Werkwijze gemeenteraad bij participatie.pdf
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
raadsvoorstel
onderwerp
portefeuillehouders
steiler Collegevergadering
Werkwijze gemeenteraad bij participatie Marjolein Steffens-van de Water, Marianne Schuurmans-Wijdeven Barbara Verbeek 1 juni 2021
Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer
2021.0001261
1. Voorstel Collegebesluit Het college besluit de gemeenteraad voor te stellen om: 1. in te stemmen met de 'Werkwijze gemeenteraad bij participatie', bestaande uit: a. Stap 1: Selectie onderwerpen b. Stap 2: Weging c. Stap 3: Initiatief d. Stap 4: Kaders en uitgangspunten bepalen e. Stap 5: Welke rol kiest de gemeenteraad? f. Stap 6: Vastleggen rol van de gemeenteraad in startnotitie 2. Samenvatting De afgelopen jaren heeft de gemeenteraad verschillende keren aangegeven dat hij behoefte heeft aan een werkwijze voor participatie. De 'Werkwijze gemeenteraad bij participatie' sluit aan op eerdere verkenningen van (een deel van) de gemeenteraad. De werkwijze bestaat uit zes stappen. De eerste drie stappen gaan over de selectie van onderwerpen of projecten. Dat gebeurt één of een paar keer per jaar. Stappen vier tot en met zes komen aan de orde bij elk van de geselecteerde onderwerpen of projecten. Door de stappen te doorlopen, bepaalt de gemeenteraad of hij een rol wil innemen in het participatieproces en zo ja, welke. Die rol kan groot of klein zijn. Als de kaders en afspraken en de rol van de gemeenteraad helder zijn, legt de gemeenteraad deze vast in een startnotitie. 3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken? Aanleiding Nieuwe wetgeving leidt ertoe dat bij nieuw beleid en bij nieuwe projecten meer wordt geparticipeerd.
Zo verplicht de Omgevingswet de overheid om bij nieuwe initiatieven te participeren. Decentrale overheden moeten vanwege het Wetsvoorstel Versterking participatie op decentraal niveau een participatieverordening hebben. Daarmee wordt voor inwoners en ondernemers duidelijk hoe, wanneer en waarover zij betrokken worden.
pagina 2
Werkwijze gemeenteraad bij participatie
In de afgelopen jaren is participatie steeds vanzelfsprekender geworden in Haarlemmermeer. Het Plan van Aanpak participatie (2014.0047217) laat zien dat het vorige en huidige college er steeds meer belang aan hechten inwoners te betrekken bij beleidsvorming en -uitvoering en projecten. Dit plan is mede gebaseerd op de participatieladder. Die is vanuit de Vereniging Nederlandse Gemeenten aanbevolen en is onlangs herzien.
Het Plan van Aanpak Participatie is geëvalueerd aan het eind van de vorige collegeperiode. Dat liet zien dat de gemeente een professionaliseringsslag en een verdiepingsslag heeft gemaakt. Deze aanbevelingen kwamen uit de evaluatie: •
Bepaal vooraf wie initiatiefnemer
is: gemeente, markt of een maatschappelijk initiatief (de aanleiding). •
Bepaal om welk type participatie
het gaat: dicht bij huis, gebiedsontwikkeling, kennis en innovatie of overige. •
Bepaal vooraf de rollen van
gemeente, inwoners en andere participanten. Ook uit het Rekenkamercommissierapport 'Wijze raad is halve daad' (2020.3749462), van juni 2020 kwamen aanbevelingen over participatie. Naar aanleiding daarvan vindt een gesprek plaats over participatieve democratie tussen de gemeenteraad en betrokken inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden, waaronder dorps- en wijkraden. Daarbij gaat het onder meer over de manier waarop inwoners aan het begin van beleidsvorming of uitvoering betrokken kunnen worden. De 'Werkwijze voor participatie' kan hierbij ondersteunen.
Werkwijze gemeenteraad bij participatie
pagina 3
Context De gemeenteraad kan de ontwikkeling van beleid, plannen en projecten overlaten aan het college met de vraag om binnen de gegeven kaders zoveel mogelijk te participeren. Bij het bepalen van de kaders kan de gemeenteraad zelf inwoners betrekken. Een voorbeeld hiervan is het beleid en de uitvoering voor speelplekken. Participatie bij de inrichting van speelplekken In het concept Speelruimteplan 'Kom in beweging' (2021.0000721) en het Beheerplan speelvoorzieningen 2020-2023 (2020.0000724) zijn de uitgangspunten door de gemeenteraad bepaald. Dat gaat om demografische gegevens, financiële kaders en kaders voor beheer. Ook heeft de gemeenteraad het college verzocht de uitvoering zo participatief mogelijk aan te pakken. Wanneer speeltoestellen aan vervanging toe zijn, worden inwoners rondom de plek aangeschreven. Medewerkers van de gemeente zijn op diverse momenten op de speelplek aanwezig om de wensen van de inwoners op te halen. Zij hebben plaatjes van mogelijke speeltoestellen bij zich. Op basis hiervan worden een paar ontwerpen voor de speelplek gemaakt. De bewoners kunnen vervolgens stemmen op het ontwerp dat het meest aansluit bij hun behoefte. Dat ontwerp wordt uitgevoerd. De participatie is ook specifiek op de gebruikers - lees de kinderen- gericht. Hier kiest de gemeenteraad ervoor geen rol in de uitvoering van participatie in te nemen, maar wel de kaders te bepalen.
De afgelopen jaren heeft de gemeenteraad twee keer in kleiner verband geoefend met het instrument van THiNK! Twice om zijn rol bij participatie te bepalen. In juni 2019 is een denkbeeldige casus behandeld. In maart 2020 is geoefend met de Transitievisie Warmte. De vragen die in THiNK! twice aan de orde komen, zijn in de nieuwe werkwijze verwerkt.
THiNK! twice De Vereniging Projectleiders Nederlandse Gemeenten (VPNG) heeft samen met het Ministerie van Binnenlandse Zaken THiNK! twice , ontwikkeld. Eerst als app, inmiddels is het een Online instrument. In de ontwikkeling ervan was Haarlemmermeer een van de tien pilotgemeenten. Meer informatie vindt u hier.
De workshops met THiNK! twice maken inzichtelijk welke overwegingen de gemeenteraad heeft bij participatie: • Welke kaders en beïnvloedingsruimte geeft de gemeenteraad? • Welke doelstelling heeft de gemeenteraad met het onderwerp en welk budget stelt de gemeenteraad beschikbaar? En hoe verhoudt zich dat tot wat de participanten nastreven? • Welke mogelijkheden zijn er om ook de kaders participatief vast te stellen? Met andere woorden: hoe kan de diversiteit van belangen uit de samenleving aan de start van een proces of project al worden opgehaald? • En hoe worden de belangen gewaardeerd en gewogen? Hoe worden de te maken keuzes verantwoord in het besluitvormingstraject? • Welke (deel)belangen dienen bij de afweging en/of verantwoording van dat besluit in beeld te komen? Hoe zorgen we dat de pluriformiteit en diversiteit van geluiden en (deel)belangen inzichtelijk blijven? • Waar ligt de beslissingsbevoegdheid van het uiteindelijke besluit? • Hoe gaat de gemeenteraad om met een te nemen besluit waarvan participanten de beïnvloedingsruimte hebben ingevuld? Volgt hij wat eruit komt? Wat zijn eventuele (zeer zwaarwegende) redenen om een andere weging te maken en hoe verantwoordt de gemeenteraad die?
pagina 4
Werkwijze gemeenteraad bij participatie
Doel De 'Werkwijze gemeenteraad bij participatie' is een instrument waarmee de gemeenteraad bepaalt bij welke onderwerpen of projecten hij een rol heeft in participatie en waarmee hij de kaders voor participatie en zijn rol daarbij vooraf vaststelt. De werkwijze biedt een handreiking waarmee participatie een vast en herkenbaar onderdeel kan zijn van besluitvorming. Consultatie Door de nadrukkelijke rol voor participatie in de Omgevingswet zijn sinds vorig jaar de gemeenteraadswerkgroepen Omgevingswet en Werkwijzen Raad aan de slag om de rol van de gemeenteraad bij participatie verder te duiden. Deze werkgroepen zijn vooraf geconsulteerd over de 'Werkwijze gemeenteraad bij participatie'. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen? In deze paragraaf zetten we de zes stappen van de 'Werkwijze gemeenteraad bij participatie' uiteen. De werkwijze maakt gebruik van twee instrumenten: THiNK! consistent en THiNK! Twice. Er is een scheiding tussen de eerste drie stappen en de laatste drie. De eerste drie gaan over de selectie van onderwerpen of projecten. Dat gebeurt één of een paar keer per jaar. Stappen vier tot en met zes komen aan de orde bij elk van de geselecteerde onderwerpen of projecten. | Schema Werkwijze gemeenteraad bij participatie
door gemeente ■ raad, een keer per jaar
Rol gemeenteraad bij participatie bepalen bij een concreet project door gemeenteraad of college
Project proces door college
Stap 1: Bij welke onderwerpen stelt de gemeenteraad kaders voor participatie? (besluit van de raad}
Sta p 2: wel ke ma te va n participatiefs nodig bij de onderwerpen uit stap 31? (besluit van de raad)
Stap 4: l Welke kaders en uitgangspunten?
|
Stap 3: Doet het college een voorstel voor de participatiekaders, stelt de gemeenteraad deze zelf? Of per project? (besluit van de raad)
Stap 5: Welke rol neemt de gemeenteraad in?
Stap 6: Nfestleggen rol gemeenteraad bij participatie in startnotitie
Voorbereiding Stap 1: Selectie onderwerpen Om de onderwerpen of projecten te selecteren, is een praktisch instrument nodig. Daarvoor kan de gemeenteraad onder meer de Strategische Agenda van de Raad (SAR) benutten. Daarnaast is het Omgevingsplan een bron. Bij de vaststelling hiervan, voorzien eind 2021, kunnen op basis van de Omgevingswet nota's of onderwerpen worden aangewezen, waarvoor de gemeenteraad participatie verplicht stelt. Daarbij kan de gemeenteraad ook bepalen dat hij zelf kaders wil stellen aan de participatie en welke rol hij wil hebben. Ook kan het college hiervoor een voorstel aan de gemeenteraad doen. We stellen voor dat het college in januari 2022 en verder jaarlijks een voorstel doet voor nota's of onderwerpen waarbij de gemeenteraad kaders stelt bij participatie en zijn rol bepaalt (stap 1
Werkwijze gemeenteraad bij participatie
pagina 5
van deze 'werkwijze gemeenteraad bij participatie'). Bij dat voorstel zit dan ook de weging van de onderwerpen (stap 2). Stap 2: Weging In deze stap wordt de mate van participatie bepaald voor de geselecteerde onderwerpen. Dat kan met het instrument THiNK! consistent of met deze vragen : a.
Wat voor soort initiatief is het? In welke mate werkt het door? (op straatniveau of voor de
b.
Hoeveel politieke of maatschappelijke aandacht is er of wordt er verwacht voor het
hele gemeente?) onderwerp? c.
In hoeverre dient het initiatief een maatschappelijk belang en versterkt het de samenleving?
d. Wat en hoe groot is de impact (positief of negatief) voor de omgeving? De antwoorden op deze vragen geven een indicatie voor maatwerk op participatie: is een participatieplan nodig, hoeveel verantwoordelijkheid ligt er bij de gemeenteraad en wat betekent dat dan voor de inzet van het gemeentebestuur (en de gemeentelijke organisatie) op de participatie? Stap 3: Initiatief We zien twee opties om te bepalen wie het initiatief moet nemen om het participatieproces te ontwerpen: 1. Het college doet altijd een voorstel voor de kaders van participatie aan de gemeenteraad volgens de 'Werkwijze gemeenteraad bij participatie' 2. De gemeenteraad gaat altijd zelf in een sessie aan de slag om de kaders te stellen. Dan benut de gemeenteraad zelf de 'Werkwijze gemeenteraad bij participatie'. Daarbij is aandacht nodig om zo snel mogelijk een sessie te beleggen, zodat het betreffende project geen vertraging oploopt door de mogelijk volle raadsagenda. We stellen de gemeenteraad voor om optie 1 te kiezen: In elk geval één keer per jaar stelt de gemeenteraad de onderwerpen vast en bepaalt de gemeenteraad per onderwerp of hij zelf de kaders stelt of het college opdracht geeft een voorstel te doen.
Kaders en rol stellen bij participatieproces Stap 4: Kaders en uitgangspunten bepalen De gemeenteraad bepaalt en stelt uitgangspunten en kaders vast met deze volgende vragen uit het instrument THiNK! twice: 1. Wat willen we ophalen? 2. Wie willen we betrekken? 3. Wie is verantwoordelijk voor het proces? 4. Wat doen we met de opbrengst? Stap 5: Welke rol kiest de gemeenteraad? Nu de gemeenteraad de kaders en uitgangspunten voor participatie heeft bepaald, kiest hij zijn eigen rol. a. Geen rol: De gemeenteraad laat het participatieproces aan het college en neemt alleen het besluit over het totale project. Hij kan wel als belangen- of volksvertegenwoordiger deelnemen aan de participatie. Hij geeft zichzelf geen mogelijkheid om de participatie achteraf te controleren aan de hand van de vooraf gestelde kaders. De uitvoering ligt bij het college. Wanneer de gemeenteraad geen rol in participatie neemt, geeft hij zichzelf veel ruimte om vanuit zijn rol als volksvertegenwoordiger te besluiten. Hij
Werkwijze gemeenteraad bij participatie
b.
c.
d.
pagina 6
heeft vooraf kader gesteld aan het proces van participatie en daarover geen verwachtingen geschept bij de participanten. Aanjager: De gemeenteraad zet participatie in gang door het college opdracht te geven samen met participanten inhoud te geven aan de beoogde ontwikkeling en neemt vervolgens alleen het besluit over het totale project. Hiermee toont de gemeenteraad aan dat hij wel belang hecht aan participatie, maar geen kaders wil stellen. Hij kan alleen bij het besluit controleren of participanten zijn betrokken. Kaderstellend/controlerend: De gemeenteraad stuurt op het participatieproces en geeft kaders voor participatie mee aan het college. De gemeenteraad geeft aan op welke momenten hij betrokken wil worden. Een goed verlopen participatieproces is dan een randvoorwaarde om positief te kunnen besluiten over het project. Hiermee geeft de gemeenteraad zichzelf een actieve rol die gericht is op een goed participatieproces, niet op de inhoudelijke uitkomst. Hij geeft het college kaders, maar ook ruimte om die in te vullen. En controleert aan het eind. Regierol: De gemeenteraad geeft regie op de participatie aan het college door kaders mee te geven en vooraf te besluiten dat hij de uitkomst van het participatieproces overneemt als besluit indien er overeenstemming is tussen de participanten. Mochten er inhoudelijke belangentegenstellingen zijn, dan beslist de gemeenteraad.
De gemeenteraad neemt een actieve rol. Hij controleert het participatieproces en neemt de inhoudelijke uitkomst -als deze binnen de kaders is- over.
Stap 6: Vastleggen rol van gemeenteraad in startnotitie De kaders voor participatie en de rol van de gemeenteraad worden vastgelegd in een startnotitie participatie (bijlage b). Daarin staan in elk geval: • het doel van participatie • de doelgroep • de rol van de gemeenteraad • de ruimte voor inbreng Met de startnotitie voegen we een instrument toe aan de participatie-instrumenten die we al hebben. De startnotitie is onderdeel van het plan van aanpak van de ontwikkeling, het beleid of het project. Dat plan van aanpak stelt de gemeenteraad vast. Bij elke berichtgeving over de voortgang van de ontwikkeling, het beleid of het project aan de gemeenteraad, komt ook de voortgang van het participatieproces aan de orde. Omdat de praktijk anders kan zijn dan een werkwijze op papier, stellen we de gemeenteraad voor in 2021 deze werkwijze bij een project toepassen. Zo kan de gemeenteraad ervaren hoe hij kaders en afspraken voor een participatieproces stelt en ook zijn rol bij participatie helder maken. We stellen dat de gemeenteraad het college verzoekt een project met deze werkwijze voor te bereiden. 3.3 Wat mag het kosten? Aan de uitvoering van dit voorstel zijn, naast de beschikbare ambtelijke capaciteit, geen kosten verbonden. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk? Het is aan de gemeenteraad om de 'Werkwijze gemeenteraad bij participatie' te benutten.
Facilitering en ondersteuning wordt geboden door de portefeuillehouder Gebiedsgericht Werken, die eerste aanspreekpunt is. Deze stemt af met de portefeuillehouders Kernencontacten.
pagina 7
Werkwijze gemeenteraad bij participatie
3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar? Deze werkwijze is voortgekomen uit de focus die het college en de gemeenteraad sinds 2014 op participatie leggen. Formele inspraak komt is gebaseerd op de regels van de Algemene Wet Bestuursrecht en vindt plaats vlak voor het moment dat plan voor uitvoering of beleid ter besluitvorming wordt voorgelegd aan de gemeenteraad. Deze inspraak is vastgelegd in onze inspraakverordening (2008/19950) van kracht. In artikelen 6 en 7 van de inspraakverordening is bepaald dat 'elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluit of interactieve beleidsvorming wordt ingezet bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid'. De 'werkwijze gemeenteraad bij participatie' geeft aan hoe die interactieve beleidsvorming plaatsvindt, wanneer de gemeenteraad in het begin van planvorming zijn rol wil bepalen. Het Plan van Aanpak (2014.0047217) fungeerde als een dynamisch programma waarin leren en verbeteren centraal stonden en dat was gebaseerd op de ambitie van het collegeprogramma 'Krachtig Samen Werken' om participatie als verbindend programma te positioneren. Participatieonderzoek 'Haarlemmermeer weet raad' (2017.0063632) is uitgevoerd en evalueert de ervaringen met het Plan van Aanpak.
De lessen die uit het onderzoek getrokken zijn bieden een basis om participatie verder vorm te geven; borgen wat goed gaat en blijven leren om te verbeteren. 3.6 Wanneer en hoe zal de gemeenteraad over de voortgang worden geïnformeerd? Nadat de gemeenteraad heeft besloten de 'Werkwijze gemeenteraad bij participatie' te benutten, wordt het college gevraagd nog in 2021 een project met deze werkwijze voorbereiden, zodat de gemeenteraad de 'Werkwijze gemeenteraad bij participatie' kan ervaren in de praktijk. 4. Ondertekening Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, de burgemeester, de secretaris,
uurmans-Wijdeven
drs. Carel Brugman Bijlage(n): • Startnotitie • Schema stappen werkwijze gemeenteykad bij pa’M
patie
Bijlage b - Format startnotitie raad bij participatie bij (grote) projecten Context De startnotitie maakt onderdeel uit van het voorstel werkwijze raad bij participatie. De uitkomst van die werkwijze wordt in de startnotitie vastgelegd. De startnotitie is een voorstel van het college of van de raad zelf, afhankelijk waar de raad het initiatief legt. De startnotitie wordt vastgesteld in de raad en maakt onderdeel uit van het plan van aanpak van de ontwikkeling/beleid/project. Dat plan van aanpak stelt de raad vast.
Doel Met de startnotitie raad bij participatie bij (grote) projecten worden de kaders en de rol van de raad voor participatie vastgelegd. Daarmee wordt ook duidelijk, hoeveel ruimte de raad biedt voor de projectparticipatie en welke rol de raad inneemt in het participatieproces.
Uitgangspunten participatie De algemene uitgangspunten voor participatie en mogelijke bouwstenen voor de startnotitie: • De gemeenteraad heeft budgetrecht (gaat over het geld) • De gemeenteraad heeft via de bestemmingsplannen het kaderstellend ruimtelijk instrument • Voor grote belangrijke/belangvolle projecten en voor gemeentelijke basisvoorzieningen wil de gemeenteraad luisteren welke belangen er zijn om te kunnen wegen en verantwoorden over welke belangen is nagedacht bij de besluitvorming
Mogelijke bouwstenen startnotitie De volgende punten kunnen als onderdelen in de startnotitie worden gebruikt. Voor het participatieproces is belangrijk dat van tevoren de kaders (wet- en regelgeving en beleidskaders) helder zijn en de beïnvloedingsruimte daarbij. Het is verstandig vroegtijdig het proces van project (inhoud), besluitvorming (in het college van BenW en de gemeenteraad) en participatie (interactie met ruimte voor het organiseren van invloed) te ontwerpen. Daarbij is rolduiding en rolvastheid van belang. Deze rol kan invloed hebben op hoe de participatie wordt ingericht. Ook de context van de ontwikkeling/beleid/project en de processtap waarin die ontwikkeling zich bevindt, is van belang. Het is verstandig om per processtap en overdracht een verantwoordelijke aan te wijzen.
Actoren
Inhoudelijke opgave(n) 1. Wat is de ontwikkeling/beleid/proje ct? 2. Hoe te realiseren? Kansen en belemmeringen, (mogelijke) oplossingsrichtingen
Realisatie: 3. Stand van zaken, resultaten tot nu toe?
4. Wie willen we betrekken? Gemeenschappelijke, verschillende en tegengestelde belangen
Proces 5. Wat willen we ophalen? Doelen participatieproces vaststellen 6. Wie is verantwoordelijk voor het proces? 7. Welke rol neemt de raad in? 8. Wat doen we met de opbrengst? 9. Stappen participatieproces benoemen 10. Participatievormen 11. Processtappen en wijze van besluitvorming 1
Dat leidt tot de volgende bouwstenen: 1. Wat is de ontwikkeling/beleid/project? Hier wordt de inhoudelijke opgave benoemd en beschreven. 2. Hoe te realiseren? Kansen en belemmeringen en (mogelijke) oplossingsrichtingen Beschrijving van uitgangspunten, voorgestelde interventies per onderdeel van de inhoudelijke opgave. 3. Stand van zaken, resultaten tot nu toe Veel processen/projecten kennen een verleden, waarin al is geparticipeerd. Het is van belang deze kennis te benutten voor het te ontwerpen participatieproces. 4. Wie willen we betrekken? Welke actoren zijn in beeld? Als (co)producent, als doelgroep of buur? En wat zijn hun belangen, behoeften en beweegredenen ten aanzien van de opgave? Door alle actoren in beeld te brengen, kun je ook tijdens het participatieproces zien of ze voldoende de kans hebben om betrokken te raken bij het proces. Let wel: Niet alle belangen die uit participatie naar boven komen kunnen op een zelfde manier worden bediend. Dus niet iedereen zal tevreden zijn. Dit zal leiden tot een bestuurlijke afweging die wordt verantwoord aan de belanghebbenden. Risico bestaat dat mensen hun belang onvoldoende herkennen in die afweging en dat wijten aan het proces in plaats van aan de inhoudelijke belangenafweging. Dan kan de onvrede zich richten op de (ambtelijke) organisatie in plaats van op de bestuurlijke beslissers. 5.
Wat willen we ophalen? Doelen van het participatieproces vaststellen Omschrijf van wat het doel is met participatie; gaat het om draagvlak creëren, belangen ophalen om ze te kunnen wegen, etc. Het is van belang dit doel zo concreet mogelijk te omschrijven. 6. Wie is verantwoordelijk voor het proces? Ligt het trekkerschap voor de participatie bij de gemeente (college en raad) of bij de initiatiefnemer? 7. Welke rol neemt de raad in? De rol van de raad is van belang voor het ontwerp van het participatieproces en om verwachtingen te managen. De raad kan diverse rollen innemen, van ‘geen rol’, ‘aanjager’, een ‘kaderstellende/ controlerende rol’ tot ‘regierol’ en daarmee in mindere mate of juist meerdere mate onderdeel worden van het participatieproces. 8. Wat doen we met de opbrengst van participatie? Het schept helderheid over verwachtingen als vooraf aan het participatieproces voor alle belanghebbenden duidelijk is, wat er gebeurt om de opbrengst. Geeft de raad maximale ruimte door vanuit de regie rol in het besluit over de (inhoud van het) project de uitkomst van het participatieproces te volgen mits het binnen de kader is en er geen inhoudelijke belangentegenstellingen zijn. Of ziet de raad de uitkomst van het participatieproces puur als advies vanuit de samenleving? 9.
Stappen participatieproces benoemen (bouwstenen uit stroomschema – zie bijlage) • Opgave beschrijven (om welke opgaven/belangen gaat het? Welk maatschappelijk belang wordt beoogd?) • Krachtenveldanalyse (wie zijn er met welke belangen en (hoe) zijn ze onderling afhankelijk?) • Ontwerp van participatie (maatwerkontwerp met daarin niveau van participatie, de kaders en de beïnvloedingsruimte die in de stappen van ‘voorstel werkwijze raad bij participatie’ zijn beschreven) • Rolduiding en rolvastheid van de deelnemers (participanten, politici, ambtenaren en professionals; wie heeft invloed op het proces en wie op de inhoud) • Wijze van ophalen (welke vorm van participatie wil je benutten) • Wijze van delen van de opbrengst (hoe leg je de opbrengst van de opgehaalde belangen terug bij de participanten; de ‘oogst’ van de participatievormen) • Wijze van verantwoorden (onderbouwing van de wijze waarop de opbrengst is gewogen in de besluitvorming en toelichting bij het besluit) Hiervoor zijn ook diverse hulpmiddelen beschikbaar. 10. Participatievormen Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de suggesties op de Haarlemmermeerse intranetsite. NB Uit onderzoeken blijkt dat succesfactoren bij participatieprocessen vooral te vinden zijn in de interne organisatie, het bestuur en de betrokken externen.
Die succesfactoren benoemen vooral gedrag en houding: Een flexibele houding, die zich richt op maatwerk, met wil om te leren vanuit een gezamenlijke wil om te slagen in de opgave. Voor Haarlemmermeer zijn specifieke aandachtspunten: ▪ Zorg voor ruimte om te leren binnen de organisatie ▪ Depolitiseer ‘participatie’ en geef het een reguliere plek in het proces
2
▪ ▪
Voorkom dat het een paradepaardje wordt Denk vooraf na over de realisatie van opgehaalde ideeën (hoe rond je het proces succesvol af? Risico is verlies van draagvlak bij participanten en de raad)
3
Bijlage a - Schema Werkwijze gemeenteraad bij participatie Voorbereiding door gemeenteraad, een keer per jaar
Rol gemeenteraad bij participatie bepalen bij een onderwerp of project
Stap 1: Bij welke onderwerpen stelt de gemeenteraad kaders voor participatie? (besluit van de raad)
Stap 2: welke mate van participatie is nodig bij de onderwerpen uit stap 1? (besluit van de raad)
Stap 4: Welke kaders en uitgangspunten?
Stap 3: Doet het college een voorstel voor de participatiekaders, stelt de gemeenteraad deze zelf? Of per project? (besluit van de raad)
Stap 5: Welke rol neemt de gemeenteraad in?
door gemeenteraad of college
Project proces door college
Stap 6: Vastleggen rol gemeenteraad bij participatie in startnotitie
Start project proces met plan van aanpak, waarvan startnotitie participatie onderdeel uitmaakt