RV Weigering ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor de realisatie van een bedrijfshal hondenopvang 't Kabel 40 Nieuw-Vennep (2022.0001156)
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
raadsvoorstel
Onderwerp
Portefeuillehouder Steller Collegevergadering
Weigering ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor de realisatie van een bedrijfshal hondenopvang 't Kabel 40 Nieuw-Vennep mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker Manon Veen 7 juni 2022
Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer
2022.0001156 1. Voorstel Collegebesluit(en)
Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. een ontwerpverklaring van geen bedenkingen te weigeren voor de realisatie van een bedrijfshal ten behoeve van de hondenopvang op 't Kabel 40 Nieuw-Vennep. 2. Samenvatting
Wij willen een omgevingsvergunning weigeren voor de uitbreiding van de hondenopvang aan 't Kabel 40 in Nieuw-Vennep. Het gaat om de realisatie van een bedrijfshal ten behoeve van de reeds aanwezige hondenopvang. Wij kunnen deze omgevingsvergunning slechts weigeren nadat de raad heeft verklaard geen verklaring van geen bedenkingen af te geven voor dit plan. Het project kan namelijk niet geschaard worden onder één van de categorieën waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen (vvgb) vereist is volgens het raadsbesluit van 3 oktober 2019 (nr. 2019.0040560).
Weigering ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor de realisatie van een
pagina 2
bedrijfshal hondenopvang 't Kabel 40 Nieuw-Vennep
■ • •.
/±
p
Induslnel
tij! on'*-' •i'
-X*,-
X‘V A I: jsiai t Kabel <• *
• >v /
/ ' /
«
;
.■
M J van der
^
•
*ujöbedf>|f Dirk Boer
'tjl 5
v
Het Kabel 40.2tS3
y
fjrpfile Nieuw Vennep. ABO
//
m
s>..
/ JM / 'Mm
H-
%
........ ,'Ï^-WC NieuntVeaneu?
'■ t Ms
v. y
V
Locatie plangebied
3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken?
Wij willen een omgevingsvergunning weigeren voor de realisatie van een bedrijfshal aan 't Kabel 40 in Nieuw-Vennep. Wij kunnen deze omgevingsvergunning slechts weigeren nadat de raad heeft verklaard geen verklaring van geen bedenkingen af te geven voor dit plan. Met dit raadsvoorstel wordt het ontwerpbesluit tot weigering van de verklaring van geen bedenkingen vastgesteld. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen?
Aanvraag Aanvrager heeft de wens om de privésituatie af te scheiden van de bedrijfsactiviteiten en heeft ten behoeve van de bedrijfshal een strook grond aangekocht, aansluitend aan de speelweide en 't Kabel. Deze strook ligt aan de andere zijde van de woning 't Kabel 41, waardoor dat buurperceel omsloten wordt door de bedrijfsactiviteiten van de hondenopvang. Aanvrager wil op het perceel een nieuw gebouw realiseren ten behoeve van de hondenopvang. Hierdoor verandert de indeling van het terrein. Aanvrager wil haar hondenopvang en het gedragscentrum gaan veranderen en uitbreiden van 50 naar 100 honden. In de toekomst wordt het terrein ten noorden van de zandbak/ paardenbak weer voor privédoeleinden gebruikt (zie de afbeelding hieronder voor de indeling van het terrein). Het terrein is onder te verdelen in drie terreindelen/velden, waar de honden zich bevinden. De zandbak/ paardenbak, het verharde speelplein en het park/de weide. De honden lopen de hele dag onder begeleiding van het personeel vrij rond op het terrein, waarbij wordt afgewisseld tussen de verschillende delen van het terrein.
Weigering ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor de realisatie van een bedrijfshal hondenopvang 't Kabel 40 Nieuw-Vennep
pagina 3
wwtmj immoNi Speelplein I mtmn
renvooi
nieuwe terreinindeling
De nieuw te bouwen bedrijfshal wordt een overdekte speelhal zodat er ook een overdekte ruimte is als het regent. Bestemmingsplan toets De locatie valt in het bestemmingsplan Buitengebied Midden en heeft de bestemming 'Agrarisch', het plan pas niet in de bestemming. Goede ruimtelijke ordening Bij de beoordeling van het plan, zie bijgevoegd ruimtelijk advies, is aangegeven dat duidelijk moet zijn dat het plan akoestisch past in de omgeving. Aanvrager heeft een geluidsrapport aangeleverd. Naar aanleiding van de beoordeling van de akoestische situatie moet dan ook geoordeeld worden dat het plan niet past in de omgeving.
Weigering ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor de realisatie van een bedrijfshal hondenopvang 't Kabel 40 Nieuw-Vennep
pagina 4
Het geluidsonderzoek laat zien dat de geluidbelasting op de woning van de buren, 't Kabel 41, net voldoet. De maximaal toegestane waarde voor het maximale geluidniveau is 70 dB(A) in de dagperiode. Die waarde wordt bereikt maar net niet overschreden. Uit het rapport blijkt dat net aan de grenswaarden kan worden voldaan op de gevels van de bestaande woningen. Er moet echter worden uitgegaan van het vigerende bestemmingsplan. Dat biedt ruime bouwmogelijkheden voor de aangrenzende woningen. Een nieuw plan moet ook rekening houden met de uitbreidingsmogelijkheden van de bestaande woningen. Deze mogen niet beperkt worden. Het staat op voorhand al vast dat wanneer rekening wordt gehouden met de uitbreidingsmogelijkheden van de woningen en deze worden meegenomen in het geluidsonderzoek, dat dan niet aan de grenswaarden kan worden voldaan. Het plan heeft te veel impact op de omgeving. De locatie is niet geschikt voor een hondenpension van de gewenste omvang. Er zijn te veel woningen in de directe omgeving, een hondenpension met 100 honden kan niet op deze locatie worden ingepast. Wettelijk kader Wij kunnen met toepassing van artikel 2.12 eerste lid a sub 3 van de Wabo een omgevingsvergunning verlenen voor dit plan. Omdat het plan ons inziens in strijd is met een goede ruimtelijke ordening willen we deze weigeren.
Bovendien is in artikel 2.27 lid 1 van de Wabo geregeld dat de omgevingsvergunning slechts kan worden verleend nadat de gemeenteraad heeft verklaard geen bedenkingen tegen het project te hebben. In het geval dat de omgevingsvergunning wordt geweigerd, dan kan dit pas nadat de raad heeft geweigerd een verklaring van geen bedenkingen af te geven. De raad wordt nu gevraagd een ontwerpbesluit te nemen tot weigering van een afgifte van een vvgb. Procedure De ontwerpweigering vvgb wordt samen met het ontwerpbesluit weigering omgevingsvergunning ter inzage gelegd. Zowel tegen de ontwerpweigering vvgb als tegen het ontwerpbesluit van de omgevingsvergunning kan een ieder zienswijzen indienen (artikel 3.11 Bor). Voor zover (mede) gericht tegen de ontwerpweigering vvgb worden deze aan de raad toegezonden. De raad besluit vervolgens definitief omtrent een verklaring van geen bedenkingen, onder afweging van de ingediende zienswijzen. 3.3 Wat mag het kosten?
Aan de uitvoering van dit voorstel zijn, naast de beschikbare ambtelijke capaciteit, geen kosten verbonden. Wat zijn de financiële risico's?
Onze gemeente loopt geen vermeldenswaardige financiële risico's bij de uitvoering van dit voorstel. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?
Op grond van de Wabo is de raad bevoegd te besluiten omtrent een vvgb. De bevoegdheid om te besluiten omtrent een aanvraag omgevingsvergunning ligt bij ons college. De portefeuillehouder Ruimtelijke Ordening is in het college het eerste aanspreekpunt.
Weigering ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor de realisatie van een
pagina 5
bedrijfshal hondenopvang 't Kabel 40 Nieuw-Vennep
3.5 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd?
De raad ontvangt de tegen het raadsbesluit ingediende zienswijzen. Daarna besluit de raad over de (definitieve) vvgb. Deze maakt onderdeel uit van de omgevingsvergunning.
4. Ondertekening
Burgemee§Jer en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, de burgemeester, de
rmans-Wijdeven
Bijlage(n): • Ruimtelijk advies • Ruimtelijke onderbouwing
Naam steller cluster Ruimte, Economie en Duurzaamheid (RED) Manager Datum behandeling WRA Datum behandeling staf PRO Gegevens aanvraag Adres
FORMULIER BEOORDELING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING M.H. Veen H. Poulssen / R. Brussee 6 augustus 2018, 9 maart 2020, 21 september 2020 en 17 mei 2021. 31-1-2022
’t Kabel 40 Nieuw-Vennep
Ligging perceel
Cosa/Mozardnummer
perceel Z9416453 / z10258682
Uitgebreide of reguliere procedure? Inhoud aanvraag
uitgebreid Het betreft hier een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de realisatie van een bedrijfshal ten behoeve van de reeds aanwezige hondenopvang.
Nieuwe schuur
Voorgeschiedenis
Toetsing aanvraag Strijdigheid bestemmingsplan
In het geluidsrapport is tevens opgenomen dat aanvrager de hondenopvang en het gedragscentrum wil verranderen en uitbreiden van 50 naar 100 honden. Er wordt een nieuwe loods gebouwd, waardoor de indeling verandert. Een paar jaar geleden is ingestemd met hondenopvang op deze locatie. Aanvragers willen nu een bedrijfshal realiseren, om een overdekte ruimte te hebben als het regent. In eerste instantie maakte een B&B ook onderdeel uit van het plan. De B&B is toen afgewezen zodat alleen met de bedrijfshal verder is gegaan. Aanvragers geven aan de wens te hebben om de privésituatie af te scheiden van de bedrijfsactiviteiten en hebben ten behoeve van de bedrijfshal een strook grond aangekocht, aansluitend aan de speelweide en ’t Kabel. Deze strook ligt echter aan de andere zijde van de woning ’t Kabel 41, waardoor dit perceel omsloten wordt door de bedrijfsactiviteiten van de hondenopvang. Alleen aan de achterzijde sluit het perceel aan. Naar aanleiding van de eerste behandeling is aangegeven dat met het gebruik van de hal als hondenopvang in principe kan worden ingestemd, mits kan worden aangetoond dat de buren op nr 41 akkoord zijn. Ook een geluidsonderzoek was nodig voor het effect op de naastgelegen woningen en te beoordelen of het plan door kon gaan. De locatie valt in het bestemmingsplan Buitengebied Midden en heeft de bestemming ‘Agrarisch’ het plan pas niet in de bestemming.
Bestemmingsplan Buitengebied Midden
Strijdigheid Provinciale omgevingsverordening 2020 Strijdigheid LIB, zoja welke zone (beperkingen benoemen) Kwetsbare of geluidsgevoelige functie? Aangewezen monument? In beschermd stads- of dorpsgezicht? Historisch gebruik locatie?
Beleidstoets en ruimtelijke aspecten (indien van toepassing) Structuurvisie Ruimte voor ruimte Stedenbouw Landschap Cultuurhistorie Economie Duurzaamheid (bijv zonnepanelen) Externe veiligheid Verkeer en ontsluiting Parkeren Luchtkwaliteit Geluid Is akoestisch onderzoek nodig in het kader Wet geluidhinder en/of Activiteitenbesluit?
Het plan ligt onder andere in het (MRA) landelijk gebied en het gebied voor agrarische bedrijven. Zodat een plan slechts kan voorzien in agrarische bedrijven en uitbreiding van de bebouwing niet is toegestaan. Ja lib 5 afweging noodzakelijk
Nee Nee Agrarisch
n.v.t. Geen belemmeringen Ja. Het geluidsonderzoek is aangeleverd en beoordeeld. Het onderzoek laat zien dat de
geluidbelasting op de woning van de buren, ’t Kabel 41, net voldoet. De maximaal toegestane waarde voor het maximale geluidniveau is 70 dB(A) in de dagperiode. Die waarde wordt bereikt maar net niet overschreden. Het rapport is zodanig opgesteld dat net aan de grenswaarden kan worden voldaan op de gevels van de bestaande woningen. Juridisch dient echter te worden uitgegaan van het vigerende bestemmingsplan. Dat biedt ruime bouwmogelijkheden voor de aangrenzende woningen. Op die locaties zou
Water Flora en Fauna Archeologie Milieu (bedrijven- en milieuzonering PAS Overige (beleids)aspecten Afwegingen en conclusies van de beleidstoets Procedures Vvgb van toepassing? Vormvrije m.e.r. nodig? Akoestisch onderzoek nodig? Hogere waardebesluit nodig? Ontheffing Wet natuurbeheer nodig? Afwijkingsbesluit Externe Veiligheid nodig? Verantwoording Externe Veiligheid nodig? Overige afwegingen en conclusie
ook gerekend moeten worden. Het staat op voorhand al vast dat dan niet aan de grenswaarden kan worden voldaan. Gezien de impact op de omgeving zal niet worden verzocht om een aanpassing van het onderzoek. Deze locatie is niet geschikt voor een hondenpension van de gewenste omvang. Er zijn te veel woningen in de directe omgeving, een hondenpension met 100 honden kan niet op deze locatie worden ingepast. Na overleg met de OD is het rapport en de akkoestische situatie opnieuw getoetst. Het rapport is niet akkoord, gezien de blijvende beperking op de uitbreidingsmogelijkheden van de buren zal aan de uitbreiding van het hondenpension niet meegewerkt kunnen worden. Een aanpassing van het onderzoek wordt niet zinvol geacht. De aanvraag wordt geweigerd. In eerste instantie was de Wra positief over het plan, met het voorbehoud dat het akkoestich rapport nog beoordeeld moest worden. Uit deze beoordeling blijkt dat de uitbreiding van het pension niet kan worden ingepast op deze locatie zodat een negatief advies gegeven moet worden. Ja. Ja een geluidsonderzoek is nodig voor het effect op de nabijgelegen woningen. n.v.t. weigering n.v.t. weigering n.v.t. weigering n.v.t. weigering
n.v.t. weigering
Ruimtelijk Advies Rekening houdend met het bovenstaande wordt een negatief advies gegeven.
Ruimtelijke onderbouwing Project Status Projectnummer Datum Auteur
Special Dogs 1.0 15159 15 februari 2021 T.J. de Baare BSc LL.B
Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628
COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 – 744 08 38 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch op geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Mees Ruimte & Milieu.
Mees Ruimte & Milieu | 15159.2.0.RO
Pagina | 2
INHOUDSOPGAVE 1 2
3
4
Inleiding Projectbeschrijving
4 5
Projectlocatie Projectplan Vigerend bestemmingsplan
5 5 7
Ruimtelijk beleid
9
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
9 10 12
Omgevingsaspecten
15
Motivering behoefte Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Geluid Luchthavenindelingsbesluit Schiphol (LIB) Luchtkwaliteit Natuur Verkeer en parkeren Water (Vormvrije) m.e.r-beoordeling Toets stedelijke ontwikkeling Besluit m.e.r. (in geval van kruimel)
15 16 16 18 18 19 20 21 22 23 24 25 Fout! Bladwijzer niet
gedefinieerd. 5
6
Beschrijving uitvoerbaarheid
26
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
26 26
Conclusie ruimtelijke en functionele inpasbaarheid
27
Bijlagen 1 Akoestisch onderzoek (Het GeluidBuro, kenmerk: 2153 MC - 40 - W001 28-01-2021 V2.0, datum: 28 januari 2021)
Mees Ruimte & Milieu | 15159.2.0.RO
Pagina | 3
1
INLEIDING In opdracht van de heer T. Vermeer heeft Mees Ruimte & Milieu een ruimtelijke onderbouwing opgesteld voor de gewenste ontwikkeling van een hondenopvang ter plaatse van de ’t Kabel 40 te Nieuw-Vennep. In 2015 is reeds een omgevingsvergunning (kenmerk: 137092) verleend voor de hondenopvang Special-Dogs. Des tijds betrof het de realisatie van een luxe hondenopvang. Daarnaast waren er bouwwerken aanwezig die in strijd waren met het vigerende bestemmingsplan. Om de hondenopvang mogelijk te maken en de strijdigheden op te heffen is in 2015 een planologische procedure doorlopen. Het voorgenomen initiatief voorziet in de realisatie van een nieuw gebouw voor de opvang van honden. Hierdoor verandert de indeling en het gebruik van het terrein. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken dient een planologische procedure doorlopen te worden. De planologische procedure wordt doorlopen aan de hand van de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘planologisch strijdig gebruik’. Onderdeel van deze omgevingsvergunning is de motivatie om af te wijken van het vigerende bestemmingsplan, de zogenoemde Goede Ruimtelijke Onderbouwing (GRO). Voorliggende rapportage betreft de GRO, waarin het project aan de hand van zowel ruimtelijke als milieutechnische aspecten wordt gemotiveerd.
Mees Ruimte & Milieu | 15159.2.0.RO
Pagina | 4
2
PROJECTBESCHRIJVING PROJECTLOCATIE De projectlocatie is gelegen aan ’t Kabel 40 te Nieuw-Vennep. Ten noorden van de projectlocatie is de Venneperweg gelegen. De locatie behoort tot het buitengebied en dit gehele gebied wordt begrensd door de N207, de Venneperweg, Rijnlanderweg en de Schiphollijn en HSL Zuid. Langs ’t Kabel zijn zowel in oostelijkeals in westelijke richting meerdere woningen gelegen. Kadastraal is de locatie bekend onder de nummers 817, 46, 1245 en 1247 sectie AN van de kadastrale gemeente Haarlemmermeer. Figuur 1 luchtfoto projectlocatie.
PROJECTPLAN Het doel is om ter plaatse van de projectlocatie een nieuw gebouw te realiseren ten behoeve van de hondenopvang. Hierdoor verandert de indeling van het terrein. In de toekomst wordt het terrein ten noorden van de zandbak/ paardenbak weer voor privédoeleinden gebruikt. Het terrein is onder te verdelen in 3 terreindelen/ velden, waar de honden zich bevinden: • • •
De zandbak/ paardenbak; Het verharde speelplein; Park/ weide.
De honden lopen de hele dag onder begeleiding van het personeel vrij rond op het terrein, waarbij wordt afgewisseld tussen de verschillende delen van het terrein. Op onderstaand figuur wordt de toekomstige indeling van Special Dogs weergegeven.
Mees Ruimte & Milieu | 15159.2.0.RO
Pagina | 5
Figuur 2 huidige situatie
Figuur 3 schets toekomstige situatie.
Mees Ruimte & Milieu | 15159.2.0.RO
Pagina | 6
Honden opvang Special Dogs Special Dogs is een hondenopvang en -gedragscentrum en wil in de toekomst 100 honden opvangen. Het betreft hier met name dagopvang, waarbij de honden ’s ochtends tussen 07:30 uur en 09:30 uur gebracht kunnen worden en ’s middags tussen 16:30 uur en 18:00 uur gehaald kunnen worden. De hondenopvang biedt ook de mogelijkheid tot het overnachten van de honden, zowel doordeweeks als in het weekend dan wel tijdens vakanties. Op de locatie is er ook een trimsalon voor de vachtverzorging van honden, met name voor de honden die er al zijn. Special Dogs werkt met een soort lidmaatschap van de hond, omdat de beheersbaarheid en veiligheid van de roedel belangrijk is. Bij Special Dogs wordt er met een vrije roedel, met grenzen & regels en geen kennels en hokken gewerkt. Lidmaatschap houdt in dat de hond (als deze door de proefperiode heen is) minimaal 1x per week komt spelen, zodat de hond “thuis” komt en zich fijn voelt tussen alle honden, verzorgers en gedragsdeskundige. Honden zijn gewoonte dieren en vinden het erg fijn als er ritme en structuur in hun leven is en komen daardoor tot rust. Voor de op te vangen honden wordt een bewuste keuze gemaakt voor een sociale setting, wat inhoudt dat alleen honden die sociaal gedrag hebben naar andere honden en mensen, worden toegelaten.
Pitbullachtingen, Staffords, Doggen en kruisingen van deze rassen, die bekend staan als risicohonden voor bijtincidenten, worden niet toegelaten. Honden die veel en vaak blaffen kunnen niet toegelaten worden, omdat ze te veel onrust voor de rest van de groep veroorzaken.
VIGEREND BESTEMMINGSPLAN Ter plaatse van het projectgebied is het bestemmingsplan “Buitengebied Midden” vigerend. Dit plan is op 4 juli 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van Haarlemmermeer. De projectlocatie heeft de bestemming ‘Wonen’ en ‘Agrarisch’ met gebiedsaanduiding ‘luchtvaartverkeerzone – lib’. De maximale bouw- en goothoogte voor het hoofdgebouw aan ’t Kabel 40 (in dit geval een woonhuis) bedragen respectievelijk 9 en 4 meter. Ter plaatse vigeert tevens: • • •
“Parapluplan parkeerregels”, vastgesteld op 4 oktober 2018; “Parapluplan datacenters”, vastgesteld op 22 oktober 2020; “Parapluplan wonen”, vastgesteld op 10 november 2020.
Het definitieve besluit waarbij de omgevingsvergunning is verleend voor de Hondenopvang Special-Dogs (d.d. 21 november 2019, kenmerk: 137092) is tevens op ruimtelijkeplannen.nl gepubliceerd, waarvoor ter plaatse een besluitvlak is opgenomen.
Mees Ruimte & Milieu | 15159.2.0.RO
Pagina | 7
Figuur 4 uitsnede bestemmingsplankaart.
Toets aan bestemmingsplan De gronden bestemd als ‘Agrarisch’ zijn bestemd voor onder andere volwaardige agrarische bedrijfsactiviteiten met een in hoofdzaak grondgebonden bedrijfsvoering, met uitzondering van glastuinbouw, bollenteelt, intensieve veehouderij, paardenfokkerij en paardenhouderij. Het beoogd bouwwerk is bedoeld voor de opvang van honden en daarmee in strijd met de regels van het vigerende bestemmingsplan. Het voorgenomen initiatief is zodoende in strijd met de bouw- en gebruiksmogelijkheden die ter plaatse gelden. De algemene afwijkingsregels van het vigerende bestemmingsplan bieden geen mogelijkheid om het initiatief mogelijk te maken en er dient derhalve een planologische procedure doorlopen te worden. Om de genoemde strijdigheden weg te nemen en het project planologisch mogelijk te maken, wordt een procedure doorlopen aan de hand van een omgevingsvergunning ‘planologisch strijdig gebruik’. Het projectgebied is gelegen binnen de ‘luchtvaartverkeerzone – lib’. Dit betekent dat binnen deze gronden beperkingen gelden met betrekking tot gevoelige bestemmingen en bouwhoogte. Het project betreft geen realisatie van een gevoelige bestemming. De maximale bouwhoogte voor bouwwerken die binnen het perceel is toegestaan liggen ruim onder de toegestane maximale bouwhoogte in verband met het vliegverkeer.
Hiermee vormt de aanduiding ‘luchtvaartverkeerzone – lib geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling.
Mees Ruimte & Milieu | 15159.2.0.RO
Pagina | 8
3
RUIMTELIJK BELEID RIJKSBELEID Nationale Omgevingsvisie Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. Figuur 5. Afwegen met de NOVI. Bron: Nationale Omgevingsvisie.
De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio’s Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) het bereiken en in stand houden
Mees Ruimte & Milieu | 15159.2.0.RO
Pagina | 9
van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen 3.1.1.1 Relatie tot ontwikkeling Op het projectgebied zijn geen nationale belangen van toepassing. Hiermee is de Nationale Omgevingsvisie niet relevant voor het projectgebied aan ’t Kabel 40 te Nieuw-Vennep. 3.1.1.2 Conclusie Geen van de 21 nationale belangen worden geraakt met voorliggend project. Beleid voor deze specifieke locatie dan wel ontwikkeling wordt daarom overgelaten aan de provincie en de gemeente.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk rijksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen vast. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen per onderwerp (één onderwerp per titel) aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden. 3.1.2.1 Conclusie Het Barro legt geen restricties op voor de locatie waar de ontwikkeling wordt voorzien.
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Onderwerpen zoals Ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp, aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). 3.1.3.1 Conclusie De relevante onderwerpen voor onderhavig project worden behandeld in hoofdstuk 4, waarin de ruimtelijke en milieutechnische aspecten worden behandeld.
PROVINCIAAL BELEID Omgevingsvisie en omgevingsverordening Noord-Holland De Omgevingsvisie NH2050 is vastgesteld door de Provinciale Staten van Noord-Holland op 19 november 2018. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. De Omgevingsvisie richt zich op lange termijn ambities en –doelen, met oog voor kwaliteiten die de provincie langjarig wil koesteren en die proberen in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. De visie spreekt zich dus uit over het ‘waarom’ en ten dele over het ‘wat’. Onder de hoofdambitie, ‘balans tussen economische groei en leefbaarheid’, zijn samenhangende ambities geformuleerd. De ambities Mees Ruimte & Milieu | 15159.2.0.RO
Pagina | 10
zijn uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst. In die bewegingen worden meerdere ontwikkelprincipes gehanteerd. Alle ontwikkelprincipes hangen met elkaar samen. De omgevingsvisie laat in algemene zin zien wat de ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema's gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving. Daarnaast schetst de provincie vijf samenhangende bewegingen, die laten zien hoe wordt omgegaan met opgaven die op de samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. Deze bewegingen zijn niet overkoepelend en zijn locatie- of onderwerp specifiek. Het gaat om de onderwerpen: Dynamisch Schiereiland, Metropool in ontwikkeling, Sterke kernen, sterke regio’s, Nieuwe energie en Natuurlijk en Vitaal landelijke omgeving. De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening NH2020. Deze vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening.
3.2.1.1 Relatie tot ontwikkeling Op grond van de Omgevingsverordening NH2020 kent de projectlocatie een ’t Kabel 40 is gelegen in het landelijk gebied. Ter plaatse geldt dat een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een kleinschalige ontwikkeling, niet zijnde een kleinschalige woningbouwontwikkeling indien: • • •
De ontwikkeling plaatsvindt op een locatie waar een stedelijke functie is toegestaan. Het toegestane bebouwd oppervlak niet wordt vergroot; Het aantal burgerwoningen niet toeneemt.
Ter plaatse van de projectlocatie zijn op grond van het vigerende bestemmingsplan reeds stedelijke functies toegestaan. Er wordt een nieuw bouwwerk gerealiseerd, alleen geldt dat dit bouwwerk ten koste gaat van het reeds aanwezige bedrijfsgebouw waarin de opvang van honden plaats vindt. Aangezien het beoogd initiatief enkel bestaat uit de realisatie van nieuwe bedrijfsbebouwing en niet uit de realisatie van een woning geldt dat ook voldaan wordt aan de derde voorwaarden voor het bouwen in het landelijk gebied.
Mees Ruimte & Milieu | 15159.2.0.RO
Pagina | 11
3.2.1.2 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het beoogd initiatief dat middels voorliggende rapportage mogelijk gemaakt dient te worden niet in strijd is met het Noord-Hollandse provinciale beleid.
GEMEENTELIJK BELEID Structuurvisie De Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 geeft voor de komende twintig jaar de koers aan op ruimtelijk gebied. Met andere woorden de Structuurvisie is toetsingskader voor alle ruimtelijke plannen, waarbij het accent ligt op de toetsingscriteria: sociale duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. De ambities voor Haarlemmermeer in 2030 zijn: • • • •
sterk gevarieerd en gebruikmakend van de atypische stedelijkheid; duurzaam en klimaatbestendig; fysiek en sociaal verbonden met elkaar en met de omgeving, en blijvend gepositioneerd als attractieve ontmoetingsplaats.
Voor de landbouw geldt dat door verschillende ontwikkelingen het landbouwareaal en het aantal agrarische bedrijven in Haarlemmermeer de komende jaren verder krimpen. Bedrijven die stoppen bieden kansen aan bedrijven die willen vergroten. Tegelijkertijd bieden maatschappelijke veranderingen nieuwe kansen. Naast de groter wordende bedrijven zullen daardoor op termijn ook bedrijven veranderen gericht op een kleiner areaal, en meer op de specifieke kansen die maatschappelijke veranderingen en de ligging in de stedelijke omgeving bieden. Verschillende vormen van bedrijfsvoering zullen naast elkaar plaatsvinden. Landschappelijk gezien kunnen we het landbouwgebied in de toekomst indelen in drie soorten agrarisch gebied: • • •
Agrarisch kerngebied: in het noorden rond Schiphol, in de zuidpunt van de polder en in het PrimAviera gebied zal grootschalige akker- en tuinbouw blijven domineren; Transformatiegebied: in de gebieden tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep en in het westelijk deel van de polder zal de akkerbouw verminderen in omvang en geleidelijk aan veranderen in stadslandbouw of zelfs transformeren naar niet-agrarische functies; Veeteeltgebied: in de veenweidegebieden in de noordwesthoek blijft ruimte voor veeteelt.
Het plangebied van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Midden’ valt voor het overgrote deel in het bovengenoemde ‘Transformatiegebied’. Met betrekking tot de landbouw zijn de toetsingscriteria sociale duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit nader uitgewerkt: Sociale duurzaamheid • De bijdrage aan gemeenschappelijke recreatieve activiteiten, bijvoorbeeld door nieuwe wandel- en fietsverbindingen. • De mogelijkheden voor een versterking van de beleving van het landschap door verbreding van de landbouw en de participatie van stedelingen in de voedselproductie. Steden zijn feitelijk afhankelijk van het omringende land om aan voedsel te komen. Stadslandbouw is een groeiende trend en duurzaamheid blijkt steeds vaker dicht bij huis te liggen. • De bijdrage aan een inspirerende omgeving voor eigenaarschap en sociale ontmoeting.
Mees Ruimte & Milieu | 15159.2.0.RO
Pagina | 12
Ruimtelijke kwaliteit • Ontwikkelruimte voor schaalvergroting moet bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van het landschap. • Nieuwe bestemmingen voor agrarische gebouwen en erven, die als gevolg van bedrijfsbeëindiging vrijkomen voor andere functies, mogen geen extra verkeersaantrekkende werking veroorzaken om dit een onevenredig grote belasting voor de polderwegen geeft. Dit gaat ten koste van de kwaliteit van de historische polderwegen en veroorzaakt een ongewenste investering in verkeerstechnische aanpassingen en onderhoud van wegen. • Maximale verdichting van de kopkavels bij verbreding en schaalvergroting. Het zicht vanaf de weg op het open agrarische land, tussen de bedrijfskavels door, is karakteristiek en essentieel voor de beleving van het landschap. 3.3.1.1 Relatie tot ontwikkeling Het beoogd initiatief voorziet in de realisatie van een nieuw bedrijfsgebouw voor de opvang van honden. Aan ’t Kabel 40 wordt deze hondenopvang al sinds 2013 aangeboden. Door klanten wordt hier veelvuldig gebruik van gemaakt. Het verplaatsen van de opvang op de kavel is niet in strijd met de structuurvisie. Het zich vanaf de weg op het landelijk gebied blijft gehandhaafd en ook is geen sprake van een extra verkeersaantrekkende werking ten opzichte van wat reeds ter plaatse van de projectlocatie plaats vindt. 3.3.1.2 Conclusie Het initiatief is niet in strijd met de Structuurvisie.
Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer 2018 Ter plaatse van de projectlocatie vigeert het bestemmingsplan “Parapluplan parkeerregels”, vastgesteld op 4 oktober 2020. In paragraaf 4.10 van voorliggende rapportage wordt nader stil gestaan bij het aspect verkeer en parkeren.
Welstandsnota 2013 In de welstandsnota 2013 is het welstandsbeleid van gemeente Haarlemmermeer vastgelegd, met als doel de gerealiseerde ruimtelijke kwaliteit voor langere tijd te behouden. Bij het welstandsbeleid wordt een onderscheid gemaakt tussen verschillende welstandsregimes. In de gemeente Haarlemmermeer worden een welstandsvrij, regulier en bijzonder welstandsregime onderscheiden. Daarbij wordt als volgt getoetst: • • • •
welstandsvrij regime: er wordt niet getoetst aan redelijke eisen van welstand; regulier welstandsregime: het gebouw in zijn omgeving maar ook als zelfstandig object, de architectonische benadering; bijzonder welstandsregime: het gebouw in zijn omgeving, als zelfstandig object en daarnaast ook nog bijzondere onderdelen en details van het gebouw, de esthetische benadering; specifiek welstandsregime: in het gebied is een beeldkwaliteitsplan van toepassing;
Het welstandsregime is weergegeven op de bijbehorende welstandskaart. De welstandskaart geeft dus inzicht welk welstandregime binnen een bepaald gebied van toepassing is. De afgelopen jaren zijn steeds meer kleine bouwwerken vergunningsvrij geworden zoals erfafscheidingen en dakkapellen aan de achterzijde. Vergunningsvrij betekent ook welstandsvrij, waardoor een deel van wijzigingen niet meer vooraf getoetst hoeft worden aan redelijke eisen van welstand, het bestemmingsplan of de Bouwverordening. 3.3.3.1 Relatie tot de ontwikkeling Het bouwplan is op 28 oktober 2020 voorgelegd ter advisering aan de welstandscommissie. De commissie maakt op dat gaat om de plaatsing van een prefab gebouw achter op het erf. Het betreft een gebouw met stalen gevelbekleding in de kleur RAL 9006 en een kap met platen in dezelfde kleur. De kunststof kozijnen zijn in RAL 9010. Op het achteraf staan al meerdere gebouwen in een antracietgrijze kleur.
Mees Ruimte & Milieu | 15159.2.0.RO
Pagina | 13
De commissie adviseert om niet te contrasterende kleuren te gebruiken maar meer gedekte tinten in aansluiting op de overige gebouwen op het erf. 3.3.3.2 Conclusie Bij de bouwaanvraag zal dit door de commissie nader beoordeeld worden. In het kader van de planologische wijziging, waar voorliggende rapportage in voorziet vormt het aspect welstand geen belemmering.
Mees Ruimte & Milieu | 15159.2.0.RO
Pagina | 14
4
OMGEVINGSASPECTEN MOTIVERING BEHOEFTE Algemeen De Ladder voor duurzame verstedelijking is voor het eerst geïntroduceerd in de SVIR en is als motiveringseis verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Wettelijk kader De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. Artikel 1.1.1. definieert relevante begrippen: • •
Bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.
Artikel 3.1.6 van het Bro: •
Lid 2: de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Toelichting op gebruik De Ladder is in de Nota van Toelichting (Stb. 2017, 182) gemotiveerd: “Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting.
Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie maakt onderdeel uit van het landelijk gebied en is daarmee gelegen buiten het bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling omvat de realisatie van bedrijfsbebouwing ten behoeve van de opvang van honden en kan daarmee, gelet op de aard en omvang van de planologische wijziging, niet worden getypeerd als nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro. Het gebouw heeft namelijk een oppervlak van 294 m2. Sinds de oprichting, in april 2013, wordt door hondeneigenaren veelvuldig gebruik gemaakt van de luxe hondenopvang Special Dogsgebruik. Met de oprichting van Special Dogs wordt derhalve voorzien in de behoefte naar hondenopvang binnen de regio.
Mees Ruimte & Milieu | 15159.2.0.RO
Pagina | 15
ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE Algemeen Erfgoedwet De Erfgoedwet bevat de geldende wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De wet regelt tevens de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem. De uitvoering van de Erfgoedwet en de integratie van archeologie en ruimtelijke ordening is primair een gemeentelijke opgave. De gemeente is verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Dit volgt uit een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening en maakt onderdeel uit van de modernisering van de monumentenzorg. De Erfgoedwet is een voorloper op de Omgevingswet, welke naar verwachting in 2021 in werking treedt. Nota Belvedère (1999) Vanuit een ontwikkelingsgerichte visie op de omgang met cultuurhistorie worden in de Nota Belvedère beleidsmaatregelen voorgesteld die tot een kwaliteitsimpuls bij de toekomstige inrichting van Nederland zouden moeten leiden. Doelstelling van de nota is om de alom aanwezige cultuurhistorische waarden sterker richtinggevend te laten zijn bij de inrichting van Nederland. Dit met als doel het aanzien van Nederland aan kwaliteit te laten winnen en tegelijkertijd de onderlinge samenhang van cultuurhistorische waarden op het terrein van de archeologie, gebouwde monumenten en historische cultuurlandschap te versterken.
Relatie tot ontwikkeling Archeologie en cultuurhistorie De projectlocatie kent op basis van het vigerende bestemmingsplan geen archeologische dubbelbestemming noch een cultuurhistorische. De gemeente Haarlemmermeer heeft in het kader van het vigerende bestemmingplan een inventarisatie uitgevoerd op het gebied van cultuurhistorische -, aardkundige - en archeologische waarden. Voor het bestemmingsplan plangebied is de Ringdijk met Ringvaart en de orthogonale structuur van het droogmakerijenlandschap van belang en om die reden cultuurhistorisch waardevol. Geconcludeerd kan worden dat ter plaatse van de projectlocatie geen objecten, structuren en gebieden aanwezig zijn die van cultuurhistorisch en archeologische waarde zijn.
Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING Algemeen Milieuzonering is een instrument dat helpt bij het afwegen en verantwoorden van keuzes aangaande nieuwe woningbouw- en bedrijvenlocaties en beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie. Het gaat hierbij om de milieuaspecten: geluid, geur, stof en gevaar, waarbij de belasting afneemt naarmate de afstand tot de bron toeneemt. Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen, is de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgesteld. Door toepassing te geven aan deze handreiking wordt zoveel mogelijk voorkomen dat woningen hinder en gevaar ondervinden van bedrijven en dat die bedrijven in hun milieugebruiksruimte worden beperkt. In de handreiking zijn richtafstanden opgenomen voor een scala aan milieubelastende activiteiten, opslagen en installaties. De richtafstand geldt vanaf de grens van de inrichting tot de bestemmingsgrens van omliggende woningen en betreft nadrukkelijk een leidraad en geen norm. Indien goed gemotiveerd en
Mees Ruimte & Milieu | 15159.2.0.RO
Pagina | 16
onderbouwd door middel van relevant milieutechnisch onderzoek, kan ervoor worden gekozen van de richtafstand af te wijken. Tabel 1 Richtafstanden bedrijven en milieuzonering
Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
De richtafstanden zijn afgestemd op het omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied. Zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat kan de richtafstand met één stap worden verlaagd indien sprake is van een omgevingstype gemengd gebied. In gemengd gebied komen direct naast woningen bijvoorbeeld winkels, horeca en kleine bedrijven voor. Het projectgebied en zijn omgeving kan getypeerd worden als gemengd gebied. Naast woningen zijn bedrijven (garagebedrijf en caravanstalling), een tuincentrum en een manege gelegen. Dit betekent dat de richtafstanden voor gemengd gebied van toepassing zijn.
Relatie tot ontwikkeling Een hondenpension (SBI-code: 9609) wordt gekwalificeerd als milieucategorie 3.2 met een bijbehorende richtafstand van 50 meter binnen het gemengd gebied. Een pension kent enkel richtafstanden voor de aspecten geur en geluid van respectievelijk 30 en 100 meter. In een gemengd gebied betreft dit 10 en 50 meter. Aangezien binnen 50 meter woningen zijn gelegen (’t Kabel nummer 41 en 47) is nader akoestisch onderzoek uitgevoerd. Hieronder worden de resultaten weergegeven. De gehele rapportage is als bijlage toegevoegd. In het akoestisch onderzoek zijn de volgende akoestisch relevante woningen meegenomen: • • •
Het Kabel 30; Het Kabel 41; Het Kabel 47.
Uit het onderzoek blijkt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr, LT ten gevolge van de activiteiten van hondenopvang Special Dogs op de gevel van de maatgevende woning aan Het Kabel 41 ten hoogste 45 dB(A) in de dagperiode bedraagt. Er treden piekgeluiden op variërend van 70 dB(A) in de dagperiode tot 53 dB(A) in de avond- en nachtperiode ter plaatse van de maatgevende woning aan Het Kabel 41. Hiermee wordt voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Dit geldt zowel voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr, LT als voor de piekgeluiden. Het equivalente geluidniveau vanwege het verkeer van en naar de hondenopvang op de gevel van de maatgevende woning aan Het Kabel 41 overschrijdt de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde niet.
Mees Ruimte & Milieu | 15159.2.0.RO
Pagina | 17
Geconcludeerd kan worden dat - uitgaande van omgevingstype ‘gemengd gebied’ - voldaan kan worden aan de richtwaarden van 50 dB(A) en 70 dB(A) voor respectievelijk het gemiddelde geluidniveau en de piekgeluiden (stap 2 van de beoordeling van de VNG). Gelet op het bovenstaande achten wij de wijziging en uitbreiding van hondenopvang Special Dogs inpasbaar op de locatie aan Het Kabel 40 in Nieuw-Vennep.
Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
BODEM Algemeen Voor bodem en bodemverontreiniging is de Wet bodembescherming (Wbb) inclusief de aanvullende besluiten leidend. In de Wbb wordt een algemeen beschermingsniveau ingesteld voor de bodem ten aanzien van het voorkomen van nieuwe verontreiniging van de bodem. De Wbb geeft regels voor bodemverontreiniging, waarvan sprake is als het gehalte van een stof in de grond of in het grondwater de voor die stof geldende streefwaarde overschrijdt. Of een verontreiniging acceptabel is, hangt af van de aard van de verontreiniging en van de bestemming van de gronden.
Relatie tot ontwikkeling De gronden ter plaatse van de hondenopvang zijn bestemd als ‘Wonen’ en als ‘Agrarisch’. Een hondenopvang betreft geen gevoelige bestemming. De milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
EXTERNE VEILIGHEID Algemeen Externe veiligheid gaat over de risico's voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die luchthavens geven vallen onder externe veiligheid. De aan deze activiteiten verbonden risico’s moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Normen voor ondergrondse buisleidingen zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij de beoordeling van de externe veiligheidssituatie zijn twee begrippen van belang: • Plaatsgebonden risico (PR): Inwoners van een bepaald gebied kunnen te maken krijgen met plaatsgebonden risico (PR). Dit is de kans per jaar dat één persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. In theorie zou die persoon zich onafgebroken en onbeschermd op één bepaalde plaats moeten bevinden. Deze kans mag niet groter zijn dan 1 op de miljoen. Het PR wordt ‘vertaald’ als een risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) mogen liggen. • Groepsrisico (GR): Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers en is een maatstaf voor de verwachte omvang van een ramp.
Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbaar
Mees Ruimte & Milieu | 15159.2.0.RO
Pagina | 18
aantal personen, de zogenaamde oriëntatiewaarde (OW). Dit is een richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag, mits afdoende gemotiveerd door middel van een gedegen verantwoording, kan afwijken. Dit betreft de zogeheten verantwoordingsplicht. De verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR. Het Ipo (Interprovinciaal overleg) heeft een risicokaart ontwikkeld waarop verschillende risicobronnen inclusief bijbehorende relevante gegevens zijn weergegeven. De risicokaart vormt een hulpmiddel bij het beoordelen van het aspect externe veiligheid bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast kan ook het risicoregister worden geraadpleegd.
Relatie tot ontwikkeling Een hondenopvang betreft geen kwetsbaar object. Daarnaast wordt met de beoogde ontwikkeling de personendichtheid en het daarmee samenhangende groepsrisico niet verhoogd en zijn binnen het projectgebied geen externe veiligheidscontouren van nabijgelegen risicobronnen gelegen. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de boogde ontwikkeling.
Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
GELUID Algemeen In het kader van de Wet geluidhinder moeten geluidsgevoelige objecten voldoen aan de wettelijk bepaalde normering als het gaat om de maximale geluidsbelasting op de gevels. De limitatieve lijst geluidsgevoelige gebouwen bestaat uit: • woningen; • onderwijsgebouwen; • ziekenhuizen; • verpleeghuizen; • verzorgingstehuizen; • psychiatrische inrichtingen; • kinderdagverblijven. Relevante geluidbronnen in het kader van de Wet geluidhinder zijn wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Op het moment dat een van bovenstaande functies ontwikkeld wordt in de nabijheid van voornoemde geluidbronnen of binnen de zones daarvan, zal middels een geluidsonderzoek aangetoond moeten worden of er voldaan wordt aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde. Daarnaast kan het als het gaat om bijvoorbeeld logiesruimtes (hotelkamers, recreatieve verblijven) wenselijk zijn om een goed en aangenaam binnenklimaat te kunnen waarborgen.
Relatie tot ontwikkeling Zoals reeds beschreven in de paragraaf Bedrijven en milieuzonering is gebleken dat binnen 50 meter van de projectlocatie een tweetal woningen is gelegen. Hiertoe is door het geluidBuro akoestisch onderzoek verricht. Op grond van het onderzoek kan geconcludeerd worden dat - uitgaande van omgevingstype ‘gemengd gebied’ - voldaan kan worden aan de richtwaarden van 50 dB(A) en 70 dB(A) voor respectievelijk het gemiddelde geluidniveau en de piekgeluiden (stap 2 van de beoordeling van de VNG). Gelet op het bovenstaande achten wij de wijziging en uitbreiding van hondenopvang Special Dogs inpasbaar op de locatie aan Het Kabel 40 in Nieuw-Vennep.
Mees Ruimte & Milieu | 15159.2.0.RO
Pagina | 19
Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
LUCHTHAVENINDELINGSBESLUIT SCHIPHOL (LIB) Algemeen Op 1 november 2002 heeft het kabinet de nieuwe milieu- en veiligheidsregels voor het vijfbanenstelsel op Schiphol vastgesteld. De regels zijn opgenomen in het Luchthavenindelingbesluit (LIB, geconsolideerd januari 2018) waarin beperkingen worden gesteld aan het ruimtegebruik rond de luchthaven. De nieuwe regels zijn op 20 februari 2003 in werking getreden, op het moment dat Schiphol de vijfde baan (Polderbaan) in gebruik nam. Deze regels moeten door gemeenten in acht worden genomen bij bestemmingsplannen en bij omgevingsvergunningen. In het LIB zijn twee gebieden vastgesteld: het luchthavengebied en het beperkingengebied. Het luchthavengebied betreft de gronden behorende tot de luchthaven. Het beperkingengebied omvat een zone daaromheen, waarbinnen verschillende regimes gelden voor de gebieden die hierbinnen liggen. Hoe groter de afstand tot de start- en landingsbanen en de vliegroutes, hoe minder beperkingen er gelden. Binnen het beperkingengebied dient te worden getoetst aan de maatgevende toetshoogtes. Naast de maatgevende toetshoogtes binnen het beperkingengebied zijn deelgebieden (zones) te onderscheiden met specifieke regels, te weten beperkingen voor bebouwing, beperkingen voor vogelaantrekkende werking en beperkingen voor windturbines en lasers.
De beperkingengebieden LIB 1 t/m 5 beogen het aantal personen dat geluidhinder van de luchtvaart ondervindt, of het aantal slachtoffers op de grond ten gevolge van een luchtvaartverkeersongeluk (externe veiligheid), gering te houden, door beperkingen te stellen aan de gebruiksfuncties van het gebied rond Schiphol. De beperkingen voor de gronden binnen de zones LIB 1 t/m 5 zijn daarom gericht op de gebruiksfunctie van het plan/object.
Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie kent op grond van het vigerende bestemmingsplan de gebiedsaanduiding ‘luchtvaartverkeerzone - lib’. Luchtvaartverkeerzone-LIB 2.2.1 Voor zover de gronden, met de aanduiding Luchtvaartverkeerzone, zijn gelegen binnen de luchtvaartverkeerzone-LIB artikel 2.2.1, zoals aangegeven in bijlage 3a, gelden de beperkingen met betrekking gevoelige bestemmingen. In het LIB zijn deze geclassificeerd als woningen, woonwagens, woonschepen, gebouwen met een gezondheidszorgfunctie en gebouwen met een onderwijsfunctie. Luchtvaartverkeerzone-LIB 2.2.2 Voor zover de gronden, met de aanduiding ‘Luchtvaartverkeerzone’, zijn gelegen binnen de luchtvaartverkeerzone-LIB artikel 2.2.2, zoals aangegeven in bijlage 3b, gelden de beperkingen met betrekking tot de hoogte van gebouwen, andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde en objecten, gesteld in artikel 2.2.2 van het “Luchthavenindelingbesluit Schiphol”. Luchtvaartverkeerzone-LIB 2.2.3 Voor zover de gronden, met de aanduiding ‘Luchtvaartverkeerzone’, zijn gelegen binnen de luchtvaartverkeerzone-LIB artikel 2.2.3, zoals aangegeven in bijlage 3c, gelden beperkingen met betrekking tot de vogelaantrekkende werking gesteld in artikel 2.2.3 van het “Luchthavenindelingbesluit Schiphol”. Het projectgebied is gelegen binnen de ‘luchtvaartverkeerzone – lib 2.2.1 en 2.2.2’.
Dit betekent dat binnen deze gronden beperkingen gelden met betrekking tot gevoelige bestemmingen en bouwhoogte. Het project betreft geen realisatie van een gevoelige bestemming. De maximale bouwhoogte voor bouwwerken die Mees Ruimte & Milieu | 15159.2.0.RO
Pagina | 20
binnen het perceel is toegestaan liggen ruim onder de toegestane maximale bouwhoogte in verband met het vliegverkeer. Hiermee vormt de aanduiding ‘Luchtvaartverkeerzone – LIB’ geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling.
Conclusie Het luchthavenindelingsbesluit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
LUCHTKWALITEIT Algemeen In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn de luchtkwaliteitseisen opgenomen. Daarnaast zijn er luchtkwaliteitseisen opgenomen in het Besluit niet in betekende mate bijdragen (Besluit NIBM) en de bijbehorende ministeriële Regeling niet in betekende mate bijdragen (Regeling NIBM). In het Besluit NIBM en de Regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project niet in betekenende mate bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. De definitie van ‘niet in betekenende mate’ is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. De 3% komt overeen met 1,2 microgram/m3 (µg/m3). Als een project voor één stof de 3%-grens overschrijdt, dan verslechtert het project 'in betekenende mate' de luchtkwaliteit.
De 3%-norm is in de Regeling NIBM uitgewerkt in concrete voorbeelden, waaronder: • woningbouw: 1.500 woningen netto bij één ontsluitende weg en 3.000 woningen bij twee ontsluitende wegen; • kantoorlocaties: 100.000 m2 brutovloeroppervlak bij één ontsluitende weg en 200.000 m2 brutovloeroppervlak bij twee ontsluitende wegen.
Relatie tot ontwikkeling In onderhavig geval is sprake van een nieuw gebouw ten behoeve van de opvang van honden. De bestaande indeling van het terrein dat reeds hiervoor gebruikt wordt wijzigt. Op basis van bovenstaande voorbeelden mag geconcludeerd worden dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een goed woon- en leefklimaat te worden gewaarborgd. Op basis van de NSL Monitoringstool kan worden beoordeeld wat de huidige grootschalige achtergrondconcentratie voor een bepaald jaar is ter plaatse van een specifieke locatie. Aan de hand daarvan kan worden beoordeeld of sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de projectlocatie. De grenswaarden voor toetsing van deze jaargemiddelde concentraties zijn: 40 µg/m3 voor stikstofdioxide NO2, 40 µg/m3 voor fijnstof PM10 en 25 µg/m3 voor fijnstof PM2,5. Onderstaande tabel toont de grootschalige achtergrondconcentraties ter plaatse van het dichtstbijzijnde rekenpunt nabij de projectlocatie (geraadpleegd via NSL Monitoringstool op 9 februari 2021).
Mees Ruimte & Milieu | 15159.2.0.RO
Pagina | 21
Tabel 2 Jaarlijkse achtergrondconcentraties NO2, PM10 en PM 2,5 ter plaatse van de projectlocatie (bron: nsl-monitoring.nl) Jaar
GCN-achtergrondconcentratie locatie ID 139462 NO2 (µg/m3)
PM10 (µg/m3)
PM2,5 (µg/m3)
2020
18,372
16,965
9,681
2030
12.254
15,176
8,024
Grenswaarden
40
40
25
Uit de tabel blijkt dat de grenswaarden ter plaatse van de projectlocatie, van zowel fijnstof als stikstofdioxide, niet worden overschreden. De maximale bijdrage van het extra verkeer als gevolg van de beoogde ontwikkeling, is niet van zodanige omvang dat een overschrijding van de grenswaarden hierdoor te verwachten is.
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
NATUUR Algemeen Sinds 1 januari 2017 is één wet van toepassing die de natuurwetgeving in Nederland regelt: de Wet natuurbescherming. De wet ligt in de lijn van Europese wetgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Wet natuurbescherming vervangt de Boswet, de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. Wet natuurbescherming Via de Wet natuurbescherming wordt de soortenbescherming en gebiedsbescherming geregeld. De soortenbescherming heeft betrekking op alle, in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, op een aantal vissen, libellen en vlinders, op enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde diersoorten en op een honderdtal vaatplanten. Welke soorten planten en dieren wettelijke bescherming genieten, is vastgelegd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Dat houdt in dat, bij planvorming, uitdrukkelijk rekening gehouden moet worden met gevolgen, die ruimtelijke ingrepen hebben, voor instandhouding van de beschermde soort. Gebiedsbescherming wordt geregeld middels de Natura 2000-gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten optreden in Natura 2000gebieden.
Hier kan sprake van zijn wanneer een ontwikkeling binnen een Natura 2000-gebied plaatsvindt, maar ook stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die als Natura 2000-gebied zijn aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. Voorheen gold hier de regeling Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) voor, maar naar aanleiding een tweetal belangrijke uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (mei 2019) is deze regeling komen te vervallen. Als gevolg hiervan dient in Nederland voor elk project een stikstofdepositieberekening uitgevoerd te worden. Wanneer uit de rekenresultaten een hogere depositie dan 0,00 mol/ha/jaar, kan al sprake zijn van een significant negatief effect. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. NNN is tevens opgenomen in het streekplan van de provincie. Indien het projectgebied in het NNN
Mees Ruimte & Milieu | 15159.2.0.RO
Pagina | 22
gelegen is, verlangt de provincie een ‘nee-tenzij-toets’. Afhankelijk van de provincie kan dit ook gelden voor projectgebieden in de nabijheid van het NNN.