CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Vaststelling bestemmingsplan Beinsdorp Hillegommerdijk 426-430 (2021.0002114).pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 14 oktober 2021, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Vaststelling bestemmingsplan Beinsdorp Hillegommerdijk 426-430 (2021.0002114)22.244 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

gemeente Haarlemmermeer

raadsvoorstel

Onderwerp

Portefeuillehouder Steller Collegevergadering

Vaststelling bestemmingsplan Beinsdorp Hillegommerdijk 426-430 mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker Jolanda Dam 14 september 2021

Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer

2021.0002114

1. Voorstel Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. geen exploitatieplan vast te stellen voor het bestemmingsplan 'Beinsdorp Hillegommerdijk 426-430', omdat het totaal van de exploitatiebijdragen minder bedraagt dan € 10.000; 2. het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen door op de verbeelding het bouwvlak van de woning tien meter in noordelijke richting op te schuiven; 3. het bestemmingsplan 'Beinsdorp Hillegommerdijk 426-430' met planidentificatie 'NL.IMR0.0394.BPGbeihillgdij430-C001', bestaande uit een verbeelding en bijbehorende regels, conform de artikelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 Bro in elektronische vorm vast te leggen en in die vorm gewijzigd vast te stellen, één en ander overeenkomstig de bij dit besluit gevoegde bescheiden en op grond van de overwegingen genoemd in het voorstel van Burgemeester en Wethouders; 4. het college van burgemeester en wethouders te machtigen het verder nodige te verrichten. 2. Samenvatting Kwekerij Van der Lans B.V. aan de Hillegommerdijk 426-430 te Beinsdorp wil voor de toekomstbestendigheid van het bedrijf het productieproces optimaliseren door een aantal (bouw)ingrepen op het perceel te doen. De bouw van een nieuwe bedrijfswoning elders op het perceel en het gebruik van de huidige bedrijfswoning als logiesgebouw maken onderdeel uit van het plan.

De regels van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Midden' bieden hiervoor onvoldoende ruimte. De uitbreiding van de bestaande bedrijfsbebouwing past wel binnen de regels van het geldende plan. Voor de eenduidigheid zijn deze regels overgenomen in het bestemmingsplan 'Beinsdorp Hillegommerdijk 426-430'.

Vaststelling bestemmingsplan Beinsdorp Hillegommerdijk 426-430

pagina 2

3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken Met de vaststelling van het bestemmingsplan 'Beinsdorp Hillegommerdijk 426-430' voorzien wij in een actueel juridisch-planologisch kader voor de gewenste bedrijfsontwikkeling. Het plan maakt de gewenste nieuwbouw van een bedrijfswoning mogelijk en herbestemt de bestaande bedrijfswoning tot 'logiesgebouw'. Door de bestaande bedrijfswoning van een andere bestemming te voorzien, wordt voorkomen dat er twee bedrijfswoningen mogelijk worden gemaakt. Een tweede bedrijfswoning is niet noodzakelijk en zou in strijd zijn met de regels van de Omgevingsverordening NH2020. Met het oog op de eenduidigheid is het gehele perceel van de betreffende kwekerij in ogenschouw genomen. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen? Aanleiding Kwekerij Van der Lans wil het perceel van de kwekerij reorganiseren om het productieproces te optimaliseren en zoveel mogelijk bedrijfsactiviteiten op eigen perceel te laten plaatsvinden. De bouw van een nieuwe bedrijfswoning elders op het perceel en het gebruik van de huidige bedrijfswoning als logiesgebouw maken onderdeel uit van het plan, maar zijn in strijd met de regels van het geldende bestemmingsplan. Ligging plangebied Het plangebied bevindt zich aan de Hillegommerdijk 426-430, ten noorden van de kern Beinsdorp in de gemeente Haarlemmermeer.

De locatie valt onder de kadastrale sectie AE, perceelnummers 956, 563, 2472, 2473, 2474 en 4267 met een oppervlakte van circa zeven hectare.

Globale ligging van het plangebied Hillegommerdijk 426-430 Beinsdorp (witte cirkel)

Vaststelling bestemmingsplan Beinsdorp Hillegommerdijk 426-430

pagina 3

Begrenzing van het plangebied Hillegommerdijk 426-430 Beinsdorp

Inhoud plan Het bestemmingsplan maakt de volgende activiteiten die niet passend zijn binnen het geldende bestemmingsplan mogelijk: o. Nieuwbouw bedrijfswoning Aanvrager heeft gevraagd aan de voorzijde van het perceel, aan de voet van de dijk, een nieuwe bedrijfswoning te bouwen. Op deze plek vormt het een ruimtelijke samenhang met de aangrenzende woning Hillegommerdijk 423-424. De woning maakt gebruik van de bestaande inrit. b. Gebruik bestaande bedrijfswoning als logiesgebouw voor arbeidsmigranten Bij de kwekerij zijn ongeveer 15 personen werkzaam in vaste dienst, aangevuld met scholieren, studenten en zaterdaghulpen. Het bedrijf maakt ook gebruik van de inzet van arbeidsmigranten. Deze worden op dit moment door de initiatiefnemer elders gehuisvest in huurwoningen. Om praktische en financiële redenen wordt de voorkeur gegeven aan huisvesting in de bestaande bedrijfswoning. Het gaat hierbij om een logiesgebouw voor de huisvesting van maximaal vier arbeidsmigranten. Voor de eenduidigheid zijn ook de bestaande regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Midden' overgenomen in het bestemmingsplan 'Beinsdorp Hillegommerdijk 426-430'. De activiteiten die passen binnen het geldende en toekomstige bestemmingsplan zijn: c.

Vernieuwen en uitbreiden glastuinbouw De bestaande, relatief lage kas, wordt vervangen en het gedeelte waar zich nu een schaduwhal bevindt, wordt voorzien van kassen. d. Bouw nieuwe schaduwhallen In het productieproces van de kwekerij dient er, direct grenzend aan de kassen, een schaduwhal aanwezig te zijn, waarin de planten kunnen acclimatiseren, voordat zij buiten geplaatst worden. De schaduwhal bestaat uit een ijzeren geraamte van circa 3,5 m hoog, afgedekt met schaduwdoek. Dit schaduwdoek ligt los op het geraamte en is met clips bevestigd aan de staanders. De schaduwhal doet alleen 's zomers dienst; tussen oktober en april is

Vaststelling bestemmingsplan Beinsdorp Hillegommerdijk 426-430

pagina 4

schaduwwerking niet nodig. Een schaduwhal merken wij aan als een 'bouwwerk, geen gebouw zijnde'. De hoogte mag maximaal zes meter bedragen. e. Uitbreiden bedrijfsloods De bestaande bedrijfshal wordt naar de zuidzijde circa 18 meter uitgebreid. Hierbij worden de oude opstallen en containers verwijderd. Deze uitbreiding vindt plaats binnen het bouwvlak. ƒ. Uitbreiden tunnelkas Binnen de bestaande aanduiding 'glastuinbouw' wordt de bestaande tunnelkas uitgebreid. g. Verwijderen paardenrijbakken De voor de bedrijfsloods aanwezige paardenrijbakken worden verwijderd. In de nieuwe situatie kunnen alle bedrijfsactiviteiten op eigen terrein plaatsvinden. Nu huurt de kwekerij nog een bedrijfsloods elders aan de Hillegommerdijk, omdat de huidige bedrijfsloods niet voorziet in de capaciteit van het bedrijf. Het aantal vervoersbewegingen op de dijk neemt hiermee af en de bedrijfsvoering wordt efficiënter. Ambtshalve wijzigingsvoorstel De initiatiefnemer heeft het plan in de periode van de ter inzage ligging nader uitgewerkt. In gesprek met de aannemer is hij tot de conclusie gekomen dat de positionering van de woning specifiek bij het uitstekende deel van de loods niet ideaal is. Hij heeft toestemming gevraagd de woning en daarmee het bouwblok in noordelijke richting te mogen verplaatsen.

Wij hebben geoordeeld dat tegen de verschuiving van de woning stedenbouwkundig en landschappelijk geen bezwaren bestaan. Aansluitend hebben wij geoordeeld dat sprake is van een ondergeschikte wijziging van het ontwerpbestemmingsplan die kan worden meegenomen bij de vaststelling van het bestemming. Om de ondergeschikte wijziging te kunnen vaststellen hebben wij rekening gehouden met het feit: Dat er sprake is van een ruim agrarisch perceel. Dat de maatvoering van de woning niet toeneemt. Dat de woning in de nieuwe situatie meer voor de bestaande schuur is geprojecteerd, De verplaatsing geen invloed heeft op de landschappelijke inpassing. Dat de verplaatsing van de woning alleen leidt tot een aanpassing op de verbeelding; de bestemmingsplanregels blijven ongewijzigd.

Rechts: oude bouwvlak; links de voorgestelde gewijzigde ligging

3.3 Wat mag het kosten? Artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregelen van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In vervolg op artikel 6.12 lid 1 wordt in artikel 6.12 lid 2 van de Wro bepaald, dat de gemeenteraad geen exploitatieplan vaststelt als het totaal van de exploitatiebijdragen minder bedraagt dan € 10.000.

Vaststelling bestemmingsplan Beinsdorp Hillegommerdijk 426-430

pagina 5

De uitbreiding van de bedrijfsgebouwen past binnen de regels van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Midden'. Om die reden hoeven hiervoor geen kosten te worden verhaald. Met de wijziging van de bedrijfswoning naar logiesgebouw is geen sprake van een aangewezen bouwplan. De bouw van de nieuwe bedrijfswoning wordt wel aangemerkt als een aangewezen bouwplan, maar omdat het totaal van de exploitatiebijdragen minder dan €10.000 bedraagt, hoeft geen exploitatieplan te worden opgesteld. Aan de uitvoering van het voorgestelde besluit zijn dan ook, naast de beschikbare ambtelijke capaciteit, geen kosten verbonden. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk? Op grond van de Wro stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast. De wethouder Ruimtelijke Ordening is eerste aanspreekpunt binnen het college voor het opstellen van het bestemmingsplan. Door ons college te machtigen het verder noodzakelijke te verrichten, zijn wij bevoegd op te treden in een eventuele beroepsprocedure bij de Raad van State. 3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar? Procedure Het ontwerpraadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan is op 12 april 2021 bekendgemaakt en heeft met daarop betrekking hebbende stukken vanaf 13 april 2021 zes weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.

Juridische aspecten Na vaststelling van het bestemmingsplan wordt het plan met het vaststellingsbesluit en bijbehorende stukken gedurende zes weken ter inzage gelegd. Door belanghebbenden die zienswijzen hebben ingediend kan dan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Participatie en communicatie In het kader van de participatie heeft de aanvrager de bewoners en gebruikers van buurpercelen over het plan geïnformeerd. 3.6 Wanneer en hoe zal de raad over de voortgang worden geïnformeerd? Met de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad is de procedure afgerond. Indien tegen het plan beroep wordt ingesteld, zal de gemeenteraad op de hoogte worden gesteld van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hierover.

4

Ondertekening

Beinsdorp Hillegommerdijk 426 - 430 Bestemmingsplan – juli 2021 Toelichting

426 - 430

1

426 - 430

2

Planstatus:

vastgesteld

Plan identificatie:

NL.IMRO.0394.BPGbeihillegdij430-CO01

Datum:

2021-07-01

Contactpersoon Buro SRO:

dhr. H.J.M. van Arendonk | dhr. T.J. Oostrom

Kenmerk Buro SRO:

SR190371

Opdrachtgever:

Kwekerij van der Lans

Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl

BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:

NL8187.16.071.B01 30232281 NL44.RABO.0142.1540.24 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht

3

Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 6 1.1 Aanleiding .......................................................................................................................................................... 6 1.2 Ligging en begrenzing plangebied .................................................................................................................... 6 1.3 Doel en planvorm .............................................................................................................................................. 7 1.4 Geldend bestemmingsplan ............................................................................................................................... 7 1.5 Planproces ......................................................................................................................................................... 8 1.6 Leeswijzer .......................................................................................................................................................... 8

2 Bestaande situatie .................................................................................................................................. 9 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur ................................................................................................................ 9

3 Nieuwe situatie ...................................................................................................................................... 11 3.1 Ruimtelijke en functionele structuur ..............................................................................................................11

4 Beleid en regelgeving ............................................................................................................................ 13 4.1 Rijksbeleid .......................................................................................................................................................13 4.2 Provinciaal beleid ............................................................................................................................................14 4.3 Gemeentelijk beleid ........................................................................................................................................17

5 Uitvoeringsaspecten .............................................................................................................................. 18 5.1 Water ................................................................................................................................................................18 5.2 Bodem ..............................................................................................................................................................23 5.3 Flora en fauna..................................................................................................................................................24 5.4 Stikstofdepositie ..............................................................................................................................................26 5.5 Cultuurhistorie en archeologie ........................................................................................................................27 5.6 Geluid ...............................................................................................................................................................28 5.7 Luchtkwaliteit...................................................................................................................................................29 5.8 Externe veiligheid

............................................................................................................................................30 5.9 Milieuzonering .................................................................................................................................................33 5.10 Verkeer en parkeren .....................................................................................................................................34 5.11 Luchtvaartverkeer - LIB .................................................................................................................................35 5.12 Milieueffectrapportage .................................................................................................................................35

6 Uitvoerbaarheid ..................................................................................................................................... 37 6.1 Financiële uitvoerbaarheid .............................................................................................................................37 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................................................................37

7 Juridische planbeschrijving ................................................................................................................... 39 7.1 Opzet regels en verbeelding ...........................................................................................................................39 7.2 Inleidende regels .............................................................................................................................................39 7.3 Bestemmingsregels .........................................................................................................................................39 7.4 Algemene regels ..............................................................................................................................................40 7.5 Overgangs- en slotregels .................................................................................................................................40 7.6 Handhaafbaarheid ..........................................................................................................................................40

4

5

1 Inleiding

1.1 Aanleiding Initiatiefnemer is voornemens enkele ingrepen op zijn perceel te doen. Een deel van deze ingrepen is in strijd met de bepalingen van het ter plaatse geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Midden' (2013), waarin de gronden voorzien zijn van de bestemming 'Agrarisch'. Het gaat om het voornemen om de bedrijfswoning elders op het perceel te situeren en om de bestaande bedrijfswoning in gebruik te nemen voor huisvesting van arbeidsmigranten die bij het bedrijf (een kwekerij) in dienst zijn. Dit is in de vorm van een conceptaanvraag (vooroverleg) op 24 juli 2019 voorgelegd aan de gemeente Haarlemmermeer. In reactie hierop het college heeft op 8 november 2019 besloten in principe medewerking te verlenen aan de beoogde ingrepen, mits de bestaande bedrijfswoning als 'logiesgebouw' bestemd wordt (zie bijlagen bij toelichting, bijlage 1). Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologisch kader dat past bij de beoogde ingrepen en voldoet aan de gestelde voorwaarden. Met het oog op de eenduidigheid is het gehele perceel van de betreffende kwekerij in ogenschouw genomen.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied bevindt zich aan de Hillegommerdijk, ten noorden van de kern Beinsdorp in de gemeente Haarlemmermeer. Daarmee is het gelegen in de droogmakerij Haarlemmermeer, aan de voet van de markante Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder. De locatie valt onder de kadastrale gemeente Haarlemmermeer, sectie AE, perceelnummers 956, 563, 2472, 2473, 2474 en 4267 met een oppervlakte van ca. 7 hectare. Navolgende afbeeldingen tonen de globale ligging en globale begrenzing van het plangebied.

Globale ligging plangebied (witte cirkel, bron: Google Earth)

6

Begrenzing plangebied (rode omkadering, bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

1.3 Doel en planvorm De doelstelling van voorliggend bestemmingsplan Beinsdorp Hillegommerdijk 426-430 is het bieden van een actueel juridisch-planologisch kader voor het plangebied zoals beschreven in paragraaf 1.2.

1.4 Geldend bestemmingsplan Het plangebied ligt binnen de plangrenzen van het bestemmingsplan 'Buitengebied Midden'. Dit bestemmingsplan is op 4 juli 2013 vastgesteld door de raad van de gemeente Haarlemmermeer. De volgende afbeelding toont een fragment van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan.

Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Buitengebied Midden' (plangebied is rood omkaderd)

7

De gronden hebben de bestemming 'Agrarisch'. Er zijn twee aaneengesloten bouwvlakken aangeduid, waarbinnen de huidige bedrijfsloods en bedrijfswoning vallen. Tevens zijn twee perceelsgedeelten voorzien van de functieaanduiding 'glastuinbouw'. Daarnaast zijn de dubbelbestemming 'Leiding – Gas’ en 'Leiding Riool' van toepassing. De ingrepen hebben plaats aan de westzijde van het plangebied, deels buiten het aangegeven bouwvlak. Om die reden is een bestemmingsplanherziening vereist, waarin ook een regeling voor de huisvesting van arbeidsmigranten wordt opgenomen. Verder worden de huidige rechten overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan.

1.5 Planproces Een bestemmingsplan doorloopt de procedure zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het bestemmingsplan wordt ex art. 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voor advies voorgelegd aan de provincie en het waterschap. Door de gemeente Haarlemmermeer wordt in dit stadium van planvorming ook de betreffende dorps- of wijkraad in de gelegenheid gesteld op het bestemmingsplan te reageren. Binnengekomen reacties uit het wettelijk vooroverleg worden verwerkt in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Tijdens de ter visie legging van het ontwerpbestemmingsplan kan een ieder schriftelijk of mondeling een zienswijze kenbaar maken. De ingediende zienswijzen worden verwerkt in het vast te stellen bestemmingsplan. Het vastgestelde bestemmingsplan wordt nogmaals ter inzage gelegd. Gedurende deze terinzagelegging kan beroep worden ingesteld bij de Raad van State. Dit kan uitsluitend door belanghebbenden die ook een zienswijze tegen het ontwerp bestemmingsplan hebben ingediend, of door een ieder voor zover het onderdelen betreft die door de gemeenteraad gewijzigd zijn vastgesteld.

1.6 Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de toekomstige omstandigheden. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 5 omvat de uitvoeringsaspecten. In hoofdstuk 6 worden de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid toegelicht. Hoofdstuk 7 is gewijd aan de juridische planbeschrijving.

8

2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur Aan de Ringvaart is Beinsdorp, een T-vormig lintdorp ontstaan, met Hillegom aan de overkant. Buiten het dorp is de bebouwing overwegend aan de voet van de dijk geplaatst. Incidenteel is bebouwing direct aan de dijk gesitueerd, zoals het aangrenzende woonhuis Hillegommerdijk 423-424 uit 1925, dat later gesplitst is in twee woningen. De kwekerij, waar het onderhavige bestemmingsplan betrekking op heeft, is ontstaan als een samenvoeging van twee kwekerijen (Hillegommerdijk 426 en 430). Het betreft een grote kwekerij met een totale omvang van bijna 7 hectare, waar sinds 2001 vaste tuinplanten worden geteeld in 9 cm-potten. Het bedrijf levert vooral aan tuincentra en de groothandel. Er heeft vanuit deze locatie geen verkoop aan particulieren plaats. Het bedrijf beschikt over een moderne bedrijfshal met ook een kantoorruimte, waarvoor in 2012 een omgevingsvergunning is afgegeven. Het bedrijf omvat voorts een kas met een omvang van circa 1.000 m², met daar aan grenzend een schaduwhal van ruim 700 m². Elders op het perceel bevindt zich nog een bescheiden tunnelkas. Verder zijn er aan de achterzijde van de bedrijfshal diverse containers en oude opstallen aanwezig. Te midden van deze bebouwing bevindt zich de bedrijfswoning (Hillegommerdijk 426), een relatief bescheiden woonhuis in één laag met een kap.

Voor die woning zijn paardenrijbakken aanwezig, die gebruikt worden door de huidige bewoners. De paardenrijbakken worden uitsluitend privé gebruikt.

Impressie entree plangebied (bron: Google Streetview)

Het terrein wordt met twee toeritten ontsloten vanaf de Hillegommerdijk: een bescheiden toegang naast Hillegommerdijk 423-424 en een meer centrale, nieuwere toegangsweg. Eerst genoemde weg ontsluit de kassen met schaduwhal en de bedrijfswoning. Laatstgenoemde leidt naar de bedrijfshal en de containervelden. Evenwijdig aan de Ringvaart lopen twee sloten; één direct aan de voet van de dijk en één op zo’n 40 meter afstand min of meer parallel daar aan. Laatstgenoemde sloot is aan de zuidkant van het perceel onderbroken. Verder is er een centrale kavelsloot aanwezig.

9

Schematische weergave bestaande situatie (bron: Buro SRO, 4 juli 2019)

Fotocollage plangebied (bron: Buro SRO, juni 2019)

10

3 Nieuwe situatie 3.1 Ruimtelijke en functionele structuur Initiatiefnemer wil het perceel van de kwekerij reorganiseren om zijn productieproces te kunnen optimaliseren en zoveel mogelijk op eigen perceel te kunnen doen. Het initiatief omvat diverse onderdelen. Deze zijn samengevat op afbeelding ‘Nieuwe situatie” (zie onderstaand). Het gaat enerzijds om ontwikkelingen die binnen de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan passen en voornemens die daar niet in passen. Het voorliggende bestemmingsplan heeft concreet betrekking op de laatstbedoelde voornemens.

Beoogde nieuwe situatie (bron: Buro SRO, 2 maart 2020)

Initiatieven niet passend binnen het geldende bestemmingsplan: a. verplaatsen bedrijfswoning De huidige bedrijfswoning staat tamelijk ingesloten tussen de bestaande bedrijfsbebouwing. Bovendien is die woning te klein voor de huidige eigenaar. Om die reden wordt een verplaatsing van de bedrijfswoning naar de voorzijde van het perceel beoogd. Het gaat daarbij om een situering aan de westzijde van het perceel, aan de voet van de dijk, om recht te doen aan de historische situatie. Op deze plek vormt het een ruimtelijke samenhang met de aangrenzende woning Hillegommerdijk 423-424. De woning kan hier gebruik maken van de bestaande toerit. b. gebruik bestaande bedrijfswoning voor arbeidsmigranten Bij de kwekerij zijn ongeveer 15 personen werkzaam in vaste dienst, aangevuld met scholieren, studenten en zaterdaghulpen. Het bedrijf maakt ook gebruik van de inzet van arbeidsmigranten. Deze worden op dit moment door de initiatiefnemer elders gehuisvest in huurwoningen. Om praktische en financiële redenen wordt de voorkeur gegeven aan huisvesting in de bestaande bedrijfswoning. Het gaat hierbij om een logiesgebouw voor de huisvesting van maximaal 4 arbeidsmigranten.

11

Initiatieven passend binnen het geldende bestemmingsplan c. vernieuwen en uitbreiden glastuinbouw Initiatiefnemer wil de bestaande, relatief lage kas vervangen en ook het gedeelte waar zich nu een schaduwhal bevindt voorzien van kassen. Dat past geheel binnen het geldende bestemmingsplan. Daarbij is in dat plan aangegeven dat er plaatse van de aanduiding ‘glastuinbouw’ mogen kassen worden gebouwd met een bouwhoogte van maximaal 12 meter. Vooralsnog wordt uitgegaan van kassen met een bouwhoogte van 6-7 meter. d. nieuwe schaduwhallen In het productieproces van de kwekerij dient er direct aangrenzend aan de kassen een schaduwhal aanwezig te zijn, waarin de planten kunnen acclimatiseren, alvorens zij buiten geplaatst worden. De schaduwhal bestaat uit een ijzeren geraamte van ca. 3,5 m hoog, afgedekt met schaduwdoek. Dit schaduwdoek ligt los op het geraamte en is met clips bevestigd aan de staanders. De schaduwhal doet alleen 's zomers dienst; tussen oktober en april is schaduwwerking niet nodig. In het kader van het bestemmingsplan vormt dit een ‘bouwwerk, geen gebouw zijnde’. De hoogte daarvan mag volgens het geldende bestemmingsplan maximaal 6 meter bedragen. e. uitbreiden bedrijfsloods Het voornemen is om de bestaande bedrijfshal naar de zuidzijde met zo’n 18 meter uit te breiden.

Hierbij worden de oude opstallen en containers verwijderd, waarmee een aanzienlijke, ruimtelijke kwaliteitswinst wordt behaald. Deze uitbreiding heeft plaats binnen het bouwvlak. Verder vereist het geldende bestemmingsplan dat de oppervlakte van de agrarische bedrijfsgebouwen niet meer mag zijn dan noodzakelijk voor de bedrijfsvoering van een volwaardig agrarisch gebruik. In de huidige situatie huurt de kwekerij een bedrijfsloods elders aan de Hillegommerdijk, doordat de huidige bedrijfsloods niet voorziet in de capaciteit van het bedrijf. Dit vereist heen en weer rijden tussen de gehuurde loods en de kwekerij. Door op het eigen perceel te voorzien in voldoende mate aan agrarische bedrijfsgebouwen wordt het aantal verkeersbewegingen teruggedrongen en wordt de bedrijfsvoering efficiënter. Daarmee valt de uitbreiding van de bedrijfsloods binnen de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan. f. uitbreiden tunnelkas Een gebiedje ten oosten van de bedrijfsloods, met een oppervlakte van bijna 500 m², heeft in het geldende bestemmingsplan de aanduiding ‘glastuinbouw’. Daar bevindt zich reeds een tunnelkas en het voornemen is om nog een tunnelkas toe te voegen, binnen het aangeduide vlak. Tevens wordt de bestaande schaduwhal in het zuidwesten van het plangebied vervangen door een uitbreiding van de naastgelegen kas. Dit past binnen de aanduiding 'glastuinbouw'. g.

verwijderen paardenrijbakken Thans zijn op het perceelsgedeelte voor de bedrijfsloods paardenrijbakken aanwezig die gebruikt worden door de huidige bewoners van het pand Hillegommerdijk 426. Er is geen relatie met de aangrenzende manege; de paardenrijbakken worden privé gebruikt. In de nieuwe situatie komen de paardenrijbakken te vervallen en komen niet terug in de beoogde situatie. In een reactie op de conceptaanvraag van 24 juli 2019 waarin de bovengenoemde punten zijn benoemd, heeft de gemeente Haarlemmermeer te kennen gegeven een positieve grondhouding te hebben (zie bijlagen bij toelichting, bijlage 1). De daarbij gemaakte opmerkingen worden in acht genomen. In aanvulling hierop is voor dit initiatief een notitie 'Landschappelijke inpassing' (Buro SRO, 31 augustus 2020) vervaardigd. Deze notitie is als bijlagen bij de regels opgenomen.

12

4 Beleid en regelgeving 4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: a. b. c. d.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Planspecifiek Doordat voorliggend plan naar aard en omvang beperkt heeft het geen effecten die van nationaal belang zijn. Wel draagt het plan bij aan de ambitie van het Rijk toekomstbestendige ontwikkelingen in het landelijk gebied te stimuleren. Voorliggend plan maakt immers ontwikkelingen mogelijk die bijdragen aan de economische duurzaamheid van het bedrijf.

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens provinciale verordening respectievelijk bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012, 1 juli 2014, 1 juli 2016 en 1 januari 2017 op onderdelen aangevuld. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling raakt niet aan één van de 14 nationale belangen; het Barro is niet specifiek van toepassing op het plangebied.

4.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'.

13

De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven: 2.

3.

4.

De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Planspecifiek Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' De uitbreiding van de bedrijfsloods en (tunnel)kassen zijn daarmee niet aan te merken als stedelijke ontwikkeling. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt tussen de 9 en 14 nieuwe woningen afhankelijk van de omgeving waarin de ontwikkeling plaatsvindt. Gezien het feit dat er slechts één woning wordt gebouwd is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een verdere toelichting is niet vereist. Er kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen planontwikkeling voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 vastgesteld door Provinciale Staten. Deze vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De hoofdambitie is opgedeeld in de volgende aspecten met bijbehorende ambities: Leefomgeving a. b. c.

Klimaatverandering: een klimaat bestendig en waterrobuust Noord-Holland. Stad, land en infrastructuur worden klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Biodiversiteit en natuur: de biodiversiteit in Noord-Holland vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt.

14

Gebruik van de leefomgeving a.

b.

c. d.

Economische transitie: een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. Wonen en werken: woon- en werklocaties dienen beter met elkaar in overeenstemming te zijn. Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen. Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie.

Energietransitie a.

De ambitie van de Provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op hernieuwbare energie.

Daarnaast wordt er met de Omgevingsvisie NH2050 geprobeerd om een richting uit te zetten om houvast te bieden naar de onzekere toekomst. Daarvoor wordt een aantal bewegingen naar de toekomst toe benoemd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Noord-Holland in beweging: Op weg naar een economisch duurzame toekomst Dynamisch schiereiland: Benutten van een unieke ligging Metropool in ontwikkeling: Vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend internationaal concurrerend metropolitaan systeem Sterke kernen, sterke regio's: Sterke kernen houden regio's vitaal Nieuwe energie: Economische kansen benutten van energietransitie Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agrifoodsector

Er wordt in de Omgevingsvisie NH2050 uitgegaan van het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’. Hierbij wordt gelet op de diversiteit aan regio's en wordt ruimte geboden aan maatwerk en ruimte om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Planspecifiek De ambitie van de provincie is onder andere het ontwikkelen van een economisch duurzame agrifoodsector. De kwekerij waarvan voorliggend plan onderdeel uitmaakt is aan te merken als een bedrijf in de agrifoodsector. Door de ingrepen die voorliggend plan mogelijk maakt wordt een bijdrage geleverd aan de economische duurzaamheid van het bedrijf. De verplaatsing van de bedrijfswoning zorgt voor meer ruimte tussen de bestaande bedrijfsbebouwing, waardoor ter plaatse meer gebruiksruimte voor bedrijfsactiviteiten ontstaat. Ook het kunnen huisvesten van arbeidsmigranten op het terrein draagt bij aan de economische duurzaamheid van de kwekerij. Dit zijn immers goedkope arbeidskrachten. Dit is tevens in lijn met de door de provincie aangemerkte kritische succesfactor voor de agrifoodsector dat er voldoende tijdelijke huisvesting en voorzieningen voor arbeidsmigranten gerealiseerd worden. Het initiatief is in lijn met de ambities van de omgevingsvisie.

4.2.2 Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 Provinciale Staten van Noord-Holland hebben op 22 oktober 2020 de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn de eerste stappen gezet om de ambities, ontwikkelprincipes en sturingsfilosofie uit de Omgevingsvisie, vastgesteld op 19 november 2018, vorm te geven en wordt er een start gemaakt met werken in de geest van de Omgevingswet. Echter valt de Omgevingsverordening NH2020 nog onder de huidige wet- en regelgeving.

15

In de Omgevingsverordening NH2020 zijn alle regels van de provincie die gaan over de fysieke leefomgeving samengevoegd. Merendeel van de regels in deze verordening zijn vrijwel ongewijzigd gebleven ten opzichte van de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2010. Echter zijn een aantal onderdelen wel gewijzigd of nieuw. Belangrijke gewijzigde en nieuwe onderdelen zijn het Landelijk gebied, Bijzonder provinciaal landschap, de mogelijkheden voor kleinschalige woningbouw in landelijk gebied en de ruimte voor windenergie in de MRA regio. De omgevingsverordening heeft de volgende doelstellingen:

•

het bereiken van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit te bereiken;

• •

het behoud en herstel van de biologische diversiteit; het in standhouden en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.

Daarnaast is het doel om de provinciale regels in meer samenhang en op een meer overzichtelijke manier kenbaar te maken. Planspecifiek Er is sprake van een, zoals onder artikel 6.4 van de omgevingsverordening genoemde, 'kleinschalige ontwikkeling' buiten bestaand stedelijk gebied. Dit is onder andere toegestaan wanneer het bestaande bouwblok reeds voorziet in een stedelijke functie. De bestemmingswijziging vindt plaats binnen een bestaand bouwblok, waarin reeds een stedelijke functie (wonen) voorzien is. De overige artikelen van de omgevingsverordening zijn niet van toepassing op voorliggend plan. Geconcludeerd kan worden omgevingsverordening.

dat

de

beoogde

ontwikkeling

aansluit

bij

de

eisen

vanuit de

4.2.3 Provinciale woonvisie 2010-2020 Op 25 mei 2010 is de Provinciale woonvisie 2010-2020 'Goed Wonen in Noord-Holland' vastgesteld door Provinciale Staten van Noord-Holland. De woonvisie is een verdere uitwerking van de structuurvisie, waarin de kwaliteit van wonen centraal staat. De doelstelling voor 2020 is dat de inwoners van Noord-Holland beschikken over voldoende woningen met een passende kwaliteit en in een aantrekkelijk woonmilieu. Om hiertoe te komen zijn de volgende drie speerpunten benoemd: 1. 2. 3.

betere afstemming tussen vraag en aanbod voor alle consumenten en vooral voor doelgroepen die minder kansen hebben op het vinden van een geschikte woning; betere afstemming van voorzieningen in de woonomgeving op de vraag van bewoners; verbetering van de duurzaamheid van het woningaanbod en de woonomgeving.

De provincie zet zich hierbij vooral in op de rol van procesleider, aanjager en expert. Vanuit deze rol stuurt de provincie aan op het maken van bestuurlijke afspraken in de Regionale Actie Programma's. In deze actieprogramma's worden de speerpunten en opgaven uit de woonvisie nader uitgewerkt. Planspecifiek Voorliggend plan maakt een logiesgebouw voor huisvesting van arbeidsmigranten en de verplaatsing van een bedrijfswoning mogelijk. Arbeidsmigranten zijn een doelgroep die over het algemeen minder kansen hebben op een geschikte woning. Door het mogelijk maken van een logiesgebouw op eigen terrein wordt voorzien in het bieden van een geschikte woning voor de doelgroep. Daarnaast is de nieuwe bedrijfswoning in lijn met het derde speerpunt van de woonvisie; het zal immers naar moderne maatstaven opgebouwd worden en is dus duurzaam. Voorliggend plan is in lijn met de ambities van de provinciale woonvisie.

16

4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1 Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 De gemeente Haarlemmermeer maakt in haar structuurvisie 2030 vier ambities kenbaar: 1.

2.

3.

4.

Versterken atypische stedelijkheid: één van de meest onderscheidende kwaliteiten is het feit dat we zowel sterke stadse als sterke dorpse kenmerken hebben. Deze zogenaamde atypische stedelijkheid willen de gemeente waarborgen en versterken. De opdracht bij herontwikkeling en ruimtelijke transformatie is een balans te vinden tussen verder bouwen in de grote kernen en het behouden van de identiteit van de kleinere dorpen en de openheid van Haarlemmermeer in zijn geheel. Duurzaam en klimaatbestendig inrichten: de ruimtelijke mogelijkheden van Haarlemmermeer bieden kansen om op het gebied van duurzaam en klimaatbestendig inrichten koploper van Nederland te worden. Kansen liggen voornamelijk bij geothermie, windenergie, een slim elektriciteitsnet en het realiseren van een duurzaam watersysteem. Versterken fysieke en sociale verbondenheid: de gemeente Haarlemmermeer streeft naar goede infrastructurele verbindingen die inwoners in staat stellen om plezierig te wonen, werken en recreëren. Mogelijkheden tot snelle verplaatsing blijven randvoorwaarden. Tevens zet Haarlemmermeer in op een sterk landschappelijk raamwerk, dat natuur- en recreatiegebieden met elkaar en met de woonwijken verbindt. Aantrekkelijke ontmoetingsplaats zijn en blijven: Haarlemmermeer wil zich blijven positioneren als aantrekkelijke ontmoetingsplaats en landelijke netwerkstad met allure.

Hierbij zet de gemeente in op flexibiliteit, slimme, duurzame energie, recreatie, versterking van de diversiteit van woonmilieus en verdere versterking van de woonfunctie in Hoofddorp.

Planspecifiek Onderhavige ontwikkeling betreft het verplaatsen van een bedrijfswoning en het mogelijk maken van een logiesgebouw voor arbeidsmigranten. De verplaatsing van de bedrijfswoning naar de voorzijde van het perceel, aan de voet van de dijk, doet recht aan de historische situatie. Op deze plek vormt het een ruimtelijke samenhang met de aangrenzende woning. Hiermee sluit het plan vooral aan bij de eerste ambitie van de gemeente. Het zorgt namelijk voor instandhouding van de identiteit van het plangebied met een verbetering in kwaliteit.

17

5 Uitvoeringsaspecten 5.1 Water 5.1.1 Wet- en regelgeving Rijksbeleid Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21e eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd:

•

vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd.

•

schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod.

Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de aloude vergunningstelsels uit de voorheen afzonderlijke waterbeheerwetten zijn gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet. Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2016 – 2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Provinciaal beleid Watervisie 2021 De inzet van het provinciaal waterbeleid is om Noord-Holland nog mooier, bedrijviger en veiliger te maken. Daarbij moet er een impuls uitgaan voor de leefomgevingskwaliteit en/of het vestigingsklimaat.

Waterproblemen worden aangepakt wanneer er toch al gebiedsontwikkeling plaatsvindt. Voor Haarlemmermeer speelt met name het vinden van toekomstbestendige oplossingen voor de schoonwateren zoetwaterproblematiek. Voor waterveiligheid wordt uitgegaan van: veilige dijken en duinen (laag 1 en ook de belangrijkste); een waterrobuuste ruimtelijke inrichting van overstromingsgevoelige gebieden (laag 2) en een op overstromingsrampen toegesneden calamiteitenorganisatie (laag 3). Deze meervoudige benadering van waterveiligheid wordt meerlaagsveiligheid" (MLV) genoemd. Op de kaart Overstromingsrisico Noord-Holland zijn de overstromingsgevoelige gebieden indicatief aangegeven. De provincie maakt nog duidelijk welke gemeenten tot het overstromingsgevoelige gebied

18

worden gerekend en in hun bestemmingsplannen duidelijk moeten maken hoe rekening wordt gehouden met het overstromingsrisico. Daarbij is uitgangspunt het "waterrobuust inrichten": het zodanig inrichten van overstromingsgevoelig gebied dat bij een overstroming de kans op slachtoffers klein is en de economische schade beperkt blijft. Er is nauwelijks overstromingsrisico vanuit de Noordzee, omdat deze kust grotendeels door een breed duingebied wordt beschermd. Gemeentelijk beleid Waterplan Haarlemmermeer 2015-2030 De Strategische Samenwerkingsagenda Haarlemmermeer-Rijnland (verder Waterplan) is een samenwerkingsdocument tussen de gemeente en het hoogheemraadschap. Het geeft de situatie en problemen weer van het hele watersysteem (oppervlaktewater, hemelwater, grondwater en afvalwater) in Haarlemmermeer. Het stelt doelen met betrekking tot de riolering, het oplossen van infrastructurele knelpunten en het nemen van maatregelen. Het Waterplan heeft onder andere als ambities:

• • •

het scheiden van vuil afvalwater en schoon regenwater; het tijdelijk bergen van water om extreme neerslag op te vangen; afvalwater als bron te gebruiken waaruit afvalstoffen en energie gewonnen kunnen worden. Haarlemmermeer past bijvoorbeeld innovatieve ontwikkelingen toe bij het inzamelen van afvalwater zoals riothermie, het winnen van warmte uit afvalwater.

In het Waterplan worden ook grondwatermaatregelen beschreven, omdat deze een belangrijke link hebben met de rest van het watersysteem, zoals oppervlaktewater en de ruimtelijke inrichting. Daarnaast is er in het verleden onvoldoende aandacht besteed aan grondwater, waardoor een inhaalslag nodig is om aan de zorgplicht te voldoen. De maatregelen die genomen moeten worden om de doelstellingen voor het watersysteem te bereiken, zijn verzameld in het uitvoeringsprogramma van het Waterplan. De financiering van deze maatregelen komt uit verschillende bronnen, waaronder het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 De gemeente is op grond van de Wet milieubeheer verplicht periodiek een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vast te stellen om invulling te geven aan haar zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Het GRP bevat rioleringsbeleid en een overzicht van alle aanwezige rioleringsvoorzieningen, inclusief de actuele toestand ervan en de te verwachten vervangingsperioden. Ook geeft het plan inzicht in de wijze waarop de riolering wordt beheerd, welke effecten er zijn voor het milieu en hoe het beheer wordt gefinancierd. De gedachten vanuit de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030, Proeftuin klimaatbestendige stad en het integraal Waterplan Haarlemmermeer 2015-2030 zijn ook van toepassing op het gemeentelijke rioleringsen grondwaterbeleid.

De rode draad in het beleid is dat de gemeente streeft naar een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem. Het GRP vormt de basis voor de planning van nieuwe aanleg, plannen om vuiluitworp te reduceren en plannen voor beheer en onderhoud voor de komende vijf jaar, met een doorkijk naar de verdere toekomst. Bij nieuwbouw en verbouw is het gescheiden aanbieden van het afvalwater en het hemelwater het uitgangspunt. Voor nieuwbouwwijken en grotere reconstructiegebieden wordt uitgegaan van een zwaardere ontwerpnorm voor het rioolstelsel, waardoor zwaardere regenbuien minder snel overlast veroorzaken. Om overlast door grondwater te voorkomen voorziet het GRP in de aanleg van drainage in vijf wijken: RijsenhoutZuid, Pax, Graan voor Visch (Hoofddorp), Linquenda, Welgelegen (Nieuw-Vennep), en het uitvoeren van grondwatermaatregelen in Zwanenburg. Vanuit het Bestuursakkoord Water heeft de gemeente verdere invulling gegeven aan een verbetering van de samenwerking met omliggende gemeenten en met het Hoogheemraadschap van Rijnland. Beleid Hoogheemraadschap van Rijnland Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Dit schap is in het gebied verantwoordelijk voor de waterhuishouding: het waterkwaliteitsbeheer, het waterkwantiteitsbeheer en de zorg voor de waterkeringen.

Voor elk bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de effecten van de bouwmogelijkheden op het waterbeheer. De waterbeheerder voert de Watertoets uit. De Watertoets heeft als doel het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden die in

19

strijd zijn met duurzaam waterbeheer. De opmerkingen van de waterbeheerder worden verwerkt in deze waterparagraaf. Taken en bevoegdheden van Rijnland als waterbeheerder Het Hoogheemraadschap van Rijnland is in het plangebied het bevoegd gezag voor het beheer van waterkeringen, oppervlaktewater en (ondiep) grondwater. De drie hoofddoelen van dit beheer zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water en gezond water. Wat betreft de veiligheid is het cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn én blijven en dat rekening wordt gehouden met mogelijk toekomstige dijkverbeteringen. Voor voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten en te beheren. Daarbij wil Rijnland dat watergangen en kunstwerken, zoals gemalen, duikers en stuwen, op orde zijn en toekomstbestendig worden gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. Rijnlands taken en bevoegdheden op het gebied van gezond water betreffen het zuiveren van afvalwater en het reguleren van lozingen op oppervlaktewater. Europese regelgeving (de Kaderrichtlijn Water) is hierbij kaderstellend. Het voorkómen van verontreiniging en een goede inrichting van oppervlaktewateren dragen in belangrijke mate bij aan gezond water. Met het oog op het zuiveren van afvalwater beheert Rijnland rioolgemalen, persleidingen en zuiveringsinstallaties.

In het Waterbeheersplan (WBP5) geeft Rijnland richting aan het waterbeheer in de periode 2016 – 2021. Dit is een uitwerking van het coalitieakkoord (2015), waarin het bestuur van Rijnland de koers voor de komende jaren heeft uitgezet. In maart 2016 is het WBP5 vastgesteld (zie http://www.rijnland.net/plannen/waterbeheerplan). In het proces van ruimtelijke planvorming heeft Rijnland een adviserende rol. In de uitvoerings- en beheerfase van ruimtelijke plannen heeft Rijnland een regelgevende rol. Keur en beleidsregels Op grond van de Waterwet is Rijnland als hoogheemraadschap bevoegd via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan handelingen die het watersysteem beïnvloeden. Denk hierbij aan handelingen in of nabij:

• • • • • •

waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden), watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken), andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen), de bodem van kwelgevoelige gebieden, maar ook aan: onttrekken en lozen van grondwater, het aanbrengen van verhard oppervlak.

Per 13 mei 2020 is een nieuwe Keur in werking getreden met daarbij horende uitvoeringsregels. De Keur gaat uit van een “ja, tenzij” benadering; handelingen met een klein risico vallen onder de zorgplicht en kunnen zonder vergunning of melding worden uitgevoerd. Voor handelingen met een groter risico of in expliciet benoemde situaties zijn er algemene regels met voorwaarden van kracht of is een watervergunning vereist (zie http://www.rijnland.net/regels/keur-en-uitvoeringsregels). De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunningsplichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. Raadpleeg daarvoor de vergunningencheck via www.rijnland.net. Hemelwater Indien een toename van het verhard oppervlak plaats vindt, dient de initiatiefnemer een oppervlak ter grootte van minimaal 15% van het nieuw aan te leggen verhard oppervlak te reserveren voor extra open water. Het nieuwe open water moet aangesloten worden op het bestaande watersysteem. Uitgangspunt is dat de aanleg van verhard oppervlak geen negatieve gevolgen mag hebben op het watersysteem. In overleg met het hoogheemraadschap is het mogelijk om de compensatie-eis voor verhard oppervlak te verminderen door alternatieve maatregelen toe te passen. Riolering en afkoppelen Met Rijnland zal afstemming plaats vinden over het omgaan met afvalwater en hemelwater.

Overeenkomstig het rijksbeleid gaat Rijnland uit van een voorkeursvolgorde voor de omgang met deze waterstromen. Deze houdt in dat allereerst geprobeerd moet worden het ontstaan van (verontreinigd) afvalwater te voorkomen, bijvoorbeeld door het toepassen van niet uitlogende bouwmaterialen en het

20

vermijden van vervuilende activiteiten op straat zoals auto’s wassen en chemische onkruidbestrijding. Vervolgens is het streven vuil water te scheiden van schoon water, bijvoorbeeld door het afkoppelen van hemelwaterafvoeren van gemengde rioolstelsels. De laatste stap in de voorkeursvolgorde is het zuiveren van het afvalwater. De doelmatigheid daarvan wordt vergroot door het scheiden van de schone en de vuile stromen. De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP), waarin de uiteindelijke afweging wordt gemaakt en waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal staat.

5.1.2 Onderzoek Het plangebied valt onder het beleid van Hoogheemraadschap van Rijnland. Vanuit het Hoogheemraadschap zijn regels opgesteld over wat een bewoner of bedrijf wel en niet mag doen in en bij water, dijken, gemalen, enzovoort. Deze regels zijn vastgelegd in de Keur van Rijnland 2015, waarvan de gewijzigde versie is vastgesteld op 1 juni 2016. Uit deze regels vloeien 25 uitvoeringsregels voort voor het handelen in het watersysteem. Voorliggend plan raakt niet aan deze uitvoeringsregels. Wel wordt de nieuwe woning beoogd in de buurt van een regionale waterkering. Dit dient beschouwd te worden. Watertoets In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is de digitale watertoets ingevuld (dewatertoets.nl, d.d. 22 november 2019). Hieruit bleek dat hoogheemraadschap van Rijnland mogelijk een waterbelang heeft bij de plannen. In het kader van vooroverleg is het plan dan ook aan het waterschap voorgelegd. Watercompensatie Het aanleggen van meer dan 500 m² is ingevolge de Keur Rijnland 2020 vergunningplichtig. Er dient beschouwd te worden of dit bij voorliggend plan het geval is. Hierbij dient de nieuwe verharding die mogelijk wordt gemaakt met voorliggend bestemmingsplan, zoals beschreven in toelichting paragraaf 3.1, te worden beschouwd. In onderstaande tabel zal per ontwikkeling worden aangegeven of met voorliggend plan het verhard oppervlak toeneemt.

onderdeel nieuwe bedrijfswoning huisvesting arbeidsmigranten uitbreiding kassen nieuwe schaduwhallen uitbreiding bedrijfsloods uitbreiding tunnelkas Totaal

nieuwe verharding? Ja Nee, bestaand gebouw Ja Nee, waterdoorlatend Nee, gronden reeds verhard Ja

hoeveelheid (m²) (max.) 300 n.v.t. 750 n.v.t. n.v.t. 200 1.250

Uit deze verhardingsbalans blijkt dat er sprake is van een toename aan verharding die groter is dan de vrijstellingsgrens van 500 m², waardoor compensatie noodzakelijk is. Conform de uitvoeringsregels bij de Keur Rijnland 2020 bedraagt het te compenseren wateroppervlak 15% van de toename aan verharding. In dit geval komt dit uit op 1.250*0,15= 187,5 m² extra wateroppervlak. Deze compensatie vindt plaats door de bestaande watergangen op het perceel te verbreden. Waar dit mogelijk plaatsvindt staat weergegeven op navolgende afbeelding.

21

Locaties watercompensatie donkerblauwe lijnen (bron: legger HH van Rijnland)

De watercompensatie is geborgd in het landschappelijk inpassingsplan dat onderdeel uitmaakt van de regels. Conform de uitvoeringsregels zal dit extra wateroppervlak voorafgaand aan, of gelijktijdig met, de realisatie van het extra verhard oppervlak aangelegd worden. Er is door het hoogheemraadschap van Rijnland positief geadviseerd over de watercompensatie (kenmerk: 2021-003148). Wel zijn de werkzaamheden vergunningplichtig en dient er vergunning aangevraagd te worden bij het hoogheemraadschap voorafgaand aan de werkzaamheden. Bouwen in beschermingszones van waterkeringen Op basis van de Keur zijn in de legger van de regionale waterkeringen kernzones en beschermingszones gedefinieerd. Dit is weergegeven op onderstaande afbeelding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=646048e7-640f-44e6-898f-8d4f366abff5