Verslag 2024-11-14 Sessiedebat Sessieverzoek GL PvdA nota Meerjarenplan Versterken Basisvaardigheden (Digi)Taalhuis 2024-2027
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE SESSIE VAN DE RAAD DER GEMEENTE HAARLEMMERMEER OP DONDERDAG 14 NOVEMBER 2024 Onderwerp:
Sessieverzoek GroenLinks/PvdA inzake de nota Meerjarenplan Versterken van Basisvaardigheden (Digi)Taalhuis 2024-2027 (11063508)
Voorzitter:
mw. S. van de Meeberg
De leden: mw. Y.M.G. Bouwhuis, mw. M.K. Denie, mw. N.M. Elfers, mw. K. van Goethem, mw. G. Knikker, dhr. H.C.M. Koning, mw. A.N. Mees-Marhe, mw. M.C.M. Roos, dhr. J.J. Schaap, dhr. J.C. Soellaart Griffier: dhr. M.H.H. Gerding Portefeuillehouders: dhr. C. El Idrissi Insprekers: Geen
De VOORZITTER: Het is 19.00 uur geweest dus we gaan beginnen. Waar gaan wij mee beginnen eigenlijk? Wij gaan beginnen met het sessiedebat op verzoek van zowel GroenLinks als de PvdA en dat gaat over het Meerjarenplan Versterken van Basisvaardigheden (Digi)Taalhuis 2024-2027. Omdat het een gedeeld sessieverzoek is, hebben de fracties van de PvdA en GroenLinks met elkaar bekokstoofd dat zij ook de spreektijd van hun introductie gaan delen. Normaal is het zo dat je vijf minuten extra spreektijd krijgt als aanvrager van de sessie. Die verdelen we nu in tweeën, dus elke fractie van de aanvragers, zowel GroenLinks als PvdA, krijgt 2,5 minuut bij hun spreektijd opgeteld. En mevrouw Van Goethem van GroenLinks gaat hem aftrappen, gaat uw gang. Mevrouw VAN GOETHEM: Ja, dank u wel voorzitter. Voorzitter, ik ben blij dat de raad er nog net voor de zomer unaniem mee instemde om deze sessie te voeren want lage taalvaardigheid of lage digitaalvaardigheid is een groot probleem in Nederland en daarmee ook in Haarlemmermeer. Volgens de cijfers gaat het in Nederland op zo'n 2,5 miljoen mensen en daarmee in Haarlemmermeer om zo'n 18.500 inwoners. 18.500 inwoners voor wie overheidsformulieren, smartphonegebruik of het optellen van de supermarktboodschappen een hele uitdaging is. En voorzitter, laat ik vooropstellen, deze mensen zijn niet zielig of dom.
Dit zijn hardwerkende Nederlanders die de handvatten mee horen te krijgen maar door omstandigheden de boot hebben gemist. Dit zijn mensen die zich soms kapot schamen en allerlei manieren hebben bedacht om maar niet om hulp te hoeven vragen. Dit zijn mensen waar wij als gemeente net een stapje meer voor moeten doen om te voorkomen dat ze bijvoorbeeld door de overheid zelf worden benadeeld, denk aan de toeslagenaffaire of denk aan het mislopen van extra ondersteuning. Ze zijn dus niet zielig, maar wel kwetsbaar. Daarom vind ik het vanuit GroenLinks bizar, voorzitter dat wij als gemeenteraad niet mee hebben mogen denken over het beleidsstuk dat op 18 juni jl. is vastgesteld door het college. We hebben geen kader meegegeven, we hebben niet mogen meebeslissen over de hoeveelheid geld die we hieraan besteden en of dat wel genoeg is. We hebben niet kunnen controleren of we op basis van een evaluatie het huidige beleid anders willen insteken. Nee, wij kregen simpelweg in juli een afschrift ter kennisname van het collegebesluit en de nota zelf. Nu gebeurt dat bij het college wel vaker, want we hebben het vanavond later bijvoorbeeld ook over schuldhulpverlening waar eerst is aanbesteed en dan beleid is vastgesteld.
En we hebben er tig sessies over dan weer zes woningen hier, vijf villa's daar, maar we vergeten dat we er als gemeente ook moeten Verslag Sessieverzoek GroenLinks/PvdA inzake de nota 'Meerjarenplan Versterken van Basisvaardigheden (Digi)Taalhuis 2024-2027 14 november 2024
1
zijn voor onze kwetsbare inwoners. Alsof het verbeteren van lezen, schrijven en rekenen, de basisvaardigheid niet belangrijk zou genoeg zou zijn om met je raad te bespreken. Voelt deze sessie dan een beetje als mosterd na de maaltijd? Ja, misschien wel ja. Maar we zijn als raadsleden niet vies van wat mosterd bij de borrelhap 's avonds dus vandaar dat we hem toch maar houden. Wat kunnen we nog wel meegeven? Wat vinden we nou echt belangrijk? Daar willen wij het vanavond vanuit GroenLinks en PvdA graag over hebben. Ik hoor dan ook van de wethouder in zijn reactie graag waar hij nog ruimte voor de raad ziet en wat hij gaat doen met de input die we als raad vanavond mee gaan geven. Kunnen we bijvoorbeeld aangeven op welke doelgroepen er extra moet worden ingezet? Bijvoorbeeld de digitale lage taalvaardigheid? En kunnen we meegeven dat we in meer kernen een Taalhuisvoorziening willen? Kunnen we als raad nog inzicht en nadruk op de integrale verbinding van het Taalhuis met andere socialedomeingedeelten bekokstoven, zoals bijvoorbeeld schuldhulpverlening? Volgens de beantwoording op onze vragen gaan wij als raad niet over de basisvaardigheden. Maar we stellen als raad wel degelijk de kaders en de middelen die we cofinancieren, naast die rijksmiddelen, vast.
En met die rijksmiddelen en die cofinanciering is iets vreemds aan de hand, want we zien namelijk in het beleidsstuk een begroting die niet af is. De jaren 2025, 2026 en 2027 staan niet ingevuld. Het antwoord van het college is dat deze zouden worden ingevuld bij de Programmabegroting, maar voorzitter, zoekend op 'laaggeletterdheid', 'lage taalvaardigheid', 'Taalhuis' of 'digitale basisvaardigheden', vinden wij nergens de miljoenen die hieraan worden besteed in de programmabegroting. En in het persbericht over basisvaardigheden staat dan juist weer dat we vooral de middelen van het rijk, de WEB-middelen inzetten. Dus wat geven we nou eigenlijk zelf uit? Dat is dus wel lastig, zo'n gemeente die de eigen begroting ook niet leesbaar maakt. Want als 12% van onze inwoners laagtaalvaardig is en als we als raad een echt goede afspiegeling daarvan zouden zijn, zou ik zomaar eens een van die 4,6 laagtaalvaardige raadsleden kunnen zijn. We vragen daarom nog een keer aan de wethouder, en deze keer dan maar live, wat hij gaat uitgeven op deze activiteiten aan gemeentelijke middelen. Voorzitter ik wil het graag ook nog hebben over de digitale vaardigheden die echt zijn ondergesneeuwd in het beleidsstuk, en over de inhoud. Maar ik hoor nog liever wat mijn collega-raadsleden van het onderwerp en het beleidsstuk zelf vinden. Dus tot zover.
De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Van Goethem, dan mevrouw Denie, PvdA. Gaat uw gang. Mevrouw DENIE: Dank u wel. Collega's ik moet zeggen dat ik het vandaag een beetje moeilijk vond om het erover te hebben omdat ik best fan ben van persoonlijke politiek – politiek mag je ook soms persoonlijk maken – maar ik me vroeg af of dit het juiste moment was. Zoals jullie vandaag hebben kunnen zien heb ik samen met GroenLinks twee moties vroegtijdig verspreid om het daar vanavond over te hebben. Daarom ga ik het ook persoonlijk maken. Dan ga ik het eerst hebben over de eerste motie. NT1 plus NT1 is geen NT2. En mevrouw Van Goethem gaf het net al aan: mensen die laaggeletterd zijn, zijn niet zielig. Ze zijn ook niet stom en allemaal dat soort dingen. En dat weet ik heel goed, want mijn vader was een NT1'er die niet kon lezen en schrijven. Wist ik dat? Nee. Hij overleed toen ik veertien was. Ik weet niet hoe dat voor jullie was in de puberteit, maar ik was niet echt een puber die over haar gevoel ging praten. Ik was vooral de puber die heel veel ruzie ging maken. Maar als je dan hoort dat je ouder komt te overlijden, denk je toch ineens 'oké, ik moet wat zeggen'. Dat kon ik niet. Dus ik besloot om een brief voor hem te schrijven. Mijn vader was ondernemer, supervaardig met zijn handen, dakdekker, loodgieter, hekwerkje maken.
Die man kon alles! Dus ik dacht 'ik schrijf een brief om dat te vertellen. En dan kan ik toch nog een beetje uitleggen wat hij voor mij heeft betekend'. En toen zei hij 'o ja, dankjewel. Zet maar op het nachtkastje, want ik ga nog niet dood'. En diezelfde avond is hij overleden. Ik dacht 'o, die brief!' En toen vertelde mijn moeder aan mij 'Kim, hij kon niet Verslag Sessieverzoek GroenLinks/PvdA inzake de nota 'Meerjarenplan Versterken van Basisvaardigheden (Digi)Taalhuis 2024-2027 14 november 2024
2
lezen'. Ik realiseerde me dus dat ook mensen die echt heel veel kunnen en supervaardig zijn en niet per se een uitkering hebben, of schulden, mensen kunnen zijn die niet kunnen lezen en schrijven. Daarom heb ik ook samen met GroenLinks de motie opgesteld NT1 plus NT1 is geen NT2, omdat wij, los van mijn eigen verhaal, ook signalen hebben gehoord van en rondom het Taalhuis dat het supermoeilijk is om die NT1'ers te bereiken. De NT2'ers zijn gewoon iets makkelijker op te sporen en daarom denken wij dus dat het goed is als het college onderzoek gaat doen naar maatwerkoplossingen voor het bereiken van de verschillende doelgroepen. Dan als tweede punt. In de begroting – en we hebben daar een technische vraag over gesteld – hebben we het over de uren van de Taalhuiscoördinator en hoe dat in lijn is met de regio om ons heen. Het antwoord van het college daarop was 'ja, dat is helemaal in lijn met taalcoördinatoren om ons heen'. Maar we hebben het even uitgezocht. Dat blijkt niet zo te zijn. Ja, de 26 uur klopt. Alleen staat er bij ons in het stuk in het meerjarenplan, ook dat sinds dit jaar erbij gegeven acht uur niet specifiek bedoeld zijn voor de activiteiten die de Taalhuiscoördinator normaal gesproken uitvoert. Nee, het is een toevoeging van acht uur voor nieuwe activiteiten, de gezinsaanpak. Wij willen dan ook graag horen van het college hoe dit zit.
Want het is duidelijk niet in lijn met het aantal uren dat de coördinatoren in de regiogemeente krijgen. En wat gaat het college doen om ervoor te zorgen dat het wel in lijn is met andere? En daarnaast zijn we er ook achter gekomen dat het verloop van de coördinatoren heel hoog is. Juist door dit probleem, te weinig uren. Dus ook daarover horen wij graag van het college wat het gaat doen om ervoor te zorgen dat het verloop niet nog hoger wordt. Tot slot hebben mevrouw Van Goethem en ik nog een motie gemaakt en dat is de motie Volwaardig digivaardig. Mevrouw Van Goethem had het er net al eventjes over. Digivaardigheid is volledig ondergesneeuwd in het stuk. De beantwoording van de vragen was 'ja, nee, onder laaggeletterdheid verstaan we ook digivaardigheid'. Nou fijn. Wat is je aanpak? Want die staat er niet. En aangezien wij geen mogelijkheid meer hadden tot het maken van keuzes of om er iets over zeggen, roepen wij in de motie ertoe op dat het college terugkomt naar de raad met een herziene versie van dit stuk, waarin wel staat opgenomen dat het college onderzoek gaat doen naar de digitale vaardigheden van onze inwoners en in samenwerking met de betrokken maatschappelijke organisaties tot een goed aanbod zal komen om de digivaardigheid te versterken van hen die dat nodig hebben. Dat was voor nu mijn bijdrage. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel mevrouw Denie.
Dan geef ik het woord aan mijnheer Schaap van Forza! De heer SCHAAP: Dank u wel voorzitter. Op initiatief van PvdA-GroenLinks bespreken we de nota Meerjarenplan Versterken van Basisvaardigheden (Digi) Taalhuis, waarvoor dank voor het aanvragen. Het minimale niveau om mee te kunnen doen in onze samenleving is vastgesteld door op 2F. Mensen die onder het niveau 2F presteren, noemen we laaggeletterd. En in Haarlemmermeer wordt geschat dat ongeveer 12% van onze inwoners tussen de zestien en 65 laaggeletterd zijn. Dit komt dan neer op circa 12.000 mensen die moeite hebben met lezen, schrijven, rekenen of digitale vaardigheden. Dat is zorgelijk. Dit cijfer weerspiegelt het landelijke percentage van laaggeletterden, waar 11,9% van de beroepsbevolking als laaggeletterd wordt beschouwd. Let op, dit zijn dan 2,5 miljoen Nederlanders. Forza! is voorstander van het aanpakken en verbeteren van de basistaalvaardigheden zodat iedereen in de maatschappij kan meedoen, omdat iedereen moet meedoen. Iedereen moet kunnen meedoen. Het ondersteunen van laaggeletterden en dan vooral werken aan economisch actieve burgers, moet worden gezien als een middel om hen te helpen zelfstandig te kunnen functioneren in de samenleving en minder afhankelijk te zijn van sociale voorzieningen.
Forza! pleit dan voor een efficiëntere inzet van middelen, bijvoorbeeld door de nadruk te leggen op digitale tools en zelfredzaamheid in plaats van uitgebreide, fysieke infrastructuur en bemanning van het (Digi)Taalhuis. Er wordt namelijk vooral gefocust op taalambassadeurs en fysieke ontmoetingsplekken om laaggeletterdheid aan te pakken. Er Verslag Sessieverzoek GroenLinks/PvdA inzake de nota 'Meerjarenplan Versterken van Basisvaardigheden (Digi)Taalhuis 2024-2027 14 november 2024
3
zou mogelijk meer gebruikgemaakt kunnen worden van innovatieve en digitale leermiddelen, zoals apps en online platforms die laagdrempelige toegang bieden tot taalles en digitale vaardigheden, vooral gezien de focus op de digitale zelfredzaamheid. Het plan in de bijlage stelt dan ook wel teleur door het gebrek aan deze innovatieve benaderingen. Daarnaast wordt er gesproken over risicogebieden zoals Nieuw-Vennep-Zuid en Hoofddorp-Noord, maar ontbreekt de specifieke aanpak voor deze gebieden. Een meer gedetailleerde, gebiedsgerichte aanpak zou nuttig kunnen zijn om verschillende oorzaken van laaggeletterdheid per wijk effectief te adresseren, bijvoorbeeld met interventies die zijn toegesneden op de demografie en sociaaleconomische situaties in de wijken. Ons viel op in de plannen dat er wel een monitoring en evaluatie is opgenomen, zoals het meten van sociale inclusie en cursustoegang, maar dat een duidelijk overzicht van meetbare langetermijndoelstellingen ontbreekt. Die zouden wij wel graag terug willen zien. De VOORZITTER: Mijnheer Schaap, u krijgt een interruptie van mevrouw Van Goethem van GroenLinks. Mevrouw VAN GOETHEM: Ja, dank u wel voorzitter. Ik vroeg me af bij het betoog van mijnheer Schaap, waar ik me grotendeels achter kan scharen, dat het een heel mooie weerspiegeling is van wat hij, volgens mij, nog aangepast zou willen zien in het beleid.
Maar is hij het dan met mij eens dat het beleid eigenlijk dus eerder naar de raad had gemoeten? De VOORZITTER: Mijnheer Schaap. De heer SCHAAP: Ja mevrouw Van Goethem, dat ben ik met u eens inderdaad, dat had eerder gemoeten. Daar begon ik ook uit mee, dat ik u en de PvdA bedankte dat het alsnog ter bespreking voorligt. De VOORZITTER: Gaat u verder met uw eerste termijn. De heer SCHAAP: Ja. Even kijken, dan was ik hier. Dan heeft immigratie ook een aanzienlijk impact op de conclusies rond laaggeletterdheid in Haarlemmermeer. Die migranten vormen een belangrijke subgroep binnen de laaggeletterde bevolking en veel laaggeletterde immigranten vallen binnen de NT2groep, wat betekent dat zij niet alleen moeite hebben met lezen en schrijven, maar ook vaak met de Nederlandse taal in het algemeen. En wat Forza! Betreft, gaat de prioriteit naar de doelgroep NT1laaggeletterden in dit geval, aangezien de anderstalige laaggeletterde al verplicht zijn om de taal te leren door middel van inburgeringstrajecten. We moeten de middelen goed verdelen, dus laten we deze als prioriteit kiezen, in plaats van half om half doen om het ene af te remmen. De conceptmotie NT1 van de aanvragers klinkt mij in ieder geval positief in de oren, om onderzoek uit te voeren naar maatwerkoplossingen voor de doelgroepen. Ik zou alleen willen weten hoe de wethouder hiertegenover staat.
En dan de laatste zin voorzitter. Voor de andere motie, Volwaardig Digitaardig hoor ik graag of Q2 haalbaar is. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel mijnheer Schaap die achter de paal zit. Ik zat erg te gebaren dat uw tijd voorbij was, maar u zag mij niet. Dan ga ik even op volgorde van vinger opsteken. Mevrouw Knikker, D66. Gaat uw gang. Mevrouw KNIKKER: Dank u wel voorzitter en ik sluit me aan bij mijn voorganger, dank aan de collega's van de PvdA en GroenLinks voor deze sessie. Het is een ontzettend belangrijk onderwerp en het is eigenlijk jammer dat we als raad hier niet vaker bij stil mogen staan. Mevrouw Denie had een persoonlijk Verslag Sessieverzoek GroenLinks/PvdA inzake de nota 'Meerjarenplan Versterken van Basisvaardigheden (Digi)Taalhuis 2024-2027 14 november 2024
4
verhaal. Ik zat vandaag op werkbezoek bij de Stichting Leergeld en hier kwam ook de laaggeletterdheid ter sprake en hoe lastig het kan zijn voor sommige ouders om hun weg te vinden in de verschillende loketten die we als gemeente aanbieden om bijvoorbeeld in het kader van een kindpakketregeling iets aan te vragen, of om een formulier in te vullen. Dus dit onderwerp is volgens mij ontzettend urgent. Het komt op heel veel dossiers naar voren, dus ontzettend fijn dat we het hier vandaag met elkaar over kunnen hebben. We lezen in het plan een aantal zaken en daar wil ik een paar punten op meegeven, voorzitter. Nederlanders met Nederlands als eerste taal worden vaak minder goed bereikt als doelgroep dan de Nederlanders met Nederland als tweede taal. Daar is extra aandacht voor nodig. Wij zijn dan ook wel benieuwd wat het college ons kan vertellen over waar we dan nu eigenlijk staan, bijna eind 2024. Er zit een aantal doelstellingen in het plan opgenomen; eind van dit jaar een extra taalambassadeur, twintig NT1'ers die we dit jaar hebben bereikt. Zitten we op schema of is er meer extra inzet nodig en zijn er dan ook meer middelen nodig? Ik hoor jullie ook over die basisvaardigheden en digitale inclusie en daar is ook een motie voor.
Volgens mij is het een van de belangrijkste punten, ook in dit in dit plan, want digitalisering gaat snel en het is belangrijk dat iedereen, jong en oud, kan meedoen in onze samenleving. En naast basiscursussen zouden wij ook graag willen zien dat we digitale bewustwordingsbijeenkomsten organiseren, met ouders, in samenwerkingen met scholen bijvoorbeeld, en de GGD zodat ouders ook hun kinderen kunnen ondersteunen als het gaat om online veiligheid, sociale media en digitale weerbaarheid. Daarmee kunnen we volgens mij een aantal zaken bij elkaar brengen. Verder vinden wij het heel belangrijk om die structurele samenwerking met werkgevers in Haarlemmermeer verder vorm te geven, zodat laaggeletterden ook meer werkervaring kunnen opdoen. Een intensieve samenwerking kan ook helpen om het initiatief Taal op de Werkvloer te versterken, want de doelstelling van minstens vijf trajecten kan toch significant omhoog, wat ons betreft. We lazen in de media dat in de vorige maand in een gemeente aan de andere kant van het land maar liefst 300 werkplekken werden aangeboden door een slimme samenwerking met onderwijspartners en maatschappelijke organisaties, met middelen, niet van het rijk, maar van het AMIF, het Europees Asiel Migratie en Integratiefonds.
Welke kansen zien wij als gemeente om daar ook op in te zetten, zodat we meer met dit soort concepten als Taal op de Werkvloer kunnen bereiken? Dat helpt mensen namelijk om hun vaardigheden op de werkvloer ook te verbeteren. Misschien kunnen we ook kijken wat we binnen de gemeentelijke organisatie kunnen doen. We zien ook dat andere gemeenten bijvoorbeeld eenvoudige NT1-medewerkers trajecten aanbieden zonder dat het stigmatiserend is of zonder zware examens, maar wel gericht op het verbeteren van de basisvaardigheden en de digitale vaardigheden. En tot slot voorzitter, het belang van gezondheidsvaardigheden. Laaggeletterde inwoners hebben vaak moeite met het begrijpen van gezondheidsinformatie wat natuurlijk ook weer van invloed kan zijn op hun welzijn. We denken dat we hier, door goed samen te werken met gezondheidscentra en huisartsen, aan de voorkant een grote groep inwoners beter kunnen bereiken wat uiteindelijk natuurlijk ook weer ten goede zal komen aan hun gezondheid. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan mevrouw Roos van FVD. Mevrouw ROOS: Dank u voorzitter. Taal is een vaardigheid die maakt dat je meer kunt doen met de maatschappij en mee kunt doen met de maatschappij en die niet te vergeten nodig is om onze cultuur tot je te nemen en te begrijpen. Het maakt een volk, een volk en onze taal is wat ons verbindt.
Taalvaardig zijn, maakt dat je je kunt ontwikkelen op alle vlakken. Hier gaat het om inzet om met name de laaggeletterden uit de groep NT1, mensen met Nederlands als eerste taal. Om ze te vinden, te motiveren en extra educatie aan te reiken. Hiervoor wordt geld vanuit het rijk beschikbaar gesteld. Dit geld ligt dus blijkbaar op de plank omdat het niet eerder is ingezet. In de volgende jaren wordt het budget echter met 20% verminderd en zullen ook keuzes gemaakt moeten Verslag Sessieverzoek GroenLinks/PvdA inzake de nota 'Meerjarenplan Versterken van Basisvaardigheden (Digi)Taalhuis 2024-2027 14 november 2024
5
worden. Belangrijk is dan ook om te kijken naar de inzet van de gelden en de kwaliteit. Als het gaat om kwaliteit, wil ik nog wel kwijt dat het probleem begint bij de scholen. Aan het begin van deze eeuw was 14% van de vijftienjarigen functioneel analfabeet. En nu is dat een kwart. Hoe kan dat nou? De basisvaardigheden zijn niet in orde en dit moet toch echt worden aangepakt. De problemen voorkomen is altijd beter. Degelijk onderwijs is nodig. De doelstelling en de ambities van de nota onderschrijven wij, maar wij zouden deze graag willen zien in scherpere doelen en meetbaarheid. Hoeveel mensen willen we bereiken? Wat is de impact en kunnen we ook met de tijd zien dat de laaggeletterdheid in deze gemeente is gedaald? Uit het commissiedebat van de Tweede Kamer van gisteren blijkt dat gevraagd is om een onderzoek van gegevens opgehaald bij gemeenten, door het Expertisepunt Basisvaardigheden te verzamelen, en om te komen tot een gezamenlijk beeld. Delen wij deze gegevens met het Expertisepunt? En zo nee, dan is het verzoek om dit wel te doen. Tevens is de vraag aan het college: is er voor nu inzicht in welke maatregelen goed werken en welke niet werken en is er uitwisseling van ervaring met andere gemeenten om te komen tot het investeren in maatregelen die daadwerkelijk werken? De VOORZITTER: Mevrouw Roos, uw tijd is voorbij. O, u was al klaar, hartstikke goed.
Ik schrijf een beetje mee met de vragen. Het valt mij op dat het aantal vragen dat van technische aard is vrij groot is en ik ga de wethouder verzoeken daar niet in de sessie op in te gaan, maar daar schriftelijk op terug te komen zodat wij tijd hebben om het debat te voeren met elkaar in de tweede termijn. Maar weest u zich er ook bewust van dat u de gelegenheid heeft om dat van tevoren te doen, zodat u ook goed beslagen ten ijs het debat in kunt gaan de volgende keer. Dan mijnheer Soellaart, ChristenUnie-SGP. De heer SOELLAART: Voorzitter. Het college heeft ervoor gekozen om deze nota zelf vast te stellen. GroenLinks en PvdA plaatsen daar vraagtekens bij: had de raad er niet eerder bij betrokken moeten worden? Nou, het blijkt tijdens dit debat wel dat dat een goed idee was geweest. Dan hadden er heel wat vragen van tevoren getackeld kunnen worden. Wij hebben ook wat vragen en die gaan ook weer over de kosten. Het WEB-budget, dat snappen we wel. Maar wij denken dat in het regulier budget maatschappelijke ontwikkeling, beleidsdoel B, taakveld 4.3 en beleidsdoel C taakveld 6.1 de lasten enigszins terecht zouden kunnen komen, ruim € 11 miljoen en ruim € 16 miljoen in 2025. Dat geld mag er dan voor gereserveerd zijn, maar ik heb geen idee hoeveel van dat geld aan dit project wordt besteed.
Laat staan dat ik kan beoordelen hoeveel van dat geld bijvoorbeeld per persoon beschikbaar is. De hoeveelheid personen die we gaan helpen kan ik ook niet vinden. We zetten in op de NT1-groep. Met een beetje rekenwerk kom ik op 4500 mensen in deze groep. Tot nu toe hebben we deze groep slecht kunnen bereiken. Ja, hoe slecht? Wat hebben we bereikt? We zijn blij met pagina 16 van het meerjarenplan. Monitoren is goed. In de procesevaluatie en rapportage worden we graag meegenomen. Ik zie uit naar de nulmeting, dan weten we ook hoeveel mensen er in het traject zitten. We zijn blij met die extra inspanningen voor die NT1-groep, maar we maken ons ook zorgen over de capaciteit. Het Meerjarenplan Versterken Basisvaardigheden heeft naar mijn mening een te vrijblijvend karakter en we zijn benieuwd naar de uitkomsten in de praktijk. Ik heb drie specifieke vragen. Inderdaad, ook technische vragen, dus daar mag u van mij ook later, schriftelijk op terugkomen. De eerste: hoeveel geld wordt er uit het budget maatschappelijke ontwikkeling besteed aan de versterking basisvaardigheden? Hoeveel personen worden er nu geholpen? En wanneer kunnen we de nulmeting verwachten? Tot zover, voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan mevrouw Mees, VVD, gaat uw gang. Mevrouw MEES: Ja, dank u wel, voorzitter.
Voor de VVD Haarlemmermeer was het inhoudelijk niet per se nodig geweest om dit onderwerp in een sessiedebat te behandelen. We hebben van het college voor Verslag Sessieverzoek GroenLinks/PvdA inzake de nota 'Meerjarenplan Versterken van Basisvaardigheden (Digi)Taalhuis 2024-2027 14 november 2024
6
het zomerreces een nota ontvangen over hoe de uitvoering van het Regionaal Programma Laaggeletterdheid lokaal wordt aangepakt. De schriftelijke vragen hierover waren zeker interessant en de beantwoording hebben we zorgvuldig gelezen. Maar wij vragen ons af of dat niet voldoende had kunnen zijn. Maar nu we hier toch samen zijn om dit uitvoeringsstuk te bespreken wil ik benadrukken dat het onderwerp goed aansluit bij een van de vijf grondbeginselen van het liberalisme. Ja, ik dacht 'speciaal voor Kim'. De VOORZITTER: Ze steekt ook meteen haar hand op, maar dat is de andere Kim. Mevrouw Van Goethem heeft een interruptie, gaat uw gang. Mevrouw VAN GOETHEM: Ja, dank u wel voorzitter. Begrijp ik het goed dat mevrouw Mees van de VVD eerst zegt dat het niet nodig is om deze motie te bespreken in de raad, en vervolgens aangeeft dat het hoort bij een van de vijf grondprincipes van het liberalisme, waarmee ze dus eigenlijk ook aangeeft dat het voor haar partij ideologie van groot belang is om het te hebben over laaggeletterdheid? De VOORZITTER: Mevrouw Mees, gaat uw gang. Mevrouw MEES: Ja, dat is absoluut waar. Alleen wij denken dat wat in het programma staat uitgeschreven, de goede kant op gaat. Dus wij hebben niet die specifieke vragen die jullie hier extra hebben gesteld. Wij denken dat die vragen al in de in het plan terug te lezen zijn.
De VOORZITTER: Mevrouw Van Goethem, een reactie en daarna is uw tijd op. Mevrouw VAN GOETHEM: Dank u wel, voorzitter. Dus op het moment dat een beleidsstuk goed is volgens de VVD, hoeft het niet meer langs de raad. Klopt dat? De VOORZITTER: Mevrouw Mees? Mevrouw MEES: U heeft deze sessie aangevraagd om zaken toe te voegen. En wij hebben het idee dat wat op dit moment in dit beleidsstuk staat, voldoet aan de verwachting die wij ervan zouden hebben. De VOORZITTER: Even een opmerking voordat u verdergaat, wilt u via de voorzitter spreken en elkaar niet rechtstreeks aanspreken? Mevrouw Mees, gaat u verder. Mevrouw MEES: Uiteraard. Dan ga ik nu verder met mijn les Liberalisme. Ik moet wel even kijken waar ik ben gebleven. Het liberale grondbeginsel van sociale rechtvaardigheid gaat over zorg voor mensen die dit zelf niet, of minder goed kunnen. En dat doen we niet door hen zwak te houden, maar door hen te versterken, niet door hen inactief te maken, maar juist door zelfredzaamheid te stimuleren, en niet doorheen klein te houden, maar door hun zelfontplooiing te ondersteunen. Dit beleidsstuk heeft precies dat als doel. Met dit programma, grotendeels gefinancierd door landelijke middelen via een SPUK-regeling willen we mensen met een taal of digitale achterstand helpen om sterker in de samenleving te staan. De VOORZITTER: En daar onderbreek ik u eventjes.
Mevrouw Denie heeft een interruptie voor u. Gaat uw gang, mevrouw Denie. Mevrouw DENIE: Dank u wel voorzitter. Ik ben echt heel blij met deze les liberalisme en vooral het begin over het steunen van wat die mensen niet goed of minder goed kunnen zonder ze inactief te maken. Dat is dus het perfecte bijvoorbeeld van waarom het wel nodig is. Zoals mijn vader, die was niet inactief. Verslag Sessieverzoek GroenLinks/PvdA inzake de nota 'Meerjarenplan Versterken van Basisvaardigheden (Digi)Taalhuis 2024-2027 14 november 2024
7
Die kon alles behalve lezen en schrijven. Is mevrouw Mees het dan met mij eens dat het juist goed is om er toch over te hebben omdat er ook mensen zijn die wel tot die groep behoren, maar toch een beetje extra hulp nodig hebben? De VOORZITTER: Mevrouw Mees. Mevrouw MEES: Ja, ik ben het eens met mevrouw Denie dat mensen die extra hulp nodig hebben om goed in de samenleving te kunnen functioneren dat moeten krijgen. En ik bedoel inactief niet als 'ze doen niets in het leven', maar het gaat erom ze te helpen zich te ontwikkelen in datgene waarin ze op dit moment niet goed zijn. De VOORZITTER: Gaat u verder met uw betoog en mevrouw Denie, uw spreektijd is ook voorbij. Mevrouw MEES: Ik was gebleven bij: zo vergroten we hun kansen om zichzelf en hun gezin beter te ondersteunen. Belangrijk punt hierin is dat dit over inwoners gaat die Nederlands als eerste taal hebben. Een groep die we zeker niet moeten vergeten, maar daarnaast ook over anderstaligen die wel voldoende spreekvaardig zijn. De analyse is grondig uitgevoerd en laat zien waar de grootste behoefte ligt, zoals in bepaalde wijken in Hoofddorp en Nieuw-Vennep. Het baart ons zorgen dat we bij laaggeletterdheid in de groep Nederlands werkenden van 50-plus met gezin boven het landelijk gemiddelde scoren.
Bij migranten van 30-plus met partner en/of kinderen ligt deze score ook hoger, maar dat valt wat ons betreft te verklaren door de bevolkingssamenstelling in onze gemeente waar meer expats te vinden zijn. De gestelde doelen in het beleid zijn voor ons helder en concreet. We zijn van mening dat deze doelstellingen dusdanig zijn opgesteld dat de zoektocht naar en de hulp aan NT1 voldoende tot zijn recht komt. Als VVD Haarlemmermeer zijn we dan ook zeer benieuwd naar de resultaten over een of twee jaar. In de nota van het college lezen we dat er vanaf 2024 verplicht wordt gemonitord en gerapporteerd aan burgemeester, wethouders en gemeenteraad. Maar in de nota van B&W staat dat de voortgang ter besluitvorming zal worden voorgelegd aan het college. Nu we vandaag zo uitgebreid stilgestaan hebben bij dit onderwerp vraag ik de wethouder om ons ook in de evaluatie mee te nemen. Kortom, voorzitter wij steunen dit programma en de gestelde doelen vanuit de overtuiging dat mensen sterker maken bijdraagt aan een rechtvaardige en zelfredzame samenleving. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel mevrouw Mees. Dan mijnheer Koning, CDA. De heer KONING: Het is gelukt, dank u wel voorzitter.
Allereerst natuurlijk dank aan beide Kimmen dat ze sessie vlot getrokken hebben maar naar de mening van het CDA richt de integrale aanpak van laaggeletterdheid zich op de juiste thema's: het verbeteren van gezondheidsvaardigheden en de zelfredzaamheid van laaggeletterden. Het verbeteren van de basisvaardigheden vergroot de kans op duurzaam werk en het doorbreken van de cyclus via de gezinsaanpak. Wij zijn wel geschrokken dat 12% van de beroepsbevolking, dat zijn dus 12.200 inwoners, last heeft van laaggeletterdheid. Het is bovendien in overeenstemming met het landelijk gemiddelde. Voor zover deze groep in de bijstand zit, heeft het Centraal Planbureau berekend dat een derde nooit meer aan het werk zal komen. Ook vreemd dat inwoners met Nederlands als eerste taal sterk achterblijven ten opzichte van inwoners met Nederlands als tweede taal. Ruim de helft van de mensen met laaggeletterdheid heeft ook schuldhulpverlening nodig. Wat we gaan doen om dit te verminderen heeft onze instemming. De aanpak van laaggeletterdheid stond ook in ons verkiezingsprogramma en ook in dat van D66, heb ik begrepen. Maar met één aantekening. Er ligt niet alleen een verantwoordelijkheid voor de overheid, maar ook voor betrokkenen. Verslag Sessieverzoek GroenLinks/PvdA inzake de nota 'Meerjarenplan Versterken van Basisvaardigheden (Digi)Taalhuis 2024-2027 14 november 2024
8
Als ik iedere keer bij een digitaal probleem mijn schoonzoon inschakel, dan leer ik het nooit. Ik hoor het eerst zelf te proberen op te lossen. En als dat niet lukt, moet ik goed opletten en opschrijven hoe hij dat doet, zodat ik het de volgende keer zelf kan. Het overgrote deel van de kosten komt voor rekening van het rijk, zo'n € 718.000,00 en € 77.800,00 aan gemeentelijke kosten voor een Taalhuiscoördinator en uitvoeringsbudget, hetgeen bij het C. is belegd. Goed dat de samenwerking tussen de Taalhuisorganisaties goed loopt. Het Taalhuis onderzoekt de mogelijkheden om extra subsidie aan te vragen bij diverse landelijke subsidieverstrekkers. Wij willen de volgende keer horen dat er subsidie is aangevraagd. Wij vinden het goed dat deze activiteiten worden ontplooid. We nemen er kennis van dat er sprake is van een regionale onderbesteding door een lerarentekort. Wij gaan ervan uit dat de onderbesteding van de rijksbijdrage wordt weggewerkt. En we zien geen enkele aanleiding om nu de gemeentelijke bijdrage te verhogen. Er is immers sprake van onderbesteding en dan worden we gedwongen om meer op ons huidige takenpakket te bezuinigen, dan wel de gemeentelijke belastingen te verhogen, gelet op het komende ravijnjaar. De VOORZITTER: Mijnheer Koning, uw tijd is voorbij. De heer KONING: Ja, ik heb nog één zin. En dat is: de fractie van het CDA kan instemmen met het voorstel.
De VOORZITTER: Goed om te horen, dank u wel mijnheer Koning. Dan als laatste mevrouw HAP. Mevrouw HAP van de Elfers! Mevrouw Elfers van HAP, gaat uw gang. Mevrouw ELFERS: Dank u voorzitter. Ik zal niet in u bijten vanavond, oké? Deze bijdrage wil ik namelijk beginnen met een quote naar het hart van HAP, uit ons coalitieakkoord. 'We streven ernaar dat alle inwoners kunnen meedoen en dat iedereen gelijke kansen heeft in onze gemeente. Een samenleving waarin iedereen actief mee kan doen en geen problemen ervaart op het gebied als inkomen, werk en gezondheid.' Basisvaardigheden van taal en digitale taal en toegankelijkheid zijn wat HAP betreft belangrijke middelen om dit streven handen en voeten te geven. Wat dat betreft, kunnen wij ons aansluiten bij de opmerking van D66 dat het ontzettend fijn is dat we dit onderwerp vanavond mogen bespreken en dat het een belangrijk onderwerp is. En daar bedanken wij dan ook de indieners van deze sessie voor. De fractie van HAP ziet in de nota van B&W een mooie uitvoering van wat we in het coalitieakkoord hebben verwoord, net als in de visie Meedoen mogelijk maken in Haarlemmermeer 2023-2025 vanuit het Sociaal Domein. Daarnaast is dit een lokale invulling van het Regionale Programma Laaggeletterdheid dat door het college in 2021 is vastgesteld. En dat brengt HAP bij de motivatie van dit sessieverzoek.
Voorzitter, hierin wordt de vraag gesteld waarom de raad vooraf niet meegenomen is. Wellicht ligt de oorzaak wel bij het jaartal 2021, aangezien de aanvragers van deze sessie toen nog niet in de raad zaten. HAP is dan ook van mening dat de raad wel degelijk vooraf meegenomen is en voldoende in de gelegenheid is geweest om zichzelf in positie te brengen. En die gelegenheid zal zich ook weer in 2025 voordoen, wanneer een nieuw beleid naar de raad komt. Ter afsluiting, voorzitter. HAP maakt zich zorgen over de constatering in het stuk dat het bereiken van inwoners met Nederlands als eerste taal, NT1, nog sterk achterblijft ten opzichte van inwoners met Nederlands als tweede taal, NT2. Het college geeft aan dat het zich blijft inzetten met gerichte acties om die doelgroep te bereiken en een passend aanbod te bieden. En dat stelt ons gerust. We zien dan ook uit naar de evaluatie, zoals mevrouw Mees gevraagd heeft: neem ons als raad mee en we hopen dan een positief bericht te lezen over dit onderwerp. En mochten wij het nodig vinden om het beleid bij te sturen, dan hoort u dat van ons in 2025. Tot zover.
Verslag Sessieverzoek GroenLinks/PvdA inzake de nota 'Meerjarenplan Versterken van Basisvaardigheden (Digi)Taalhuis 2024-2027 14 november 2024
9
De VOORZITTER: Dank u wel. Dan voor de notulen: de fracties van GEZOND Haarlemmermeer, BVNL, EEN Haarlemmermeer en SRH zijn niet aanwezig en mijnheer Schaap heeft de vergadering moeten verlaten omdat hij was vergeten dat hij ergens voorzitter moest zijn. Helaas. Dus ik zie mevrouw Bouwhuis, maar dat is niet wat de vergadering toestaat. Dat wil ik dan de vergadering even voorleggen. Vinden wij het goed dat mevrouw Bouwhuis mijnheer Schaap vervangt? Ik zie enorm geknik, mevrouw Bouwhuis, dus u mag vervangen. Dan geef ik het woord aan de heer El Idrissi namens het college. Wethouder EL IDRISSI: Dank voor het woord voorzitter en dank voor alle bijdragen van alle fracties. Laaggeletterdheid raakt niet alleen het individu. Het raakt gezinnen, gemeenschappen, samenlevingen. Mensen zonder toegang tot die basisvaardigheden komen vast te zitten in een soort vicieuze cirkel, waar het ik ook vaak over heb als het gaat om armoede, schulden en isolatie. Ze missen kansen. Als u eerdere bijdragen of eerdere stukken van mij hebt gehoord of gezien, dan is mijn adagium altijd 'niemand staat hier in Haarlemmermeer aan de kant'. Dat is ook hoe ik als wethouder op dit soort onderdelen wil staan en de mensen in hun kracht wil zetten en op zoek ben naar talenten van mensen.
We zien, dat is nu eenmaal landelijk ook zo, dat er ook in de gemeente Haarlemmermeer maar liefst 12.000 mensen laaggeletterd zijn. Dat betekent dat ze niet altijd even goed in hun kracht worden gezet. Eens te meer ben ik ontzettend blij dat vanuit het rijk dat signaal ook is doorgegeven aan de verschillende arbeidsmarktregio's, de 35 arbeidsmarktregio's die we hebben, met als doel: kijk hoe je de mensen kunt vinden. Dat is ook precies wat dit stuk uitademt. Het ademt namelijk de vindbaarheid van de mensen. Dat is iets waar we natuurlijk de afgelopen jaren ontzettend druk mee bezig zijn geweest. Ook in de periodes voor mij, toen ik nog niet actief was in het college. Het blijkt dat we vaak op die 12% blijven hangen als gemeente Haarlemmermeer met betrekking tot het percentage laaggeletterden. Dat is landelijk zo, dus dat betekent dat heel veel gemeenten moeite hebben om de mensen te vinden. En wat wij met dit stuk beoogd hebben te bereiken of waar we in ieder geval een aanzet toe willen doen, is: hoe proberen we de mensen te vinden? Waarom hebben we gekozen voor die dwarsverbanden, als het gaat om de verschillende gebieden die we hebben als onderwijs, Centrum Jeugd en Gezin, de gezinsaanpak, die echt nieuw is in dit in dit verhaal? Omdat het belangrijk is om die vicieuze cirkel te doorbreken.
Heel vaak zien we dat als ouders de taal niet goed beheersen, niet goed kunnen spreken of schrijven of rekenen, dat het ook effect heeft op de kinderen. Het Centrum Jeugd en Gezin ziet bij uitstek die mensen. Vervolgens is het belangrijk dat die mensen worden geholpen. We hebben nu overal de korte lijntjes geplaatst. Dus dat Centrum Jeugd en Gezin, het onderwijs, MeerWaarde, de financiële cafés als het gaat om schuldhulp die mensen aanvragen. Wanneer mensen ontdekken of zien dat mensen daar hulp bij nodig hebben, is er dan een directe lijn en contact met het Taalhuis. Dat is eigenlijk wat dit stuk ademt. Ik zal straks op de moties ingaan. U vroeg zoek uit hoeveel mensen het zijn en kijk wat zij nodig hebben'. Het is voor ons ook moeilijk om ten eerste te bepalen waar die mensen zijn en ten tweede waar ze dan vervolgens behoefte aan hebben. U kunt zich voorstellen dat als mensen moeite hebben met de taal, het spreken of het schrijven, ze vaak ook moeite hebben met digitale vaardigheden en daardoor dus de formulieren op websites, ook overheidswebsites, niet goed kunnen invullen. Daarbij hebben we gezegd 'op het moment dat we zien dat daar een valkuil is voor iemand en dat we die naar het Taalhuis sturen, kijken we vervolgens ook hoe we die digitale vaardigheden bij die desbetreffende persoon kunnen verbeteren'.
Dus het is inherent aan het feit, in de breedste zin van het woord, bij de basisvaardigheden hoort niet alleen maar lezen, schrijven en rekenen, maar ook dus die digitale vaardigheden. Dat is een directe link. Ik wil daarmee ook richting de PvdA meegeven dat dat op die manier is meegenomen. Dan GroenLinks. Die geeft aan 'is dit nou mosterd na de maaltijd?' Nee, het is geen mosterd na de maaltijd. We hebben dit uitgevoerd vanuit onze uitvoering. We zitten in... Het college heeft een Verslag Sessieverzoek GroenLinks/PvdA inzake de nota 'Meerjarenplan Versterken van Basisvaardigheden (Digi)Taalhuis 2024-2027 14 november 2024
10
meerjarenplan opgesteld. Dat gaat een aantal jaren zo mee. Het Regionale Programma Laaggeletterdheid. Ik heb zelf in mijn beginperiode een convenant daarvoor getekend. De bestaande kaders zijn bekend. De budgetten zijn bekend en de nota dient ook als uitvoeringsbeleid. Is er dan een man overboord? Richting GroenLinks, via u voorzitter, zeg ik: nee, u kunt uw punten gewoonweg meegeven. We hebben hier mensen die goed meeschrijven. Ik schrijf mee en als u zegt 'let daar nou eens op, of let daar nou eens op', dan kunnen we dat gewoon meenemen in onze uitvoering. Dus daar wilde ik u over geruststellen. Dan de budgetten, 2025, 2026 en 2027. Daar staat 'nog te bepalen' en dat klopt. Er zijn twee bedragen, het bedrag vanuit de WEB-middelen en het bedrag dat wij zelf als gemeente inzetten. Dat was een bedrag van, geloof ik, even grof gezegd, € 78.000,00 vanuit onze gemeentelijke begroting. 'Waar staat dat?', vroeg GroenLinks zich af. Het is wat technisch voorzitter, maar ik ga het toch doen. Programmabegroting, beleidsdoel B en C, maatschappelijke ontwikkeling en om precies te zijn, ik heb het net doorgekregen, taakveld 4.3. De VOORZITTER: Mijnheer El Idrissi, twee opmerkingen.
U heeft nog 1,5 minuut en ik wil u echt vragen om u te houden aan het niet beantwoorden van de technische vragen want daarmee belonen we eigenlijk de raadsleden terwijl we steeds zeggen 'we moeten de tijd juist voor het debat houden'. Mevrouw Van Goethem, uw tijd is voorbij. Een punt van orde? Gaat uw gang. Mevrouw VAN GOETHEM: Ja, voorzitter. Ik ben heel erg blij met dit antwoord, want die vraag had ik namelijk ook al in de technische vragen die ik van tevoren heb gesteld, maar daar kwam toen geen direct antwoord op, namelijk alleen maar 'de programmabegroting'. Dus dit is wat mij betreft geen technisch antwoord. De VOORZITTER: Ja, wat mij betreft is het geen punt van orde dat u er blij mee bent en gaan we gewoon verder met de wethouder zijn termijn. Gaat uw gang. Wethouder EL IDRISSI: Dank voorzitter. De subsidies die daarvoor meegegeven worden. Dat is een subsidiebedrag van € 78.000,00. Dat is natuurlijk structurele subsidie. We doen dat namelijk niet structureel. Het zijn bedragen die we ook jaarlijks aan de hand van de programmabegroting moeten vaststellen en daarom staat er nog 'n.t.b.'. Dan de PvdA. En het is inderdaad van 18 uur naar 26 uur gegaan. Dat is echt in lijn met andere gemeenten in onze omgeving. U zegt van niet. Wij geven aan dat dat wel zo is.
Ik denk dat het ook goed is om te begrijpen dat de WEB-middelen echt alleen ingezet kunnen worden voor de trajecten die we inzetten en niet voor menskracht. Dus ik denk dat het goed is om dat wel in ogenschouw te nemen. De VOORZITTER: Een interruptie van mevrouw Denie, gaat uw gang. Mevrouw DENIE: Dank u wel voorzitter. Dank voor de beantwoording, maar ik denk dat de wethouder mij niet goed begrepen heeft. Ik zeg wel dat 26 uur in lijn is met de regio. Alleen de verdeling op dit moment, met de extra toegevoegde acht uur voor specifieke gezinsaanpak, maakt dat het niet in lijn is met de regio omdat er nieuwe taken bij komen in plaats van extra tijd voor bestaande taken en de vraag is hoe het college dat gaat rechtzetten. De VOORZITTER: Dat was wel uw tijd. Dat is echt nu klaar. Mijnheer El Idrissi, gaat uw gang. Wethouder EL IDRISSI: Het zijn geen extra taken. De gezinsaanpak – en misschien moet ik het uitleggen, want ik denk dat u dat uit het stuk niet goed gelezen heeft – wil zeggen dat we kijken naar het gezin. Het Centrum Jeugd en Gezin speelt daar een belangrijke rol in. Dat betekent dat zij het gezin Verslag Sessieverzoek GroenLinks/PvdA inzake de nota 'Meerjarenplan Versterken van Basisvaardigheden (Digi)Taalhuis 2024-2027 14 november 2024
11
in kaart moeten brengen. Dus met andere woorden, zo dat als een gezin voor de neus van de desbetreffende professional staat, men kan herkennen dat daar een probleem is en dan de link richting het Taalhuis kan maken, of in ieder geval de hulpvraag kan herkennen en kan aanbieden 'kijkt u eens naar het Taalhuis, heeft u daar behoefte aan?' Dat zijn geen extra taken. De VOORZITTER: Daarmee is de tijd voor het college op. Ik heb heel veel technische vragen gezien, maar ik zou willen vragen aan de wethouder of hij de vraag kan beantwoorden 'zijn de moties haalbaar?' Kunt u een reactie geven op de moties die zijn ingediend? Wethouder EL IDRISSI: Dank voorzitter. Er zijn inderdaad ook wat technische vragen gesteld. Ik zal inderdaad even naar de moties gaan want ik denk dat het voor u, voor uw tweede termijn belangrijk is om daar wel iets over te horen. De eerste motie heet NT1 plus NT1 is geen NT2. U vraagt naar een onderzoek naar uitvoering, naar maatwerkoplossingen voor het bereiken van zowel de NT1'ers als de NT2'ers. Dat doen we al. Dus we zien het feit dat we de focus leggen op de NT1'ers omdat dat stigma en de schaamte aanwezig is en mensen die stap vaak niet durven te zetten, anders dan bij de NT2'ers waar de vraag om hulp vaak veel meer aanwezig is en men ook durft te vragen 'ik wil hulp, want ik wil die taal graag spreken'.
Dus de focus is op beide groepen Wij hebben gezegd 'nadrukkelijk NT1'ers omdat ze zo moeilijk vindbaar zijn'. Maar dat wil niet zeggen dat we die NT2'ers totaal niet helpen, maar die komen vaak ook vanzelf op de lijn, vaak via Vluchtelingenwerk op of via het inburgeringstraject. Dus met andere woorden, deze motie is overbodig. Dat is één. De tweede gaat over Volwaardige digivaardig. Er is voldoende aanbod gericht op digitale vaardigheden voor alle inwoners. Ik noem er een aantal even voor uzelf: Klik & Tik, Digisterker, dat specifiek is gericht op de digitale geletterdheid en het gebruik van overheidswebsites, dus hoe vul je een formulier in op onze eigen gemeentelijke site of overheidswebsites in zijn algemeenheid? En sinds dit jaar is er ook een nieuwe dienst, dat heet DigiByte in Hoofddorp en Nieuw-Vennep waar mensen echt terechtkunnen met al hun vragen over hun laptop, smartphone, maar ook 'hoe vul ik specifiek een formulier in? Kunt u mij daarbij helpen?' Dus we zien geen noodzaak op dit moment om ook onderzoek te doen naar de digitale vaardigheden van onze inwoners. Wel kan ik nog meegeven, want dat was een belangrijke vraag van de VVD, 'hoe worden we meegenomen in de resultaten?', dat we elk jaar gaan kijken hoeveel deelnemers hebben meegedaan aan welke trajecten en hoe het hen heeft geholpen? Dus met die resultaten komen we ook naar de raad. Dat ga ik u ook aanbieden.
Dat zijn de kortetermijndoelstellingen. De langetermijndoelstellingen gaan we ook meten en daarbij kijken we naar participatie, naar de arbeidsmarkt, naar hoe worden mensen echt daadwerkelijk geholpen als het gaat om zelfredzaamheid? Dat zijn de langetermijndoelstellingen. Daar komen we ook mee terug. Dus die cijfers zult u ook krijgen. Dan kunt u een goed oordeel erover vellen en als u dan zegt 'hé, we moeten het echt op een aantal punten beter doen', ben ik bereid om daar goed over na te denken en dat ook mee te nemen. De VOORZITTER: Helder, dan gaan we naar de tweede termijn. Wie mag ik vragen om het debat te openen met welk onderwerp? Mevrouw Van Goethem. Mevrouw Roos? O, mevrouw Roos heeft nog een aanvullende vraag. Heeft u het antwoord nodig om de tweede termijn in te kunnen gaan? Mevrouw Roos, gaat uw gang. Mevrouw ROOS: Dank u wel voorzitter. Er wordt gezegd dat een aantal vragen technisch van aard was. Mijn vraag is eigenlijk: wordt daar inderdaad even schriftelijk op teruggekomen? Kan ik daar een toezegging op krijgen? Wethouder EL IDRISSI: Daar kunnen we schriftelijk op terugkomen. Uw vraag specifiek was – ik doe Verslag Sessieverzoek GroenLinks/PvdA inzake de nota 'Meerjarenplan Versterken van Basisvaardigheden (Digi)Taalhuis 2024-2027 14 november 2024
12
het toch, voorzitter – 'delen wij de gegevens met het Expertisepunt?' Het antwoord daarop is nee. De VOORZITTER: Mijnheer El Idrissi, ik geloof dat ik u straf moet geven, even als docenten onder elkaar. Goed. Mevrouw Van Goethem heeft een onderwerp voor de tweede termijn. Mevrouw Van Goethem, GroenLinks, gaat uw gang. Mevrouw VAN GOETHEM: Dank u voorzitter. Ik hoor heel veel nieuwe informatie van de wethouder en het verbaast me dan ook eerlijk gezegd dat dat dan niet in een beleidsstuk staat. Maar dat maakt de moties wat mij betreft – en ik kijk ook even naar de PvdA, ook wat ons betreft – volgens mij niet minder noodzakelijk om te zorgen dat er wel een vernieuwde versie van dit beleidsstuk komt waarin we aangeven wat er dan allemaal al wel wordt gedaan op digivaardigheden. Dus ik hoor graag middels dit debat wat onze collega's daarvan vinden. De VOORZITTER: Mevrouw Elfers en mevrouw Knikker. Mevrouw Elfers, gaat uw gang. Mevrouw ELFERS: Dank u wel. Wat we daarvan vinden en of we een herziende versie willen? Ik denk dat we daar echt voor moeten wachten tot 2025, dat dat de tijd is om daar… Bent u bereid om tot die tijd te wachten of heeft u bloedspoed? De VOORZITTER: Mevrouw Knikker. Gaat uw gang. Mevrouw KNIKKER: Dank u wel, voorzitter. Een herziene versie, dat is wat mij betreft nu niet aan de orde.
Maar ik ben het wel eens met mevrouw Van Goethem dat het prettig is dat het college ons nu allerlei informatie geeft, maar het tegelijkertijd vreemd is dat we dit stuk krijgen als afschrift 'dit is het plan dat Haarlemmermeer heeft' en we het daar niet in teruglezen. Ik zou wel verwachten dat dit soort zaken integraal bij elkaar gebundeld wordt en dat we dit soort dingen over die digitale vaardigheden niet alleen maar in andere stukken teruglezen. Dus ik kan wel wachten tot het stuk van 2025. Maar ik zou het wel fijn vinden als de raad aan de voorkant goed wordt meegenomen op dit onderwerp, dus met een evaluatie, maar ook zo dat wij die input weer kunnen meegeven tot dat nieuwe stuk er is. Dus met een startnotitie bijvoorbeeld. De VOORZITTER: Mevrouw Denie, PvdA. Mevrouw DENIE: Ja, dank u wel voorzitter. Ik kan me volledig aansluiten bij wat mevrouw Van Goethem en mevrouw Knikker eigenlijk ook hebben gezegd, dat het wel gek is dat we een stuk krijgen waar dus niet alle informatie in stond die we zojuist hoorden. Daarbij wil ik benadrukken dat ik geenszins tijd genoeg heb om moties in elkaar te draaien om het moties in elkaar draaien. Deze moties zijn gemaakt omdat dit stukken zijn die gewoon niet worden benoemd of zwaar onderbelicht zijn in het beleidsstuk dat voor ons ligt.
Dus daarom ben ik het ook eens met mevrouw Van Goethem dat deze moties nog steeds aan de orde zijn en wat mij betreft ook goed besproken kunnen worden met de collega's. De VOORZITTER: Helder. Dank u wel. Mijnheer Koning, CDA. De heer KONING: Wat ons betreft, is een mededeling in 2025 akkoord. Ik moet zeggen dat de wethouder bijzonder duidelijk heeft toegelicht hoe het op dit moment in de praktijk gaat. En overigens was wat wij gekregen hebben geen beleidsstuk. Nadrukkelijk niet. Het was echt een uitvoeringsstuk. Ik heb er ook problemen mee dat er geen dekking in genoemd staat. En als uit het onderzoek blijkt dat het veel meer gaat kosten, willen wij dat niet honoreren, gelet op het komende ravijnjaar.
Verslag Sessieverzoek GroenLinks/PvdA inzake de nota 'Meerjarenplan Versterken van Basisvaardigheden (Digi)Taalhuis 2024-2027 14 november 2024
13
De VOORZITTER: Dat is een meegever aan het college. Ik zie dat hij zit te knikken. Mevrouw Mees, VVD. Mevrouw MEES: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben eigenlijk het begrip basisvaardigheden continu zo gelezen – en dat staat ook in het stuk volgens mij – dat het gaat over lezen, schrijven, rekenen en/of digitale vaardigheden. Dus wij hebben het begrip 'basisvaardigheden' gezien als iets waar digitale vaardigheden ook onder vallen. Daarom hebben wij niet specifiek de noodzaak gezien om dit nog weer apart te agenderen. Wij denken dat dit hoort bij het gehele onderzoek, dat gedaan zal worden. De VOORZITTER: Mevrouw Denie. Mevrouw DENIE: Dank u wel voorzitter. Een vraag aan de VVD. Ik ben heel blij dat u in ieder geval goed op de hoogte bent van het begrip basisvaardigheden en alles wat daaronder verstaan wordt en ik ben het helemaal met u eens dat daar inderdaad lezen, rekenen en digitale vaardigheden onder vallen. Maar een vraag aan de VVD is dan: bent u het ook met mij eens dat iedere vorm van basisvaardigheden, zoals die drie, een eigen aanpak nodig heeft? Of denkt de VVD dat je met een rekensom kunt leren computeren? De VOORZITTER: Mevrouw Mees. Mevrouw MEES: Ja, dank u wel voorzitter. Ik denk niet… Natuurlijk moet je met lezen iets anders leren dan met schrijven en wat anders dan met rekenen en een computer aan- en uitzetten.
Maar ik lees dit stuk zo dat mensen die de basisvaardigheden niet bezitten geholpen zullen worden om die te krijgen. Natuurlijk betekent dat dus een andere maatregel voor degene die niet kan rekenen dan voor degene die de computer niet kan aanzetten, maar dat is, wat ons betreft, gewoon onderdeel van dit uitvoeringsstuk dat we hier voor ons hebben gekregen. De VOORZITTER: Mevrouw Van Goethem. Mevrouw VAN GOETHEM: Ja, dank u wel voorzitter. Ik zal het nog iets meer verduidelijken, want volgens mij gaat het wat minder om de uitvoering en over hoe we inderdaad mensen gaan leren lezen, schrijven of rekenen. En overigens vind ik het heel kleinerend, want dan komt het er dus weer op neer dat we doen alsof deze mensen helemaal niets kunnen, terwijl het gewoon het ondersteunen daarvan is. Maar het gaat wat GroenLinks betreft niet om het uitvoeren maar om het vinden van deze doelgroepen. Op het moment dat je zegt 'NT1'ers, daar moeten we moeite voor doen. Maar NT2'ers komen ons aanwaaien', is dus de vraag: moet je de aanpak van NT1'ers niet structureel heel anders invullen dan de aanpak van NT2'ers? Hetzelfde geldt voor mensen met een digitale achterstand.
Moet je die mensen dan niet op een andere manier vinden dan je dat nu in zijn algemeenheid doet? En als dit inderdaad een uitvoeringsagenda is, zoals HAP het net noemde, vind ik het des te kwalijker dat niet alle uitvoeringsregelingen die de wethouder net opsomde in het stuk staan. De VOORZITTER: Mevrouw Elfers, HAP. Mevrouw ELFERS: Dank u wel. Inhakend op uw NT1- en NT2-vindbaarheid, zoals mevrouw Van Goethem van GroenLinks aangeeft: op pagina 2 staat het heel duidelijk 'we zullen gerichte acties blijven inzetten'. Het is ook algemeen bekend dat landelijk die 12% lastig te vinden is. Dus is GroenLinks het dan met mij eens dat we het, wat dat betreft, landelijk gezien, goed doen? Want we vallen niet ruim boven het percentage. Dus dat we landelijk hetzelfde probleem hebben en dat het daarmee eigenlijk heel fijn is dat we regionaal optrekken en dat we vooral moeten kijken naar 'wat werkt in welke gemeente Verslag Sessieverzoek GroenLinks/PvdA inzake de nota 'Meerjarenplan Versterken van Basisvaardigheden (Digi)Taalhuis 2024-2027 14 november 2024
14
bijvoorbeeld beter om dat percentage naar beneden te krijgen?' Dat is één. U had nog een punt richting mij en dat ben ik even vergeten. Excuses. Als u dat in uw reactie op mij wilt herhalen, dan kan ik daar ook weer op reageren. De VOORZITTER: Eerst mevrouw Van Goethem en dan mevrouw Denie. Mevrouw VAN GOETHEM: De vraag van HAP was 'ben ik het ermee eens dat we het dan dus nog niet zo slecht doen omdat we bij het landelijk gemiddelde horen?' Nee, dat ben ik niet met u eens, want ik vind dat, op het moment dat je hier beleid vaststelt, je er niet moet uitgaan van 'nou ja, we halen die 12% toch niet naar beneden dus we zijn tevreden als we bij die 12% blijven'. Mijn vervolgvraag direct gericht aan u, sorry, direct gericht aan HAP, voorzitter, was of HAP het met mij eens is dat als dit een uitvoeringsagenda is, het wel heel vreemd is dat we nu als raad nieuwe regelingen en uitvoeringen horen van de wethouder die niet in het stuk genoemd staan. De VOORZITTER: Mevrouw Elfers, wilt u daarop reageren? Mevrouw ELFERS: Uiteraard voorzitter. Zal ik dan dit keer bij de laatste beginnen? Ik ben dat niet met u eens. Dat zal u niet verbazen. Omdat ik proef in deze zaal, en dat kan aan mij liggen, dat hier en daar het stuk anders gelezen is of dat er een kenniskloof is. Dus ik kan dat niet met u eens zijn. Dat is niet… U heeft net al naar de VVD uitgehaald over denigrerendheid.
Dat is niet denigrerend bedoeld, maar dit is een uitvoeringsnota. En op het moment dat ik die ga lezen, ga ik de geschiedenis in. In dit geval ben ik ook teruggegaan naar 2015, naar 2021. Daar heb ik de geconcludeerd voor mezelf dat we als raad meerdere momenten aan zet hebben kunnen zijn om dit te agenderen. Zoals u ook gedaan heeft met dit sessieverzoek. Vind ik dat daar nu dingen in missen? Nee, want het is conform, in dit geval ons, coalitieakkoord. Het is conform een vastgestelde visie Sociaal Domein en ga zo maar door. Dus dan ben ik vooral blij dat we in de uitvoering bezig zijn en dan wacht ik heel graag het jaartal 2025 af wanneer we met elkaar weer kunnen kijken naar 'hoe is dat nou gegaan? Voldoen we nog en moeten we bijsturen?' Dan is het wellicht tijd om te kijken of uw moties daar tot hun rechtkomen. Dat is het tweede punt, dat u aangeeft 'dan zijn we tevreden met die 12%.' Ik heb nergens gezegd dat ik daarmee aangeef dat wij tevreden zijn. Wij zetten er juist op in, als gemeente, en ik citeer even van pagina 2 'We zullen gerichte acties blijven inzetten om de groep te bereiken en de samenwerking met (potentiële) vindplaatsen te versterken. Het signaleren en bereiken blijft de voornaamste focus hebben, alsmede passend aanbod voor deze groep creëren en uitbreiden'. Daarmee wordt u eigenlijk op uw wenken bediend over wat u net tegen mij heeft gezegd.
Dat is misschien niet naar uw tevredenheid. Dat is prima. Daar mogen we met elkaar over van mening verschillen. Maar daarom zijn wij wel heel blij dat we in 2025 kunnen terugkijken en dan kunnen bijsturen. De VOORZITTER: Mevrouw Van Goethem, wilt u reageren? Mevrouw VAN GOETHEM: Ja, kort voorzitter. Ik hoor aan de ene kant dat dit conform beleid is en aan de andere kant dat we niet tevreden zijn met die 12% laaggeletterdheid, maar dat we er nu niets aan gaan veranderen. Dat voelt voor mij heel erg als een rijdende trein die we gewoon lekker door laten denderen op de plek waar we verdergaan. Maar dat we ondertussen niet willen bijsturen, want dat doen we in 2025 wel. Nou ja, prima, daar kunnen we inderdaad over van mening verschillen met HAP. Verder wilde ik graag nog een opmerking plaatsen over het verschillend lezen. Wat GroenLinks betreft, hoort een beleidsstuk uniform gelezen te worden en hoort daar geen verschil meer te zijn tussen wat de een in het beleidsstuk leest en wat de ander in het beleidsstuk leest. Ik denk dat we bij het hoofdlijnenakkoord van Den Haag goed kunnen zien wat dat voor problemen geeft. Dank u wel. Verslag Sessieverzoek GroenLinks/PvdA inzake de nota 'Meerjarenplan Versterken van Basisvaardigheden (Digi)Taalhuis 2024-2027 14 november 2024
15
De VOORZITTER: Ik hoop dat we ook nog wat andere mensen aan het woord zien. Ik zie heel veel vingers, maar u bent steeds heen en weer aan het reageren. Mevrouw Elfers, kort nog even, en dan ga ik echt door naar de volgende. Mevrouw ELFERS: Blijkbaar is er verheldering nodig over dat wij als HAP tevreden zijn met die 12% en denken dat het niet nodig is om bij te sturen. Wij zijn juist blij dat die gerichte acties er zijn. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: Mevrouw Denie. Mevrouw DENIE: Dank u wel voorzitter. Het is nog even een reactie op een opmerking van HAP van veel eerder. Ik wil beginnen met het statement dat wij het beter doen dan landelijk. Mijn favoriete uitspraak over dit soort statements is: beter dan slecht betekent niet per definitie goed. Dus je kunt wel zeggen 'o leuk, het gaat beter dan landelijk', maar misschien gaat het landelijk nog wel veel slechter. Daarnaast ben ik heel erg blij dat HAP in staat is geweest om helemaal terug te gaan naar 2015, de geschiedenis in, ik denk dat ik toen zelfs zestien of zo was, maar niet bereid is om samen met ons in de nabije toekomst te kijken, maar wil wachten op 2025 ten koste van mensen die best easy geholpen kunnen worden.