CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag 2025-05-22 Sessiedebat Startnotitie nota preventief jeugdbeleid

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 22 mei 2025, gemeente Haarlemmermeer15.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE SESSIE VAN DE RAAD DER GEMEENTE HAARLEMMERMEER OP DONDERDAG 22 MEI 2025 Onderwerp:

Startnotitie nota preventief jeugdbeleid 2025-2030

Voorzitter:

dhr. J.J. Schaap

De leden: dhr. T.M. Beusenberg, dhr. T.M. Blom, mw. Y.M.G. Bouwhuis, mw. M.K. Denie, mw. N.M. Elfers, mw. K. van Goethem, mw. J.M. Hup, mw. J. Koolmoes, mw. S. van de Meeberg, mw. A.N. Mees-Marhe, mw. M.C.M. Roos, dhr. A. de Ruiter, dhr. K. Sulmann Griffier: mw. V. Bauer Portefeuillehouders: mw. C.F.M. van der Meij, mw. M.L. Sedee-Schuitemaker, mw. M. Steffens-van de Water Insprekers: Bruno en Carlinho (JGR)

De VOORZITTER: Dames en heren, het is 19.00 uur en we gaan beginnen met de sessie. Het is een sessiedebat overigens over de Startnotitie nota preventief jeugdbeleid 2025-2030. Het huidige preventieve jeugdbeleid is namelijk aan actualisering toe. Het doel van het preventief jeugdbeleid is dat kinderen en jongeren tot 23 jaar in onze gemeente gezond, veilig en kansrijk opgroeien. De nota behandelt vier thema's: A. ouderbetrokkenheid en laagdrempelige ondersteuning, B. het bevorderen van mentaal en fysiek welzijn, C. aandacht voor de leefomgeving van het kind en D. veerkrachtig in een kansrijke omgeving. Het nieuwe beleid richt zich behalve op de jongeren en kinderen zelf, ook op de leefomgeving waarin zij opgroeien, zoals het gezin, school of ondersteunende professionals. Met deze nota wordt voldaan aan artikel 2.2 van de Jeugdwet. Om te beginnen hebben zich twee insprekers aangemeld. Die komen tegelijk inspreken en dat zijn Bruno en Carlinho, namens de Jongerengemeenteraad van Haarlemmermeer. Welkom. Jullie weten dat jullie vijf minuten spreektijd hebben. Als jullie zover zijn, is aan jullie het woord. Dan wil ik aan de raad meegeven: mochten er vragen zijn aan de insprekers, dan kunt u die na afloop stellen. Mocht u naar aanleiding van de inspraak vragen hebben aan het college, dan verzoek ik u vriendelijk om die te bewaren voor in uw eigen eerste termijn.

Dan wil ik het woord geven aan Bruno en Carlinho. BRUNO: Dank u wel, voorzitter. Beste leden van de raad, het college en overige aanwezigen. Wij zijn Bruno en Carlinho van de Jongerengemeenteraad en wij willen vanavond namens de Jongerengemeenteraad bij u inspreken over de startnotitie van het nieuw preventief jeugdbeleid. De Jongerengemeenteraad is - zoals u weet - een groep van veertien gemotiveerde jongeren tussen de twaalf en 23 jaar oud die de jongeren in de gemeente Haarlemmermeer vertegenwoordigt. Vanavond willen wij aan u vertellen wat wij belangrijk vinden voor de jongeren. Het doel van het preventief jeugdbeleid is dat kinderen en jongeren van nul tot 23 jaar in onze gemeente gezond, veilig en kansrijk opgroeien. De Jongerengemeenteraad vindt dat natuurlijk ook heel erg belangrijk en wij vinden dan ook dat alle jongeren zich op hun gemak moeten voelen in de Haarlemmermeer. Iedere jongere in onze gemeente verdient het om zichzelf te kunnen zijn, ongeacht diens gender, seksualiteit, afkomst, inkomen, et cetera. CARLINHO: De sociale ontwikkeling van kinderen begint al jong. Daarom is het van belang dat we al Verslag Sessiedebat Startnotitie nota preventief jeugdbeleid 2025-2030 22 mei 2025

1

vroeg beginnen met het stimuleren van een positieve cultuur waarbij we verschillen in gender, seksualiteit, afkomst, inkomen, et cetera, normaliseren. Hiermee voorkom je ook pestgedrag. Dit vraagt om gezamenlijke medewerking van ouders, scholen en verenigingen. Hierbij moet worden meegenomen dat toekomstige kinderen anders omgaan met pesten. Met het oog op de digitale generatie is er een andere aanpak nodig op het gebied van pesten. Dit komt door de ontwikkeling van online pesten. Daarnaast is het van belang de betrokkenen bij het pesten mee te nemen in het plan van aanpak om pesten te bestrijden. Vaak denken professionals en volwassen het beste te weten hoe pestgedrag opgelost moet worden, maar vaak is de manier waarop dat gebeurt niet hoe de betrokkenen dat prettig vinden. Ook blijkt uit de Gezondheidsmonitor van de GGD dat kinderen en jongeren in de Haarlemmermeer hun mentale gezondheid minder vaak als goed ervaren dan het landelijk gemiddelde. Uit landelijk onderzoek van het RIVM blijkt dat in maart 2025 43% van de jongeren zich enigszins of sterk eenzaam voelde en in de vier weken voor het invullen van de vragenlijst voelde 46% van de jongeren zich vaak gestrest. Uit de GGD Gezondheidsmonitor van 2024 zien we dat rond de 50% van de jongeren in de Haarlemmermeer vaak stress ervaart. Dat is enorm veel stress en die stress neemt alsmaar toe.

Door sociale druk van leeftijdsgenoten, sociale media, maar ook de enorme druk met betrekking tot schoolprestaties en algemene prestatiedruk. We zien een achteruitgang van de mentale gezondheid van de jongeren. Dit vindt de Jongerengemeenteraad zeer zorgelijk. Wij zijn dan ook erg blij dat dit opgenomen is in de startnotitie van het nieuw preventief jeugdbeleid. BRUNO: Als laatste willen wij nog aankaarten dat de stem van jongeren van groot belang is. In deze gemeente wonen ongeveer 47.000 kinderen en jongeren. Elk van hen verdient een stem. Niet alleen de jongeren die in komen spreken in de gemeenteraad, maar ook de jongeren op straat, de jongeren die thuis zitten te ploeteren op hun wiskunde-examen van morgen, de jongeren die drie keer per week op het sportveld staan en ik kan zo nog wel even doorgaan. Kortom: alle jongeren verdienen een stem. De stem van jongeren is onmisbaar, zeker bij onderwerpen die gaan over jongeren zelf of die effect hebben op onze generatie. Jongerenparticipatie is de start van een goed jeugdbeleid. Dus blijf met ons in gesprek want de jeugd heeft de toekomst! Dank u wel. De VOORZITTER: Ik dank jullie wel voor jullie bijdrage. Dan vraag ik jullie om nog te blijven staan en kijk ik rond of er vragen zijn. Mevrouw Van Goethem van GroenLinks, mevrouw Bouwhuis van Forza! en mevrouw Koolmoes.

Mevrouw Van Goethem, wat is uw vraag? Mevrouw VAN GOETHEM: Hartelijk dank allereerst aan de insprekers. Wat GroenLinks betreft was het echt een heel mooi en duidelijk betoog. Ik vroeg me af of jullie misschien ook nog, nu jullie er toch staan, een toelichting willen geven op hoe jullie betrokken zijn bij wat nu ter tafel ligt. Dus herkennen jullie wat er nu in de startnotitie staat? De VOORZITTER: Willen jullie die vraag nu beantwoorden of alle vragen eerst ophalen? Nee, niet wat ik prettig vind, wat jullie prettig vinden. BRUNO: Dank u wel voor de vraag, mevrouw Van Goethem en dank ook, voorzitter. Hoe wij betrokken zijn bij dit proces? De beleidsmedewerker is bij ons in de Jongerengemeenteraad langsgekomen en heeft ons uitgenodigd voor de expertmeeting die gehouden is over dit onderwerp. Daar zijn mensen van de Jongerengemeenteraad heen geweest. Dus zo zijn wij betrokken geraakt bij de startnotitie. U vroeg ook wat wij vinden van de startnotitie? Of we ons herkennen in de problemen die worden opgenoemd in de startnotitie? Ja. We herkennen ons daarin. Ja, dat is het eigenlijk in het kort. Ja.

Verslag Sessiedebat Startnotitie nota preventief jeugdbeleid 2025-2030 22 mei 2025

2

De VOORZITTER: Kort en helder, daar houden we van. Mevrouw Bouwhuis van Forza! Mevrouw BOUWHUIS: Dank u wel, voorzitter en bedankt voor het inspreken. Mooi om te zien dat de Jongerengemeenteraad hier ook over nadenkt. Ik heb twee vragen voor jullie op basis van wat jullie net verteld hebben. Jullie noemen dat veel jongeren stress hebben door school en sociale media. Wat zouden jullie zelf graag anders willen zien zodat die stress minder zou kunnen worden? Mijn tweede vraag: jullie vinden het belangrijk dat jongeren meer betrokken worden. Hoe zouden we volgens jullie het beste in contact kunnen blijven met jongeren in onze gemeente? CARLINHO: Dank u wel voor de vragen mevrouw Bouwhuis en dank u, voorzitter. Wij vinden dat stress aangepakt moet worden door vooral te zorgen dat er meer gesprekken worden gevoerd met de jongeren zelf en doordat er meer ruimte komt om zelf het gesprek aan te gaan en dat er educatie komt over hoe je eigenlijk om moet gaan met sociale media en hoe je om moet gaan met de stress die je daarvan kunt ervaren, dus door daar misschien op school informatie over te geven en echt educatie te geven over hoe je daar het beste mee omgaat.

Wat was de tweede vraag? Mevrouw BOUWHUIS: De tweede vraag is: hoe zouden we volgens jullie het beste in contact kunnen komen of blijven met jongeren in de gemeente? BRUNO: Om, voordat ik die vraag beantwoord, nog even aan te vullen op Carlinho’s antwoord, u vroeg ook hoe we de stress willen aanpakken op scholen. Ik denk dat het daarbij handig is dat de scholen zelf in gesprek gaan met hun leerlingen om oplossingen te zoeken voor hoe we dit probleem kunnen oplossen. Denk daarbij aan afspraken over 'wanneer publiceren we cijfers? Willen we alleen cijfers geven tijdens de les of op een vast moment in de week?' Ik denk dat het handig is als scholen daar zelf afspraken met de leerlingen over maken. Over hoe u in contact kunt komen met de jongeren. Ik denk dat dat doen via sociale media een heel goede zet is. Zeker omdat, zoals we zelf al zeiden, we de digitale generatie aan het worden zijn. Ook denk ik dat andere jongerenorganisaties, zoals Maatvast, MeerWaarde, goede plekken zijn waar jongeren komen en dat via hen ook goede wegen zijn om jongeren te bereiken. Als laatste kan dat op de scholen zelf. Dat is natuurlijk waar jongeren het meest vertoeven.

Een goede manier om dat aan te pakken, is bijvoorbeeld doordat – zoals op de KSH waar wij zelf op zitten, gebeurt – af en toe organisaties op de schoollocaties komen met een kraampje in de aula die daar komen vertellen over wat zij doen. De gemeente kan ook zoiets doen. Dan staan ze in de aula en dan vertellen ze over wat zij vinden en wat ze doen voor jongeren. De VOORZITTER: Dank jullie wel. Dan was er nog een vraag van mevrouw Koolmoes. Mevrouw KOOLMOES: Ja, voorzitter, maar die is aan het college, mag dat meteen? De VOORZITTER: Nee, die mag u bewaren voor uw eerste termijn. Mevrouw KOOLMOES: Dan bouw ik hem om naar een vraag aan de heren. De VOORZITTER: Bouwt u hem maar om. Mevrouw KOOLMOES: Jongerengemeenteraad, het blijkt maar weer hoe belangrijk jullie zijn. Ik hoop dat jullie input ook meegenomen wordt in de startnotitie en dat we die terugzien, want het is echt zeer waardevol wat jullie gebracht hebben. Zijn jullie dat met me eens?

Verslag Sessiedebat Startnotitie nota preventief jeugdbeleid 2025-2030 22 mei 2025

3

De VOORZITTER: Inderdaad, zijn jullie dat met mevrouw Koolmoes eens? BRUNO: Dat zijn wij zeker. Zoals ik ook het betoog afsloot, jongerenparticipatie is heel belangrijk en ik denk dat we met zijn allen meer met jongeren moeten gaan praten in plaats van enkel over jongeren. CARLINHO: Daarom staan we hier. De VOORZITTER: Dan wil ik jullie heel erg bedanken voor jullie tijd. Als jullie willen blijven, zijn jullie van harte welkom op de publieke tribune. Dan gaan we starten met de eerste termijn van uw raad. U heeft allen spreektijden, u allen bekend. Ter afronding van de eerste termijn zal het college daarna reageren op de gestelde vragen en technische vragen behoren natuurlijk niet tot de mogelijkheid. Bij mij hebben zich al aangemeld in die volgorde: mijnheer Blom, mevrouw Mees en mevrouw Van de Meeberg. Wie daarna wil… Ik zie al vingers. Dan roep ik mijnheer Blom van het CDA op om naar voren te komen en wie interrupties wil plegen, mag naar het midden van de arena komen. Dat gaat van uw tijd af. De heer BLOM: Ja, voorzitter, dank u wel voor het woord. Toch leuk dat jongelui hier ook bij zijn, terwijl er over hen gesproken wordt. Ik hoop dat u enige coulance kunt opbrengen want dit is mijn maidenspeech over dit onderwerp en ik heb twee blaadjes. We bespreken de Startnotitie nota preventief jeugdbeleid 2025-2030.

Toen ik deze notitie las, dacht ik 'strik er omheen, prima zo, daar is goed over nagedacht en daar worden de juiste dingen gezegd'. Is er dan niets aan de hand met ons jeugdbeleid? Dat zou toch te mooi zijn? Het lijkt ons te gemakkelijk. Woningnood en armoede zijn niet zomaar op te lossen. Bij navraag bij een huisarts kwam naar voren dat het bij 15% van de mensen niet mogelijk is om bepaalde zaken bij de gemeente of bij de gezondheidszorg zelf te regelen omdat de capaciteit om dat te doen gewoon ontbreekt. Deze huisarts gaf ook aan dat er bijna dagelijks verteld moet worden dat er een maatschappelijk werk is dat deze mensen kan helpen en dat het mooi zou zijn als deze groep mensen actief benaderd kan worden om hulp te bieden bij allerlei dagelijkse problemen waar deze mensen tegenaanlopen. Ook de doorverwijzing naar de specialistische zorg geeft problemen door de lange wachtlijsten. Bij een gesprek met de sociaal werker kwam naar voren dat veel jonge kinderen klem zitten omdat de ouders geen aandacht voor ze hebben. Ze hebben andere onoplosbare problemen en geven hun kind alleen het noodzakelijke en daar blijft het bij. Een volgend probleem zijn de nieuwkomers die geen idee hebben. Ze hebben het beste met hun kind voor, maar weten absoluut niet hoe dat te doen. Er moet inzicht komen in culturen want er zijn grote culturele verschillen.

Er zijn culturen waarin moeders hun kinderen niet naar de peuterspeelzaal brengen. Culturen waarin ouders niet betrokken zijn bij school omdat ze geen idee hebben dat dit gewaardeerd wordt. Culturen waarin ouders denken dat hun kinderen buiten de deur door anderen worden opgevoed en van huis uit wordt deze kinderen weinig geleerd. Er zijn nieuwkomers die geen Nederlands spreken, alleen de taal van het land van herkomst. Zij kennen niet veel woorden voor zaken die ze hier nodig hebben omdat hun moedertaal deze woorden niet heeft. Scholen moeten weer terug naar huisbezoeken. Deze huisbezoeken geven een schat aan informatie, want daaruit krijg je een vollediger beeld van het kind en zijn omgeving. Als de leerkracht op de hoogte is van alle mogelijkheden die kunnen bijdragen aan het welzijn van het kind, is hier veel te winnen. De opstapprogramma's van MeerWaarde zijn van grote waarde en vergroten de onderwijskansen van kansarme gezinnen. Gratis bijlessen na schooltijd zouden ook veel kunnen helpen. MeerWaarde geeft op verschillende scholen na schooltijd taallessen onder de naam MeerBabbels voor de jongste basisschoolleerlingen. MeerBabbels is zeer populair. Voor oudere kinderen zou een soort bijles na school een geweldige oplossing kunnen zijn. Nu verdwijnen veel kinderen uit kansarme gezinnen naar het speciaal onderwijs.

Verslag Sessiedebat Startnotitie nota preventief jeugdbeleid 2025-2030 22 mei 2025

4

Gezinnen die snel hun kind thuishouden, moeten worden aangesproken en op het rechte pad worden gezet. Jeugdzorg, welzijn, ouders, politie, gemeente, scholen, huisartsen, kerken en sportclubs zouden elkaar moeten opzoeken om van elkaar te weten te komen wat ze doen op het vlak van jeugdzorg. De VOORZITTER: Zou u willen afronden? De heer BLOM: Ik ga zeker afronden. Als ze interprofessioneel zouden samenwerken, zou dat een flinke stap in de goede richting zijn, want een dermate moeilijk probleem als jeugdproblematiek is niet op te lossen door de disciplines die apart aan het onderwerp werken. Er moet over het eigen vakgebied heen gekeken worden om te komen tot een collectieve aanpak en een gedeelde verantwoordelijkheid. Dit gaat dus verder dan interdisciplinair samenwerken. Voorzitter, tot zover de bijdrage van het CDA. De VOORZITTER: Dank u wel voor de bijdrage. Gefeliciteerd met uw maidenspeech, het is of u het vaker heeft gedaan. Dan roep ik mevrouw Mees van de VVD naar voren. Mevrouw MEES: Voorzitter, de druk op de jeugdzorg is groot. Preventie is geen luxe, maar een noodzaak, niet alleen om kosten te beheersen, maar vooral om te zorgen dat kinderen en jongeren stevig en gezond in het leven staan. De VVD Haarlemmermeer steunt daarom de lijn van het college om te investeren in preventief jeugdbeleid. De samenleving van nu is niet meer die van dertig jaar geleden.

Jongeren groeien op in een wereld die sneller, complexer en veeleisender is dan ooit. Dat vraagt iets van ons als ouders, als school, als gemeente en als samenleving; hoe helpen we kinderen om veerkrachtig op te groeien in de wereld en hoe zorgen we dat we niet alles gaan behandelen wat eigenlijk bij opgroeien hoort? Niet elk probleem vraagt om professionele hulp. Jongeren mogen leren vallen en opstaan, maar als hulp nodig is, moet die snel, toegankelijk en effectief zijn en zonder drempels. Tegenwoordig spreken we over veerkracht, in plaats van weerbaarheid. Weerbaarheid draait om verdedigen, veerkracht om leren omgaan met tegenslag. Jongeren kunnen alleen veerkracht ontwikkelen als ze de ruimte krijgen om fouten te maken. Wat ons betreft, betekent veerkracht dan ook: loslaten waar het kan, maar steunen waar het moet. Voorzitter, de cijfers liegen er niet om. De gezondheidsmonitor laat zien dat Haarlemmermeer slechter scoort dan het landelijk gemiddelde op mentaal welzijn. Jongeren ervaren meer stress, prestatiedruk en eenzaamheid en hebben minder vertrouwen in de toekomst. Meer dan één op de vijf voelt zich langdurig beperkt door psychische klachten en bijna een op de drie had suïcidale gedachten en 60% voelt prestatiedruk, waar de Jongerengemeenteraad het ook al over had. Ook het aantal jongeren dat online gokt is zorgelijk. Een op de vijf deed dat vorig jaar.

Dat staat niet expliciet in de startnotitie, maar verdient wel aandacht. Juist dit soort signalen vraagt om preventieve actie. Eenzaamheid is ook een urgent probleem. 61% van de jongvolwassenen voelt zich enigszins eenzaam, 27% zelfs sterk. In de startnotitie komt dit beperkt terug. Wat ons betreft, verdient dit een explicietere plek in het beleid. Niet met extra hulpverlening, maar met ruimte voor ontmoeting, jongerenwerk, sport, cultuur, betrokkenheid. Daar ligt volgens de VVD de kracht van preventie; in verbinding, niet in zorg. Daarnaast missen we een analyse van de oorzaak van de mentale druk. Waar komt die vandaan? Wat maakt jongeren in Haarlemmermeer extra kwetsbaar? We vragen het college daarom de oorzaken te onderzoeken. Betrek de jongeren daarbij en deel de bevindingen met de raad. Richt preventie niet meer op één aanbod, maar op zicht wat echt werkt en benut de kracht van ouders, scholen en sportverenigingen. Daar ligt het hart van de pedagogische basis. De cijfers roepen ook de vraag op of jongeren de juiste hulp op het moment wel goed weten te vinden. De voorzieningen zijn er, maar zijn niet altijd zichtbaar of vindbaar. We pleiten er dan ook voor dat er duidelijke communicatie komt over waar jongeren terecht kunnen om structureel in te bedden wat werkt, zoals YouChoose en de schoolcoaches en een scherpe blik te hebben bij overlap.

Zet mensen en Verslag Sessiedebat Startnotitie nota preventief jeugdbeleid 2025-2030 22 mei 2025

5

middelen in waar het effect heeft. We overwegen deze punten eventueel nog in een motie op te nemen om toe te voegen. We zien dat het jeugdbeleid leunt op samenwerking tussen veel partijen. Dat is een kracht, maar ook een kwetsbaarheid. Als die samenwerking niet scherp is afgestemd, dreigt versnippering of onduidelijkheid. We willen in het vervolgbeleid meer lezen over hoe die coördinatie in de praktijk wordt georganiseerd. Niet op papier, maar in de uitvoering. Tot slot willen we onze waardering uitspreken voor het brede, degelijke onderzoek dat ten grondslag ligt aan deze notitie. De inzet van specialisten, het gebruik van landelijke en lokale data en de inzet van de jongerenparticipatie geven vertrouwen in de kwaliteit van deze aanpak. We willen in het bijzonder de Jongerengemeenteraad bedanken. Hun input is scherp, eerlijk en waardevol. We waarderen het zeer dat de betrokken ambtenaar bij hen is langsgegaan om input op te halen. We vragen het college om de JGR ook in het vervolg actief te betrekken bij verdere uitwerking van dit beleid. Jongeren hebben vertrouwen nodig, in zichzelf, in hun toekomst, maar ook in ons. We willen dat ze weten dat wij als gemeente hen serieus nemen door jongeren de ruimte te geven om te groeien en de bereidheid te tonen om echt naar hen te luisteren en hen serieus te nemen.

Want, zoals Bruno en Carlinho al namens de Jongerengemeenteraad hebben aangegeven, zij zijn de toekomst van onze samenleving. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: U ook bedankt, dan is het woord aan mevrouw Van de Meeberg, D66. Mevrouw VAN DE MEEBERG: Dank u, voorzitter. It takes a village to raise a child. Die village, die gemeenschap van ouders, buren, sportcoaches, leraren, jongerenwerkers, is er in Haarlemmermeer. Denk aan de buurtvaders in Graan voor Visch, de skatecoaches in Floriande en de ouders in Badhoevedorp en Hoofddorp-Centrum die zich inzetten voor hun wijk. Die mensen zijn er. Zij kennen de jongeren, ze spreken hun taal. Zij zijn preventie op straat, elke dag. D66 wil dat we deze netwerken zien, niet als bijvangst, maar als fundament van ons jeugdbeleid; niet ernaast, maar erin. Jeugdpreventie begin natuurlijk niet op de middelbare school. Het begint eigenlijk al bij de verloskundige. Heel veel kinderen groeien op in omstandigheden die zij zelf niet kiezen, maar waar ze wel mee moeten dealen. Als we het over preventie hebben, hebben we het over recht doen aan hun werkelijkheid, zoals de heren al kwamen vertellen, en over vroeg beginnen met aandacht en vertrouwen. We zouden kunnen leren van bijvoorbeeld Tilburg, waar Community Builders uit de wijk jongeren verbinden, bewoners activeren en samen met de buurt oplossingen bouwen.

Jongeren zijn daar niet alleen de doelgroep, maar mede-eigenaar van hun toekomst. Dat perspectief past ook bij Haarlemmermeer. Daarom doen wij drie oproepen. De eerste is: veranker het buurtinitiatief expliciet in het uitvoeringsprogramma. Werk toe naar jeugdcommunities per wijk, waarin jongeren, ouders, vrijwilligers en professionals samenwerken aan een veilige en kansrijke omgeving. Faciliteer die netwerken structureel met een aanspreekpunt, training en middelen voor buurtinitiatieven. De tweede is: maak doelen concreet en meetbaar. De thematische keuzes in deze startnota zijn sterk, maar ze blijven abstract. Wat verstaan we nu eigenlijk onder ouderbetrokkenheid en hoe meten we mentale gezondheid? Je zou – een suggestie – kunnen zeggen: stel per thema een meetbare ambitie, zoals bijvoorbeeld 'in 2030 ervaart 75% van de jongeren hun mentale gezondheid als goed'. Dat zou iets kunnen zijn. Zorg dat jongerenparticipatie niet stopt bij meedenken, maar doe ook aan meebeslissen. Haarlemmermeer doet al heel veel met de Jongerengemeenteraad en de kinderburgemeester. Ze zijn betrokken bij de startnota, te gek. De volgende stap is structurele terugkoppeling en zeggenschap in de uitvoering, bijvoorbeeld via jongeren als co-ontwerpers van preventieprojecten of ervaringsdeskundige bij wijkinitiatieven. Tot slot, voorzitter.

Preventief jeugdbeleid raakt ook onderwerpen als kansengelijkheid, wonen en onderwijs. Laten wij zorgen voor samenhang tussen die deelonderwerpen en de verbinding maken met Verslag Sessiedebat Startnotitie nota preventief jeugdbeleid 2025-2030 22 mei 2025

6

andere domeinen. Deze startnotitie laat ambitie en betrokkenheid zien. Als we nu de stap zetten naar uitvoering samen met de wijk en met jongeren, bouwen we aan iets stevigs voor de jeugd van Haarlemmermeer en eigenlijk dus voor ons allemaal. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Van de Meeberg, precies binnen de tijd. Dan wil ik het woord geven aan mevrouw Van Goethem, GroenLinks. Mevrouw VAN GOETHEM: Dank u wel, voorzitter. Ik zou bijna zeggen, geef mijn tijd nog even aan mevrouw Van de Meeberg en laat haar nog even doorpraten, want volgens mij kunnen we het helemaal vinden. Jeugdpreventie, het begint eigenlijk al bij de naam. Zouden we het niet over 'jeugdwelzijn' moeten hebben vanavond? We willen uiteraard voorkomen met zijn allen, maar nog liever, voorzitter, willen we überhaupt gewoon een gelukkige jeugd in Haarlemmermeer. De cijfers liegen er op dit moment niet om. We zien een stuk dat in potentie iets uitstraalt waar we allemaal en helemaal achter kunnen staan. Aandacht voor het gezin, aandacht voor het fysieke en mentale welzijn van de jeugd en kinderen die weer buiten spelen, maar in de uitvoering wordt er meteen alweer ingekaderd. Kinderen die buiten spelen, waar de ruimte dat toelaat. Volgens mij moet dat andersom, voorzitter; niet de ruimte moet leidend zijn, maar het welzijn van de kinderen en de jongeren in onze gemeente.

We lezen dat er gesproken is met veel partners en instanties ter voorbereiding en we hadden als raad om nu kaders mee te geven ook graag een verslag, indrukken of een terugkoppeling als bijlage gehad, zodat we de professionals mee kunnen nemen in onze punten en kunnen weten wat er mogelijk en onmogelijk is of we hadden op zijn minst het GGD-rapport dat in het voorjaar is verschenen, willen krijgen, zodat we echt actief die link leggen. Nogmaals, we kunnen ons vinden in die vier thema's, maar ze zijn nog wel wat vaag. Kunnen we van de wethouder de toezegging krijgen om in ieder geval in te zetten op de drie volgende doelgroepen die het volgens GroenLinks het hardste nodig hebben? Dat zijn volgens ons kinderen uit minimagezinnen, kinderen met een hulpvraag waar direct kan worden ingezet, zodat erger kan worden voorkomen en jeugdhulp kan worden teruggedrongen en de jongvolwassenen die tussen de zestien en 23 hun weg moeten zien te vinden in zelfstandigheid en regelingen die niet op elkaar of op hun eigen behoefte aansluiten. Graag krijg ik van de wethouder een toezegging op de extra aandacht voor deze drie doelgroepen. Voorzitter, dan nog even over de financiën. We mogen als raad nu meedenken, maar één deur wordt weer dichtgehouden. Het moet binnen de bestaande middelen voor de jeugdpreventie. Eigenlijk is het dus net als met dat kind, dat moet buiten spelen waar er ruimte is.

Voorzitter, waarom zouden wij als raad niet mogen kiezen door middel van bijvoorbeeld scenario's? Hebben we het bij die bestaande middelen eigenlijk over een budget, inclusief de middelen die door GroenLinks en PvdA nog extra beschikbaar zijn gesteld voor het jongerenwerk in 2025? Of gaat het om een sterk vermagerde versie van het budget, waar we als raad allemaal van weten dat het binnen die bandbreedte niet zal lukken om de echte problemen bij jeugd en jongeren aan te pakken? Ik hoor graag een verduidelijking op het budget. Ik ga ook graag in de tweede termijn met de raad in gesprek over de vraag of we niet beter van dit college meerdere scenario's kunnen verwachten, zodat we echt goed weten waar we straks in het najaar 'ja' tegen zeggen. Wat ons betreft, mag daar dus ook een scenario bij zitten dat laat zien dat we als gemeente aan de bak willen en die ommezwaai willen maken van jeugdhulp, naar jeugdwelzijn. We lopen namelijk nogal achter als we het GGD-rapport van dit voorjaar zien. Wat GroenLinks betreft, is er straks in deze nota dus aandacht voor ieder kind, waarbij we niet uitgaan van het voorkomen, maar juist van het hele welzijn en het leidend laten zijn van een gelukkige jeugd in Haarlemmermeer. Tot zover, voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Bouwhuis van Forza!

Verslag Sessiedebat Startnotitie nota preventief jeugdbeleid 2025-2030 22 mei 2025

7

Mevrouw BOUWHUIS: Dank u wel, voorzitter. Laten we het zeggen zoals het is, het gaat niet goed met de mentale gezondheid van jongeren in Haarlemmermeer. Ze ervaren prestatiedruk, stress en eenzaamheid en dat op steeds jongere leeftijd. De cijfers onderstrepen de ernst van de situatie, ook het aantal suïcides onder jongeren neemt toe. Dat is zorgwekkend en dat vraagt om snelle actie en een doordachte aanpak. Die actie komt er ook, met een raadsvoorstel en een uitvoeringsprogramma in het derde kwartaal. Dit is het moment om als raad richting te geven. Bij Forza! zeggen we 'voorkomen is beter dan genezen', niet pas ingrijpen als het misgaat, maar het probleem voor zijn. Dat is niet alleen beter voor jongeren zelf, het is ook verstandiger beleid. Elke euro die we nu investeren in preventie, bespaart ons later een veelvoud aan zorg, uitval en schade. De vier voorgestelde thema's van ouderbetrokkenheid tot het versterken van veerkracht, vormen precies de juiste bouwstenen om die preventieve aanpak stevig neer te zetten, maar we moeten het ook echt goed regelen en dan geldt 'geen beleid over jongeren, zonder jongeren'. Laten we structureel met ze in gesprek blijven, bijvoorbeeld via de Jongerengemeenteraad. Dat dit zo ontzettend waardevol kan zijn, heb ik namelijk zelf ervaren toen ik nog lid was van de JGR. Jongeren weten namelijk heel goed wat er speelt.

We moeten alleen bereid zijn om echt naar ze te luisteren. Daarnaast moeten we, als we zeggen dat we korte lijntjes willen, ook zorgen dat professionals in onderwijs, zorg en jeugdwerk de ruimte, tijd en middelen krijgen om snel te handelen, dat ze weten waar ze terecht kunnen met signalen. Preventie vraagt namelijk om samenwerking tussen ouders, scholen, wijkteams en jongeren zelf. Dat bouwen we niet met losse acties, maar met goed afgestemd beleid. Voorzitter, ook de jeugdcentra kunnen hier een rol in spelen. In plaats van alleen voor leuke activiteiten, mogen ze wat Forza! betreft ook een plek zijn waar jongeren laagdrempelig hulp kunnen vinden, want jongeren gaan niet zo snel naar een praatgroep in de bibliotheek, maar misschien wel naar de plek waar ze zich chill voelen. Kortom, met het preventief jeugdbeleid bouwen we aan een veerkrachtige generatie. Geen papieren plannen, maar echte verandering op straat, in de klas en thuis. Wie nu niet investeert in de jeugd betaalt later de hoofdprijs. Tot zover. De VOORZITTER: Ik dank u wel. Dan heb ik mevrouw Elfers van de HAP. Mevrouw ELFERS: Dank u wel, voorzitter. Allereerst begin ik ook nu graag weer met een woord van dank aan het college en in dit geval voor het feit dat u de raad vroegtijdig meeneemt in het opstellen van een preventief jeugdbeleid.

Ons jeugdbeleid was namelijk toe aan actualisatie omdat de maatschappij veranderd is en er nieuwe behoeftes en wetenschappelijke inzichten zijn. Voorzitter, deze nota bevat een schat aan informatie om te komen tot de kern, het doel, namelijk: de wil en behoefte dat alle kinderen en jongeren in Haarlemmermeer veilig, gezond en kansrijk kunnen opgroeien. Niet alleen omdat de jeugd de toekomst heeft, ook – en u heeft het HAP al heel vaak horen zeggen – omdat preventie de sleutel tot succes is. Voorzitter, de benoemde thema's omschrijven wat HAP betreft, dat wat nu onder onze kinderen en jeugd actueel is. We zien ook dat het college oog heeft voor een kwetsbare doelgroep, namelijk de stille stemmen. We vinden wel dat dit te smal geformuleerd is. De fractie van HAP vraagt het college dan ook om de stem van de jeugd expliciet op te nemen in het beleid. Wij vragen u om in het beleid extra aandacht te besteden aan het mentale welzijn. Voorzitter, het gaat namelijk niet alleen om de stille stemmen van mensen die wat minder mondig zijn. Het gaat ook om de stemmen van mensen die heel goed in staat zijn om hun stem te laten horen. Maar voorzitter, luisteren wij volwassenen wel echt en wel goed als jonge mensen spreken? U heeft ook de insprekers gehoord van vanavond. De afgelopen jaren is het namelijk onze ervaring dat dat soms echt beter kan.

Voorzitter, HAP vindt het belangrijk dat als jongeren hun stem laten horen, volwassenen de moeite nemen om goed door te vragen en de boodschap achter het signaal te ontdekken. Omdat we niet willen Verslag Sessiedebat Startnotitie nota preventief jeugdbeleid 2025-2030 22 mei 2025

8

dat jonge mensen en hun netwerk het gevoel hebben van het kastje naar de muur te worden gestuurd om uiteindelijk tussen wal en schip te eindigen. Papier en praktijk kunnen alleen op elkaar aansluiten door naar alle stemmen van de jeugd echt te luisteren. Alleen dan kunnen we daadwerkelijk aan de slag om alle kinderen en jongeren in Haarlemmermeer veilig, gezond en kansrijk te laten opgroeien. Wij vragen het college dus om expliciet de stem van de jeugd op te nemen, voor alle doelgroepen. Niet alleen de stille stemmen. Dank u wel. De VOORZITTER: Ik dank u wel voor uw bijdrage. Dan gaan we naar mevrouw Roos van FVD. Mevrouw ROOS: Voorzitter, onze fractie steunt natuurlijk de intentie om kinderen en jongeren in de Haarlemmermeer gezond en kansrijk te laten opgroeien. Toch hebben we wel enkele punten van kritiek, vooral over de rol van de overheid en de vaagheid van doelen en onderzoeksresultaten. We zijn wel enthousiast over het thema ouderbetrokkenheid en laagdrempelige ondersteuning, mits dit gezinnen sterker en zelfredzamer maakt. Ouders zijn de spil in de opvoeding en we steunen initiatieven die hen helpen om zelf problemen aan te pakken. Door ouders te helpen met praktische vaardigheden, bijvoorbeeld om gedrags- of mentale problemen bij hun kinderen in een vroeg stadium te herkennen, voorkomen we dat gezinnen afhankelijk worden van zware jeugdhulp.

Denk aan eenvoudige workshops of online tools die ouders handvatten geven zonder bureaucratie of schaamte. Hoewel preventie belangrijk is, vinden we dat de gemeente ook te veel op zich kan nemen. De plannen voor brede samenwerking met allerlei partijen kunnen leiden tot bureaucratie en inefficiëntie. Nog belangrijker, het beleid moet gezinnen en jongeren zelf sterker maken zodat ze niet afhankelijk worden van overheidssteun. Ouders en jongeren moeten zelf verantwoordelijk zijn voor een gezonde leefstijl en goede schoolprestaties. De doelen, zoals gezond en kansrijk opgroeien, zijn te breed en moeilijk te meten. We willen in het raadsvoorstel concrete doelen zien. Ook de onderzoeksresultaten zijn niet scherp genoeg. De gezondheidsmonitor laat zien dat jongeren in Haarlemmermeer hun mentale gezondheid lager waarderen dan het landelijk gemiddelde, maar waar zijn de details? Wat hebben jongeren en professionals precies gezegd in de gesprekken en de expertmeeting? We vragen het college om deze inzichten helder uit te werken en te koppelen aan de plannen in het raadsvoorstel. We zien mogelijkheden om lokale ondernemers en organisaties, zoals sportclubs of culturele groepen meer te betrekken bij preventieve activiteiten. Dit ontlast de gemeente en past bij onze visie op een kleine, efficiënte overheid die de samenleving stimuleert om zelf verantwoordelijkheid te nemen.

De VOORZITTER: Mevrouw Roos, wilt u afronden? Mevrouw ROOS: Ja. Kortom, we steunen het thema ouderbetrokkenheid en laagdrempelige ondersteuning als het gezinnen zelfredzaam maakt. Wij vragen om meetbare doelen, een gestroomlijnde aanpak en specifieke uitwerking van onderzoeksresultaten en participatie-inzichten in het raadsvoorstel want alleen zo kunnen we een efficiënt jeugdbeleid waarborgen. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan bent u wel door uw tijd heen, dat geef ik vast mee. Dan heb ik als volgende mijnheer Beusenberg van SRH. De heer BEUSENBERG: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, wij willen dat alle kinderen en jongeren in Haarlemmermeer gezond, veilig en met perspectief opgroeien. De Startnotitie nota preventief jeugdbeleid 2025-2030 bevat goede uitgangspunten, maar als SRH willen wij het accent leggen op een samenleving die steunt op samenhorigheid en eigen verantwoordelijkheid. Ouderbetrokkenheid is voor ons essentieel. Geen kind groeit op in een vacuüm. De rol van het gezin is fundamenteel, maar wij zien ook dat niet ieder gezin vanzelf die stabiele basis kan bieden. Daar moeten Verslag Sessiedebat Startnotitie nota preventief jeugdbeleid 2025-2030 22 mei 2025

9

we als gemeente naast staan, niet erboven. Ondersteunend, laagdrempelig en zonder betutteling. Wij waarderen de inzet op mentale en fysieke gezondheid, maar waarschuwen voor een beleid dat doorschiet in diagnoses en bureaucratie. Preventief moet praktisch zijn; sport, cultuur en een veilige buurt zijn vaak effectiever dan stapels papieren en eindeloze overleggen. Geef kinderen de ruimte om te spelen, jongeren perspectief op werk en ouders vertrouwen om te handelen. Voorzitter, laten we de beschikbare middelen wijs inzetten. Wij willen voorkomen dat geld verdwijnt in overbodige structuren. Elke euro moet terechtkomen bij de gezinnen, scholen en buurten waar het verschil gemaakt wordt. SRH kiest voor een jeugdbeleid dat verbindt. Sterk in ondersteuning, duidelijk in verwachtingen en altijd gericht op kansen voor alle jongeren. Dank u wel. De VOORZITTER: U ook bedankt, dan is het woord aan mevrouw Hup van de ChristenUnie-SGP. Mevrouw HUP: Voorzitter, het gemeentebestuur moest het lokaal samenhangende jeugdbeleid verder ontwikkelen en dat is gelukt, wat ons betreft, voor de komende vijf jaar. Jonge mensen zijn de hoop van ons land. We geloven dat ieder kind de gaven en talenten die het heeft gekregen ook tot bloei kan brengen en zich nuttig kan maken binnen onze maatschappij.

Hoe kun je dan het beste in een snelgaande, digitale en veranderende wereld een veerkrachtige en kansrijke omgeving bieden voor kinderen en jongeren? Hoe moet je hen echt goed leren om te gaan met uitdagingen en obstakels van de dag om hen voor te bereiden op de toekomst waarin zij zelfredzaam en zelfverzekerd hun weg kunnen vinden? Dat is toch een onbegonnen klus, zou je zeggen. De zorg voor jongeren mag, wat onze fractie betreft, meer vanuit het collectief benaderd worden, want samen bereik je tenslotte meer in Haarlemmermeer. Onze fractie is ervan overtuigd dat het gezin als hoeksteen van de maatschappij kan worden beschouwd en dat de verantwoordelijkheid voor jongeren in de eerste plaats bij de ouders ligt. In het gezin moet de basis gelegd worden voor het functioneren van jongeren in de samenleving, dus opvoeding en gezin en vooral ook de houding van de ouders, vinden wij, zijn van groot belang voor het welzijn van de jeugd. Het moet een omgeving zijn die hen stimuleert om hun volledige potentieel te bereiken. Wat ons betreft, moet er dus ook geprobeerd worden om ouders te betrekken bij het beleid, zoals door het organiseren van jeugdactiviteiten in de wijk- en buurthuizen of -centra en ook in kerken.

We vroegen ons wel even af, dat is een vraag aan het college, waarom ouders niet meegenomen zijn in dit participatieproces rond deze startnotitie, terwijl ouderbetrokkenheid juist als een belangrijk thema is genoemd in het preventief jeugdbeleid. In het raadsvoorstel worden ook de beleidstheorie en de beleidsindicatoren uitgewerkt volgens de Duisenbergmethode. De heer Duisenberg gaf afgelopen week in de Tweede Kamer als conclusie aan dat resultaten getoond dienen te worden. Hij stelde de vraag of de overheid doet wat zij belooft. Deze vraag zouden we ons ook willen stellen als lokale overheid. Er zijn weinig zichtbare resultaten op landelijk gebied te vinden. Laat dat niet gebeuren binnen onze gemeente, is de oproep. De les is: laat resultaten zien en doe wat je belooft want wij willen niet dat er straks tikken op de vingers moeten worden gegeven aan onze wethouders. Als slimme volger geven wij liever het goede voorbeeld, voorzitter. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel. Even kijken. Dan mevrouw Koolmoes van Lid Koolmoes, aan u het woord. Mevrouw KOOLMOES: Dank u wel, voorzitter, voor het woord. Voorzitter, de Startnotitie nota preventief jeugdbeleid 2025-2030. De vraag van het college aan ons is om aanvulling te geven op het preventief jeugdbeleid. Daarom heb ik met veel aandacht de startnotitie doorgenomen en het ziet er naar uit dat veel vinkjes al gezet zijn.

Het kostte lid Koolmoes ook best wat moeite om even de puntjes op de i te zetten.

Verslag Sessiedebat Startnotitie nota preventief jeugdbeleid 2025-2030 22 mei 2025

10

In de samenvatting schrijft u dat we passende preventieve maatregelen moeten nemen om te voorkomen dat kinderen in de jeugdhulp terecht komen. Maar voorzitter, er zit toch nog wel een hele wereld tussen kinderen die het gewoon goed hebben thuis en kinderen die onder jeugdzorg vallen. Dat gebied is zo wijd uiteenlopend dat Lid Koolmoes meent dat dat geen eenvoudige taak zal zijn en dat de expertise van zeer veel vakgebieden nodig zal zijn, waarbij vooral vroegsignalering een grote rol zal spelen. Dat een gezin een uitdaging heeft, wil niet zeggen dat er ook meteen een groot probleem is. Een beetje meer steun kan vaak genoeg zijn. De eigen kracht van het gezin moet men vooral laten meewerken. Dat zegt de nieuwe Jeugdwet, maar wat is dan eigen kracht en hoe gaan we dat in het beleid meegeven? Lid Koolmoes zou graag zien dat beschreven wordt met welke criteria en afwegingsfactoren wij dat gaan uitvoeren. Ook staat in de Jeugdwet dat men doelen moet stellen, moet meten en monitoren en dat is mijn laatste vraag, voorzitter: hoe gaan we dat dan doen? Tot zover, dank u wel. De VOORZITTER: U ook bedankt. Dan heb ik nog drie aanwezige partijen die zich nog niet hebben aangemeld, PvdA, GEZOND Haarlemmermeer en BVNL. Wie van de drie? Ik zie mijnheer De Ruiter van BVNL als eerste, dan mevrouw Denie van de PvdA. Mijnheer De Ruiter, aan u het woord. De heer DE RUITER: Ouderbetrokkenheid.

Voorzitter, onze fractie is daar groot voorstander van. Maar als de gemeente ouders hierbij wil betrekken, dient dat niet beperkt te blijven tot het bieden van hulp, maar zullen ouders ook strenger dan nu medeaansprakelijk moeten worden gesteld ingeval jongeren zich misdragen. Zeker in de openbare ruimte. De fractie van BVNL is het met de insprekers van de Jongerengemeenteraad eens dat de stem van jongeren belangrijk is. Ik wil daarom jongeren die er interesse in hebben om het beleid hier mede vorm te geven, meegeven dat er in maart 2026 nieuwe verkiezingen zijn en iedereen die in de volgende raadsperiode de achttienjarige leeftijd bereikt, kan zich nu al als kandidaat opgeven. Dus ook als ze nog geen achttien zijn. Voor psychische klachten moet er zeker bij de huidige generatie jongeren ruimhartige zorg beschikbaar zijn, juist voor deze generatie omdat die door het coronaschandaal het hardst zijn geraakt in hun mentale gezondheid, juist tijdens de vormende jaren. Voorzitter, bij preventief jeugdbeleid hoort natuurlijk ook handhaving. De fractie van BVNL is zeker niet cynisch over de jeugd van tegenwoordig. We zien veel getalenteerde, sportieve en goed functionerende jongeren. We zien echter helaas ook een categorie jongeren die het normaal vindt om met een mes op zak te lopen of dat in een locker op school te bewaren.

De burgemeester heeft ons eerder vanavond verteld tot welke tragische omstandigheden dat kan leiden. BVNL Haarlemmermeer heeft in het vorige verkiezingsprogramma staan dat preventieve checks van lockers door handhaving mogelijk zouden moeten zijn. Laat mijn vraag aan het college dan zijn of dat haalbaar is of misschien moet dat mijn opdracht aan het college zijn. Tot zover, dank u. De VOORZITTER: Mijnheer De Ruiter, als u wilt blijven staan? U krijgt een vraag/interruptie van mevrouw Van Goethem van GroenLinks. Mevrouw VAN GOETHEM: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb niet gehoord of de burgemeester horen zeggen wat de heer De Ruiter haar nu in haar mond legt. Ze is ook niet aanwezig in de zaal om dit toe te lichten. Ik vraag me ook eventjes af of de heer De Ruiter beseft dat jeugdpreventie iets heel anders is dan jeugdcriminaliteit en dat we hier staan om de jeugdpreventie, of in mijn geval, het jeugdwelzijn, te bespreken. De VOORZITTER: Mijnheer De Ruiter.

Verslag Sessiedebat Startnotitie nota preventief jeugdbeleid 2025-2030 22 mei 2025

11

De heer DE RUITER: Wat mevrouw Van Goethem van de burgemeester gehoord heeft, daar kan ik niet over oordelen. Ik denk zeker dat het voorkomen van jeugdcriminaliteit en het bestrijden van jeugdcriminaliteit niet alleen voor de jongeren die misschien crimineel bezig zijn of een criminele carrière overwegen, gezond kan zijn, maar ook juist voor die jongeren die daarmee te maken krijgen. Er zijn te veel jongeren in deze gemeente die bedreigd worden, die afgeperst worden, die met messengeweld bedreigd worden. Daar zijn voorbeelden te over van. Dat moet echt stoppen. De VOORZITTER: Dan krijgt u ook nog een vraag van mevrouw Elfers van de HAP. Mevrouw ELFERS: Dank u wel, voorzitter. Ja, een vraag aan mijnheer De Ruiter. Bent u ervan op de hoogte dat de lockercontrole al gedaan wordt? Dat onder andere alle middelbare scholen een agent hebben toegewezen gekregen die dat soort zaken mag uitvoeren? Bent u daarvan op de hoogte? De VOORZITTER: Mijnheer De Ruiter. De heer DE RUITER: Waarvan akte, zou ik zeggen. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan mevrouw Denie van de PvdA. Aan u het woord. Mevrouw DENIE: Dank u wel, voorzitter. Ten eerste. Ik zou dit graag uit partijnaam willen doen, maar ik wil toch even het college en de ambtenaren bedanken voor de beantwoording van de vragen die ik heb opgesteld, last minute. Dus dat is mijn verantwoordelijkheid.

Hartelijk dank voor de uitgebreide beantwoording. Daar zal ik mijn fractie niet de schuld van geven. Verder wil ik graag beginnen met een aantal speerpunten, maar eerst een pleidooi. Een startnotitie is goed. Ik hoor van mijn collega's fantastische dingen, van D66 en uiteraard GroenLinks. Maar ik mis in dit stuk aandacht voor specifieke doelgroepen. Ik ga een doelgroep met jullie bespreken. Wij kennen allemaal de situatie dat je vroeger als kind dat ene vervelende jongetje of meisje in de klas had. Dat was een rotkind en die werd dan apart gezet aan een tafeltje. Dan ineens, tien jaar later, bleek 'Hè? Shit, we hebben over het hoofd gezien dat hij uit een heel vervelende gezinssituatie komt en hij valt nu uit op school'. Dat zijn kinderen die uit gezinnen komen waarvan we van tevoren al in beeld hebben 'dat is een kwetsbare situatie', maar dat zien we dan toch als 'te spannend', als we kijken naar vroegsignalering. Ik denk dat dat juist een aandachtsgroep is die wij moeten opnemen in het preventiebeleid. Als we daar onze aandacht op vestigen, dan kunnen we echt preventief het verschil maken. Dan kun je ervoor zorgen dat je een cirkel doorbreekt voor kinderen uit gezinnen die echt een heel andere soort achtergrond hebben dan de meesten van ons die hier in de zaal zitten. Wat ons betreft, is die vroegsignalering echt een heel, heel, heel belangrijk onderwerp.

We hadden dan ook graag gezien dat dat een van de hoofdthema's zou zijn, bovenaan in het stuk. Dat waren er vier, dus dan graag vijf. Ik hoop dat mijn collega's het daarmee eens zijn en het college wil overwegen dat daarin op te nemen. Er staat ook veel in over ouderbetrokkenheid. Dat is superbelangrijk, opvoeden, maar stel je voor: jij als ouder – want het gaat ook veel over een positieve leefomgeving – zit in financiële problemen. Je hebt een achtergrond met een moeilijke jeugd en je krijgt zelf kinderen. Als wij dan heel erg inzetten op ouderbetrokkenheid en opvoeding, is dat iets heel moois, maar niet voor iedere ouder op dat moment de juiste vorm van hulp. Ik vind dat we in het stuk ook een ander soort aandacht moeten besteden aan hoe we dat dan wel kunnen doen. De VOORZITTER: Voordat u verdergaat, krijgt u een interruptie van mevrouw Koolmoes. Mevrouw KOOLMOES: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Denie zegt dat het een vijfde thema moet worden. Het is een startnotitie, dus bij het beleid kan het misschien meegenomen worden. In mijn ogen Verslag Sessiedebat Startnotitie nota preventief jeugdbeleid 2025-2030 22 mei 2025

12

zit er bij puntje 3 al aandacht voor de leefomgeving van het kind bij. Ik denk dat uw stukje daaronder valt, maar het kan zijn dat u dat niet met mij eens bent. Mevrouw DENIE: Dank u wel. O, wacht, de voorzitter moet mij het woord geven. De VOORZITTER: Aan u het woord, mevrouw Denie. Mevrouw DENIE: Dank u wel. In mijn ogen, en dat zijn echt een heel ander stel ogen, is dat niet zo. Wat ons betreft moet vroegsignalering een heel apart thema zijn want dat is heel veelomvattend. Waar was ik gebleven met mijn verhaal? Ja, die ouders die dus zelf in een moeilijke situatie zitten. Het laatste wat we willen is een lesje opvoeden geven aan mensen die heel andere dingen aan hun hoofd hebben, dus we zien graag iets anders daarvoor in het plan. Tot slot. Wij geloven heilig in ongelijk investeren voor gelijkwaardige kansen. Dat betekent dat er een aparte aanpak moet komen voor aandachtsgroepen die ik net heb genoemd, maar ook voor andere kwetsbare groepen. Er is genoeg informatie beschikbaar over de wijken in onze kernen die bestempeld kunnen worden als 'wat kwetsbaarder', waar potentieel laaggeletterdheid op de loer ligt, maar ook de sociaaleconomische omstandigheden wat minder zijn.

Dus een oproep om in het stuk te kijken of we juist daar de aandacht op kunnen richten en specifieker geld kunnen uitgeven in plaats van dat we overal een gelijke aanpak hanteren en we niet bij ons doel uitkomen. De VOORZITTER: Was dat uw laatste zin? Mevrouw DENIE: Dat zal, denk ik, nu wel moeten. Ik krijg een interruptie, dus het was niet mijn laatste zin. De VOORZITTER: Bijna de laatste zin. Mevrouw Koolmoes gunt u een laatste zin. Mevrouw KOOLMOES: Voorzitter, dank u wel. Opnieuw geeft u iets mee waarvan ik denk dat het al bij die vier thema's zit, namelijk onder puntje 4, veerkrachtig in de kansrijke leefomgeving, zo heet het, meen ik. Ik vind het lastig dat u dingen meegeeft alsof het er niet in genoemd staat, terwijl het tot nu toe toch vier heel belangrijke thema's zijn waar je heel veel onder kunt scharen. Dat zal aan het eind van het jaar natuurlijk ook gebeuren als het beleid naar ons toekomt. Bent u dat met mij eens? De VOORZITTER: Een kort antwoord, alstublieft. Mevrouw DENIE: Dank u wel, voorzitter. Om te beginnen ben ik blij dat we het in ieder geval met elkaar eens zijn, dat we dezelfde dingen belangrijk vinden. Alleen wat ons betreft, mag er meer nadruk liggen op de dingen die ik net noem. Ik zeg niet dat het er niet in staat, ik zeg alleen 'heb er meer aandacht voor in de uitwerking van het uiteindelijke beleidsstuk'. Ik krijg nog een interruptie.

De VOORZITTER: Die krijgt u zeker van mevrouw Bouwhuis van Forza! Mevrouw BOUWHUIS: Ik kan het misschien verkeerd gehoord hebben, maar hoorde ik u zeggen dat iedereen hier in de zaal uit een gouden mandje komt? Of heb ik dat toch verkeerd begrepen? De VOORZITTER: Mevrouw Denie. Mevrouw DENIE: Dank u wel, voorzitter. Nee, dat zeg ik niet. Ik zeg alleen dat het een achtergrond is die voor velen van ons, misschien, niet helemaal hetzelfde is. Ik heb geen gouden mandje in de mond genomen. Dus nee, dat heb ik zeker niet gezegd. Verslag Sessiedebat Startnotitie nota preventief jeugdbeleid 2025-2030 22 mei 2025

13

De VOORZITTER: Mijnheer De Ruiter, u heeft nog twee seconden dus een heel korte vraag. De heer DE RUITER: Een heel korte. Hoor ik mevrouw Denie nu pleiten voor discriminatie als zij zegt dat er naar bepaalde groepen meer middelen zouden moeten gaan dan naar andere groepen? De VOORZITTER: Mevrouw Denie. Mevrouw DENIE: Dank u wel, voorzitter. Zoals ik al net zei, heb ik een ander stel ogen. Mijnheer De Ruiter zei net ook dat mevrouw Van Goethem van GroenLinks misschien een ander soort oren heeft en ik denk dat dat hier ook het geval is bij mijnheer De Ruiter. De VOORZITTER: Dan nog een vraag, ook voor u heel kort. Mevrouw HUP: Even een rectificatie. U suggereerde toch een beetje dat iedereen hier in deze zaal een heel fijn nestje heeft gehad, maar elk huisje heeft zijn eigen kruisje. Het is geen metafoor dat je, als je een heel goed gezin hebt, ook succes hebt. Dat wilde ik wel even zeggen. Als ik dat terugluister, kan ik dat opnieuw beluisteren. Dat kwam wel zo op me over, dus ik hoop dat u zich daar bewust van bent. De VOORZITTER: Dank u wel. U neemt dat mee, neem ik aan? Heel goed. Dan als laatste de heer Sulmann van GEZOND Haarlemmermeer. De heer SULMANN: Dank u, voorzitter. Ik had wel gezwaaid, maar het was niet een erg effectieve zwaai, merk ik nu. Het is wel heel positief dat ik in bijna elke bijdrage vanavond het woordje 'gezond' hoorde.

Mijn avond kan in ieder geval niet meer stuk. Dit gaat over jeugd. Soms voel ik me ook nog wel jeugdig. Laten we dat woordje 'gezond' gewoon lekker vaak over al onze inwoners, ook volwassenen, plakken. Dat gezegd hebbend, ga ik beginnen. Voor ons ligt de Startnotitie nota preventief jeugdbeleid 20252030. Een belangrijk en inhoudelijk sterk stuk, maar ik wil graag twee punten onder de aandacht brengen. Allereerst de mentale gezondheid van onze jeugd. Het is al een aantal keer aangehaald. De cijfers zijn zorgwekkend. Jongeren in Haarlemmermeer ervaren hun mentale gezondheid minder positief dan het landelijk gemiddelde. Ze hebben last van stress, prestatiedruk en eenzaamheid. Dit zijn geen randverschijnselen meer. Dit is de nieuwe realiteit voor veel jongeren. Hoe zorgen we ervoor dat deze signalen niet blijven steken in rapporten, maar daadwerkelijk leiden tot effectieve, structurele ondersteuning? Welke rol zien we daarin nog voor scholen en ouders? Dit is een fundamenteel punt dat vraagt om meer dan alleen goede bedoelingen. Het vraagt om regie en duidelijke keuzes. Ik zou ook willen meegeven, dat werd al eerder gememoreerd vanavond, misschien ook wel heel goede, meetbare indicatoren. Dan mijn tweede punt. De samenwerking, of beter gezegd, het gebrek daaraan op regionaal niveau.

In de notitie staat dat er geen regionale afspraken zijn gemaakt over preventief jeugdbeleid en dat er ook geen gevolgen zijn voor de Metropoolregio Amsterdam. Maar de jeugd in Aalsmeer, Heemstede of Haarlem zal toch niet wezenlijk anders zijn dan die van Haarlemmermeer? De uitdagingen zijn vergelijkbaar; sociale media, prestatiedruk, mentale klachten, schoolverzuim. Waarom kiezen we er dan voor om het wiel opnieuw zelf uit te vinden? Waarom trekken we als gemeenten niet gezamenlijk op om kennis te delen, middelen effectiever in te zetten en samen op te trekken richting het rijk? Dus, mijn slotvraag aan het college: waarom zijn er geen regionale afspraken gemaakt over preventief jeugdbeleid, terwijl de problematiek over gemeentegrenzen heen speelt en is het college bereid alsnog regionale samenwerking te verkennen? Tot zover.

Verslag Sessiedebat Startnotitie nota preventief jeugdbeleid 2025-2030 22 mei 2025

14

De VOORZITTER: Dank u wel voor uw bijdrage. Dan zijn alle aanwezige fracties aan het woord geweest. Voor de notulen, de fractie van EEN Haarlemmermeer is niet aanwezig. Ik wil het woord geven aan het college, aan wethouder Steffens en omwille van de tijd merk ik daarbij op dat GroenLinks, D66, CDA, PvdA, ChristenUnie-SGP, FVD, BVNL en Lid Koolmoes geen spreektijd meer hebben. Mevrouw Steffens, aan u het woord. Wethouder STEFFENS: Dank u, voorzitter. U heeft mij toegestaan om even hier te blijven zitten. Mijn collega, mevrouw Van der Meij, zal nog een kleine toevoeging doen omdat een aantal van de dingen die u genoemd heeft, ook een relatie hebben met haar portefeuille Jeugdzorg. Ja, voorzitter, it takes a village to raise a child. Ik hoorde het mevrouw Van de Meeberg zeggen. Ik heb het mezelf ook al heel vaak horen zeggen want het is gewoon de waarheid. Je kunt het niet zelf, je kunt het niet alleen en je kunt het zeker niet zonder goede samenwerking. Dat is ook precies wat wij hier aan u voorleggen in deze startnotitie. Die is nadrukkelijk bedoeld om bij u op te halen of u zaken mist, of u zegt 'goh, kan hier wat meer nadruk op?' want wij komen natuurlijk bij u terug met het beleidskader als zodanig. Er is heel veel geparticipeerd. Een aantal van u heeft daar ook iets over gevraagd of gezegd.

Hoe krijgt u inzicht in wat is opgehaald? Dat komt natuurlijk allemaal naar u toe op het moment dat we u het beleidskader voorleggen, want dan kunt u ook zien wat er is opgehaald en dan heeft u ook een compleet beeld. In deze startnotitie is dat complete beeld er nog niet want we zijn nog niet klaar met de gesprekken die we hierover voeren. Er is veel gezegd, voorzitter. Ik probeer het bij een aantal korte statements te houden, want anders denk ik dat u straks veel te weinig tijd heeft om met elkaar het gesprek aan te gaan. Even kijken waar ik wat bij had gekrabbeld. Verbinding met andere domeinen. Dat heb ik mevrouw Van de Meeberg horen zeggen. Ik zeg: uiteraard. We moeten zorgen dat het jeugdbeleid niet een opzichzelfstaand beleid is. Dat was het hiervoor ook niet. Maar juist nu, met die grotere veranderingen in de maatschappij die ook om andere aanpak vragen en soms ook heel andere problematiek aan het licht hebben gebracht – u noemde het bijna allemaal – namelijk de mentale gezondheid, maar ook de mentale weerbaarheid van onze jonge mensen, moeten we daar meer licht op schijnen dan hiervoor in onze optiek en ook op basis van allerlei onderzoeken nodig was. Dat is de afgelopen jaren duidelijk gebleken. Ik wil even reageren op wat mevrouw Mees daarover zei. Het lijken wel verschillende oorzaken.

U zei 'woningnood, prestatiedruk, et cetera' en er komt dan ook een verdiepend gemeentelijk onderzoek of er één duidelijker onderzoek voor Haarlemmermeer naar boven komt, of dat deze ook toch ongeveer deze 3 thema's aanraakt, dus daar krijgt u vast meer over te lezen of te horen. Er is ook door verschillende mensen gevraagd 'komen er meetbare doelen? Wordt het concreet gemaakt?' Uiteraard. Nadat u het beleid krijgt voorgelegd, komt er ook een uitvoeringsprogramma. Daarin maken we duidelijk welke afspraken we hebben gemaakt, wat we exact willen bereiken en hoe we dat met elkaar gaan meten, want meten is weten. Dus dat komt daarin zeker aan de orde. Ik wil nog reageren op mevrouw Van Goethem, die eigenlijk een toezegging vraagt op drie specifiek genoemde doelgroepen. U heeft gehoord, uw collega's hebben er ook een aantal, dus ik wacht even het debat af en wat daar uiteindelijk uitkomt, maar ik wil u wel meegeven dat, omdat ook het thema kansengelijkheid hier expliciet in genoemd is, u van ons verwachten mag dat er voor kwetsbare doelgroepen – u heeft allerlei verschillende voorbeelden met elkaar genoemd – uiteraard extra aandacht komt en dat is dus voor de kinderen en de jongeren met wie het niet zo goed gaat en voor wie het ook niet vanzelf gaat.

Dat zal natuurlijk in het uitvoeringsprogramma uiteindelijk in concrete acties geformuleerd worden, zodat u ook kunt zien 'is dat wat we met elkaar bedoelden?' Voorzitter, er is heel veel gezegd over ouderbetrokkenheid en de verantwoordelijkheid van ouders. Het is niet voor niets het eerste punt dat in deze startnotitie genoemd is, want ik deel uw mening. Ouders zijn als eerste verantwoordelijk voor hun kinderen en ouders moeten die verantwoordelijkheid ook wel willen nemen en kunnen nemen. Soms heb je daar een helpende hand bij nodig. Soms is het ook zo dat je… Iemand, ik meen dat het mevrouw Denie was, noemde dat ze geen opvoedlesjes wilde. Ik vond Verslag Sessiedebat Startnotitie nota preventief jeugdbeleid 2025-2030 22 mei 2025

15

dat wel bijzonder en had dat aangestreept, maar u mag van ons aannemen, die geven we überhaupt niet. We zorgen wel dat het netwerk zo opgebouwd is in de wijk, om de jongeren en de kinderen heen, dat ook ouders geen drempels voelen als ze een hulpvraag hebben omdat het niet altijd makkelijk is om kinderen op te voeden. Dat kan op allerlei manieren. Dat doen we overigens al. Er is al een enorm aanbod aan gratis webinars van opvoeddeskundigen, waar je gewoon mee kunt kijken zonder dat iemand ziet dat je erbij zit en als je niet kunt die avond, krijg je een link en kun je het later nog eens terugkijken. Van jong tot oud, dus dat gebeurt al op die manier, maar natuurlijk ook op heel veel andere manieren. Voorzitter, ik heb ook van mevrouw Bouwhuis gehoord, als het gaat om 'ouders, scholen, jongerenwerkers en jongerencentra'. U noemde dat heel specifiek. Wij delen dat standpunt met u want wij vinden ook dat in de jongerencentra ook die uitgestoken hand zou moeten zijn. Wij denken ook dat die er wel is, maar dat kan misschien nog wat explicieter. Daarover zijn we uiteraard in gesprek met alle mensen die vanuit die centra werken of die daar komen met jongeren, of die jongeren zelf. Dus dat mag u ook van ons verwachten. Ik vind het heel belangrijk, voorzitter, daarover hoorde ik ook van mevrouw Elfers van HAP, dat de stem van de jeugd hier expliciet in wordt opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=50998ac6-4b3c-4857-bd55-3539edde5ed3