CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag 2024-02-29 Hoorzitting RV Weigering vvgb voor realiseren shortstayaccommodatie Sloterweg 327 in Badhoevedorp

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 29 februari 2024, gemeente Haarlemmermeer3.837 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERSLAG VAN DE HOORZITTING VAN DE RAAD DER GEMEENTE HAARLEMMERMEER OP DONDERDAG 29 FEBRUARI 2024 Onderwerp:

Hoorzitting RV Weigering verklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van een shortstayaccommodatie aan de Sloterweg 327 in Badhoevedorp (10332350)

Voorzitter:

dhr. T.M. Blom

De leden: dhr. P.C.I. Meijer, dhr. J.G. Rip, mw. M.C.M. Roos, dhr. F. Sidali, mw. B.C. van Stratenvan Diepenbeek, dhr. E. Vermeulen Griffier: mw. M. Damen Portefeuillehouders: Geen Inspreker: mw. S.A.J. van der Horst

De VOORZITTER: Welkom bij de hoorzitting inzake RV Weigering verklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van een shortstayaccommodatie aan de Sloterweg 327 in Badhoevedorp. Welkom. Er is één zienswijze ingediend en de indiener is hier aanwezig om deze toe te lichten. Daarna wijs ik u erop dat er gisteren via de raadsinformatie een begeleidende brief is verstuurd ten behoeve van de behandeling vanavond. Ook de pleitnota is nu in iBabs beschikbaar. De inspreker krijgt van mij vijf minuten en na afloop is er tijd voor vragen. Mevrouw VAN DER HORST: Geachte leden van de raad, graag maak ik van deze gelegenheid gebruik om namens initiatiefnemer enkele belangrijke punten nog onder uw aandacht te brengen voor het nemen van een besluit omtrent de verklaring van geen bedenkingen die is gevraagd en nodig is voor realisatie van het project. Ik stel voorop dat initiatiefnemer reeds beschikt over een onherroepelijke omgevingsvergunning voor het realiseren van een logistiek centrum met alle bedrijvigheid en logistieke verkeersbewegingen van dien. Daarbij is vergunning verleend voor sloop van de bestaande boerderij. Initiatiefnemer heeft echter gemeend om daar vooralsnog geen uitvoering aan te geven maar tegemoet te komen aan de groeiende behoefte die er bestaat voor kortdurend verblijf en aan u dan ook het project Woodstock voor te leggen.

De behoefte aan short stay is nog steeds groeiende, niet alleen landelijk, maar ook binnen uw gemeente is die voelbaar. Dan gaat het om statushouders, mensen in een echtscheiding of arbeidsmigranten en met name expats die daarheen komen en die nodig hebben. Het college doet het echter in zijn reactie voorkomen alsof het initiatief uniek is in uw gemeente en dat er geen handvatten zijn om dit toe te staan. Dat is pertinent onjuist. Uw gemeenteraad heeft al short stay toegestaan en juist een juridische begripsbepaling voor sec short stay gedefinieerd. Ik verwijs in dat verband naar het bestemmingsplan Badhoevedorp Lijnden Oost Schipholweg 275. In die planregels is short stay door u als gemeenteraad gedefinieerd en belangrijk in dit verband is dat het als zelfstandige functie in het plangebied is toegestaan. Met andere woorden: short stay is te toetsen. Dat short stay als zelfstandige grondslag is opgenomen in het bestemmingsplan maakt ook dat deze functie niet, zoals het college beweert, alleen samen met een hotel kan plaatsvinden. In de betreffende definitiebepaling, functieaanduiding en ook de andere planregels van genoemd bestemmingsplan is er geen koppeling gemaakt tussen de realisatie van het hotel en de realisatie van short stay.

Het mogen realiseren van short stay is dus door uw gemeenteraad zelfstandig beoordeeld en niet afhankelijk Verslag Hoorzitting RV Weigering verklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van een shortstayaccommodatie aan de Sloterweg 327 in Badhoevedorp 29 februari 2024

1

gemaakt van het mogen realiseren van een hotelfunctie. Dat is juridisch ook heel logisch omdat het twee verschillende verblijfsvormen zijn die niet met elkaar verweven zijn. De een maakt een verblijf van minder dan een week mogelijk en bij de ander wordt juist een verblijf van minimaal een week tot zes maanden mogelijk gemaakt. Verder wil ik u erop wijzen dat short stay door uw gemeenteraad niet als wonen, zijnde een gevoelige functie, is beschouwd. Dat blijkt ook uit de onderzoeken die aan genoemd bestemmingsplan dat ik hiervoor noemde ten grondslag liggen. Ik verwijs graag naar mijn brief, waar eerder ook al aan is gerefereerd, van 27 februari 2024 waarin ik het juridisch kader voor u heb uitgeschreven en ook heb verwezen naar jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter waaruit blijkt , in lijn met uw definitiebepaling die uw gemeenteraad heeft vastgesteld, dat bij een dergelijk verblijf geen sprake is van wonen. De belemmeringen die het college in zijn reactie opwerpt vanwege de gevoelige functie kunnen om die reden dus niet slagen. Het college probeert in zijn reactie ook verwarring te zaaien over hetgeen is aangevraagd. Maar uit de aanvraag en de ruimtelijke onderbouwing die daarbij hoort, volgt duidelijk dat short stay is aangevraagd en dat daarbij is aangesloten bij de definitiebepaling van short stay die uw gemeenteraad heeft vastgesteld.

Ik verwijs ook naar paragraaf 2.2.3 van de ruimtelijke onderbouwing. Initiatiefnemer heeft ook al meermaals aangegeven dat het verblijf minimaal één week maar ten hoogste zes maanden kan duren. Dat zal worden verzekerd met de overeenkomsten die worden afgesloten met de betreffende personen die van de short stay gebruik willen maken. Ik geef u daarbij mee dat het college ook voorschriften aan de omgevingsvergunning kan verbinden die daarop zien. Initiatiefnemer is ook bereid om in gesprek te gaan met uw gemeente/college om te zien hoe dit zo goed mogelijk kan worden geregeld. Handhaving kan dan ook geen punt van discussie zijn. Ik wijs u er verder op dat initiatiefnemer allerlei onderzoeken heeft verricht om te onderbouwen dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het college heeft geen tegenrapporten overlegd. Sterker nog, uit het onderzoek dat de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied in opdracht van uw gemeente heeft verricht, naar aanleiding van de aanvraag die is gedaan, volgt dat geen sprake is van een gevoelige functie en er ook geen belemmeringen zijn voor wat betreft geluid. Ik heb eerder al verzocht om die notitie onder de aandacht van uw gemeenteraad te brengen. Dat is om onduidelijke redenen niet gebeurd en daarom heb ik die notitie met de correspondentie die daarbij hoort dan ook bij mijn brief van 27 februari jl. gevoegd.

Dan kunt u die daarop nalezen en dan ziet u dat de conclusies die het college nu trekt, ook in de beantwoording van de zienswijze die is ingediend, haaks staan op het onderzoek dat in uw opdracht is verricht. Ik rond af. Ik verzoek uw gemeenteraad, met inachtneming van alles wat namens initiatiefnemer naar voren is gebracht, om de verklaring van geen bedenkingen af te geven en juist dit mooie project – dat tegemoetkomt aan een grote maatschappelijke behoefte – tot stand te brengen. De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Van der Horst. Ik ga kijken of er in de raad nog vragen zijn. Ik zie mijnheer Rip en mijnheer Vermeulen en mijnheer Sidali en mevrouw Van Straten. In die volgorde graag. Mijnheer Rip. De heer RIP: Ja voorzitter, dank u wel. Mevrouw Van der Horst, dank u wel voor uw informatie.

U triggerde mij meteen al in de eerste zin, want ik dacht dat ik deze casus heel goed had bestudeerd, maar hoor ik u nu zeggen dat de eigenaar een vergunning had om een logistiek centrum daar neer te zetten, maar het bleek dat hij dat toch op een andere manier wilde inrichten en wilde veranderen en is daarmee het plan ontstaan om shortstayplannen in te dienen? En mijn vraag is eigenlijk: was toen hij bij het Ondernemersplein kwam, bekend dat daar een onherroepelijke bestemming op zat en is daar ook gesproken over het switchen en het changen naar een shortstaybestemming? Dat wil ik graag van u weten.

Verslag Hoorzitting RV Weigering verklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van een shortstayaccommodatie aan de Sloterweg 327 in Badhoevedorp 29 februari 2024

2

De VOORZITTER: Mevrouw Van der Horst. Mevrouw VAN DER HORST: Ja. Dat is toen ook aan de orde geweest. Er is al een bestemmingsplan vastgesteld waarin dat ook al helemaal is ingetekend en waarbij de boerderij ook al is wegbestemd. De omgevingsvergunning is er ook al om daar een logistiek centrum, eigenlijk gewoon een blok, een dozenblok, neer te zetten. En die is ook al onherroepelijk. Dus daar kan initiatiefnemer ook uitvoering aan geven. Alleen initiatiefnemer heeft inderdaad gemeend om met een ander plan te komen om daarmee ook tegemoet te komen aan de behoefte van short stay. Een plan dat mijns inziens ook mooi past in de omgeving daar. De VOORZITTER: Duidelijk antwoord. Mijnheer Vermeulen. De heer VERMEULEN: Voorzitter, dank u wel. Mevrouw Van der Horst ook dank u wel voor het inspreken. Als ik helemaal plat sla wat u zegt, zegt u 'we hebben een bestaande situatie die eigenlijk op papier al een andere werkelijkheid kent'. Dat alle tegenwerpingen die nu opgeworpen zijn voor het realiseren van de short stay, eigenlijk ook gelden voor het realiseren van de reeds vergunde plannen voor een logistiek centrum. En dat eigenlijk de keuze vanavond voorligt: willen we een logistiek centrum of willen we short stay op de locatie? De VOORZITTER: Mijnheer Vermeulen, ik weet niet of de vraag helemaal goed geformuleerd is op deze manier.

Misschien is het handiger om de vraag op short stay te houden. De heer VERMEULEN: Ik zou de vraag graag op short stay houden, maar volgens mij is er een situatie die reeds vergund is, dus stemmen we vanavond over... Als we tegen stemmen, komt er een logistiek centrum? Dan is dat de vraag. De VOORZITTER: Dat is duidelijk. Mevrouw Van der Horst. Mevrouw VAN DER HORST: Ja, dat klopt. De werkelijkheid die wordt geschetst... Op dit moment staat de boerderij daar, maar dat is inderdaad hoe de situatie daar is, maar dat is niet meer de werkelijkheid. De juridische werkelijkheid is al een andere. Daar heeft uw raad zich ook al over uitgesproken, want daar is ook al een bestemmingsplan voor vastgelegd waarin de boerderij niet meer voorkomt en alleen dat blok van het logistiek centrum is ingetekend. En inderdaad, initiatiefnemer heeft gewoon een onherroepelijke omgevingsvergunning en kan daar gewoon morgen mee starten. De VOORZITTER: Oké, mijnheer Meijer, is de vraag aanvullend? Dan komt dat later. Mijnheer Sidali. De heer SIDALI: Dank u wel voorzitter. Ik wil alleen even zeggen dat mijn vraag zojuist is beantwoord, in het antwoord op Forza! De VOORZITTER: Dat schiet op. Mevrouw Van Straten. Mevrouw VAN STRATEN: Ja, dank u wel voorzitter. Ik merk dat we het hier – en terecht hoor – heel erg over de kaders hebben en dat we in een soort welles-nietesspelletje terecht zijn gekomen.

Maar ik ben als raadslid ook wel heel erg geïnteresseerd om zicht te krijgen op de uitvoering. Ik hoorde dat de initiatiefnemer dit project open wil stellen voor een heel brede doelgroep. Ik heb echt verschillende doelgroepen gehoord. Volgens mij zelfs ook jongeren/studenten. Ik ben toch wel iets nieuwsgieriger en ik zou graag iets meer willen weten van de initiatiefnemers. Stel: er komen studenten te wonen en na een half jaar hebben ze niets anders gevonden. Wat gaat de initiatiefnemer dan doen? Verslag Hoorzitting RV Weigering verklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van een shortstayaccommodatie aan de Sloterweg 327 in Badhoevedorp 29 februari 2024

3

De VOORZITTER: Oké, we gaan het vragen aan mevrouw Van der Horst. Mevrouw VAN DER HORST: Laat ik vooropstellen, short stay is maar voor zes maanden en daar worden ook de overeenkomsten voor afgesloten. Dus het is niet mogelijk om te zeggen 'na zes maanden vindt er opnieuw een verlenging plaats', of iets dergelijks. Dus het kan zijn dat iemand in de tussentijd een kamer zoekt en even gebruikmaakt van short stay. Dat gebeurt nu ook wel, in andere gemeenten ook, dat iemand tijdelijk even iets zoekt en dan daar gehuisvest is. Dus het is niet zo dat dat na zes maanden nog een keer verlengd zou kunnen worden of dat daar die angst in hoeft te zitten dat, welke doelgroep het ook moge zijn, daar langere tijd verbleven kan worden. Want dan zou ook niet meer aan de omgevingsvergunning worden voldaan die is verleend en daarop kan gehandhaafd worden. En zoals ik al zei, en dat hebben we ook in de zienswijze aangegeven, kunnen daar ook voorschriften voor worden opgenomen. Dat wordt ook gedaan. Dat daar voorschriften over worden opgenomen, is ook al wel eens getoetst door de afdeling, bijvoorbeeld dat iemand zijn hoofdverblijfsplaats elders moet hebben dus niet ingeschreven mag raken in het BRP.

Dat is ook aangegeven in de zienswijze en initiatiefnemer staat er ook voor ook om dat gesprek aan te gaan om te kijken wat uw ervaring daar kennelijk mee is, of wat uw vrees daarbij is, om dat vervolgens gewoon goed af te kaarten. In beginsel geldt natuurlijk dat de omgevingsvergunning die verleend kon worden alleen ziet op short stay en dat maakt dat dat gehandhaafd kan worden op het moment dat iemand daar zes maanden plus een dag zit. De VOORZITTER: Mevrouw Van Straten, tevreden met het antwoord? Mevrouw VAN STRATEN: Ik zou toch nog wel verduidelijking willen, want ik hoor eigenlijk zeggen 'op het moment dat iemand na een half jaar nog niet wat anders heeft, ligt de verantwoordelijkheid bij de gemeente om daar te handhaven en diegenen eruit te zetten'. Want ik hoor nog niet wat de initiatiefnemer dan gaat doen. De VOORZITTER: Dat gaan we horen. Mevrouw VAN DER HORST: Er zijn duidelijke afspraken die gemaakt worden. Ik zeg alleen dat als de vrees er is vanuit de gemeente, in het kader van handhaving, er gehandhaafd kan worden. Als daar de vrees in zit, want dat proef ik een beetje uit uw vraagstelling, dat mensen langer blijven, kunnen daar nu al concrete afspraken over worden gemaakt met initiatiefnemer om die zekerheid te bieden en die vrees meer weg te nemen.

Want er zijn natuurlijk gewoon contracten waar men aan gehouden is en die worden juridisch zo ingestoken dat iemand er geen recht op heeft om langer dan zes maanden daar te verblijven. Dan kan er gewoon een procedure worden gestart om iemand desnoods eruit te zetten. Er is gewoon een overeenkomst die wordt afgesloten waarin die afspraak heel hard staat dat het gaat om short stay en dat iemand daar – ervan uitgaand dat iemand daar de volle zes maanden verblijft, het kan natuurlijk ook zijn dat iemand maar twee maanden of vier maanden daar verblijft – als hij er zes maanden wil blijven, daarna gewoon eruit moet zijn. Als daar gedoe over komt, staat initiatiefnemer zelf aan de lat om er gelijk voor te zorgen dat diegene vertrekt, gelet op de contracten die zo gewoon zijn afgesloten. Het punt van handhaving en het gesprek voer ik alleen maar aan omdat ik merk dat daar een soort vrees in zit. In het kader van de omgevingsvergunning zouden daar ook nog nadere voorschriften aan verbonden kunnen worden. Maar het hoeft niet. Initiatiefnemer zal daar zelf al voldoende zekerheid inbouwen in de contracten. De VOORZITTER: Dit is het afgeronde antwoord. Tevreden? Mijnheer Meijer had nog een aanvullende vraag.

Verslag Hoorzitting RV Weigering verklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van een shortstayaccommodatie aan de Sloterweg 327 in Badhoevedorp 29 februari 2024

4

De heer MEIJER: Ja, dank u voorzitter. Dank u wel mevrouw Van der Horst. Verkeer en parkeren was volgens de wethouder een issue, maar de eigenaar heeft het laten onderzoeken in verband met de verkeersdruk. Kunt u iets zeggen over het onderzoek daarnaar? Hoe dat is afgerond? Mevrouw VAN DER HORST: Dat staat op zichzelf… Daar wordt inderdaad in de beantwoording van de zienswijze naar gekeken en daar wordt een bepaald kengetal aan gegeven dat hoger ligt dan waar initiatiefnemer van uitgaat omdat er namelijk geen sprake is van wonen, in dit geval, maar van short stay. En wat daarbij ook een rol speelt, is dat er inmiddels een juridische werkelijkheid is. De referentiesituatie is niet zozeer de boerderij die daar nu staat, maar dat is gewoon het logistiek centrum. Met alle verkeersbewegingen die daarbij horen. Dat is de werkelijkheid waar rekening mee moet worden gehouden want dat is de bestaande plancapaciteit en de bestaande onherroepelijke omgevingsvergunning. Als er een vergelijking gemaakt zou moeten worden, zou dat natuurlijk mee moeten wegen. De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Van der Horst. Tevreden met het antwoord, mijnheer Meijer? De heer MEIJER: Ja, best, maar ik heb nog een verduidelijkende vraag, want een logistiek centrum of een short stay is natuurlijk heel wat anders.

Die mensen die in een short stay verblijven hebben ook, neem ik aan, auto's en leveren parkeerdruk. Dat was eigenlijk meer de vraag. Ik vind het een goed initiatief hoor, begrijp me niet verkeerd, maar hoe is die initiatiefnemer daarmee omgegaan? Dus niet de verkeersdruk voor een logistiek centrum, maar echt voor short stay. De VOORZITTER: Mevrouw Van der Horst. Mevrouw VAN DER HORST: Dat is onderzocht door het betreffende bureau en daar is de conclusie uit getrokken dat dat geen belemmering hoeft op te leveren. Er heeft gewoon een deskundige naar gekeken. Ik kan daar met een juridische blik iets van vinden, maar ik probeer u net uit te leggen wat de referentiesituatie is. Maar daar ligt gewoon een keurig rapport aan ten grondslag waarin dat volledig wordt uiteengezet en waaruit blijkt dat dat geen enkele belemmering is voor de locatie. De VOORZITTER: Dat is het antwoord op de vraag, mijnheer Meijer. Mevrouw Roos had ook nog een vraag. Mevrouw ROOS: Ja, het was een vraag, want nu komt er een discussie inderdaad. Voor zover ik weet, moet je als je langer dan zes maanden ergens woont, ingeschreven zijn bij de gemeente. Maar ik hoor hier ook vier maanden. Ik weet niet of u dat weet, of dat dat misschien een vraag is voor het college. De VOORZITTER: We gaan geen vragen aan het college stellen, of in ieder geval gaat dat geen antwoord geven.

Mevrouw ROOS: Misschien weet mevrouw het. De VOORZITTER: Eventueel zou u dat voor vanavond tijdens de sessie kunnen bewaren. Mevrouw ROOS: Dat kan altijd nog, maar misschien weet mevrouw het ook wel. Mevrouw VAN DER HORST: Er wordt gezegd dat je je na vier maanden moet inschrijven in het BRP. Dat geldt inderdaad als je als arbeidsmigrant hiernaartoe komt, dan moet je je na vier maanden

Verslag Hoorzitting RV Weigering verklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van een shortstayaccommodatie aan de Sloterweg 327 in Badhoevedorp 29 februari 2024

5

inschrijven in het BRP. De vraag is natuurlijk of diegene zijn hoofdverblijf hier heeft of zich misschien wel zeven maanden ergens anders in Nederland gevestigd heeft. De VOORZITTER: Dat is duidelijk. Mevrouw Van Straten nog een vraag. Mevrouw VAN STRATEN: Dank u wel, voorzitter. Ik heb het niet helemaal op mijn netvlies en het zal vast ergens gestaan hebben, maar ik denk dat mevrouw Van der Horst het wel weet. Er is een aantal verkeersbewegingen toegekend aan dat bestemmingsplan voor een logistiek bedrijf. Is dat minder dan het aantal vervoersbewegingen dat te verwachten valt als er woningen of short stay wordt gebouwd? De VOORZITTER: Mevrouw Van der Horst. Mevrouw VAN DER HORST: Ik heb zo niet voor mij wat het concrete getal van de verkeersbewegingen bij het logistiek centrum is, maar daar zit natuurlijk een forse verkeersstroom in met vrachtwagens en dergelijke. Dus dat kengetal zit bij short stay lager. De VOORZITTER: Volgens mij is dat ook in de documentatie terug te vinden. Mijnheer Rip. De heer RIP: Nou ja, u zegt dat laatste, maar ik heb dat in de documentatie niet terug kunnen vinden. Dat logistiek centrum verrast mij echt enorm.

Ik heb daar nog twee vragen over, want het triggerde mij ook, want dat is iets wat wij in mijn fractie niet los kunnen koppelen, dat we twee checklists hebben, eentje van de gemeente en één van de initiatiefnemer, en de één is helemaal groen en de ander is helemaal rood. Dat gaat allemaal om aspecten die ermee te maken hebben de vergunning verleend te krijgen. Ik hoor u zeggen 'er zijn geen tegenrapporten van de gemeente beschikbaar gesteld'. Klopt dat? Wat is voor u dan een verklaring waarom de één groen is en de ander rood is? Wij kunnen er niet achter komen. De VOORZITTER: Mijnheer Rip, ik ga uw vraag doorspelen aan mevrouw Van der Horst. Mevrouw VAN DER HORST: Ik vul dan in. Wat ik eruit lees, is dat getoetst en getrokken is naar wonen. Daarmee is het een gevoelige bestemming geworden. Voor een gevoelige bestemming zijn er wel andere juridische regels, beoordelingsregels die op dat moment gaan gelden, dan wanneer het gaat om short stay. Als ik de reactie zie, dan zie ik dat die lijn is gevolgd en dat daardoor dus meer juridische belemmeringen zijn opgeworpen die niet gelden bij short stay. Denk aan: dat bestemmingsplan voor short stay is mogelijk gemaakt. Daar zijn ook onderzoeken gedaan, bijvoorbeeld ook naar geluid en daar is gezegd 'voor geluid is geen enkele belemmering'.

Het blijkt bijvoorbeeld ook uit het rapport dat de Omgevingsdienst in dit geval heeft gezegd, omdat er dan geen sprake is van een geluidgevoelige bestemming en dan geldt voor de Wet geluidhinder bijvoorbeeld geen belemmering daarin. Dan is daar geen juridisch kader op losgelaten. Dat geldt voor gevoelige bestemmingen zoals een woning. Ik denk dat die lijn in alles is doorgetrokken als het gaat om de belemmeringen die door het college worden gezien in dit plan. Vandaar dat ik dat probeer uit te leggen en steeds het kader probeer te schetsen, waardoor het inderdaad een heel juridisch verhaal is geworden. Maar we waren wel genoodzaakt om dat op die manier nog een keer voor het voetlicht te brengen omdat short stay geen wonen is. Dat volgt ook uit de jurisprudentielijn van de afdeling en dat volgt ook uit het feit dat u zich daar al over heeft gebogen en daarin ook heeft gezegd 'meer dan zes maanden zien we als wonen, minder dan zes maanden niet, dan is het short stay en daar hebben we een definitiebepaling voor nodig.' Die is in dat bestemmingsplan vervolgens geformuleerd. De VOORZITTER: Bent u tevreden met het antwoord, mijnheer Rip? Verslag Hoorzitting RV Weigering verklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van een shortstayaccommodatie aan de Sloterweg 327 in Badhoevedorp 29 februari 2024

6

De heer RIP: Op de eerste vraag wel, maar ik heb nog een vraag. De VOORZITTER: Kijk eens aan, dan gaan we die vraag stellen. De heer RIP: We zijn daar ook ter plaatse gaan kijken en wij constateren dat daar aan de zijkant een toegangsweg is die leidt naar een stuk land achter de boerderij. Mijn vraag is eigenlijk: is dat land van dezelfde eigenaar? Mevrouw VAN DER HORST: Dat is een heel groot stuk dat doorloopt. Daarom is ook… We kunnen de tekening nu niet laten zien, maar u kunt zien op de tekeningen waar het project is gerealiseerd. Dan wordt de boerderij behouden. Die krijgt dan meer een kantoorfunctie. Daarachter worden de shortstayappartementen gerealiseerd met de parkeerplaatsen en dergelijke. Inderdaad, dat is een groot stuk grond dat in eigendom is van de initiatiefnemer. De VOORZITTER: Oké. Zijn er verder nog vragen onder uw raadsleden? Dan sluit ik deze hoorzitting en verwijs ik u naar 20.30 uur als we de sessie over dit onderwerp gaan houden. Dank u wel.

Verslag Hoorzitting RV Weigering verklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van een shortstayaccommodatie aan de Sloterweg 327 in Badhoevedorp 29 februari 2024

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=56e5e6b6-f66b-4975-b7bd-11a1ce3b7d1b