Warmtevisie Haarlemmermeer 2030 - gecorrigeerd (nav raad 30-09-2020).pdf
Tekst van het document
Warmtevisie Haarlemmermeer 2030 Samen naar een andere manier van verwarmen
Colofon Tekst, vormgeving en drukwerk Gemeente Haarlemmermeer Postbus 250 2130 AG Hoofddorp Telefoon 0900 1852 E-mail info@haarlemmermeer.nl Internet www.haarlemmermeer.nl/nieuwe-energie
Fotografie Kees van der Veer Shutterstock
september 2021
2
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
Voorwoord De opdracht die het Rijk ons heeft gegeven, is duidelijk: In 2050 willen we dat onze energievoorziening energieneutraal is. De komende jaren gaan we daar stap voor stap naar toe. Een enorme opgave die we samen met de inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden oppakken. Voor de gemeente is het belangrijk dat we dit zorgvuldig doen en met draagvlak. De energietransitie moet van iedereen worden. In die energietransitie is deze warmtevisie een belangrijk onderdeel. Hoe gaan we over naar andere warmtebronnen, als we geen aardgas meer willen gebruiken? Hoe verwarmen we onze huizen? Hoe koken we in de toekomst? Allemaal vragen die nu leven. De antwoorden zijn niet altijd makkelijk te geven. Van alle onderwerpen in de energietransitie, is dit het onderwerp dat de inwoners en ondernemers van onze gemeente het meeste raakt. Het is ook niet zo dat we van vandaag op morgen van het aardgas afgaan. Daar hebben we ruim de tijd voor. Kleine maatregelen, zoals bijvoorbeeld het (beter) isoleren van het huis of het kantoorgebouw, kunnen nu al worden gedaan. Wij zijn blij dat deze warmtevisie er nu ligt. Hierin staat wat de aanpak is tot 2050. De gemeente geeft hierin een richting aan voor de techniek en planning. Het is belangrijk dat wij als gemeente de regie pakken waar het nodig is en de inwoners en ondernemers helpen door te informeren of te ontzorgen over de transitie.
De komende jaren zal de gemeente blijven kijken naar de ontwikkelingen in techniek, maar ook in draagvlak. Want haalbaarheid en betaalbaarheid vinden wij belangrijk. Het is aan de eigenaar van een gebouw om te kiezen op welke manier er wordt verwarmd en het moment wanneer dit gaat gebeuren. Iedereen kan voor zichzelf beginnen maar soms is het juist handig om in een wijk gezamenlijk aan de slag te gaan. De gemeente helpt hierbij, iedereen is vrij om wel of niet mee te doen. De plannen zijn niet in beton gegoten. We hebben al eerder aangegeven dat we een slimme volger willen zijn. Dat betekent dat we willen leren van de nieuwste technieken, zonder dat we zelf het wiel opnieuw uitvinden. Drs. J. N. J. Nobel, wethouder van o.a. Energietransitie
3
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
Samenvatting De energietransitie in Nederland is in volle gang. Alle gemeenten maken werk van de opwek van hernieuwbare energie, energiebesparing en het anders verwarmen van gebouwen en huizen. Die verandering in hoe we omgaan met verwarmen en koken is de warmtetransitie. We gaan hiervoor minder aardgas gebruiken en werken aan duurzame alternatieven. Dit doen we door over te stappen op CO2-arme warmtebronnen en duurzame energie. De warmtetransitie is, van alle onderwerpen in de energietransitie, het onderwerp dat het dichtste bij inwoners en ondernemers van onze gemeente komt. Dit komt doordat huizen en gebouwen verbeterd moeten worden met betere isolatie, er op een andere manier gekookt gaat worden en straten aangepakt moeten worden om nieuwe energie infrastructuur aan te leggen. Hoe we dit in Haarlemmermeer gaan doen staat beschreven in dit document: de warmtevisie. De warmtevisie is een plan voor de hele gemeente. Er staat in welke techniek in een wijk de voorkeur heeft en wat logische momenten zijn om aan de slag te gaan. Ook staat er met welke wijken wij vóór 2030 het gesprek willen aangaan over duurzaam verwarmen. We beschrijven de strategie en de rol van de gemeente. Door in te zetten op haalbare en betaalbare stappen wordt CO2-uitstoot voorkomen. Zo wordt stapsgewijs gewerkt aan een gebouwde omgeving die in 2050 nagenoeg geen CO2-uitstoot meer veroorzaakt.
De warmtevisie wordt minimaal elke vijf jaar opnieuw bekeken en waar nodig aangepast.
Verschillende oplossingen Op dit moment gebruikt bijna iedereen dezelfde warmtebron: aardgas. In de toekomst wordt dit anders. Er kan gebruik gemaakt worden van verschillende technieken en warmtebronnen om gebouwen te verwarmen. Voor een deel van de gebieden wordt gekeken naar verwarmen met alleen elektriciteit (dit wordt ook wel all-electric genoemd). Voor enkele gebieden wordt gekeken naar een warmtenet. Een warmtenet is een netwerk van leidingen onder de grond, waar warm water doorheen stroomt. In het grootste deel van de gemeente lijken grote warmtenetten niet haalbaar omdat er weinig geschikte warmtebronnen in onze gemeente zijn. In de toekomst is er voor bepaalde gebieden geen gasnet meer nodig maar er zijn ook gebieden waarin het gasnet in stand gehouden wordt. Daar kan gebruik gemaakt worden van groengas, bijvoorbeeld in combinatie met een hybride warmtepomp.
4
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
Rol van de gemeente De gemeente geeft richting aan techniek en planning. Maar het is aan gebouweigenaren om te kiezen voor een techniek en het moment van uitvoering. De gemeente zorgt met een kaart voor duidelijkheid over het gewenste eindbeeld en geeft aan wanneer bij voorkeur aan de slag gegaan wordt. De gemeente ondersteunt bij het opstellen van plannen en helpt bij de uitvoering. We volgen daarbij slim wat de technische ontwikkelingen zijn, wat de ervaringen van andere gemeenten en wat de rijksoverheid besluit. De warmtetransitie is een opgave die wij met elkaar uitvoeren. Het is een ingewikkeld samenspel tussen inwoners, gebouweigenaren, betaalbaarheid, techniek en wet- en regelgeving. Wij vinden het belangrijk dat er keuzevrijheid is voor gebouweigenaren, dat er samenhang is in ontwikkeling en dat gebruik gemaakt wordt van beschikbare, betrouwbare, veilige, duurzame technieken en warmtebronnen. De warmtetransitie doen we dus samen met iedereen. Inwoners, gebouweigenaren en ondernemers doen mee in de warmtetransitie door mee te denken en initiatieven te ontplooien. De plannen voor iedere wijk (of buurt) maken we ook samen. Dit worden wijkplannen genoemd. Alle gebouweigenaren kunnen zelf kiezen van welke, voor dat gebied beschikbare, duurzame warmtebron ze gebruik willen maken.
In de wijken waar het gasnet niet in stand gehouden wordt vervalt, op termijn, de keuze voor (groen)gas. Ook zien we erop toe dat inwoners niet zonder warmte komen te zitten door de warmtetransitie.
Haalbaar en betaalbaar Belangrijke onderwerpen in de warmtetransitie zijn de haalbaarheid en betaalbaarheid ervan. Daarom hebben wij bij het maken van de Warmtevisie zoveel mogelijk gekeken naar de betaalbaarheid voor Nederland (nationale kosten) en de kosten voor gebouweigenaren en inwoners (eindgebruikerskosten). Ook voor de planning en fasering hebben wij gekeken naar de mogelijkheid om werkzaamheden te combineren zodat verduurzaming plaats kan vinden op momenten dat toch al werkzaamheden uitgevoerd worden.
5
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
Inhoudsopgave Voorwoord .................................................................................................................................................................................... 3 Samenvatting ................................................................................................................................................................................ 4 1.
Inleiding: Duurzaam comfortabel wonen, werken en leven................................................................................................ 8 1.1
Urgente opgave ............................................................................................................................................................................. 8
1.2
Energietransitie ............................................................................................................................................................................. 9
1.3
Warmtetransitie, een uitdagende opgave ................................................................................................................................... 9
1.4
Samen met inwoners en ondernemers ......................................................................................................................................10
1.5
Warmtevisie en wijkplannen ......................................................................................................................................................11
1.6
Totstandkoming van de Warmtevisie.........................................................................................................................................11
1.7
Leeswijzer.....................................................................................................................................................................................11
2.
De Haarlemmermeerse opgave ........................................................................................................................................ 12 2.1
Van landelijk gebied tot stedelijke stadscentra .........................................................................................................................12
2.2
Infrastructuur en warmtebronnen .............................................................................................................................................17
2.3
Warmtetransitie in landelijke context ........................................................................................................................................20
2.4
Warmtetransitie in regionale context ........................................................................................................................................20
3.
De Haarlemmermeerse aanpak ........................................................................................................................................ 21 3.1
Naar een duurzame warmtevoorziening in 2050 ......................................................................................................................22
3.2
De warmtetransitie: een dynamisch proces ..............................................................................................................................23
3.3
Samenwerken met maatschappelijke partners .........................................................................................................................26
3.4
Industrieclusters ..........................................................................................................................................................................27
4.
Routes naar duurzaam en comfortabel wonen en werken ............................................................................................... 28 4.1
Algemene routekaart ..................................................................................................................................................................28
4.2
Warmteoplossingen ....................................................................................................................................................................30
4.3
Specifieke routes en tussenstappen...........................................................................................................................................31
4.4
Warmtekaart in 2050 ..................................................................................................................................................................32
5.
De warmtetransitie tot 2030 ............................................................................................................................................ 35 5.1
De eerste fase van de warmtetransitie ......................................................................................................................................35
5.2
Ontwikkelingen richting aardgasvrij ...........................................................................................................................................35
5.3
Oproep tot initiatieven ................................................................................................................................................................36
6.
6
Warmtebronnen en energie-infrastructuur ...................................................................................................................... 38 6.1
De capaciteit van het elektriciteitsnet........................................................................................................................................38
6.2
De aanwezigheid van warmtebronnen ......................................................................................................................................39
6.3
Wet- en regelgeving rondom warmtenetten.............................................................................................................................43
6.4
Warmtenetten in Haarlemmermeer ..........................................................................................................................................44
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
7.
Warmtetransitie in de praktijk ......................................................................................................................................... 45 7.1
Faciliteren van individuele maatregelen ....................................................................................................................................45
7.2
Het maken van wijkplannen........................................................................................................................................................47
7.3
Stimuleren en faciliteren van initiatieven ..................................................................................................................................48
7.4
Informatie en communicatie ......................................................................................................................................................50
7.5
Uitvoeringsagenda.......................................................................................................................................................................50
Verklarende woordenlijst ............................................................................................................................................................ 51 Bijlagen ....................................................................................................................................................................................... 54 Bijlage A. Participatieverslag .....................................................................................................................................................................55 Bijlage B. Specifieke routes .......................................................................................................................................................................63 Bijlage C. Detailkaarten .............................................................................................................................................................................65 Bijlage D. Beknopt communicatie- en participatieplan ...........................................................................................................................69
7
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
1. Inleiding: Duurzaam comfortabel wonen, werken en leven Haarlemmermeer heeft haar bestaansrecht en de welvaart te danken aan de ontwikkelingen van eerdere energietransities. De stoomtrein reed over het oudste stukje spoorlijn van Amsterdam via Halfweg naar Haarlem en maakte trekschuiten minder belangrijk. Andere stoommachines zorgden voor de drooglegging van het toenmalige Haarlemmermeer. Vervolgens maakte aardolie het mogelijk dat de luchtvaart zich kon ontwikkelen tot een internationale vorm van transport. Daardoor werd Schiphol een belangrijke poort naar de rest van de wereld. De ontdekking van de gasbel in 1959 in Groningen zorgde voor een sterke verbetering van het comfort in huis en een betere luchtkwaliteit. We konden onze huizen er goed en betaalbaar mee verwarmen. Koken op gas was ook een stuk gezonder dan kolenfornuizen en houtfornuizen. Minder roet en betere luchtkwaliteit binnen maakten huizen comfortabeler. Het aardgas zorgde er ook voor dat de glastuinbouw kon opbloeien: bloemen, groenten en fruit konden het hele jaar door worden geteeld. De ontwikkeling van de techniek en het gebruik van deze fossiele brandstoffen leverden ons in Haarlemmermeer veel welvaart op.
1.1
Urgente opgave
Intussen staat de volgende energietransitie voor de deur. Deze is belangrijk vanwege klimaatverandering en het beëindigen van de aardgaswinning in Groningen. In het nationale klimaatakkoord hebben we afgesproken om de CO2-uitstoot fors te verminderen. Met als doel dat de gebouwde omgeving in 2050 CO2-arm is. De urgentie voor de warmtetransitie is hoog. Tegelijkertijd komt de warmtetransitie nog maar net uit de startblokken en hebben we nog een lange weg te gaan. We zullen daarom eerst moeten leren voordat we kunnen versnellen.
Klimaatakkoord en Gasbesluit In 2015 is door 195 landen afgesproken dat de gemiddelde wereldwijde temperatuurstijging onder 2°C moet blijven, het liefst zelfs onder de 1,5°C. Hiervoor moet de uitstoot van broeikasgassen (gassen die warmte vasthouden op aarde) sterk worden verminderd. In 2018 is door het Kabinet Rutte III een Gasbesluit genomen. Hierin is besloten tot een versnelde afbouw van de aardgaswinning in Groningen tot aan 2050. Vanaf 2050 wordt geen aardgas meer gebruikt voor het verwarmen van onze huizen en andere gebouwen. Directe aanleiding voor het Gasbesluit waren de aardbevingen die optreden als gevolg van de aardgaswinning.
8
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
1.2
Energietransitie
De energietransitie gaat over het opwekken van duurzame elektriciteit, het verduurzamen van de industrie, duurzame mobiliteit en over het klimaatneutraal en zonder (Gronings) aardgas verwarmen van onze huizen en gebouwen. Gemeente Haarlemmermeer werkt met de programmatische aanpak Energietransitie aan de gemaakte afspraken. Hierbij wordt gewerkt vanuit vier ‘programmalijnen’. Het energiegebruik verminderen en klimaatneutraal 1 verwarmen zonder aardgas 2 noemen we de warmtetransitie. De Rijksoverheid heeft gemeenten de regie gegeven over de warmtetransitie. Wij faciliteren en regisseren deze opgave van het Rijk.
De vier programmalijnen van het programma Energietransitie: betrokkenheid, energiegebruik & fossielvrij, lokale productie & duurzame energie, energie infrastructuur.
1.3
Warmtetransitie, een uitdagende opgave
De warmtetransitie is een uitdagende opgave. De technische oplossing en de financiële haalbaarheid verschillen per situatie. De technische mogelijkheden zijn nog volop in ontwikkeling en er moet aanvullende energie infrastructuur worden aangelegd. Koken op aardgas wordt koken op een inductie kookplaat. Daarnaast is de warmtetransitie een opgave met veel betrokken partijen. Gebouweigenaren, huurders, leveranciers van warmte, lokale overheden en het Rijk spelen allemaal een rol. Wet- en regelgeving is volop in ontwikkeling en bedrijven werken aan nieuwe producten en diensten om aan te bieden. Ook wordt onderzoek gedaan naar de wijze waarop de warmtetransitie gefinancierd kan worden. Door de warmtetransitie op een slimme manier in te vullen zorgen we niet alleen voor een lagere CO2-uitstoot maar maken we ook onze huizen en gebouwen gezonder en comfortabeler. Door goede ventilatie kunnen tocht en vochtproblemen worden aangepakt en wordt de lucht binnenshuis gezonder. Daarbij blijven huizen in de winter niet alleen warm en behaaglijk maar tijdens warme zomerdagen ook koel en aangenaam. Door op het juiste moment te kiezen voor geschikte warmtetechnieken kunnen we de kosten voor Nederland en kosten voor inwoners en gebouweigenaren laag houden. Met al deze factoren moet rekening gehouden worden om te komen tot een haalbare en betaalbare warmtetransitie.
Hierdoor is sprake van een uitdagende opgave.
Stapsgewijs aan de slag Ondanks de benoemde uitdagingen en ontwikkelingen is het van belang nu te beginnen. Dit geldt ook voor gebieden waar het nu nog niet haalbaar en betaalbaar is om helemaal over te stappen op andere warmtebronnen. Als onderdeel van een stapsgewijze aanpak kan gewerkt worden aan het verbeteren van de gebouwschil en het maken van plannen om op een later moment over te stappen op andere warmtebronnen. Met kleine stappen die nu al wel haalbaar en betaalbaar zijn wordt het in de toekomst makkelijker om van het aardgas af te gaan. Daarbij dragen deze stappen direct bij aan het comfort, een gezond binnenklimaat en een verlaging van de CO2-uitstoot.
9
1
Klimaatneutraal: er worden netto geen broeikasgassen uitgestoten waardoor niet wordt bijgedragen aan klimaatverandering.
2
Aardgasvrij: er wordt geen aardgas meer verbruikt voor het verwarmen van onze gebouwen en de bereiding van warm water.
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
Kosten energietransitie: nationale kosten en eindgebruikerskosten De kosten voor de warmtetransitie zijn op meerdere manieren uit te drukken. Er wordt vaak gesproken over nationale kosten en eindgebruikerskosten. Nationale kosten zijn de totale kosten voor Nederland om de benodigde reductie van CO2-uitstoot te bewerkstelligen. Het bevat alle kosten en baten van maatregelen die nodig zijn om in een gebied over te stappen op een andere manier van verwarmen. Hierbij wordt geen rekening gehouden met een verdeling van de kosten en baten. Met rekenmodellen wordt voor verschillende technieken (bijvoorbeeld volledig elektrisch, warmtenet en waterstof) berekend hoe hoog de nationale kosten zijn. Eindgebruikerskosten zijn totale kosten voor de bewoner van een huis of gebruiker van een pand. Het bevat alle kosten en baten voor de gebouweigenaar voor het overstappen op een andere manier van verwarmen. De eindgebruikerskosten bestaan uit de investeringskosten (bijvoorbeeld voor isolatie en zonnepanelen) en de maandelijkse energierekening. De eindgebruikerskosten zijn sterk afhankelijk van het type gebouw, de gekozen warmtetechniek, het energiegebruik van de gebruiker en de uiteindelijke offerte van marktpartijen. De laagste nationale kosten en de laagste eindgebruikerskosten worden niet altijd met dezelfde techniek bereikt.
1.4
Samen met inwoners en ondernemers
De warmtetransitie is, van alle onderwerpen in de energietransitie, het onderwerp dat het dichtste bij inwoners en ondernemers van onze gemeente komt. Het is een opgave die wij dan ook samen met onze inwoners en ondernemers willen realiseren. Hierbij vinden wij het belangrijk dat er keuzevrijheid is voor gebouweigenaren, dat er samenhang is in ontwikkelingen en dat gebruik gemaakt wordt van beschikbare, betrouwbare, veilige, duurzame technieken en warmtebronnen. Omdat we dit samen willen doen vragen we inwoners, gebouweigenaren en ondernemers om mee te denken, zelf stappen te zetten en initiatief te nemen. De gemeente ondersteunt hierbij. Dit doen wij in samenwerking met het Energieloket Haarlemmermeer en op verschillende manieren, bijvoorbeeld met inkoopacties van gebouwisolatie en advisering door energiecoaches.
Samen werken we aan de energietransitie. De foto hierboven is genomen tijdens een informatiemarkt over nieuwe energie in het raadhuis van Haarlemmermeer. Belangstellenden konden zich laten informeren over maatregelen om hun woning energiezuiniger te maken en te verduurzamen.
10
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
Energieloket Haarlemmermeer Het Energieloket Haarlemmermeer is een loket waar inwoners en ondernemers terecht kunnen voor informatie, advies en acties om hun eigen huis of bedrijfsgebouw te verbeteren. Zo worden collectieve inkoopacties georganiseerd, kan het Energieloket adviseren over subsidies en kunnen ze een scan maken van huizen om te zien waar verbeteringen mogelijk zijn. Het Energieloket wordt in opdracht van de gemeente Haarlemmermeer door NMCX Centrum voor Duurzaamheid ingevuld. https://EnergieloketHaarlemmermeer.nl
1.5
Warmtevisie en wijkplannen
In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de warmtetransitie wordt opgepakt aan de hand van twee instrumenten: deze gemeentelijke Transitievisie Warmte (Warmtevisie) en Wijkuitvoeringsplannen (Wijkplannen). Met deze warmtevisie geven wij duidelijkheid over de rollen van de gemeente, gebouweigenaren en ondernemers in de warmtetransitie. Wij geven antwoord op vragen zoals ‘Wat doet de gemeente?’, ‘Wat kan ik zelf doen?’ en ‘Hoe blijft de warmtetransitie betaalbaar?’ Daarnaast gaan we in op onze visie op het toepassen van de verschillende warmtebronnen. Met onze warmtevisie maken we inzichtelijk met welke techniek(en) en wanneer het beste stappen gezet kunnen worden. In de wijkplannen staan de definitieve plannen en afspraken over stoppen van de aardgaslevering. Deze wijkplannen worden samen met de inwoners van de wijk uitgewerkt en vastgelegd. Uiteindelijk neemt de gemeenteraad hierover het definitieve besluit.
1.6
Totstandkoming van de Warmtevisie
In 2020 zijn door de gemeente kaders en uitgangspunten voor de warmtetransitie vastgesteld in de Kadernota Warmtetransitie (2020.0000491). Vervolgens zijn gesprekken gevoerd met dorps- en wijkraden, maatschappelijke partners en vertegenwoordigers van bedrijven en bedrijventerreinen. Hun inbreng (Bijlage A. Participatieverslag) is gebruikt bij de totstandkoming van de warmtevisie. De conceptversie van de Warmtevisie (2021.0000902) heeft in de periode 10 mei tot 21 juni ter inzage gelegen. Gedurende zes weken hebben inwoners, bedrijven en andere geïnteresseerden hierop hun zienswijze kunnen geven. De inbreng is gebruikt bij het aanscherpen tot de Warmtevisie Haarlemmermeer 2030. De warmtevisie wordt vervolgens tenminste iedere 5 jaar bijgesteld.
1.7
Leeswijzer
In de warmtevisie gaan we in de op De Haarlemmermeerse opgave (hoofdstuk 2): Waar staan we en wat zijn onze uitdagingen? In hoofdstuk 3, De Haarlemmermeerse aanpak, vertalen we dat naar een strategie hoe de gebouwde omgeving verduurzaamd kan worden. Omdat er niet één oplossing is voor alle gebouwen en buurten, werken we de aanpak verder uit in verschillende routes. Deze worden beschreven in Hoofdstuk 4, Routes naar duurzaam en comfortabel wonen en werken. In hoofdstuk 5, De warmtetransitie tot 2030, geven we aan wat we in de eerste 10 jaar van de warmtetransitie willen bereiken en wat daarvoor nodig is. De technische randvoorwaarden beschrijven we in hoofdstuk 6, Warmtebronnen en energie-infrastructuur. Hoofdstuk 7, Warmtetransitie in de praktijk, beschrijft hoe we de uitvoering van deze visie gaan vormgeven.
11
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
2. De Haarlemmermeerse opgave We willen dat gebouwen in de toekomst op een duurzame manier verwarmd worden, huizen in warme zomers goed gekoeld kunnen worden en dat er sprake is van een gezond binnenklimaat. Wat betekent deze opgave precies? De warmtetransitie is niet alleen een technische opgave. Het gaat ook over betaalbaarheid, verdeling van kosten en baten, sociale effecten en de vraag wie verantwoordelijk is voor gebouwcomfort. Dit alles roept vragen op over welke alternatieven er geschikt zijn, of de investeringen terug te verdienen zijn en welke keuzevrijheid er is. Voordat deze vragen beantwoord kunnen worden, is het goed om te weten wat de huidige situatie is.
2.1
Van landelijk gebied tot stedelijke stadscentra
Haarlemmermeer bestaat uit landelijk gebied, stedelijke stadscentra, industrieclusters (Schiphol, het glastuinbouwgebied en het Noordzeekanaalgebied) en bedrijventerreinen. Elk gebied heeft zijn eigen kenmerken, kansen en uitdagingen bij het realiseren van een duurzame warmtevoorziening.
Panoramafoto van wijk Graan voor Visch in Hoofddorp.
Onze gemeente bestaat uit 31 kernen en 93 CBS-wijken: oude dorpskernen, lintbebouwing, nieuwe en bestaande woonwijken, kantoor- en bedrijventerreinen, industrie- en agrarische gebieden. Het gaat om ongeveer 67 duizend huizen en 21,5 duizend utiliteitsgebouwen. Deze hebben elk een eigen karakter en verschillende kenmerken. Van dorpen met een lange geschiedenis, verborgen ‘buurtschappen’, dijkdorpen aan de Ringvaart tot Vinexwijken en transformatiegebieden. Er is een diversiteit aan huizen, bedrijfspanden en voorzieningen. De gebouwde omgeving is continu in ontwikkeling door groei, transformatie en verdichting. In bijna alle gebouwen wordt nog aardgas verbruikt voor warm water, koken en verwarming. Daarnaast zijn er bedrijfsprocessen die gebruik maken van aardgas. Ook deze zullen in de toekomst over moeten stappen naar duurzame energiebronnen.
12
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
De warmtevraag van gebouwen Een belangrijk startpunt om de opgave in kaart te brengen is de totale warmtevraag. Ongeveer twee derde van het energiegebruik van huizen bestaat uit het gebruik van aardgas voor verwarming en warm water. De warmtevraag is grotendeels afhankelijk van de isolatie van het gebouw. Goede isolatie zorgt er in de winter voor dat kou buiten blijft. En dat koelte in de zomer binnen blijft. Hiervoor wordt jaarlijks ongeveer 78 miljoen m3 aardgas verbruikt.
De gebouwvoorraad in Haarlemmermeer Hoe ouder het huis, hoe slechter deze is geïsoleerd bij de bouw. Dat komt doordat de wetgeving rondom wooncomfort, duurzaamheid en energiegebruik in de loop van de jaren is aangescherpt. Vanaf de jaren 30 was het gebruikelijk dat huizen een spouwmuur kregen. Dit waren goede spouwmuren die nu ook redelijk geïsoleerd kunnen worden. De eerste uitbreidingen na de oorlog werden goedkoop gebouwd en zijn daardoor nu vaak lastiger te isoleren. Deze zijn, samen met huizen van voor 1930, lastig te verduurzamen. In Haarlemmermeer zijn dit vaak huizen in de oude dorpskernen, langs de linten en dijken en de eerste uitleglocaties bij de grotere kernen. Bij elkaar zo’n 20% van de woningvoorraad. Vanaf 1975 werden huizen bij de bouw geïsoleerd. Alleen nog niet goed genoeg om direct over te stappen op andere manieren van verwarmen. De meeste huizen in Haarlemmermeer zijn van na 1975. Huizen tot 1991 hebben vaak nog matige isolatie, geen of slechte ventilatie en bevatten veel kieren rond ramen, deuren en het dak. Hier is nog veel ruimte voor het verbeteren van het huis. Vanaf 1991 (42% van de woningvoorraad) zijn huizen steeds beter geïsoleerd. Deze kunnen vaak met een paar simpele en goedkope stappen nog comfortabeler en energiezuiniger worden gemaakt.
Ondanks de grote verschillen tussen wijken zijn de verschillen binnen een wijk vaak juist klein: huizen in een wijk komen vaak uit hetzelfde bouwjaar en hebben daarmee dezelfde kenmerken. Hierdoor is de oplossing binnen een wijk of gebied soms voor iedereen vergelijkbaar.
Afbeelding 2.1 Aantal huizen per bouwperiode in Haarlemmermeer (getallen bij benadering)
Afbeelding 2.2 Aardgasverbruik naar eigendom in 2019 (Klimaatmonitor)
13
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
Eigendomssituatie Hoewel de warmtevraag van de meeste woningen binnen wijken op elkaar lijkt kan de eigendomssituatie verschillen. De eigenaar is namelijk niet altijd de bewoner. Als de bewoner ook eigenaar is, komen de baten van de investering die gedaan moet worden bij henzelf terecht. Is de eigenaar iemand anders, bijvoorbeeld een woningcorporatie of een particuliere verhuurder, dan zijn de lasten voor de eigenaar en de baten voor de bewoner. Doordat deze belangen verschillen wordt verduurzaming bemoeilijkt. Is de woning ook onderdeel van een Vereniging van Eigenaren (VvE), dan is het nog complexer: er moet dan vaak in samenspraak met de andere leden van de VvE besloten worden of er geïnvesteerd wordt in verduurzaming. Het is in de warmtetransitie daarom belangrijk om goed onderscheid te houden tussen de bewoner en eigenaar. Zij hebben andere belangen en andere beslissingsbevoegdheden. Voor bewoners is het van belang dat hun energielasten niet zondermeer gaan toenemen en dat ze blijven beschikken over een betrouwbare energievoorziening. Gebouweigenaren willen desinvesteringen in hun vastgoed zoveel mogelijk voorkomen.
Afbeelding 2.3 Eigendomssituatie woningen en appartementen.
14
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
Bedrijven en bedrijventerreinen Ook bedrijfsgebouwen en andere utiliteitsbouw maken onderdeel uit van de warmtetransitie. Onze gemeente telt ongeveer 8.800 utiliteitsgebouwen. Het merendeel van deze gebouwen staat verspreid over 56 bedrijven- en kantorenterreinen. Het totale bruto vloeroppervlak (BVO) van deze gebouwen is bijna 5 miljoen vierkante meter. Het merendeel van de vierkante meters utiliteitsbouw is tussen 1996 en 2019 gebouwd. De grootste vraag naar warmte en aardgas komt bij bepaalde sectoren voort uit hun bedrijfsproces of de diensten die ze bieden. Bijna de helft van het aardgas dat door bedrijven in Haarlemmermeer wordt gebruik komt van de glastuinbouw. Twee andere sectoren die grootverbruikers van aardgas zijn, zijn Vervoer en Opslag en de Logies. Dat komt onder andere omdat hotels voor de douches veel aardgas gebruiken. In tabel 2.1 staat het aardgas verbruik per sector. Tabel 2.1 Aardgasgebruik per sector in 2019 (Klimaatmonitor)
SBI
Sector
Miljoen m3
Aandeel
A
Landbouw, bosbouw en visserij
61,9
47%
C
Industrie
5,4
4%
E
Winning en distr. van water; afval- en afvalwaterbeheer en sanering
0,0
0%
F
Bouwnijverheid
1,7
1%
G
Groot- en detailhandel, reparatie van auto's
8,3
6%
H
Vervoer en Opslag
17,2
13%
I
Logies-, maaltijd- en drankverstrekking
17,0
13%
J
Informatie en communicatie
1,1
1%
K
Financiële activiteiten en verzekeringen
2,3
2%
L
Exploitatie van en handel in onroerend goed
1,8
1%
M
Vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten
1,8
1%
N
Administratieve en ondersteunende dienstverlening
1,2
1%
O
Openbaar bestuur en defensie; verplichte sociale verzekeringen
1,8
1%
P
Onderwijs
1,9
1%
Q
Gezondheids- en welzijnszorg
4,6
4%
R
Kunst, amusement en recreatie
1,9
1%
S
Overige dienstverlening
1,3
1%
Totaal aardgasgebruik
131,3
Industrieclusters In Haarlemmermeer zijn drie industrieclusters die zich richten op specifieke sectoren: Schiphol, het glastuingebied Prima4A en een deel van het Noordzeekanaalgebied. Ook deze industrieclusters gaan verduurzamen. Schiphol Schiphol heeft een groot luchthaventerrein waarop verschillende bedrijven gehuisvest zijn. Schiphol is zelf eigenaar, beheerder en exploitant van de gas- en elektriciteitsnetten gelegen op het luchthaventerrein. Het totale aardgasgebruik van Schiphol is ongeveer 18% van dat van Haarlemmermeer. De aangesloten derden (ongeveer 100 gebouwen) gebruiken gezamenlijk jaarlijks ongeveer 13,5 miljoen m3 (kubieke meter) aardgas. Het gebruik van Schiphol zelf (ongeveer 60 aansluitingen) bedraagt ongeveer 10,2 miljoen m3 (2019). Het gaat hierbij met name om gebouwen waar op- en overslag plaatsvindt alsmede kantoren en onderhoudsdiensten voor de luchtvaart.
15
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
In de periode van 2009 tot en met 2019 is op Schiphol Centrum het aardgasgebruik afgenomen van 11,8 miljoen tot 6,4 miljoen m3 aardgas. In 2020 is er hier een besparing gerealiseerd van ongeveer 1,3 miljoen m3 door recent in bedrijf genomen warmtekoudeopslaginstallaties (WKO). De besparing door WKO-installaties in 2019-2020 komt overeen met het aardgasgebruik van 1.560 huishoudens.
Vliegtuigen van KLM aan de grond op Schiphol.
PrimA4a Op de PrimA4a, onderdeel van de Greenport, wordt ongeveer 19,2 miljoen m3 aardgas verbruikt voor warmte. Daarnaast gebruiken zij elektriciteit dat deels bij de kassen zelf met gas wordt opgewekt. Hierbij wordt aardgas ingezet om elektriciteit, warmte en CO2 te produceren. De hoeveelheid elektriciteit die op PrimA4a wordt verbruikt staat ongeveer gelijk aan 23,5 miljoen m3 aardgas. De Greenport wil op termijn overstappen naar duurzamere warmte. Met de aanleg van de OCAP-leiding kan er straks direct CO2 aan de kassen geleverd worden. Er hoeft dan geen CO2 meer gemaakt te worden met behulp van aardgas. Noordzeekanaalgebied Het Noordzeekanaalgebied is een van de landelijke industrieclusters waarvoor een Cluster Energiestrategie wordt opgesteld. Hierin wordt beschreven hoe de industrie in dat gebied kan verduurzamen door duurzamere energie te gaan gebruiken en welke infrastructuur daarvoor nodig is. Het Haarlemmermeerse deel van het Noordzeekanaalgebied bevat geen industrie. Maar de verduurzaming van de rest van het gebied heeft mogelijk wel effect op Haarlemmermeer. Zo zal er meer geëlektrificeerd worden en zal er worden ingezet op waterstof. De benodigde infrastructuur zal mogelijk deels door Haarlemmermeer gaan lopen, tegelijk kunnen we ook profiteren van de innovaties en ontwikkelingen die gaan plaatsvinden.
16
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
2.2
Infrastructuur en warmtebronnen
De aanwezigheid van geschikte warmtebronnen en een robuust elektriciteitsnet met voldoende capaciteit zijn onmisbaar voor de warmtetransitie. Het elektriciteitsnet is volop in ontwikkeling en de beschikbaarheid van warmtebronnen wordt steeds beter bekend. Hieronder volgt een korte beschrijving van de opgave. In hoofdstuk 6 gaan we hier dieper op in.
Het huidige gasnet In Haarlemmermeer zijn al verschillende gebieden waar niet alle gebouwen aangesloten zijn op het gasnet. In buitengebieden is dit vaak het geval. Toch worden ook de gebouwen in het buitengebied vaak wel met aardgas verwarmd. Hiervoor staat dan een tank in de tuin. Ook zien we al een aantal woonwijken in Haarlemmermeer waar niet alle woningen een aardgasaansluiting hebben. Dit is met name in wijken waar sinds 2018 veel nieuwbouw is gepleegd. Vanaf dat jaar krijgen nieuwbouwwoningen, op enkele uitzonderingen na, geen vergunning meer als ze niet zonder aardgasaansluiting worden gebouwd.
Afbeelding 2.4 Wijken waar nu nog een gasnet aanwezig is (Liander en Stedin)
Kaart van gemeente Haarlemmermeer met een weergave van de huidige aanwezigheid van een gasnet.
17
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
Beschikbare capaciteit elektriciteitsnet De warmtevoorziening en het elektriciteitsnet zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In veel wijken zal meer elektriciteit verbruikt gaan worden. Bijvoorbeeld doordat woningen verwarmd gaan worden met een warmtepomp en er elektrisch gekookt gaat worden. Ook de elektrificatie van onze auto’s draagt hieraan bij. Voor elektrificatie van de warmtevoorziening zijn in de wijk extra transformatorhuisjes nodig. In de drukke ondergrond zal ook ruimte gevonden moeten worden voor extra elektriciteitskabels. Daarnaast is het elektriciteitsnet in delen van de gemeente al volledig benut en zal verzwaard moeten worden. Door grootschalige elektrificatie van de warmtevoorziening is in de gemeente ook meer transportcapaciteit noodzakelijk. Dit draagt bij aan de vraag naar extra onderstations, transformatorhuisjes in de wijk en elektriciteitskabels in de straten. Zelfs voor het inzetten van hybride warmtepompen of warmtenetten is een verzwaring van het elektriciteitsnet nodig. Deze is wel veel minder dan in het geval van grootschalige elektrificatie. Met investeringen in het elektriciteitsnet kan de netbeheerder het netwerk hiervoor geschikter maken. In onderstaande afbeelding is aangegeven wat de geschiktheid van het elektriciteitsnet op buurtniveau is om alle woningen en gebouwen volledig elektrisch te gaan verwarmen.
Afbeelding 2.5 Wijken waar de capaciteit voor het leveren van elektriciteit beperkt is (Liander)
Kaart van gemeente Haarlemmermeer met een weergave van de geschiktheid van het elektriciteitsnet om woningen en gebouwen volledig elektrisch te gaan verwarmen.
18
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
Warmtevraag en warmtebronnen De warmtevraag binnen een gebied beïnvloed de haalbaarheid en betaalbaarheid van collectieve oplossingen. Dat betekent dat hoe hoger de huidige warmtevraag in een gebied is, des te realistischer is een collectieve warmteoplossing. Afbeelding 2.6 geeft per buurt aan wat de warmtevraag per hectare is.
Afbeelding 2.6 De warmtevraag per hectare (Startanalyse PBL)
Kaart van gemeente Haarlemmermeer met een duiding van de warmtevraag per hectare.
19
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
2.3
Warmtetransitie in landelijke context
Landelijk zijn er volop ontwikkelingen met betrekking tot de warmtetransitie. Zo werkt de Rijksoverheid aan nieuwe wet- en regelgeving op het gebied van collectieve warmtevoorzieningen, gas en elektriciteit, en subsidiëring en financiering. Ook wordt gewerkt aan standaard en streefwaarden voor woningisolatie.
Standaard en streefwaarden voor isolatieniveau In het Klimaatakkoord is afgesproken dat er een standaard wordt op gesteld voor de warmtebehoefte (kWh/m2/jaar) van bestaande woningen. Hierbij worden ‘streefwaarden’ voor het isolatieniveau van individuele bouwdelen (dak, vloer, etc.) opgesteld. Wanneer deze waarden bekend zijn kunnen die worden opgenomen in de onze aanpak en handelingsperspectief voor onze inwoners.
In 48 gemeenten wordt ervaring opgedaan met ‘proeftuinen’ in het Rijksprogramma Aardgasvrije Wijken. Evaluaties en onderzoek laten zien dat een collectieve aanpak neerkomt op veel maatwerk waardoor opschaling lastig is. De haalbaarheid en betaalbaarheid van de warmtetransitie wordt sterk beïnvloed door de wijze waarop het Rijk omgaat met subsidies, belastingen op gas, elektra en producten en diensten die helpen bij de warmtetransitie. Daarnaast spelen marktontwikkelingen een rol bij de haalbaarheid en betaalbaarheid. Deze landelijke ontwikkelingen laten zich moeilijk voorspellen en dit brengt onzekerheid met zich mee. De warmtetransitie is dan ook een dynamisch proces. In onze aanpak houden we hier rekening mee.
2.4
Warmtetransitie in regionale context
Als onderdeel van de Regionale Energiestrategie (RES) wordt ook een Regionale Structuur Warmte (RSW) opgesteld. Hierin wordt met de gemeenten binnen het RES-gebied afspraken gemaakt over bovengemeentelijke warmtebronnen. Dit zijn warmtebronnen die veel warmte kunnen leveren en vanwege hun locatie nuttig kunnen zijn voor verschillende gebieden verspreid over verschillende gemeenten. Om de warmte van deze bronnen effectief in te kunnen zetten zijn er afspraken nodig tussen die gemeenten. Door vroegtijdige afstemming op regionaal niveau kunnen partijen sturen op een zo optimaal mogelijke benutting van het potentieel bovengemeentelijke warmtebronnen. Dit is van belang om de maatschappelijke kosten van de warmtetransitie zo laag mogelijk te houden. Deze afspraken worden in de RSW vastgelegd, en net als de RES, elke 2 jaar herijkt. Wanneer private partijen warmtebronnen ontwikkelen vindt soms geen overheidsparticipatie plaats. Dit kan ertoe leiden dat een warmtebron in de ene gemeente wordt ontwikkeld ten behoeve van de warmtetransitie in buurgemeenten. Bijvoorbeeld restwarmte van datacenter die wordt geleverd aan omliggende gemeenten. De sturingsmiddelen zijn soms erg beperkt. Toch zullen wij in deze gevallen onderzoeken op welke wijze gestuurd kan worden op onze uitgangspunten voor de warmtetransitie.
20
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
3. De Haarlemmermeerse aanpak De warmtetransitie is een opgave die alleen succesvol wordt wanneer die kan rekenen op draagvlak van inwoners, gebouweigenaren en ondernemers. In 2050 moet de gebouwde omgeving op een duurzame manier verwarmd worden. Gemeentes hebben van het Rijk de regierol gekregen over deze opgave. We kunnen dit alleen succesvol doen wanneer we dit samen met inwoners, gebouweigenaren, ondernemers en maatschappelijke partners oppakken. Het gaat namelijk om hún woningen, bedrijfspanden, energienetwerken en innovaties. Dat betekent dat er draagvlak moet zijn voor onze aanpak, dat iedereen mee kan doen op het tempo dat bij hen past, dat ze in staat gesteld worden om de juiste keuzes te maken, en dat dit allemaal betaalbaar kan. Iedereen speelt een rol in de warmtetransitie en het is van belang dat voor iedereen duidelijk is wat de spelregels zijn. Wij hebben uitgangspunten voor de warmtetransitie vastgesteld. Deze uitgangspunten bepalen op welke manier wij regie voeren op de warmtetransitie en aan welke voorwaarden men moet voldoen. De uitgangspunten, aangevuld met inzichten uit gesprekken met stakeholders, zijn verder vertaald naar een strategie. In die strategie benoemen we het tempo, hoe we omgaan met de gebouwde omgeving, hoe we zorgen voor maatwerk en flexibiliteit en op welke wijze we inwoners, ondernemers en andere partners hierin meenemen.
Uitgangspunten voor de warmtetransitie Draagvlak is een voorwaarde voor succes
We maken gebruik van betrouwbare, veilige en duurzame
Wij geven richting aan de technische oplossingen en de planning.
technieken
Gebouweigenaren besluiten zelf wanneer zij maatregelen nemen en
De warmtetransitie duurt dertig jaar. In die periode gaan nog veel
welke duurzame technieken ze gebruiken. We omarmen initiatieven
ontwikkelingen plaatsvinden. Daarom zorgen we ervoor dat er
om van het aardgas af te gaan die passen bij onze uitgangspunten.
ruimte en flexibiliteit is voor innovatie zonder dat we door uitstel de doelstellingen niet gaan halen. Daarnaast willen we gebruik maken
De warmtetransitie is haalbaar, betaalbaar en toegankelijk
van duurzame energiebronnen die niet bijdragen aan de CO2-
We maken de warmtetransitie behapbaar door in te zetten op
uitstoot.
stapsgewijze verbetering van gebouwen. Dit maakt de warmtetransitie overzichtelijk. We zorgen voor een goede balans
Er wordt doelmatig gebruik gemaakt van warmtebronnen
tussen maatschappelijke kosten en baten. Daarmee houden we de
We willen dat er gebruik gemaakt wordt van bronnen die
transitie voor iedereen betaalbaar en toegankelijk.
toekomstbestendig zijn en geen negatief effect hebben op de haalbaarheid, betaalbaarheid of betrouwbaarheid van de
De maatschappij participeert, de gemeente regisseert en faciliteert
warmtevoorziening. We maken zoveel mogelijk gebruik van lokale
Het verduurzamen van woningen en gebouwen, en het realiseren
duurzame bronnen zoals zon, lucht, water, bodem en restwarmte.
van nieuwe warmtevoorziening, is aan de markt en gebouweigenaren. Wij faciliteren gebouweigenaren in het maken
We bieden maatwerk en sturen bij indien nodig
van keuzes door hen van informatie te voorzien. Ook ondersteunen
Omdat elk initiatief anders is en veel gebouwen unieke kenmerken
wij kleinschalige (lokale) initiatieven procesmatig en met kennis.
hebben, zorgen we voor maatwerk. Daarnaast blijven we onze strategie evalueren en sturen we bij als het beleid niet meer past of
We zorgen voor samenhang in ontwikkelingen
de doelstellingen niet gehaald worden. Hiervoor herijken we de
We zorgen ervoor dat grootschaligere projecten in samenhang
warmtevisie minimaal elke vijf jaar.
plaatsvinden met andere werkzaamheden in een buurt of wijk. Zo voorkomen we overlast en kunnen we kosten zo laag mogelijk houden.
21
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
3.1
Naar een duurzame warmtevoorziening in 2050
We hebben tot 2050 voor de warmtetransitie. Dit biedt ons de tijd. Tijd die we goed moeten benutten. We starten met een fase van leren, slim volgen en communiceren die wordt opgevolgd door een periode van versnelling. Door in te zetten op haalbare en betaalbare stappen die passen bij de woning of het gebouw, kan de CO2-uitstoot verminderd worden. Tegelijk worden woningen en gebouwen comfortabeler en gezonder. Zo werken we stapsgewijs aan een gebouwde omgeving die in 2050 nagenoeg geen CO2uitstoot meer veroorzaakt. Op hoofdlijnen onderscheiden we drie fases in de warmtevisie: starten en leren, versnellen en naar een afronding.
Fase 1: 2021-2025: Starten en leren In de periode tot 2025 informeren wij over de warmtetransitie en wat dit voor inwoners, gebouweigenaren en ondernemers betekent. We maken inzichtelijk welke technieken maatschappelijk gezien de voorkeur hebben en schetsen wat het gewenste eindbeeld is. Bewoners en gebouweigenaren zien welke stappen ze kunnen zetten. Samen met het Energieloket zorgen wij ervoor dat zij ook daadwerkelijk de stappen kunnen zetten. In deze fase verwachten wij een beperkt aantal initiatieven van inwoners en bedrijven. Deze initiatieven omarmen we zolang ze passen binnen de gekozen uitgangspunten en andere beleidskaders. We gaan dan met de initiatiefnemers, gebouweigenaren en inwoners de eerste plannen opstellen en er wordt gestart met de uitvoering. We blijven andere gemeenten slim volgen, evalueren ons beleid en leren hoe we gezamenlijk met inwoners, gebouweigenaren, bedrijven en marktpartijen de warmtetransitie voor de lange termijn vorm kunnen geven.
Fase 2: 2026-2034: Versnellen In de periode tot 2026 – 2034 willen we met steeds meer initiatiefnemers, gebouweigenaren en inwoners plannen opstellen en beginnen met de uitvoering van deze plannen. Natuurlijk blijven we ook communiceren over de warmtetransitie. Vervolgens willen we komen tot een continue stroom aan initiatieven en gebouwen die op een duurzame manier verwarmd worden.
Fase 3: 2035-2050: Naar een afronding In steeds meer gebieden wordt gewerkt aan de warmtetransitie en steeds meer gebouwen worden op een duurzame manier verwarmd. De laatste wijkplannen stellen we uiterlijk in 2042 vast. Zoals afgesproken in het Klimaatakkoord hebben de laatste woningen en gebouwen dan nog voldoende tijd om de laatste stappen te zetten.
22
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
3.2
De warmtetransitie: een dynamisch proces
Wijzigingen in wet- en regelgeving, maatschappelijke veranderingen, technische en financiële ontwikkelingen en nieuwe inzichten en ervaringen zijn allemaal redenen waarom het precieze eindresultaat lastig te voorspellen is. De regierol van de gemeente vraagt ons antwoord te geven op vragen zoals: Hoe zorgen we ervoor dat nu de juiste keuzes gemaakt worden? Hoe houden we ruimte en flexibiliteit om in te springen op veranderingen? Hoe zorgen we tegelijkertijd dat de doelen uit het Klimaatakkoord behaald worden? Hoe zorgen we ervoor dat gebouweigenaren en inwoners keuzevrijheid hebben maar ook voldoende ondersteund worden? Wij zien de warmtetransitie als een dynamisch proces waarin twee sporen bij elkaar komen. Enerzijds het spoor waarin inwoners en gebouweigenaren geleidelijk hun woningen en gebouwen verduurzamen en initiatieven ontplooien. Hierin speelt de gemeente een faciliterende rol. Anderzijds het spoor waarin wij onze regierol invullen en ervoor zorgen dat de randvoorwaarden voor de lokale warmtetransitie ingevuld zijn. Beide sporen bestaan uit verschillende onderdelen. Hieronder staat de aanpak verder toegelicht. De invulling en de uitvoering hiervan wordt in de volgende hoofdstukken uitgewerkt.
Spoor 1: Faciliteren van een stapsgewijze warmtetransitie
Spoor 2: Invullen regierol en randvoorwaarden voor lokale warmtetransitie
Spoor 1: Faciliteren van een stapsgewijze warmtetransitie 1.
Inzicht geven in de voorkeursoplossingen en hoe daar te komen
Met deze warmtevisie maken wij op gebiedsniveau inzichtelijk wat op dit moment maatschappelijk gezien de gewenste oplossing is. Dit noemen we de voorkeursoplossing. Hierbij geven we ook aan welke stappen gezet kunnen worden om daar te komen. De stappen die genomen kunnen worden maken wij, per voorkeursoplossing, inzichtelijk. Deze stappen vormen samen een ‘route’ om gebouwen te verduurzamen en op termijn aardgasvrij te kunnen maken. Om flexibel te blijven geeft een route ook alternatieve paden aan om zo tot een andere warmteoplossing te komen mocht die in de loop van de tijd aantrekkelijker blijken te zijn.
23
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
2.
Stapsgewijs en gebiedsgericht naar een CO2-arme gebouwde omgeving
Ondanks de grote verschillen tussen gebieden en wijken zijn de verschillen binnen een wijk of buurt vaak klein. Dat betekent dat een algemene aanpak voor een specifieke voorkeursoplossing geconcretiseerd kan worden op buurt- of straatniveau.
Gebiedsgericht stappenplan In veel wijken, met name Vinexwijken, hebben veel woningen dezelfde kenmerken en problemen. In Graan voor Visch hebben inwoners last van vocht en missen ze goede ventilatie. In Overbos zijn vaak convectorputten toegepast als verwarming. Dit soort kenmerken vragen om specifieke maatregelen die bij deze woningen passen, maar niet effectief zijn voor anderen. In deze buurten kunnen gebiedsgerichte stappenplannen helpen om woningeigenaren meer inzicht te geven in de manier waarop ze hun woning op een effectieve manier kunnen verduurzamen.
Om gebouweigenaren ook in staat te stellen slimme stappen te zetten, werken we samen met het Energieloket, de markt en maatschappelijk organisaties om te zorgen voor het juiste aanbod en gebiedsgerichte stappenplannen. 3.
Helpen aan de slag te gaan en participatieve processen organiseren voor keuzevrijheid en draagvlak
Na het inzichtelijk maken van de gebiedsgerichte oplossingen, is het aan de gebouweigenaren zelf om te bepalen welke stappen zij zetten. Dit betekent dat er veel ruimte is voor inwoners en gebouweigenaren om zelf initiatief te nemen en keuzes te maken. Via het Energieloket faciliteren wij hen in het realiseren van individuele maatregelen. Bijvoorbeeld via collectieve inkoopacties. Het realiseren van collectieve energieprojecten en warmtenetten is een taak voor (lokale) initiatieven en private partijen. Om te zorgen dat wordt voldaan aan de uitgangspunten voor keuzevrijheid en draagvlak zijn er kaders voor deze initiatieven. Op verschillende momenten kunnen inwoners en ondernemers meedenken. Dat kan onder andere tijdens de totstandkoming van een plan voor de eigen wijk of buurt. Het is belangrijk dat ook tijdens de uitvoering van een wijkplan duidelijk is wanneer stappen worden gezet en welke participatie nog mogelijk is. Voor de uitvoering van een wijkplan wordt daarom altijd een, bij het project passend, participatieplan opgesteld.
Warmteberaad Als gemeente onderzoeken we of we samen met een warmteberaad van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners tot een wijkplan kunnen komen. Met het warmteberaad ondersteunen we inwoners om hun initiatieven vorm te gegeven. Ze kunnen online en offline met elkaar het gesprek voeren over hun wensen en behoeften. Ze doen voorstellen voor onderzoeks- of ontwerpopdrachten. Deze opdrachten geven ze aan de gemeente of een andere organisatie die dit uitwerkt. Vanuit de gemeente is er een warmteregisseur die zorgt dat het proces goed verloopt en andere organisatie aangehaakt zijn. Inhoudelijk bepalen inwoners de koers.
24
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
2.
Ondersteunen in het vormgeven van initiatieven en faciliteren van de uitvoering
Wij weten vaak welke warmtebronnen er in een wijk beschikbaar zijn en welke ideeën en initiatieven er spelen. Aan de hand van deze informatie verbinden we inwoners, (lokale) initiatiefnemers en maatschappelijke organisaties met elkaar. Daarnaast ondersteunen we hen met kennis over de omgeving of zetten we ons netwerk in om experts met het initiatief mee te laten denken.
Vijfhuizen Een voorbeeld van inwoners die met een idee naar de gemeente kwamen zijn de bewoners van de fortwachterswoningen in Vijfhuizen. Als gemeente hebben we ze eerst gekoppeld aan een lokaal warmtebedrijf dat hen heeft geholpen in het uitwerken van het idee. Toen bij de gemeente ook ter ore kwam dat het Kunstfort Vijfhuizen had laten onderzoeken hoe zij van het aardgas af konden hebben we beide ideeën aan elkaar gekoppeld. Daar kwam een gezamenlijk initiatief uit waarbij het fort en de woningen samen een klein collectief warmtenet willen ontwikkelen op basis van warmte uit het oppervlaktewater rond het fort. Hiervoor zetten ze een gezamenlijke warmtecoöperatie op.
Fortwachterswoningen in Vijfhuizen.
Invullen regierol en randvoorwaarden lokale warmtetransitie 1.
Beleid, processen en organisatie op orde brengen
Voorwaardelijk aan het kunnen uitvoeren van projecten die leiden tot een duurzame warmtevoorziening zijn duidelijke kaders, een visie en onderliggend beleid. Bijvoorbeeld hoe het proces voor wijkplannen wordt ingericht en hoe wij inwoners daarin faciliteren. Deze warmtevisie is daarvoor de kapstok. Hierin zorgen wij ook voor regels met betrekking tot warmtebronnen (hoofdstuk 6) en onze houding ten opzichte van de warmtemarkt en de ontwikkeling van warmtenetten. Daarnaast werken wij in de warmtetransitie nauw samen met nutsbedrijven zoals netbeheerders, de grotere eigenaren en verhuurders van (maatschappelijk) vastgoed (paragraaf 3.3) en zijn we betrokken bij de industrieclusters (paragraaf 3.4).
25
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
2.
Informeren over de warmtetransitie
Waar sommige mensen al nadenken over aardgasvrij en de eerste stappen zetten, is het voor een grote groep nog een onbekend thema. Het is daarom belangrijk dat we hier duidelijk over communiceren en antwoord geven op vragen als: waarom moeten woningen en gebouwen verduurzaamd worden? Wat levert het op? Hoe gaan we dat doen? En wat betekent dit concreet? Het is belangrijk dat we hier tijdig mee beginnen. Zo kunnen inwoners en ondernemers – in wijken waar de komende periode gestart zou kunnen worden – zich daarop voorbereiden en vooruitlopend daarop al aan de slag te gaan. Wij zullen regelmatig informatie delen over de warmtetransitie in algemene zin. Ook zorgen wij voor gebiedsgerichte communicatie over concrete projecten en plannen. Belangrijk zijn hier ook voorbeelden van projecten en invulling van onze voorbeeldrol als gemeente. 3.
Evalueren en bijstellen
Hoe gaan we om met te weinig initiatieven en te weinig actie waardoor we de doelstelling van 2050 niet halen? Wij houdende voortgang van de warmtetransitie in de gaten en sturen bij waar nodig. We breiden de informatievoorziening en ondersteuning steeds verder uit. De warmtevisie zal ten minste elke vijf jaar geëvalueerd en aangescherpt worden.
3.3
Samenwerken met maatschappelijke partners
Woningcorporaties, netbeheerders Liander en Stedin en het Hoogheemraadschap van Rijnland zijn belangrijke maatschappelijke partners in de warmtetransitie. Door samen te werken houden we de kosten laag.
Netbeheerders In onze gemeente zijn twee publieke netbeheerders actief. Liander beheert in de hele gemeente het elektriciteitsnet en bijna het hele gasnet. Stedin beheert het gasnet in het voormalige Haarlemmerliede en Spaarnwoude. Wij werken samen om in kaart te brengen waar, en op welk moment, werkzaamheden aan het elektriciteitsnet nodig zijn en wat de effecten van keuzes zijn op nationale kosten.
Woningcorporaties De woningcorporaties zijn voor de gemeente Haarlemmermeer een belangrijke partner in de warmtetransitie. Vooral Ymere heeft een grote woningvoorraad in de gemeente. Het verduurzamen en geschikt maken van 13.000 huizen is voor hen een ingewikkelde opgave. We onderhouden daarom goed contact en houden elkaar op de hoogte van onze plannen en de lessen die we leren. Tegelijkertijd zien we de corporaties ook als een partner van wie we kunnen leren door de ervaringen die zij elders opdoen met warmte oplossingen.
Hoogheemraadschap van Rijnland Het Hoogheemraadschap van Rijnland beheert diverse duurzame bronnen in Haarlemmermeer en is daarom een belangrijke partner in de warmtetransitie. We betrekken Rijnland bij de plannen die we maken voor bodemenergiesystemen om kwetsbare Haarlemmermeerse ondergrond te beschermen. Daarnaast werken we samen met Rijnland op het gebied van aquathermie om bijvoorbeeld het potentieel van de Ringvaart in kaart te brengen.
26
Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030
3.4
Industrieclusters
Schiphol Het is de intentie van Schiphol om stapsgewijs toe te werken naar het CO2-uitstootvrij maken van de warmte- en koudevoorziening voor het gehele Schipholgebied. Een concrete planning voor het aardgasvrij maken van het gehele Schipholgebied is nog niet beschikbaar. De opgave van Schiphol gaat deels over dezelfde soort uitdagingen als bij andere bedrijventerreinen. Bijvoorbeeld hoe om te gaan met bedrijfsprocessen die gas verbruiken en te werken aan draagvlak onder gebouweigenaren. De gemeente en Schiphol gaan gezamenlijk onderzoeken op welke wijze kan worden samengewerkt aan de warmtetransitie. Belangrijke aandachtspunten zijn hierbij: samenhang in ontwikkeling;
-
doelmatig gebruik bronnen; innovatie, en betrouwbare, veilige en duurzame technieken; haalbaar, maakbaar en betaalbaar; verduurzaming van zowel warmte- als koudevoorziening.
Hier wordt onder andere invulling aan gegeven door nader onderzoek te doen naar de plannen van derden die op het Schiphol terrein zijn gevestigd, de beschikbaarheid van externe koude- en warmtebronnen en mogelijkheid tot verfijning van gebied- en gebouwclusters. Dit gebeurt in samenhang met de Regionale Energiestrategie (RES), Regionale Structuur Warmte (RSW) en deze warmtevisie.