CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Samenwerkingsverbanden gemeente Haarlemmermeer (13170129)

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 28 mei 2026, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Samenwerkingsverbanden gemeente Haarlemmermeer (13170129)4.069 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente

Haarlemmermeer

raadsvoorstel Onderwerp

Regionale (en (inter-)nationale) samenwerkingsverbanden gemeente Haarlemmermeer (n.a.v. motie juni 2024)

Portefeuillehouder Werkgroep Werkwijzen Raad (WWR) en Werkgroep Metropoolregio Amsterdam (MRA) Steller /inlichtingen WWR-vergadering Werkgeverscommissiegriffier vergadering

Raadsvergadering

Raadsvoorstelnummer

Jaap Baars, 06-23234267, j.baars@haarlemmermeer.nl 16 oktober 2025 en 19 februari 2026 3 maart 2026

n.t.b.

13170129

1. Voorstel besluit Werkgroep Werkwijzen Raad (WWR) en Werkgroep Metropoolregio Amsterdam (MRA) besluiten om de raad de volgende beslispunten voor te leggen, die in het raadsvoorstel verder worden toegelicht. 1.

6.

Bij aanvang van de raadsperiode 2026 — 2030 een pilot gericht op de volgende 3 + 1 samenwerkingsverbanden te starten: - De Metropoolregio Amsterdam (MRA) - De Veiligheidsregio (VRK) - De Vervoersregio Amsterdam (VRA) +_een op grond van de actualiteit (wisselend) te betrekken samenwerkingsverband (netwerk, gemeenschappelijke regeling, verbonden partij etc); Met de pilot de volgende doelstellingen te bereiken: - a) een structureel en tijdig inzicht in de beleidsvorming- en uitvoering vanuit deze belangrijkste samenwerkingsverbanden; -b) zodat de raad effectief kaders kan stellen en toezicht kan houden op actuele beleidsontwikkelingen- en resultaten. Om in Q2 2026 een uitvoeringsagenda voor 2026 en 2027 op te stellen ten behoeve van de doelstellingen van de pilot; _De informatiepositie van de raad in een Nota Regionale en ((inter-) nationale) samenwerkingsverbanden voor de gemeenteraad Haarlemmermeer verder uit te laten werken door de werkgroepen WWR en MRA, op grond van de ervaringen die gedurende 2026 worden opgedaan. Deze nota in in q4 van 2026 aan de raad voor te leggen. _Na1jaarervaring te hebben opgedaan een voortgangsverslag op grond van een tussentijdse peiling over de ervaringen aan de raad uit te brengen, via de betrokken werkgroep te doen. Een formele evaluatie medio einde 2028 uit te voeren. Dit raadsvoorstel ter kennisgeving aan het college te zenden.

2.

Samenvatting

2.

3. 4.

5.

samenwerkingsverbanden gemeente Haarlemmermeer (motie juni 2024)

pagina 2

Op 4 juli 2024 gaf de raad met de motie Beter inzicht in regionale zaken zijn wens tot grip op gemeentelijke samenwerkingsverbanden aan. De Raad vindt dat het onvoldoende inzichtelijk is op welke momenten er over welke onderwerpen gesproken wordt in de verschillende samenwerkingsverbanden. Op 2 oktober 2025 heeft het college een informatieve bijeenkomst verzorgd waarin dr. Rob de Greef aan de hand van zijn presentatie Grip op samenwerking zijn expertise met de raad heeft gedeeld. Hij ging daarbij in op de vernieuwde Wet gemeenschappelijke regelingen, de diversiteit van samenwerkingsvormen en de organisatie van informatievoorziening. De aanbevelingen die hieruit zijn voortgekomen betreffen het eerste kader voor de uitwerking van een voorstel aan de raad, namelijk dat in essentie dient te worden bepaald bij welke samenwerkingsverbanden de raad pro-actief geïnformeerd wil zijn. Het is zinvol om te richten op de verbanden die financieel en/of beleidsmatig impact hebben én te beïnvloeden zijn.

3.

Uitwerking

3.1 Wat willen we bereiken? De raad wil bereiken dat voldoende inzichtelijk is op welke momenten er over welke onderwerpen wordt gesproken in samenwerkingsverbanden die impact op de gemeente hebben. Daar waar het college zitting heeft in samenwerkingsverbanden is het aan de Raad om het college kaders mee te geven. Voor de raad is daartoe een betere informatiepositie nodig om zo via het college invloed op samenwerkingsverbanden uit te kunnen oefenen en op ontwikkelingen toezicht te houden. Criteria voor selectie van samenwerkingsverbanden zijn: 1, Het maatschappelijk belang 2:

En/of de financiële impact.

3

Vervolgens is relevant of het pro-actief informeren ook leidt tot meer (raads-)invloed en of dit de (extra) lees- en bespreektijd waard is.

bram

Inspanning Invloed

Watis de aanleiding, context? In de motie is het college verzocht om de raad te informeren over wat er per verbonden partij/gemeenschappelijke regeling/samenwerkingsverband is afgesproken. De motie vraagt het college om de raad een voorstel te doen om op een effectieve, transparante en eenduidige manier periodiek geïnformeerd te worden. Het college heeft hierop een informatieve bijeenkomst georganiseerd en voor het overige aangegeven dat er geen capaciteit is om aan het gevraagde uitvoering te geven. Binnen de gemeente blijkt er geen overkoepelend inzicht in de verschillende samenwerkingsverbanden aanwezig te zijn, noch een register bijgehouden te worden. Het college is overigens van opvatting dat de raad zijn wensen ten aanzien van zijn informatiepositie ten tijde van de actualisatie van de statuten van gemeenschappelijke regelingen i.h.k.v. de in 2022 vernieuwde Wet gemeenschappelijke regelingen zelf heeft laten liggen. De WWR en werkgroep MRA hebben middels dit initiatiefvoorstel de handschoen opgepakt om zo het onderlinge gesprek tussen de Raad en zijn leden en het College op het gebied van regiozaken te gaan versterken en intensiveren. Het doel van de voorgestelde pilot is dat de Raad meer grip krijgt op - en inzicht in- de

samenwerkingsverbanden gemeente Haarlemmermeer (motie juni 2024)

pagina 3

belangrijkste samenwerkingsverbanden. De raad verbetert daartoe zijn informatiepositie en gaat in raadssessie met elkaar en met het college in gesprek over de belangrijkste ontwikkelingen in (i.c.) de Metropoolregio Amsterdam, De Vervoersregio Amsterdam en de Veiligheidsregio Kennemerland. Er wordt ervaring opgedaan met een structurele raadswerkwijze om ook op de regionale agenda te kunnen schakelen via het college. 3.1.1 Watis de beleidstheorie en het beleidsdoel? Beleidsdoel De gemeenteraad beschikt over een structureel en eenduidig inzicht in de belangrijkste samenwerkingsverbanden, zodat zij effectief kaders kan stellen en toezicht kan houden op de belangrijkste regionale ontwikkelingen vanuit samenwerkingsverbanden. Het voorstel is om de pilot te richten op de MRA, VRA en VRK. Beleidstheorie Regionale samenwerking vindt in toenemende mate plaats via verbonden partijen, gemeenschappelijke regelingen en informele netwerken. In deze samenwerkingsvormen opereert het college namens de gemeente, terwijl de gemeenteraad verantwoordelijk blijft voor kaderstelling en toezicht. Omdat de informatievoorziening aan de raad fragmentarisch of incidenteel is, is de informatiepositie van de raad te beperkt om zijn rol en taak in het gemeentebestuur te spelen.

Dit kan leiden tot verminderde sturingsmogelijkheden en een afname van democratische legitimiteit, in ieder geval ten aanzien van regionale samenwerking. Door structurele en periodieke informatievoorziening, expliciete inventarisatie van informatieafspraken en versterking van het gesprek tussen raad en college wordt de informatiepositie en het inzicht van de raad verbeterd. Dit stelt de raad beter in staat zijn kaderstellende en controlerende rol te vervullen en draagt bij aan transparante en democratisch gelegitimeerde regionale samenwerking. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen? Voorgesteld wordt om een start met de informatiepositie te maken bij drie samenwerkingsverbanden, die maatschappelijke en financiële impact hebben en waarop invloed uitgeoefend kan worden. Voorgesteld worden de Metropoolregio Amsterdam (MRA / een netwerkorganisatie), de Vervoerregio Amsterdam (VRA / een gemeenschappelijke regeling) en de Veiligheidsregio Kennemerland/GGD (VRK / een gemeenschappelijke regeling). Wat zijn de argumenten? De drie samenwerkingsverbanden hebben impact, een informatiestructuur met website, nieuwsbrieven en updates die per mail worden verzonden. Primaire informatievoorwaarden voor de beoogde doelstellingen zijn daarmee aanwezig maar hebben nu geen duidelijk verband voor en met de raad (los zand-verband en verder zoeken naar spelden in een hooiberg).

Ten aanzien van de VRA en VRK geldt tevens dat informatievoorziening zowel in ieder van de statuten, de Wet gemeenschappelijke regelingen én het gemeentelijk beleidskader voor Verbonden Partijen is bepaald, maar nog niet zo duidelijk tot uitdrukking komt. Dit bestaande kader kan actief worden geoperationaliseerd, te beginnen metde daarop te vestigen aandacht van de raad. Ambtelijk en bestuurlijk is Haarlemmermeer vertegenwoordigd in de MRA, VRA en VRK met collegeleden in de dagelijks besturen. Vanuit de werkgroep- en raadstafel MRA is er reeds betrokkenheid van de raad bij de MRA. Dat geldt ook voor het (voor-)overleg in de AMwerkgroep, als onderdeel van de MRA deelregio / Amstelland-Meerlanden.

Informatie

ee inioed

samenwerkingsverbanden gemeente Haarlemmermeer (motie juni 2024)

pagina 4

De begroting van de Metropoolregio Amsterdam bedraagt ruim 9 miljoen en gaat terug op een bijdrage per inwoner door ieder van de deelnemende gemeenten (” 1,62 / 2026). Daarnaast levert de gemeente een onbekende omvang aan ambtelijke capaciteit aan de netwerkorganisatie.

Metropolitane regio’s zoals de MRA zijn er omdat economische en maatschappelijke systemen groter zijn geworden dan individuele gemeenten, maar kleiner dan nationale staten. De Metropoolregio Amsterdam is een samenwerkingsverband gericht op de strategische ontwikkeling van de metropoolregio als functioneel economisch en ruimtelijk systeem. De samenwerking is gericht op het versterken van de internationale concurrentiekracht, het afstemmen van ruimtelijke en economische ontwikkeling en het gezamenlijk adresseren van regionale vraagstukken die de schaal van individuele gemeenten overstijgen.

De MRA heeft geen wettelijke taken, maar werkt wel aan strategische invloed en internationale positionering. De netwerkvorm maakt dat de MRA bestuurlijk een lichtgewicht is en de belangen maken dat het politiek en strategisch een zwaargewicht is. Er wordt door de MRA ook actief deelgenomen met een MRA-lobby in de Europese Unie. In een studie van de Raad van Europa (‘centre of expertise for good governance’)! als een goed voorbeeld uit de bus.

De begroting Vervoerregio Amsterdam bedraagt over 2026 “621 miljoen, die met de BDU (Brede Doel Uitkering) voornamelijk uit rijksinkomsten bestaat. De gemeente draagt financieel niet zelf structureel bij, met uitzondering van de plannen voor het doortrekken van NZmetrolijn. De impact van de VRA is groot ten aanzien van gemeentelijke en regionale infrastructurele en vervoers-/ov belangen.

De begroting Veiligheidsregio Kennemerland bedraagt inclusief de GGD over 2026 “€139,4 miljoen. De bijdragen bestaan uit een bedrag per inwoner en een vast bedrag voor de brandweer. Daarnaast draagt het rijk met de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding bij aan de begroting VRK. Haarlemmermeer draagt € 25.166.000 bij. Dat is 29,6% van de totale gemeentelijke bijdragen van in totaal € 80.426.000,- (in 2026). Binnen de VRKZin Brandweer, Ambulance, GGD, Crisisbeheersing, Veilig Thuis en GHOR

ui

U

de Regio bij zware ongevallen, rampen en crises).

De VRK verschilt van de VRA omdat het een klassieke GR met wettelijke taken is, de financiering

direct uit de gemeentelijke middelen wordt voldaan en substantieel is. De VRK is daarmee financieel zwaargewicht, institutioneel stevig en democratisch relatief duidelijk georganiseerd. Dat maakt het een interessant contrast met de netwerkorganisatie MRA.

1 de aanleiding voor de studie van de Raad van Europa ligt in een bredere ontwikkeling sinds ongeveer 2000 van snelle verstedelijking in Europa, groei van metropolitane regio’s als economische motoren, bestuurlijke fragmentatie in stedelijke regio’s en behoefte aan nieuwe vormen van interbestuurlijke samenwerking. De Raad van Europa houdtzich bezig met lokale democratie, decentralisatie, regionale governance. Binnen dat kader is onderzocht hoe Europese landen governance organiseren in metropolitane regio’s waar geen duidelijke bestuurslaag bestaat. Zie de studie Governance of European metropolitan areas ,P.3-4: There are two main agencies supporting economic development: the Amsterdam Economic Board(atriple helix organisation connecting business, knowledgeinstitutions and governments), and the Regional Development Company, while the MRArepresents the public side of economic policy, coordinating these agencies. The main instruments used by the MRAto enable economic development are relatedto institutional support to boost the attractiveness of the area for tourism andtoinvestors, planning and land-use policies to create enough space for economic activities, monitoring of economicactivities, and lobbying for resourcesfrom the national government.

samenwerkingsverbanden gemeente Haarlemmermeer (motie juni 2024)

pagina 5

Watzijn de kanttekeningen en risico’s? Kanttekeningen en risico’s zijn gelegen in het hoe van de rol die raad in gaat vullen. Het college is de gemeentelijk vertegenwoordiger bij de MRA, VRA en VRK en tevens zijn de collegeleden bestuurslid. Met uitzondering van de VRA stuurt de raad via zijn vertegenwoordiging met raadsleden niet rechtstreeks op het samenwerkingsverband maar op het college, dat de gemeente vertegenwoordigt én het samenwerkingsverband bestuurt. In het samenspel tussen raad en college is een helder begrip van het mandaat dat de raad geeft en de handelingsruimte die het college neemt belangrijk, zoals dat voor alle onderwerpen geldt.

Regionale samenwerking werkt als gemeenten gezamenlijk optrekken en de bestuurders onderhandelingsruimte hebben. Als meerdere raden tegelijkertijd inhoudelijke instructies gaan meegeven, of regionaal beleid willen beïnvloeden kan dat leiden tot tragere besluitvorming, minder bestuurlijke flexibiliteit en spanningen tussen gemeenten. Ook de schijn van invloed is een factor: bij met name netwerkorganisaties zoals de MRA is een risico dat de raad tijd investeert in thema’s maar feitelijk weinig invloed kan uitoefenen. De te investeren tijd en aandacht zal een redelijke verhouding tot het nut moeten vinden. Het is belangrijk om bij deze kanttekeningen wel het evenwicht te bewaren: een actieve raad draagt bij aan betere democratische legitimiteit, duidelijkere kaders voor het college, betere informatiepositie voor iedereen en meer bewustzijn van regionale afhankelijkheden. Dat was en is precies de bedoeling van de Wgr-wijzigingen en de rol van de raad in horizontaal toezicht. Het gaat er dan om dat de raad beter kadert en toeziet op hoe het college regionaal bestuurt.

3.2.1 Welke beleidsinstrumenten worden ingezet om het doel te bereiken? 3.2.1.a Watis de nulmeting en wat zijn de indicatoren? Informatie over samenwerkingsverbanden heeft op dit moment geen gestructureerde plek voor bespreking op de raadsagenda. Ten aanzien van de nulmeting geldt in ieder geval dat er geen georganiseerde, toegankelijke vaste rapportagecyclus is. En geen centraal overzicht van regionale en (inter-)nationale zaken. Er is als gevolg daarvan ook geen structureel gesprek tussen raad en college, noch inzichtelijke informatie per dossier van samenwerkingsverbanden.

Indicatoren die voor de informatiepositie van de raad aangewend kunnen worden zijn: het aantal periodieke rapportages inzake regionale (en (inter)nationale) zaken per jaar; de kadering van samenwerkingsverbanden waarmee vaste informatieafspraken bestaan (i.c. MRA/VRA/VRK); aanwezigheid van een jaarlijks geactualiseerd totaaloverzicht van regionale en ((inter-)nationale) samenwerkingsverbanden en het aantal raadssessie/overlegmomenten tussen raad en college. Primaire indicatoren zijn de tijdigheid van informatievoorziening, volledigheid van de informatie en volwaardige bespreking in de raad(sgremia). 3.2.1.b Watzijn de streefwaarden? Streefwaarde De streefwaarde is dat de raad structureel, tijdig en volledig is geïnformeerd over de actualiteit in de geselecteerde samenwerkingsverbanden. Tijdens het raadsplein kunnen actuele onderwerpen worden (voor)besproken in raadsessies. Het nut en rendement van de informatiepositie zal uit die sessies moeten gaan blijken. Het begint met het maken van een georganiseerde start.

Naast de agendering van onderwerpen die impact voor de gemeente inhouden wordt voorgesteld om per jaar twee structurele overlegmomenten te agenderen om tussentijds de informatiepositie, werking, voortgang en inhoud van de raadspleinbehandelingen van

samenwerkingsverbanden gemeente Haarlemmermeer (motie juni 2024)

pagina 6

samenwerkingsverbanden te bespreken. Waar gewenst kunnen verbeteringen van de werkwijze worden voorgesteld. Wanneer de informatiepositie structureel verbetert en effectief blijkt voor de positie van de raad is de streefwaarde (‘goed geïnformeerd’) behaald. Beleidsinstrumenten Om de informatiepositie van de raad te versterken worden de volgende beleidsinstrumenten ingezet:

a)

Op continue basis en op eenvoudige wijze digitaal toegankelijk maken van de termijnagenda en stukken waar de gemeente in regionale (en (inter)nationale) samenwerkingsverbanden bij betrokken is. Gedacht kan worden aan een ‘ dashboard samenwerkingsverbanden’, waarin de MRA, VRA en VRK pro-actief gemonitord worden;

b) c)

d)

Een jaarlijks geactualiseerd totaaloverzicht van samenwerkingsverbanden, waarbij ook de impact van samenwerkingsverbanden wordt geactualiseerd; Informatieafspraken per samenwerkingsverband activeren en/of nader ontwikkelen, waarbij de informatiepositie zoals beschreven in het Beleidskader Verbonden Partijen als uitgangspunt dient; Per organisatie in kaart brengen welke inlichtingen de raad nodig heeft en Wat het doel van die inlichtingen is;

e)

Structureel tijdig agenderen van de beleidsagenda’s van de geselecteerde samenwerkingsverbanden, die in raadssessies tussen raad en college besproken worden, op grond van de belangrijkste ontwikkelingen die de gemeente (gaan) raken;

Deze instrumenten richten zich in het bijzonder op het moment vóórdat bestuurlijke afspraken worden gemaakt of verplichtingen worden aangegaan. Het organiseren van de informatiepositie is de basale voorwaarde om het gesprek in de raad en tussen raad en college te faciliteren. Meting van de beleidsdoelen De voortgang wordt gemeten aan de hand van zowel kwantitatieve als kwalitatieve indicatoren. Kwantitatieve indicatoren zijn het aantal raadssessies/raadsbehandelingen per jaar; de aanwezigheid van een jaarlijks geactualiseerd overzicht van samenwerkingsverbanden; aantal overlegmomenten raad-raad/raad-college en het aantal samenwerkingsverbanden waar informatieafspraken over worden gemaakt. Kwalitatieve indicatoren zijn het nut dat van raadssessies/raadsbehandelingen wordt ervaren;

de tijdigheid en het gebruiksgemak van informatievoorziening en de volledigheid van de informatie en de volwaardige bespreking in raads- en commissieverband. De evaluatie van deze indicatoren kan plaatsvinden via periodieke evaluatie van het beleid voor regionale (en (inter)nationale samenwerking). In ieder geval wordt in q1 2028 een schriftelijke evaluatie aan de raad voorgelegd.

samenwerkingsverbanden gemeente Haarlemmermeer (motie juni 2024)

pagina 7

3.3 Wat mag het kosten? Aan de uitvoering van dit voorstel worden, naast de beschikbare ambtelijke capaciteit? geen bijzondere kosten voorzien. De ambtelijke capaciteit kan n.a.v. de besluitvorming van 18 december 2025 mede uit de formatie-uitbreiding van de griffie worden gedekt. Wat zijn de financiële risico’s? De gemeente loopt geen financiële risico’s bij de uitvoering van dit voorstel. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk? De raad is verantwoordelijk voor zijn rol en functie om de kaders voor het bestuur van de gemeente duidelijk te maken; toe te zien op de werking van die kaders en verantwoording aan zijn kiezers af te leggen. De raad heeft reeds leden en werkgroepen die zich actief op samenwerkingsverbanden richten. Idealiter wordt uit die raadsgremia de positionering van de raad mede versterkt. De raad wordt ondersteund door de griffie. Het college is verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur van de gemeente en legt daarover verantwoording af aan de raad. Leden van het college zijn actief als bestuurslid in de MRA, VRA en VRK en dragen tevens verantwoordelijkheid voor hun rolvervulling in die gremia. Het college heeft in de ambtelijke organisatie o.a. accounthouders, financieel- en juridisch adviseurs en Public Affairs (lobbyist) medewerkers als ondersteuners bij de netwerk- en samenwerkingsverbanden.

3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar? In bijlage 1 is in excel een opsomming van samenwerkingsverbanden verzorgd, waarbij het doel van de samenwerkingsverbanden is beschreven, inclusief de maatschappelijke en financiële impact van samenwerkingsverbanden. Daarvoor is gebruik gemaakt van het rapport Regionale Samenwerking Ontrafelt, dat het gemeentelijke Team Onderzoek in oktober 2022 publiceerde (hoofdstuk 3 uit het rapport. Het excel overzicht dient nader te worden geaactualiseerd). Tevens is er per jaar een actueel overzicht van (alleen) de Verbonden Partijen in de Programmabegroting (paragraaf Verbonden Partijen 1). In deze twee algemeen beschikbare documenten zijn de samenwerkingsverbanden beschreven, inclusief doelstelling, het gebied dat iedere samenwerkingsvorm beslaat en of deze wettelijk verplicht is of een eigen keuze. Beleidskader voor informatie De gemeente heeft een Beleidskader Verbonden Partijen en Informatie waarin de informatiepositie van de raad gedegen en uitgebreid is beschreven. In het Beleidskader Verbonden Partijen is vastgelegd dat per organisatie wordt uitgewerkt hoe er wordt omgegaan met de aansturing, regie en beheer, oprichting, uitbreiding en eventuele beëindiging van de samenwerking. Het Beleidskader geeft tevens de kaders voor de checks and balances /

governance en beschrijft de wijze van betrokkenheid van de raad bij de verbonden partijen. Met de vaststelling van dit beleidskader is in februari 2024 ook besloten dat per Verbonden Partij een integrale strategische beleidsvisie wordt opgesteld inclusief Kritische Prestatie Indicatoren (KPI's) om op de effectiviteit van de samenwerking te kunnen sturen. Deze informatiepositie kan tevens als uitgangspunt voor de MRA gaan dienen. 2 pit gaat terug op hoofdstuk 4.1.1. (Raad, griffie en regionale samenwerking) uit het Rapport actualisatie bouwstenennotitie griffie Haarlemmermeer: Het hoofdschap van de raad uitgedrukt als het controlerende primaat dat via sturing op de agenda, procesverloop en informatie vorm krijgt, staat bij regionale samenwerking onder druk. Sturing is mogelijk op de eigen informatiepositie. De griffie kan een belangrijke rol spelen in de versterking van de informatiepositie van de raad op onderwerpen die regionaal aan de orde zijn. Het begint bij informatie vanuit dat regionale niveau te vergaren, te ontsluiten en actueel te houden.

samenwerkingsverbanden gemeente Haarlemmermeer (motie juni 2024)

pagina 8

Het beleidskader vormt in ieder geval een constructief uitgangspunt voor oriëntatie op de basis van informatievoorziening die de raad (ook) wenst over samenwerkingsverbanden die niet onder de noemer van Verbonden Partijen vallen. In de Programmabegroting worden in het onderdeel paragraaf Verbonden Partijen alle organisaties waar de gemeente in meebestuurt en aan financiert toegelicht. Advies aan de raad bij vaststelling De adviezen uit de voorbereidende besprekingen vanuit de Werkgroepen WWR en MRA en de Werkgeverscommissie griffier zijn in dit raadsvoorstel verwerkt: Advies werkgroepen WWR & MRA 1. Pilot De insteek van een pilot is goed. Maak na 1 jaar een tussentijdse kwalitatieve peiling onder raadsleden, bijvoorbeeld d.m.v. een korte enquête en bereidt die voor vanuit een daarop toegeruste werkgroep van de raad. Medio einde 2028 vervolgens een meer formele evaluatie uit te voeren. 2. Selectie van samenwerkingsverbanden Er is nu geselecteerd op drie grote, impactvolle samenwerkingsverbanden, conform het advies van de extern betrokken expert. Het zou ook kunnen gaan om 1 of 2 samenwerkingsverbanden. Eventueel kan een verdeling worden gemaakt naar 1 groot, 1 middelgroot en een klein samenwerkingsverband. Dat is aan de raad om over te besluiten. 3. Capaciteit griffie

De pilot dient binnen de capaciteit van de griffie in overleg met de werkgeverscommissie uitgevoerd te worden (zie verderop bij WGC) 4.Methode & Technieken voor informatie verzamelen -a In eerste aanleg gaat het om het selecteren en ordenen van informatie die wordt gepubliceerd op de websites van MRA, VRA en VRK. De meerwaarde dient te liggen in de selectie en ontsluiting. De informatie die bestuurders, ambtenaren e.a. hebben, dient meer informeel verkregen te

worden. Daartoe is een netwerk van contacten en relaties een kwaliteit. -b De vorm waarin informatie wordt ontsloten dient nog verkend en ontwikkeld te worden en dient in eerste aanleg pragmatisch te worden georganiseerd. 5 Instellen van een werkgroep voor samenwerkingsverbanden Dit kan bijvoorbeeld door de taken van de werkgroep MRAte verbreden naar een werkgroep Gemeentelijke samenwerkingsverbanden. De werkgroep MRAadviseert dit tevens in haar overdracht voor de periode 2026-2030 . -a In andere gemeenten, zoals Amstelveen en Aalsmeer, bestaan er werkgroepen voor gemeentelijke samenwerkingsverbanden. Daarin spreken raadsleden en collegeleden, ambtelijke ondersteunerse.a. met elkaar. De meer informele setting van een werkgroep faciliteert een gesprek in kwalitatieve zin en daarmee komen verbanden en ontwikkelingen gemakkelijker in beeld. De instelling van een werkgroep is daarmee aanbevelenswaardig. Uitgangspunt is dat per fractie 1 vertegenwoordiger deelneemt, zodat de fracties via hen voor geïnformeerd zijn. -b D.m.v. een werkgroep kan de verbinding met de raad gemakkelijker worden gemaakt: er is nu weinig gelegenheid op het raadsplein, terwijl een werkgroep de agendering juist structureel kan voorbereiden, en ook het gesprek tussen collegeleden en raad van onderwerpen, context en vraagstelling kan voorzien.

Advies Werkgeverscommissie-griffier De inzet van capaciteit op de griffie betreft een schatting, waarbij de Startfase 0,5 - 1 fte

samenwerkingsverbanden gemeente Haarlemmermeer (motie juni 2024)

pagina 9

(gedurende heteerste jaar) is, en 0,3 fte structureel. Die inzet dient beschikbaar te worden gesteld uit de extra 1 fte die op 18 december 2025 door de raad aan de griffie is toegevoegd. De concrete inzet die beschikbaar is dient in eerste instantie door de griffier te worden bepaald en kan in overleg met de WGC aan het seniorenconvent cq de raad worden voorgelegd.

Stappenplan: Informatievoorziening per samenwerkingsverband De eerste stap is het bepalen over welke samenwerkingsverbanden de raad (pro-) actief geinformeerd wil worden. Dit initiatiefvoorstel doet daartoe een (amendeerbaar) voorstel. De volgende stap is het bepalen hoe en op welke vlakken/onderwerpen die actieve informatievoorziening uitgevoerd dient te worden. Daartoe wordt eerst de inhoudelijke verdieping in de beleidsonderwerpen van de samenwerkingsverbanden gemaakt en een overzicht opgesteld. Vervolgens gaat het om de werkvorm van de raad om daadwerkelijk ervaring op te gaan doen met deze nieuwe informatiepositie ten aanzien van samenwerkingsverbanden. Bespreking in de raadssessies ligt daarbij voor de hand. De agendering van onderwerpen kan uit voorstellen van de MRA/VRA/VRK zelf voortkomen, en van de dagelijks bestuurders, de betrokken

raadswerkgroep(en) en de ondersteuning door de griffie. Het Presidium ontvangt de voorstellen die voor agendering worden voorgesteld. 3.6 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd? De raad regelt zijn informatiepositie inclusief de voortgang daarbij met dit raadsvoorstel. 3.6.1 Hoe wordt het voorstel gemonitord en geëvalueerd? De monitoring en evaluatie zijn geborgd door tweemaal per jaar de voortgang te agenderen. In Q1 2028 wordt de pilot schriftelijk geevalueerd. 3.7 Wat betekent dit voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA)? oor de Metropoolregio Amsterdam betekent dit een versterking van de aandacht voor het bestuurlijk reilen en zeilen vanuit de raad van de gemeente Haarlemmermeer. 4. Ondertekening De werkgroepen WWR en MRA van de gemeente Haarlemmermeer, Namens deze, Voorzitter WWR

mn,

Voorzitter MRA

Gerdien Knikker

uurmans-Wijdeven

leden

lech

Trudie van ’t Hull Brigitta Kamsteeg Kees Klaassen

Manan de Vries-Wolthuis Fouad Sidali Kasper Sulmann Wim Dikkes Dennis Zuyderwijk

samenwerkingsverbanden gemeente Haarlemmermeer (motie juni 2024)

Bijlage(n): 1.

Excel met gemeentelijke samenwerkingsverbanden

pagina 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=aed9219a-11f0-4c13-9ab1-a11c85be32f8