RV Vaststellen bestemmingsplan 'Badhoevedorp Groenezoom 1'.pdf
Tekst van het document
£ gemeente Haarlemmermeer
Raadsvoorstel onderwerp
Portefeuillehouder
steiler Collegevergadering
Vaststellen bestemmingsplan 'Badhoevedorp Groenezoom 1' drs. Jurgen Nobel Dominique Ong (023 5676075 5jull2022
Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer
2022.0001462 1. Voorstel Collegebesluit(en)
Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. geen exploitatieplan vast te stellen voor het bestemmingsplan 'Badhoevedorp Groenezoom 1' omdat het kostenverhaal anderszins verzekerd is; 2. het bestemmingsplan 'Badhoevedorp Groenezoom 1' met planidentificatie 'NLIMR0.0394.BPGbadxgroenezooml-C001', bestaande uit een verbeelding en bijbehorende regels, conform de artikelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 Bro in elektronische vorm vast te leggen en in die vorm vast te stellen, één en ander overeenkomstig de bij dit besluit gevoegde bescheiden en op grond van de overwegingen genoemd in het raadsvoorstel; 3. het college van burgemeester en wethouders te machtigen het verder nodige te verrichten. 2. Samenvatting
Het bestemmingsplan 'Badhoevedorp Groenezoom 1' bevat de juridisch-planologische regeling voor de bouw van drie vrijstaande woningen. De bestaande kantoorbebouwing op de locatie wordt gesloopt. Met het plan zijn geen landelijke of provinciale belangen gemoeid. Daarom is het niet nodig het plan in het kader van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening voor te leggen aan de wettelijke overlegpartners. 3. Uitwerking
3.1 Wat willen we bereiken? Het doel van het bestemmingsplan 'Badhoevedorp Groenezoom 1' is het bieden van een actueel juridisch en planologisch kader voor het plangebied. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen? Het plangebied Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 2.745 m2 en bestaat uit een kantoorgebouw met een oppervlakte van circa 650 m2 en een bouwhoogte van circa 6 meter. Verder is het plangebied bijna geheel voorzien van oppervlakteverharding. De ruimtelijke- en functionele structuur van de omgeving kenmerkt zich vooral door woonbebouwing, groen en water. Ten noorden wordt het plangebied door een groenperceel
Vaststellen bestemmingsplan 'Badhoevedorp Groenezoom 1'
pagina 2
begrensd. Ten oosten ligt de Groene zoom. Aan de zuidzijde bevindt zich een door groen omsloten nutsvoorziening. De Kromme Tocht vormt de begrenzing aan de westzijde. Het voornemen is de bestaande kantoorbebouwing te slopen en hiervoor in de plaats drie vrijstaande woningen te realiseren.
Inrichtingstekening woningen aan de Groenezoom 1 te Badhoevedorp
Goede ruimtelijke ordening en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Door middel van onderzoek is aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de aspecten bodem, ecologie en geluid is nader onderzoek uitgevoerd. Overige relevante aspecten zijn beschreven in de toelichting. Er zijn op grond hiervan geen belemmeringen bekend om het bestemmingsplan vast te stellen. Wel is het nodig om een hogere waarde voor geluid te verlenen. Het ontwerp hogere waarden besluit is op 5 april door het college vastgesteld (registratienummer 2022.000063400). Er zijn geen zienswijzen tegen het ontwerp hogere waarden besluit ingediend. Indien er geen zienswijzen zijn ingediend is het definitieve besluit hiervoor gemandateerd aan de clustermanager. 3.3 Wat mag het kosten? Het voorliggende plan ziet op het realiseren van drie woningen. Dat is volgens artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening een bouwplan waarvoor kosten verhaald moeten worden. Het kostenverhaal is in dit geval verzekerd door middel van een anterieure overeenkomst tussen de gemeente Haarlemmermeer en de initiatiefnemer, zodat vaststellen van een exploitatieplan niet nodig is
Vaststellen bestemmingsplan 'Badhoevedorp Groenezoom 1'
pagina 3
Wat zijn de financiële risico's Onze gemeente loopt geen vermeldenswaardige financiële risico's bij de uitvoering van dit voorstel. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk? Op grond van de Wet ruimtelijke ordening stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast. De portefeuillehouder Ruimtelijke Ordening is eerste aanspreekpunt binnen het college voor het opstellen van het bestemmingsplan. Door ons college te machtigen het verder noodzakelijke te verrichten, zijn wij bevoegd op te treden in een eventuele beroepsprocedure bij de Raad van State. 3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar? Juridische aspecten Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 13 april 2022 zes weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Na vaststelling van het bestemmingsplan door de raad wordt het vastgestelde plan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Na die termijn is het plan van kracht, tenzij beroep wordt ingesteld en voorlopige voorziening wordt gevraagd bij de Raad van State. Participatie en communicatie In het kader van de participatie is initiatiefnemer persoonlijk langs de direct omwonenden gegaan om het plan toe te lichten. Na een mondelinge toelichting -waar zonder uitzondering zeer positief op werd gereageerd- is een e-mail toegestuurd met de belangrijkste informatie. De omgeving is positief over het plan.
Algemene opinie was dat het plan een aanwinst voor de buurt zal zijn, zeker in vergelijking met de huidige bebouwing. 3.6 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd? Met de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad is de procedure afgerond. Indien tegen het plan beroep wordt ingesteld, zal de gemeenteraad op de hoogte worden gesteld van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hierover. 3.7 Wat betekent dit voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA)? Tot 2040 zijn er ongeveer 250.000 woningen nodig in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Dit plan draagt, ook al is het op beperkte schaal, bij aan de realisering van de woningbouwopgave in de MRA.
4. Ondertekening
• • •
Toelichting Regels Verbeelding
Bestemmingsplan
Groenezoom 1 Badhoevedorp
Mei 2022
Status: Vastgesteld
Bestemmingsplan Groenezoom 1 Badhoevedorp Vastgesteld
Bestemmingsplan “Groenezoom 1 Badhoevedorp”
Plannaam:
Groenezoom 1 Badhoevedorp
Plantype:
Bestemmingsplan
Status:
Vastgesteld
IMRO-nummer: NL.IMRO.0394.BPGbadxgroenezoom1-C001
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
Bestemmingsplan Groenezoom 1 Badhoevedorp Vastgesteld
TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Bestemmingsplan Groenezoom 1 Badhoevedorp Vastgesteld
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 5 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7
HOOFDSTUK 2 2.1 2.2 2.3
BESCHRIJVING PLANGEBIED .............................................................. 8
HUIDIGE SITUATIE ........................................................................................................................................ 8 GEWENSTE SITUATIE ..................................................................................................................................... 9 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 11
HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ........................................................................... 13 3.1 3.2 3.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 13 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 17 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 20
HOOFDSTUK 4 MILIEU-EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 23 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
GELUID .................................................................................................................................................... 23 BODEM.................................................................................................................................................... 24 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 24 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 26 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 27 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 29 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 30 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 31
HOOFDSTUK 5 WATERASPECTEN........................................................................ 34 5.1 5.2 5.3
VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 34 WATERTOETS ............................................................................................................................................ 36 WATERASPECTEN....................................................................................................................................... 36
HOOFDSTUK 6 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 38 6.1 6.2 6.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 38 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 38 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 39
HOOFDSTUK 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................... 41 HOOFDSTUK 8 INSPRAAK, VOOROVERLEG EN ZIENSWIJZEN ........................................ 42 8.1 8.2 8.3
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 42 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 42 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 42
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Bestemmingsplan Groenezoom 1 Badhoevedorp Vastgesteld
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 43 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6
BEELDKWALITEITSEISEN ....................................................................................................................... 43 AKOESTISCH ONDERZOEK INDUSTRIELAWAAI............................................................................................ 43 VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 43 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA ............................................................................................................... 43 NADER VLEERMUIZENONDERZOEK ......................................................................................................... 43 PARTICIPATIEVERSLAG......................................................................................................................... 43
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Bestemmingsplan Groenezoom 1 Badhoevedorp Vastgesteld
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op het bestaande kantoorperceel Groenezoom 1 in Badhoevedorp. Het voornemen is om de bestaande aanwezige kantoorbebouwing te slopen en ter plaatse drie vrijstaande woningen te realiseren. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldend bestemmingsplan “Badhoevedorp Lijnden Oost 1e herziening”, omdat op basis van het bestemmingsplan ter plaatse geen woningbouw is toegestaan. Om de voorgenomen woningbouwontwikkeling mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders, waarbij zal worden aangetoond dat de in dit bestemmingsplan beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied betreft het perceel Groenezoom 1 in het oosten van Badhoevedorp. De ligging van het plangebied (rode cirkel) in Badhoevedorp is indicatief weergegeven in afbeelding 1.1.
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: PDOK)
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan ‘Groenezoom 1 Badhoevedorp’ bestaat uit de volgende stukken: • •
verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0394.BPGbadxgroenezoom1-C001) en een renvooi; regels en bijbehorende bijlagen.
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Bestemmingsplan Groenezoom 1 Badhoevedorp Vastgesteld
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Badhoevedorp Lijnden Oost 1e herziening”. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 27 september 2012 door de gemeenteraad van Haarlemmermeer. Daarnaast gelden ter plaatse van het plangebied de volgende paraplubestemmingsplannen en geldt het volgende voorbereidingsbesluit: • • •
Parapluplan parkeerregels (vastgesteld op 4 oktober 2018); Parapluplan datacenter (vastgesteld op 22 oktober 2020); Voorbereidingsbesluit biomassacentrales 2021 (vastgesteld op 5 november 2020).
In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan “Badhoevedorp Lijnden Oost 1e herziening” weergegeven. Hierin is het plangebied indicatief met de rode omlijning aangegeven.
Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
1.4.2
Beschrijving bestemmingen en aanduidingen
Het plangebied heeft op basis van het geldende bestemmingsplan de bestemmingen ’Kantoor’ met een bouwvlak en maatvoeringsaanduiding ‘maximum bouwhoogte: 7m’. Daarnaast gelden de dubbelbestemming ‘Leiding – Riool’ en de ‘gebiedsaanduidingen ‘geluidszone – industrie’ en ‘luchtvaartverkeerzone – lib’. Hierna wordt kort ingegaan op de geldende bestemming en de gebiedsaanduidingen. ‘Kantoor’ BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Bestemmingsplan Groenezoom 1 Badhoevedorp Vastgesteld De voor ‘Kantoor’ aangewezen gronden zijn bestemd voor kantoren met onder meer daarbij behorend(e) verhardingen, in- en uitritten, groen en overige voorzieningen. Gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd met inachtneming van de maximum bouwhoogte zoals op de verbeelding is aangegeven. ‘Leiding – Riool’ De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar andere voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor een ondergrondse leiding voor het riool met de daarbij behorende belemmeringenstrook van 2 x 2,5 meter. ‘Geluidzone - industrie’ Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Geluidzone - Industrie' gelden, in verband met het gezoneerde industrieterrein Schiphol, beperkingen voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting vanwege bedrijfslawaai op geluidsgevoelige gebouwen- en terreinen. Nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen als bedoeld in de Wet geluidhinder, zijn uitsluitend toegestaan op de gronden met de aanduiding 'Geluidzone - Industrie' als de geluidbelasting op de gevels van deze gebouwen en/of terreinen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeurswaarde, dan wel indien een hogere waarde is verleend.
‘luchtvaartverkeerzone – lib’ Ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘luchtvaartverkeerzone – lib’ gelden voor het plangebied beperkingen ten aanzien van de hoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Daarnaast gelden beperkingen ten aanzien van de vogelaantrekkende werking.
1.4.3
Strijdigheid
Het voornemen bestaat om binnen het plangebied drie vrijstaande woningen en bijbehorende tuinen en voorzieningen te realiseren. Vanwege het ontbreken van de juiste bouw- en gebruiksregels is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en gewenste situatie in het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie NoordHolland en de gemeente Haarlemmermeer beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten waaronder de watertoets. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 8 gaat in op de inspraak en het vooroverleg.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Bestemmingsplan Groenezoom 1 Badhoevedorp Vastgesteld
HOOFDSTUK 2 2.1
BESCHRIJVING PLANGEBIED
Huidige situatie
Het plangebied betreft het kantoorperceel Groenezoom 1 in Badhoevedorp. De ruimtelijk- en functionele structuur van de omgeving kenmerkt zich vooral door woonbebouwing, groen en water. Ten noorden wordt het plangebied door een groenperceel begrensd. Ten oosten ligt de Groene zoom. Aan de zuidzijde bevindt zich een in het groen omsloten nutsvoorziening. De Kromme Tocht vormt de begrenzing aan de westzijde. Het plangebied zelf heeft een oppervlakte van circa 2.745 m2 en bestaat uit een kantoorgebouw met een oppervlakte van circa 650 m2 en een bouwhoogte van circa 6 meter. Verder is het plangebied bijna geheel voorzien van oppervlakteverharding. De luchtfoto in afbeelding 2.1 bevat een luchtfoto van de huidige situatie in het plangebied. In afbeelding 2.2 en 2.3 zijn respectievelijk een vogelvlucht en straatbeeld van het plangebied opgenomen.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto plangebied (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Bestemmingsplan Groenezoom 1 Badhoevedorp Vastgesteld
Afbeelding 2.2: Vogelvlucht plangebied (Bron: Atelier Dutch)
Afbeelding 2.3: Straatbeeld huidige situatie (Bron: Google Streetview)
2.2
Gewenste situatie
2.2.1
Voorgenomen ontwikkeling
Het voornemen is de bestaande kantoorbebouwing te slopen en hiervoor in de plaats drie ruimte vrijstaande woningen te realiseren. Er is daarmee sprake van een herontwikkeling van een bestaand bebouwd perceel. In afbeelding 2.4 is een indicatieve inrichtingstekening weergegeven. Afbeelding 2.5 bevat 3D impressies van de gewenste situatie. Belangrijk hierbij de vermelden is dat afbeelding 2.4 en 2.5 geen definitief uitgewerkte plannen betreffen. De definitieve tekeningen zullen na vaststelling van het bestemmingsplan bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen worden uitgewerkt. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan Groenezoom 1 Badhoevedorp Vastgesteld
Afbeelding 2.4: Inrichtingstekening gewenste situatie (Bron: Atelier Dutch)
Afbeelding 2.5: 3D impressies gewenste situatie (Bron: Atelier Dutch)
Woonperceel 1 heeft een oppervlakte van circa 1.225 m2. De woonpercelen 2 en 3 hebben een oppervlakte van respectievelijk circa 800 m2 en circa 665 m2. De te realiseren woningen zullen bestaan uit maximaal twee bouwlagen met daarbovenop een kap. Per perceel mag 27,5% bebouwd worden (hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken gezamenlijk), wat aansluit bij de bebouwingskorrel van de bestaande vrijstaande woningen aan de nabijgelegen Waalhavenstraat en Eelderstraat (25-30%) en de nieuwe woningen aan de Groene Zoom (plan Schuilhoeve, 25%). De te realiseren woningen staan minimaal 6 meter uit elkaar. Bijbehorende bouwwerken staan minimaal 4 meter uit elkaar. Qua rooilijn worden de woningen op minimaal 4 meter van de erfgrens aan voorzijde, parallel met de Groenezoom gesitueerd. De woningen worden groen ingepast, waarbij de erfscheidingen door middel van hagen worden gerealiseerd en bestaande bomen zoveel mogelijk behouden blijven. Aan de achterzijde van de percelen wordt een natuurvriendelijke oever gerealiseerd, waarbij per woning maximaal één steiger van maximaal vijf meter breed mag worden gerealiseerd. De woonkavels worden door middel van één ontsluiting op de Groenezoom ontsloten. Parkeren zal op eigen terrein plaatsvinden, waarbij per woning parkeerruimte voor minimaal drie auto’s wordt geboden.
De afzoming van de kavels naar de noord- en zuidzijde (naar het openbaar groen) vindt op ‘gelaagde wijze’ plaats, met een afwisseling van lage en hoge beplanting met gras, struwelen, hagen en bomen. Van noord naar zuid is dan dit te zien: Het gras loopt door in een rand met lage onderbeplanting en struwelen, waarin de BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan Groenezoom 1 Badhoevedorp Vastgesteld bestaande bomen (platanen) staan. Daarachter komt een boerenhaag van 1,50 tot 2,00 meter hoog, waarachter de woning en de tuinbeplanting te zien is. Op deze wijze worden op landschappelijke en robuuste wijze de kavels afgezoomd. In afbeelding 2.6 is de gewenste landschappelijke inpassing weergegeven.
Afbeelding 2.6: Landschappelijke inpassing (Bron: Atelier Dutch)
2.3
Verkeer en parkeren
2.3.1
Parkeren
Met het Handboek parkeernormen Haarlemmermeer zijn de parkeernormen uit het Deltaplan Bereikbaarheid geactualiseerd. De parkeernormen zijn gebaseerd op een landelijke richtlijn, uitgegeven door het CROW, publicatie 317. Met het handboek parkeernormen Haarlemmermeer en bijbehorende berekeningsblad kan voor benoemde situaties de parkeernorm op eenduidige wijze worden vastgesteld. Door combinaties van de zes in te voeren variabelen; functie, centrum ligging, stedelijkheid, afstand tot HOV-halte of station, recht op OV-vergoeding en doelgroep met traditioneel lager autobezit, wordt de parkeernorm gericht uitgerekend. De gemeentelijke parkeernormen gelden voor nieuwe ontwikkelingen, nieuwe uitbreidingen of herinrichtingen. In bestaande situaties is uitgegaan van de normen die golden ten tijde van de realisering. Sindsdien is het autobezit engebruik echter toegenomen. In een aantal gevallen leidt dat tot knelpunten. De oplossing voor dit soort knelpunten wordt gezocht in maatwerk. Het is niet realistisch om die gevallen te vergelijken met huidige parkeernormen. In plaats daarvan moeten er oplossingen komen, die gebaseerd zijn op onderzoek van de bestaande situatie. Gemiddeld wordt de set parkeernormen elke drie tot vier jaar door het CROW geüpdatet.
Wanneer de volgende update plaatsvindt, wordt het handboek waar nodig herzien en de toepasbaarheid van de landelijke kencijfers in Haarlemmermeer getoetst. Toetsing aan het handboek Op basis van het Handboek parkeernormen Haarlemmermeer zijn de onderstaande specificaties op voorliggend plan van toepassing: •
Stedelijkheidsgraad:
Sterk stedelijk
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan Groenezoom 1 Badhoevedorp Vastgesteld • • •
Ligging: Bandbreedte: Functie:
Rest bebouwde kom Maximum Koop vrijstaand
Op basis van bovenstaande uitgangspunten geldt een parkeerbehoefte van 2,5 parkeerplaats per woning. Zoals uit afbeelding 2.4 blijkt is per woonperceel voldoende ruimte voor het realiseren van drie parkeerplaatsen, waarmee in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien.
2.3.2
Verkeersgeneratie
Om de verkeersgeneratie van het initiatief te berekenen is gebruik gemaakt van de kencijfers voor verkeersgeneratie, zoals opgenomen in CROW publicatie 381. Voor de aanwezige functies is hierbij uitgegaan van het ‘maximale kencijfer’ voor de ‘rest bebouwde kom’ in ‘sterk stedelijk’ gebied. Dit uitgangspunt komt overeen met het gemeentelijke parkeerbeleid. Op basis van hiervoorgenoemde uitgangspunten geldt een verkeersgeneratie van 8,6 verkeersbewegingen per weekdagetmaal per woning. De totale verkeersgeneratie van de voorgenomen ontwikkeling komt hiermee uit op (3*8,6) 25,8 afgerond 26 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Hierbij wordt opgemerkt dat de verkeersbewegingen als gevolg van de bestaande kantoorfunctie komen te vervallen. Per saldo zal er daarmee waarschijnlijk geen sprake zijn van een toename van het aantal verkeersbewegingen. Bovendien heeft de Waalhavenstraat (de Groenezoom zal verdwijnen) voldoende capaciteit om een geringe toename in het aantal verkeersbewegingen veilig en vlot af te wikkelen. Vanuit verkeerskundig oogpunt zijn er dus geen belemmeringen.
2.3.3
Conclusie
Gelet op het vorenstaande vormt het aspect ‘verkeer en parkeren’ geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan Groenezoom 1 Badhoevedorp Vastgesteld
HOOFDSTUK 3
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.
3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.
Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan Groenezoom 1 Badhoevedorp Vastgesteld 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
3.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
3.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2), de voorloper van de NOVI, opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan Groenezoom 1 Badhoevedorp Vastgesteld 3.1.2.2 Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet op het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). In voorliggend is sprake van een ontwikkeling waarbij drie woningen binnen bestaand stedelijk gebied worden gerealiseerd. Nadere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarmee niet aan de orde.
3.1.3
Luchthavenindelingsbesluit
3.1.3.1 Algemeen Met de inwerkingtreding van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol in 2003 (LIB 2003) zijn ruimtelijke beperkingen opgelegd aan de omgeving van Schiphol. Enerzijds om de veiligheid van het luchtverkeervan en naar Schiphol in afdoende mate te kunnen waarborgen, anderzijds om de mensen die rondom Schiphol leven voldoende te beschermen tegen geluidhinder en externe veiligheidsrisico’s. Het LIB is op het onderdeel vliegveiligheid geactualiseerd in 2015. De regels over geluid en externe veiligheid zijn in 2017 herzien. Hierbij is de zogenaamde 20Ke-contour uit de (inmiddels vervallen) Nota Ruimte opgenomen in het LIB. In een latere fase wordt ook de ligging van de beperkingengebieden vanwege geluid en externe veiligheid aangepast. In bijlage 3 van het LIB zijn 5 zones aangewezen. Zones 1 en 3 zijn ingesteld vanwege externe veiligheid (EV). Zones 2 en 4 betreffen beperkingen vanwege geluid. Zone 5 is een planologisch afwegingsgebied gebaseerd op de zogenaamde 20Ke-gebied uit de inmiddels vervallen Nota Ruimte.
3.1.3.2 20 Ke-contour Schiphol heeft voor de toekomst ruimte nodig om uit te breiden. Daarom mogen binnen de zogenaamde 20 Ke-contour geen nieuwe uitleglocaties ten behoeve van woningbouw worden ontwikkeld. Herstructurering, intensivering en transformatie in bestaand stedelijk gebied zijn binnen de 20 Ke-contour nu en in de toekomst wel mogelijk.
3.1.3.3 Bouwbeperkingen In afbeelding 3.1 is een uitsnede van de bouwbeperkingenkaart uit het luchthavenindelingsbesluit weergegeven. Te zien is dat het plangebied (rode stip) buiten de beperkingenzone valt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan Groenezoom 1 Badhoevedorp Vastgesteld
Afbeelding 3.1 Uitsnede bouwbeperkingenkaart (Bron: Luchthavenindelingsbesluit)
3.1.3.4 Hoogteberkingen In het LIB zijn ook hoogtebeperkingen aangegeven. Het plangebied (rode marker) kent in het LIB een maximale bebouwingshoogte van 29 meter. In afbeelding 3.2 is een uitsnede hiervan weergegeven. Voorliggend bestemmingsplan maakt geen bebouwing boven de 29 meter hoogte mogelijk.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan Groenezoom 1 Badhoevedorp Vastgesteld
Afbeelding 3.2 Uitnsede hoogtebeperkingenkaart (Bron: Luchthavenindelingsbesluit)
3.1.3.5 Vogelprotectiegebied Het plangebied valt geheel binnen het gebied dat beperkingen oplegt ten aanzien van vogelaantrekkende bestemmingen. Tot de vogelaantrekkende bestemmingen worden in het Luchthavenindelingbesluit genoemd (artikel 2.2.3): industrie in de voedingssector met extramurale opslag of overslag, viskwekerijen, opslag of verwerking van afvalstoffen, natuurreservaten en vogelreservaten, moerasgebieden en oppervlaktewater groter dan 3 hectare. Dit laatste geldt voor nieuw aan te leggen water. In voorliggend bestemmingsplan worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die strijdig zijn met het LIB ten aanzien van vogelprotectiegebieden.
3.1.4
Conclusie toetsing aan het rijksbeleid
Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.
3.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Structuurvisie NoordHolland 2050 en de daarbij behorende Provinciale Ruimtelijke Verordening.
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Holland 2050
3.2.1.1 Algemeen Op 19 november 2018 is door de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 vastgesteld. Hierin is de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie wil zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zo kunnen we voor toekomstige generaties het welvaarts- en welzijnsniveau in Noord-Holland op een hoog niveau houden. Dit betekent dat in Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd; de ruimte voor economische ontwikkeling wordt altijd in samenhang met dit uitgangspunt beschouwd. Duurzame economische ontwikkeling is nodig voor de werkgelegenheid en daarmee voor de bestaanszekerheid van
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan Groenezoom 1 Badhoevedorp Vastgesteld inwoners; de provincie Noord-Holland wil ook in de toekomst een provincie zijn voor iedereen zodat de provincie sociaal-inclusief kan worden gehouden. Maar ook om de grote investeringen op te brengen die nodig zijn voor onder meer de transitie naar een duurzame-energiehuishouding, de overgang naar een circulaire economie en het behoud van het karakteristieke landschap. In de wetenschap dat de wereld waarmee Noord-Holland is verbonden continu verandert, geeft deze visie enerzijds richting en daarmee houvast naar een onbekende toekomst, en anderzijds voldoende ruimte en handelingsperspectief om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. Er wordt dus geen eindbeeld voor 2050 gepresenteerd. Deze visie laat in algemene zin wel zien wat onze ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema’s gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving. Daarnaast worden vijf samenhangende bewegingen geschetst: bewegingen die laten zien hoe wordt omgegaan met opgaven die op de samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren.
Dat wordt gedaan door een aantal ontwikkelprincipes en randvoorwaarden mee te geven om de beweging naar de toekomst te kunnen maken. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: 1.
2.
3.
4. 5.
Dynamisch schiereiland – hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. Metropool in ontwikkeling – hierin beschrijven we hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem vergroten we de agglomeratiekracht. Sterke kernen, sterke regio’s – deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. Nieuwe energie – in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving – deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector.
Alle vijf bewegingen hebben een economische drijver. Van de kansen die de kusten bieden voor toeristischrecreatieve ontwikkeling in Dynamisch schiereiland tot de economische mogelijkheden die de transitie naar duurzame energie bieden voor de ‘draaischijven’ Den Helder en NZKG. De bewegingen verbinden deze economische kansen aan het versterken van de leefbaarheid, juist met het oog op duurzame economische groei. Bijvoorbeeld door de ontwikkeling van het metropolitane landschap nadrukkelijk onderdeel te maken van het gehele metropolitane systeem, inclusief de verstedelijking, alsook om de agrifoodsector te ondersteunen als partner om de biodiversiteit te vergroten. Dynamische schiereiland Hierbij gaat het om het benutten van de unieke ligging. Waar mogelijk moeten de ecologische waarden worden vergroot. Ook moeten economische kansen van de unieke ligging voor energietransactie en recreatie en toerisme met een goede balans tussen rust en reuring benut worden. De beweging Dynamisch schiereiland richt zich op het veilig houden van onze kusten en het benutten van de kansen die de unieke ligging als schiereiland biedt. Sterken kernen, sterke regio’s De beweging ‘Sterke kernen, sterke regio’s’ beoogt handvatten te geven om de werkgelegenheid, het voorzieningenniveau en de bereikbaarheid op peil te houden.
Ook bevat de beweging handvatten om dorpen, steden en regio’s de krachtige identiteit die ze zo kenmerkt te laten behouden of te ontwikkelen. Belangrijk hierbij is onder andere het behoud en de ontwikkeling van krachtige identiteiten en de mogelijkheid om te bouwen voegen naar de vraag van dat moment. De beweging Sterke kernen sterke regio’s heeft tot doel het netwerk van steden en kernen qua voorzieningenniveau, economische ontwikkeling en woningbouwontwikkeling sterker te maken. En om de verschillende kernen en regio’s de krachtige identiteit die ze zo kenmerkt te laten behouden en te ontwikkelen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan Groenezoom 1 Badhoevedorp Vastgesteld 3.2.1.2 Toetsing van het initiatief aan de Provinciale Omgevingsvisie Het voornemen voorziet in het realiseren van drie vrijstaande woningen ter plaatse van een bestaand kantoorperceel. De woningen voorzien in lokale behoefte naar woningen, zoals ook blijkt uit paragraaf 3.3.2. Als gevolg van het voornemen wordt bijgedragen aan de diversiteit en variatie binnen woonmilieus en de leefbaarheid in de kern Badhoevedorp, waarmee wordt bijgedragen aan ambitie 1 en 3. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de ‘Omgevingsvisie Noord-Holland 2050’.
3.2.2
Omgevingsverordening NH 2020
3.2.2.1 Algemeen Aanvullend op de reeds vastgestelde Omgevingsvisie NH2050, zijn belangrijke onderwerpen uit de Omgevingsvisie verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. De Omgevingsverordening is op 22 oktober 2020 vastgesteld. De omgevingsverordening is van toepassing op bestemmingsplannen, beheersverordeningen, wijzigings- en uitwerkingsplannen en omgevingsvergunningen waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplannen als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 onderdeel a onder 3 of lid 2 van de Wabo.
3.2.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening NH 2020 In voorliggend geval is uitsluitend artikel 6.3 (nieuwe stedelijke ontwikkeling) van toepassing. Hierna wordt nader op dit artikel ingegaan. Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkeling 1. Een bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2. Gedeputeerde staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid. In de verordening is het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ als volgt gedefinieerd: ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid onder i, van het Besluit ruimtelijke ordening. In het Besluit ruimtelijke ordening is het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ nader gedefinieerd als: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Toetsing van het initiatief aan artikel 5a van de Omgevingsverordening NH 2020 De in voorliggend plan besloten ontwikkeling betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling is in overeenstemming met de gemeentelijke en regionale woonvisie en daarmee met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken (zie paragraaf 3.4.2).
Geconcludeerd wordt dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 6.3 van de Omgevingsverordening NH 2020.
3.2.3
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de provinciale beleidsambities zoals verwoord in de Structuurvisie Noord-Holland 2050 en verankerd in de Provinciale Ruimtelijke Verordening.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan Groenezoom 1 Badhoevedorp Vastgesteld
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie Haarlemmermeer 2030
3.3.1.1 Algemeen In de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 worden belangrijke ambities, speerpunten en opgaven voor Haarlemmermeer tot 2030 beschreven. De Structuurvisie stelt kaders voor de ontwikkeling van Haarlemmermeer. De ambities voor Haarlemmermeer in 2030 zijn als volgt benoemd: • • • •
Sterke gevarieerdheid en atypische stedelijkheid benutten; Duurzaam en klimaatbestendig; Fysiek en sociaal duurzaam verbonden met elkaar en met de omgeving; Blijvend gepositioneerd als attractieve ontmoetingsplaat.
Er ligt al veel vast: de programmatische toekomst, tot 2030, is grotendeels al bepaald. Bij alle ontwikkelingen wordt steeds gestreefd naar hoge kwaliteit en grote ruimtelijke en sociale samenhang. De waterstructuur, de infrastructuur en de groenstructuur vormen samen een integraal ruimtelijk raamwerk.
3.3.1.2 Visie: een aantrekkelijk woon-, werk- en leefklimaat De gemeente Haarlemmermeer wil ruimte geven aan de veranderende samenleving. De gemeente kent een grote variatie aan woon- en werkmilieus, groengebieden en voorzieningen, wat een belangrijke kwaliteit is. Deze kwaliteit moet worden versterkt. Het voorzieningenniveau wordt op maat gemaakt, afhankelijk van kern of wijk, leefstijl van de inwoners en mogelijke complementariteit met andere lokale of regionale voorzieningen. In het bijzonder bij het realiseren van de woningbouwopgave en het aanbod van voorzieningen is complementariteit het uitgangspunt. Bij nieuwbouw wordt niet alleen op middenklassengezinnen gericht, maar ook voor andere doelgroepen, zoals jongeren en senioren.
3.3.1.3 Toetsing aan de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 De voorgenomen voorziet in het realiseren van drie vrijstaande woningen op een bestaand kantoorperceel. Het plangebied krijgt hiermee een duurzame en toekomstbestendige vervolgfunctie. Daarnaast wordt er een bijdrage geleverd aan de grote woningbouwbehoefte in de gemeente Haarlemmermeer. Het voornemen zorgt voor doorstroming op de woningmarkt, aangezien nieuwe bewoners een bestaande woning achterlaten. Al met al wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 is.
3.3.2
Woonbeleidsprogramma 2019-2025: Het verschil maken
3.3.2.1 Algemeen In juli 2019 heeft de Metropoolregio Amsterdam (MRA) de ‘Woondeal’ met het Rijk ondertekend. Hierin is afgesproken dat de regio aan de lat staat om voor het jaar 2040 230.000 nieuwe woningen in alle prijssegmenten bij te bouwen. Als gevolg van de woondeal is bepaald dat in Haarlemmermeer ruimte is voor het realiseren van 20.000 woningen tot 2040.
3.3.2.2 Visie Door nieuwbouw komen meer bestaande woningen vrij. De oplevering van een woning veroorzaakt vaak een verhuisketen zodat ook in de voorraad verhuiswensen worden vervuld. Locatie is bepalend voor het
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan Groenezoom 1 Badhoevedorp Vastgesteld woonmilieu waarin wordt gebouwd. In de centrale kernen Hoofddorp, Nieuw-Vennep en Badhoevedorp geldt een regionale oriëntatie. Hier zijn veel voorzieningen en banen. In bestaande wijken domineert het naoorlogse suburbane milieu. Met nieuwbouw wordt het verschil gemaakt en wordt de diversiteit van het aanbod vergroot. De centrale kernen hebben zich in de laatste vijftig jaar ontwikkeld tot herkenbare woonwijken met een sterk sub-urbaan karakter. Bij uitleglocaties en transformatie binnen bestaand stedelijk gebied wordt gekozen voor een aanvullend woonmilieu. Er worden buurten en wijken gerealiseerd met hogere of juist lagere woningdichtheden dan we nu in Haarlemmermeer kennen. Op binnenstedelijke locaties wordt tegemoet gekomen aan de behoefte aan compacte woningen voor starters en ouderen. In het centrum van Hoofddorp (ondermeer Hydepark) wordt in een hoge dichtheid gebouwd die hoort bij het woonmilieu ‘stedelijk plus’. Een woonmilieu dat tot voor kort in Haarlemmermeer niet voorkwam. In uitbreidingswijken rond de centrale kernen is ruimte voor landelijk wonen ten behoeve van gezinnen die door welvaartsstijging een stap naar een luxere (half)vrijstaande woning willen maken.
3.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke woonvisie Het voornemen voorziet in het realiseren van drie ruime vrijstaande woningen, op de rand met de nieuw te realiseren woonwijk Schuilhoeve. Het bestaande kantoorgebouw zonder duurzaam toekomstperspectief zal hierbij worden gesloopt, waarmee het plangebied een nieuw en duurzaam toekomstperspectief wordt geboden. Er wordt hiermee een bijdrage geleverd aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Het voornemen voorziet vooral in de woningbouwbehoefte van gezinnen die op een ruime kavel willen wonen. Doordat deze gezinnen bestaande woningen achterlaten, draagt het voornemen bij aan het op gang brengen van doorstroming op de woningmarkt. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het gemeentelijk woonbeleid.
3.3.3
Beeldkwaliteitsplan Definitief Stedenbouwkundig Ontwerp (DSO) Schuilhoeve
3.3.3.1 Algemeen Het plangebied maakt deel uit van Beeldkwaliteitsplan Definitief Stedenbouwkundig Ontwerp (DSO) Schuilhoeve, te weten van deelgebied ‘Wonen bij het park’. Hierna wordt op de belangrijkste kwaliteiten van dit deelgebied ingegaan.
3.3.3.2 Wonen bij het park Het centraal gelegen wijkpark is een belangrijke drager van het plan Schuilhoeve. Het park vormt een onderdeel van het geplande lint. Er is veel groen aanwezig, maar de kwaliteit ervan is matig. Aan het deelgebied komen bestaande en nieuwe woningen met hun front te liggen. De hoofdkarakteristieken van het deelgebied zijn: • • •
Voorname buurt aan het park; Behoud en aanplant van sculpturale boompartijen in gazon; Waterpartijen in Engels landschapsstijl.
Ten aanzien van bebouwing geldt het volgende: • • • •
Front aan park en plantsoen; Inzetten op maximaal 3 bouwlagen (voorkeur twee bouwlagen met een kap); Statige kappen; Bijgebouwen en parkeeropstelplek vanuit het park niet zichtbaar.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan Groenezoom 1 Badhoevedorp Vastgesteld 3.3.3.3 Toetsing van het initiatief aan Beeldkwaliteitsplan Definitief Stedenbouwkundig Ontwerp (DSO) Schuilhoeve Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling zijn beeldkwaliteitseisen opgesteld die aansluiten bij de eisen uit het Beeldkwaliteitsplan Definitief Stedenbouwkundig Ontwerp. Deze beeldkwaliteitseisen zijn als bijlage 1 bijgevoegd. Het ontwerp van de woningen zal voldoen aan de beeldkwaliteitseisen. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning zal het definitieve ontwerp hieraan getoetst worden. Op voorhand wordt geen belemmering verwacht.
3.3.4
Masterplan Badhoevedorp
3.3.4.1 Algemeen Het Masterplan Badhoevedorp (Centrum) dat op 12 juni 2008 door de gemeenteraad is vastgesteld geldt als ontwikkelingskader voor Badhoevedorp. Het masterplan geeft in grote lijnen weer wat in de toekomst gaat gebeuren in Badhoevedorp en stelt de ruimtelijke, functionele en financiële kaders vast. Een belangrijk uitgangspunt in het masterplan is behoud van het dorpse karakter. De basis van het plan is een raamwerk van groene openbare ruimten met parken, plantsoenen, waterpartijen, bomenlanen, straten en langzaam verkeerroutes. Op en langs het voormalige tracé van de A9 wordt de vrijkomende ruimte gebruikt om nieuwe hoogwaardige woongebieden te realiseren binnen de bebouwde kom van Badhoevedorp. Deze gebieden krijgen al naar gelang hun positie in de ruimtelijke structuur een eigen karakteristiek.
3.3.4.2 Groenezoom De ruimtelijke hoofdstructuur van de oostkant van Badhoevedorp wordt gevormd door de licht gebogen bomenlanen, plantsoenen en singels. Het groengebied grenzend aan het tracé van de A9 gaat hier deel van uit maken. Na het verdwijnen van de snelweg wordt de Groene Zoom nog meer dan nu het geval is een langgerekt en centraal gelegen plantsoen. Dit plantsoen maakt deel uit van het raamwerk van bestaande en nieuwe groene vertakkingen vanaf de Groene Zoom.
3.3.4.3 Toetsing van het initiatief aan het Masterplan Badhoevedorp Het voornemen voorziet in de sloop van een bestaand kantoorpand. De locatie is in de huidige situatie volledig voorzien van bebouwing en erfverharding. Het bestaande pand is relatief groot en belemmert de groene verbinding, die het masterplan beoogt, tussen de bestaande wijk en de nieuwe wijk Schuilhoeve. Hiervoor in de plaats worden drie vrijstaande woningen in een groene setting gerealiseerd. Door de groene inpassing wordt de verbinding tussen oude en nieuwe wijk verbeterd. Het plan is daarmee in overeenstemming met het Masterplan Badhoevedorp.
3.3.5
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsuitgangspunten, zoals verwoord in de in deze paragraaf behandelde beleidsstukken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan Groenezoom 1 Badhoevedorp Vastgesteld
HOOFDSTUK 4
MILIEU-EN OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en Besluit Milieueffectrapportage.
4.1
Geluid
4.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen.
4.1.2.1 Wegverkeerslawaai Algemeen In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben. De grootte van de bij het type weg horende geluidszone is opgenomen in onderstaande tabel. Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
De zones uit de tabel gelden niet voor: • •
wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).
In voorliggend geval ligt het plangebied nabij de Groenezoom en Rijstvogelstraat. In de huidige situatie betreffen dit wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur. Deze wegen gaan echter deel uitmaken van wandel- en fietsroute Het Lint. De verkeersintensiteiten zullen dan ook geheel komen te vervallen. Deze wegen kunnen dan ook verder buiten beschouwing gelaten worden. De A-4 bevindt zich op circa 800 meter van het plangebied, waardoor de te realiseren woningen niet binnen de wettelijke geluidszone van de A-4 liggen.
4.1.2.2 Railverkeerslawaai De te realiseren woningen liggen niet binnen een wettelijke geluidszone van een spoorweg. Een akoestisch onderzoek railverkeerslawaai kan achterwege blijven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan Groenezoom 1 Badhoevedorp Vastgesteld 4.1.2.3 Industrielawaai Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidszone zone van Schiphol-Oost. Er is daarom een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. De bijbehorende rapportage is als bijlage 1 bijgevoegd. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten en conclusies ingegaan. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting van de geplande woningen aan de Groenezoom, vanwege het industrieterrein Schiphol-Oost, de voorkeurswaarde van 50 dB(A) overschrijdt. De geluidbelasting overschrijdt niet de maximale ontheffingswaarde van 55 dB(A). Voor de woningen dient een hogere waarde te worden vastgesteld. De woningen beschikken over een geluidluwe zijde voor industrielawaai.
4.1.2
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat de Wet geluidhinder met het vaststellen van de benodigde hogere waarde in het kader van industrielawaai geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het plan.
4.2
Bodem
4.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht. In voorliggend is ter plaatse van het plangebied door Terra Agribusiness een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd. Hierna wordt ingegaan op de conclusie en aanbevelingen van de verschillende onderzoeksrapporten.
4.2.2
Onderzoeksresultaten
In het bovengrondmengmonster (BM1) zijn lichte verhogingen PCB (Som 7), kobalt, zink, cadmium, kwik en minerale olie aangetroffen. In het bovengrondmengmonster (BM2) zijn lichte verhogingen PCB (som 7) en zink aangetroffen. In het ondergrondmengmonster (OM1) zijn lichte verhogingen PCB (som 7), zink en minerale olie aangetroffen. In het ondergrondmengmonster (OM2) zijn lichte verhogingen PCB (som 7), zink, kwik en minerale olie aangetroffen. In het grondwatermonster (PB1 WM1) is een lichte verhoging barium aangetroffen. In het indicatief geanalyseerde mengmonster voor PFAS zijn geen concentraties aangetroffen boven de toepassingsnorm van 1,9 μg/kg voor PFOA en 1,4 μg/kg voor PFOS en overige PFAS. Na beoordeling van de resultaten aan het kader van het Tijdelijk Handelingskader zou de locatie voldoen aan de functieklasse Altijd toepasbaar volgens het generieke beleid. Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik.
4.2.3
Conclusie
Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1
Algemeen