciteit gaan rijden. De Ladder duurzame verstedelijking dwingt ons bij de beoordeling of sprake is van een actuele regionale behoefte, de behoefte tegen het bestaande aanbod af te wegen. Op basis van de beschikbare gegevens blijkt onvoldoende dat er sprake is van een (actuele regionale) behoefte. In dat verband verwijst het college ook naar de brandstofvisie.

Brandstofvisie Uit het rapport "Een duurzame brandstofvisie met LEF. De belangrijkste uitkomsten uit het SER-visietraject naar een duurzame brandstoffenmix in Nederland" van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu van juni 2014 volgt dat er steeds minder behoefte is aan reguliere motorbrandstoffen zoals benzine en diesel. Voor auto’s wordt ingezet op elektriciteit en voor vrachtwagens op waterstof, LNG en CNG. Momenteel werkt het Rijk aan een brandstofvisie 2.0. De eerste tekenen van die vernieuwde brandstofvisie zijn dat daarin ook vrachtwagens elektriciteit als energiedrager hebben. De gemeente schaart zich achter de brandstofvisie van het Rijk en wil niet meewerken aan nieuwe reguliere tankstations binnen de gemeente.

Ondernemersklimaat Hoewel concurrentie op zich geen reden is om geen medewerking te verlenen aan een initiatief, kan dit onder omstandigheden leiden tot een situatie waarbij er geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Nu er sprake is van een afwijking van het vigerend bestemmingsplan dienen alle belangen echter in ogenschouw genomen te worden. In dit geval betekent dit dat de afwijkingsbevoegdheid in de Wabo een regel is die is gesteld in het kader van een goede ruimtelijke ordening; het behouden en herstellen van een goed ondernemersklimaat is onderdeel van een goede ruimtelijke ordening en het is niet op voorhand uitgesloten dat de komst van de concurrent in reguliere motorbrandstoffen zal leiden tot omzet- en inkomstendaling en dus een minder goed ondernemersklimaat.

Sakko memo uitspraak 01-02

pagina 5 van 9

MEMO Schaarse rechten Een schaarse vergunning is een vergunning waarvan er slechts één of een beperkt aantal kan worden verleend, terwijl er meer (potentiële) aanvragers zijn. Dat wil overigens niet zeggen dat er per definitie feitelijk al meer gegadigden dan vergunningen moeten zijn om van schaarste te kunnen spreken. Een vergunning die in potentie schaars is, zonder dat het aantal daadwerkelijke gegadigden op enig moment het aantal vergunningen overschrijdt, is al aan te merken als een schaarse vergunning. De schaarste kan voortkomen uit natuurlijke schaarste. Dat is schaarste die ontstaat door een beperking qua natuurlijke hulpbronnen of technische capaciteit. Bijvoorbeeld (ether)frequentievergunningen. Schaarste kan ook ontstaan vanuit beleidsmatige overwegingen, bijvoorbeeld door een maximumaantal op te nemen in een (gemeentelijke) verordening, bijvoorbeeld coffeeshops, casino’s, marktstandplaatsen etc. Voor de vraag hoe om te gaan met schaarse vergunningen is het in beginsel niet relevant of er sprake is van natuurlijke of beleidsmatige schaarste. Bestuursorganen moeten bij het verlenen van zogenoemde schaarse vergunningen potentiële gegadigden de mogelijkheid bieden om naar de beschikbare vergunningen mee te dingen. Dit vloeit voort uit het formele gelijkheidsbeginsel, het beginsel van gelijke kansen.

Bestuursorganen moeten daarbij een ‘passende mate van openbaarheid’ garanderen. Het bestuursorgaan moet informatie geven over de (1) verdelingsprocedure, (2) het aanvraagtijdvak en (3) de toe te passen criteria. Deze informatie moet voor het begin van de aanvraagperiode adequaat bekend worden gemaakt. Het is (in beginsel) niet mogelijk om schaarse vergunningen voor onbepaalde tijd te verlenen. Nu het bestemmingsplan de vestiging van een brandstoffenverkooppunt uitsluit, wordt de zienswijze gevolgd dat de gemeente met de ontwerpvergunning voor Sakko de impliciete keuze heeft gemaakt voor 'verdeling op volgorde van binnenkomst' (zie de conclusie A-G van 25 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1421). Een impliciete keuze voor verdeling op volgorde van binnenkomst is in beginsel alleen mogelijk als de beschikbaarheid van de vergunning adequaat wordt bekendgemaakt voordat de aanvraagperiode begint. Daarvan is hier geen sprake. Gelet op bovenstaande redenen was en is het college van mening dat de omgevingsvergunning geweigerd moet worden.

Verklaring van geen bedenkingen specifiek De rechtbank heeft de weigering vernietigd, onder andere doordat de algemene verklaring van geen bedenkingen (VVGB) onvoldoende concreet was voor het onderhavige geval. De algemene verklaring van geen bedenkingen wordt opgesteld, niet voor een specifiek geval, maar voor algemene categorieën waarbinnen de raad vooraf aangeeft dat hij bepaalde ontwikkelingen ruimtelijk acceptabel vindt, maar die niet dusdanig al in bestemmingsplannen zijn geregeld. Dat kan gaan om ontwikkelingen die wel zijn vastgelegd in visies, actiekaart of ander raadsbeleid, maar die bij het vaststellen van bestemmingsplannen niet voorzien of nog niet voldoende concreet waren. Gelet hierop dient er een nieuw besluit genomen te worden en dient de raad verzocht te worden een ontwerp VVGB vast te stellen. De ontwerpweigering en de ontwerp VVGB Sakko memo uitspraak 01-02

pagina 6 van 9

MEMO dienen vervolgens voor zienswijzen ter inzage te worden gelegd, waarna de raad eventuele zienswijzen op de VVGB dient te beoordelen en vervolgens een definitieve VVGB af kan geven. Het college van burgemeester en wethouders kan vervolgens een besluit op de aanvraag op de omgevingsvergunning nemen. De categorie die vernietigd is, was speciaal gemaakt voor ontwikkelingen op de bedrijventerreinen: 6.Wijzigen of toevoegen van functies op bestaande bedrijventerreinen, zolang deze functie complementair zijn aan de bestaande invulling van de bedrijventerreinen en de mogelijkheden van de bestaande bedrijvigheid niet onevenredig aantasten. Het college zag dit als het oordelen over het al dan niet toevoegen van een functie op een bedrijventerrein, waarbij de functie complementair is. De rechtbank was van mening dat wijzigen en toevoegen niet aangeeft dat het college ook mag weigeren en dat dat dus aan de raad is gebleven. De overige categorieën zijn in stand gebleven. De uitspraak heeft dus geen gevolgen voor de andere delen van de aanwijzing. Hier zijn geen nieuwe besluiten voor benodigd. De juridische procedure is hier zuiver gezien niet belangrijk. Centraal staat de vraag of een benzineverkooppunt planologisch aanvaardbaar is. De juridische procedure doet daar niet aan af.

De raad dient niet zijn standpunt te bepalen naar aanleiding van de geschiedenis, maar alleen naar die aanvaardbaarheid. Vandaar dat er zuiver is geadviseerd. De inspraakreactie is opgesteld namens de initiatiefnemer met als doel uw raad te bewegen tot het toestaan van een benzineverkooppunt. Namens vijf andere exploitanten is ook een inspraakreactie ontvangen, waaruit een heel ander beeld ontstaat. De gemeenteraad is bevoegd tot het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) in het kader van een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 aanhef sub a en onder 3 Wabo (de projectomgevingsvergunning). Hoewel de bevoegdheid tot verlening van een dergelijke vergunning berust bij het college van burgemeester en wethouders, is het college niet bevoegd een ontwerpbesluit voor de VVGB voor te bereiden en ter inzage te leggen. Het college dient een besluit te nemen op de ingediende aanvraag en kan alleen afgaan van hetgeen daarin is weergegeven (en dus in de daarbij behorende ruimtelijke onderbouwing). Daarbij gaat het niet om de vraag of er wel of geen vertrouwen is op de doorontwikkeling, maar kan er alleen maar gekeken worden naar wat er is aangevraagd. De gemeente mag een aanvraag ook niet ambtelijk wijzigen. Gelet op de aanvraag is het college nogmaals van mening dat de aanvraag geen next-generation tankstation behelst.

Is een VVGB vereist, dan kunnen op grond van artikel 3.11 lid 3 Wabo ook zienswijzen tegen het ontwerp van de VVGB worden ingediend. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een uitspraak tegen een andere gemeente aangegeven dat het bevoegd gezag, wanneer een aanvraag om omgevingsvergunning is ontvangen, beoordeelt of er aspecten zijn waarover een ander bestuursorgaan een VVGB moet afgeven. Het ontwerp van de beslissing over de VVGB doorloopt dezelfde procedure als het ontwerpbesluit. Dit houdt in dat ten aanzien van beide onderdelen zienswijzen kunnen worden ingediend. De beoordeling en eventuele verwerking daarvan in de definitieve beslissing over de VVGB gebeuren door het orgaan dat bevoegd is de verklaring te geven. Een VVGB is in dit kader niet zozeer een goedkeuringsinstrument, Sakko memo uitspraak 01-02

pagina 7 van 9

MEMO maar is er juist voor om een bestuursorgaan te laten beslissen over een de bevoegdheid van een ander orgaan. Het college had in de uitspraak van de Afdeling het ontwerpbesluit over de VVGB opgesteld, dit ter inzage gelegd en vervolgens de vaststelling door de raad laten doen. De raad is echter het bevoegde bestuursorgaan in het kader van de VVGB. Dit betekent dat de appellant niet de mogelijkheid had om zienswijzen in te dienen bij de raad over het ontwerp. Dit is in strijd met artikel 3.11 Wabo. Dit betekent dat er twee keer een besluit aan de raad gevraagd moet worden. Een keer om een ontwerp VVGB vast te laten stellen. De tweede keer om de definitieve VVGB vast te stellen, met daarbij de beantwoording van de zienswijzen, die er in dit geval zeker zullen komen. Wat precies een next generation is, is niet 100% te kwalificeren. Duidelijk is dat het verder moet gaan dan alleen de verkoop van de traditionele fossiele brandstoffen en liever nog, helemaal geen verkoop van deze traditioneel fossiele brandstoffen. Daarnaast is de aanvraag uit 2016 en volgen de ontwikkelingen zich razendsnel op. De grote toename in bijvoorbeeld elektrische auto’s en de zoektocht naar alternatieve energiebronnen heeft in de afgelopen jaren een grote vlucht genomen.

Het toevoegen van bijvoorbeeld een laadpaal is nu meer een vanzelfsprekendheid dan dat er sprake is van een next generation benzineverkooppunt. De set argumenten zijn hetzelfde als het college heeft gebruikt. Het is aan de gemeenteraad om hier een weging aan te geven. De gemeenteraad zal dan besluiten om wel of geen verklaring van geen bedenkingen af te geven. Als de raad wel een dergelijke verklaring afgeeft, kan het college deze overnemen en alsnog besluiten de vergunning te verlenen. Als de raad besluit om op basis van de argumenten de verklaring te weigeren, ook dan kan het college dit overnemen om wederom de vergunning te weigeren. De raad heeft tweemaal in een bestemmingsplan (“Bedrijventerrein Borchwerf II” en bestemmingsplan “Borchwerf II”) vastgelegd dat de vestiging van een benzineverkooppunt op Borchwerf II niet wenselijk is. Het college heeft het besluit niet zozeer op basis van een goede ruimtelijke ordening genomen, maar op basis van het feit dat de aanvraag slechts ziet op een traditioneel benzineverkooppunt. Of de vestiging onder een goede ruimtelijke ordening valt is aan de raad om uit te maken. Als de raad ja zegt tegen het raadsvoorstel, wordt nee gezegd tegen de ontwikkeling van initiatiefnemer. De raad zegt dan dat een dergelijk plan niet wenselijk is op deze locatie. Dat geldt dus in principe ook voor andere soortgelijke initiatieven op deze locatie.

Maar elke nieuw verzoek moet dan weer voorgelegd worden aan de raad met de vraag of dit planologisch aanvaardbaar is. De vraag die aan de gemeenteraad voorligt is geen andere dan de vraag of de gemeenteraad de vestiging van een benzineverkooppunt in de gevraagde vorm ruimtelijk gezien acceptabel vindt op de gevraagde locatie. Daarbij gaat het niet om economische motieven als concurrentie e.d. maar dient de afweging op ruimtelijke redenen afgewezen te worden. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het feit dat detailhandel op een bedrijventerrein niet wenselijk is, waarbij de rechtstreekse verkoop aan particulieren als detailhandel wordt gezien. Daarnaast kan een benzineverkooppunt bijvoorbeeld voor een grotere verkeersaantrekkende werking zorgen. Maar ook voor zijn er goede argumenten te vinden. Het is aan de raad om daarin een standpunt te bepalen. Sakko memo uitspraak 01-02

pagina 8 van 9

MEMO Verklaring van geen bedenkingen algemeen Zoals aangegeven blijft het bij de aanwijzing van categorieën waarvoor het college geen verklaring van geen bedenkingen hoeft te vragen aan de raad zoeken naar een goede balans tussen bruikbaarheid en concreetheid. Het is niet de bedoeling dat de verschillende categorieën te specifiek zijn, zodat de aanwijzing maar één keer gebruikt kan worden en andere, soortgelijke initiatieven buiten deze aanwijzing vallen. Het is echter ook niet de bedoeling dat de categorieën zo algemeen zijn dat zo onbedoeld de bevoegdheid van de gemeenteraad tot vaststelling van het ruimtelijk beleid doorkruist wordt. Daarbij is gekozen voor de aanwijzing zoals deze nu is vastgesteld. De Algemene aanwijzing geldt zoals het zich nu laat aanzien nog ongeveer 11 maanden, waarna deze niet meer gebruikt mag worden omdat dan de Omgevingswet in werking is getreden. Toch is het college van mening dat het goed is om nogmaals kritisch naar de algemene aanwijzing te kijken. Deze zal dan ook nog (extern) getoetst worden.

Het verdelen, mandateren of behouden van bevoegdheden is niet alleen een discussie die gevoerd moet worden over de Algemene verklaring van geen bedenkingen, maar ook zeker bij de invoering van de Omgevingswet, waarbij aan de ene kant de zorgvuldigheid van het proces en het primaat met betrekking tot het omgevingsbeleid bij de raad ligt, maar anderzijds de wetgever er vanuit gaat dat procedures binnen acht weken afgerond worden. Het college wil graag met de raad dit jaar hierover in discussie gaan om de verschillende voor- en nadelen te onderzoeken en samen een afgewogen standpunt hierover in te nemen.

Deze stappen die doorlopen dienen te worden Na vaststelling van een concept VVGB zal deze samen met het ontwerpbesluit op de omgevingsvergunning ter inzage worden gelegd voor zienswijzen. Op beide stukken kunnen zienswijze ingediend worden. Op het concept VVGB zijn de zienswijzen voor de raad. De raad moet vervolgens met medeneming van eventuele zienswijzen een definitief besluit nemen op de VVGB. Zienswijzen op de ontwerp-omgevingsvergunning zijn ter beoordeling van het college. Het college dient vervolgens de definitieve VVGB en eventuele zienswijzen op de ontwerp-vergunning/weigering mee te nemen in de definitieve besluitvorming.

Koppeling met verhuizing benzineverkooppunt Oudenbosch Ambtelijk zijn er verschillende gesprekken geweest. Het sluiten van een tankstation alleen is niet aan de orde, de wens is om de grond vervolgens te gebruiken voor woningbouw. Of dit haalbaar is en in welke vorm is nog helemaal niet duidelijk. Er is richting initiatiefnemer aangegeven dat de sluiting van dit tankstation en de vestiging van het nieuwe tankstation niet gekoppeld zullen worden. Sluiting van een benzinepomp maakt de vestiging van een traditioneel benzineverkooppunt op Borchwerf niet automatisch planologisch aanvaardbaar. Om dit zuiver te houden is dit los gekoppeld. Initiatiefnemer is vrij om het plan verder uit te werken, waarna het verder in behandeling zal worden genomen.

Sakko memo uitspraak 01-02

pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/478/documents/14605