CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

wk 9 Nota Huisvestingsopgave wonen met zorg.pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 28 april 2022, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: SESSIE 3: 20.30 - 22.00 uur (Heijezaal) Nota Huisvestingsopgave wonen met zorg (2022.0000403)33.354 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

nota van B&W

onderwerp

Portefeuillehouders Collegevergadering Inlichtingen Registratienummer

Huisvestingsopgave wonen met zorg Fouad Sidali, drs. Jurgen Nobel 1 maart 2022 Marion Wester (+31235676774) 2022.0000403

1. Voorstel Collegebesluit(en)

Het college heeft besloten om: 1. in te stemmen met ondertekening van het manifest 'Samen leven, wonen en zorgen in Haarlemmermeer'; 2. de resultaten uit het onderzoek 'Huisvestingsopgave Wonen en Zorg' van Companen te gebruiken als basis voor de afspraken met corporaties en ontwikkelaars over wonen met zorg; 3. bij de integrale afweging van de Voorjaarsrapportage 2022 een budget mee te nemen van incidenteel € 72.000 voor personele capaciteit voor het jaar 2023; 4. de gewenste structurele personele capaciteit te betrekken in een separaat raadsvoorstel waarin integrale voorstellen worden gedaan over de gemeentebrede personele capaciteit; 5. de raad voor te stellen deze nota te agenderen ter bespreking. 2. Samenvatting

Uit onderzoek van onderzoeksbureau Companen (2020) blijkt dat er nu en in de toekomst flinke tekorten zijn aan woonruimte voor kwetsbare doelgroepen. De komende jaren zal nog veel geïnvesteerd moeten worden in het (laten) realiseren van voldoende passende woningen en woonvormen. Daar zijn veel partijen medeverantwoordelijk voor: gemeente, corporaties, ontwikkelaars, zorgaanbieders en zorgkantoor. Deze partijen willen samenwerken en samen regie voeren op het realiseren van deze woningen en woonvormen, onder meer door het vormen van een regieteam en een bestuurlijke initiatiefgroep. Wij hebben deze samenwerking geïnitieerd en zullen ook deel uitmaken van de initiatiefgroep en het regieteam. Daarnaast willen wij meer sturen op de huisvestingsopgave voor kwetsbare doelgroepen door concretere afspraken te maken met ontwikkelaars van gebiedsontwikkelingen en met woningcorporaties over onder meer aantallen woningen of woonruimtes per gebiedsontwikkeling. Deze nota is een nadere uitwerking van het Woonbeleidsprogramma 2019-2025 'Het verschil maken' (2019.0058049) voor het onderdeel aandachtsgroepen (en daarbinnen de kwetsbare doelgroepen).

Huisvestingsopgave wonen met zorg

Pagina 2

3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken?

We willen inwoners met een woonzorgbehoefte in staat stellen om langer of weer zelfstandig te wonen door te zorgen voor voldoende passende woningen en het organiseren van zorg nabij. Waar zelfstandig wonen niet meer mogelijk is willen we dat inwoners zoveel mogelijk in de eigen omgeving en in de nabijheid van het eigen sociale netwerk kunnen wonen. Dit beleid is vastgelegd in de Visie wonen met zorg 2030 (2017.0026227), het Uitvoeringsplan Wonen met zorg (2018.0022374), het Woonbeleidsprogramma 2019-2025 'Het verschil maken' (2019.0058049), het beleidskader voor het sociaal domein: Koersvast, steeds beter, het beleidskader sociaal domein 2019-2023 (2019.0058016) en het Regionaal kader Opvang, Wonen en Herstel (2021.0002925). De inwoners waar het om gaat zijn kwetsbare ouderen, inwoners met een verstandelijke of lichamelijke beperking, volwassenen die uitstromen uit een instelling voor beschermd wonen, de maatschappelijke opvang of een instelling voor geestelijke gezondheidszorg en jongeren met een beperking, die vanaf achttien jaar zelfstandig kunnen gaan wonen. Het gaat zowel om jongeren die residentieel verblijven in een instelling als jongeren die nog thuis wonen. Deze nota gaat over de passende woonruimte die nodig is. Dit kunnen reguliere zelfstandige woningen zijn, levensloopbestendige woningen en ook geclusterde woonvormen.

Geclusterde woonvormen kunnen bestaan uit zelfstandige woningen met een gezamenlijke ontmoetingsruimte, maar ook uit niet-zelfstandige zorgeenheden met 24-uurszorg. We willen bereiken dat er nu en in de toekomst meer passende woningen en woonvormen voor deze inwoners beschikbaar komen, zodat het aanbod beter afgestemd is op de vraag naar deze woonruimte. tVof is de aanleiding, context?

Als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen en overheidsbeleid blijven kwetsbare inwoners langer zelfstandig thuis wonen of gaan zij weer (of voor het eerst) zelfstandig wonen in de wijk, na verblijf in een intramurale instelling. De uitdaging om wonen met zorg voor inwoners mogelijk te maken wordt steeds groter. Dit komt door demografische ontwikkelingen (vergrijzing), waardoor het aantal (kwetsbare) ouderen snel toeneemt. Het komt door het steeds groter wordende tekort aan geschikte en betaalbare woningen in Nederland en ook door de krapte op de arbeidsmarkt in de zorg. En ook het landelijk beleid om veel bejaardentehuizen en zorgcentra te sluiten is hier debet aan. Landelijk krijgt het onderwerp veel aandacht met de Taskforce Wonen en Zorg, diverse stimuleringsregelingen vanuit de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) en het onlangs uitgebrachte advies 'Een thuis voor iedereen' van de commissie Ter Haar. Haarlemmermeer was één van de eerste gemeenten met een visie op wonen met zorg. De afgelopen jaren zijn de eerste mooie resultaten behaald voor wonen met zorg: de Opstapregeling, afspraken over levensloopbestendige woningen, nieuwe wooninitiatieven, toename van sociale huurwoningen, afspraken over doorstroom en de pilot Bornholm (TransforMeerMonitor 2020, X.2020.03452).

Huisvestingsopgave wonen met zorg

Pagina 3

We hadden echter meer inzicht nodig in de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan woningen en woonruimte voor de verschillende doelgroepen. Daarom hebben we in 2020 een onderzoek laten uitvoeren door onderzoeksbureau Companen naar de huisvestingsbehoefte van kwetsbare doelgroepen. Dit onderzoek is gedurende een jaar uitgevoerd met de hulp van veel betrokken partijen, zoals het zorgkantoor, zorgaanbieders, cliënten en corporaties. De gemeenteraad is over de uitkomsten van het onderzoek geïnformeerd in december 2020 (X.2020.06070). Uit het onderzoek blijkt dat er in 2020 voor alle doelgroepen in Haarlemmermeer een tekort aan passende woonruimte met zorg en ondersteuning was en dat dit tekort verder oploopt richting 2040. De huisvestingsbehoefte voor reguliere woningen voor niet-kwetsbare ouderen is niet onderzocht. In onderstaande tabel staan de tekorten voor de verschillende doelgroepen en woonvormen. Doelgroepen en woonvormen

Ouderen: 24-uurszorg dementie Ouderen: 24-uurszorg lichamelijke ziekten Ouderen: geclusterd wonen met zorg nabij Ouderen: geclusterd wonen zonder zorg Verstandelijk beperkten: geclusterd wonen 24-uurszorg Verstandelijk beperkten: gespikkeld wonen (zelfstandig met zorg) Beschermd wonen Kwetsbare jongeren: begeleid wonen Totaal waarvan: zelfstandige geclusterde woningen geclusterde woonvormen 24-uurszorg

2019

2025

2030

2040

80 10

205 60

325 130

655 325

200

460

685

1165

120

370

595

1030

200

230

260

310

20

50

70

130

45 35

50 35

80 40

110 55

710

1460

2185

3780 2490 1290

Tabel Tekorten woonvormen voor verschillende doelgroepen

Uit het onderzoek blijkt ook dat veel ouderen (met en zonder zorgbehoefte) nu nog wonen in een ongeschikte woning. Dat wil zeggen dat de woning niet geschikt is om in te blijven wonen, wanneer ouderen in de toekomst mogelijk lichamelijke en geestelijke beperkingen gaan ervaren en zorg nodig hebben. In Haarlemmermeer woont 29% van de 65-plussers in een 'geschikte woning'. Dit is een woning waarbij alle primaire voorzieningen gelijkvloers zijn en/of met een lift te bereiken. Slechts 12% van de koopwoningen in Haarlemmermeer is op dit moment geschikt om in te wonen voor ouderen die zorg nodig hebben. Naast deze kwantitatieve opgave is er ook een kwalitatieve opgave: hoe kunnen de inwoners van Haarlemmermeer zo lang mogelijk thuis wonen wanneer zij zorg of ondersteuning nodig hebben? Welke eisen stellen ouderen aan een nieuwe woning? En hoe sluit de woonomgeving daarop aan? Denk aan toegankelijke stoepen, voldoende bankjes, een overzichtelijke openbare ruimte, maar ook voldoende plekken voor ontmoeting en sociale contacten in de directe omgeving.

Huisvestingsopgave wonen met zorg

Pagina 4

Welk doel wordt nagestreefd?

We willen de huidige en toekomstige tekorten aan woningen en woonvormen voor kwetsbare doelgroepen terugdringen. We willen voldoende passende woningen voor ouderen en daarmee willen we ook de doorstroming op de woningmarkt op gang brengen, zodat er meer grotere woningen beschikbaar komen voor andere doelgroepen, zoals gezinnen. We willen dat onze wijken en kernen ook in de toekomst geschikt zijn voor al onze inwoners om te wonen en te leven. We willen dat de kosten in het sociaal domein en de zorg in de toekomst afnemen of minder toenemen, doordat: een groter deel van de inwoners die nu intramuraal verblijven zelfstandig gaat wonen; inwoners langer thuis blijven wonen; inwoners minder gebruik hoeven te maken van bepaalde voorzieningen uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), zoals een traplift of doelgroepenvervoer, omdat ze een geschikte woning hebben met zorg nabij.

3.2 Wat gaan we daarvoor doen? A. Samenwerking met andere partijen

De verantwoordelijkheid voor deze huisvestingsopgave ligt bij veel partijen, elk in het bezit van een stukje van een mogelijke oplossing. Daarom is het belangrijk dat deze partijen elkaar weten te vinden en met elkaar samenwerken om tot concrete resultaten te komen. De uitkomsten van het onderzoek van Companen zijn in september 2020 gedeeld met alle betrokken partijen. Ook ontwikkelaars die actief zijn in Haarlemmermeer werden hierbij uitgenodigd. Een initiatiefgroep bestaande uit de gemeente, de belangrijkste zorgverzekeraar in onze regio (tevens zorgkantoor), enkele zorgaanbieders en een woningcorporatie heeft vervolgens in 2021 een aantal bijeenkomsten georganiseerd om de gezamenlijke opgave uit te werken in actielijnen en in gesprek te gaan over de wijze van samenwerken hierop. De uitkomst daarvan is een gezamenlijk manifest dat de urgentie van de opgave centraal stelt. Hierin zijn ook de actielijnen en de uitgangspunten voor samenwerking opgenomen. Het manifest is een uitnodiging aan zorgaanbieders, ontwikkelaars, corporaties, cliënten en inwoners om mee te doen. Het wordt initieel door een aantal partijen ondertekend, maar iedereen kan en mag aanhaken. De samenwerking wordt vormgegeven in een netwerk met daarbinnen een bestuurlijke initiatiefgroep en een regieteam met professionals uit verschillende organisaties.

De gemeente neemt deel aan de bestuurlijke initiatiefgroep en het regieteam. Doel is om in verschillende coalities samen te werken aan concrete projecten en de ervaringen en leerpunten daarvan terug te brengen in het netwerk. De volgende vier actielijnen zijn in het manifest (bijlage) concreter uitgewerkt.

Huisvestingsopgave wonen met zorg

Pagina 5

1. Ontwikkelen van een gezonde balans tussen vraag en aanbod voor wonen en zorg & ondersteuning

In Haarlemmermeer maken we voortdurend afwegingen op project- en gebiedsniveau over de noodzaak van wonen met zorg. Een bredere en integrale afweging is nodig, waarbij de (potentiële) vraag in kernen en wijken beter wordt afgestemd op het (potentiële) aanbod. Daarbij willen we in de praktijk onderzoeken of er woonconcepten mogelijk zijn met een mix van doelgroepen, waarbij zorgaanbieders elkaar aanvullen. 2. Voldoende betaalbaar wonen / huisvesting voor mensen die een vorm van begeleiding nodig hebben (alle doelgroepen)

Inwoners die in een intramurale zorgvoorziening wonen (zoals GGZ, gesloten jeugdzorg of Beschermd Wonen) kunnen en willen soms zelfstandiger wonen in een kleine woning of een kleinschalig wooncomplex met ambulante begeleiding. Dat geldt ook voor inwoners met een verstandelijke of lichamelijke beperking die intramuraal wonen of nog in het ouderlijk huis. 3. Bevorderen van doorstroming onder ouderen naar passende woningen of woonvormen

Oudere inwoners wonen vaak in te grote woningen die niet levensloopbestendig zijn. Dit levert onveilige situaties op. Maar hiermee houden zij ook eengezinswoningen in de sociale huursector bezet, waardoor de wachttijden toenemen. Het geschikt maken van deze woningen voor ouderen kost bovendien veel geld. Daarom is het wenselijk dat zij naar een passende levensloopbestendige woning verhuizen. Om dat te stimuleren heeft woningcorporatie Ymere bijvoorbeeld het project Van Groot naar Beter ontwikkeld (woningcorporatie Eigen Haard doet ook mee), waarbij de huur niet omhooggaat na de verhuizing. 4. Verbetering woonomgeving en zorginfrastructuur

Inwoners die zorg of ondersteuning nodig hebben zijn niet alleen geholpen met geschikte woonruimte. Ook de woonomgeving moet geschikt zijn, zodat inwoners zo zelfstandig mogelijk kunnen leven en bewegen. Dat betekent wat voor de inrichting van de fysieke leefomgeving, maar ook voor de aanwezige voorzieningen en de formele en informele zorg en ondersteuning in de wijk of kern. B.

Vertaling onderzoek Companen naar gebiedsontwikkelingen en naar bestaande wijken en kernen

We vertalen de aantallen uit het onderzoek van Companen naar aantallen in de verschillende gebieden van Haarlemmermeer voor de komende twintig jaar. Uitgangspunt daarbij is dat 50% van de opgave in de komende decennia te realiseren is in bestaand gebied en 50% in nieuwe gebiedsontwikkelingen (circa 30.000 woningen). Deze aantallen gebruiken we bij het maken van afspraken met ontwikkelaars en corporaties. De aantallen zijn richtinggevend en niet absoluut, omdat de opgave voor verschillende doelgroepen per gebied kan differentiëren. Dit vraagt om een verdiepingsslag voor zowel bestaande wijken als voor gebiedsontwikkelingen met de verschillende betrokken partijen. We maken een onderscheid tussen zelfstandige geclusterde woningen en geclusterde woonvormen met 24-uurszorg. De laatste worden vaak meegenomen bij de programmering van voorzieningen in een gebied. In de tabel op pagina 3 staat het totaal aantal benodigde zelfstandige geclusterde woningen tot 2040 voor de bestaande woningvoorraad en voor nieuwe gebiedsontwikkelingen samen. Deze aantallen worden vertaald naar de verschillende gebieden naar rato van het aantal (toekomstige) woningen.

Huisvestingsopgave wonen met zorg

Pagina 6

Het totaal aantal geclusterde woonvormen met 24-uurszorg tot 2040 voor de bestaande gebieden en nieuwe gebiedsontwikkelingen staat ook in de tabel. Deze aantallen worden vertaald naar vierkante meters en zullen als reservering worden toegevoegd aan het maatschappelijke programma van een gebied. C.

Faciliteren van (particuliere) initiatieven met een procesmanager

Particuliere woonzorginitiatieven zijn initiatieven van bijvoorbeeld ouders die een woonvoorziening willen realiseren voor hun jongvolwassen kind met een beperking. Een andere vorm is bijvoorbeeld een groep ouderen die samen een pand willen kopen of huren waarin zij samen kunnen leven met de benodigde zorg. Sinds 2019 faciliteren we particuliere woonzorginitiatieven met de ondersteuning van een procesmanager (Uitvoeringsplan Wonen met zorg). Hiervoor worden geen begeleidingskosten (VIA) gevraagd. Deze procesmanager faciliteert ook professionele initiatieven, die sneller naar het Ondernemersplein worden verwezen, zodat zij de reguliere werkwijze in gaan waardoor de VTA-kosten wel verhaald kunnen worden. Verantwoordelijkheid en rol van de gemeente

Er is niet één probleemeigenaar voor de huisvestingsopgave wonen met zorg. Alle partijen zijn eigenaar van een deel van het probleem. Wij hebben dus geen verantwoordelijkheid voor deze gehele opgave. We bouwen immers geen woningen en we hebben geen verantwoordelijkheid voor Wlz-gefinancierde zorg en woonzorgvormen. Waar is de gemeente wel verantwoordelijk voor? In de Grondwet staat: 'Bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid'. Dit is een inspanningsverplichting. Wij hebben de verantwoordelijkheid om zorg te dragen voor voldoende woningen binnen de gemeentegrenzen. Wij sturen daarop via ruimtelijke plannen, maar de realisatie gebeurt door andere (markt)partijen. Wij faciliteren met vergunningen, maken prestatieafspraken met woningcorporaties en sluiten anterieure overeenkomsten met ontwikkelaars. We hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid om zorg te dragen voor een sociale, gezonde en veilige leefomgeving voor onze inwoners. Daar horen ook maatschappelijke voorzieningen bij, zoals onderwijs, sport, ontmoetingsplekken en woonzorgvoorzieningen. We zijn wettelijk verantwoordelijk voor de zorg en ondersteuning vanuit de Wmo en de Jeugdwet. Vanuit de Wmo worden ook woningaanpassingen gefinancierd. Vanaf 1 januari 2023 zijn we ook verantwoordelijk voor Beschermd Wonen (doordecentralisatie BW).

Hoe ziet de gemeente haar rol? Veel partijen vragen om een regierol van de gemeente. Zo'n regierol kan verschillend ingevuld worden. Wij hebben veel (ruimtelijke) instrumenten en overzien het gehele speelveld. Wij kiezen in dit speelveld voor de rol van samenwerkende overheid, waarbij we het initiatief nemen om partijen bij elkaar te brengen en met elkaar te verbinden. We willen niet top-down regie voeren, omdat het eigenaarschap voor deze huisvestingsopgave bij veel partijen ligt en daar ook gevoeld wordt. Daarom is gekozen voor een vorm van netwerksamenwerking met een gezamenlijk regieteam. Deelnemende partijen dragen de benodigde capaciteit in natura bij voor de inzet in dit regieteam. Daarnaast hebben we uiteraard de mogelijkheid om met het bestaande instrumentarium en in de toekomst wellicht nieuw instrumentarium te sturen op wonen met zorg. Zo kan in de omgevingsvergunning of het bestemmingsplan worden geregeld dat woningen of zorgeenheden die exclusief bedoeld zijn voor inwoners met een zorgbehoefte niet gebruikt kunnen worden als reguliere woning. Enerzijds is dit nodig om het aantal woningen/zorgeenheden voor inwoners

Huisvestingsopgave wonen met zorg

Pagina 7

met deze zorgbehoefte te bestendigen, anderzijds is dit nodig omdat de lagere parkeernorm die voor deze woningen geldt voor parkeeroverlast zou kunnen zorgen als de woningen anders gebruikt zouden worden. Indien deze woningen in de toekomst gebruikt zouden worden als reguliere woning is het aantal parkeerplaatsen in de directe omgeving te laag en ontstaat er parkeeroverlast. Dit kan geregeld worden via definities in het bestemmingsplan en door in de omgevingsvergunning duidelijk te maken dat de woningen uitsluitend bedoeld zijn voor mensen met een zorgbehoefte en niet voor reguliere bewoning. Overigens is het wenselijk om bij een mogelijke aanpassing van de parkeernormen in de toekomst ook de parkeernormen voor wonen met zorg opnieuw te beoordelen, omdat deze mogelijk niet meer goed aansluiten bij de nieuwe vormen van wonen met zorg die nu ontstaan (anders dan de verpleeghuizen en aanleunwoningen in het verleden). I/Vof zijn de kanttekeningen en risico's?

Wanneer structureel geen extra middelen beschikbaar komen voor de benodigde ambtelijke capaciteit zijn wij niet in staat vanuit de gemeente de benodigde inzet voort te zetten ten behoeve van het huisvestingsplan voor kwetsbare doelgroepen. Het risico bestaat dat onze partners zonder inzet van de gemeente niet of minder bij willen/kunnen dragen aan deze gezamenlijke opgave. Afspraken met ontwikkelaars worden gemaakt middels anterieure overeenkomsten. Een aantal overeenkomsten is al gesloten en in de nabije toekomst worden nog meer overeenkomsten gesloten. Daarom is snel handelen noodzakelijk. 3.3 Wat mag het kosten?

De kosten voor de uitvoering van deze nota worden geraamd op € 72.000 per jaar vanaf het jaar 2022. Deze kosten zijn als volgt gespecificeerd: 0,6 fte senior adviseur huisvesting kwetsbare doelgroepen met onder meer de volgende taken: • lid regieteam netwerkorganisatie: regie op uitvoering huisvestingsplan (portfolio) en regie op netwerkontwikkeling (platform); • interne coördinatie binnen de gemeente; • projectadvisering binnen de gemeente; • herijking/actualisering van het huidige beleid en uitvoeringsplan wonen met zorg in 2023. Met deze kosten is geen rekening gehouden in de programmabegroting. De middelen (€ 72.000) voor het jaar 2022 zijn eerder aangevraagd via de nota Overbruggingsmiddelen cruciale trajecten programma Zorg en werk 2022-2023 (2022.0000114). Voor de incidentele dekking van de geraamde kosten voor het jaar 2023 wordt een voorstel gedaan bij de integrale afweging in de Voorjaarsrapportage 2022. Vanaf 2024 wordt de extra structurele inzet van personele capaciteit geraamd op 0,6 fte (€ 72.000). Hiervoor wordt door ons in 2022 een voorstel aan de raad aangeboden waarin integrale voorstellen worden gedaan over hoe om te gaan met de gemeentebrede personele capaciteit.

Huisvestingsopgave wonen met zorg

Pagina 8

Wat zijn de financiële risico's?

Onze gemeente loopt geen vermeldenswaardige financiële risico's bij de uitvoering van deze nota. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?

Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de nota Huisvestingsopgave wonen met zorg. De portefeuillehouder Woonbeleid is binnen het college het eerste aanspreekpunt. 3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar?

Participatie De participatieraad is betrokken geweest bij het onderzoek van Companen. Wij sturen deze nota ter informatie naar de participatieraad. In 2023 zullen wij - mede op basis van de eerste ervaringen met de samenwerking - het huidige beleid voor wonen met zorg actualiseren en de participatieraad om een advies vragen. Communicatie De samenwerking wordt bezegeld met een ondertekening van het manifest door de samenwerkende partijen op 31 maart 2022. Daarna maken de partijen een communicatieplan voor de uitvoering van de actielijnen in het manifest (onderdeel van het uitvoeringsplan). Wij zullen dit overnemen en de boodschap verder uitdragen via een passende informatievoorziening op de website en verder verspreiden via gemeentelijke communicatiekanalen. 3.6 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd?

In het eerste kwartaal van 2023 zullen wij de raad over de voortgang informeren. In 2023 zullen wij ook het beleid voor wonen met zorg actualiseren. 3.7 Wat betekent dit voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA)?

Tot dusverre werden er op het schaalniveau van de MRA geen afspraken gemaakt over de huisvesting van kwetsbare doelgroepen. Echter, de MRA wil graag een voorloperregio zijn bij de uitvoering van het advies 'Een thuis voor iedereen' van de commissie Ter Haar. Het is nog onduidelijk wat dit betekent voor afzonderlijke gemeenten in de MRA. Wel is duidelijk dat Haarlemmermeer met het onderzoek van Companen en de samenwerking met andere partijen een bijdrage kan leveren aan de huisvesting van aandachtsgroepen. 4. Ondertekening

.

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, de secretaris, de burggmeestérT

Michiel

Ruis

f lXXo

o ri n o Qr Mafianne Schuurmans-Wijdeven

Bijlage(n) • Onderzoek naar de huisvestingsopgave Wonen met Zorg door Companen • Manifest en actielijnen

Huisvestingsopgave Wonen met Zorg Gemeente Haarlemmermeer

13 Augustus 2020 Eindrapportage

DATUM

13 Augustus 2020

TITEL

Huisvestingsopgave Wonen met Zorg

ONDERTITEL

Langer en Weer Thuis

OPDRACHTGEVER

Gemeente Haarlemmermeer

AUTEUR(S)

PROJECTNUMMER

Hatice Yeter Bas de Ruigh Martin Bleijenburg 394.105

STATUS

Eindrapportage

Inhoud 1

Inleiding 1.1 Onderzoek Langer en Weer Thuis 1.2 Verantwoording 1.3 Afbakening 1.4 Leeswijzer

4 4 4 4 5

2

Samenvatting 2.1 De belangrijkste huisvestingsopgaven 2.2 De belangrijkste beleidsopgaven

6 7 8

3

Ouderen & Lichamelijk beperkten 3.1 Ontwikkeling van de vraag naar wonen met zorg 3.2 Lichamelijk beperkten 3.3 Geschiktheidsanalyse 3.4 De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod 3.5 Beleidsopgaven ouderen

10 11 16 18 28 29

4

Verstandelijk beperkten (VG) 4.1 Woonvraag van verstandelijk beperkten 4.2 De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod 4.3 Beleidsopgaven VG

31 32 33 33

5

Beschermd Wonen (BW) 5.1 Vraaganalyses BW 5.2 Uitstroom uit BW 5.3 Huisvestingsopgave BW 5.4 Beleidsopgaven

35 36 39 41 42

6

Maatschappelijke opvang 6.1 Vraag naar Maatschappelijke Opvang 6.2 Aanbod MO 6.3 Uitstroom MO 6.4 Opgaven MO

44 44 46 47 48

7

Kwetsbare jongeren 7.1 Ontwikkelingen ten aaanzien van kwetsbare jongeren 7.2 Vraag naar woonruimte voor kwetsbare jongeren 7.3 Huisvestingsopgave kwetsbare jongeren 7.4 Beleidsopgaven kwetsbare jongeren

50 50 51 56 57

8

Uitstroommogelijkheden 8.1 Een volledig beeld van de uitstromers 8.2 De beschikbare goedkope woningvoorraad 8.3 Druk op de sociale huur 8.4 Beleidsopgave uitstroommogelijkheden

59 59 60 62 62

9

Kwalitatieve woonbehoefte 9.1 Ouderen en mensen met Lichamelijke Beperking 9.2 (Licht) verstandelijk beperkten 9.3 Beschermd wonen 9.4 Autisme 9.5 Kwetsbare jongeren tot 27 jaar

63 63 65 65 66 67

Bijlagen

69

1 Inleiding

De hoofdvraag daarbij is: hoe ontwikkelt de doelgroep zich als gevolg van demografische ontwikkelingen en maatschappelijke trends, en hoe vertaalt dit zich in de huisvestingsopgave voor 2025, 2030 en 2040?

Ouderen, volwassenen én jongeren met een hulpvraag, blijven steeds langer zelfstandig wonen. Vaak is dan ook meer thuiszorg nodig en de juiste voorzieningen in de buurt. De

1.2 Verantwoording

gemeente Haarlemmermeer heeft samen met de inwoners, corporaties en zorgaanbieders een uitvoeringsplan Wonen met Zorg opgesteld. De gemeente heeft samen met de VBZ (zorgaanbieders in de regio Kennemerland, Amstelland en Meerlanden) opdracht gegeven voor dit onderzoek. Zorgaanbieders werken samen aan een optimale kwaliteit van leven van inwoners in de regio. Hiervoor is naast passende zorg ook passend woonaanbod nodig met de juiste voorzieningen in de buurt. Daarnaast worden middels een tiental gebiedsontwikkelingen in de komende decennia 20.000 woningen bijgebouwd om de forse bevolkings- en huishoudensgroei in de gemeente te kunnen opvangen. Het is van belang om te weten welk deel van deze opgave moet landen in woonvormen waar wonen met zorg kan worden gebonden. Hiervoor is om te beginnen zicht nodig op de lokale huisvestingsopgave voor wonen met zorg.

1.1 Onderzoek Langer en Weer Thuis Doel van het onderzoek is om kwantitatief en kwalitatief zicht te krijgen op de huidige en toekomstige vraag naar en het aanbod aan passende (sociale huur) woningen en andere benodigde woonvormen voor mensen met een (toekomstige) zorgvraag in de gemeente Haarlemmermeer. We onderscheiden de doelgroepen ouderen, mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, de GGZ- en MO-doelgroep en kwetsbare jongeren die 18 worden. De uitkomsten zijn input voor de volgende stap in het proces van samenwerking om de huisvestingsopgave te realiseren.

394.105 | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg

Op basis van gegevens over het huidig zorggebruik van verschillende doelgroepen en demografische prognoses is een eerste prognose opgesteld van de toekomstige vraag naar verschillende vormen van wonen met zorg, en van de jaarlijkse vraag naar woonruimte voor mensen die uitstromen uit een zorginstelling. In heisessies met zorgaanbieders, zorgkantoor, gemeente en corporaties zijn trends en ontwikkelingen besproken die volgens deze partijen van invloed zullen zijn op de lokale vraag naar woonvormen. Het gaat dan om de gevolgen van nieuw beleid, maar bijvoorbeeld ook om landelijke trends en de ontwikkeling van nieuwe woonconcepten. De opbrengst van deze bijeenkomsten is gebruikt om de prognoses nader uit te werken tot scenario’s die aansluiten bij de lokale praktijk. Dit onderzoek is uitgevoerd met inzet van zorgaanbieders, gemeente, corporaties en zorgkantoor. De voorlopige resultaten zijn voorgelegd aan en besproken met een klankbordgroep van betrokken partijen. We kunnen dan ook stellen dat de resultaten breed gedragen worden in het netwerk.

1.3 Afbakening Wij richten ons in dit onderzoek op de specifieke woonbehoefte van mensen met een (toekomstige) zorgvraag. We hebben het daarbij voornamelijk over mensen met een relatief zware zorgvraag, die leidt tot een specifieke woonbehoefte. Echter, bij de doelgroep ouderen worden ook mensen met een

4

toekomstige zorgvraag of met een behoefte aan ondersteuning en sociale interactie meegenomen in het onderzoek. Bij het bepalen van de vraag naar plekken voor zorg met verblijf gaat het veelal om mensen met een indicatie voor Wlz-zorg1. Waar mogelijk op basis van de beschikbare gegevens, beschrijven we ook de vraag van mensen die zorg of ondersteuning vanuit de Wmo en/of Zvw krijgen en een specifieke woonvraag hebben die samenhangt met hun zorgbehoefte.

(licht) verstandelijke beperking, een bewoner van een Beschermd Wonen instelling (GGZ) soms ook. Bij het opstellen van prognoses hebben we informatie over de huidige indicaties als uitgangspunt genomen en dus aparte ramingen gemaakt per ‘doelgroep’. Voor de huisvestingsopgave is het echter van belang om ook doelgroepoverstijgend te kijken, en aandacht te hebben voor de mogelijkheden die er zijn om mensen vanuit verschillende financieringsregimes samen te huisvesten.

De focus in dit onderzoek ligt op de woonvraag die samenhangt met die behoefte aan zorg en ondersteuning. Om die reden hanteren we in dit rapport niet het in de zorgwereld gebruikelijke onderscheid tussen intramurale en extramurale zorg. Dit onderscheid zegt immers vooral iets over de financiering van de zorg en niet zozeer over de verschijningsvorm van het vastgoed. Mensen met een zware zorgvraag wonen meestal in een geclusterde woonvorm, maar het is soms ook mogelijk om in een reguliere woning intensieve zorg te ontvangen. Andersom komt het bij ouderen voor dat mensen zonder zware zorgvraag er toch voor kiezen om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen (bijvoorbeeld een serviceflat). Bij een aantal doelgroepen hanteren we ook de term ‘gespikkeld wonen’. Dit zijn reguliere, niet-geclusterde woningen die liggen in de nabijheid van een woonvorm waarvandaan zorg en begeleiding geboden wordt.

1.4 Leeswijzer

Doelgroepen We spreken in dit rapport over ‘doelgroepen’, zoals ouderen, mensen met een verstandelijke beperking of jeugdigen. In praktijk blijkt de grens tussen deze doelgroepen niet altijd zo scherp te trekken als deze termen suggereren. Een jongere die wordt opgevangen in een jeugdzorginstelling heeft soms ook een

Dit rapport begint met een samenvatting van de belangrijkste bevindingen: de verhouding tussen vraag en aanbod aan woningen voor verschillende zorgdoelgroepen en een aantal aanbevelingen voor het vervolg. In de volgende hoofdstukken (3 tot en met 7) behandelen we steeds de verwachte vraagontwikkeling van de doelgroepen, en we sluiten af met de mogelijkheden tot uitstroom op de reguliere markt (hoofdstuk 8). In de bijlagen geven we relevante achtergrondinformatie over het huidige aanbod per doelgroep (bijlage 1), de doorzonscan (bijlage 2), gebruikte afkortingen en definities (bijlage 3), de geschikte en betaalbare woningvoorraad op wijkniveau voor Hoofddorp en Nieuw-Vennep (bijlage 4), historische gegevens over het zorggebruik in Haarlemmermeer per doelgroep (bijlage 5), het zorgaanbod per doelgroep op kaart (bijlage 6) en de aanwezige voorzieningen naar type op kaart (bijlage 7).

1 Wet Langdurige Zorg. Zie bijlage 3 voor een lijst met afkortingen, begrippen en definities.

Bijlage 3 biedt een nadere toelichting op de inrichting van het Nederlandse zorgbestel.

394.105 | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg

5

2 Samenvatting In dit onderzoek is gekeken hoe de (verwachte) vraag naar wonen met zorg zich verhoudt tot het huidige aanbod voor verschillende zorgdoelgroepen. In dit hoofdstuk vatten we de huisvestingsopgave kort samen op gemeentelijk niveau. Eerst geven we een totaaloverzicht van de kwantitatieve opgaven voor alle doelgroepen. Vervolgens geven we de kwalitatieve en beleidsopgaven per doelgroep. In de afzonderlijke hoofdstukken verdiepen we uitkomsten en geven we daarbij soms inzicht op kernniveau.

De grootste opgaven als vertrekpunt In de komende 20 jaar stijgt in Haarlemmermeer het aantal 65-plushuishoudens van ruim 17.600 in 2020 tot 31.200 huishoudens in 2040. Maar liefst 38% van alle huishoudens is in 2040 65 jaar of ouder, tegen 27% in 2019. De vergrijzing onder 75-plussers gaat nog harder (van 12 naar 21%) en zorgt voor een forse groei in zorgvragers. Maar waar het aantal zorgvragers stijgt, neemt het arbeidspotentieel relatief af. Er dreigen tekorten aan zorgpersoneel. Het aantal beschikbare mantelzorgers zal teruglopen. De druk op de zorg neemt toe, al kan technologie mensen deels ‘ontzorgen’. Stijgende zorgkosten leiden tot keuzes: 24-uurszorg krijgt men alleen als het niet anders kan. Dit geldt ook voor andere kwetsbare groepen. Voor zorg aan huis biedt clustering door hogere efficiëntie uitkomst. Maar wel op voorwaarde dat deze woonvormen ook voldoen aan de (veranderde) woonwensen van diverse leefstijlen. Anders verhuist men niet. Waar het kan, is zelfstandig wonen met beperkte begeleiding een wens en ook een noodzaak. Het liefst in de eigen wijk of woonkern en met behoud of opbouw van een eigen sociaal netwerk. Decentralisatie van de zorg geeft aanzet tot spreiding van het wonen: lokaal wonen in de eigen wijk of kern wordt het nieuwe uitgangspunt.

394.105 | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg

Figuur 2.1: Overzicht van de belangrijkste vraag-aanbodbalansen voor de gemeente Haarlemmermeer (2019 - 2040)

Ouderen: 24-uurszorg PG

-655 Ouderen: 24-uurszorg SOM Ouderen: geclusterd wonen zorg nabij

-1.165

Ouderen: geclusterd wonen zonder zorg

-1.030

-80 -205 -325

-10 -60 -130 -325 -200 -460 -685 -120 -370 -595 -200 -230 -260 -310 -20 -50 -70 -130 -45 -50 -80 -110 -15 -15 -15 -20 -20 -20 -25 -35

Verstandelijk beperkten: Geclusterd wonen Verstandelijk beperkten: Gespikkeld wonen Beschermd Wonen Kwetsbare jongeren: Begeleid wonen (lichte variant) Kwetsbare jongeren: Begeleid wonen (zware variant) -1.500 -1.000 2019

-500 2025

0

500 2030

1.000 2040

6

2.1 De belangrijkste huisvestingsopgaven Ouderen en LG Druk op 24-uurszorg: tekort van 980 plekken in 2040 •

•

Voor mensen met een psychogeriatrische (PG) zorgvraag is er momenteel een tekort van 80 plekken. Dit tekort zal eerst licht stijgen tot 205 plekken in 2025 en daarna fors stijgen tot 655 plekken in 2040. Voor mensen die afhankelijk zijn van 24-uurszorg bij somatische klachten (intramurale capaciteit somatische zorgvraag) bestaat er nu een tekort van 10 woningen. Dit tekort stijgt geleidelijk naar 60 woningen in 2025 en stijgt daarna tot 325 woningen in 2040.

Verstandelijk beperkten •

•

Beschermd Wonen •

Druk op geclusterd wonen: tekort van 2.195 in 2040 •

•

Voor mensen die geen intramurale indicatie (zorg met verblijf) hebben maar wel behoefte hebben aan geclusterd wonen met zorg nabij bestaat er momenteel een tekort van 200 woningen. Dit tekort stijgt fors naar 1.165 woningen in 2040. Voor mensen die behoefte hebben aan geclusterd wonen zonder zorg bestaat er momenteel een tekort van 120 woningen. Dit tekort neemt forst toe naar 1.030 woningen in 2040.

Van de totale woningvoorraad is sociale voorraad meest geschikt • • •

Corporatiewoningen zijn het vaakst geschikt voor ouderen (41% en 5.700 woningen). Ook particuliere huurwoningen zijn relatief vaak geschikt (35% en 2.500 woningen). De koopwoningen zijn minder vaak geschikt (12% en 4.800 woningen).

394.105 | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg

De huidige vergelijking van vraag en aanbod leidt tot een tekort van 200 plekken. Dit tekort zal tot 2040 gaan toenemen tot 310 plekken. Niet alle gespikkelde woonplekken zijn in beeld. Van de plekken die wij wel in beeld hebben, is er momenteel een tekort van 20. Dit tekort zal oplopen naar 130 plekken. De vraag stijgt in elk geval met 110 plekken. Hierover moeten afspraken worden gemaakt met zorgaanbieders en corporaties.

Er is momenteel sprake van een tekort van 45 plekken in Haarlemmermeer, als de gemeente in de gehele vraag naar BW voorziet. Dit tekort aan plekken loopt op tot 110 in 2040.

Kwetsbare jongeren • •

Er is een tekort van ca. 15 kamers in fasehuizen of kamertrainingcentra We zien een tekort van ca. 20 kleine wooneenheden (studio’s en kamers) voor kwetsbare jongeren met een lichte begeleidingsvraag.

Uitstroom op de reguliere woningmarkt • • •

Jaarlijks stromen 35 BW-cliënten uit in Haarlemmermeer. Dit aantal loopt in de komende jaren op naar 40 tot 60 uitstromers. Jaarlijks stromen er 40 MO-cliënten uit in Haarlemmermeer, zijnde zowel economisch daklozen en uitstromers uit MO-voorzieningen. Jaarlijks stromen 65 kwetsbare jongeren uit naar begeleid wonen (lichte variant). Een extra 25 jongeren maken een tussenstap bij fasehuis of kamertrainingcentrum (zware variant).

7

2.2

Ouderen en LG •

•

•

•

•

Gezamenlijk kwaliteitsnormen opstellen voor tussenvormen - Een goed aanbod aan tussenvormen is een voorinvestering om te voorkomen dat onnodig intensieve zorg wordt gebruikt. - Met kwaliteitsnormen kunnen tussenvormen worden voorzien van een kwaliteitskeurmerk. Meer kleinschalige woonvormen in de kernen - Gebiedsontwikkelingen in de kernen biedt kansen om kleinschalige nieuwbouwwoningen te realiseren. Toegankelijke nieuwbouw voor ouderen - Investeren in toegankelijke nieuwbouwwoningen en ruimtelijke inrichting van nieuwbouwlocaties. Samenwerken aan veranderingen in de woonzorgorganisatie - Veranderingen in vastgoed leiden tot verandering in de zorg. Samenwerking moet gericht zijn op innovatie en ketenintegratie. Toenemend beroep op woningaanpassingen - Investeren in bewustwording rondom geschikt maken eigen woning. - Wmo-afspraken over rolverdeling gemeente en corporaties bij investeringen in collectieve en individuele woningaanpassingen.

Verstandelijk beperkten •

•

-

De belangrijkste beleidsopgaven

Uitbreiden en moderniseren van vastgoed - Toevoegen ‘nieuwe’ kleinschalige woonvormen met zelfstandige woningen en gemeenschappelijke voorzieningen voor ontmoeten, dagbesteding en begeleiding. Flexibele bouw en gemengd wonen - Anticiperen op veranderende zorgvraag door flexibel te bouwen.

394.105 | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg

•

Ontwikkelen woonconcepten met andere doelgroepen en een goed evenwicht tussen ‘vragers’ en ‘dragers’. Voorzien in de randvoorwaarden voor extramuralisering - Samenwerking nodig rondom ondersteuningsaanbod, zorgverlening en spreiding van VG over de gemeente.

Beschermd Wonen • • • • • •

Meer woonvormen toevoegen om in lokale vraag te voorzien Afschalen van Beschermd Wonen naar Beschut Wonen - Bij voorkeur begeleiding aanpassen binnen dezelfde woonvormen. Regionale afspraken maken met zorgkantoor over Wlz-vastgoed Meer spreiding van uitstroom over de wijken Verkennen mogelijkheden voor verkorten verblijfsduur - Huidige verblijfsduur is relatief lang. Verder werken aan een zachte landing in de buurt - Voorkom terugval door begeleiding bij plaatsing in de wijk.

Maatschappelijk Opvang • •

Genoeg goedkope woningen voor de doorstroming Monitoring als basis voor afspraken

Kwetsbare jongeren •

•

Beter passende opstapregeling voor kwetsbare jongeren - Meer gebruik van kamerverhuur en studio’s - Versoepelde financiele voorwaarden voor jongeren Meer samenwoonconcepten of jongerenhuisvesting - Kamers en studio’s in bij voorkeur gemengde jongerenhuisvesting - Hiervoor liggen kansen in de nieuwbouw

8

•

•

Meer kleinschalige fasehuizen of kamertrainingcentra - Inzetten op 1 of 2 extra locaties, waarvan 1 voor jongeren met LVB en GGZ-problematiek Samen met ketenpartners creatieve woonoplossingen zoeken

Uitstroommogelijkheden •

Meer spreiding van goedkoop bezit over de wijken om sociale inclusie te waarborgen

394.105 | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg

9

3 Ouderen & Lichamelijk beperkten Lang niet alle ouderen (65-plussers) hebben een zorgvraag, en lang niet alle ouderen hebben behoefte aan een specifiek soort woning vanwege die zorgvraag. Verreweg de meeste ouderen (94%) wonen thuis, zo blijkt uit de Monitor Zorg voor ouderen 2018 van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Veel ouderen zijn daarbij niet afhankelijk van langdurige zorg en ondersteuning. Daarnaast wonen steeds meer ouderen langer thuis. Ook van de 85-plussers woont 70% nog thuis. Zij doen dat vaak met ondersteuning vanuit de wijkverpleging. Daarnaast is er ook een toenemende diversiteit onder de ouderen; denk bijvoorbeeld aan de groep met een hoge sociaaleconomische status of de groep met een lage zelfredzaamheid.

(scheiden wonen en zorg). Er bestaan ook hybride vormen: woon-zorgcomplexen waar een deel van de bewoners zowel de zorg als het verblijf betalen vanuit een Wlz-indicatie, en andere bewoners die hier wonen op basis van scheiden wonen en zorg. Het verschil tussen ‘intramuraal’ en ‘extramuraal’ is in die gevallen zuiver administratief, en maakt dus niet uit voor de verschijningsvorm van het vastgoed. De verwachting van zorgaanbieders is dat er in de toekomst steeds meer van dit soort hybride concepten zullen komen. •

• In dit hoofdstuk gaan wij in op de woonvraag van twee groepen ouderen: - De ouderen die vanwege hun gezondheidssituatie een beroep doen op Wlzzorg. Dat betekent dat zij ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig hebben, thuis of in een zorginstelling. Het gaat om mensen die permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben. De meeste van deze ouderen wonen in een woonzorgcentrum. - Daarnaast gaan wij in op de woonvraag van ouderen met een lichtere zorgvraag: welk deel van hen zal een beroep doen op een geclusterde woonvorm, en welk deel zal wonen in een (aangepaste) reguliere woning?

Woonvormen Ouderen Wij maken in dit rapport geen onderscheid tussen ‘intramuraal’ en ‘extramuraal’. Het komt steeds meer voor dat mensen met een Wlz-indicatie gebruik maken van ‘extramurale woonvormen’ waarbij zij zelf huur betalen voor hun woning, en zorg en ondersteuning ontvangen vanuit de Wet langdurige zorg

394.105 | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg

Wel maken wij een onderscheid tussen ‘geclusterd’ en ‘regulier’ wonen. Ouderen met een zware zorgvraag zijn over het algemeen aangewezen op een vorm van geclusterd wonen (verpleeghuis, verzorgingshuis). Van de ouderen zonder (zware) zorgvraag kiest een klein deel er ook voor om te gaan wonen in een geclusterde woonvorm vanwege het comfort of de mogelijkheden voor sociaal contact. Onder geclusterde woonvormen valt een uiteenlopend palet aan woonvormen: van verzorgingshuizen en verpleeghuizen tot aanleunwoningen, hofjes, woonzorgboerderijen et cetera. Het gezamenlijke kenmerk van de woningen is dat ze een zekere mate van beschutting en gemeenschap bieden. Slechts een beperkt deel van het geclusterde aanbod richt zich op specialistische verpleeghuiszorg. Een groot deel van de ouderen met een (zware) zorgvraag woont in een geclusterde woonvorm. Daarnaast zijn er ook ouderen zonder zorgvraag die - uit voorzorg of vanwege een behoefte aan comfort of sociale contacten - kiezen om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen.

De illustraties hierna geven een indruk van de variëteit aan woonvormen die vallen onder de noemer ‘geclusterd wonen’.

10

Figuur 3.1: Voorbeelden geclusterd wonen voor ouderen

3.1 Ontwikkeling van de vraag naar wonen met zorg De groep ouderen in de gemeente Haarlemmermeer zal in de komende jaren sterk gaan groeien: zijn er in 2019 ruim 17.600 65-plushuishoudens, in 2040 zal dit aantal zijn opgelopen tot ruim 31.200 huishoudens. Lang niet al deze ouderen hebben een zorgvraag, en dat betekent dat zij ook lang niet allemaal behoefte hebben aan een specifieke woonvorm. Voor een deel van de ouderen geldt dit wél.

Zorgvraag in beeld Om een inschatting te kunnen maken van de toekomstige zorgvraag én van de woonvraag die hiermee samenhangt, sluiten wij met onze prognoses aan bij het Zorgtredenmodel van de NZa. In dit model worden alle ouderen ingedeeld per ‘zorgtrede’ die weergeeft wat het zwaarste type zorg is waar zij gebruik van maken. Het aantal mensen in zorgtrede 6 is berekend aan de hand van gegevens van zorgkantoor DSW over het zorggebruik in de Wlz-zorg (vraag waarin wordt voorzien), aangevuld met informatie over wachtenden op een Wlz-woonvorm (vraag waarin niet wordt voorzien).

394.105 | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg

11

Figuur 3.2: Zorgtredenmodel NZa (Monitor Zorg voor Ouderen, 2018)

Bron: NZA, Monitor Zorg voor ouderen (2018).

Zorgtredenmodel van de NZa Het zorgtredenmodel van de Nederlandse Zorgautoriteit bevat zes treden. Alle ouderen zijn ingedeeld in één van deze treden op basis van de aard en mate van hun zorggebruik. De indeling van ouderen naar zorgtreden gebeurt op basis van de zwaarste zorgvorm die ouderen in het afgelopen half jaar ontvingen: • Vitale ouderen zitten in zorgtrede 1. Zij wonen zelfstandig thuis en gaan slechts af en toe naar de huisarts of de apotheek voor medicatie. • Zorgtrede 2 omvat zelfstandig thuiswonende ouderen die gebruik maken van medisch-specialistische zorg vanwege een acute zorgvraag, chronische ziekte of specialistische geestelijke gezondheidszorg. • In zorgtrede 3 vallen ouderen die gebruik maken van Wmo-zorg en daarmee een lichte mate van afhankelijkheid van zorg of ondersteuning hebben. Deze zorg betreft hulpmiddelen, voorzieningen, huishoudelijke hulp of andere zorg waarvoor een eigen bijdrage verschuldigd is. • Bij zorgtrede 4 maakte de oudere tijdens de afgelopen zes maanden tijdelijk (niet meer dan 3 maanden) gebruik van professionele zorg: persoonlijke verzorging en wijkverpleging uit de Zvw of mpt/pgb uit de Wlz, of revalidatiezorg, eerstelijnsverblijf of Wmo-verblijf of andere Wmozorg die in 2015 uit de AWBZ is overgeheveld. • In zorgtrede 5 maakt de oudere structureel (langer dan 3 maanden) gebruik van de zorg die net onder zorgtrede 4 is beschreven.

• In zorgtrede 6 bevinden zich ouderen die zijn opgenomen in een intramurale instelling of die een 'Volledig Pakket Thuis (VPT)' ontvangen via de Wlz. Hoe hoger de leeftijd, hoe vaker een oudere gebruik maakt van relatief zware zorg; de verdeling over de zorgtreden van 85-plussers ziet er dan ook heel anders uit dan van de groep 65-75-jarigen. Onderstaande grafiek toont de verdeling over zorgtreden van verschillende leeftijdsgroepen.

394.105 | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg

12

Figuur 3.3: Verdeling zorgvraag in zorgtreden, naar leeftijd

Bron: NZA, Monitor Zorg voor ouderen (2018): percentages gebaseerd op situatie 2016, landelijke cijfers.

Figuur 3.4: Prognose zorgvraag ouderen in de gemeente, naar zorgtrede (in personen) 440 440 2.610

520 570 3.370

640 690 3.990

820 890 4.740

960 1.040

1.370 890

1.740 1.120

2.030 1.310

2.330 1.500

2.610 1.680

13.840

16.250

18.680

20.770

22.050

6.620

7.600

8.720

9.740

10.210

2019

2025

2030

2035

2040

5.410

Zorgtrede 1

Zorgtrede 2

Zorgtrede 3

Zorgtrede 4

Zorgtrede 5

Zorgtrede 6 (PG)

Zorgtrede 6 (SOM)

Wanneer we de bovenstaande cijfers doorrekenen met bevolkingsprognose per leeftijdscategorie voor Haarlemmermeer2 kunnen we een prognose berekenen voor de toekomstige omvang van de ouderen in de verschillende zorgtreden in de gemeente. Daarbij leiden veranderingen in de leeftijdsopbouw tot veranderingen in de zorgvraag3. Die wordt weergegeven in onderstaande grafiek.

2

Bevolkingsprognose gemeente Haarlemmermeer.

Bron: NZa, Monitor Zorg voor ouderen, bevolkingsprognose Haarlemmermeer, bewerking Companen.

Van zorgvraag naar woonvraag Ouderen in zorgtrede 6 wonen in een verzorgings- of verpleeghuis (of krijgen Wlz-zorg thuis via een Volledig Pakket Thuis). Landelijk gaat het om 6% van de 3 Hierbij is uitgegaan van een gelijkblijvende zorgvraag per leeftijdsgroep. Ontwikkelingen in de

vitaliteit van ouderen zijn, buiten de aannames van de bevolkingsprognose over de levensverwachting, moeilijk te voorspellen en derhalve niet meegenomen.

394.105 | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg

13

65-plussers. De overige ouderen wonen volgens de definitie van de NZa ‘thuis’. Dit kan echter ook een geclusterde woonvorm zijn speciaal voor ouderen. Hoe hoger de zorgtrede, hoe groter de kans dat een oudere ervoor kiest om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen. Onderstaande grafiek geeft weer hoe wij ouderen in de verschillende zorgtreden toerekenen aan de verschillende woonvormen (zie ook de tabel in bijlage 6). Gebaseerd op informatie uit de werksessie met zorgaanbieders, corporaties en zorgkantoor zijn deze percentages tot stand gekomen. Figuur 3.5: Aannames woonvraag per zorgtrede 100%

3%

3%

4%

8% 8%

80% 60%

30% 20%

96%

96%

40%

94%

95%

87%

84% 50%

20%

5%

0%

6% 4%

Zorgtrede Zorgtrede Zorgtrede Zorgtrede Zorgtrede Zorgtrede Zorgtrede 1 2 3 4 5 6 (PG) 6 (SOM) Regulier wonen Geclusterd wonen (zonder zorg) Geclusterd wonen (zorg nabij)

Geclusterd wonen (24-uurszorg SOM)

Geclusterd wonen (24-uurszorg PG) Bron: aannamestelsel Companen.

In de vorige paragraaf lieten we zien welke groei we in de komende jaren verwachten voor de verschillende zorgtreden. Wanneer we deze ‘zorgprognose’ vertalen naar een prognose van de woonvraag dan leidt dit tot de volgende prognose voor woonvormen. De toename aan 65+ huishoudens zal voornamelijk leiden tot een toename van de vraag naar regulier wonen. Doordat er straks meer 75- en 85-plussers in de gemeente zullen wonen zal de behoefte aan geclusterd wonen (met of zonder zorg) relatief meer gaan toenemen. Een saillant detail is de ontwikkeling van 85-plussers in de gemeente Haarlemmermeer. Waar het aantal oudere huishoudens (65+) ook sterk toeneemt tot 2040, vermenigvuldigt het aantal 85-plushuishoudens met een factor van ruim 2,5 (+159%) tussen 2020 en 2040 4. Uit figuur 3.3 maken we op dat dit juist de groep is die veel Wlz-zorg gebruikt. Als gevolg hiervan zien we in de vraag naar 24-uurszorg een relatief forse toename. Bij het opstellen van de prognose hebben we rekening gehouden met een aantal trends, zoals die zijn besproken in de heisessies met stakeholders. Het gaat om de volgende ontwikkelingen: 1. De gemeente Haarlemmermeer zet in op bewustwording onder senioren van het belang om tijdig de woning aan te passen, of te verhuizen naar een geschiktere woning of woonvorm.

Daarnaast zien we in het land de ontwikkeling van nieuw, aantrekkelijk aanbod in geclusterde ‘vernieuwde woonvormen’, zoals hofjeswonen (zowel zonder zorg of met zorg nabij). Aantrekkelijk aanbod creëert vraag: dit alles kan ervoor zorgen dat ouderen in de toekomst vaker de stap zullen zetten vanuit regulier wonen naar een vorm van geclusterd wonen. de vraag naar geclusterd wonen valt dan hoger uit.

4 CBS verwacht dat de groep 85-plushuishoudens landelijk met +117% toeneemt: een ruime

verdubbeling van het aantal. Bron: huishoudensprognose CBS (2019-2060). In gemeente Delft ligt deze toename op +118%.

394.105 | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg

14

2.

3.

De inzet van technologie maakt het mogelijk om langer ‘thuis’ te blijven wonen. Dit zorg enerzijds voor een verschuiving van woonvormen binnen zorgtrede 6: de vraag naar somatische 24-uurszorg valt hierdoor wat lager uit, ten gunste van de vraag naar geclusterd wonen met zorg nabij. Anderzijds voorzien wij vanuit zorgtrede 4 en 5 een verschuiving vanuit het geclusterd wonen met zorg nabij naar het regulier wonen en geclusterd wonen zonder zorg. De groep ouderen uit de lagere zorgtreden (1 en 2) kan uit gemak voor technologie kiezen; dit heeft weinig invloed op het wonen. De verwachting is dat er in 2040 meer vermogende ouderen zullen zijn dan nu. Dat heeft gevolgen voor de keuze die zij maken. Volgens de huidige wet- en regelgeving is het met name voor mensen met een hoger vermogen voordeliger om zorg te ontvangen vanuit de Zvw dan vanuit de Wlz, vanwege de hoge eigen bijdrage die gevraagd wordt voor Wlz-zorg. De groei van de groep vermogende ouderen kan er dus voor zorgen dat een grotere groep senioren dan nu het aanvragen van een Wlz-indicatie (en het verhuizen naar een vorm van geclusterd wonen met zorg) zo lang mogelijk uitstelt. Voor vermogende ouderen die wél Wlz-zorg ontvangen, is het bij de huidige regelgeving voordeliger om deze te ontvangen op basis van scheiden wonen en zorg dan op basis van een intramurale indicatie.

Ook dit kan tot gevolg hebben dat meer mensen afzien van het verhuizen naar een verpleeghuis.5

Bovenstaande trends zorgen enerzijds voor een verschuiving van de vraag van regulier wonen naar geclusterd wonen (zonder zorg + met zorg nabij) en anderzijds van geclusterd wonen met of zonder zorg nabij naar regulier wonen. Daarnaast zien wij een verplaatsing van 24/7-zorg in een woonzorgcentrum 5 De invoering van een ‘abonnementstarief’ in de Wmo kan deze ontwikkeling verder versterken:

een dergelijk tarief zorgt er immers voor dat juist voor ouderen met een hoger inkomen de kosten voor Wmo-ondersteuning sterk zullen dalen, terwijl de eigen bijdrage voor Wlz-zorg wél

394.105 | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg

naar regulier of geclusterd wonen. Onderstaande tabel toont de vraag naar verschillende woonvormen wanneer we rekening houden met de genoemde trends. Tabel 3.1: Ontwikkeling vraag naar woonvormen (2019 - 2040; afgerond op 10-tallen) 2019 2025 2030 2035 2040 Regulier wonen 14.810 18.000 21.150 23.850 25.660 Geclusterd wonen 1.080 1.330 1.560 1.800 1.990 (zonder zorg) Geclusterd wonen 970 1.230 1.450 1.710 1.930 (zorg nabij) Geclusterd wonen 320 370 440 560 640 (24-uurszorg SOM) Geclusterd wonen 410 540 660 850 990 (24-uurszorg PG) Totaalaantal 17.590 21.470 25.260 28.760 31.210 huishoudens 65+ Bron: Bevolkingsprognose Haarlemmermeer, gegevens zorggebruik Zorg en Zekerheid & NZa, en bewerking Companen.

In het woonbeleidsprogramma 2019 - 2025 zet Haarlemmermeer sterk in op ondermeer een diverser aanbod creëren in de nieuwbouw, diversiteit in woonmilieus toevoegen, bevordering van doorstroming en een groter aanbod creëren van kleine, betaalbare woningen. Dit onderzoek vormt daarbij een houvast om gericht te sturen in de woningbehoefte van bijzondere doelgroepen, nu en in de toekomst Al met al kunnen we concluderen dat er groeiende vraag is binnen alle woonvormen. Dit heeft te maken met de toenemende vergrijzing aan de ene kant, en de trends aan de andere kant. Een groot deel van de ouderen wil langer afhankelijk is van inkomen en vermogen en dus relatief hoog ligt voor mensen met meer vermogen.

15

thuis wonen, dit is ook terug te zien in de cijfers. De stijging van regulier wonen en geclusterd wonen zonder zorg is hier een verklaring voor. Tijdens het klantenpanel met de ouderen kwam nadrukkelijk de wens naar aanleunwoningen (geclusterd wonen met zorg nabij) aan bod, ook werd besproken dat deze woonvorm nauwelijks aanwezig is in Haarlemmermeer. Deze bevinding van de ouderen is te herkennen aan de cijfers. Aan deze woonvorm is op dit moment al een fors tekort van 270 woningen, dit tekort neemt met 1230 woningen toe tot 2040. Figuur 3.6: Ontwikkeling vraag naar geclusterde woonvormen 2.500 2.000 1.500 1.000

Tussen de (somatische) ouderenzorg en de zorg voor lichamelijk beperkten bestaat veel synergie. Mensen met een lichamelijk handicap hebben net als ouderen vaak behoefte aan een aangepaste woning en soms ook aan (intensieve) zorg. De mate waarin iemand met een lichamelijke beperking in staat is zelfstandig te wonen, is afhankelijk van de ernst van de beperking, maar ook van de geschiktheid van de woning. In deze paragraaf brengen we de langdurige zorgbehoevenden en regulier wonende mensen met een lichamelijke beperking in beeld. Langdurige zorgbehoevenden zijn mensen die vanwege hun lichamelijke beperking een beroep doen op Wlz-zorg. Dit houdt in dat zij ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig hebben. Over het algemeen wonen mensen die vanwege lichamelijke beperkingen Wlz-zorg ontvangen in kleinschalige, geclusterde concepten. Een deel van de cliënten woont in een groepswoning met gedeelde voorzieningen. De illustraties hieronder geven een indruk van de variëteit aan woonvormen die vallen onder de noemer ‘geclusterd wonen’. Figuur 3.7: Voorbeelden geclusterd wonen voor lichamelijk beperkten

500 0 2019

2025

2030

2035

2040

Geclusterd wonen (zonder zorg)

Geclusterd wonen (zorg nabij)

Geclusterd wonen (24-uurszorg)

Woonzorg PG

Bron: Bevolkingsprognose Haarlemmermeer, gegevens zorggebruik Zorg en Zekerheid & NZa, en bewerking Companen.

3.2 Lichamelijk beperkten

394.105 | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg

16

Andere mensen met een lichamelijke beperking wonen in een geschikte reguliere woning, waar zij hulp ontvangen vanuit een Wmo-indicatie, persoonsgebonden budget of ‘volledig pakket thuis’. Voor de specifieke woonwensen is het ons advies om voor deze groep aan te sluiten bij de woonwensen van ouderen, zie hoofdstuk 8. In de volgende paragraaf wordt de geschiktheid en aanpasbaarheid van de reguliere woningen voor ouderen en mensen met een lichamelijke beperking besproken.

Zorgvraag lichamelijk beperkten Om een inschatting te maken van de Wlz-groep met een lichamelijke beperking is gebruik gemaakt van de afgegeven LG-indicaties vanuit CIZ-data. Dit zijn de afgegeven indicaties voor mensen die 24-uurszorg nodig hebben. In combinatie met de bevolkingsprognose van de gemeente Haarlemmermeer leidt dit tot een inschatting van de zorgvraag voor de periode tot 2040. In totaal hadden in 2019 100 mensen een LG-indicatie, waarvan ruim 60% tussen de 35 – 65 jaar. Dit aantal stijgt naar ca 115 LG-indicaties in 2040. De zelfstandig wonende groep lichamelijk beperkten doen een beroep op het geschikte woningaanbod van de gemeente Haarlemmermeer. De grootte van deze groep is bepaald aan de hand van cijfers uit de Woonzorgwijzer6, waarin zowel oudere als jongere mensen met lichamelijke beperkingen zijn opgenomen. Om de groep zo goed mogelijk in beeld te brengen zijn de volgende aandoeningen geïnventariseerd: - mensen met een somatische aandoening (SOM); - mensen met een niet aangeboren hersenletsel en een fysieke beperking (NAH);

6

In de laatste kolom is het aantal mensen weergegeven die door hun somatische of NAH-aandoening een beperking ervaren bij het zich binnenshuis verplaatsen. Deze groep mensen zal altijd een beroep doen op de geschikte woningvoorraad. In 2018 hebben naar schatting 8.100 mensen een somatische aandoening en 450 mensen niet-aangeboren hersenletsel. Het grootste deel van mensen met een lichamelijke beperking woont in Hoofddorp en Nieuw-Vennep. In totaal ervaren ca 3.000 mensen een beperking in het zich binnenshuis verplaatsen. Tabel 3.2: Aantal mensen met beperkingen in mobiliteit (2018 - 2023) Aantal mensen Aantal mensen met nietmet somatische aangeboren Gebieden aandoeningen hersenletsel Haarlemmermeer 8.100 450 Naar kern: Hoofddorp 3.640 190 Nieuw-Vennep 1.530 80 Zwanenburg 450 0 Badhoevedorp 840 50 Rijsenhout 430 20 Lisserbroek 240 20 Cruquius 90 0 Vijfhuizen 290 20 Overige kernen Noord 110 0 Overige kernen West 150 0 Overige kernen Zuidoost 270 30

Mensen die beperkingen binnenshuis ervaren 2.970 1.260 550 150 270 140 80 30 110 40 0 0

Bron: WoonzorgWijzer.nl en bewerking Companen.

De WoonZorgwijzer is een instrument om op laag geografisch schaalniveau de mensen met een bepaalde beperking inzichtelijk te maken. De cijfers in dit instrument zijn inschattingen.

394.105 | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg

17

3.3 Geschiktheidsanalyse Het huidige rijksbeleid is erop gericht dat ouderen en mensen met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen in hun eigen vertrouwde omgeving. Hierdoor wordt het steeds belangrijker dat de woning waarin men woont ook daadwerkelijk geschikt is om te bewonen voor mensen met een fysieke beperking. Daarnaast groeit ook de behoefte aan reguliere (niet-geclusterde) woningen die geschikt zijn om op hogere leeftijd te blijven wonen, zowel in de koop- als huursector. • Op dit moment wonen ca 14.810 65+-huishoudens in Haarlemmermeer in een reguliere, niet-geclusterde woning. • In 2030 zijn dit er volgens onze prognose circa 21.150. • In 2040 zijn dat circa 25.660 huishoudens. Bovenstaande ontwikkelingen stellen eisen aan de woningvoorraad. Geschikte woning Alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. De woning is geschikt voor bewoners met geringe beperkingen bij het lopen, die als hulpmiddelen eventueel wandelstok of kruk(ken) gebruiken. De woningen voldoen aan tenminste één van de volgende kenmerken: • woning is aangemerkt als seniorenwoning of nultredenwoning; • appartementen/(galerij)flats (als deze over een lift beschikken); • (semi)bungalows, woonboerderijen. Potentieel geschikte woning

7

Potentieel geschikte woningen zijn woningen die met relatief beperkte middelen geschikt te maken zijn. Hierbij is te denken aan het installeren van een traplift, of het verlagen of weghalen van drempels. Deze woningen voldoen aan de volgende criteria: • eengezinswoning, is gebouwd na 1998; • inhoud7 bij koopwoning is groter dan 350 m3 en gebouwd na 1965; • inhoud bij huurwoning is groter dan 300 m3 en gebouwd na 1980; • geschakelde woning. Niet-geschikte woning De overige woningen zijn als niet-geschikt aangemerkt voor mensen met een mobiliteitsbeperking; deze woningen zijn vermoedelijk ook niet (eenvoudig) geschikt te maken. De beoordeling van de woningvoorraad op geschiktheid op basis van wozgegevens is een inschatting. Bezoek aan een woning zelf moet uitwijzen of de inschatting ook juist is. Daarnaast geeft de analyse uitsluitend inzicht in de kenmerken van de woning. Het is denkbaar dat ouderen de woning niet meer geschikt vinden omdat bijvoorbeeld het onderhoud van de woning of de tuin teveel wordt, of dat men dichter bij voorzieningen wil wonen; een woning die volgens de analyse ‘geschikt’ is kan in de beleving van de bewoners dan minder geschikt zijn. Andersom kan het zo zijn dat in een woning die volgens de analyse ‘potentieel geschikt’ is inmiddels al aanpassingen zijn gedaan (zoals de installatie van een traplift, of de drempels verwijderd).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=1dfc8c6f-8d99-41bf-8126-bae8c9d279d0